Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 10 juli 2009 tot 11 juli 2009

Pai Hsien-yung, Helmut Krausser, Giuseppe Bonaviri, Herman de Man, Kurt Klinger, Henri Coulonges

De Taiwanees-Amerikaanse schrijver Pai Hsien-yung werd geboren op 11 juli 1937 in Guilin, Guangxi in China. Zie ook mijn blog van 11 juli 2007.

 

Uit: Jongens van glas (Vertaald door Mark Leenhouts)

 

„Ik moest weg zijn voor hij thuiskwam, om een confrontatie te vermijden. Voor ik ging liep ik nog even door de kamer van Broertje en mij. Zijn beddengoed was weg, er stond alleen een leeg bamboe bed. Het mijne was nog opgemaakt, met matje en kussen. Op het kussen lag zelfs nog mijn schooluniform, netjes opgevouwen. Mijn kleren, schoenen, sokken, boeken en schrijfgerei, alles lag nog op zijn plaats, alleen was de hele kamer bedolven onder een dikke laag stof, alsof er al maanden niet was schoongemaakt. Ik nam niets mee, deed de kamerdeur dicht en verliet het huis. Buiten sloegen zwiepende regenvlagen in mijn gezicht, dat tintelde van de pijn. Tegen de wind in liep ik de steeg uit, sneller en sneller, tot ik begon te rennen, net als toen. Aan het einde van de steeg keek ik om, opeens voelde ik mijn neus prikken en ten slotte begonnen de tranen te stromen. Dit keer ervoer ik pas echt hoe vreselijk het was om van huis weg te lopen.“

 

 

 

 

Pai_Hsien-yung
Pai Hsien-yung (Guilin, 11 juli 1937)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Helmut Krausser werd geboren op 11 juli 1964 in Esslingen am Neckar. Zie ook mijn blog van 11 juli 2007 en ook mijn blog van 11 juli 2008.

 

 

 

 

Das Leben ist nur einen Traum weit weg.

Ich müßte träumen, daß ich träume, um

in ihren Armen zu erwachen, ohne

Angst, ein Lidschlag könne das beenden.

Sie redet, wie ein Blatt vom Baum zur Erde

schaukelt. Lacht, als suchten Stürme unter

allen Blättern das, worauf ein Gott sich

den Sinn des Suchens überhaupt notiert

und weggeworfen hat. Es gibt nichts mehr

zu suchen, sie ist hier und sagt: Vergiß,

was nichts zur Sache tut, die Namen, in den

Stamm geritzte Wunden. Alles heilt, sei

stolz auf mich und halt mich fest, erzähl

uns nicht, die Worte sind noch ungeboren.

Triff mich im Unendlichen und schweig.

Dann komm ich dir so nah wie nichts zuvor.

 

 

 

 

Wiedergutmachung

 

Grabräuber gaben zu Protokoll,

sie hätten die Pharaonengrüfte

geplündert in einer einzigen Nacht,

Edelsteine aus den Geschmeiden

mit Messern gestemmt, das Gold

im Uferfeuer geschmolzen,

hölzerne Sarkophage in

Brand gesteckt und brennend

den Nil nordwärts treiben lassen.

Sei sehr schön gewesen, das.

 

 

 

 

 

 

Helmut_Krausser
Helmut Krausser (Esslingen am Neckar, 11 juli 1964)

Foto: Lutz Hagestedt

 

 

 

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Giuseppe Bonaviri werd geboren in Mineo op 11 juli 1924. Bonaviri studeerde in Catania geneeskunde en werkte als cardioloog in Frosinone bij Rome. Zijn eerste roman, Il sarto della stradalunga, werd in 1954 gepubliceerd. In 2000 werd hij genomineerd voor de Nobelprijs voor de Literatuur. Hij publiceerde 9 romans en vele gedichten- en verhalenbundels. Hij kreeg diverse onderscheidingen, w.o. de Premio Elio Vittorini. Giuseppe Bonaviri overleed op 21 maart van dit jaar.

 

 

Uit: Die blaue Gasse (Vertaald door  Annette Kopetzki)

 

“In jenen Tagen tauchte in unserem Viertel ein alter Mann auf, den wir Mastro Ciccio Pisciacane nannten. Er trug eine zerrissene Jacke und Schuhe mit löchrigen Sohlen, lebte von Almosen oder vom Verkauf selbstgebundener Kränze und schlief unter den Brücken, die manche Straßen im Ort miteinander verbanden. Oder er wurde in einem catoio beherbergt und durfte neben dem Esel schlafen, wenn draußen der Wind pfiff, der aus Schluchten, Abgründen und Gräben aufstieg.

Da keiner genau wußte, woher er kam, wer er war und ob er womöglich übers Meer gefahren war, um nach Sizilien zu gelangen, hatten sich Legenden um ihn gebildet.

Linuccia Osario mit den sehr lebhaften Augen sagte zum Beispiel, daß der Alte ein Heiliger sei. Er wolle die Menschen erretten, die sich dem Verfall und der Sünde ergeben hätten. Da er über neunzig Jahre alt war, vergaß er manchmal, wer er war, und fragte uns: «Heda, ihr kleinen Wichte, wißt ihr, wer ich bin? Erinnert ihr euch daran?» Er hatte nur noch zwei Eckzähne und wenige, gräßlich schwarze Backenzähne, er trug einen kleinen, gelben Hut und sehr schmutzige weiße Handschuhe.

Zu der Zeit hatte ich mir vorgenommen, eine Quelle zu suchen, die sich meiner Meinung nach in der Gegend des Trezzito oder auf dem Querceto befinden mußte und wahrscheinlich kühl und frisch in einer Höhle entsprang. Ich war überzeugt, dieses Wasser würde uns, wenn wir es auffingen und über unser Glied strömen ließen, mit seinem unablässigen Aufschäumen einen immensen sinnlichen Genuß bereiten. Pino Lauria jedoch entgegnete, dies sei das Wasser, aus dessen winzigen hervorquellenden Wellen Gott entstehe.

«Du denkst immer nur an die körperlichen Freuden», fügte er hinzu.

Egal – gemeinsam hatten wir, Turi Simili, Nico Giostra, Santo Cunsolo, Kòlovoz und auch Pino Lauria, der zum Zeichen der Trauer am linken Jackenärmel eine schwarze Stoffbinde trug, beschlossen, in die Wälder von Trezzito zu gehen. Doch die Anwesenheit des Alten weckte unsere Neugierde und lenkte uns von dem Vorhaben ab. Don Ciccio war ein sonderbarer alter Mann, recht schrullig. Wenn er zum Beispiel Wasser lassen mußte, ging er zu einem Hund und bespritzte ihn mit seinem Urin. Darum wurde er Pisciacane, «Hundepisser», genannt.

Ein plötzlicher trüber Aufruhr in seinen Gedanken trieb ihn, stillende Mütter zu fragen, ob sie ihn ihre Milch saugen lassen würden.

Er würde ihnen dafür Kränze aus Lorbeerzweigen, aus biegsamem Olivenlaub oder den dichten Blättern der Myrte, aber auch Fächer aus Schilfrohr und Flußbinsen geben. Er machte sogar welche aus den winzigen Blüten der Feige.”

 

 

 

 

bonaviri
Giuseppe Bonaviri (11 juli 1924 - 21 maart 2009)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Herman de Man (eig. Salomon Herman (Sal) Hamburger) werd geboren in Woerden op 11 juli 1898. Hij groeide op in de Lopikerwaard en omgeving. Zijn ouderlijk gezin woonde achtereenvolgens in Woerden, Benschop, Oudewater en Gouda. Veel van zijn latere romans zijn gesitueerd in de plaatsen, waar hij opgroeide. Ook zijn roman Het wassende water, waarvan de dertigste druk in 1991 verscheen, is gesitueerd in de Lopikerwaard. Het boek verkreeg mede doordat de NCRV er in 1986 een achtdelige TV-serie van maakte, ruime bekendheid: zes miljoen kijkers bekeken in dat jaar deze serie. De serie werd daarna meerdere malen herhaald, voor het laatst in 2009.

 

Uit: Weideweelde

 

“De woeste wind hield de regen hoog. Soms vielen enkele verwaaide droppen die lekker over hun wangen striemden, maar 't mocht geen naam van regen hebben. Ze zagen nog juist dat het Vechtwater hoog tegen de wallen opdeinde, ze vlogen langs een vernielde roeiboot die half op 't droge lag geslingerd, maar wijderop boog de rivier links af, want ze reden recht op Nederhorst den Berg aan. Daggelderswijven langs den dijk, de rokken stijf tegen de beenen gesloten, hadden allerlei dingen buiten te doen. Ze wilden natuurlijk in den zomerwind zijn, ze gilden naar elkander en grepen zich vast aan hekken en palen; haren woeien uit en petten woeien weg, rokken klepperden, takken zweepten. Rrang, daar woei de gek van een dak en kletterde op de steenen. De wind greep in de brokkelige rietdaken en wierp bossen vol groengeweerd dakriet neer, sleepte blanke lappen onderriet mee, die eerst nog rukkend weerstand boden om dan wijduitwaaierend neer te dalen, draalend, en duiklend al naar believen van den moedwilligen zomerstorm. Al het etgras lag plat tegen de wereld, zelfs de bonte blommen in de voortuintjes bij de boeren hadden kwaaie zaak met dien wind. En een regen, neen een bekogeling van appels en peren en ander fruit geschiedde in de boogerden waar ze langs reden. Ze zagen het niet. Ze zagen trouwens niets meer dan wind. De wind zat in àl hun zintuigen; ze roken, hoorden, zagen en proefden en voelden den wind...”

 

 

 

 

deMan
Herman de Man (11 juli 1898 - 14 november 1946)

 

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en criticus Kurt Klinger werd geboren op 11 juli 1928 in Linz. Vanaf 1953 studeerde hij germanistiek en filosofie in Wenen. Daarna werkte hij meer dan twintig jaar als dramaturg. Vanaf eind jaren zeventig was hij zelfstandig schrijver. Hij werkte bovendien als uitgever en redacteur van het tijdschrift Literatur und Kritik. Behalve gedichten en romans schreef hij ook hoorspelen en toneelstukken. Ook schreef hij voor film en televisie.

 

 

Vita

Aus einem Land, in dem ich nicht leben kann
in ein Land, in dem ich nicht leben möchte
in ein Land, in dem man das Leben nicht liebt.
Über drei Grenzen hinweg, einen Wall und über ein Weltmeer
in ein Land, in dem das Leben nicht lohnt
in ein Land, in dem niemand sein Leben begreift
in ein Land, in dem man sein Leben vergeudet
in ein Land, in dem Leben gefährlich ist.
Weiter zu großen und weiter zu kleineren Inseln
eingeschifft, verfrachtet, auf Kais abgestellt,
auf Handelsstraßen unter kriegerischen Flaggen
in ein Land, in dem man zu leben vergißt
in ein Land, in dem man das Leben nimmt
in ein Land, in dem man sein Leben verbüßt
in ein Land, das erst morgen zu leben beginnt.
Über drei Grenzen hinweg, einen Wall und über ein Weltmeer
zurück in das Land, in dem ich nicht leben kann
in das Land, in dem ich nicht leben will.

 

 

 

 

 

linz1
Kurt Klinger (11 juli 1928 – 23 april 2003)

Linz (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Henri Coulonges werd geboren op 11 juli 1936 in Deauville. Hij publiceerde in 1975 zijn eerste roman Les Rives de l'Irrawaddy, waarmee hij meteen succes oogste. Voor zijn tweede boek L'Adieu à la femme sauvage uit 1979 ontving hij de Grand Prix du roman de l'Académie française.

 

Uit: Six oies cendrées

 

Vous conviendrez, dom Mauro, qu'à votre âge on ne pouvait tout de même plus vous laisser grimper seul sur ces escabeaux glissants et instables... dit le père prieur en évitant de regarder son interlocuteur.

- Mais quoi ? répliqua avec indignation le vieux bibliothécaire. Je vous semble soudain si podagre ? Si impotent ? Si diminué ?

- Vous oubliez que vous venez d'avoir quatre-vingts ans, père ! Vous pourriez glisser et vous rompre les os au pied de ces rayonnages... Personne ne vous entendrait.

- Et alors, dom Gaetano ? Il y a pire mausolée que des murs tapissés de livres ! Cela me permettrait peut-être de continuer à étudier, là-haut... »

Un mince sourire vint éclairer le visage du père prieur.

« Sachez que nous tenons à vous garder encore longtemps parmi nous, dom Mauro ! répliqua-t-il avec élan. Ce que je vous demande en revanche, ajouta-t-il à voix plus basse tout en s'approchant de lui, c'est de ne pas trop morigéner le jeune frère Corrado. Vous risquez de le décourager, si ce n'est pas déjà fait... Nous voulions juste que vous ayez à votre disposition un jeune novice qui puisse vous soulager des tâches les plus astreignantes. »

Le vieux religieux se retourna avec vivacité.

« A ma disposition ! répéta-t-il sur un ton d'irritation. Mais justement, je ne veux disposer de personne, dom Gaetano... La vérité c'est que le père abbé m'a imposé ce jeune vaurien. Je vous fiche mon billet que ce n'est pas de la bonne graine de bénédictin.

 

 

 

 

HenriCoulonges
Henri Coulonges (Deauville, 11 juli 1936)

 

Geschreven door Romenu om 20:17 Reageer op dit bericht

Luis de Argote y Góngora, Léon Bloy, Marjan Berk, Johanna Schouten-Elsenhout, Richard Beer-Hofmann, Jean-François Marmontel

De Spaanse dichter Luis de Góngora y Argote werd geboren op 11 juli 1561 in Cordoba. Zie ook mijn blog van 11 juli 2007 en ook mijn blog van 11 juli 2008.

 

 

Wil ik van de sterren leren

 

Wil ik van de sterren leren

waar gij, Tijd, gebleven zijt,

blijkt dat gij met hen verglijdt

zonder met hen terug te keren.

hoe kan ik uw loop traceren,

niemand houdt u immers bij?

Maar ach, wat verbeeld ik mij

dat gij telkens zijt vervlogen;

zij blijft, Tijd, steeds onbewogen

en slechts ik, ik ga voorbij.

 

 

 

Vertaald door G. J. Schoute

 

 

 

 

 

Tijd

 

Wil ik van de stenen leren

Waar gij, Tijd, gebleven zijt,

Blijkt dat gij met hen verglijdt

Zonder met hen terug te keren.

Hoe kan ik uw loop traceren,

Niemand houdt u immers bij?

Maar ach, wat verbeeld ik mij

Dat gij telkens zijt vervlogen;

Gij blijft, tijd, steeds onbewogen

En slechts ik ga voorbij.

 

 

 

Vertaald door Jean-Pierre Rawie

 

 

 

 

 

 

Gongora
Luis de Argote y Góngora (11 juli 1561 – 24 mei 1627)

Portret door Diego Velázquez

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Léon Marie Bloy werd geboren op 11 juli 1846 in Périgueux. Zie ook mijn blog van 11 juli 2006. Zie ook mijn blog van 11 juli 2007 en ook mijn blog van 11 juli 2008.

 

Uit: Journal

 

« 1896, fevrier, 1er.

Si Zola était écrivain, -- ce que Dieu, j'en conviens, aurait pu permettre -- une ou deux pages lui eussent amplement suffi, depuis longtemps, pour empiler toute sa sécrétion intellectuelle. La petite couillonnade positiviste dont il s'est fait le Gaudissart n'est vraiment pas une Somme philosophique très-encombrante et peut aisément s'abriter sous n'importe quoi. Les quatre cents lignes nauséeuses que le Figaro nous étala, se réduisent en fin de compte à la trouvaille peu transcendante, à la truffe modeste que voici : Tout écrivain qui ne gagne pas d'argent est un raté. Je défie qu'on trouve autre chose.

Pauvre Verlaine au tombeau ! Dire pourtant que c'est lui qui nous a valu cette cacade ! Pauvre grand poète évadé enfin de sa guenille de tribulation et de péché, c'est lui que le répugnant auteur des Rougon-Macquart, enragé de se sentir conchié des jeunes, a voulu choisir pour se l'opposer démonstrativement à lui même, afin qu'éclatassent les supériorités infinies du sale négoce de la vacherie littéraire sur la Poésie des Séraphins. Il a tenu à piaffer, à promener toute sa sonnaille de brute autour du cercueil de cet indigent qui avait crié merci dans les plus beaux vers du monde

« -- Te voilà donc une bonne fois enterré ! semble-t-il dire. Ce n'est vraiment pas trop tôt. A côté de toi, je ressemblais à un vidangeur et mes vingt volumes tombaient des mains des adolescents lorsqu'ils entendaient tes vers. Mais, à cette heure, je triomphe. Je suis de fer, moi, je suis de granit, je ne me soûle jamais, je gagne quatre cent mille francs par an, et je me fous des pauvres. Qu'on le sache bien, que tous les peuples en soient informés, je me fous absolument des pauvres et c'est très-bien fait qu'ils crèvent dans l'ignominie. La force, la justice, la gloire solide, la vraie noblesse, l'indépassable grandeur, c'est d'être riche. Alors seulement on est un maître et on a le droit d'être admiré. Vive mon argent, vivent mes tripes et bran pour la Poésie ! Je suis le plus adorable génie des siècles ».

 

 

 

 

bloy
Léon Bloy (11 juli 1846 - 3 november 1917)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en coumniste Marjan Berk werd geboren op 11 juli 1932 in Zeist als Marie-Janne van Baaren. Zie ook mijn blog van 11 juli 2008. en ook mijn blog van 11 juli 2007.en ook mijn blog van 11 juli 2006.

 

Uit: Boek voor Belle

 

“Ik beleefde dolle jaren in Zeist, ik heb flink gestapt, van alles geproefd en gegeten. Tot het op was. Veel geld, weinig geld: ik heb het allemaal meegemaakt. De talenten waren overboord gezet, ik ontmoette geen musici meer, alleen nog jongens waar ik mee ging stappen. Dan sla je geen noot meer raak. Het bracht me nergens en steeds weer op m’n kamertje terug.”

(…)

“Omdat zij zelf helemaal ging voor het wonder van de genezing, hadden we nooit over de dood gesproken. Ze had me wel beloofd dat ze zou aangeven wanneer het zover zou zijn.We hebben maar kort de tijd gehad de dingen te bespreken… “

 

 

 

 

 

Berk
Marjan Berk (Zeist, 11 juli 1932)

 

 

 

 

 

De Surinaamse dichteres Johanna Schouten-Elsenhout werd geboren in Paramaribo op 11 juli 1910. Zie ook mijn blog van 11 juli 2007.

 

 

 

Tears

 

Look!

Smoke comes

from my thin mosquito net.

Whence comes the fire?

A soft smile

is hidden

there where my blood

to water turns

to heat up my innermost.

Fix your eyes to the middle

of the fast-flowing stream:

my long, long tears

send out a message

to those of mine

far across on the other side,

that my breath

is almost stilled.

Not even a scribble is returned,

never.

Stay well then, my soft smile.

Fare thee well,

my long, long tears.

 

 

 

 

Schouten
Johanna Schouten-Elsenhout  (11 juli 1910 - 23 juli 1992)

 

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Richard Beer-Hofmann werd geboren op 11 juli 1866 in Wenen. Hij bezocht het gymnasium in Wenen en studeerde er daarna rechten. In 1890 maakte hij kennis met de schrijvers Hugo von Hofmannsthal, Hermann Bahr en Arthur Schnitzler met wie hij een leven lang bevriend zou blijven. Beer-Hofmann was vermogend genoeg om zich geheel aan het schrijven te kunnen wijden. In 1893 verscheen een bundel novellen (Das Kind, Camelias), gedichten volgden. In 1900 publiceerde hij de romanl Der Tod Georgs en in 1904 het drama Der Graf von Charolais.

 

 

Schlaflied für Mirjam

 

Schlaf mein Kind, schlaf, es ist spät -

Sieh wie die Sonne zur Ruhe dort geht.

Hinter den Bergen stirbt sie in Rot.

Du, weißt nicht von Sonne und Tod.

Wendest die Augen zum Licht und zum Schein.

Schlaf, es sind so viel Sonnen noch dein.

Schlaf mein Kind, mein Kind schlaf ein.

 

Schlaf mein Kind, der Abendwind weht.

Weiß man woher er kommt, wohin er geht?

Dunkel verborgen die Wege hier sind

Dir und auch mir und uns allen mein Kind.

Blinde so gehn wir und gehen allein.

Keiner kann keinem Gefährte hier sein.

Schlaf mein Kind, mein Kind schlaf ein.

 

Schlaf mein Kind, und horch nicht auf mich.

Sinn hats für mich nur und Schall ists für dich.

Schall nur wie Windes wehn, Wassergerinn,

Worte vielleicht eines Lebens Gewinn!

Was ich gewonnen gräbt man mit mir ein.

Keiner kann Keinem ein Erbe hier sein.

Schlaf mein Kind, mein Kind schlaf ein.

 

Schläfst du Mirjam, Mirjam mein Kind?

Ufer nur sind wir und tief in uns rinnt

Blut von Gewesnen, zu Kommenden rollts.

Blut unsrer Väter voll Unruh und Stolz.

In uns sind alle, wer fühlt sich allein?

Du bist ihr Leben, ihr Leben ist dein.

Mirjam mein Leben, mein Kind, schlaf ein.

 

 

 

 

 

 

beer-hofmann
Richard Beer-Hofmann (11 juli 1866 – 26 september 1945)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Jean-François Marmontel werd geboren op 11 juli 1723 in Bort-les-Orgues. Hij behoorde tot de encyclopedisten en was bevriend met Voltaire. In zijn wijsgerige roman Bélisaire uit 1767 verdedigde hij de ‘natuurlijke godsdienst’ en de verdraagzaamheid; het boek werd door de Sorbonne veroordeeld. Een ander beroemd werk van Marmontel, Les Incas uit 1777, de geschiedenis der Inca's in Peru, was wederom een pleidooi tegen vervolging van andersdenkenden.

 

Uit: Mémoires

 

„14 Juillet 1789. La Prise de la Bastille.

Dès que le grand pont fut baissé ( et il le fut sans qu'on ait su par quelle main ), le peuple se jeta dans la cour du château, et, plein de furie, il se saisit de la troupe des invalides. Les Suisses, qui n'étaient vêtus que de sarraux de toile, s'échappèrent parmi la foule; tout le reste fut arrêté. Élie et les honnêtes gens qui étaient entrés les premiers avec lui firent tous leurs efforts pour arracher des mains du peuple les victimes qu'eux-mêmes ils lui avaient livrées; mais sa férocité se tint obstinément attachée à sa proie.

Plusieurs de ces soldats, à qui on avait promis la vie, furent assassinés, d'autres furent traînés dans Paris comme des esclaves. Vingt-deux furent amenés à la Grève, et, après des humiliations et des traitements inhumains, ils eurent la douleur de voir pendre deux de leurs camarades. Présentés à l'Hôtel-de-Ville, un forcené leur dit : "Vous avez fait feu sur vos concitoyens; vous méritez d'être pendus, et vous le serez sur-le-champ." Heureusement les gardes françaises demandèrent grâce pour eux; et le peuple se laissa fléchir; mais il fut sans pitié pour les officiers de la place. De Launay, arraché des bras de ceux qui voulaient le sauver, eut la tête tranchée sous les murs de l'Hôtel-de-Ville. Au milieu de ses assassins, il défendit sa vie avec le courage du désespoir; mais il succomba sous le nombre. Delorme-Salbrai, son major, fut égorgé de même. L'aide-major, Mirai, l'avait été près de la Bastille. Pernon, vieux lieutenant des invalides, fut assassiné sur le port Saint-Paul, comme il retournait à l'hôtel. Un autre lieutenant, Caron, fut couvert de blessures. La tête du marquis de Launay fut promenée dans Paris par cette même populace qu'il aurait foudroyée s'il n'en avait pas eu pitié.

Tels furent les exploits de ceux qu'on a depuis appelés les héros et les vainqueurs de la Bastille. Le 14 juillet 1789, vers les onze heures du matin, le peuple s'y était assemblé; à quatre heures quarante minutes, elle s'était rendue. A six heures et demie on portait la tête du gouverneur en triomphe au Palais-Royal. Au nombre des vainqueurs qu'on a fait monter à huit cents, ont été mis des gens qui n'avaient pas même approché de la place.“

 

 

 

 

Marmontel_Roslin
Jean-François Marmontel (11 juli 1723 – 31 december 1799)
Portret door Alexandre Roslin

 

Geschreven door Romenu om 20:14 Reageer op dit bericht

Marcel Proust, Salvador Espriu, Gerhard L. Durlacher, Hermann Burger, Alice Munro, Jürgen Becker

De Franse schrijver Marcel Proust werd geboren in Auteuil op 10 juli 1871. Zie ook mijn blog van 10 juli 2008 en ook  mijn blog van 10 juli 2007 en ook mijn blog van 10 juli 2006.

 

Uit : Autour de Mme Swann

 

« Mais (surtout à partir du moment où les beaux jours s'installaient à Combray) il y avait bien longtemps que l'heure altière de midi, descendue de la tour de Saint-Hilaire qu'elle armoriait des douze fleurons momentanés de sa couronne sonore, avait retenti autour de notre table, auprès du pain bénit venu lui aussi familièrement en sortant de l'église, quand nous étions encore assis devant les assiettes des Mille et une nuits, appesantis par la chaleur et surtout par le repas. Car, au fond permanent d'oufs, de côtelettes, de pommes de terre, de confitures, de biscuits, qu'elle ne nous annonçait même plus, Françoise ajoutait - selon les travaux des champs et des vergers, le fruit de la marée, les hasards du commerce, les politesses des voisins et son propre génie, et si bien que notre menu, comme ces quatre-feuilles qu'on sculptait au XIIIe siècle au portail des cathédrales, reflétait un peu le rythme des saisons et des épisodes de la vie - : une barbue parce que la marchande lui en avait garanti la fraîcheur, une dinde parce qu'elle en avait vu une belle au marché de Roussainville-le-Pin, des cardons à la moelle parce qu'elle ne nous en avait pas encore fait de cette manière-là, un gigot rôti parce que le grand air creuse et qu'il avait bien le temps de descendre d'ici sept heures, des épinards pour changer, des abricots parce que c'était encore une rareté, des groseilles parce que dans quinze jours il n'y en aurait plus, des framboises que M. Swann avait apportées exprès, des cerises, les premières qui vinssent du cerisier du jardin après deux ans qu'il n'en donnait plus, du fromage à la crème que j'aimais bien autrefois, un gâteau aux amandes parce qu'elle l'avait commandé la veille, une brioche parce que c'était notre tour de l'offrir. Quand tout cela était fini, composée expressément pour nous, mais dédiée plus spécialement à mon père qui était amateur, une crème au chocolat, inspiration, attention personnelle de Françoise, nous était offerte, fugitive et légère comme une ouvre de circonstance où elle avait mis tout son talent. Celui qui eût refusé d'en goûter en disant : "J'ai fini, je n'ai plus faim", se serait immédiatement ravalé au rang de ces goujats qui, même dans le présent qu'un artiste leur fait d'une de ses ouvres, regardent au poids et à la matière alors que n'y valent que l'intention et la signature. Même en laisser une seule goutte dans le plat eût témoigné de la même impolitesse que se lever avant la fin du morceau au nez du compositeur. »

 

 

 

 

 

marcel-proust
Marcel Proust (10 juli 1871 – 18 november 1922)

Portret door Jacques-Emile Blanche

 

 

 

 

De Spaanse (Catalaanse) schrijver en dichter Salvador Espriu i Castelló werd geboren op 10 juli 1913 in Santa Coloma de Farners. Zie ook mijn blog van 10 juli 2007 en ook mijn blog van 10 juli 2008

 

 

Het gaat niet op de naam te noemen

 

Het gaat niet op de naam te noemen

van hem die in ons denkt aan de andere kant van onze angst.

Als wij, op de tast, struikelen

over deze bevreemdende blinde,

en wij voelen ons voortdurend beloerd

door de witte en blinde blik,

waar dan, tenzij in leegte en niets,

laten wij ons leven neer?

Wij zullen het beproeven om op zand

het gevaarlijke paleis onzer dromen op te trekken,

en al die tijd, die der vermoeienis,

de nederige les ondervinden,

want slechts zo zijn wij vrij om te vechten

voor de laatste overwinning op de angst.

Luister Sefarad: zijn kunnen ze niet, mensen,

als ze niet vrij zijn.

Laat Sefarad weten dat wij nooit kunnen zijn,

als wij niet vrij zijn.

Waarop de stem van gans het volk invalt: “Amen.”

 

 

 

Vertaald door Bob de Nijs

 

 

 

 

Die droefheid, onafzienbaar

 

Die droefheid, onafzienbaar, ijzig,

die sinds altijd al boven ons zweeft,

maakt dat we het wereldeinde nabij voelen.

Maar wie weet of iemand uit de schipbreukzee

op een dag de helle oever bereikt

en opnieuw de verzekerde pas beveelt

langs de open en rechtere wegen.

Dan zal misschien de zang worden verstaan

die opsteeg en met veel leed

uit het hart zelf van die nacht ontsprong.

 

 

 

Vertaald door Fa Claes

 

 

 

 

 

salvadorespriu
Salvador Espriu (10 juli 1913 – 22 februari 1985)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Gerhard L. Durlacher werd geboren in Baden-Baden op 10 juli 1928. Zie ook mijn blog van 10 juli 2006 en ook mijn blog van 10 juli 2007 en ook mijn blog van 10 juli 2008

 

Uit: Verboden lessen

 

“De geruchtenmolen in het kamp Westerbork draait op volle toeren de laatste weken van 1942: inspectie uit Den Haag, ‘hohe ss-Tiere, uit Berlijn, nieuwe verordeningen en misschien zelfs het opschorten van het transport tijdens de kerstdagen.

Rondom de villa van Gemmerker is het drukker dan ooit. Bij de Kommandantur loopt het diensthoofd Schlesinger in en uit. Ondanks de modderige wegen tussen de barakken glimmen zijn laarzen bij elk bezoek. Jacobsohn, de voorman van de ordonnansen, houdt appèl. Bevelen vliegen ons om de oren: wij moeten de grote administratiezaal schoonschuren, versieringen ophangen, tafels en stoelen aanslepen, onszelf boenen en ervoor zorgen dat onze haren ‘schneidig’ kort geknipt zijn. Het waarom van dit alles blijft vooralsnog verborgen, maar van één ding zijn wij zeker: het zal geen kerstfeest voor de joden zijn.

Het is vroeg donker, maar erg koud is het niet. Sneeuwvlekken dwarrelen door de lucht, zodra ze de grond bereiken is hun leven beëndigd. Het geronk van Mercedes-motoren in de verte breekt de doodse stilte van het kamp..Het komt naderbij en binnen korte tijd staan er tientallen zwarte limousines bij het administratiegebouw en voor de ‘Kommandantur’.

De wegen zijn verlaten. De avondklok houdt ieder die geen taak heeft binnen zijn barak gevangen. Wij, de loopjongens, zijn belast met het sjouwen van kratten bier wn dekschalen met “Kartofeelsalat”. De dreigende waarschuwing ‘overal met de poten vanaf te blijven, omdat we anders achter tralies gaan’ treft doel, hoewel bij sommigen de kaken bijna onzichtbaar bewegen tijdens het werk.”

 

 

 

 

Durlacher
Gerhard L. Durlacher (10 juli 1928 - 2 juli 1996)

 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver Hermann Burger werd op 10 juli 1942 in Burg (Kanton Aargau) geboren. Hij studeerde architectuur in Zürich, maar ruilde die studie in voor germanistiek en kunstgeschiedenis. In 1967 debuteerde hij met de dichtbundel Rauchsignale. Onder de titel Bork verscheen drie jaar later zijn eerste proza. In de jaren zeventig was hij vooral werkzaam op het gebied van de literatuurwetenschap. Hij promoveerde op Paul Celan (Paul Celan. Auf der Suche nach der verlorenen Sprache; gedrukt 1974) Bekend werd hij door de volumineuze, als monoloog van de dorpsschoolleraar Peter Stirner opgezette, briefroman Schilten.

 

Uit: Menzenmang

 

"So also würde Hermann Arbogast Brenner, der sich in diesen Momenten nichts sehnlicher wünschte als seinen Frieden mit der Welt gemacht zu haben, Cigarre um Cigarre sein Ende abwarten, anstelle der Kreuzzeitung legte ihm Surleuly, der seinem krebskranken Vormieter Kindt Post bis zuletzt ans Siechenlager brachte, das "Aargauer Tagblatt" auf den Tisch, damit er sich, wenn die Kraft für das Ausland nicht mehr ausreichte, zumindest noch am Lokalteil ergötzen könnte, der, was die weltbewegende kaleidoskopische Kleinmeisterlichkeit betrifft, zäntome seinesgleichen sucht, man denke nur etwa an die Blasmusik-Jahresversammlungs-Miniaturen des unter dem Pseudonym As-Dur publizierenden weilandigen Philharmonikers, der bei einem Flötenkonzert in den Orchestergraben stürzte, oder an die kursiv gesetzten Glossen Adlerauges über die notorischen Schildbürgerstreiche im Einwohnerrat. Auf ein Ebenbild der petrefakten Domina von Kloster Wutz würde der dergestalt terminal sich Entspannende um so eher verzichten, als die einzig dafür in Frage kommende Person, die sogenannte Helvetia aus Starrkirch, wohl aus sektiererischem Geiz die sieben Kilometer nach Brunsleben scheuen dürfte, es sei denn, man böte Hand zu adäquaten Autospesen."

 

 

 

 

Burger
Hermann Burger (10 juli 1942 – 28 februari 1989)

 

 

 

 

 

 

De Canadese schrijfster Alice Munro werd geboren op 10 juli 1931 in Wingham, Ontario. Zie ook mijn blog van 10 juli 2007 en ook mijn blog van 10 juli 2008

 

Uit: The View from Castle Rock

 

“The Ettrick Valley lies about fifty miles due south of Edinburgh, and thirty or so miles north of the English border, which runs close to the wall Hadrian built to keep out the wild people from the north. The Romans pushed farther, and built some sort of fortifications called Antonine's Wall between the Firth of Clyde and the Firth of Forth, but those did not last long. The land between the two walls has been occupied for a long time by a mix of people—Celtic people, some of whom came from Ireland and were actually called Scots, Anglo-Saxons from the south, Norse from across the North Sea, and possibly some leftover Picts as well.

The high stony farm where my family lived for some time in the Ettrick Valley was called Far-Hope. The word hope, as used in the local geography, is an old word, a Norse word--Norse, Anglo-Saxon, and Gaelic words being all mixed up together in that part of the country, as you would expect, with some old Brythonic thrown in to indicate an early Welsh presence. Hope means a bay, not a bay filled with water but with land, partly enclosed by hills, which in this case are the high bare hills, the near mountains of the Southern Uplands. The Black Knowe, Bodesbeck Law, Ettrick Pen—there you have the three big hills, with the word hill in three languages. Some of these hills are now being reforested, with plantations of Sitka spruce, but in the seventeenth and eighteenth centuries they would have been bare, or mostly bare—the great Forest of Ettrick, the hunting grounds of the Kings of Scotland, having been cut down and turned into pasture or waste heath a century or two before.”

 

 

 

 

munro_alice
Alice Munro (Wingham, 10 juli 1931)

 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Becker werd op 10 juli 1932 in Keulen geboren. Zie ook mijn blog van 10 juli 2007  en ook mijn blog van 10 juli 2008

 

 

Gedicht, sehr früh

 

In der Frühe um fünf weckt mich

das Geräusch eines einzelnen, kreisenden Flugzeugs;

ich kämpfe noch, an den Rändern

des Schlafs, um den Rest eines Traums;

kreischend die Vögel, ehe zu dröhnen

beginnt mein vollbeschäftigtes Land;

fürchterlich wird der Sommer, glücklich die Nachbarn

auf Grundstücken in der Nähe der Autobahn;

resigniert haben einige, vorbei sei

die schönste Zeit, und das zählt nicht;

gestern Abend hörte ich sprechen Leute

in Gärten, Geräusche des Alterns;

vor vielen Jahren erfand ich nach jeder Täuschung

die nächste, dann wusste ich mehr;

so fängt der Tag an, die Volkswagen schnarren,

Wirkliches mit der Zeitung, anderswo noch Schnee.

 

 

 

 

Erzählung

 

Am Wochenende gehe ich in den nahen Wäldern.

Vieles verschwindet, Verschwundenes geht mit, aber

die restlichen Bestände bleiben unverwüstlich.

Einige der schwarzen Bäche sind heller geworden,

unleugbar, gute Veränderungen gibt es.

Auf der Brücke der Kindheit stehend

sehe ich wieder

die gelben Dünen des Grundsands,

das Spiegelbild der leeren Winteräste.

 

Ich erzähle es dir. Du bist seßhaft,

jedenfalls innerhalb unserer Breiten, sonst

unterwegs von Insel zu Insel. Sträucher

hast du ins Zimmer geholt, sie leben

vergoldet weiter zwischen Gläsern und Steinen.

 

Wir sitzen in der Dämmerung. Wir sprechen

von der Nähe des Meers. Briefe sind gekommen

von Übersee, ich habe einen alten Atlas

auf den Knien und erzähle weiter, gleich

hinterm Haus, von den frischen Bauten der Füchse.

 

 

 

 

 

Becker
Jürgen Becker (Keulen, 10 juli 1932)

 

Geschreven door Romenu om 20:29 Reageer op dit bericht

Nicolás Guillén, Kurt Bartsch, Paul Wühr, Aphra Behn-Johnson, Frederick Marryat, Günther Weisenborn

De Cubaanse dichter Nicolás Guillén werd geboren in Camagüey op 10 juli 1902. Zie ook mijn blog van 10 juli 2007 en ook mijn blog van 10 juli 2008

 

 

Gorilla

De gorilla is een bijna
menselijk dier.
Hij heeft geen poten
maar bijna benen.
Hij heeft geen klauwen
maar bijna handen.
Ik heb het nu
over de gorilla
uit het afrikaanse oerwoud.

Het dier dat u hier nu ziet
is bijna een echte gorilla.
Hij heeft poten in plaats van benen,
klauwen in plaats van handen.
Dit is
de amerikaanse gorilla.

Onze inkoper heeft hem in een kazerne
aangekocht
voor de Grote Dierentuin.

 

 

 

Vertaald door Cees Nooteboom

 

 

 

 

 

Thick lipped cullud boy

 

How come you jumps salty

when they calls you thick-lipped boy,

if yo’ mouf’s so sweet,

thick-lipped cullud boy?

 

Thick-lipped as you is

you got everything.

Charity’s payin’ yo’ keep.

She’s givin’ you all you need.

 

Still you go around beefin’,

thick-lipped cullud boy.

No work an’ plenty money,

thick-lipped cullud boy.

White suit jes’ spotless,

thick-lipped cullud boy.

Shoes two shades o’ honey,

thick-lipped cullud boy.

 

Thick-lipped as you is

you got everything.

Charity’s payin’ yo’ keep,

she’s givin’ all you want.

 

 

 

 

Vertaald door Langston Hughes and Ben Frederic Carruthers

 

 

 

 

 

 

Guillen
Nicolás Guillén (10 juli 1902 - 16 juli 1989)

Met de dichter Ángel Augier (l) in Parijs, 1955

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Kurt Bartsch werd geboren in Berlijn op 10 juli 1937. Zie ook mijn blog van 10 juli 2007 en ook mijn blog van 10 juli 2008

 

 

Sozialistischer Biedermeier

 

Zwischen Wand- und Widersprüchen

machen sie es sich bequem.

Links ein Sofa, rechts ein Sofa,

in der Mitte ein Emblem.

 

Auf der Lippe ein paar Thesen,

Teppiche auch auf dem Klo.

Früher häufig Marx gelesen,

aber jetzt auch so schon froh.

 

Denn das "Kapital" trägt Zinsen:

eignes Auto. Außen rot.

Einmal in der Woche Linsen.

Dafür Sekt zum Abendbrot.

 

Und sich noch betroffen fühlen

von Kritik und Ironie.

Immer eine Schippe ziehen,

doch zur Schippe greifen nie.

 

Immer glauben, nur nicht denken

und das Mäntelchen im Wind.

Wozu noch den Kopf verrenken,

wenn wir für den Frieden sind?

 

Brüder, seht die rote Fahne

hängt bei uns zur Küche raus.

Außen Sonne, innen Sahne -

nun sieht Marx wir Moritz aus.

 

 

 

 

 

Bartsch
Kurt Bartsch (Berlijn, 10 juli 1937)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Paul Wühr werd geboren op 10 juli 1927 in München. Zie ook mijn blog van 10 juli 2007.

 

 

Lesen

 

Du liegst vor mir geschrieben

ich lese dich ab

 

ich hör mich von dir sagen

viel Worte schön

 

dich hör ich so liebreich

liegen

 

ich denk ich deck die Worte

zu

 

so mußt du in mir noch

verstummen

 

so schläfst du auf diesen

Zeilen

 

still ist das Blatt ich kann

dich

 

nicht mehr lesen so schön du

bist

 

da fallen ganz andere Wörter

herein

 

die sind von mir nicht

geschrieben

 

sie liegen vor mir auf den

Zeilen

 

ich lese sie ab ich hör von

ihnen nichts sagen

 

mich schweigen sie zu die Augen

lesen

 

ich sehe Wörter die laufen sie

immer nur ab

 

für uns steht da nichts mehr

geschrieben

 

 

 

 

wuehr
Paul Wühr (München, 10 juli 1927)

 

 

 

 

 

De Britse schrijfster Aphra Behn-Johnson werd geboren in Kent op 10 juli 1640. Zie ook mijn blog van 10 juli 2007.

 

Uit:Oroonoko

 

„'Twas then, afflicted as Oroonoko was, that he was proclaimed general in the old man's place: and then it was, at the finishing of that war, which had continued for two years, that the prince came to court, where he had hardly been a month together, from the time of his fifth year to that of seventeen; and 'twas amazing to imagine where it was he learned so much humanity: or, to give his accomplishments a juster name, where 'twas he got that real greatness of soul, those refined notions of true honor, that absolute generosity, and that softness that was capable of the highest passions of love and gallantry, whose objects were almost continually fighting men, or those mangled or dead, who heard no sounds but those of war and groans. Some part of it we may attribute to the care of a Frenchman of wit and learning, who, finding it turn to very good account to be a sort of royal tutor to this young black, and perceiving him very ready, apt, and quick of apprehension, took a great pleasure to teach him morals, language, and science; and was for it extremely beloved and valued by him. Another reason was, he loved when he came from war, to see all the English gentlemen that traded thither; and did not only learn their language, but that of the Spaniard also, with whom he traded afterwards for slaves.

I have often seen and conversed with this great man, and been a witness to many of his mighty actions; and do assure my reader, the most illustrious courts could not have produced a braver man, both for greatness of courage and mind, a judgment more solid, a wit more quick, and a conversation more sweet and diverting. He knew almost as much as if he had read much: he had heard of and admired the Romans: he had heard of the late Civil Wars in England, and the deplorable death of our great monarch; and would discourse of it with all the sense and abhorrence of the injustice imaginable. He had an extreme good and graceful mien, and all the civility of a well-bred great man. He had nothing of barbarity in his nature, but in all points addressed himself as if his education had been in some European court.“

 

 

 

 

 

Behn
Aphra Behn-Johnson (10 juli 1640 - 16 april 1689)
Portret door Peter Lely

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver en marineofficier Frederick Marryat werd geboren op 10 juli 1792 in Londen. Zie ook mijn blog van 10 juli 2007.

 

Uit: Peter Simple

 

“The great advantage of being the fool of the family -- My destiny is decided, and I am consigned to a stockbroker as part of His Majesty's sea stock -- Unfortunately for me Mr Handycock is a bear, and I get very little dinner.

IF I CANNOT NARRATE a life of adventurous and daring exiploits, fortunately I have no heavy crimes to confess; and, if I do not rise in the estimation of the reader for acts of gallantry and devotion in my country's cause, at least I may claim the merit of zealous and persevering continuance in my vocation. We are all of us variously gifted from Above, and he who is content to walk, instead of to run, on his allotted path through life, although he may not so rapidly attain the goal, has the advantage of not being out of breath upon his arrival. Not that I mean to infer that my life has not been one of adventure. I only mean to say that, in all which has occurred, I have been a passive, rather than an active, personage; and, if events of interest are to be recorded, they certainly have not been sought by me.

 

As well as I can recollect and analyze my early propensities, I think that, had I been permitted to select my own profession, I should in all probability have bound myself apprentice to a tailor for I always envied the comfortable seat which they appeared to enjoy upon the shopboard, and their elevated position, which enabled them to look down upon the constant succession of the idle or the busy, who passed in review before them in the main street of the country town, near to which I passed the first fourteen years of my existence.”

 

 

 

 

Frederick_Marryat_by_John_Simpson
Frederick Marryat (10 juli 1792 – 2 augustus 1848)

Portret door John Simpson, 1835

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 10 juli 2007.

De Duitse schrijver en dramaturg Günther Weisenborn werd geboren op 10 juli 1902 in Velbert.

 

Geschreven door Romenu om 20:25 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten