Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 16 juli 2009 tot 17 juli 2009

James Purdy, Martin R. Dean, Eelke de Jong, Roger Garaudy

De Amerikaanse schrijver James Purdy werd geboren in Fremont in de staat Ohio op 17 juli 1914.. Hij ging naar de universiteit in Chicago en daarna ook in Pueblo in New Mexico. Hij was werkzaam als tolk en gaf les aan de United States Information Agency in Europa. De laatste jaren van zijn leven woonde hij in Brooklyn. In 1958 en 1962 ontving hij twee Guggenheim Fellowships. In 1993 kreeg hij de Morton Dauwen Zabel Fiction Award van de American Academy of Arts and Letters. De Ford Foundation en Rockefeller Foundation schonken hem een beurs. Edith Sitwell was een van de eersten die zijn talent erkenden. Verder spraken onder meer Edward Albee, Susan Sontag en Gore Vidal, die hem een "authentic American genius" noemde, lovend over zijn werk. Purdy heeft zowel romans, gedichten als toneelstukken geschreven; zijn werk is echter weinig bekend, al heeft hij een kleine schare toegewijde lezers, en dit niet enkel in de Engelstalige wereld. Werken van Purdy werden in ruim dertig talen vertaald. Hij hanteert een zeer eigenzinnige, duistere stijl; de toon is vaak ironisch of satirisch, en de verhalen zijn grotesk of bevreemdend. Dikwijls zit er een homo-erotische ondertoon in. Ook in Nederland vindt zijn werk aftrek, vooral door de activiteiten van enkele (bibliofiele) uitgevers, zoals Johan Polak, die in 1973 bij Athenaeum-Polak & Van Gennep begon met de uitgave van vertalingen van Purdy's proza. Purdy overleed op de 13e maart van dit jaar.

 

Uit: Moe's Villa and Other Stories

 

„People have no respect, no empathy for other people; they have no sense of who other people are. There’s a kind of withering away of the human sensibility, and this leads to the collapse of just about everything.

My writing is concerned with the soul, with the unknown forces of the psyche. A British writer said I write under the skin, which I liked. In a spiritual sense, the real life of man is going on inside. It’s not what he says or does, it’s something else. The only way, I think, one can get in touch with that is in dreams, either sleeping or waking...not a trance like stage, but going beyond the conscious. I think maybe that distinguishes the two kinds of writing: there is the muse kind and the journalistic kind. I feel that the stories and subjects "come" to me, because when I try to seek them, they elude me. Consequently, I don’t write for anyone. I write for the soul. If you really tell yourself the truth, you’ve told everyone. This doesn’t come easily at all. It’s all a matter of psychic energy, of getting in touch with what you’re looking for.

There are times, however, when I sit and write, and there’s nothing there, nothing comes. And I only see myself as a receptacle up to a point, as sometimes the story comes out partially formed. Then the really muscular work begins. The sledgehammer work. After the "voices" have told you, you have to hammer it into a shape that’s intelligible--first to yourself and then to others. Technique is constant practice and a kind of bleeding inside. It’s agony really because the body resists the soul. It doesn’t want to be tortured by putting some things down on paper.

My writing is both realistic and symbolic. The outer texture is realistic, but the actual story has a symbolic, almost mythic quality. The characters are being moved by forces, which they don’t understand. I’m really writing about something rather ancient that predates Christianity and Judaism. A friend calls it archetypal. Though my plays are really American myths and the language and characters are very American, they are not only about America. They just happen to take place here.

I usually write about a person in crisis, because that’s the time we tell the truth. They say "in vino veritas", but for me it’s the crisis when someone tells the truth. The people in my work discover the truth about themselves. They’re liberated from false illusions. In all my writing there is a final self-revelation which all of us try to avoid.”

 

 

 

 

 

Purdy
James Purdy (17 juli 1914 - 13 maart 2009)

 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver Martin R. Dean werd geboren op 17 juli 1955 in Menziken  Aargau. Vanaf 1977 studeerde hij germanistiek, filosofie en etnologie in Basel. In 1986 studeerde hij af met een studie over de roman Perrudia van Hans Henny Jahnn. Dean maakte in de loop van de jaren heel wat reizen, o..a. naar Zuid-Amerika, Portugal, Frankrijk, Griekenland en Italië . Hij werkte o.a. als docent Duits en filosofie. Tegenwoordig woont en werkt hij als zelfstandig schrijver in Basel.

 

Uit: Der Guyanaknoten

 

"Gestern drehte sich die alte Frau von gegenüber nach mir um und verharrte in dieser lauernden Stellung bis ich im Hauseingang verschwunden war. Wahrscheinlich erkannte sie in mir den Attentäter oder verwechselte mich mit einem Asylanten. Ich verlasse meine Wohnung nicht ohne Pass, ohne meinen Schweizer Pass. Wo immer ich bin, stehenbleibe oder mich hinsetze, muss ich mich ausweisen.

Alle Ausländer sind Attentäter. Instinktiv schieben mir die Mütter ihre Kinderwagen vor die Füsse. Es ist lächerlich, sage ich zu Lehmann, aber ohne Ausweis ist man ein Nichts. Wer keinen gültigen Ausweis bei sich trägt, der gehört nicht zur Bevölkerung. Umgekehrt macht das Ausweistragen aus mir, einem Nichts, einen Teil der Bevölkerung. Statistisch gesehen gehöre ich zum männlichen, ledigen, arbeitenden Teil der Schweizer Bevölkerung. Absurd, wo doch meine Vorfahren aus allen Enden und Ecken der Welt zusammengestreut sind, sage ich zu Lehmann. Wie Meridiane, wenn man so sagen kann, ziehen sich die Migrationsrouten meiner Vorfahren über den Erdglobus. Vom kühlen Norden in den heissen Süden, Lehmann, ziehen sich die Fäden und verdichten sich in meiner Person, verknoten sich zu einem Ich, einem Guyanaknoten, einem Mehrstrangverdichtungsknoten, oder meinetwegen einem Endknoten mit Körperbindungsoberfläche. Ich bin der von meinen verschiedenrassigen Vorfahren in ausschweifenden Reisen und Begattungen geknüpfte Samenknoten. Ein Schuhhändlerknoten, ein Bendelknoten, ein Platting oder ein Spleiss, was auch immer."

 

 

 

 

dean1
Martin R. Dean (Menziken, 17 juli 1955)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Eelke de Jong werd geboren in Apeldoorn op 17 juli 1935. Eelke de Jong kwam in 1963 als redacteur in dienst bij de Haagse Post (nu HP/DeTijd), nadat hij als journalist bij het Vrije Volk had gewerkt.

Eelke heeft grote bekendheid gekregen als geestelijk vader van Koos Tak, over wiens wedervaren hij samen met Rijk de Gooijer jarenlang heeft bericht in de HP, onder de kop ‘Van onze speciale verslaggever’. Koos escapades werden gebundeld in een viertal boeken, waaruit in 1988 een selectie verscheen: The best of Koos Tak. Later zijn deze hilarische verhalen door cineast Theo van Gogh verfilmd. Om zijn schrijversportretten werd hij zeer gewaardeerd. Een bestseller was het door de Bezige Bij uitgegeven en met Hans Sleutelaar samengestelde Sprookjes van de Lage Landen, waarvoor Peter Vos de illustraties tekende.

 

Uit: Jan Arends I presume

 

“Vannacht heeft hij een verhaal geschreven, zeven kantjes uit een schoolschrift, in een kamertje bij zaal twee (waar overdag een administrateur zit), een fles rode landwijn onder handbereik, de regels van het huis zijn op hem niet van toepassing, zegt hij, hij kan naar bed gaan wanneer hij wil, gaan en staan naar believen.

Vannacht ging hij om drie uur naar bed toen het verhaal af was. Zijn bed staat in een isoleercel, de deur komt uit op zaal zeven.

Hij was redelijk aangeschoten, slofte door de lange, kale gang van zaal twee naar zaal zeven, overal diepe rust, klopte op de deur, die aan de andere kant ontgrendeld werd, groette de broeder die hem opendeed, keek even rond (twee rijen hoge metalen bedden in een flauw lichtschijnsel, de schaduwen van snurkende en rochelende mannen, de stank van urine en faeces, achterin een donkere spelonk: de serre), sloeg linksaf langs het keukentje, waar een andere broeder een tijdschrift zat te lezen en koos de linker van de twee isoleercellen, waar zijn koffer stond en zijn kleren over een stoel hingen (de andere was bezet door een patiënt, die een slaapkuur moest ondergaan, maar zich al een paar dagen met succes tegen de benevelende werking van de medicijnen had verzet).

Hij sliep uitstekend op de wijn, werd om tien uur uitgerust wakker, trok zijn blauwe pak aan, waarvan de gulp niet helemaal sloot, zijn grijze sloffen (scheren hoefde niet, af en toe knipte hij zijn zwarte baard iets bij, doorgaans liet hij zijn vingers er door spelen), nam een boterham met muisjes, een kop koffie, om elf uur kreeg hij bezoek.”

 

 

 

 

De_Jong
Eelke de Jong (17 juli 1935 – 1 augustus 1987)

 

 

 

 

De Franse schrijver, filosoof en politicus Roger Garaudy werd geboren in Marseille  op 17 juli 1913. Zie ook mijn blog van 17 juli 2007 en ook mijn blog van 17 juli 2008.

 

Uit: Mon tour du siècle en solitaire : Mémoires

 

„„1933, c'est l'année où Hitler accède au pouvoir. Le fascisme italien est à son apogée et Mussolini va bientôt envahir l'Éthiopie. Jeté dans cet univers convulsif, et le cœur plein d'orages […] je choisis de devenir chrétien. Chrétien, dans un monde de l'absurde, pour donner un sens à ma vie.  Marxiste, dans un monde livré à la violence, pour donner une efficacité à mon action.

Pendant un tiers de siècle, j'ai tenté, au risque d'être écartelé, de tenir les deux bouts de la chaîne : le marxisme n'était pas pour moi une idéologie ou une vision du monde, mais une méthodologie de l'initiative historique, c'est-à-dire à la fois l'art et la science d'analyser les contradictions majeures d'une époque et d'une société, et, à partir de cette entreprise de conscience, découvrir le projet capable de les surmonter.

Entre la foi qui donnait un sens à la vie, et une méthode qui donnait une efficacité à l'action, je ne voyais pas d'antagonisme, mais au contraire, une complémentarité."

 

 

 

 

roger_garaudy
Roger Garaudy (Marseille, 17 juli 1913)

 

Geschreven door Romenu om 19:30 Reageer op dit bericht

Clara Viebig, Mattie Stepanek, Shmuel Yosef Agnon, Christina Stead, Bruno Jasieńsk, Rainer Kirsch

De Duitse schrijfster Clara Viebig werd geboren op 17 juli 1860 in Trier. Zie ook mijn blog van 17 juli 2007 en ook mijn blog van 17 juli 2008.

 

Uit: Schreibendes Leben - Die Dichterin Clara Viebig 

       (Biografie door Charlotte Marlo Werner)

 

“Kinderjahre in Trier

Die Zeiten waren unruhig, als Clara Viebig am 17. Juli 1860 in Trier geboren wurde. Die Weltpolitik stand bald Kopf. Der Bürgerkrieg in Amerika und der Krieg um Dänemark füllten die Pressespalten mit beunruhigenden Nachrichten. Der preußisch-österreichische Krieg aber brachte die meisten Trierer gegen die Preußen auf. Das geistige Erbe von Karl Marx, der in dieser Stadt geboren wurde, war noch wirksam, als die „Deutsche Sozialdemokratische Arbeiterpartei“ entstand. Im Mai, wenige Wochen vor der Niederkunft, gingen die werdenden Eltern vielleicht zu einem großen Volksvergnügen mit Festessen, Illumination und Fackelzug. Was feierte man damals so pompös mit preußischen Prinzen, dem Herzog von Oldenburg, dem Statthalter von Luxemburg, dem Präfekten von Metz und vielen anderen lokalen Honoratioren? Den Eisenbahnanschluss nach Saarbrücken! Endlich war die Stadt eingegliedert in den großen Schienenverband, der den Handel erleichterte und die Entfernungen aufhob. Die Menschen freuten sich über den ersten Trierer Bahnhof, der großzügig im klassizistischen Stil in der Luxemburgerstraße erbaut worden war. Zwei Jahre später bestand das neue Verkehrssystem seine Bewährungsprobe während der Gewerbeund Industrieausstellung, die an Ausdehnung alles bisher Dagewesene übertraf.

Clara Emma Amalie Viebig erblickte im Simeonsstift Haus Nr. 382 das Licht der Welt. Vier Wochen später organisierten die Eltern für ihre Tochter eine Haustaufe, die im Taufregister der evangelischen Gemeinde verzeichnet ist. Das Geburtshaus wurde leider abgerissen und durch einen Neubau ersetzt, der heute in der Kutzbachstraße 10 steht. Das Mädchen wuchs als Nachzüglerin auf, denn Bruder Ferdinand war achtzehn Jahre älter und ihren behinderten Bruder Ernst, nach dem Vater benannt, hat sie nie kennen gelernt. Es ist anzunehmen, dass Mutter Clara, die mit Pastor Bodelschwingh befreundet war, das an Epilepsie leidende Kind durch seine Vermittlung im Haus des schwäbischen Pfarrers Holzbauer hat unterbringen können. Ferdinand, der Kapellmeister werden wollte, aber eine Staatsbeamtenlaufbahn einschlagen musste, heiratete Henriette Göring, eine Tante des späteren Reichsmarschalls Hermann Göring. Von Nazismus ahnte Ferdinand noch nichts, aber die künstlerischen Ambitionen seiner Schwester waren ihm entschieden ein Dorn im Auge."

 

 

 

 

Viebig
Clara Viebig (17 juli 1860 – 31 juli 1952)

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vredesactivist Mattie Joseph Thaddeus Stepanek werd geboren in Washington D.C. op 17 juli 1990. Zie ook mijn blog van 17 juli 2008.

 

 

For Our World

 

We need to stop.

Just stop.

Stop for a moment.

Before anybody

Says or does anything

That may hurt anyone else.

We need to be silent.

Just silent.

Silent for a moment.

Before we forever lose

The blessing of songs

That grow in our hearts.

We need to notice.

Just notice.

Notice for a moment.

Before the future slips away

Into ashes and dust of humility.

Stop, be silent, and notice.

In so many ways, we are the same.

Our differences are unique treasures.

We have, we are, a mosaic of gifts

To nurture, to offer, to accept.

We need to be.

Just be.

Be for a moment.

Kind and gentle, innocent and trusting,

Like children and lambs,

Never judging or vengeful

Like the judging and vengeful.

And now, let us pray,

Differently, yet together,

Before there is no earth, no life,

No chance for peace.

 

 

 

 

Stepanek
Mattie Stepanek (17 juli 1990 – 22 juni 2004)

Hier met Jimmy Carter 

 

 

 



De Duitse dichter en schrijver
Rainer Kirsch werd geboren op 17 juli 1934 in Döbeln. Zie ook mijn blog van 17 juli 2007. Rainer Kirsch werd vandaag 75 jaar.

 

Uit: Chefsache und Arbeit (zu Rilkes „Herbsttag“)

 

„Was muß auch nicht alles geleistet werden! Die „Schatten auf die Sonnenuhren“ legen - Massen an Wolken sind aufzubringen! „Die Winde los“ lassen - aber so, daß sie weder einander zunichte blasen noch sich zu Zyklonen zusammenrotten! „Letzte Süße in den schweren Wein“ jagen — biochemischer Feinzauber in unterschiedlichsten Hanglagen! Gott, somit, wird vorgestellt als nördlich des Mittelmeers waltender Groß-Gutsbesitzer, dessen Herrschaft durch Atmo- und Stratosphäre bis zur Sonne reicht; der Redende, sein Majordomus [Hausmeister], sorgt, daß IHM das Rechte zur rechten Zeit in den Kopf kommt, und braucht sachgemäß schöne Verse - ein durchheiterter Gott ist ein besserer Gott.

Wir lesen Vers 8, und stocken. „Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr“ - an wen geht das? Gott? Interessierte ihn derlei, wüßte es eh; er wird wohl davon sein, arbeiten. Sonst ist niemand zugegen, der Majordomus redet zu sich selber. Jammert er? Kein Stück. Vielmehr bleibt ihm, nach erledigter Dienstsache, Muße, Privates zu bedenken: Er macht ein Lebenskonzept.

Rilkes Haushalt in Westerwede [bei Worpswede] war aufgelöst, die Reserven kärglich, Honorare kaum in Sicht; wie weiter? Hausdiener werden? Sich aufhängen? Ein Manifest der Moderne verfassen, wie Hofmannsthal das gleichenjahrs mit dem Lord-Chandos-Brief angeblich getan hat? Nichts dergleichen. Der Redende wird „wachen, lesen, lange Briefe schreiben“ - er wird sich einschränken, Mäzene suchen und dichten.

Vor sechzehn Tagen hatte Rilke Rodins Lebens-Grundregel „Il faut travailler, rien que travailler. Et il faut avoir patience“ erfahren, es ist, lesen wir, inzwischen seine.

Die Schlußwendung von den „Alleen“, in denen „die Blätter treiben“, rundet das Gedicht und dehnt die Berichtszeit in die nächste Zukunft, den Spätherbst; an Rodins Maxime halten wird Rilke sich noch gut dreiundzwanzig Jahre, bis zum Tod, den er als was beschrieben hat? als „Arbeit“.

 

 

 

Sarah_und_Rainer_Kirsch

Rainer Kirsch (Döbeln, 17 juli 1934)

Sarah en Rainer Kirsch, Berlijn 1964

 

 



Zie voor onderstaande schrijver mijn blog van 17 juli 2007 en ook mijn blog van 17 juli 2008.

 

De Hebreeuwse schrijver Shmuel Yosef Agnon (eig. Shmuel Yosef Czaczkes) werd geboren in Buczacs, Galicië (nu in Oekraïne) op 17 juli 1888.

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 17 juli 2007.

 

De Australische schrijfster Christina Stead werd geboren in Rockdale, New South Wales op 17 juli 1902.

 

De Poolse futuristische schrijver Bruno Jasieński (eig. Wiktor Zysman) werd geboren op 17 juli 1901 in Klimontov.



 

 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Tony Kushner, Reinaldo Arenas, Georges Rodenbach, Anita Brookner, Jörg Fauser

De Amerikaanse schrijver Tony Kushner werd geboren op 16 juli 1956 in New York. Hij studeerde Engels aan de Columbia Unicversity. In 2003 trouwde hij met zijn vriend Mark Harris, een redacteur bij „Entertainment Weekly“. Zijn bekendste theaterstuk is het omstreden Angels in America waarvoor hij o.a. de Pulitzer prijs kreeg. Een gelijknamige opera van Peter Eötvös ging in 2004 in Parijs in première. Ook is er een miniserie van gemaakt voor de televisie. Het is het verhaal over een groep homo’s die halverwege de jaren tachtig worstelen met hun identiteit en de ziekte aids. Andere stukken van hem zijn „Slavs“, „Homebody/Kabul“ en „Carolin, or Change“.

 

Uit: Angels in America


 (Joe and Louis sitting shoulder to shoulder in the dunes at Jones Beach, facing the ocean. It's cold. The sound of waves and gulls and distant Belt Parkway traffic. New York Romantic. Joe is very cold, Louis as always is oblivious to the weather.)

JOE. Louis ...?

LOUIS. The winter Atlantic. Wow, huh?

JOE. Ferocious. It's freezing, what are we ...

LOUIS. There used to be guys in the dunes even when it snowed. Nothing deterred us from the task at hand.

JOE. Which was?

LOUIS. Exploration. Across an unmapped terrain. The body of the homosexual human male. Here, or the Ramble, or the scrub pines on Fire Island, or the St. Mark's Baths. Hardy pioneers. Like your ancestors.

JOE. Not exactly.

LOUIS. And many have perished on the trail. I fucked around a whole lot more than he did. So why is he the sick one? No justice. Anyway I wanted you to see this.

JOE. Why?

LOUIS. No reason.

(Little pause)

JOE. I love you.

LOUIS. No you don't.

JOE. Yes I do.

LOUIS. NO YOU DON'T. You think you do but that's just the gay virgin thing, that's ...

JOE. (tousling Louis' hair) Stop working so hard. Listen to the ocean. I love it when you can get to places and see what it used to be. The whole country was like this once. A paradise.

LOUIS. Ruined now.

JOE. It's a great country. Best place on earth. Best place to be.

LOUIS. I can't believe you're a Mormon. You never told me.

JOE. You never asked.

LOUIS. You said you were a Protestant.

JOE. I am. Sort of.

LOUIS. So what else haven't you told me? So the fruity underwear you wear, that's ...

 

 

 

tony_kushner
Tony Kushner (New York, 16 juli 1956)

 

 

 

 

 

De Cubaanse dichter en schrijver Reinaldo Arenas werd geboren op 16 juli 1943 in Holguin. Zie ook mijn blog van 16 juli 2007 en ook mijn blog van 16 juli 2008.

 

Uit: The Empty Shoes (Vertaald door Dolores M. Koch)

 

“Gosh! when did this happen? Heaven knows. . . . A while back, no date I can remember, everything was always so much the same that it was really difficult to distinguish one month from the next. Oh, but January was different. You know, January is the month of the upitos and the bellflowers, but it is also the month when the Three Wise Men pay us a visit.
The grass by the window was tall enough for their horses, and my shoes, a little bashful because they had holes in their tips, were there, waiting, openmouthed and a bit damp with evening dew.
It will soon be midnight.
They will come after you’re asleep, my cousin had whispered in a confidential tone. And they will leave your gifts on top of the shoes. When I am asleep! But I couldn’t fall asleep, I was hearing the crickets chirping outside, and I thought I heard steps too; but no, it was not them.
To sleep. I had to fall asleep, but how? My shoes were there on the windowsill, waiting.
I have to think about something else so I can fall asleep. Yes, that’s it, I’ll think about something else: Tomorrow we have to trim the flight feathers and fill the water tank. After that I’ll go by the brook and bring back a basket of honey berries. . . . I should not have brought down that nest that had two naked baby birds with gaping beaks and a look of fear in their eyes. . . .
I woke up. It was so early that only a few scant rays of light were coming through the window. Almost blindly I walked to the window. How many surprises, I thought, were awaiting me. . . . But no. I touched the moist leather of my shoes: they were empty, completely empty.
Then my mother came and kissed me in silence, caressed my wet eyes with hands tired of washing dishes, nudged me softly to the edge of the bed, and slipped the shoes on my feet. Come, she whispered then, the coffee is ready. Then I went out and got soaked with dew.
I had some flight feathers to trim.”

 

 

 

 

Reinaldo_Arenas
Reinaldo Arenas (16 juli 1943 – 7 december 1990)

 

 

 

 

 

De Belgische dichter en schrijver Georges Rodenbach werd geboren in Doornik op 16 juli 1855. Zie ook mijn blog van 16 juli 2007 en ook mijn blog van 16 juli 2008.

 

 

Le Soir Dans Les Vitres (Fragment)

 

I.

 

Le soir descend dans les vitres et les submerge...

Un rayon y vacille un moment comme un cierge,

Dernier cierge frileux des vêpres terminées!

L'ombre déferle; on ne sait quoi chavire en elles;

Les ultimes clartés sont vite éliminées,

Et c'est comme un sommeil délayant des prunelles.

Clair-obscur! Douloureux combat de la Lumière

Et de l'Ombre, parmi les vitres -- non moins beau

Que le même conflit dans le ciel et dans l'eau,

Quand le soleil n'est plus qu'une rose trémière

Qui s'effeuille parmi le déluge du soir.

Et les vitres, dernier champ clos du crépuscule,

Où l'Ombre a poursuivi le Couchant et l'accule,

Luisent, à cause d'eux, d'un adieu jaune et noir.

 

II.

 

Pourtant l'ombre s'amasse aux fenêtres vaincues.

Les vitrages, bouquets brodés et tulle frêle,

Cèdent, et l'on dirait que leur blancheur dégèle,

Comme s'ils adhéraient aux vitres contiguës

Et que leur givre en fleur était né dans le verre.

Unanime débâcle: un bouquet se desserre,

Un brusque afflux de soir rompt la plus claire branche,

Et c'est la fin d'un fin bouton de rose blanche

Qui fond, s'écoule en pleurs et lentement s'annule,

Débâcle d'un dégel dans les rideaux de tulle.

 

 

 

 

 

rodenbach
Georges Rodenbach (16 juli 1855 – 25 december 1898)

 

 

 

 

 

 

De Engelse schrijfster en historica Anita Brookner werd geboren op 16 juli 1928 in Herne Hill, een voorstad van Londen. Zie ook mijn blog van 16 juli 2007  en ook mijn blog van 16 juli 2008.

 

Uit: Leaving Home

 

“Suddenly, from the depths of an otherwise peaceful night, a name erupted from the past: Dolly Edwards, my mother’s friend, a smiling woman with very red lips and a fur coat. I remember the coat because it was not removed for the whole of her visit, which she no doubt intended to be fleeting, having, she implied, much to do. There was another friend from my mother’s prehistory, before I existed, but this presence was less distinct, perhaps not seen at such close quarters. Betty? Betty Pollock? The Pollock seemed shifting, uncertain, an approximation. Maybe that had been her name before she married, for in my mother’s day everyone got married. Women wore their husbands much as they wore their pearl necklaces, or indeed their fur coats. The shame that attached to unmarried women was indelible, and my mother seemed to bear something of that imprint although she was a respectable widow. Dolly Edwards, with her flourishing presence, obviously felt sorry for my mother in her lonely state, with only an eight-year-old child for company. Fortunately my mother did not perceive this, although I did. My mother was impressed by this visit, grateful, even happy. And Dolly Edwards played her part valiantly, reminiscing, producing names unknown to me and rejected by me as having no relevance to my own life. I may even have been jealous of this woman who had known my mother before her anomalous condition was confirmed by the death of my father. Truth to tell she did not much miss him: solitude seemed so much her natural state that Dolly Edwards was not mistaken in making of this a flying visit. My mother marvelled for days over this, with no resentment. It was less a visit than a visitation. It was never repeated.”

 

 

 

 

anita-brookner
Anita Brookner (Herne Hill, 16 juli 1928)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en journalist Jörg Christian Fauser werd geboren op 16 juli 1944 in Bad Schwalbach. Zie ook mijn blog van 16 juli 2007 en ook mijn blog van 16 juli 2008.

 

Uit: Der dunkle Ort

 

“Als ich anfing zu schreiben, wollte die deutsche Literatur noch vernünftiger sein, als sie es schon gewesen war. Sie ging daran, die Welt zu verbessern. Damals gab es für mich keinen einzigen interessanten deutschschreibenden Autor. Sie waren alle unglaublich optimistisch, penetrant wohlmeinend, und außerordentlich rührig um ihren Betrieb bemüht. Mit meiner Art zu leben, und so ähnlich lebten damals nicht wenige, hatten sie und ihre Produktionen nicht sehr viel zu tun. Unser Lebensgefühl war von Amerika geprägt, ohne daß wir je dort gewesen waren oder hin wollten. Aber wir lebten in einer amerikanischen Provinz.

Das Deutschland, das die Literaten beschrieben, war nicht unser Land. Ich erkannte mich nicht darin. Ich erkannte mich eher in einem Gedicht der Lasker-Schüler, aber das war ja Expressionismus, untergegangen mit all dem anderen. Und wie war das, bitte, mit diesem Untergang gewesen? Das konnte doch gar kein Untergang gewesen sein.

Was war denn untergegangen? Der Staat war da, die Politik war da, die Kirche war da. Das Geschäft blühte, die Polizei blühte, die Wissenschaft blühte. Auf den Trümmerplätzen waren jetzt Terrassencafés, und nicht die Dichter berührten das Blau des Himmels, sondern die Flugzeuge und Wolkenkratzer. Die Mörder saßen mit den Opfern am Tisch. Tranken sie Brüderschaft? In den Terrassencafés saßen wirkliche Juden und machten wirkliche Geschäfte. Nach Auschwitz sollte es

keine Gedichte mehr geben. Geschäfte waren keine Gedichte. Sie machten weiter, wie alles weitermachte, außer den Toten. Aber die machten ja auch weiter. Im Himmel. Nicht wahr? Was ist denn wahr, wenn das wahr sein soll? Ich suchte nach Antworten in der Literatur.”

 

 

 

 

Fauser
Jörg Fauser (16 juli 1944 – 17 juli 1987)

 

 

Geschreven door Romenu om 20:20 Reageer op dit bericht

Dag Solstad, Bernard Dimey, Andrea Wolfmayr, Pierre Benoit, Franz Nabl

De Noorsde schrijver Dag Solstad werd geboren op 16 juli 1941 in Sandefjord. Zie ook mijn blog van 16 juli 2007.

 

Uit: Scham und Würde (Vertaald door Ina Kronenberger)

 

“Er war zutiefst getroffen, wenn die Zeitungen und das Fernsehen sich anscheinend nicht länger an ihn und diejenigen, die wie er waren, richteten. Es schien, als würden sich jene, die die Herolde der Gesellschaft waren, überhaupt nicht für ihn interessieren. Ganz im Gegenteil, es kam ihm vor, als würden sie demonstrativ an ihm vorbeischauen, fast so, als hätten sie gar eine besondere Freude daran. Er war wie Luft für sie, und das fand Elias Rukla zutiefst verletzend."

(...)

"Er hatte nichts mehr zu sagen, und es sah auch nicht so aus, als hätten andere in seinem Freundeskreis oder seiner kulturellen Schicht noch etwas zu sagen. Es schien, als interessierte es niemanden mehr, ein Gespräch zu führen. Sich richtig zu unterhalten, sich zusammen um eine Erkenntnis von persönlichem und gesellschaftlichem Charakter zu bemühen, und sei es nur um den Hauch einer momentanen Erkenntnis willen. Elias Rukla musste, was seine Person betraf, einräumen, dass er dazu nicht länger imstande war, er konnte schlicht und einfach nicht mehr reden."

 

 

 

 

 

Solstad
Dag Solstad (Sandefjord, 16 juli 1941)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver van chansons Bernard Dimey werd geboren op 16 juli 1931 in Nogent-en-Bassigny (tegenwoordig Nogent).  Zie ook mijn blog van 16 juli 2007.

 

 

Les vieillards

 

Les vieillards c'est pas beau, ça fout rien, ça fait d'l'ombre,
Qu'on les fout' n'importe où c'est moche et ça encombre,
Les faire bosser macach', c'est immoral comme tout,
Ça vous f'rait mal juger, montrer du doigt partout.

 

Alors on garde ça, juste un p'tit peu d'patience,
On les coll' dans un coin où ça s'remarque pas,
C'est sage et ça dit rien, on sait pas c'que ça pense,
L' plus triste c'est qu'ça bouffe et qu' ça n'rapporte pas.

 

Quand j'rassembl' les souv'nirs que j'ai de ma grand-mère
, Pauv' femm' qui finissait ses jours en déconnant,
Je m'rappell' c'que ma mèr' lui braillait si souvent :
"Tu n 'sais plus fair' qu'un' chos', ramasser la poussière !"

 

La viocqu' répondait rien, ell' rigolait tout' seule
En mordillant ses ch'veux qu'ell' ram'nait par devant,
Et mon pèr' bougonnait, songeur en la r'gardant :
"Non content' de m'fair' suer, faut qu'ell' s'fout' de ma gueule."

 

Et plus qu'ils sont toquards, plus qu'ils ont la vie dure,
En buter quelques-uns, pas question, y a des lois.
J'ai essayé un jour d'en s'mer un dans un bois,
Peau d'balle, essayez donc, ils vous r'vienn'nt en voiture !

 

 

 

 

Dimey
Bernard Dimey (16 juli 1931 – 1 juli 1981)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijfster en politica Andrea Wolfmayr werd geboren op 16 juli 1953 in Gleisdorf. Zie ook mijn blog van 16 juli 2007.

 

Uit: Wenn du weggehst von zuhause

 

“Und mein Blick in die Welt, in die Zusammenhänge von Gemeinde, Stadt, Land und Staat, von Österreich und Europa, das Zusammenleben von Menschen hat sich dadurch gewandelt und erweitert, zwangsläufig und schnell. Denn die Welt ist im Umbruch, ganze Völker machen sich auf in eine mit dramatischer Schnelligkeit in unabsehbare Richtungen sich entwickelnde Zukunft. Und Gleisdorf ist keine Insel.

Was hat sich verändert für mich, für viele, im Umgang mit politischen Strukturen, sozialen Einrichtungen, Verwaltungszentren und Institutionen: Nichts mehr ist fix, der Wandel überall spürbar, – und das löst Ängste aus. Manches muß losgelassen werden, es gibt Trennungen und Verluste.
Die Chancen aber liegen eben darin. Neues kann entstehen. Als erstes eine andere Einschätzung von Machbarkeit. Und vieles lässt sich erreichen, beinahe alles lässt sich auch ändern. In einer Demokratie kann und darf das allerdings – Gott sei Dank – niemand allein, es braucht Konsens, Gruppe, Partei, meinetwegen auch eine Lobby. Deutlich wächst die Lust, an der Gestaltung und Herausbildung mitzuarbeiten und immer geschicktere und effizientere Möglichkeiten zu suchen, im konkreten Alltag heißt das Absprache mit Verantwortungsträgern, Zusammenarbeit mit Beamten, Inanspruchnahme von neuen Informations- und Kommunikationswegen, ständiger Kontakt mit Betroffenen und Beteiligten.“

 

 

 

 

wolfmayer
Andrea Wolfmayr (Gleisdorf, 16 juli 1953)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Pierre Benoit werd geboren op 16 juli 1886 in Albi. Hij diende eerst in het leger in het noorden van Afrika en werd daarna ambtenaar. Zijn eerste roman Koenigsmark verscheen in 1918, gevolgd door L'Atlantide een jaar later. In 1931 werd hij lid van de l'Académie française. Benoit schreef ook voor verschillende kranten reisverslagen over de reizen die hem o.a. naar het Verre Oosten, Afrika en Zuisd-Amerika voerden.

 

 

Imagine

 

Imagine

Ce soleil immense si loin

Devenu ce point de lumière hésitante

Ici dans la nuit.

Imagine

Toi si petit sur une si petite boule

Autour d’un si petit soleil.

Imagine

Pour lui tu es invisible

Et pourtant tu penses, tu sais,

Tu existes.

Imagine maintenant

Quand tu regardes le ciel

Là où tu ne vois rien,

Tous ces invisibles qui pensent, qui savent,

Qui existent

Et te regardes en disant

Je ne vois rien….

 

 

 

Haïku

 

La pluie contente l'herbe

Ravit les feuilles et les arbres

Et fait pleurer les fleurs

 

 

 

 

benoit
Pierre Benoit (16 juli 1886 – 3 maart 1962)

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 16 juli 2007.

 

De Oostenrijkse schrijver Franz Nabl werd geboren op 16 juli 1883 in Lautschin.

 

Geschreven door Romenu om 20:19 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten