Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 6 juni 2009 tot 7 juni 2009

Orhan Pamuk, Monika Mann, Louise Erdrich, Nikki Giovanni, Harry Crews

De Turkse schrijver Orhan Pamuk werd geboren op 7 juni 1952 in Istanbul. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2006 en ook mijn blog van 7 juni 2007 en ook mijn blog van 7 juni 2008.

 

Uit: De andere kleuren (Vertaald door Hanneke van der Heijden)

 

“Tussen mijn zestiende en zesentwintigste was lezen een onderdeel van het proces om mezelf te maken tot wie ik was, mijn eigen ziel bewust vorm te geven. Wat voor iemand moest ik worden? Wat voor betekenis had de wereld? Wat waren de consequenties van de onderwerpen, de fantasieën, de plaatsen waarover ik zou kunnen nadenken, waarvoor ik me kon interesseren? Ik wist dat wanneer ik in verhalen en artikelen volgde wat anderen meemaakten, waarvan ze droomden, wat ze dachten, ik net als een klein kind dat voor de allereerste keer de bomen, bladeren of katten ziet, deze kennis in mijn geheugen zou opslaan, op een plek zo diep dat ik die nooit meer zou vergeten. Met de kennis die ik opdeed uit wat ik las, zou ik de weg uitstippelen die leidde naar de persoon die ik wilde worden… Omdat lezen op die leeftijd zo argeloos en onbevangen deel uitmaakte van de onderneming om mezelf te maken, vorm te geven, was het in die periode voor mij een intensieve en speelse activiteit, waar de nodige verbeeldingskracht bij kwam kijken.
(..)
Iets anders waardoor lezen voor ons iets is waar we gelukkig van worden, is de illusie dat we onszelf verdiepen. Als we een boek lezen, zit een deel van ons verstand niet ten volle bij de tekst maar is bezig ons ermee te complimenteren dat we lezen, dat we zoiets diepzinnigs en verstandigs doen.
Proust beschrijft goed hoe een deel van onze geest zich niet zozeer openstelt voor het boek dat we aan het lezen zijn, als wel voor de lamp waarvan het licht op het doek valt of de tafel waar we aan zitten, voor de tuin waar we ons hebben geïnstalleerd of het landschap. Iets in deze aandacht feliciteert ons met onze eigen eenzaamheid, met de werking van onze verbeeldingskracht, het feit dat we ‘diepzinniger’ zijn dan de anderen die geen boeken lezen.“

 

 

 

 

orhan_pamuk
Orhan Pamuk (Istanbul, 7 juni 1952)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Monika Mann werd als vierde kind van Thomas Mann geboren op 7 juni 1910 in München. Zie ook mijn blog van 7 juni 2007 en ook mijn blog van 7 juni 2008.

 

Uit: Das fahrende Haus

 

“Diese Herren hier – sie waren klein und geheimnisvoll – sprachen überhaupt nur ungarisch.

Sie flüsterten hinter staubigen Barrieren mit Seitenblicken nach meiner Person, sie verschwanden und kamen wieder – kopfschüttelnd, mit finster-listigem Grinsen, so schien mir, Namen aussprechend wie Rákosi und Búdapesti. Sie bedeuteten mir mit unheimlichem Händereiben in ihrer Sprache der Maikäfer, wiederzukommen, ein andermal vielleicht . . . Der Augenblick gab mir das Unfaßliche ein, daß dies in Menschen verwandelte Maikäfer waren, die über mein Schicksal entschieden. Ich ging und kam wieder, betrat das verborgene insektenhafte Konsulat.

Diesmal konnte jemand englisch, und mir wurde hinter der staubigen Barriere ein Stuhl offeriert, und mein Paß wurde auf einen Monat verlängert. Amerikanisches Exit-Visum, amerikanisches Reenter-Visum, Schweizer Einreisevisum, italienisches Durchreisevisum und scheele Blicke. Hafen- und Grenzoffiziere witterten eine kommunistische Spionin in mir. Auf dem ungarischen Generalkonsulat der Bundeshauptstadt Bern gewärtigte ich ein brummelndes Geschwader, das meinen Weg verdunkeln und bedrohen würde. Statt dessen empfing mich eine manierliche, sportliche, junge Dame – eine Freundin der Literatur – und überreichte mir einen nagelneuen feschen Sowjetpaß. Der Erfolg davon war, daß die Franzosen sich vor mir fürchteten und mir das Durchreisevisum verweigerten, das ich brauchte, um mit der Queen Mary «nach Hause zu fahren». (Wo ich doch keinerlei Absicht hatte, auf die Franzosen noch auf irgendwen ein Attentat zu verüben!) Ich habe vergessen, mit welchen Protektionen und Umwegen ich nach einem Jahr in der Schweiz aufs Schiff gelangte. Und das alles nannte sich Frieden.

Und da war die Sache mit Mexiko, die mich endlich beinahe alles verwünschen ließ. Mein unschuldiger und ökonomischer Plan war – die unsinnige Hitze New Yorks fliehend –, den Sommer

in den Bergen Mexikos zu verbringen. Ein dort lebender Schriftsteller schrieb mir von den Schönheiten jener Landschaft, von Gewittern und Sonnenpracht, die so dramatische und einmalige Kontraste in sie hineinspielen, und er schrieb mir von der Billigkeit – es ließe sich dort für einen Dollar pro Tag besser leben als irgendwo. Meine magyarischen Maikäfer standen dem Plan nicht entgegen.”

 

 

 

 

Monika_Mann
Monika Mann (7 juni 1910 – 17 maart 1992)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Louise Erdrich werd geboren op 7 juni 1954 in Little Falls, Minnesota. Van vaders kant is zij van Duitse afkomst. Haar grootvader aan moeders kant was het ooperhoofd van de Chippewa indianen in North Dakota. Haar vader werkt in het Wahpeton-reservaat bij het bureau voor indianenvraagstukken. Erdrich groeide in het reservaat op. Van 1976 tot 1979 studeerde zij anthropologie aan de Johns-Hopkins universiteit. Na wat andere baanttjes werd zij redacteur voor het tijdschrift Circle. Haar romans spelen zich vaak af op een fictief reservaat in North Dakota. Haar eigen familiegeschiedenis wordt er in velerlei vorm in verwerkt. Zij debuteerde in 1984 met een bundel gedichten Jacklight. In hetzelfde jaar volgde de roman Love Medicine.

 

Uit: The Plague of Doves

 

In the year 1896, my great-uncle, one of the first Catholic priests of aboriginal blood, put the call out to his parishioners that they should gather at Saint Joseph's wearing scapulars and holding missals. From that place they would proceed to walk the fields in a long, sweeping row, and with each step loudly pray away the doves. His human flock had taken up the plow and farmed among German and Norwegian settlers. Those people, unlike the French who mingled with my ancestors, took little interest in the women native to the land and did not intermarry. In fact, the Norwegians disregarded everybody but themselves and were quite clannish. But the doves ate their crops the same.

When the birds descended, both Indians and whites set up great bonfires and tried driving them into nets. The doves ate the wheat seedlings and the rye and started on the corn. They ate the sprouts of new flowers and the buds of apples and the tough leaves of oak trees and even last year's chaff. The doves were plump, and delicious smoked, but one could wring the necks of hundreds or thousands and effect no visible diminishment of their number. The pole-and-mud houses of the mixed-bloods and the bark huts of the blanket Indians were crushed by the weight of the birds. They were roasted, burnt, baked up in pies, stewed, salted down in barrels, or clubbed dead with sticks and left to rot.

 

 

 

 

erdrich
Louise Erdrich (Little Falls, 7 juni 1954)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres Yolande Cornelia "Nikki" Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook mijn blog van 7 juni 2007  en ook mijn blog van 7 juni 2008.

 

 

Love Is

 

Some people forget that love is

tucking you in and kissing you

"Good night"

no matter how young or old you are

 

Some people don't remember that

love is

listening and laughing and asking

questions

no matter what your age

 

 

Few recognize that love is

commitment, responsibility

no fun at all

unless

 

 

Love is

You and me

 

 

 

 

 

Kidnap Poem

 

Ever been kidnapped

by a poet

if i were a poet

i'd kidnap you

put you in my phrases and meter

 

You to jones beach

or maybe coney island

or maybe just to my house

lyric you in lilacs

dash you in the rain

blend into the beach

to complement my see

 

 

Play the lyre for you

ode you with my love song

anything to win you

wrap you in the red Black green

show you off to mama

yeah if i were a poet i'd kid

nap you

 

 

 

 

 

Giovanni
Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Harry Crews werd geboren op 7 juni 1935 in Bacon County, Georgia. Zie ook mijn blog van 7 juni 2007 en ook mijn blog van 7 juni 2008.

 

Uit: Leaving Home for Home (Assault of Memory)

 

„The house in which Mama was dying was layered with the smell of food: the quick touch of coconut cream pie, the fleshy fruit of ambrosia, the heavy, rich, overcooked odor of standing rib roast, and the thick sweet taste of honey-cured hams. Every surface that could hold anything was coveredwith fruit and cheese and meat and pies without end, all of it brought bytownspeople and blood kin who were arriving now more quickly than I could count.A discreet murmur barely above a whisper washed over the living room, the front porch, the den, the back porch, the backyard under the pecan tree that Mama had planted when this house was built. I, who had quit smoking, was burning one unfiltered Camel behind the other and obsessively thinking about going in search of a bottle of Jack Daniels, I, a recovering alcoholic, who had not had a drop of alcohol in nearly ten years. I felt made of thin rubber and overfilled with air, pumped so full that at any moment I might explode and splatter myself over every wall in the house. My brother’s voice, soft as a whisper, solicitous, loving, thoughtful, and vicious, came from behind me over my shoulder. “Why don’t you git on outside if you gone smoke like that?” I didn’t kill him or explode or even look over my shoulder at him. Rather,I started easing my way through the crowded room toward the front doorwhen it occurred to me that I ought to at least tell him that the woman dying in the back room had never told me I couldn’t smoke in this house, and it still belonged to her and not to him the last time I checked.“

 

 

 

crews
Harry Crews (Bacon County, 7 juni 1935)

 

Geschreven door Romenu om 20:24 Reageer op dit bericht

Mascha Kaléko, Gwendolyn Brooks, Elizabeth Bowen, Jan Theuninck

De Duitstalige dichteres Mascha Kaléko (eig. Golda Malka Aufen) werd geboren op 7 juni 1907 in Krenau of Schidlow in Galicië in het toenmalige Oostenrijk-Hongarije, nu Polen. Zie ook mijn blog van 7 juni 2007 en ook mijn blog van 7 juni 2008.

 

 

Weil du nicht da bist

 

Weil du nicht da bist, sitze ich und schreibe
All meine Einsamkeit auf dies Papier.
Ein Fliederzweig schlägt an die Fensterscheibe.
Die Maiennacht ruft laut. Doch nicht nach mir.

Weil du nicht bist, ist der Bäume Blühen,
Der Rosen Duft vergebliches Bemühen,
Der Nachtigallen Liebesmelodie
Nur in Musik gesetzte Ironie.

Weil du nicht da bist, flücht ich mich ins Dunkel.
Aus fremden Augen starrt die Stadt mich an
Mit grellem Licht und lärmendem Gefunkel,
Dem ich nicht folgen, nicht entgehen kann.

Hier unterm Dach sitz ich beim Lampenschirm;
Den Herbst im Herzen, Winter im Gemüt.
November singt in mir sein graues Lied.
»Weil du nicht da bist« flüstert es im Zimmer.

»Weil du nicht da bist« rufen Wand und Schränke,
Verstaubte Noten über dem Klavier.
Und wenn ich endlich nicht mehr an dich denke,
Die Dinge um mich reden nur von dir.

Weil du nicht da bist, blättre ich in Briefen
Und weck vergilbte Träume, die schon schliefen.
Mein Lachen, Liebster, ist dir nachgereist.
Weil du nicht da bist, ist mein Herz verwaist.

 

 

 

kaleko_mascha
Mascha Kaléko (7 juni 1907 – 21 januari 1975)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres Gwendolyn Brooks werd geboren op 7 juni 1917 in Topeka, Kansas. Zie ook mijn blog van 7 juni 2007 en ook mijn blog van 7 juni 2008.

 

 

The Independent Man

  

Now who could take you off to tiny life

In one room or in two rooms or in three

And cork you smartly, like the flask of wine

You are? Not any woman. Not a wife.

You'd let her twirl you, give her a good glee

Showing your leaping ruby to a friend.

Though twirling would be meek. Since not a cork

Could you allow, for being made so free.

 

A woman would be wise to think it well

If once a week you only rang the bell.

 

 

 

 

To the Diaspora

  

you did not know you were Afrika

 

When you set out for Afrika

you did not know you were going.

Because

you did not know you were Afrika.

You did not know the Black continent

that had to be reached

was you.

 

I could not have told you then that some sun

would come,

somewhere over the road,

would come evoking the diamonds

of you, the Black continent--

somewhere over the road.

You would not have believed my mouth.

 

When I told you, meeting you somewhere close

to the heat and youth of the road,

liking my loyalty, liking belief,

you smiled and you thanked me but very little believed me.

 

 

 

Brooks
Gwendolyn Brooks (7 juni 1917 – 3 december 2000)

 

 

 

 

 

De Ierse schrijfster Elizabeth Bowen werd geboren op 7 juni 1899 in Dublin. Zie ook mijn blog van 7 juni 2007  en ook mijn blog van 7 juni 2008.

 

Uit: The House in Paris

 

„There was just enough light to see. Henrietta, though dazed after her night journey, sat up straight in the taxi, looking out of the window. She had not left England before. She said to herself: This is Paris. The same streets, with implacably shut shops and running into each other at odd angles, seemed to unreel past again and again. She thought she saw the same kiosks. Cafés were lit inside, chairs stacked on the tables: they were swabbing the floors. Men stood at a steamy counter drinking coffee. A woman came out with a tray of mimosa and the raw daylight fell on the yellow pollen: but for that there might have been no sky. These indifferent streets and early morning faces oppressed Henrietta, who was expecting to find Paris more gay and kind.

"A Hundred Thousand Shirts," she read aloud, suddenly.

Miss Fisher put Mrs. Arbuthnot's letter away with a sigh, snapping the clasp of her hand-bag, then leaned rigidly back in the taxi beside Henrietta as though all this had been an effort and she still could not relax. She wore black gloves with white-stitched seams that twisted round on her fingers, and black furs that gave out a camphory smell. At the Gare du Nord, as she stood under the lamps, her hat had cast a deep shadow, in which her eyes in dark sockets moved, melancholy and anxious.“

 

 

 

 

bowen
Elizabeth Bowen (7 juni 1899 – 22 februari 1973)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schilder Jan Theuninck werd geboren in Zonnebeke op 7 juni 1954. Theuninck schreef ook in het Engels en het Frans, soms onder het pseudoniem Orc. Met holocaust en het gedicht Shoa waagde hij zich aan de ekphrasis: oorspronkelijk gaat het hierbij erom een beschrijving van een kunstvoorwerp te geven die zo beeldend en kunstig is, dat de toehoorder er een zo goed mogelijke voorstelling van krijgt: de toehoorder moet door visualisering als het ware tot toeschouwer worden gemaakt. Zelf zegt Theuninck dat hij met woorden een beeld maakt en omgekeerd omdat het gaat over zaken die onlosmakelijk in zijn geest verbonden zijn

 

 

Shoa

 

Eeuwige jood, vervloekte jood,

en geen enkel woord is verboden

Beschuldigd van misdaad en verraad,

zijn ze in de gevangenis gegooid

 

Men heeft ze gefolterd en gedood

in naam van een schandalig idee,

en nu - meer dan ooit -

wie is de volgende a.u.b. ?

 

 

 

 

 

Holocaust
Holocaust

 

 

 

 

Jan_Theuninck
Jan Theuninck (Zonnebeke, 7 juni 1954)

 

Geschreven door Romenu om 20:21 Reageer op dit bericht

Gábor von Vaszary, Fred Endrikat, Charlotte Niese, Amelia Edwards

De Hongaarse schrijver en draaiboekauteur Gábor von Vaszary werd geboren op 7 juni 1897 in Boedapest. Om te studeren trok hij in 1924 naar Parijs. In 1947 emigreerde hij naar Zwitserland waar hij werkte voor Radio Vrij Europa. Zijn debuutroman Monpti verscheen in 1934. In 1957 werd het boek verfilmd met Horst Buchholz en Romy Schneider in de hoofdrollen.

 

Uit: Monpti

 

Vor meinem Kamin steht das neue Möbelstück; ein Fauteuil von unmöglicher Farbe. Ich stand schon um fünf Uhr früh auf, zog mich an und setzte mich in den Fauteuil.

Gestern hatte ich nämlich keine Zeit mehr dazu, ich war sehr müde und ging sofort zu Bett. Gegen Mittag wurde ich auch des Fauteuils müde und stand auf, um mich ein bißchen auszuruhen. Später ging ich in den Jardin du Luxembourg zum Scheinmittagessen. Der Pariser Herbst hat dem Park seine Aufwartung gemacht. Die Bäume lassen ihre Blätter auf die gewundenen Pfade fallen, und am Himmel jagt der Wind nach rasch reisenden Wolken.

Ein Kind mit einer Gouvernante kommt mir entgegen und bückt sich nach einem Kieselstein. »Wirst du das bleiben lassen!« ruft die Gouvernante. Sie wischt seine Hand ab und versetzt ihm einen Klaps. Als wäre mir das alles schon einmal passiert ... Die Sonne scheint noch warm, es sitzen viele im Park und sonnen sich. Die Tage werden immer kürzer und die Abende kühler.

Auf der Avenue de l'Observatoire gibt es zwei schmale kleine Parkstreifen: die Observatoire-Gärten. Es sind gleichsam Fortsetzungen des Jardin du Luxembourg, sie

haben aber einen eigenen Zaun. Sie werden auch später  geschlossen, und Liebespaare besuchen sie oft an schwülen Sommerabenden.

 

 

 

 

gvon_vaszary
Gábor von Vaszary (7 juni 1897 – 22 mei 1985)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en cabaretier Fred Endrikat werd geboren op 7 juni 1890 in Nakel an der Netze. Voordat hij zich in München vestigde woonde hij lange tijd in Berlijn. In het Schwabinger Kabarett Simpl stond hij met eigen teksten op de planken. Zijn werk staat in de traditie van Wilhelm Busch, Christian Morgenstern en Joachim Ringelnatz.

 

 

Sprichwörter

 

Man darf dem Tag nicht vor dem Abend dankbar sein ,

und soll das Schicksal nicht für alles loben.

Ein Gutes kommt niemals allein,

und alles Unglück kommt von oben.

Die Peitsche liegt im Weine.

Die Wahrheit liegt beim Hund.

Morgenstund hat kurze Beine.

Lügen haben Gold im Mund.

 

Ein Meister nie alleine bellt.

Vom Himmel fallen keine Hunde.

Dem Glücklichen gehört die Welt.

Dem Mutigen schlägt keine Stunde

 

 

 

 

 

Endrikat
Fred Endrikat (7 juni 1890 – 12 augustus 1942)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Charlotte Niese werd geboren op 7 juni 1854 in Burg auf Fehmarn. Ze werd opgeleid tot lerares en werkte ook in dat beroep totdat zij eind jaren 1880 als schrijfster zo succesvol was dat het niet meer hoefde. Zij publiceerde in totaal 60 romans en verhalenbundels, waarin Schleswig-Holstein vaak de achtergrond vormt van de handeling.

 

Uit: Reifezeit

 

„Es sind meine Eltern, die hier ihre Ruhestätte haben, belehrte ich ihn. Sie sind beide jung gestorben. Meine Stimme klingt ruhig. Als ob das, was ich hier sage, mich nichts anginge. Und dennoch habe ich oft mein Herzblut verweint nach dem sanften, milden Vater, der hier unter Ranken und Dornen schläft.

Die Amseln singen kurz und süß, von der Stadt her läuten die Glocken.

Mein Junge kletterte auf die Mauer, die den großen katholischen Kirchhof von diesem armen Eckchen trennt. Er blickte auf den großen Cruciferus, der seine Arme weit über die Welt streckt, auch zu uns her; er betrachtete die kleinen Täubchen, die auf den Kindergräbern aus der Erde wuchsen, die häßlichen Perlkränze, die der Wind leise hin und her bewegte; dann horchte er wieder auf den Amselschlag und sah einem Falter nach, der von unsern Gräbern zu den andern schwebte. Ich aber blickte auf die kleine Stadt, die da unten zwischen den Bergen lag. Es ruht so oft wie ein Schleier auf ihr. Das sind vielleicht die Rauchwolken, die aus den Essen steigen, und bei deren Feuer die Abendsuppen gekocht werden. Ich aber hasse es, an solche Prosa zu denken. Für mich sind diese grauen Schleier der Vorhang über allem Geheimnisvollen, Zarten, das in jedes Menschen Brust ruht. Solch ein Städtchen hat sein Geheimnis wie jede Seele. Viel hat es gesehen und erlebt, aber es plaudert nichts aus. Schweigend liegt es zwischen den runden Kuppen der Eifelberge; und selbst wenn der Teufel einmal wieder zu ihm käme, wie in alten Zeiten, es würde seinen Mund nicht auftun."

 

 

 

 

niese
Charlotte Niese (7 juni 1854 – 8 december 1935)

 

 

 

 

De Engelse schrijfster en egyptologe Amelia Edwards werd geboren op 7 juni 1831 in Londen. Haar eerste verhaal publiceerde zij al toen zij 12 jaar was. Haar eerste roman My Brother's Wife verscheen in 1855. Haar grootste succes als romanschrijfster boekte zij in 1880 met Lord Brackenbury dat in korte tijd 15 oplages telde. In de winter van 1873–1874 maakte zij een reis met vrienden door Egypte. Haar ervaringen beschreef zij in A Thousand Miles up the Nile. Ook dit boek werd een bestseller. In 1882 was zij medeoprichtster van de Egypt Exploration Fund. Dit fonds zette zich in voor onderzoek naar en het behoud van de oude monumenten. Edwards werk voor het fonds werd uiteindelijk belangrijker voor haar dan haar literaire werk. In 1891 verscheen Pharaohs, Fellahs, and Explorers, een bundel lezingen die zij over Egypte had gehouden in o.a. de VS.

 

Uit: Days Of My Youth

 

„Sweet, secluded, shady Saxonholme! I doubt if our whole England contains another hamlet so quaint, so picturesquely irregular, so thoroughly national in all its rustic characteristics. It lies in a warm hollow environed by hills. Woods, parks and young plantations clothe every height and slope for miles around, whilst here and there, peeping down through green vistas, or towering above undulating seas of summer foliage, stands many a fine old country mansion, turreted and gabled, and built of that warm red brick that seems to hold the light of the sunset long after it has faded from the rest of the landscape. A silver thread of streamlet, swift but shallow, runs noisily through the meadows beside the town and loses itself in the Chad, about a mile and a half farther eastward. Many a picturesque old wooden bridge, many a foaming weir and ruinous water-mill with weedy wheel, may be found scattered up and down the wooded banks of this little river Chad; while to the brook, which we call the Gipstream, attaches a vague tradition of trout.“

 

 

 

 

amelia_edwards
Amelia Edwards (7 juni 1831 – 15 april 1892)

 

Geschreven door Romenu om 20:18 Reageer op dit bericht

Thomas Mann, Aleksandr Poesjkin, Sarah Dessen, Hendrik van Teylingen

De Duitse schrijver Thomas Mann werd geboren in Lübeck op 6 juni 1875. Zie ook mijn blog van 23 maart 2006. en ook mijn blog van 6 juni 2008 en ook mijn blog van 6 juni 2007,  mijn blog van 6 juni 2006 en mijn blog van 12 augustus 2006,   mijn blog van 12 augustus 2007, en ook mijn blog van 12 augustus 2008.

 

Uit: Der Tod in Venedig

 

“Es war eine Gruppe halb und kaum Erwachsener, unter der Obhut einer Erzieherin oder Gesellschafterin um ein Rohrtischchen versammelt: drei junge Mädchen, fünfzehn-bis siebzehnjährig, wie es schien, und ein langhaariger Knabe von vielleicht vierzehn Jahren. Mit Erstaunen bemerkte Aschenbach, daß der Knabe vollkommen schön war. Sein Antlitz,--bleich und anmutig verschlossen, von honigfarbenem Haar umringelt, mit der gerade abfallenden Nase, dem lieblichen Munde, dem

Ausdruck von holdem und göttlichem Ernst, erinnerte an griechische Bildwerke aus edelster Zeit, und bei reinster Vollendung der Form war es von so einmalig-persönlichem Reiz, daß der Schauende weder in Natur noch bildender Kunst etwas ähnlich Geglücktes angetroffen zu haben glaubte. Was ferner auffiel, war ein offenbar grundsätzlicher Kontrast zwischen den erzieherischen Gesichtspunkten, nach denen die Geschwister gekleidet und allgemein gehalten schienen. Die Herrichtung der drei Mädchen, von denen die Älteste für erwachsen gelten konnte, war bis zum Entstellenden herb und keusch. Eine gleichmäßig klösterliche Tracht, schieferfarben, halblang, nüchtern und gewollt unkleidsam von Schnitt, mit weißen Fallkrägen als einziger Aufhellung, unterdrückte und verhinderte jede Gefälligkeit der Gestalt. Das glatt und fest an den Kopf geklebte Haar ließ die Gesichter nonnenhaft leer und nichtssagend erscheinen. Gewiß, es war eine Mutter, die hier waltete, und sie dachte nicht einmal daran, auch auf den Knaben die pädagogische Strenge anzuwenden, die ihr den Mädchen gegenüber geboten schien. Weichheit und Zärtlichkeit bestimmten ersichtlich seine Existenz. Man hatte sich gehütet, die Scheere an sein schönes Haar zu

legen; wie beim Dornauszieher lockte es sich in die Stirn, über die Ohren und tiefer noch in den Nacken. Ein englisches Matrosenkostüm, dessen bauschige Ärmel sich nach unten verengerten und die feinen Gelenke seiner noch kindlichen, aber schmalen Hände knapp umspannten, verlieh mit seinen Schnüren, Maschen und Stickereien der zarten Gestalt etwas Reiches und Verwöhntes. Er saß, im Halbprofil gegen den Betrachtenden, einen Fuß im schwarzen Lackschuh vor den andern

gestellt, einen Ellenbogen auf die Armlehne seines Korbsessels gestützt, die Wange an die geschlossene Hand geschmiegt, in einer Haltung von lässigem Anstand und ganz ohne die fast untergeordnete Steifheit, an die seine weiblichen Geschwister gewöhnt schienen. War er leidend? Denn die Haut seines Gesichtes stach weiß wie Elfenbein gegen das goldige Dunkel der umrahmenden Locken ab. Oder war er einfach ein verzärteltes Vorzugskind, von parteilicher und launischer Liebe getragen? Aschenbach war geneigt, dies zu glauben. Fast jedem Künstlernaturell ist ein üppiger und verräterischer Hang eingeboren, Schönheit schaffende Ungerechtigkeit anzuerkennen und aristokratischer Bevorzugung Teilnahme und Huldigung entgegenzubringen.“

 

 

 

 

ThomasMann_3
Thomas Mann (6 juni 1875 - 12 augustus 1955) 

Portret door Dieter van Offern

 

 

 

 

 

 

thomas-kilchberg-8ij7
Thomas Manns laatste villa in Kilchberg, Zwitserland. Zijn zoon
Golo Mann bleef er ook na het overlijden van zijn ouders wonen tot
zijn eigen dood in 1994.

 

 

 

 

De Russische dichter Aleksandr Sergejevitsj Poesjkin werd geboren in Moskou op 6 juni 1799. Zie ook mijn blog van 6 juni 2007 en ook mijn blog van 6 juni 2008

 

 

Angel

 

By gates of Eden, Angel, gentle,

Shone with his softly drooped head,

And Demon, gloomy and resentful

Over the hellish crevasse flapped.

 

The spirit of qualm and negation

Looked at another one – of good,

And fire of the forced elation

First time he vaguely understood.

 

“I’ve seen you,” he enunciated, - 

“And not in vain you’ve sent me light:

Not all in heaven I have hated,

Not all in world I have despised.”

 

 

 

 

Solitude

 

He's blessed, who lives in peace, that's distant

From the ignorant fobs with calls,

Who can provide his every instance

With dreams, or labors, or recalls;

To whom the fate sends friends in score,

Who hides himself by Savior's back

From bashful fools, which lull and bore,

And from the impudent ones, which wake.

 

 

 

 

To My Friends

 

The chain of golden days and nights

Is still your heritage from Deity,

And, still, the languid maidens’ eyes

Are turned to you as well intently.

So, play and sing, friends of my years!

Lose very quickly passing evening,

And, at your heedless joy and singing,

I will be smiling through my tears.

 

 

 

 

Vertaald door Yevgeny Bonver

 

 

 

 

Pushkin
Aleksandr Poesjkin (6 juni 1799- 10 februari 1837)

Portret door Alexander Vereinov

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Sarah Dessen werd geboren op 6 juni 1970 in Evanston, Illinois, en groeide op in North Carolina. Zij studeerde Engels en Creative Writing. Na haar studie gaf ze een aantal jaren les, maar ze is inmiddels full time schrijfster. Zij wordt gerekend tot de schrijfsters van zogenaamde chicklit. Twee van haar romans vormden de basis voor de film How To Deal uit 2003.

 

Uit: Lock and Key

 

"And finally," Jamie said as he pushed the door open, "we come to the main event. Your room."

I was braced for pink. Ruffles or quilting, or maybe even appliqué. Which was probably kind of unfair, but then again, I didn't know my sister anymore, much less her decorating style. With total strangers, it had always been my policy to expect the worst. Usually they -- and those that you knew best, for that matter -- did not disappoint.

Instead, the first thing I saw was green. A large, high window, on the other side of which were tall trees separating the huge backyard from that of the house that backed up to it. Everything was big about where my sister and her husband, Jamie, lived -- from the homes to the cars to the stone fence you saw first thing when you pulled into the neighborhood itself, made up of boulders that looked too enormous to ever be moved. It was like Stonehenge, but suburban. So weird.

It was only as I thought this that I realized we were all still standing there in the hallway, backed up like a traffic jam. At some point Jamie, who had been leading this little tour, had stepped aside, leaving me in the doorway. Clearly, they wanted me to step in first. So I did.“

 

 

 

sarah_dessen
Sarah Dessen (Evanston, 6 juni 1970)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Hendrik van Teylingen werd geboren op 6 juni 1938 in IJmuiden. Zie ook mijn blog van 6 juni 2007

 

 

Overbuur

 

Kan ik ook zo zacht:

ondersteboven beven

in de Spiegelgracht.

 

 

 

Geboortedorp

 

Ik ken hier geen kip.

Zeker zondvloed gehad.

Op de kerk staat een schip.

 

 

 

Narcissus

 

Van de wallekant

slurp ik Eigen Viswater

uit een rimpelmond.




 

 

 

Hendrik_van_Teylingen
Hendrik van Teylingen  (6 juni 1938 – 25 december 1998)

 

Geschreven door Romenu om 18:57 Reageer op dit bericht

V. C. Andrews, Lesley Blanch, Jean Cayrol, Eliza Orzeszkowa

De Amerikaanse schrijfster V. C. Andrews (eig. Cleo Virginia Andrews) werd geboren in Portsmouth op 6 juni 1923. Veel boeken hebben te maken met familiegeheimen en verboden liefde. Haar bekendste omnibus is Bloemen op Zolder (1979). Dit is een verhaal over vier kinderen die op de zolder van hun overreligieuze oma worden verstopt. Andrews overleed op 63-jarige leeftijd in 1986 aan borstkanker. Omdat haar boeken zo succesvol waren werd er na haar dood een schrijver gehuurd, Andrew Neiderman, om haar boeken af te maken.

 

Uit: Flowers in the Attic

 

„Truly, when I was very young, way back in the Fifties, I believed all of life would be like one long and perfect summer day. After all, it did start out that way. There''s not much I can say about our earliest childhood except that it was very good, and for that, I should be everlastingly grateful. We weren''t rich, we weren''t poor. If we lacked some necessity, I couldn''t name it; if we had luxuries, I couldn''t name those, either, without comparing what we had to what others had, and nobody had more or less in our middle-class neighborhood. In other words, short and simple, we were just ordinary, run-of-the-mill children. Our daddy was a P.R. man for a large computer manufacturing firm located in Gladstone, Pennsylvania: population, 12,602. He was a huge success, our father, for often his boss dined with us, and bragged about the job Daddy seemed to perform so well. "It''s that all-Amarican, wholesome, devastatingly good-looking face and charming manner that does them in. Great God in heaven, Chris, what sensible person could resist a fella like you?" Heartily, I agreed with that. Our father was perfect. He stood six feet two, weighed 180 pounds, and his hair was thick and flaxen blond, and waved just enough to be perfect; his eyes were cerulean blue and they sparkled with laughter, with his great zest for living and having fun. His nose was straight and neither too long nor too narrow, nor too thick. He played tennis and golf like a pro and swam so much he kept a suntan all through the year. He was always dashing off on airplanes to California, to Florida, to Arizona, or to Hawaii, or even abroad on business, while we were left at home in the care of our mother.“

 

 

 

 

Andrews
V. C. Andrews (6 juni 1923 - 19 december 1986)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Lesley Blanch werd geboren op 6 juni 1904 in Londen geboren. De liefde voor reizen kreeg ze van haar moeder. De kunst van het schrijven en de liefde voor oosterste landen had ze van haar vader. Ze studeerde schilderkunst aan de kunstacademie The Slade School of Fine Art. In 1937 werd Blanch na redactiewerk hoofdredactrice voor Vogue in Groot-Brittannië. Hier stopte ze in 1944 mee. Tussen 1944 en 1961 was Blanch getrouwd met de Franse auteur Romain Gary. Toen in 1954 haar eerste boek The Wilder Shores of Love uit kwam, was Lesley Blanch al een bekend journalist en reiziger.  Blanch, die later nog kookboeken en een 11-delige autobiografie schreef, overleed op 102-jarige leeftijd.

 

Uit: Journey into the mind’s eye

 

The Traveller was from Moscow, 'a Muscovite' he said, but later I was to learn he was of Tartar blood; and unmistakably, the Ta-tze or Mongol hordes had stamped their imprint on his strange countenance. The dark slit eyes, the pointed ears, the Chinese-bald skull, the slight, yet cruel smile which sometimes passed across his usually impassive face — all these spoke of Asia, where he roamed, in spirit, and in fact.

Whenever he came to Europe, he would visit us, and then, reaching my nursery, sit beside the fire, his huge shadow spread-eagled —- a double-headed Russian eagle to me — across the rosy wallpaper. Shrugging and gesticulating with odd, unexpected movements, his long, bent-back fingers cracking, the nail of one little finger sprouted to astonishing length, he would spin a marvellous web of countries, cities, people and things, conjuring for me a world of shimmering images.  

Every Easter, I received the lovely painted eggs of Russian tradition; some were in papier mâché, elaborately decorated with the Imperial eagle or some regimental insignia; some were gaily painted with peasant designs. When I was six he had sent a tiny one in dark blue enamel with a ribbon of pin's-head diamonds around it, a lavish Fabergé toy. 'Diamonds for a child! It doesn't seem natural does it?' sniffed Nanny, putting it out of reach, until my mother appropriated it for her dressing-table, where it hung beside the looking-glass, on a blue ribbon.“

 

 

 

 

Lesley_Blanch
Lesley Blanch (6 juni 1904 - 6 mei 2007)

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Jean Raphaël Marie Noël Cayrol werd geboren op 6 juni 1911 in Bordeaux. Tot zijn bekendste werken behoren « Poèmes de la nuit et du brouillard“ (1945) en „Muriel ou le temps d'un retour“ (1963) die allebei door Alain Resnais werden verfilmd. In „Poèmes de la nuit et du brouillard“ verwerkte hij zijn tijd in het verzet tijdens WO II, zijn gevangenname in 1942 en zijn deportatie naar het concentratiekamp Mauthausen-Gusen waar hij vanaf 1943 dwangarbeid moest verrichten. Als uitgever bij Éditions du Seuil was hij ontdekker en promotor van schrijvers als Philippe Sollers en Denis Roche. Cayrol was lid van de Académie Goncourt.

 

 

J’accuse

 

Au nom du mort qui fut sans nom

Au nom des portes verrouillées

Au nom de l’arbre qui répond

Au nom des plaies au nom des prés mouillés

 

Au nom du ciel en feu de nos remords

Au nom d’un père qui n’aura plus de fils

Au nom du livre où le sage s’endort

Au nom de tous les fruits qui mûrissent

 

Au nom de l’ennemi au nom du vrai combat

Où l’oiseau avait fait son nid

Au nom du grand retour de flamme et de soldats

Au nom des feuilles dans le puits

 

Au nom des justices sommaires

Au nom de la paix si faible et dans nos bras

Au nom des nuits vivantes d’une mère

Au nom d’un peuple dont s’effacent les pas

 

Au nom de tous les noms qui n’ont plus de renom

Au nom des lois remuantes au nom des Voix

Qui disent oui qui disent non

Au nom des hommes aux yeux de proie

 

Amour je te livre aux premières fureurs de la Joie.

 

 

 

Caryol

Jean Cayrol (6 juni 1911 – 10 februari 2005)

 

 

 

 

De Poolse schrijfster Eliza Orzeszkowa werd geboren op 6 juni 1842 in Hrodna in het gouvernement Grodno (tegenwoordig Belarus). Vanaf 1863 publiceerde zij romans in de trand van George Sand die vaak de onderdrukking van intellectuele vrouwen door hun begriploze mannen tot onderwerp hebben. Zij brak echter pas door met haar romans Eli Makower (1874) en Meir Ezofowicz (1878), waarin de strijd tussen joodse orthodoxie en religieuze vrijheid centraal staat.

 

Uit: An Obscure Apostle (Vertaald door C. S. De Soissons)

 

„Far, far from the line of the railroads which run through the Bialorus (a part of Poland around the city of Mohileff which now belongs to Russia), far from even the navigable River Dzwina, in one of the most remote corners of the country, amidst quiet, large, level fields--still existing in some parts of Europe--between two sandy roads which disappear into the depths of a great forest, there is a group of gray houses of different sizes standing so closely together that anyone looking at them would say that they had been seized by some great fright and had crowded together in order to be able to exchange whispers and tears.

This is Szybow, a town inhabited by Israelites, almost exclusively, with the exception of a small street at the end of the place in which, in a few houses, live a few very poor burghers and very quiet

old retired officials.

It is the only street that is quiet, and the only street in which flowers bloom in summer. In the other streets no flowers bloom, and they are dreadfully noisy. There the people talk and move about continually, industriously, passionately, within the houses and in the narrow dark alleys called streets, and in the round, comparatively large market-place in the centre of the town, around which there are numerous doors of stinking small shops.“

 

 

 

 

Eliza_Orzeszkowa
Eliza Orzeszkowa (6 juni 1842 – 18 mei 1910)

 

Geschreven door Romenu om 18:53 Reageer op dit bericht

Adolf Heyduk, Annie Fields, Ignaz Vinzenz Zingerle, Louis Sébastien Mercier, Pierre Corneille

De Tsjechische dichter Adolf Heyduk werd geboren op 6 juni 1836 in Rychmburk. Hij bezocht de school in Praag en studeerde daarna techniek in Brünn en Praag. In 1860 werd hij docent tekenen en bouw in Písek. Hij schreef ongeveer zestig dichtbundels, waarvan er maar weinig bekend zijn. Wel werden veel van zijn gedichten op muziek gezet, met name door Antonin Dvořák.

 

 

Mein Lied ertönt, ein Liebespsalm

 

Mein Lied ertönt, ein Liebespsalm,

beginnt der Tag zu sinken,

und wenn das Moos, der welke Halm

Tauperlen heimlich trinken.

 

Mein Lied ertönt voll Wanderlust,

wenn wir die Welt durchwallen,

nur auf der Puszta weitem Plan

kann froh mein Sang erschallen.

 

Mein Lied ertönt voll Liebe auch,

wenn Heidestürme toben;

wenn sich befreit zum letzten Hauch

des Bruders Brust gehoben!

 

 

 

 

 

Adolf_Heyduk
Adolf Heyduk (6 juni 1835 – 6 februari 1923)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Annie Adams Fields werd geboren op 6 juni 1834 in Boston. Zij was getrouwd met de schrijver en uitgever James Thomas Fields. Samen met hem stimuleerde zij schrijvers als Sarah Orne Jewett, Mary Freeman en Emma Lazarus. Zij was bevriend met belangrijke personen uit het literaire leven. Hoewel zij ook gedichten publiceerde is zij vooral door haar levensbeschrijvingen bekend geworden.

 

Uit: LIFE AND LETTERS OF HARRIET BEECHER STOWE

 

„Harriet Beecher was born in Litchfield, June 14, 1811. This town was first settled in 1720 in a pleasant high country among hills, lakes, and valleys. Evidently intelligent men founded also this settlement, because they were stirring patriots during the war of the revolution, and were visited by Washington, Lafayette, Rochambeau, and many of the principal officers of the army. One of the chief heroes of that time lived to be a parishioner of Dr. Beecher. Also during his life in Litchfield and helping to make the town famous, were, among others, Governor Oliver Wolcott, Jr., a member of Washington's cabinet, John Pierpont the poet, and Judge Reeve. These men became intimate friends of Dr. Beecher; especially Judge Reeve, who had founded in Litchfield a celebrated law school, to which young men were sent from nearly every State in the union. The Reverend Mr. Huntington, who preceded Dr. Beecher, wrote of Litchfield: "It is a delightful village on a fruitful hill, richly endowed with schools, both professional and scientific, with its remarkable governors and judges, with its learned lawyers and senators, and representatives both in the National and State departments, and with a population enlightened and respectable. Litchfield was now in its glory."

 

 

 

 

sargentfields
Annie Fields (6 juni 1834 – 5 januari 1915)

Portret door John Singer Sargent

 

 

 

 

De Zuidtiroolse schrijver en germanist Ignaz Vinzenz Zingerle werd geboren op 6 juni 1825 in Meran. In 1848 werd hij leraar, in 1858 directeur van de universiteirtsbibliotheek in Innsbruck. Een jaar later werd hij in dezelfde plaats hoogleraar Duitse taal –en literatuur. Hij publiceerde gedichten en verzameldesamen met zijn broer Josef Zingerle Tiroolse sprookjes en sagen.

 

Uit: Sagen aus Tirol (Der Almgeist)

 

„Einst giengen drei Knechte abends in den Wald. Als es anfieng graudunkel zu werden, waren sie nicht mehr weit von der Saubacher Alpe. Weil die Nacht vor der Thüre war, giengen sie hinauf und nahmen in einer Sennhütte Nachtquartier. Sie trugen dürres Reisig zusammen, machten Feuer auf und vertrieben sich mit Jodeln und Spaßen die Zeit. Einer nahm einen hölzernen Block, schnitzte daraus eine plumpe Figur, die er den Almgeist nannte. Dann legten ihr die zwei älteren Knechte unter lautem Gelächter eine alte lumpige Jacke an und setzten ihr einen durchlöcherten Hut auf. Dann hieb der erste ihr Hände und Füße ab, und der Zweite warf sie in's Feuer mit den höhnenden Worten: »Hier brate, damit wir dich fressen können.« Der Jüngste schaute zu, schüttelte aber bedenklich den Kopf und meinte, sie sollten nicht so thun, der Almgeist könnte kommen und sich rächen.“

 

 

 

 

zingerle
Ignaz Vinzenz Zingerle (6 juni 1825 – 17 september 1892)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver en politicus Louis Sébastien Mercier werd geboren in Parijs op 6 juni 1740. Zie ook mijn blog van 6 juni 2007

 

Uit: L'An 2440, rêve s'il en fût jamais

 

„J'arrive, je cherche des yeux ce palais superbe d'où partaient les destinées de plusieurs nations. Quelle surprise! je n'aperçus que des débris, des murs entrouverts, des statues mutilées; quelques portiques, à moitié renversés, laissaient entrevoir une idée confuse de son antique magnificence. Je marchais sur ces ruines, lorsque je fis rencontre d'un étrange vieillard assis sur le chapiteau d'une colonne.
"Oh ! Lui dis-je, qu'est devenu ce vaste palais ?
- Il est tombé !
- Comment ?
- Il s'est écroulé sur lui-même. Un homme, dans son orgueil impatient a voulu forcer ici la nature; il a précipité édifices sur édifices; avide de jouir dans sa volonté capricieuse, il a fatigué ses sujets. Ici est venu s'engloutir tout l'argent du royaume. Ici a coulé un fleuve de larmes pour composer ces bassins dont il ne reste aucun vestige. Voilà ce qui subsiste de ce colosse qu'un million de mains ont élevé avec tant d'efforts douloureux. Ce palais péchait par ses fondements; il était l'image de la grandeur de celui qui l'a bâti. Les rois, ses successeurs, ont été obligés de fuir, de peur d'être écrasés. Puissent ces ruines crier à tous les souverains que ceux qui abusent d'une puissance momentanée ne font que dévoiler leur faiblesse à la génération suivante...“

 

 

 

 

mercier
Louis Sébastien Mercier ( 6 juni 1740 - 25 april 1814)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Pierre Corneille werd geboren in Rouen op 6 juni 1606. Zie ook mijn blog van 6 juni 2007 en ook mijn blog van 6 juni 2008

 

 

Excuse à Ariste

 

... Je sais ce que je vaux, et crois ce qu'on m'en dit.
Pour me faire admirer je ne fais point de ligue :
J'ai peu de voix pour moi, mais je les ai sans brigue ;
Et mon ambition, pour faire plus de bruit,
Ne les va point quêter de réduit en réduit ;
Mon travail sans appui monte sur le théâtre ;
Chacun en liberté l'y blâme ou l'idolâtre.
Là, sans que mes amis prêchent leurs sentiments,
J'arrache quelquefois trop d'applaudissements ;
Là, content du succès que le mérite donne,
Par d'illustres avis je n'éblouis personne ;
Je satisfais ensemble et Peuple et Courtisans ;
Et mes vers en tous lieux sont mes seuls partisans ;
Par leur seule beauté ma plume est estimée ;
Je ne dois qu'à moi seul toute ma renommée,
Et pense, toutefois, n'avoir point de rival
A qui je fasse tort en le traitant d'égal...

 

 

 

 

 

francoissicrecarnavalet
Pierre Corneille (6 juni 1606 – 1 oktober 1684)
Portret door François Sicre

 

Geschreven door Romenu om 18:51 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten