Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 7 juli 2009 tot 8 juli 2009

Maria van Daalen, Walter Hasenclever, Richard Aldington, Jean Ray

De Nederlandse dichteres Maria van Daalen werd geboren op 8 juli 1950 in Voorburg. Zie ook mijn blog van 25 augustus 2006 en ook mijn blog van 8 juli 2007 en ook mijn blog van 8 juli 2008.

 

 

 

Het sonnet met opzet

 

Als ik je niet in je gezicht geslagen
had, als je niet had teruggeslagen , zo hard
dat er na drie maanden nog steeds een zwarte,
een onderhuidse bloeduitstorting lagen

 

diep, een dove plek onder de huid van mijn
gezicht zit, en mijn ribben opnieuw gekneusd,

nu met splinters die rondwandelen en leuk-

weg nog eens in mijn hart steken: zou je zijn

 

klaargekomen met minder geweld dan je
meedraagt, kracht die je gericht, en kort, gebruikt
en niet verspilt, ook al lijkt je lachen soms

 

snik ken, is het uitlokken ervan echt stom
of, zoals je later aan je vingers ruikt,
die blik, die hardheid, daarom houd ik van je.

 

 

 

 

 

Onderweg naar Egypte

 

We zaten samen op mijn lange waxcoat.
Het was oktober in een bos in Drenthe,
de zon warm op het gras, het leek wel lente.
Zij had de picknicktas met kaas, fruit en brood.

We keken naar de letters in de beuk, groot
gegroeid sinds onze geboorte, we prentten
ons de stilte in, de taal die niet went en
'op jouw jas ben ik altijd veilig' besloot ze

ze, de muze danste in haar lichaam, ving
me het licht van haar ogen op in een kom,
schraapte het beenmerg uit haar botten, ontbloot

een mes dat ik later van haar leende om
de kurk uit de wijnfles te wippen, zingend
liet een druppel los. De aarde kleurde rood.

 

 

 

 

 

Sea View

 

He feeds me salmon as if it’s fish, breaks the

too thin, too white toast, and the salty scent of

sea view, beach catch, somersaulting seagulls hangs

in the wake of the fisherman, gives me the

 

bedewed glass of gold-glowing, sparking champagne

from the windowsill. I’m a young that cries out

and with his hand he presents me as devout 

as ever eternity. Eat, for you may

 

need that if you want to accompany me

on my way. The road is long, beyond the sea,

we are going to walk, do you want to wear

 

my dark blue coat which is warm and light, I hold

on to your hand, will you always stay close

to me? When we two are together we’re home.

 

 

 

 

Vertaald door Renée Delhez

 

 

 

 

MariavanDaalen
Maria van Daalen (Voorburg, 8 juli 1950)

 

 

 

 

 

De expressionistische Duitse schrijver en dichter Walter Hasenclever werd op 8 juli 1890 in Aken geboren. Zie ook mijn blog van 8 juli 2007 en ook mijn blog van 8 juli 2008.

 

 

Begegnung

 

Sag aus meer- und wolkenhaftem Munde,

Schon verirrt in deines Bettes Nacht,

Wo du mit dem andern schliefst im Bunde:

Welche Stunde bist du aufgewacht?

 

Wann begannen dunkel dir zu tönen

Uhr und Glas auf deines Tisches Rand;

Wann erhobst du dich aus dumpfem Stöhnen,

Schauernd unter einer fremden Hand?

 

In derselben ängstlichen Sekunde

Schloß mir jene auf ihr Gartentor,

Wo ich stand verloren in der Runde

Schwarzer Bäume und dem Sternenchor.

 

Plötzlich allen nächtlichen Verbannten

War ich nahe in der gleichen Zeit -

Und da fühlt ich, daß wir uns erkannten

Tief in Treue aus der Wirklichkeit.

 

 

 

 

 

Die rote Laterne

Auf einmal wird es menschenleer,
Als blieb die Straße stehn
Im Dunkeln, und man hört nichts mehr
Als immer nur sein eignes Gehn.

Aus dieser abgeschiedenen Welt
Hebt sich in grauem Ton ein Haus.
Halb offen ist das Tor, es fällt
Ein matter Glanz aus ihm heraus.

Und nur der Glanz - sonst tot und leer.
Wie eigentümlich diese Angst,
Mit der Du plötzlich immer mehr
Herein und nach der Klinke langst.

Wie eigentümlich dieser Mut,
Mit dem Du nun an nichts mehr denkst,
Auf einmal drin bist und den Hut
An irgend einen Nagel hängst.

 

 

 

 

 

Hasenclever

Walter Hasenclever (8 juli 1890 – 21 juni 1940)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver en dichter Richard Aldington werd geboren op 8 juli 1892 in Portsmouth. Zie ook mijn blog van 8 juli 2007 en ook mijn blog van 8 juli 2008.

 

 

Images 

 

I

 

Like a gondola of green scented fruits

Drifting along the dark canals of Venice,

You, O exquisite one,

Have entered into my desolate city.

 

II

 

The blue smoke leaps

Like swirling clouds of birds vanishing.

So my love leaps forth toward you,

Vanishes and is renewed.

 

III

 

A rose-yellow moon in a pale sky

When the sunset is faint vermilion

In the mist among the tree-boughs

Art thou to me, my beloved.

 

 

 

 

 

 

 

aldington
Richard Aldington (8 juli 1892 – 27 juli 1962)

 

 

 

 

 

De Frans- en Nederlandstalige Belgische schrijver Jean Ray (bekendste pseudoniem van Raymond de Kremer) werd geboren op 8 juli 1887 in Gent. Zie ook mijn blog van 8 juli 2007 en ook mijn blog van 8 juli 2008.

 

Uit: Rues

 

« Un lustre à  pendeloques de cristal jetait l'arc-en-ciel par poignées sur un comptoir blanc où trônaient les vastes pièces montées d'antan, aux remblais de nougat brun. Sur les étagères s'alignaient les théories des bocaux en casque à  mèche, bourrés de croquignoles, de darioles au beurre, de meringues amandines. Une pyramide de petits fours au massepain m'attira. Je poussai la porte et un carillon japonais aux notes sautillantes annonça le client. Personne ne vint.

J'appelai: "Quelqu'un?" Mais mon appel resta sans réponse.

Une draperie de peluche grenatés parait le magasin de l'arrière-boutique. Je la soulevai et découvris un petit salon de consommation très coquet, un véritable nid de blancheurs irisées. La fenètre était obturée par de beaux vitraux de couleur; ils étaient éclairés de derrière par le reflet de ce que je crus être un grand feu fort agité.

Je lançai un deuxième et vain appel.

Une porte latérale devait donner sur un couloir intérieur: elle était fermée et je ne pus l'ouvrir.

Au-dehors la pluie faisait toujours rage et l'obscurité s'épaississait. Je pris une soudaine résolution devant tant d'indifférence.

Je raflai la pyramide et en bourrai deux grands sacs de papier, en disant: "Je reviendrai payer cela demain".

Les petits fours furent déclarés excellents; tous ceux qui en goùtèrent durent avouer n'en avoir jamais mangé de meilleurs, et c'était vrai.

Je ne retournai pas le lendemain à  la pâtisserie, mais quelques jours plus tard. Elle n'y était pas ou plus, mais je me trouvai devant la petite maison bourgeoise que j'y avais toujours vue!

J'allai aux informations chez un coiffeur voisin.

- Une pâtisserie? Il n'y en a jamais eu, s'écria le brave homme, et il y a plus de vingt ans que je suis établi ici. »

 

 

 

 

RAY
Jean Ray (8 juli 1887 – 17 september 1964)

 

Geschreven door Romenu om 20:19 Reageer op dit bericht

Jean de La Fontaine, Julius Mosen, Christopher Kloeble, Martin Jankowski, Hanns Johst

De Franse dichter en schrijver Jean de La Fontaine werd op 8 juli 1621 geboren in Château-Thierry in Champagne. Zie ook mijn blog van 8 juli 2006 en ook mijn blog van 8 juli 2007 en ook mijn blog van 8 juli 2008.

 

 

De wolf en het lam

 

't Gebeurde eens, dat een lam in 't koele water plaschte,
Aan d'afloop van een heldre beek,
Toen hem op eens een wolf verraste,
Die, nuchter uitgevast, rondsnuffelde in de streek.
"Wat!" riep hij met vergramde kaken:
"Het water dat ik drink komt gij hier troebel maken?
Gestraft moet die vermetelheid!"
"Maar, Sire!" sprak het lam, "ik bid Uw Majesteit
Wel allerneedrigst om genade,
En smeek haar niet voorbij te zien
Dat ik nog wel een pas of tien
Van 't plekjen waar Zij staat, beneden strooms, mij baadde,
Zoodat ik 't water van Haar bron
Onmooglijk troebel maken kon."
"Dat hebt gij toch gedaan!" riep Grimbaard in zijn toren,
"Maar 'k ben door u, verleden jaar,
Bebabbeld bovendien! Of is dat ook niet waar?"
"Hoe kan dat?" zuchtte 't lam, "Ik was nog niet geboren:
Mijn moeder zoogt mij nog." - "Dan is 't uw broer geweest."
"Ik heb geen broer." - "Dan toch het een of ander beest
Van uw famielje! Ik heb steeds boosheid ondervonden
Van u, uw herders, en uw honden!
Dat eischt in 't eind een goede les."
En zonder vorm zelfs van proces
Heeft Grimbaard, één, twee, drie het arme schaap verslonden.

 

Helaas, zóó gaat het maar in 't ondermaansche slijk:
De sterkste heeft altijd gelijk!

 

 

 

 

 

Fontaine
Jean de La Fontaine (8 juli 1621 – 13 april 1695)

Portret door Hyacinthe Rigaud

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Julius Mosen (eig. Julius Moses) werd geboren op 8 juli 1803 in Marieney in het Vogtland. Zie ook mijn blog van 8 juli 2007.

 

Uit: Georg Venlot

 

„Der Tag des blumigen Johannisfestes neigte sich dem Ende zu. Der letzte Strahl der untergehenden Sonne blitzte noch einmal über die Hügel hinüber, und schien sich nur ungern von der bräutlich geschmückten Erde zu trennen. Ueber die Thäler legte sich ein bläulicher Nebelflor, während ein linder Luftzug das blühende Getraide auf den langhingestreckten Feldflächen, und die duftenden Blumen auf den Rainen und Wiesen flüsternd bewegte. Das Geläute aus den umherliegenden Ortschaften tönte in der Luft mit dem Summen der Käfer zusammen.

An diesem Abende, der in Blumen und Blättergesäusel, mit allen seinen Blüthenwonnen und Düften zu Träumen und lieblichem Sehnen das Herz lockte, ergingen sich zwei Jungfrauen, still und freundlich, wie die sie umgebende Natur, auf einem rasigen Feldwege, welcher sich hinter dem Städtchen R....r durch die üppigste Flur hinzog. Kaum möchte ein glückliches Auge irgendwo zwei schönere Frauengestalten beisammen sehen.

Blühte auch die Eine von ihnen lieblich in frischer rosiger Gesundheit, in schöner Fülle schlanker Glieder, und hob sich auch zu unsäglicher Anmuth ihr dunkelumlocktes Haupt frei und edel im lieblichen jungfräulichen Trotze empor, so daß sich fast kaum ein höherer Liebreiz denken ließ, so möchte dennoch ihre Gefährtin neben ihr nicht mißfallen haben. – Es war eine hohe, königliche Gestalt, zart und etwas bleich ihr Antlitz, nichtsdestoweniger aber ihr Mund in heller frischer Röthe ausgewoben. In ihren klaren, blauen Augen, welche sie aus Gewohnheit fast immer niederschlug, schien ein geheimes, wonniges Träumen zu schweben. So leicht hinwandelnd im bläulichen Gewande, schien sie wie eine Feenerscheinung in der Luft zerfließen zu wollen.“

 

 

 

 

Mosen
Julius Mosen (8 juli 1803 – 10 oktober 1867)

Standbeeld in Marieney

 

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

 

 

De Duitse schrijver Christopher Kloeble werd in 1982 geboren in München. Hij groeide op in Königsdorf / Oberbayern. Hij kreeg een zangopleiding bij het Tölzer Knabenchor. Hij studeerde in München (o.a. creatief schrijven), Dublin en aan het Deutsche Literaturinstitut in Leipzig, Hij werkte o.a. voor de Süddeutsche Zeitung. In 2008 verscheen zijn romandebuut Unter Einzelgängern. Dit jaar verscheen zijn verhalenbundel Wenn es klopft.

 

Uit: Unter Einzelgängern

 

„Eben wollte sie den Schlüssel abziehen, als es an der Tür läutete. Das konnten unmöglich schon Simon und Katrin sein; ein Blick auf die Wanduhr neben dem Sekretär verriet ihr, dass es erst elf Uhr war. Während sie den Einkaufskorb auf einem Bein balancierte, versuchte sie, den Hörer der Sprechanlage abzunehmen. Gerade als sie ihn zwischen Schulter und Kopf geklemmt hatte, rutschte der Fußabtreter unter ihrem Standbein weg, sie verlor das Gleichgewicht, die Einkäufe verteilten sich auf dem Parkett und zwei Tomatendosen rollten klackernd über die Treppenstufe, die vom Eingangsflur ins Wohnzimmer führte. Im letzten Moment bekam sie den Hörer zu fassen, das Kabel spannte sich, knackste dort, wo es in der Sprechanlage verschwand, und dehnte sich noch etwas mehr. Sie griff mit der zweiten Hand zu und zog, um ihr Gleichgewicht wiederzuerlangen; es kostete sie unnatürlich viel Kraft, als wehrte sich ihr Körper dagegen. Sie stöhnte leise und wollte mit der anderen Hand übergreifen, da riss das Kabel mit einem trockenen, flüchtigen Laut aus der Wand, sie streckte sich, verlagerte ihr Gewicht nach hinten, um dem gläsernen Abstelltisch auszuweichen, und prallte seitlich aufs Parkett.

Als sie die Augen öffnete, war es dunkler. Hatte sie geschlafen? Neben dem geöffneten Fenster, am anderen Ende des Zimmers, winkte ihr müde der Vorhang zu. Draußen hörte sie den Wind und stellte sich vor, wie er mit Blättern jonglierte und Bäume sich gegen ihn stemmten. Hitze überfiel ihr Gesicht und Kribbeln breitete sich auf ihrem Kopf aus. Es läutete ein weiteres Mal. Sie wollte einen Arm heben, um sich aufzustützen - nichts rührte sich“.

 

 

 

 

Kloeble
Christopher Kloeble (München, 1982)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Martin Jankowski werd in 1965 in Greifswald geboren. In de jaren tachtig hoorde hij als dichter en zanger tot de kringen van de oppositie in Leipzig. Tegenwoordig woont hij als zelfstandig schrijver in Berlijn, Van 2001 tot 2004 was hij mede-organisator van het internationale literatuurfestival in Berlijn. Behalve gedichten en liederen publiceerde hij ook toneelteksten, verhalen en essays. In 1999 verscheen zijn roman over „die Wende“, Rabet oder Das Verschwinden einer Himmelsrichtung

 

 

 

 sängerkrieg

 

                             sklaven, lasst uns des lebens nicht fluchen (zech)

 

 

im sommer wenn die feste

steigen an den ufern der

städte kommen die sänger

und machen mich stumm

 

lächelnd huldigen

sie dem hornissennest

mit arabesken des geistes

im elend des steins

 

vor meinen fenstern hebt

der nussbaum seine siegeräste

in seinen zweigen verglüht

feierlich breit der abend

 

in mir ein kuckuck

den es gar nicht gibt

und die blicke der mädchen

mit den nackten händen

 

berühren mich

 

schmerzlich

wie das lachen

der andern

 

 

 

 

 

Jankowski
Martin Jankowski (Greifswald, 1965)

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 8 juli 2007.

 

De Duitse schrijver en nationaalsocialist Hanns Johst werd geboren op 8 juli 1890 in Seerhausen.

 

Geschreven door Romenu om 20:17 Reageer op dit bericht

Lion Feuchtwanger, Vladimir Majakovski, Jeff VanderMeer, Reinhard Baumgart, Clemens Haipl

De Duitse schrijver Lion Feuchtwanger werd geboren in München op 7 juli 1884. Zie ook mijn blog van 7 juli 2007 en ook mijn blog van 7 juli 2008.

 

 

Uit: Der Teufel in Frankreich

 

Als er einen überfahren hatte

 

Hunde sind intelligent, Hühner und Fußgänger weniger, Radfahrer garnicht.

So kam es, daß einer in Herrn B. W. Smith′ neuen Chrysler Six hineinfuhr.

wobei das Auto garnicht, der Radfahrer letal beschädigt wurde.

Als Herr B. W. Smith vor der übel zugerichteten Leiche -

auch das Rad sah nicht gut aus -

stand,

überlegte er dieses:

 

Viele Opfer erfordert der Fortschritt des Verkehrs.

In Anbetracht der steigenden Unfallziffern müssen die Verkehrsgesellschaften

ihre Prämien erhöhn.

 

Dieser Radfahrer hat vielleicht ein Baby, vielleicht auch mehrere.

Die Unsterblichkeit der Seele ist eine prächtige Idee.

 

Media in vita -

doch infolge abbröckelnden Lateins kam er mit diesem Gedanken

nicht ganz zu Rande.

 

Trotz tiefen Nachdenkens ließ er hierbei seine Zigarre nicht ausgehn,

was die Umstehenden in Hinsicht auf den anwesenden toten Radfahrer empörte,

so daß einige schon von Teeren und Federn etwas fallen ließen:

als im rechten Augenblick ein Polizeimann eintraf

und den Tatbestand aufnahm.

 

Herr B. W. Smith war vorschriftsmäßig gefahren und ihm konnte nichts passieren.

Gleichwohl störten ihn, noch als er im Chefkabinett seiner Dachziegelfabrik über einer schwierigen Kalkulation saß,

 

Erwägungen solcher Art:

 

daß, wer den Gedanken der Unsterblichkeit zuerst gedacht hatte,

ein flotter Bursche gewesen sein müsse,

daß enge Beziehungen seien zwischen

Verkehrsfortschritt und Sterblichkeitsziffer,

daß die Unfallversicherungsprämien erhöht werden müßten,

und daß überhaupt mitten im Leben wir

im Tode seien.

 

 

 

 

feuchtwanger
Lion Feuchtwanger (7 juli 1884 – 21 december 1958)

 

 

 

 

 

 

De Russische dichter Vladimir Majakovski werd op 7 juli 1893 in Georgië geboren. Zie ook mijn blog van 7 juli 2006 en ook mijn blog van 7 juli 2007  ook mijn blog van 7 juli 2008.

 

 

Back Home

 

Thoughts, go your way home.

Embrace,

depths of the soul and the sea.

In my view,

it is

stupid

to be

always serene.

My cabin is the worst

of all cabins -

All night above me

Thuds a smithy of feet.

All night,

stirring the ceiling’s calm,

dancers stampede

to a moaning motif:

“Marquita,

Marquita,

Marquita my darling,

why won’t you,

Marquita,

why won’t you love me …”

But why

Should marquita love me?!

I have

no francs to spare.

And Marquita

(at the slightest wink!)

for a hundred francs

she’d be brought to your room.

The sum’s not large -

just live for show -

No,

you highbrow,

ruffling your matted hair,

you would thrust upon her

a sewing machine,

in stitches

scribbling

the silk of verse.

Proletarians

arrive at communism

from below -

by the low way of mines,

sickles,

and pitchforks -

But I,

from poetry’s skies,

plunge into communism,

because

without it

I feel no love.

Whether

I’m self-exiled

or sent to mamma -

the steel of words corrodes,

the brass of the brass tarnishes.

Why,

beneath foreign rains,

must I soak,

rot,

and rust?

Here I recline,

having gone oversea,

in my idleness

barely moving

my machine parts.

I myself

feel like a Soviet

factory,

manufacturing happiness.

I object

to being torn up,

like a flower of the fields,

after a long day’s work.

I want

the Gosplan to sweat

in debate,

assignning me

goals a year ahead.

I want

a commissar

with a decree

to lean over the thought of the age.

I want

the heart to earn

its love wage

at a specialist’s rate.

I want

the factory committee

to lock

My lips

when the work is done.

I want

the pen to be on a par

with the bayonet;

and Stalin

to deliver his Politbureau

reports

about verse in the making

as he would about pig iron

and the smelting of steel.

“That’s how it is,

the way it goes …

We’ve attained

the topmost level,

climbing from the workers’ bunks:

in the Union

of Republics

the understanding of verse

now tops

the prewar norm …”

 

 

 

Vertaald door Mitch Abidor

 

 

 

 

 

VladimirMajakovsky
Vladimir Majakovski (7 juli 1893 - 14 april 1930)

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Jeffrey Scott VanderMeer werd geboren op 7 juli 1968 in Belfont, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 7 juli 2007  en ook mijn blog van 7 juli 2008.

 

Uit: Finch

 

“Finch, at the apartment door, breathing heavy from five flights of stairs, taken fast. The message that’d brought him from the station was already dying, red spore smear on a limp circle of green fungal paper that had minutes before squirmed clammy in his hand. Now he had only the door uncanny to pass through, marked with the gray caps’ symbol. The mark smelled like the thick perfume his wife had used to cover the stench of her dying.

Nothing would pass, except him.

An act of will, crossing that divide. Always. Nausea. A sudden flash of his partner Gray, telling him he was compromised, him replying, “I don’t have an opinion on that.”

Everyone’s a collaborator. Everyone’s a rebel. The truth’s in the weight of each. Written on a wall at a crime scene. Maybe the Lady in Blue had said it, once.

The knob was cold but grainy, the left side rough with light green fungus. Just like the left side of his right hand. It always felt like a point of no return, and yet he kept returning.

I am not a detective. I am not a detective.

Inside, a tall Partial dressed all in black stood halfway down the hall, staring into a doorway. Beyond him, a dark room. A worn bed. White sheets dull in the shadow. Didn’t look like anyone had slept in it in months. Dusty floor. His place had looked like this before he’d started seeing Sintra.”

 

 

 

 

 

VanDerMeer
Jeff VanderMeer (Belfont, 7 juli 1968)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver, essayist en literatuurcriticus Reinhard Baumgart werd geboren op 7 juli 1929 in Breslau. Zie ook mijn blog van 7 juli 2007  en ook mijn blog van 7 juli 2008.

 

Uit: Damals

 

“Im Herbst dieses neuen Jahres 1963 fuhr ich auf gut drei Monate zur Schreibklausur nach Berlin, wohnte als Stipendiat im Hotel am Steinplatz, wo damals alle abstiegen, die im Theater- oder Musik- oder Literaturleben der nun schon zwei Jahre eingemauerten Stadt ein Gastspiel geben sollten, ob Zadek oder Henze oder Grüber oder Hans Werner Richter. Es sei denn, man hatte wie Ingeborg Bachmann ein noch höher dotiertes, ein amerikanisches Stipendium und konnte sich eine Wohnung im Grunewald leisten. Falls man nicht ohnehin, wie damals die halbe Gruppe 47, in diesem westlich Berlin wohnte, das Äquidistanz zum Westen wie Osten versprach. Die Spuren und Wunden aus deutscher Vergangenheit und die Realitäten des Kalten Kriegs schienen hier deutlicher als der Glanz und Glamour des Wirtschaftswunders, und zugleich bot das unter Literaten beliebte, weil unzerstörte Friedenau den Charme eines altbürgerlichen Idylls. Wenn Grass, wie Enzensberger öfter reisend unterwegs, wieder einmal in Tempelhof gelandet war, dann versammelten sich die Freunde abends um ihn am Roseneck, und Günter mußte erzählen, wie’s war, wie’s steht, da draußen in der westlichen Welt, von der man so schön weit abgerückt schien. Aber zugleich war man eben nah an der Grenze zu einer noch fremderen Welt, zur DDR, und damit zu der sich nach Osten dehnenden Unendlichkeit des realen Sozialismus, eine der beiden weltweit gebotenen "Möglichkeiten zu leben", wie Uwe Johnson sie kühl und zurückhaltend genannt hatte. Denn gerade er hielt wohl beide für Unmöglichkeiten.”

 

 

 

 

Baumgart
Reinhard Baumgart (7 juli 1929 – 2 juli 2003)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver, cabaretier, tekenaar en muziekproducent Clemens Haipl werd geboren op 7 juli 1969 in Wenen. Hij studeerde communicatiewetenschappen, theaterwetenschappen en psychologie. Hij produceerde talrijke programma’s voor Ö3, ORF, ProSieben, VIVA en ARTE. Verder tekent hij strips, treedt op als cabaretier en schrijft hij columns voor diverse tijdschriften.

 

Uit: Ich scheiss mich an (Urlaub)

 

„Urlaub, so meine ich, sollte man mit Menschen verbringen, die man mag. Das hat nicht nur den großen Vorteil, dass man sich besser verträgt, man streitet auch erheblich weniger. Darin liegt wohl auch einer der Gründe, dass ich noch nie mit einem Finanzbeamten, Mathematiklehrer oder Kommunalpolitiker Hotelbett und Handtuch geteilt habe.

Überaus erquicklich ist es hingegen, die eine oder andere Woche mit einer Auswahl guter Freunde im Süden zu verbringen. Man lernt einander besser kennen, man weiß sehr bald, wer schnarcht, wer wie oft die Zähne putzt, geschmacklose Unterhosen trägt, man kann sehr schön völlig enthemmt in trauter Männerrunde trinken, bis einem ein Feuchtbiotop am Rücken wächst, und man kann sehr ausführlich darüber sprechen, wann man wie welche Frauen am Strand oder an der Hotelbar anzusprechen gedenkt. Natürlich tut man das dann nie, weil man eben mit Schnarchen und Trinken beschäftigt ist, aber darüber unterhalten kann man sich ja. Die männlich-trinkende Urlauberrunde ist in ihrer Gemütlichkeit aber akut gefährdet, sollte sie von mitreisenden Freundinnen bzw. Pärchen unterwandert werden. Das geht dann doch nicht. Wie soll man denn bitte schön lässig am Pool stehen und mit eingezogenem Bauch versuchen, unfassbar männlich, unwiderstehlich und cool auf etwaige Bekanntschaften zu wirken, wenn die holde Lebensabschnittspartnerin daneben steht und laut fragt, ob man seiner Mutter schon eine Karte geschrieben hat?

Es geht hier eher um die Theorie des Frauenimurlaubkennenlernens: Also man könnte, wenn man wollte, man will aber eigentlich eh nicht, weil man weiß, dass man könnte, wenn man wollte … alles klar?

Außerdem: Wenn ich mit Freunden auf Urlaub fahre, will ich mir Unterhosen aufsetzen, um sieben Uhr morgens polnische Reden aus dem Hotelfenster halten, in Restaurants Polonaise Blankenese tanzen und auch sonst einfach neue Grenzen der Peinlichkeit ausloten. Was soll ich sagen … wenn Freundinnen dabei sind, geht das irgendwie nicht so ganz.“

 

 

 

 

Haipl
Clemens Haipl (Wenen, 7 juli 1969)

 

Geschreven door Romenu om 20:08 Reageer op dit bericht

Kuno Bärenbold, Hasan Abidi, János Székely, Miroslav Krleza, Ludwig Ganghofer, Joseph Winckler

De Duitse schrijver Kuno Bärenbold werd geboren op 7 juli 1946 in Pfullendorf. Hij volgde een opleiding tot timmerman en begon daarna met schrijven. Hij publiceerde in kranten en bloemlezingen. In de jaren tachtig kreeg hij succes bij een groter publiek. Van grote invloed op zijn werk was zijn gevangenisstraf van acht jaar wegens doodslag.

 

Uit: Kältegrade

 

„Der Nebel hing tief über den Dächern der Stadt. Es war noch kälter geworden. Im Hinterhof eines Buchladens kleidete ich mich um. Ich war sicher, dass mich niemand beobachten konnte. Noch gefiel mir die Idee, die Rolle eines auf der Straße sitzenden Ex-Sträflings zu spielen. Der zerbeulte Hut, eine Brille mit Vergrößerungsgläsern und der unrasierte Bart veränderten mich bis zur Unkenntlichkeit. Dazu gehörte eine Plastiktüte, in der eine angetrunkene Flasche Wein steckte. Ich hatte Mühe, den Pappkarton an der Jacke zu befestigen. Die Blätter mit den Gedichten klemmte ich unter den Arm.

Nur wenige Schritte waren es bis zur Fußgängerzone. Autofahrer starrten mich an und schüttelten den Kopf. Zielstrebig strömten die Menschen in Supermärkte und Boutiquen. Plötzlich überfiel mich eine unerklärliche Angst. Ich zitterte, hatte weder die Kraft noch den Mut, weiterzugehen. Warum machst du das überhaupt? Was ist, wenn dich jemand von der Firma erkennt? die Polizei dich ausfragt? Die Blicke der an mir vorüberziehenden Passanten machten mich noch unsicherer. Noch nie empfand ich Verachtung so spürbar. Ich fror. Wusste, dass ich jetzt nicht stehen bleiben durfte, schlenderte weiter zu jenem Platz, den ich mir vor einigen Tagen ausgesucht hatte.“

 

 

 

 

Kuno
Kuno Bärenbold (7 juli 1946 – 6 mei 2008)

 

 

 

 

De Pakistaanse dichter, schrijver en journalist Hasan Abidi werd geboren op 7 juli 1929 in Jaunpur in Uttar Pradesh. Opgeleid werd hij in Azamgarh en Allahabad. In 1947 trok hij naar Pakistan. Hij vestigde zich in Karachi en begon te werken als journalits en schrijver. Gedichten schreef hij in het Urdu. Hij publiceerde o.a. de bundels Navisht-i-Nai (1995), Jareeda (1998) en Farar Hona Huroof ka (2004). Daarnaast schreef hij ook verhalen en gedichten voor kinderen.

 

 

Halaku, when you will come to Baghdad this time (fragment)

 

Halaku, when you will come to Baghdad this time

'Dajla' would have cleaned her shore with wetness of blood

Here one more army, an army of blaze-n-rock would have camped

For many hundred years this city of angst

which never slept, would have been slept this time

 

Halaku, when you will come to Baghdad this time

You will find corpses, but without head

A tower of skulls would have been built before your entrance

streets, lanes, inns, sanctuaries, cafes

would have been standing their hands bagging their shadows

 

Ashes of libraries would have been drifted

Antiques would have been distributed in bags

Valued copies of god's book and divine scrolls

whose sights kept chests lighted

woud have been burned

 

Halaku, when you will come to Baghdad this time

Nights of "alif Laila" (Thousand nights) will have escaped from tales

wearing sheet of sunlight, sitting on sand's cliff

would have been waiting for tale-tellers, merchants, travellers, con-mans and princes

(to see when night will fall on city)

But now no dawn will come, or any night will fall

 

 

 

 

 

abidi
Hasan Abidi (7 juli 1929 – 6 september 2005)

 

 

 

 

 

De Hongaarse schrijver en draaiboekaureur János Székely werd geboren op 7 juli 1901 in Boedapest. Na WO I vluchtte hij naar Duitsland. In Berlijn schreef hij talrijke draaiboeken voor films met sterren als Brigitte Helm, Willy Fritsch, Marlene Dietrich en Emil Jannings. In 1934 vroeg Ernst Lubitsch ihem om naar Hollywood te komen. In het McCarthy tijdperk verliet hij de VS, ging naar Mexico, en later naar de DDR. Zijn bekendste boek is de autobiografische roman Kisértés (Duits: Verlockung) die in de jaren vijftig verscheen en in 2000 opnieuw werd uitgegeven.

 

Uit: Verlockung (Vertaald door Ita Szent-Iványi)

 

„Budapest war weiß und wirklich wie ein Weihnachtsmärchen. Kein Lüftchen regte sich in den Straßen, es herrschte eine sonderbar beklemmende Windstille, als halte die ganze Stadt den Atem an. Große glitzernde Schneeflocken schwebten in dem gelben Glorienschein der hohen Laternen träumerisch hernieder, und meine Purzelbäume schlagende Phantasie vermutete die wunderbaren Schlösser eines Feenreiches in dem schimmernden Dunst. Hinter dem Schneevorhang glitten geheimnisvolle Fahrzeuge vorbei: lautlose herrschaftliche Limousinen, flinke kleine Taxis, schwerfällige, plattfüßige Omnibusse und hin und wieder ein Schlitten mit silbernem Schellengeläut, der aus einem Märchen von Andersen zu kommen schien. Aus den Kaffeehäusern und Restaurants quollen Lichtfluten und Zigeunermusik, die überdachten Eingänge waren von bunten Lampen erhellt, und ein als General gekleideter alter Herr öffnete mit gekrümmtem Rücken die Türen der vorfahrenden Autos.

   »Ein glückliches neues Jahr!« schmetterte er mit blecherner Stimme, obwohl bis Mitternacht noch einige Stunden fehlten. »Ein glückliches neues Jahr!«

   Aus den Wagen stiegen Damen, in kostbare Pelze gehüllt, und trippelten in hochhackigen, glänzenden Atlasschuhen am Arm ihrer mit Zylinder und schwarzem Abendumhang geschmückten Galane über den Bürgersteig. In ihrem Haar glitzerten Schneeflocken, an ihren Ohren Edelsteine, auf ihren porzellanfarbenen Gesichtern strahlte ein Lächeln. Sie waren überirdisch schön, und mir kamen Elek Benedeks Märchen in den Sinn, da ich im Leben dergleichen noch nie gesehen hatte.

   Die Donau lag weiß und regungslos da wie eine verschneite Landstraße. Erst als wir auf unserem Weg nach Pest die Kettenbrücke überquerten, bemerkte ich, daß schwere Eisschollen auf dem Fluß trieben und darunter pechschwarzes Wasser strudelte. Meine Mutter blieb plötzlich stehen.“

 

 

 

 

szekely
János Székely (7 juli 1901 – 16 december 1958)

 

 

 

 

 

De Kroatische schrijver Miroslav Krleza werd geboren op 7 juli 1893 in Zagreb. Zie ook mijn blog van 7 juli 2007 en ook mijn blog van 7 juli 2008.

 

Uit: The Return of Philip Latinowicz (Vertaald door Zora Depolo)

 

“His idea of the infenalization of reality. This idea, doubtless a diabolical and unhealthy conception, was that in life phenomena have in fact no internal logical or rational connection! That life’s manifestations unfold and develop one beside another, simultaneously: with the sort of infernal simultaneity of the visions of Hieronymus Bosch, or Bruegel…The tall, grimy steeples with dragon’s heads, whitened waterspouts and marble behinds; and the fat Carolina; the English horses, bon jour, Monsieur, the voice of a caged jay,—and everything melting like the chocolate wrapped in silver paper, everything dragging along like Joe Podravec’s coach, everything foolish and swamplike as Pannonia itself!

 

 

 

 

 

krleza
Miroslav Krleza (7 juli 1893 – 29 december 1981)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Ludwig Albert Ganghofer werd op 7 juli 1855 geboren in Kaufbeuren. Zie ook mijn blog van 7 juli 2007.

 

Uit: Lebenslauf eines Optimisten

 

“Ein entsetzlicher Spektakel mit Geklirr und Gerassel – grelles Licht – dann finstere Nacht, in der ich schreien musste vor Angst.

Das ist die älteste unter den Erinnerungen an meine Kinderzeit in Kaufbeuren. Als ich vor vielen Jahren meiner Mutter einmal sagte, dass diese Erinnerung in mir wäre, musste sie sich lange besinnen, bevor sie das Rätsel lösen konnte. Sie hatte mich, ein anderthalbjähriges Bübchen, an einem Winterabend auf den Boden der Wohnstube gesetzt und war in die Küche gegangen; da hörte sie diesen klirrenden Spektakel; und als sie den Lärm erschrocken nachlief, fand sie eine finstere Stube, in der ich schrie, als wär’ ich an einen Spieß gebohrt; sie machte Licht, und da saß ich zeternd auf dem Tisch, während die Stehlampe in Scherben auf dem Boden lag.

 

Diese Lampe bekam neue Gläser, und ihr eiserner Fuß wurde fest auf einen großen, mit Blei ausgegossenen Holzteller geschraubt. Nun konnte man sie mit dem besten Kinderwillen nicht mehr umwerfen. Und so hat diese Lampe in der Wohnstube meiner Eltern noch hellen Dienst getan, als ich nach 25 Jahren der dunklen Beschäftigung oblag: Philosophie zu studieren.

Eine zweite Erinnerung: Ich friere schrecklich, obwohl die Sonne scheint; viele Menschen sind um mich her; ich laufe schnell und habe Schmerzen an den Sohlen; und die vielen Menschen laufen mir nach und lachen immer.“

 

 

 

 

GanghoferDenkmalEgern
Ludwig Ganghofer (7 juli 1855 – 24 juli 1920)

Standbeeld in Egern

 

 

 

 

De Duitse schrijver Alfred Joseph Werner Winckler werd op 7 juli 1881 in Bentlage bij Rheine geboren. Zie ook mijn blog van 7 juli 2007.

 

Uit: Eiserne Sonette

 

Hol aus!

 

Hol aus, reck auf mit heldischer Gebärde,

Du Mann am Amboß! Spann dich! Straff den Mund!

Schleudre gestemmt den Hammer rund

Und hau, daß Kraft zu Kunst und Feuer werde!

Mein alter Lehrer sagte, uns zu sputen:

»Jungs, Klaun in de Aed!« – – Jungs, Klaun in de Aed!

Die Hände sind ein wundervoll Gerät,

Die Schultern sind wie Balken und wie Ruten.

Im Schwung des Hammers kreist die Ewigkeit,

Und jedem steht ein Amboß wohl bereit,

Daß sein Gewaltsames gewaltig sei.

Sei Tor und Baldur, Freund, verzweifel nicht;

Das Höchste, Letzte bleibt die Tat, die Pflicht.

Es kreist der Hammer: panta rhei!

 

*

 

Das ist so sonderbar, wenn kantige Segel

Eben ziehn durch das stille Land; man schaut

Den tiefen Strom nicht, hört nur kreischend laut

Der Möwen Spiel, der weißen, fremden Vögel.

Und sieht am Horizont die häusergroße

Getürmte Stadt in stickig dunkelgrauen

Dunstwolken, hangend nebeltrüb im Blauen,

Fata morgana – ins Grenzenlose:

Als sei dort Stadt an Stadt, nur Stadt; und hier

Ein letztes Fleckchen Grün. Der Erde Rund

Ist zugebaut. Hier haust das letzte Tier,

Der letzte Mensch. Dort drüben? – wohnen

Dort Fabelwesen? – – Du liegst still am Grund,

Dich überfallen Visionen.

 

 

 

 

Winckler_1925
Joseph Winckler (7 juli 1881 – 29 januari 1966)

 

Geschreven door Romenu om 20:05 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten