Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 29 juni 2009 tot 30 juni 2009

Czeslaw Milosz, Juli Zeh, José Emilio Pacheco, Jacqueline Zirkzee

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook mijn blog van 30 juni 2006 en ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008.

 

Uit: Hündchen am Wegesrand (Vertaald door Doreen Daume)

 

“Um mein Land kennenzulernen, hatte ich mich in einem Zweispännerauf den Weg gemacht. Ich hatte einen großen Vorrat an getrocknetem Futter dabei und einen hinten am Wagen angebundenen, klappernden Eimer, der dazu diente, die Pferde zu tränken. Auf dieser Reise lernte ich die verschiedensten Gegenden kennen, manche waren hügelig, andere waldig, wieder andere ähnlich der Pußta. Dort ballte sich der Rauch über den Dächern der Gehöfte zusammen, so daß es aussah, als würden diese brennen. Das kam daher, weil diese Gebäude keinen Rauchfang hatten. Ich fuhr auch durch Felder und Seenlandschaften. Wie herrlich war es doch, sich auf diese Art vorwärts zu bewegen, die Zügel schleifen zu lassen, zu warten, bis hinter den Bäumen langsam ein Dorf oder ein Park erschien und darin das Weiß eines Gutshofs. Und immer sprang uns sofort ein kleiner bellender Hund entgegen, eifrig und pflichtbewußt. Das war am Anfang des Jahrhunderts, an dessen Ende wir uns nun befinden. Ich erinnere mich nicht nur an die Menschen, die dort lebten, sondern auch an die Generationen von Hunden, die ihnen bei ihren täglichen Geschäften Gesellschaft leisteten, und einmal, ich weiß nicht woher, sicher war es in einem Traum, den ich gegen Morgen hatte, kam mir diese drollige und fast zärtliche Bezeichnung für sie in den Sinn: "Hündchen am Wegesrand". Ohne Kontrolle. Er konnte seine Gedanken nicht kontrollieren. Sie irrten herum, wo sie wollten, und wenn er ihnen nach ging, wurde ihm übel. Denn es waren keine guten Gedanken, sie brachten es an den Tag, daß er in seinem tiefsten Innern grausam war. Das mußte er sich eingestehen. Er dachte, daß die Welt ein einziges Jammertal sei und daß die Menschen nichts anderes verdienten als ihren eigenen Untergang. Gleichzeitig hatte er den Verdacht, daß die Grausamkeit seiner Phantasie und sein Schaffensimpuls irgendwie zueinander gehörten.Vorübergehend und nur zum Schein Morgens aufstehen und zur Arbeit gehen, mit den Menschen durch Gefühle der Liebe, der Freundschaft oder der Feindschaft verbunden sein - und sich die ganze Zeit darüber im klaren sein, daß all dies nur vorübergehend und zum Schein ist. Unerschütterlich und greifbar warin ihm eigentlich nur die Hoffnung, diese war so stark, daß ihn das Leben selbst bereits ungeduldig machte.”

 

 

 

 

czeslaw_milosz
Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Juli Zeh werd geboren in Bonn op 30 juni 1974. Haar eerste boek was Adler und Engel dat in 2002 werd onderscheiden met de Deutsche Bücherpreis voor het beste debuut. Haar reis door Bosnië en Herzegovina in 2001 was de basis voor haar boek Die Stille ist ein Geräusch. Juli Zeh studeerde rechten in Passau, Krakau, New York en Leipzig. Zeh schrijft ook korte verhalen, theaterstukken en jeugdboeken.

 

Uit: Adler und Engel

 

“Ich habe den Eindruck, dass diese Nacht ein paar Grad kühler ist als die Nächte zuvor. Das wäre, in Übereinstimmung mit meinen Berechnungen, sogar logisch. Es muss Ende August sein, also wird die Hitze nachlassen, falls die Erde nicht doch feststeckt auf ihrer Umlaufbahn, und es wird regnen, irgendwann, vielleicht schon bald.

Mir kommt der Verdacht, dass Clara im Schuppen überhaupt nur auf den Regen wartet, wie eine dieser Wüstenpflanzen, die während der Trockenphasen braun, flach und eingeschrumpft für Monate in einem Winkel liegen können und dabei sogar tot sind im biologischen Sinn. Sobald sie aber Wasser bekommen, erblühen sie innerhalb von Minuten, wachsen zur zehnfachen Größe an, werden grün und nahezu schön. Ich habe dieses Phänomen klar vor Augen, mir fällt sogar der Name der Pflanze ein: Rose von Jericho. Gleichzeitig sehe ich Clara vor mir, wie sie bei den ersten fallenden Tropfen auf Knien und Ellenbogen ins Freie kriechen und solange im Regen liegen bleiben wird, bis sie kräftig genug ist, um sich zu erheben und alleine zu gehen, und dann wird sie diesen Hof verlassen, soviel steht fest. Das würde erklären, warum sie da drin liegt wie ausgeknipst. Tot im biologischen Sinn. Ich werde den Wetterbericht hören müssen. Ich werde einen Gartenschlauch kaufen, ihn am Hahn neben dem Tor anschließen und Wasser auf das Dach des Schuppens und gegen die Fensterscheiben trommeln lassen, um auszuprobieren, ob Clara reagiert, ob sie nach einer Weile kriechend auf der Schwelle erscheint. Lisa von Jericho. »

 

 

 

 

Juli_Zeh
Juli Zeh (Bonn, 30 juni 1974)

 

 

 

 

 

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, essayist en vertaler José Emilio Pacheco werd geboren in Mexico City op 30 juni 1939. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008.

 

 

 

Hoogverraad

 

Ik houd niet van mijn land.

Zijn bovenaardse praal

is ongrijpbaar.

Maar (nu komt er een gemeenplaats)

ik gaf mijn leven

voor tien van zijn landstreken,

voor zekere personen,

havens, dennenbossen,

forten,

een rommelige stad,

grauw, monsterlijk,

voor enkele figuren uit zijn geschiedenis,

bergen en drie of vier rivieren.

 

 

 

Vertaler onbekend

 

 

 

 

Varken tegenover God

 

Ik ben zeven jaar. Door het raam op de boerderij

zie ik hoe een man een kruis slaat

en tot het slachten van een varken overgaat.

Ik wil het schouwspel niet zien.

Bijna menselijk, het voorafgaande

gegil waar ik naar luister.

(Bijna menselijk, zeggen de zoölogen,

zijn de organen van het varken, dat slim is,

meer nog dan honden of paarden.)

Schepselen Gods, zo noemt mijn grootmoeder hen.

Broeder varken, zou de Heilige Franciscus hebben gezegd.

En nu het mes erin en gedruppel van bloed.

En ik ben nog klein maar vraag me al af:

Schiep God de varkens om te worden gevreten?

Wie geeft hij gehoor: het smekende varken

of hem die een kruis slaat voor bij het keelt?

Als God bestaat, waarom dan lijdt dit varken?

Het vlees pruttelt in de olie.

Straks zal ik schrokken als een varken.

Maar ik zal geen kruis slaan aan tafel.

 

 

 

Vertaald door Barber van de Pol

 

 

 

 

 

 

jose_emilio_pacheco
José Emilio Pacheco (Mexico City, 30 juni 1939)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Jacqueline Zirkzee werd geboren in Leiden op 30 juni 1960. Na haar debuutroman Mykene (2001), een historische roman over de Trojaanse Oorlog, schreef ze een romantische bewerking van de legende van Tristan en Isolde: Het Boek van Tristan en Isolde (2004). Ze was co-auteur van de briefroman Iris & Valentine. In 2008 verscheen Het Heksenhuis, een historische roman gebaseerd op de heksenvervolgingen in Bamberg. Zirkzee groeide op in Oegstgeest en studeerde sociale en economische geschiedenis aan de Universiteit Leiden.

 

Uit: Mykene

 

“Ik, Klytemnestra, koningin van Mykene, dochter van de dappere Tindareos, befaamd om mijn schoonheid en schranderheid, heerseres over een uitgestrekt rijk; ik vernietigde de vijanden van ons machtige land en bood de berooide slachtoffers van wrede invallers een toevlucht. Ik aanbad de Drie Godinnen en zag erop toe dat zij kregen wat hun toekwam, en méér; ik hield mij aan de ongeschreven wetten.

Ik heb mijn rijk staande gehouden terwijl overal om ons heen de paleizen ten onder gingen in vuur en geweld. De mensen kunnen vrijelijk over de wegen lopen. In de burcht van Mykene staan de poorten open. De muren en kantelen dromen in de zon; de waterputten zijn toegankelijk voor alle reizigers.

Ik overwon degenen die met wapens de grenzen van Mykene overschreden en vernietigde hen, maar smekelingen die in vrede kwamen liet ik slechts een rechtvaardige belasting betalen, jaar na jaar, in kleding en graan, voor de magazijnen.”

 

 

 

zirkzee
Jacqueline Zirkzee (Leiden, 30 juni 1960)

 

Geschreven door Romenu om 19:59 Reageer op dit bericht

Mongo Beti, Georges Duhamel, Thomas Lovell Beddoes, John Gay

De Kameroense schrijver Mongo Beti (eig. Alexandre Biyidi) werd geboren op 30 juni 1932 in Mbalmayo, een klein dorp ten zuiden van Yaoundé. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008.

 

Uit: Le Rebelle I

 

“Abstraction devrait être faite, au moins provisoirement, du contenu de l'enseignement de tel professeur : faisons simplement remarquer, en passant, que des notions telles que la bonne orthographe, la correction de la langue, etc... s'agissant d'étudiants africains qui, on ne répétera jamais assez cette lapalissade, ne sont pas des Français (et dont le français ne fut jamais la langue maternelle, n'en déplaise à M. Senghor, et cela d'ailleurs en partie par la faute de l'implacable censure des gouvernements des potentats francophiles), demanderaient pour le moins à être renouvelées et précisées par un libre débat, entre responsables français et responsables africains compétents - de préférence aux béni-oui-oui cooptés pour venir faire de la figuration dans ce genre d'instances.“

 

 

 

 

Mongo_Beti
Mongo Beti (30 juni 1932 – 8 oktober 2001)

 

 

 

 

De Franse romanschrijver en essayist Georges Duhamel werd geboren op 30 juni 1884 in Parijs. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008.

 

Uit: Le cinéma

 

“Jamais invention ne rencontra un intérêt plus général et plus ardent. Le cinéma est encore dans son enfance, mais le monde entier lui a fait confiance. Le cinéma a, dès son début, enflammé les imaginations, rassemblé des capitaux énormes, gagné la collaboration des savants et des foules, fait naître, employé, usé des talents innombrables, variés. Il consomme une grande quantité d'efforts, de courage et d'invention. Tout cela pour un résultat minime. Je donne tous les films du monde pour une pièce de théâtre, pour un tableau de peinture, pour un symphonie ! Toutes les œuvres qui ont tenu quelque place dans ma vie, toutes les œuvres d'art dont la connaissance a fait de moi un homme, représentaient d'abord une conquête. J'ai dû les aborder de haute lutte après une fervente passion. Par contre, l'œuvre cinématographique ne soumet notre esprit et notre cœur à nulle épreuve. Elle nous dit tout de suite ce qu'elle sait. Par nature, elle est mouvement, mais elle nous laisse immobiles, comme paralytiques. Beethoven, Molière, Vinci, j'en appelle trois, il y en a cent, voilà vraiment l'art ! Le cinéma m'a parfois diverti, parfois même ému, jamais il ne m'a demandé de me surpasser. Le cinéma n'est pas un art ! »

 

 

 

 

georges_duhamel
Georges Duhamel (30 juni 1884 – 13 april 1966)

Houtgravure door Constant Le Breton.

 

 

 

 

 

De Engelse dichter Thomas Lovell Beddoes werd geboren op 30 juni 1803 in Clifton. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008.

 

 

Another 

 

Tis a moon-tinted primrose, with a well

Of trembling dew; in its soft atmosphere,

A tiny whirlwind of sweet smells, doth swell

A lady bird; and when no sound is near

That elfin hermit fans the fairy bell

With glazen wings, (mirrors on which appear

Atoms of colours that flizz by unseen

And struts about his darling flower with pride.

But, if some buzzing gnat with pettish spleen

Come whining by, the insect ‘gins to hide

And folds its flimsy drapery between

His speckled buckler and soft silken side.

So poets fly the critics snappish heat,

And sheath their minds in scorn and self-conceit.

 

 

 

 

beddoes
Thomas Lovell Beddoes (20 juni 1803 – 26 januari 1849)

 

 

 

 

 

 

De Engelse dichter en dramaturg John Gay werd op 30 juni 1685 geboren in Barnstaple, Devon. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008.

 

 

AN ELEGY ON A LAP-DOG

 

SHOCK'S fate I mourn; poor Shock is now no more,

Ye Muses mourn, ye chamber-maids deplore.

Unhappy Shock! yet more unhappy fair,

Doom'd to survive thy joy and only care!

Thy wretched fingers now no more shall deck,

And tie the fav'rite ribbon round his neck;

No more thy hand shall smooth his glossy hair,

And comb the wavings of his pendent ear.

Yet cease thy flowing grief, forsaken maid;

All mortal pleasures in a moment fade:

Our surest hope is in an hour destroy'd,

And love, best gift of heav'n, not long enjoy'd.

 

Methinks I see her frantic with despair,

Her streaming eyes, wrung hands, and flowing hair

Her Mechlen pinners rent the floor bestrow,

And her torn fan gives real signs of woe.

Hence Superstition, that tormenting guest,

That haunts with fancied fears the coward breast;

No dread events upon his fate attend,

Stream eyes no more, no more thy tresses rend.

Tho' certain omens oft forewarn a state,

And dying lions show the monarch's fate;

Why should such fears bid Celia's sorrow rise?

For when a lap-dog falls no lover dies.

 

Cease, Celia, cease; restrain thy flowing tears,

Some warmer passion will dispel thy cares.

In man you'll find a more substantial bliss,

More grateful toying, and a sweeter kiss.

 

He's dead. Oh lay him gently in the ground!

And may his tomb be by this verse renown'd.

Here Shock, the pride of all his kind, is laid;

Who fawn'd like man, but ne'er like man betray'd.

 

 

 

 

gay
John Gay (30 juni 1685 – 4 december 1732)
Portret door William Aikman

 

Geschreven door Romenu om 19:57 Reageer op dit bericht

Vasko Popa, Ror Wolf, Oriana Fallaci, Giacomo Leopardi, Antoine de Saint-Exupéry

De Servische dichter Vasko Popa werd geboren in Grebenac op 29 juni 1922. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007.

 

 

A Conceited Mistake 

 

Once upon a time there was a mistake

So silly so small

That no one would even have noticed it

 

It couldn't bear

To see itself to hear of itself

 

It invented all manner of things

Just to prove

that it didn't really exist

 

It invented space

To put its proofs in

And time to keep its proofs

And the world to see its proofs

 

All it invented

Was not so silly

Nor so small

But was of course mistaken

 

Could it have been otherwise

 

 

 

 

 

Far Within Us 1 

 

We raise our arms

The street climbs into the sky

We lower our eyes

The roofs go down into the earth

 

From every pain

We do not mention

Grows a chestnut tree

That stays mysterious behind us

 

From every hope

We cherish

Sprouts a star

That moves unreachable before us

 

Can you hear a bullet

Flying about our heads

Can you hear a bullet

Waiting to ambush our kiss

 

 

 

 

Vertaald door Anne Pennington

 

 

 

Vasko_Popa2
Vasko Popa (29 juni 1922 – 5 januari 1991)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ror Wolf (pseudoniem van Raoul Tranchirer) werd geboren op 29 juni 1932 in Saalfeld/Saale. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007 en ook mijn blog van 29 juni 2008.

 

Uit: Verschiedene Möglichkeiten, die Ruhe zu verlieren

 

“Bevor ich geschrieben habe, habe ich gelesen. Bevor ich gelesen habe, habe ich geschrieben. Aber bevor ich geschrieben und gelesen habe, habe ich mir Geschichten erfunden, in die ich nachts wie in den warmen Bauch hineinkriechen konnte.

Es war niemand da, der mir Geschichten erzählt hat. Mein Vater war auf Reisen mit vielen Grüßen. Meine Mutter stand hinter der Ladenkasse und sagte nicht viel. Mein Großvater saß schweigend auf dem Schusterstuhl, unablässig auf Sohlen und Absätze ein¬schlagend, die Zwecken zwischen den Lippen. Meine Großmutter schaute zum Fenster hinaus. Dort sah sie den Spitzberg, den Roten und den Breiten Berg und den Schwarzen Berg und hat mir keine Geschichte erzählt.

Anfang neununddreißig verbrachte ich einige Zeit mit der normalen Schreibschrift nach Ludwig Sütterlin.

Danach folgte die Einübung in die Druckschrift. Mein Vater war mit einer grauen Mütze verschwunden. Meine Mutter stand fremd und fern hinter der Kasse. Mein Großvater war vom Schusterstuhl gefallen und tot. Meine Großmutter schaute zum Fenster hinaus und vertrocknete stumm. Ich las:

der Tisch ist rein. Tasche. Tinte. Tante

die Dose ist rund. Dach. Docht. Daumen

da du dem doch und rund

der Sand die Hand

der Koch das Loch

der Zeiger zeigt die Zeit

Ich las: ich lese ich rechne ich male ich laufe ich lache ich höre ich sehe ich rufe ich freue mich.

Das war also die erste Begegnung mit dem Gedruckten. Ein Abenteuer. Ein Lese-Erlebnis. Ich machte mich auf und davon mit Strohhalm, Kohle und Bohne zum Berg Semsi.”

 

 

 

 

wolf
Ror Wolf (Saalfeld/Saale, 29 juni 1932)

 

 

 

 

 

 

De Italiaanse journaliste en schrijfster Oriana Fallaci werd geboren in Florence op 29 juni 1929. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007 en ook mijn blog van 29 juni 2008.

 

Uit: La rage et l'orgueil

 

« Il se trompe parce que la barbe repousse et le bourkah se remet : pendant les vingt dernières années, l'Afghanistan a été un va-et-vient de barbes rasées et repoussées, de bourkahs retirés et remis. Il se trompe parce que les actuels vainqueurs prient Allah autant que les actuels vaincus : des actuels vaincus ils se distinguent seulement par une question de barbe et en effet les femmes en ont peur comme elles avaient peur des autres.

En plus, les actuels vainqueurs fraternisent avec les vaincus. Ils les remettent en liberté, ils se font acheter pour une poignée de dollars, et en même temps ils se disputent entre eux, ils alimentent le chaos et l'anarchie. Mais surtout il se trompe, l'optimiste, parce que, parmi les dix-neuf kamikazes de New York et de Washington, il n'y avait pas un seul Afghan. Les futurs kamikazes ont d'autres endroits pour s'entraîner, d'autres grottes pour se réfugier.

Regarde bien la carte. Au sud de l'Afghanistan, il y a le Pakistan. Au nord, les Etats musulmans de l'ancienne Union soviétique. A l'ouest, l'Iran. Près de l'Iran, l'Irak. Près de l'Irak, la Syrie. Près de la Syrie, le Liban désormais musulman. Près du Liban, la Jordanie musulmane. Près de la Jordanie, l'Arabie saoudite ultramusulmane. Et de l'autre côté de la mer Rouge le continent africain avec tous ses pays musulmans. Son Egypte et sa Libye et sa Somalie, pour commencer. Ses vieux et ses jeunes qui applaudissent la guerre sainte.

D'ailleurs, la collision entre nous et eux n'est pas militaire. Elle est culturelle, intellectuelle, religieuse, morale, politique. (La collision qui existe et doit exister entre les pays démocratiques et les pays tyranniques.) Et nos victoires militaires ne résoudront pas l'offensive de leur sinistre belligérance. Au contraire, elles l'encouragent. Elles l'enveniment, l'exacerbent. Le pire, pour nous, doit encore arriver : voilà la vérité. Et la vérité ne se trouve pas nécessairement au milieu. Parfois, elle se trouve d'un côté seulement.»

 

 

 

 

fallaci
Oriana Fallaci (29 juni 1929 - 15 september 2006)

 

 

 

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Giacomo Leopardi werd geboren in Recanati op 29 juni 1798. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007 en ook mijn blog van 29 juni 2008.

 

 

To Silvia 

 

Silvia, do you remember

the moments, in your mortal life,

when beauty still shone

in your sidelong, laughing eyes,

and you, light and thoughtful,

went

beyond girlhood’s limits?

 

The quiet rooms and the streets

around you, sounded

to your endless singing,

when you sat, happily content,

intent, on that woman’s work,

the vague future, arriving alive in your mind.

It was the scented May, and that’s how

you spent your day.

 

I would leave my intoxicating studies,

and the turned-down pages,

where my young life,

the best of me, was left,

and from the balcony of my father’s house

strain to catch the sound of your voice,

and your hand, quick,

running over the loom.

I would look at the serene sky,

the gold lit gardens and paths,

that side the mountains, this side the far-off sea.

And human tongue cannot say

what I felt then.

 

What sweet thoughts,

what hopes, what hearts, O Silvia mia!

How it appeared to us then,

all human life and fate!

When I recall that hope

such feelings pain me,

harsh, disconsolate,

I brood on my own destiny.

Oh Nature, Nature

why do you not give now

what you promised then? Why

do you so deceive your children?

 

Attacked, and conquered, by secret disease,

you died, my tenderest one, and did not see

your years flower, or feel your heart moved,

by sweet praise of your black hair

your shy, loving looks.

No friends talked with you,

on holidays, about love.

 

My sweet hopes died also

little by little: to me too

Fate has denied those years. Oh,

how you have passed me by,

dear friend of my new life,

my saddened hope!

Is this the world, the dreams,

the loves, events, delights,

we spoke about so much together?

Is this our human life?

At the advance of Truth

you fell, unhappy one,

and from the distance,

with your hand, you pointed

towards death’s coldness and the silent grave.

 

 

 

 

 

giacomo_leopardi_1
Giacomo Leopardi (29 juni 1798 - 14 juni 1837)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Antoine de Saint-Exupéry werd geboren op 29 juni 1900 in Saint-Maurice-de-Rémens. Zie ook mijn blog van 29 juni 2006 en ook ook mijn blog van 29 juni 2007 en ook mijn blog van 29 juni 2008.

 

Uit: De kleine prins

 

“Vaarwel, zei de vos. Dit is mijn geheim, het is heel eenvoudig: alleen met het hart kun je goed zien. Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar, herhaalde de kleine prins, om het goed te onthouden. Alle tijd die je aan je roos besteed hebt, maakt je roos juist zo belangrijk. De tijd die ik aan mijn roos besteed heb... zei de kleine prins, om het goed te onthouden. Dat is een waarheid, die de mensen vergeten hebben, zei de vos. Maar die moet jij niet vergeten. Je blijft altijd verantwoordelijk voor wat je tam hebt gemaakt. Je bent verantwoordelijk voor je roos....... Ik ben verantwoordelijk voor mijn roos, zei de kleine prins om het goed te onthouden.“

 

 

 

 

saint_exupery
Antoine de Saint-Exupéry (29 juni 1900 - 31 juli 1944)

 

Geschreven door Romenu om 20:02 Reageer op dit bericht

Anton Bergmann, Louis Scutenaire, Paul Lebeau, Willibald Alexis, Joachim Heinrich Campe, Oleg Korenfeld, John W. Toland

De Vlaamse schrijver Anton "Tony" Bergmann werd geboren te Lier op 29 juni 1835. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007.

 

Uit: Uit het studentenleven

 

“Zij namen mij op van top tot teen, deden mij drie-, viermaal ronddraaien, en onderzochten mij van onder tot boven.

‘Hij is de onze,’ verklaart voldaan de kleinste van de drie, die zijn rond hoedje op één oor draagt, en veel rekent op een hemelsblauw halsdoekje met gouden speld, om effect te maken in de wereld.

‘Binnengepalmd!’ bevestigt de tweede, terwijl hij de hand legt op mijn fraaiste sigarenkistje - een geschenk van mijnheer Van Bottel, voor de groote gelegenheden weggezet, - en zonder permissie een mijner fijne panatellas opsteekt.

‘Indien hij waardig wordt bevonden om met ons te strijden en te kampen!’ spreekt statig de derde uit, die op de marmeren plaat der commode, met de beenen uiteen en de armen op de knieën, heeft post gevat, en mij uit de hoogte door een inquisitoriaal kijkglaasje beschouwt.

De lust om kwaad te worden, de zucht om mijnen persoon en mijn lokaal unguibus et rostro te verdedigen, prikkelen mij geweldig: - dat ik nog eens collegejongen ware! - maar foei, ik ben student en vind het geraadzamer te lachen.

‘Gezien en goedgekeurd,’ vonniste eindelijk de man van de commode, een blonde Vlaming, met lange haren, gekruld à la jeune Allemagne, die er op gezet is de Duitsche studenten na te bootsen, zich Ulrich en Ludoph laat noemen, eene bonte gilet en een gekleurd klakje draagt, en zeker de lange pijp en de Germaansche Schlage zou invoeren, indien hij maar een beetje aanmoediging ontmoette.”

 

 

 

 

Bergmann_Anton
Anton Bergmann (29 juni 1835 – 21 januari 1874)

 

 

 

 

 

De Belgische surrealist, schrijver, dichter en dwarse geest Louis Scutenaire werd geboren in Ollignies op 29 juni 1905. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007

 

Uit: Mes Inscriptions

 

„Quand j'étais tout jeune, les accidents de travail étaient si fréquents dans mon pays que les gens, au passage d'un mort suivi du train de ses funérailles, ne demandaient pas : Qui est-ce ? mais, avec leur noire ironie : Quel trou ? ce qui voulait dire : Dans quelle carrière a-t-il été tué ? Comme si toutes ces morts n'eussent point suffi, aux grèves les gendarmes venaient tirer sur les ouvriers. Je me souviens d'une manifestation que j'avais suivie sur les épaules de Mémé Diablot. Les gendarmes tirèrent et, nous jetant sur le sol, nous avançâmes à plat ventre pendant bien trois cents mètres. À côté de moi, un grand type en velours à côtes, Victor Pintat, hurlait dans son enthousiasme émeutier et dansait en rampant.“

 

 

 

 

Scutenaire
Louis Scutenaire (29 juni 1905 – 15 augustus 1987)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Paul Lebeau werd geboren in Borgerhout op 29 juni 1908 – Brussel. Na zijn middelbare school studeerde hij Germaanse Filologie te Leuven, waar hij redactiesecretaris werd van het studentenblad Ons Leven. Verder was hij actief lid van KVHV-Leuven, waar hij meerdere bestuursfuncties heeft waargenomen. In 1931 begon hij een loopbaan in het onderwijs, maar nadat hij in 1934 met succes had deelgenomen aan een interuniversitaire wedstrijd, kreeg hij de kans verder te studeren. Hij volgde cursussen in vergelijkende literatuurstudie te Parijs en Berlijn, en kreeg daar les van gerenommeerde specialisten. Na de oorlog was Lebeau redacteur van Dietsche Warande en Belfort en bestuurslid van Boekengilde De Clauwaert. Onder het pseudoniem van Lambert Stiers trad hij toe tot de redactie van het Vlaams-nationale, culturele maandblad Golfslag. In 1953 stichtte hij de literaire kring De Tafelronde en was mederedacteur van het gelijknamige tijdschrift. Terug in België gaf hij les aan verschillende athenea, tot hij in 1958 werd aangesteld als docent aan de toenmalige Economische Hogeschool Sint-Aloysius en vanaf 1960 ook aan de Facultés Universitaires St. Louis, allebei te Brussel. Deze functie bleef hij uitoefenen tot zijn pensionnering in 1978. In 1970 werd Lebeau lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde als opvolger van Stijn Streuvels.

 

Uit: Xantippe

 

“Zo spreekt Xanthippe
tot Lamprokles, Sophroniskos en Menexenos:
Weent niet mijn zoons, nu gij deze rol uit mijn dode handen hebt losgemaakt, maar luistert naar mijn woorden. Ik heb de scheerlingbeker gedronken zoals destijds uw vader Sokrates. Want mijn taak is volbracht nu ook Menexenos gehuwd is en gij allen gelukkig woont in uw eigen huis.
Ik ben niet heengegaan omdat gij mij verlaten hebt en nu een andere vrouw uw kleren weeft en uw maal bereidt. Ook niet omdat ik oud ben en mijn schoonheid sinds lang vervlogen weet als de rook van een uitgebrand vuur. En vooral niet omdat gij, mijn goede Hippobotos, die mij en de mijnen zoveel goeds gedaan hebt al die jaren, iets zoudt nagelaten hebben om mij gelukkig te maken.
Maar zoals de slavin, die 's avonds de kinderen van haar meesteres heeft te ruste gelegd en even aan de deur van hun kamer luisteren wil naar de regelmaat van hun ademhaling, slechts het onrustig kloppen voelt van haar eigen hart om zich dan te spoeden naar de duistere boomgaard achter 't huis waar haar geliefde wacht, zo spoed ik mij, nu ik u bezorgd weet, naar de duistere Hades, want waar mijn man is daar hoor ook ik.”

 

 

 

 

lebeau
Paul Lebeau (29 juni 1908 – 18 oktober 1982)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Willibald Alexis (eig. Georg Wilhelm Heinrich Häring) werd geboren op 29 juni 1798 in Breslau. Vanaf 1817 studeerde hij in Berlijn en Breslau geschiedenis en rechten. Na het succes van zijn eerste roman Walladmor in 1824 ruilde hij zijn loopbaan als jurist in voor het schrijven. Vanaf 1827 woonde hij in Berlijn waar hij de leiding had over het Berliner Konversationsblatt. Uit protest tegen de toenemende censuur legde hij het redactiewerk in 1835 neer. Hij werkte verder inBerlijn als feuilletonist en zelfstandig schriijver. Alexis geldt als de grondlegger van de realistische historische roman in Duitsland.

 

Uit: Ruhe ist die erste Bürgerpflicht oder Vor 50 Jahren

 

»Und darum eben«, schloss der Geheimrat.

In seiner ganzen Würde hatte er sich erhoben und gesprochen. Charlotte hatte ihn nie so gesehen. Der Zorn strömte über die Lippen, bis vor dem Redefluss des Kindermädchens allzeit fertige Zunge verstummte. Sie war erschrocken zurückgetreten, bis sie sich selbst verwundert an der Türe fand; aber der Geheimrat schritt noch in der Stube auf und ab.

Charlotte hatte leise zu weinen angefangen – »Aber Herr Geheimrat, um solche Kleinigkeit!«

»Eine Kleinigkeit, die Angst besorgter Eltern um Ihre Kinder! – Fünf Stunden von Hause fort, ohne eine Sterbenssilbe mir zurückzulassen, und die Kleinen mitgenommen, ohne um Erlaubnis zu fragen!«

»Herr Geheimrat«, schluchzte sie, »haben nie nachgefragt, ich weiss auch gar nicht, warum jetzt!«

»Schweige Sie!« fuhr der Hausherr fort. »Sie hat kein Einsehen, keine Moralität. Sie missbraucht meine Güte. Sie muss aus meinem Hause. Es haben sich schon viele gewundert, dass ich Sie noch behielt. Aber Sie schlägt mit Ihrer Unverschämtheit den Boden aus dem Fass. Versteht Sie mich! Ein Glück noch, dass wir vom Viertelkommissar erfuhren, dass Sie zur Exekution hinaus war, wir hätten sonst gar nicht gewusst, wo Sie geblieben war.«

»Wenn das die selige Frau Geheimrätin wüsste«, schluchzte das Mädchen, »das war eine seelensgute Frau. Und wie oft hat sie gesagt: ›Wenn wir nicht wären, mein Mann kümmert sich gar nicht um die Kinder.‹ Ja, das hat sie gesagt, nicht einmal, hundertmal. Und haben Herr Geheimrat jetzt auch nur einmal nach den Kindern gefragt? Das eben aber sagten die selige Frau Geheimrätin: ›Er hat kein Herz für sie!‹ Und es war eine Frau, so sanft wie die himmlische Güte und viel zu gut für diese Welt, und wer nur ihre stillen Tränen gesehen hat, die sie nachts vergoss, und darum nahm der liebe Gott sie zu sich, und sie würde sich im Sarge umdrehen, wenn sie wüsste, dass Herr Geheimrat mir darum solchen Affront antun.«

 

 

 

Willibald_Alexis
Willibald Alexis (29 juni 1798 – 16 december 1871)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver, taalkundige, pedagoog en uitgever Joachim Heinrich Campe werd geboren op 29 juni 1746 in Deensen bij Holzminden. Hij was een vruchtbaar schrijver die als eerste planmatig de boekdrukkunst in dienst stelde van een pedagogische scholing van brede delen van de bevolking. Zijn werk "Robinson der Jüngere" was het eerste boek dat specifiek voor de jeugd geschreven was. Het door hem uitgegeven 16-delige werk Allgemeine Revision des gesamten Schul- und Erziehungswesens" (1785-92) was de eerste poging om in een handboek de pedagogische kennis van zijn tijd kritisch te presenteren.

 

Uit: Robinson der Jüngere

 

“Gotlieb. Was heist das, Vater?

Vater. Wirst es gleich hören. Wir lieben euch auch, wie ihr wißt; aber eben deswegen halten wir euch zur Arbeit an, und lehren euch viel angenehme und nüzliche Dinge, weil wir wissen, daß euch das gut und glüklich machen wird. Aber Krusoe's Eltern machten es nicht so. Sie liessen ihrem lieben Söhnchen in allem seinen eigenen Willen, und weil nun das liebe Söhnchen lieber spielen, als arbeiten und etwas lernen mogte: so liessen sie es meist den ganzen Tag spielen, und so lernte es denn wenig oder gar nichts. Das nennen wir andern Leute eine unvernünftige Liebe.

Gotlieb. Ha! ha! nu versteh ich's.

Vater. Der junge Robinson wuchs also heran, ohne daß man wuste, was aus ihm werden würde. Sein Vater wünschte, daß er die Handlung lernen mögte; aber dazu hatte er keine Lust. Er sagte, er wolte lieber in die weite Welt reisen, um alle Tage recht viel neues zu sehen und zu hören.

Das war nun aber recht unverständig gesprochen von dem jungen Menschen. Ja,

wenn er schon was rechts hätte gelernt gehabt! Aber was wolte ein so unwissender Bursche, als dieser Krusoe war, in der weiten Welt machen? Wenn man in Ländern sein Glük machen wil: so muß man sich erst viel Geschiklichkeit erworben haben. Und daran hatte er bisher noch nicht gedacht.

Er war nun schon siebenzehn Jahr alt, und hatte seine meiste Zeit mit Herumlaufen zugebracht. Täglich quälte er seinen Vater, daß er ihn doch mögte reisen lassen; sein Vater antwortete: er wäre wohl nicht recht gescheit, und wolte nichts davon hören. Söhnchen, Söhnchen! rief ihm dan die Mutter zu, bleibe im Lande und nähre dich redlich!

Eines Tages -

Lotte. Haha! nun wirds kommen!

Nikolas. O stille doch!”

 

 

 

 

Joachim_Heinrich_Campe
Joachim Heinrich Campe (29 juni 1746 – 22 oktober 1818)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 29 juni 2008.

 

De Amerikaans-Russische dichter en schrijver Oleg Korenfeld werd geboren op 29 juni 1977 in Khabarovsk, Rusland. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007.

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 29 juni 2007.

 

De Amerikaanse schrijver en historicus John Willard Toland werd geboren op 29 juni 1912 in  La Crosse, Wisconsin.

 

Geschreven door Romenu om 19:59 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten