Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 28 augustus 2009 tot 29 augustus 2009

Maurice Maeterlinck, Hugo Brandt Corstius, Thom Gunn, Lukas Hartmann

De Belgische dichter en schrijver Maurice Maeterlinck werd geboren op 29 augustus 1862 in Gent. Zie ook mijn blog van 29 augustus 2006.   

 

Uit: Quinze Chansons

 

I.

 

Elle l'enchaîna dans une grotte,

Elle fit un signe sur la porte ;

La vierge oublia la lumière

Et la clef tomba dans la mer.

 

Elle attendit les jours d'été :

Elle attendit plus de sept ans,

Tous les ans passait un passant.

 

Elle attendit les jours d'hiver ;

Et ses cheveux en attendant

Se rappelèrent la lumière.

 

Ils la cherchèrent, ils la trouvèrent,

Ils se glissèrent entre les pierres

Et éclairèrent les rochers.

 

Un soir un passant passe encore,

II ne comprend pas la clarté

Et n'ose pas en approcher.

 

II croit que c'est un signe étrange,

II croit que c'est une source d'or,

II croit que c'est un jeu des anges,

II se détourne et passe encore...

 

 

 

 

VI.

 

On est venu dire,

(Mon enfant, j'ai peur)

On est venu dire

Qu'il allait partir…

 

Ma lampe allumée,

(Mon enfant, j'ai peur)

Ma lampe allumée,

Me suis approchée…

 

A la première porte,

(Mon enfant, j'ai peur)

A la première porte,

La flamme a tremblé…

 

A la seconde porte,

(Mon enfant, j'ai peur)

A la seconde porte,

La flamme a parlé…

 

A la troisième porte,

(Mon enfant, j'ai peur)

A la troisième porte,

La lumière est morte…

 

 

 

 

 

 

IX.

 

Elle est venue vers le palais

- Le soleil se levait à peine -

Elle est venue vers le palais,

Les chevaliers se regardaient

Toutes les femmes se taisaient.

 

Elle s'arrêta devant la porte

- Le soleil se levait à peine -

Elle s'arrêta devant la porte

On entendit marcher la reine

Et son époux l'interrogeait.

 

Où allez-vous, où allez-vous?

- Prenez garde, on y voit à peine -

Où allez-vous, où allez-vous?

Quelqu'un vous attend-il là-bas?

Mais elle ne répondait pas.

 

Elle descendit vers l'inconnue,

- Prenez garde, on y voit à peine -

Elle descendit vers l'inconnue,

L'inconnue embrassa la reine

Elles ne se dirent pas un mot

Et s'éloignèrent aussit??t.

 

Son époux pleurait sur le seuil

- Prenez garde, on y voit à peine -

Son époux pleurait sur le seuil,

On entendait marcher la reine

On entendait tomber les feuilles.

 

 

 

 

 

Maurice_Maeterlinck
Maurice Maeterlinck (29 augustus 1862 -  6 mei 1949)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en wetenschapper Hugo Brandt Corstius werd geboren in Eindhoven op 29 augustus 1935.

 

Uit: Vertellers tellen niet ver

 

“In de literatuur komen grote getallen weinig voor. Als ze voorkomen hebben ze meestal geen andere betekenis dan: ‘groot getal’ en kan je er dus rustig een paar cijfers in veranderen. Op de cd van het Woordenboek der Nederlandsche taal vond ik onder het miljoen citaten uit zes eeuwen Nederlands alleen grote getallen in wiskundige geschriften, boekhoudingen en laadcijfers van schepen. Stevin berekent dat een hypotenusa 1118033988 groot moet zijn. In 1766 is er sprake van een schip met 119200 (dus vier cijfers) peperranken en 144460 (vijf cijfers) vruchten. Xerxes had in zijn leger 2317620 mannen. In 1618 eindigt een gemeentelijke boekhoudsom op 323655618 gulden. De diameter van de aardkloot is 6543170 Franse roeden.

Ehrenburg, Jef Last en andere communistisch-realistische schrijvers van tachtig jaar geleden gebruiken graag grote getallen voor de productie van automobielen, de storting van basaltblokken en andere opwindende feiten uit het arbeidersleven, maar verder zijn grote getallen uitzondering in de literatuur.

Twee schrijvers hebben mij met een groot getal een vragend uitroepteken in hun boek doen zetten.

André Gide schreef op 9 januari 1930 in zijn Dagboek:

‘De laatste tijd overkomen me de vreemdste toevalligheden: bij de bank ga ik een Amerikaanse cheque wisselen (een betaling van Dinditi in ik weet niet meer welk tijdschrift). De bankbediende die me 1.264 frank 50 centimes uitbetaalt vraagt mijn rekeningnummer - 12.645. Dezelfde cijfers in precies dezelfde volgorde. Zo'n combinatie herhaalt zich niet vaker dan elke duizend jaar, veronderstel ik.’

Het is niet eenvoudig uit te maken om de hoeveel jaar het gebeurt dat iemands rekeningnummer hetzelfde is als een uitbetaald geldbedrag. Merk op dat Gide de nul achter de 5 verwaarloost. Als het geldbedrag 12645 frank of 126 frank 45 centimes of 126450 frank was geweest dan had hij precies dezelfde toevalligheid geconstateerd.

Laten we zeggen dat er 50.000 bankrekeningnumnmers zijn - het lage getal 12645 wijst in die richting. En laten we zeggen dat er in een maand 50.000 banktransacties gebeuren met bedragen tussen de 1 en de 50.000 frank. Dan mag je elke maand een toevalligheid van het type-Gide verwachten. Als je duizend jaar wacht is het onmogelijk dat die toevalligheid zich niet duizenden malen heeft voorgedaan.

Kenners van Gide's Journal weten dat die kleine bankscène op een andere plek nog eens voorkomt omdat men geroddeld had dat de schrijver bij een bank had voorgedrongen met de woorden ‘Ik ben André Gide’, wat hij, notabene in een dagboek waarvan toen nog niet vaststond dat het gepubliceerd zou worden, uitvoerig gaat tegenspreken. De ijdelheid van schrijvers gaat soms zo ver dat de eigen ijdelheid ontkend wordt. Nog een voorbeeld.”

 

 

 

 

Cortius
Hugo Brandt Corstius (Eindhoven, 29 augustus 1935)

 

 

 

 

 

De Engelse dichter Thomson („Thom“) William Gunn werd geboren op 29 augustus 1929 in Gravesend, Kent.

 

 

Black Jackets 

 

In the silence that prolongs the span

Rawly of music when the record ends,

The red-haired boy who drove a van

In weekday overalls but, like his friends,

 

Wore cycle boots and jacket here

To suit the Sunday hangout he was in,

Heard, as he stretched back from his beer,

Leather creak softly round his neck and chin.

 

Before him, on a coal-black sleeve

Remote exertion had lined, scratched, and burned

Insignia that could not revive

The heroic fall or climb where they were earned.

 

On the other drinkers bent together,

Concocting selves for their impervious kit,

He saw it as no more than leather

Which, taught across the shoulders grown to it,

 

Sent through the dimness of a bar

As sudden and anonymous hints of light

As those that shipping give, that are

Now flickers in the Bay, now lost in sight.

 

He stretched out like a cat, and rolled

The bitterish taste of beer upon his tongue,

And listened to a joke being told:

The present was the things he stayed among.

 

If it was only loss he wore,

He wore it to assert, with fierce devotion,

Complicity and nothing more.

He recollected his initiation,

 

And one especially of the rites.

For on his shoulders they had put tattoos:

The group's name on the left, The Knights,

And on the right the slogan Born to Lose. 

 

 

 

 

 

gunn
Thom Gunn (29 augustus 1929 – 25 april 2004)

 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver Lukas Hartmann (eig. Hans-Rudolf Lehmann) werd geboren op 29 augustus 1944 in Bern.

 

Uit: Bis ans Ende der Meere

 

„Zwei Monate dauerte die Überfahrt zu den Freundscha∫sinseln.

Der Wind war meist schlecht, das Wetter wechselha∫, immerhin wurde es von Tag zu Tag wärmer. Sie

kamen an anderen Inseln vorbei, unwirtlichen und kleinen, deren RiΣe und Korallenbänke, an denen sich masthoch das Meer brach, eine Landung verhinderten. Anderswo näherten sich ihnen schwimmende Eingeborene, die aber nichts zu tauschen hatten, so dass Cook es vorzog weiterzusegeln.

Acht Wochen ohne Landgang waren lang. Unter der Mannscha∫ verbreitete sich eine mürrische Stimmung. Die Tiere begannen zu hungern, die Wasservorräte gingen zur Neige. Was ausgeschenkt wurde, schmeckte immer schlechter; sogar mit Rum vermischt, erregte das Brackwasser Ekel. An mehreren aufeinanderfolgenden Tagen stahl jemand gepökeltes Fleisch aus dem Fass. Cook verlangte kategorisch, dass der Dieb oder die Diebe sich meldeten oder denunziert würden.

Aber die Männer schwiegen. Wie immer, wenn es um Diebstahl ging, wurde Cook rasch zornig. Er ließ die Mannschaft auf dem Vorderdeck antreten und drohte damit, die Fleischration um einen Drittel zu kürzen, wenn ihm der Delinquent nicht bekanntgegeben werde. Die Männer protestierten. Ein Sprecher – es war der SchiΣszimmermann Cleveley – gab zu bedenken, dass eine solche Kollektivstrafe als ungerecht empfunden werde. Das Beifallsgemurmel der Umstehenden ärgerte Cook noch mehr, er wies Cleveley mit erhobener Stimme zurecht: Eine Stimmung in der Mannscha∫, die nur

im Geringsten meuterisch sei, werde er niemals dulden, Rädelsführer, die zum Ungehorsam aufgerufen hätten, würden unnachsichtig bestra∫. Nun senkte Cleveley den Blick; kein anderer wagte mehr aufzumucken.

Auf welchem Weg Cook den Namen des Diebs erfuhr, wusste niemand. Es war John Allen, ein Marinesoldat, der schon wegen häu⁄ger Trunkenheit aufgefallen war. Cook ließ ihn am nächsten Tag mit sechsunddreißig Peitschenhieben bestrafen, das war ungewöhnlich streng für dieses Vergehen. Der Kapitän, den Hut korrekt aufgesetzt, stand mit verschränkten Armen dabei, mit jedem Zoll, so dachte Webber, eine imposante Erscheinung, gleichsam die Verkörperung des Gesetzes. Die Zuschauer waren still und bedrückt; nur Omai schluchzte leise, wie bei jeder Auspeitschung.“

 

 

 

hartmann
Lukas Hartmann (Bern, 29 augustus 1944)

 

 

 

 

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 29 augustus 2007 en ook mijn blog van 29 augustus 2008.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e augustus ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Geschreven door Romenu om 20:22 Reageer op dit bericht

Edward Carpenter, Elma van Haren, Jacques Kruithof, Djamel Amrani, Valery Larbaud

De Engelse dichter, schrijver en activist Edward Carpenter werd geboren op 29 augustus 1844 in Hove, in de buurt van Brighton. Zie ook mijn blog van 29 augustus 2008.

 

 

Over the great city

Over the great city,
Where the wind rustles through the parks and gardens,
In the air, the high clouds brooding,

In the lines of street perspective, the lamps, the traffic,

The pavements and the innumerable feet upon them,

I Am: make no mistake--do not be deluded.

 

Think not because I do not appear at the first glance--because the centuries have gone by and there is no assured tidings of me--that therefore I am not there.

Think not because all goes its own way that therefore I do not go my own way through all.

The fixed bent of hurrying faces in the street--each turned towards its own light, seeing no other--yet I am the Light towards which they all look.

The toil of so many hands to such multifarious ends, yet my hand knows the touch and twining of them all.

 

All come to me at last.

There is no love like mine;

For all other love takes one and not another;

And other love is pain, but this is joy eternal.

 

 

 

 

 

Carpenter
Edward Carpenter (29 augustus 1844 – 28 juni 1929)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Elma van Haren werd geboren in Roosendaal op 29 augustus 1954. Van Haren studeerde na haar gymnasiumdiploma aan de kunstacademie in 's-Hertogenbosch.  In 1988 debuteerde ze met de poëziebundel De reis naar het welkom geheten, die zeer lovend werd besproken en haar de C. Buddingh'-prijs opleverde. In 1989 verscheen de bundel De wankel die werd beschouwd als de bevestiging van haar talent. In 1991 volgde een derde bundel poëzie, Het schuinvallend oog, op de titelpagina aangeduid als ‘dagboekgedichten’. In haar bundel Zacht gat in broekzak (2006) zocht Van Haren de grenzen van Amsterdam op in het Oostelijk havengebied en IJburg om daar de constante verandering en versplintering van de waarneming onder woorden te brengen. In 1997 ontving Van Haren de Jan Campertprijs voor Grondstewardess (1996). Uit haar bundel Eskimoteren (2000) werd het gedicht ‘Het schitterende’ gekozen als één van de beste gedichten van het jaar 2000.

 

 

 

Gezegdes leren

 

Ik heb een kat in de zak gekocht

en toen hij eruit kwam, was het

een prachtige perzische kater.

 

Ik heb een gegeven paard in de bek gekeken

en het ivoor van de tanden was zo stralend wit,

dat een hele do-re-mi er vanaf pingpongde.

 

Ik heb de pels verkocht voordat de beer geschoten was

en met duizend euro cash in het handje

danste ik weg in het donker.

 

Maar toen heb ik Rik een riem

onder het hart gestoken en plotseling

riep hij au! en hapte naar adem.

 

Haalde ik voor Carla de kolen

uit het vuur en brandde zomaar

gaatjes in haar nette lichtblauwe jurk.

 

Heb ik voor Klaas een kuil gegraven en

tot mijn grote verbazing,

kukelde hij er nog in ook!

 

Gelukkig blijft dor dik en dun

Jantje van Leiden mijn allerbeste vriendje.

Omdat we elkaars schoenen passen,

trekt hij vaak de mijne aan

en ik graag die van hem.

 

 

 

 

VanHaren
Elma van Haren (Roosendaal, 29 augustus 1954)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Jacques Kruithof werd geboren in Rotterdam op 29 augustus 1947. Kruithof leidde aspirant-leraren op in het literatuuronderwijs. In De bewoonde wereld (1972) behandelde hij de interpretatie van poëzie. Zegge en schrijve (1974) gaf essays over Anton Koolhaas en ook schreef hij over Robert Musils De man zonder eigenschappen (De rijkdom van het onvoltooide, 1988) en Marcel Prousts A la recherche du temps perdu (Gezicht op Proust, 1993). In zijn pamflet Je moet niet doen of alles hetzelfde is (2006) nam Kruithof scherp stelling tegen de tendens om in de cultuur geen onderscheid meer te maken naar wat "hoog" of "laag" is, voor de massa of het geletterde publiek. Zijn kritieken verschenen in Vrij Nederland en Nieuw Wereldtijdschrift. Zijn (overwegend historische) romans konden zich niet verheugen in een groot publiekssucces. Voor de essaybundel Vingeroefeningen (1981) ontving hij de Jan Greshoffprijs 1982.

 

Uit: Een ‘mooi warm wicht’

 

„Voor zulke lezers is de Mei vanzelfsprekend een klassieke tekst, buiten kijf ‘het centrale meesterwerk van Tachtig’, volgens Garmt Stuiveling. Toch wil het spraakgebruik ook in ruimere kringen van enigszins geletterden dat het gedicht een historisch fenomeen is, dat merk je aan het lidwoord. Je hebt het over dè Mei, en daar hoeft niet eens ‘van Gorter’ aan toegevoegd te worden, net zoals dè Hamlet het zonder Shakespeare en dè Gysbreght het zonder Vondel kan stellen. Lidwoord en anonimiteit markeren de status van een tekst als onaantastbaar erfdeel, wat er verder nog over te doen mag zijn.

Toch moet deze zelfde Mei ooit een gedicht geweest zijn dat op scherp stond, dat tegenspraak en bijval ondervond, waar menigeen zich werkelijk druk over maakte. Het ging, honderd jaar geleden, immers om een experiment: van een jonge dichter met zijn ongewisse talent natuurlijk, maar ook met de poëzie en met de denkbeelden over poëzie van zijn tijd.

Zo'n proefneming is onvermijdelijk altijd, heel of half bewust, zowel een spel (in de zin van Huizinga) als een polemiek (die dikwijls in dezelfde zin een spel is). Uit brieven van Gorters moeder valt op te maken dat zij de verschijning van de eerste zang in De Nieuwe Gids reeds als polemisch beschouwde, als in haar wereld eigenlijk ‘not done’. Aan dit lieflijke gedicht kon men zich indertijd blijkbaar de vingers branden - ik probeer uit te zoeken waarom.

Ik geef hier van de Mei geen samenvatting: dat heeft die kleine Tachtiger Hein Boeken al eens onnavolgbaar gedaan: ‘de natuur met goden erin’. Een royaler uittreksel zou ook een hele opgave zijn, want, zoals een mij onbekende grapjas zijn oordeel en een wel vaker gehoord bezwaar bondig in een rijmpje heeft neergelegd:

 

 De Mei van Gorter

 Kon best wat korter.

 

Deze opinie berust overigens op een misvatting. Een kortere Mei zou precies dat magere verhaaltje geweest zijn, waarover men Gorter wel de mantel uitgeveegd heeft, ‘onduidelijk en verward’, ‘onvast van lijnen’, om met die Van Hall te spreken. ‘Een schamele geschiedenis’, meent zelfs de bewonderaar J.C. Brandt Corstius, een geschiedenis die ‘vaag en onvast’ is, volgens Gorter zelf. Maar dat deert niet, juist door de overvloed aan beschrijvingen, beelden en aanstekelijk plezier in de natuur en het dichten daarover. Het is als met de Matthäus-Passion, die men oneerbiedig samen kan vatten als: ‘zo, die hangt weer’, volgens een bekende zangeres. Maar in een half uur krijg je dat echt niet voor elkaar.“

 

 

 

 

Kruithof
Jacques Kruithof (29 augustus 1947 – 7 maart 2008)

 

 

 

 

 

De Algerijnse dichter en schrijver Djamel Amrani werd geboren in Sour El-Ghozlane op 29 augustus 1935. In 1952 vestigde zich zijn familie in Algiers. In 1956 nam hij deel aan de studentenstaking. In 1957 werd hij tijdens de slag om Algiers gearresteerd en gefolterd. Familieleden van hem werden gedood. Na zijn vrijlating werd Amrani uitgewezen naar Frankrijk. In zijn eerste boek Le Temoin berichtte hij in 1960 over zijn ervaringen. Na zijn terugkeer naar Akgerije presenteerde hij later programma’s over poëzie op televisie. In 2004 ontving hij uit handen van de Chileense president Ricardo Lagos de Pablo Neruda-Medaille.

 

 

Lettres Jaunies

 

Salut lettres jaunies de ma mélancolie 

Salut à toi mon jasmin, ma lumière rendue légale

multicolore, inexorable

plus profonde que mon avant-pudeur

qu'une insulte insolvable.

Salut eau brûlante de ma révolte

réveil en miettes de mon brise-coeur

Et gloire à vous tendresse abyssales

flammes charnelles de la raison

pain de l'innocence et du regret

encens de crépuscule.

Et pourtant encore, pourtant je tremble

de chimères

comme l'heure avance languide

à cause du flou des inquiétudes.

 

 

 

 

 

Ravi d'aise

 

Ravi d'aise au jour de ton corps

je t'appelle

jusqu'aux racines de mon mal

jusqu'au leure pactisé.

J'accepte de ne pas toujours te saisir

et te suivre, mais je t'appelle.

Je t'extirpe des clameurs en rotation

Tu es mon tout

ma floraison ma tunique d'ascète.

Tu es ma dent déchaussée

et tu coupes ma vie en deux

Toi mon vaisseau céleste

errant parmi les lunes

Toi mon ciel à la puissance zéro

à la main chaude à la douceur de lait. 

 

 

 

 

 

 

amrani
Djamel Amrani (29 augustus 1935 – 2 maart 2005)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver en criticus Valery Nicolas Larbaud werd geboren op  29 augustus 1881 in Vichy.  Zijn vader had een handel in Vichy-water, waar hij rijk mee werd. Na de dood van zijn vader ontving Larbaud via zijn moeder een ruim maandgeld. Larbaud studeerde Engels en Duits en maakte vele reizen. Meer dan door zijn eigen werk is Valery Larbaud van belang voor de Franse literatuur omdat hij zijn hele leven wijdde aan het lezen en bekend maken van boeken uit andere literaturen. Hij kende uitstekend Engels, Spaans en Italiaans en heeft tientallen auteurs vertaald of laten vertalen, bij uitgevers gebracht, tijdschriftartikelen over ze geschreven en ze in Frankrijk bekend gemaakt.

 

Uit: Fermina Márquez

 

  « Elle abaissait ses regards sur sa gorge nue ; elle se contemplait allongée dans sa robe splendide, elle admirait la petitesse de ses pieds cambrés. N’est-elle pas, elle aussi, digne du roi de son cœur ? - Les heures de la nuit ont un aspect romanesque. Deux heures de l’après-midi est prosaïque, presque vulgaire; mais deux heures du matin est un aventurier qui s’enfonce dans l’inconnu. Et cet inconnu, c’est trois heures du matin, le pôle nocturne, le continent mystérieux du temps. On en fait le tour ; et si on croit l’avoir traversé jamais, on se trompe, car bientôt quatre heures du matin arrive sans que vous ayez surpris le secret de la nuit. Et le petit jour strie déjà les volets de ses baguettes bleues parallèles.
    Maintenant, lorsque Fermina Márquez paraissait sur le perron du parloir, à Saint-Augustin, il y avait à peine deux heures qu’elle était levée, et ses beaux yeux battus se fermaient à l’éclat trop vif du soleil. Mais sa démarche était plus noble, plus triomphale que jamais. Elle se montrait avant que les élèves eussent quitté le réfectoire, tout exprès pour agacer Santos, qui, ayant déjeuné en grande hâte, et étant obligé de rester à son banc, trépignait d’impatience, prêt à bondir dehors, aussitôt les grâces dites.
    Comme il nous paraissait heureux ! Nous savions qu’il portait, enroulé à son poignet droit et dissimulait sous sa manchette, un ruban de ses cheveux, qu’elle lui avait donné. En sorte que nous ne lui serrions pas la main, et que nous ne frôlions pas son bras droit sans éprouver un sentiment de respect : ce ruban rendait sacrée la personne de Santos.
    Ils se promenaient sur la terrasse. Elle lui avait permis de fumer en sa présence : la fumée de ses cigarettes, à lui, avait une odeur si bonne, si réconfortante ! Elle l’aspirait avec délices. Elle levait les yeux vers lui, avec une expression de gravité et d’admiration. Elle était contente d’être un peu moins grande que lui. Tout ce qu’il disait la touchait, la rendait joyeuse, la caressait.
    Une ou deux fois, ils invitèrent Demoisel à venir goûter avec eux dans le parc. Nous le vîmes aussi dans la grande allée : ils marchaient en avant du groupe formé par Mama Doloré, Pilar, Paquito Márquez ; Santos était à gauche, et Demoisel à droite de Fermina. Le nègre se tenait bien droit et portait haut la tête ; il semblait à la fois fier et très intimidé. De loin on voyait le blanc de ses yeux bouger, dans son visage noir, luisant. Sa tenue était irréprochable. Lui aussi était América
in. »

 

 

 

 

vlarbaud
Valery Larbaud (29 augustus 1881 – 2 februari 1957)

 

Geschreven door Romenu om 20:19 Reageer op dit bericht

Johann Wolfgang von Goethe, Frederick Kesner, A. Moonen, Rita Dove

De Duitse dichter en schrijver Johann Wolfgang von Goethe werd geboren op 28 augustus 1749 in Frankfurt am Main. Zie ook mijn blog van 31 augustus 2006 en ook mijn blog van 28 augustus 2007.

 

Uit: Italienische Reise

 

“Rom, den 8. Juni 1787

Vorgestern bin ich glücklich wieder hier angelangt, und gestern hat der feierliche Fronleichnamstag mich sogleich wieder zum Römer eingeweiht. Gern will ich gestehen, meine Abreise von Neapel machte mir einige Pein; nicht sowohl die herrliche Gegend als eine gewaltige Lava hinter mir lassend, die von dem Gipfel aus ihren Weg nach dem Meere zu nahm, die ich wohl hätte in der Nähe betrachten, deren Art und Weise, von der man so viel gelesen und erzählt hat, ich in meine Erfahrungen hätte mit aufnehmen sollen.

Heute jedoch ist meine Sehnsucht nach dieser großen Naturszene schon wieder ins gleiche gebracht; nicht sowohl das fromme Festgewirre, das bei einem imposanten Ganzen doch hie und da durch abgeschmacktes Einzelne den innern Sinn verletzt, sondern die Anschauung der Teppiche nach Raffaels Kartonen hat mich wieder in den Kreis höherer Betrachtungen zurückgeführt. Die vorzüglichsten, die ihm am gewissesten ihren Ursprung verdanken, sind zusammen ausgebreitet, andere, wahrscheinlich von Schülern, Zeit- und Kunstgenossen erfundene, schließen sich nicht unwürdig an und bedecken die grenzenlosen Räume.

 

Rom, den 16. Juni.

Laßt mich auch wieder, meine Lieben, ein Wort zu euch reden. Mir geht es sehr wohl, ich finde mich immer mehr in mich zurück und lerne unterscheiden, was mir eigen und was mir fremd ist. Ich bin fleißig und nehme von allen Seiten ein und wachse von innen heraus. Diese Tage war ich in Tivoli und habe eins der ersten Naturschauspiele gesehen. Es gehören die Wasserfälle dort mit den Ruinen und dem ganzen Komplex der Landschaft zu denen Gegenständen, deren Bekanntschaft uns im tiefsten Grunde reicher macht.

Am letzten Posttage habe ich versäumt zu schreiben. In Tivoli war ich sehr müde vom Spazierengehen und vom Zeichnen in der Hitze. Ich war mit Herrn Hackert draußen, der eine unglaubliche Meisterschaft hat, die Natur abzuschreiben und der Zeichnung gleich eine Gestalt zu geben. Ich habe in diesen wenigen Tagen viel von ihm gelernt.

Weiter mag ich gar nichts sagen. Das ist wieder ein Gipfel irdischer Dinge. Ein sehr komplizierter Fall in der Gegend bringt die herrlichsten Wirkungen hervor.

Herr Hackert hat mich gelobt und getadelt und mir weiter geholfen. Er tat mir halb im Scherz, halb im Ernst den Vorschlag, achtzehn Monate in Italien zu bleiben und mich nach guten Grundsätzen zu üben; nach dieser Zeit, versprach er mir, sollte ich Freude an meinen Arbeiten haben. Ich sehe auch wohl, was und wie man studieren muß, um über gewisse Schwierigkeiten hinauszukommen, unter deren Last man sonst sein ganzes Leben hinkriecht.

Noch eine Bemerkung. Jetzt fangen erst die Bäume, die Felsen, ja Rom selbst an, mir lieb zu werden; bisher hab' ich sie immer nur als fremd gefühlt; dagegen freuten mich geringe Gegenstände, die mit denen Ähnlichkeit hatten, die ich in der Jugend sah. Nun muß ich auch erst hier zu Hause werden, und doch kann ich's nie so innig sein als mit jenen ersten Gegenständen des Lebens. Ich habe verschiednes bezüglich auf Kunst und Nachahmung bei dieser Gelegenheit gedacht.

Während meiner Abwesenheit hatte Tischbein ein Gemälde von Daniel von Volterra im Kloster an der Porta del Popolo entdeckt; die Geistlichen wollten es für tausend Skudi hergeben, welche Tischbein als Künstler nicht aufzutreiben wußte. Er machte daher an Madame Angelika durch Meyer den Vorschlag, in den sie willigte, gedachte Summe auszahlte, das Bild zu sich nahm und später Tischbein die ihm kontraktmäßige Hälfte um ein Namhaftes abkaufte. Es war ein vortreffliches Bild, die Grablegung vorstellend, mit vielen Figuren. Eine von Meyer darnach sorgfältig hergestellte Zeichnung ist noch vorhanden.”

 

 

 

 

goethe4
Johann Wolfgang von Goethe (28 augustus 1749 – 22 maart 1832)

Johann Heinrich Wilhelm Tischbein: Goethe in der Campagna, 1787

 

 

 

 

 

 

De Australische dichter Frederick Alexander III Kesner werd geboren op 28 augustus 1967 in Manilla op de Filippijnen.

 

 

Darkness Uncovers 

 

Belying this despised state

you hunch upon shuffling feet,

pondering the crunch of browned leaves.

 

Burrowing this dusty soil

you hide beneath scurrying paws,

forgetting the crash of billowy waves.

 

Blowing out raspy breath

you pucker withered lips;

release cotton-downed doves.

 

Bellowing against the horizon

you herd the flock from grazing;

shackled gates embrace nightfall.

 

 

 

 

 

Friends Forever Covenant 

 

Friends have their humble beginnings

And sometimes friendships have their end.

Let us build a world of meaning;

Together seek each rainbow's end.

 

We're meant to always be happy

And to be sad for but a while;

We are meant to share God's glory

And to live-out life with a smile.

 

You'd never need to outgrow me

Or to leave our friendship behind.

I pray there be new beginnings:

A deeper love each day to find.

 

 

 

 

 

Sadly Young 

 

 

This young sad poet

t o b e,

brooding over things

that tomorrow might not bring.

Other poets

are dying around him;

(they are flesh-bound too!)

 

exiting without fanfare and glory,

whose poems

shall collect dust

in lonely shelves

of musty halls

within greying walls

where no sun shines

on semi-precious gems of long ago -

(is this where he wants to be) too?

 

He broods on;

Taking with him his private agonies;

chasing after personal demons,

being pursued by them in turn....

to be

this sad young Poet.

 

 

 

 

 

Kessner
Frederick Kesner (Manilla, 28 augustus 1967)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver A. Moonen, (spreek uit: 'a-punt-moonen') werd geboren in Rotterdam op 28 augustus 1937. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 28 augustus 2007.

  

Uit: Levensvreugde

 

„De verloederde wijk bevindt zich tussen twee metrostations in, grenst aan Delfshaven, is geleidelijk aan met behulp van welzijnswerkers tot een getto geraakt. De onderste bevolkingslaag is er gehuisvest; paupers van diverse nationaliteiten, waaronder gezinshereniging der volgzame moslims in opgroeiend kindertal resulteert en de fokpremies ertoe bijdragen een zekere welvaart te bereiken, luxe die in het land van herkomst onthouden schijnt te worden; kleurentelevée (liefst met afstandsbediening), video en als hoogste ideaal een eigen automobiel.

Temidden van deze welstandstrevers woont een gehavende vrijgezel van 60, vlot gekleed, welbespraakt, tamelijk weerbaar, zeer sociaal voelend, huiselijk, gevoel voor humor en gek op peuterporno via Internet. Ik ken hem vrij goed, want ben het zelf. Toch liep vermelde vrijgezel eerste kerstnacht 1997 barrevoets en gehuld in een versleten regenjas op straat - naakt volgens de Turkse buurman twee hoog naderhand tot Hikmet - richting gesloten avondverkoop en vervolgens weer terug naar politiebureau, bezorgd achternagefietst door de geschrokken pal boven hem wonende zwakbegaafde bijbelfanaat annex trommelaar.

Gastvrij ontvangen door de brigadiers werd het voor de merkwaardige bezoeker uiteindelijk op voorspraak van twee Riagg-dames een voorspoedige ambulancerit naar Noordwijk. Dichterbij schenen alle klinieken bezet te zijn. De patiënt lag gerieflijk op een brancard en genoot af en toe van het schempend verlichte uitzicht. Er ontstond zelfs een geanimeerd gesprek tussen hem en de twee ziekenbroeders.

Er volgde een prettige drie maanden durende vakantie verdeeld over drie klinieken. Reeds na enkele weken werd hij verplaatst naar Capelle a/d IJssel, alwaar hij nog in 't IJssellandziekenhuis kwam te liggen met een aangename longontsteking. Daar kreeg hij van de hem bezoekende regisseur van Z. te horen dat Erwin K. aan een hartstilstand was overleden in zijn vertrouwde omgeving bij moedertje thuis, terwijl hij nog zo veel toekomstplannen had.

 

 

 

 

 

Moonen
A. Moonen  (28 augustus 1937 – 24 januari 2007)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster en dichteres Rita Frances Dove werd geboren op 28 augustus 1952 in Akron, Ohio. Zie ook mijn blog van 28 augustus 2007.

 

 

Golden Oldie

I made it home early, only to get 
stalled in the driveway-swaying 
at the wheel like a blind pianist caught in a tune 
meant for more than two hands playing. 
The words were easy, crooned 
by a young girl dying to feel alive, to discover 
a pain majestic enough 
to live by. I turned the air conditioning off, 
leaned back to float on a film of sweat, 
and listened to her sentiment: 
Baby, where did our love go?-a lament 
I greedily took in 
without a clue who my lover 
might be, or where to start looking.



Exit


Just when hope withers, the visa is granted. 
The door opens to a street like in the movies, 
clean of people, of cats; except it is your street 
you are leaving. A visa has been granted, 
"provisionally"-a fretful word. 
The windows you have closed behind 
you are turning pink, doing what they do 
every dawn. Here it's gray. The door 
to the taxicab waits. This suitcase, 
the saddest object in the world. 
Well, the world's open. And now through 
the windshield the sky begins to blush 
as you did when your mother told you 
what it took to be a woman in this life.

 

 

 

 

Rita_Dove
Rita Dove (Akron, 28 augustus 1952)

 

 

 

 

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 28 augustus 2008.


Zie voor nog meer schrijvers van de 28e augustus ook
mijn vorige blog van vandaag.

 

Geschreven door Romenu om 20:24 Reageer op dit bericht

Janet Frame, William Robertson Davies, John Betjeman, Elmar Schenkel

De Nieuw-Zeelandse dichteres en schrijfster Janet Frame werd geboren in Dunedin en groeide op in Oamaru. Zie ook mijn blog van 28 augustus 2006 en ook mijn blog van 28 augustus 2007 en ook mijn blog van 28 augustus 2008.

 

 

Storms Will Tell

 

Storms will tell; they can be trusted.

On the sand the wind and high tide write

bulletins of loss, imperfect shells,

by smooth memorial of high-country trees,

sea-weed, ripped bird, fine razor, ramshorn, cockleshell.

 

Give us the news say the tall ascetics reading

ten miles of beach over and over; between empty shells, look,

burning from the salt press, stories

of flood: How I abandoned house and home.

Razor: How I slit the throat of sunlight.

Ramshorn: How I butted and danced at the ewe sunlight.

Cockle: How my life sailed away on a black tide.

 

 

 

 

The Suicides

 

It is hard for us to enter

the kind of despair they must have known

and because it is hard we must get in by breaking

the lock if necessary for we have not the key,

though for them there was no lock and the surrounding walls

were supple, receiving as waves, and they drowned

though not lovingly; it is we only

who must enter in this way.

 

Temptations will beset us, once we are in.

We may want to catalogue what they have stolen.

We may feel suspicion; we may even criticise the décor

of their suicidal despair, may perhaps feel

it was incongruously comfortable.

 

Knowing the temptations then

let us go in

deep to their despair and their skin and know

they died because words they had spoken

returned always homeless to them.

 

 

 

 

 

frame3Janet_Frame
Janet Frame (28 augustus 1924 – 29 januari 2004)

 

 

 

 

De Canadese schrijver William Robertson Davies werd geboren op 28 augustus 1913 in Thamesville, Ontario. Zie ook mijn blog van 28 augustus 2007.

 

Uit: The Cunning Man

 

“Didn’t heat the rectory properly. Didn’t dress himself in anything but ancient clothes. . . . Ate awful food. . . . Gave every penny he had to the poor. . . . He used to roam around the parish on winter nights, up and down all the alleys, looking for bums who might have dropped down drunk, and who might freeze. Time and again he brought one of them home and put him in his own bed, while he slept on a sofa. . . . He was very generous to whores who were down on their luck. He made their more prosperous sisters stump up to help them in bad times. Got the whores to come to Confession and be scrubbed up, spiritually. . . . You should have seen the whores at his funeral. Got into trouble because he let the church fabric run down, giving away money that should have gone for heating. . . . Of course with an example like that, money rolled in. St. Aidan’s wasn’t a rich parish by any means, but people stumped up astonishingly to help Father Hobbes, because he never spared himself. . . . There was an extraordinary atmosphere about the place.“

 

 

 

 

 

davies
William Robertson Davies (28 augustus 1913 – 2 december 1995)

 

 

 

 

 

De Engelse dichter en literatuurcriticus Sir John Betjeman werd geboren in Londen op 28 augustus 1906. De oorspronkelijke familienaam was Betjemann. De laatste n verdween tijdens de Eerste Wereldoorlog om de naam minder Duits te doen lijken. Betjeman groeide op in een buitenwijk van Londen. Hij studeerde in Oxford, maar behaalde daar niet zijn graad, omdat hij zijn werk verwaarloosde. Zijn jeugd en studententijd beschreef hij in Summoned by Bells (1960). Hij vond werk in het onderwijs en later als journalist. Recent werd duidelijk dat hij zich tijdens de oorlog met spionageactiviteiten bezighield. Betjeman nam zichzelf niet al te serieus. Zijn poëzie is mede daardoor zeer toegankelijk. Ook werd hij populair als televisiepersoonlijkheid. Kenmerkend voor zijn poëzie is dat hij bijna al zijn gedichten in verband bracht met een plek, vaak een dorp, soms een gebouw. Betjeman was bovendien een autoriteit op het gebied van Britse architectuur en probeerde dit in zijn werk te populariseren. In 1969 werd hij geridderd en in 1972 werd hij Poet Laureate.

 

 

Seaside Golf

 

How straight it flew, how long it flew,

It clear'd the rutty track

And soaring, disappeared from view

Beyond the bunker's back -

A glorious, sailing, bounding drive

That made me glad I was alive.

 

And down the fairway, far along

It glowed a lonely white;

I played an iron sure and strong

And clipp'd it out of sight,

And spite of grassy banks between

I knew I'd find it on the green.

 

And so I did. It lay content

Two paces from the pin;

A steady putt and then it went

Oh, most surely in.

The very turf rejoiced to see

That quite unprecedented three.

 

Ah! Seaweed smells from sandy caves

And thyme and mist in whiffs,

In-coming tide, Atlantic waves

Slapping the sunny cliffs,

Lark song and sea sounds in the air

And splendour, splendour everywhere.

 

 

 

 

 

Sun and Fun

 

I walked into the night-club in the morning;

There was kummel on the handle of the door.

The ashtrays were unemptied.

The cleaning unattempted,

And a squashed tomato sandwich on the floor.

 

I pulled aside the thick magenta curtains

-So Regency, so Regency, my dear –

And a host of little spiders

Ran a race across the ciders

To a box of baby ‘pollies by the beer.

 

Oh sun upon the summer-going by-pass

Where ev’rything is speeding to the sea,

And wonder beyond wonder

That here where lorries thunder

The sun should ever percolate to me.

 

When Boris used to call in his Sedanca,

When Teddy took me down to his estate

When my nose excited passion,

When my clothes were in the fashion,

When my beaux were never cross if I was late,

 

There was sun enough for lazing upon beaches,

There was fun enough for far into the night.

But I’m dying now and done for,

What on earth was all the fun for?

For I’m old and ill and terrified and tight.

 

 

 

 

 

betjeman
John Betjeman (28 augustus 1906 - 19 mei 1984)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en vertaler Elmar Schenkel werd geboren in Hovestadt (Westfalen) op 28 augustus 1953. Hij studeerde kunstgeschiedenis, sinologie en filosofie in Marburg en anglistiek, romanistiek en germanistiek in Freiburg. Hij publiceerde o. A, werk over John Cowper Powys, Hugo Kükelhaus, H. G. Wells, over lyriek en over de verhouding tussen literatuur en natuurwetenschap. Ook vertaalde hij poëzie uit het Engels. Als schrijver is hij vooral bekend door zijn literair-essayistische geschriften en reisverslagen. Sinds 1993 is hij hoogleraar Engelse literatuur in Leipzig.

 

Uit: H. G. Wells

 

„Es gibt wenige Spaziergänger bei Wells; keine geruhsamen, resignierten Wanderer, Abkömmlinge der Romantik, Meditierende und Zukurzgekommene wie in der deutschen Literatur. Ging er selbst spazieren? Wir wissen, daß er gerne wanderte, aber oft war es ihm zu langsam, er konnte ungeduldig sein, und deshalb zog er Fahrzeuge vor. Zunächst das Fahrrad, das eine Zeitlang auch Dreirad, Tricycle, war. Auf dem Fahrrad begann er die Landschaft, aber auch die Luft zu entdecken, Bewegungen des Himmels, Luftschiffe, so daß sich aus dem Zweirad in seinen Geschichten bald Fluggeräte erhoben, Zeppeline, Ballons, fischartige Gestalten und allerlei Konstruktionen, die über den Ärmelkanal schwebten, noch bevor Blériot seinen Flug antrat; Fluggeräte auch, die von Deutschland über den Atlantik flogen, um Amerika zu erobern; schließlich Fahrzeuge für das All, Raketen, Kapseln mit Antischwerkraftelementen. Später bestieg Wells das Auto und noch später wurde das Flugzeug
sein Vehikel, mit dem er aus der Vogelperspektive die Weltorte sah und den Weltplan zu schmieden begann. Er hatte, bei allem demokratischen Denken, immer etwas Diktatorisches, und für die Diktatur war, wie die Futuristen es in die Welt blökten, das Flugzeug geboren worden. Aber Wells haßte auch die Diktaturen, er bekämpfte Faschismus und Kommunismus, bewunderte zunächst Stalin, verachtete Hitler und Mussolini, bewunderte Lenin und Roosevelt, kritisierte sie alle, und bestieg wieder das Flugzeug, um an den Menschenrechten zu arbeiten, um eine Weltenzyklopädie zu entwerfen und um das Weltgehirn in Form einer offenen Verschwörung, einer open conspiracy, vorzubereiten.
Fahrzeuge befreiten ihn von der Welt, die er als uneingelöste, unfertige, noch zu verwirklichende haßte und liebte. Man könnte sein Werk nach Fahrzeugen einteilen: das Fahrrad rast durch The Time Machine (Die Zeitmaschine), ist gar identisch mit ihr, durch den Radlerroman The Wheels of Chance (Die Räder des Glücks); durch die Sozialsatiren Kipps, Mr. Polly und Love and Mr. Lewisham. Es verwandelt sich in The War in the Air (Der Luftkrieg) zunächst in ein Motorrad, dann in einen Ballon und schließlich in eine Flugmaschine. In The First Men in the Moon (Die ersten Menschen auf dem Mond) steigt die Raketenkapsel in den Weltraum, während auf dem Mond andere Arten der Fortbewegung praktiziert werden, etwa das schwerelose Hüpfen oder die merkwürdigen Bewegungen der Mondbewohner, der Seleniten. Die Marsianer lassen sich mit Projektilen zur Erde schießen und staken auf hohen Dreifüßen durch England. In mehreren Erzählungen - etwa in "Under the Knife" ("Unter dem Messer") - verläßt der Mensch das Fahrzeug namens Körper und läßt das Bewußtsein selbst ausfliegen. In dieser Geschichte verläßt der Mensch den irdischen Innenraum; Information und Bewegung werden eins. So ließe sich Wells' Werk als Diagramm von Bewegungen und Fahrzeugen beschreiben, auch als Diagramm von Geschwindigkeiten, vom Auftauchen und Verschwinden.“

 

 

 

 

Schenkel_Elmar
Elmar Schenkel (Hovestadt, 28 augustus 1953)

 

Geschreven door Romenu om 20:20 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten