Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 31 augustus 2009 tot 1 september 2009

W. F. Hermans, Hubert Lampo, Blaise Cendrars, Peter Adolphsen

De Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 1 september 2006.

 

Uit: Onder professoren

 

„De vaderlandse gewoonte getrouw, die een van de vele kleinigheden is, waarover we de buitenlander laten gapen van verbazing, bleven ook na zonsondergang alle gordijnen open. Van de straat af was zonder belemmering waar te nemen wat er in Kaeckebeke's zitkamer plaatsgreep, evenals je dat bij zijn buren kon zien. Wij Nederlanders doen dit, zegt de Fransman Miraud in zijn boekje 'La Hollande burlesque' om bij onze medeburgers niet de vunze gedachte te doen opkomen dat we, zodra het lamplicht brandt en we ons achter gesloten gordijnen veilig wanen, gaan eten met open mond, smakken, op de grond spugen, onze echtgenoten uitkleden om lichaamsstraffen toe te dienen, of onze broeken naar beneden doen om met ieder die zich grijpbaar onder ons dak bevindt, ontuchtige handelingen te verrichten. En deze vrees voor andermans schunnige fantasieën, zegt de Fransman, komt voort uit het puritanisme waarin de Nederlander wordt opgevoed.

[….]

 

Emancipatie betekent assimilatie. Ik zal u een voorbeeld noemen. De Nederlandse katholieken zijn nooit zo katholiek geweest als toen ze door de protestanten onderdrukt werden. Maar na hun emancipatie, toen ze de gelijken van de protestanten waren geworden, hebben ze hun katholicisme als een handicap ervaren en ze wilden dus niet alleen maar de gelijken van de protestanten zijn, maar ook gelijk aan de protestanten. Wat gebeurde er? Het kerklatijn werd afgeschaft, priesters en zusters legden hun bijzondere kleding weg, het bestaan van de heiligen wordt met een korreltje zout genomen, aan het bestaan van de hel wordt getwijfeld. Steeds meer katholieken twijfelen aan de onfeilbaarheid van de Paus. Wat is er eigenlijk nog van het katholicisme overgebleven?“

 

 

 

 

Hermans
W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)

 

 

 

 

 

De Belgische schrijver Hubert Lampo werd geboren op 1 september 1920 geboren in Het Kiel, Antwerpen. Zie ook mijn blog van 1 september 2006.

 

Uit: De Komst van Joachim Stiller

 

„„Maar de goederentrein, die ik iedere avond om kwart voor negen in de bocht van de naburige spoorbaan hoorde voorbijstommelen, behoorde uitsluitend tot de materieloze verschijnselen van de nacht, evenals de sirenes van de schepen op de nabije rivier die, zwaar en breed op de resonantievlakken van het water en de laagdrijvende wolken, als de tragische noodseinen uit een vergeten wereld klonken en mij niet vreesachtig, doch weemoedig stemden, als waren zij de klaaglijke getuigen van een leed, waarvoor ik geen naam wist. Nooit heb ik mij afgevraagd, van waar deze trein wel komen mocht en waar hij heen reed, alsof het voor mij vast stond, dat hij tot een bovennatuurlijke werkelijkheid behoorde, waar onze vragen naar herkomst en bestemming van alle grond verstoken zijn. Ook thans nog, zovele jaren later, oefent het gedreun van nachtelijke treinen een onverklaarbare aantrekkingskracht op me uit, maar vruchteloos heb ik de betovering van weleer weergezocht.”

 

 

 

 

hubert_lampo
Hubert Lampo (1 september 1920 - 12 juli 2006)

 

 

 

 

 

De Franstalige, Zwitserse dichter en schrijver Blaise Cendrars werd geboren op 1 september 1887 in La Chaux-de-Fonds.

 

 

Paysage

 

La terre est rouge

Le ciel est bleu

La végétation est d’un vert foncé

Ce paysage est cruel dur triste malgré la variété infinie

des formes végétatives

Malgré la grâce penchée des palmiers et les bouquets

éclatants des grands arbres en fleurs fleurs de carême

 

 

 

 

 

Clair de Lune

 

On tangue on tangue sur le bateau

La lune la lune fait des cercles dans l’eau

Dans le ciel c’est le mât qui fait des cercles

Et désigne toutes les étoiles du doigt

Une jeune Argentine accoudée au bastingage

Rêve à Paris en contemplant les phares qui dessinent

la côte de France

Rêve à Paris qu’elle ne connaît qu’à peine et qu’elle

regrette déjà

Ces feux tournants fixes doubles colorés à éclipses lui

rappellent ceux qu’elle voyait de sa fenêtre d’hôtel sur

les Boulevards et lui promettent un prompt retour

Elle rêve de revenir bientôt en France et d’habiter Paris

Le bruit de ma machine à écrire l’empêche de mener son

rêve jusqu’au bout.

Ma belle machine à écrire qui sonne au bout de chaque

ligne et qui est aussi rapide qu’un jazz

Ma belle machine à écrire qui m’empêche de rêver à

bâbord comme à tribord

Et qui me fait suivre jusqu’au bout une idée

Mon idée

 

 

 

 

 

Cendrars
Blaise Cendrars (1 september 1887 – 21 januari 1961)

Portret door Amedeo Modigliani

 

 

 

 

 

De Deense schrijver Peter Adolphsen werd geboren op 1 september 1972 in Århus.

 

Uit: Das Herz des Urpferds (Vertaald door Hannes Grössel)

 

„Unglücklicherweise stützte Jimmy sich in ebender Sekunde, als der Zerreißprozess seinen Schlusspunkt erreichte, mit gestrecktem Arm an der Rohrleitung ab. Wenige Augenblicke davor

fielen ihm die harfenartigen kleinen Geräusche von den immer schneller zerspringenden Stahldrähten

auf; er richtete seinen Blick auf die Geräuschquelle und begriff genau einen Moment zu spät, was gerade geschah. Die Trosse schwippte durch die Luft und riss seinen Arm direkt überm Ellbogen mit solcher Kraft ab, dass der Armstummel schnurrend davonflog und kreisrunde Blutspuren hinterließ, dunkelrot auf der dürren Erde.

Jimmy, der Schwerkraft und einem hypovolämischen Schock preisgegeben, sackte gegen die

Rohrleitung zusammen. Gleichzeitig, wenige Millimeter von der Stelle, an der das Blut das sonnenwarme Metall färbte, im Innern des Rohres, raste unser Öltropfen vorbei, auf dem Weg zur Raffinerie in Salt Lake City, wo er nach einer Weile im Rohöltank erst die atmosphärische und danach die Vakuumdestillation durchlief. Bei 165° Celsius wurde der größte Teil dessen, was einmal Pferdeherz war, als schweres Naphtha von dem übrigen Rohöl geschieden und von sinnreichen Rohrsystemen zur Entschwefelungsanlage geführt, die via katalytischer Hydrogenerierung aus der jetzt helleren, aber noch immer undurchsichtigen Flüssigkeit Hydrogensulfid entfernte. Die nächste Stufe der Raffination war die Reformierung in einer erhitzten Hydrogenatmosphäre über einem Katalysator aus Platin und Rhenium, der die Naphthene in Aromate umwandelte sowie einen Teil der Paraffine in Isoparaffine, während die schwereren Paraffine in kleinere Moleküle zerschlagen wurden,

wodurch sich die Oktanzahl erhöhte. Und so wurde ein weiteres Glied zur Kette der Verwandlungen

des Pferdeherzens hinzugefügt: der Zustand Benzin.

Nach langer Zeit in 10 000-gallon-Lagertanks wurde das Benzin in einen Tanklaster gefüllt und

an verschiedene Tankstellen verteilt. Unser Tropfen landete über Umwege in einer Amoco-Tankstelle

in Austin, Texas, wo er in einem unterirdischen, betonummantelten Behälter ein paar Tage Ruhe fand, ehe er via Zapfsäule und Schlauch im Benzintank eines Ford Pinto landete.“

 

 

 

 

 

peter_adolphsen
Peter Adolphsen (Århus, 1 september 1972)

 

 

 

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 1 september 2007 en ook mijn blog van 1 september 2008.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e september ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Geschreven door Romenu om 22:47 Reageer op dit bericht

Sabine Scho, Lenrie Peters, J. J. Cremer, Edgar Rice Burroughs

De Duitse schrijfster Sabine Scho werd geboren op 1 september 1970 in Ochtrup. Van 1990 tot 1999 studeerde zij germanistiek en filosofie in Münster. Zij woont en werkt tegenwoordig in Hamburg. In 2001 verscheen van haar een bundel gedichten en foto’s onder de titel  Thomas Kling entdeckt Sabine Scho. Sinds 1999 heeft zij ook als performer naam gemaakt op internationale festivals in Amsterdam, Berlijn, Bremen, Graz, Sarajevo, Rotterdam, San Diego en Sydney.

 

Uit Dam Dog

 

„Nehmt euch in Acht, ganz Kalifornien ist durstig und die Hitze hat schon härtere Hunde umgebracht!“

„Den hier hat der Black Canyon geboren, die Hure hats doch mit jedem Tier gemacht,“ er lachte. „God damn the dog! Hell’s Hole schenkte dem schwarzen Bastard das Leben, hätt was drum gegeben, wenn er eines Tages an meinem Grab gewacht.“

„Trust Mr Hoover, er hat die schwärzesten Bugs in Umlauf gebracht.“ „And here’s one for the Ladies: Everybody ought to be rich - all time high Dow,“ mit seinem sardonischen Grinsen ging es das Stauwerk hinab.

„Ich habe mich immer gefragt, wie grün ist jetzt wohl das Gras bei Shiloh und schläft man im Weißen Haus in Damast?“

„Erst hebt man dich hoch, nur um dich dann zu werfen. Und wer kein Hirn besaß sich zu fürchten, den ließ man an seidenen Fäden herab. Chick war so eine Spinne der Furcht einflößenden Schlucht, lauerte im Schatten, holte sich nach der Sprengung die steinerne Beute, putzte die rauhen Schenkel glatt. Er war ihr bester Freier, nachts beim Feuer spann er Luftgespinste, träumte von noch größeren Dämmen, von einer wattstarken Stadt in der Wüste, der die Sterne ihr Funkeln abtraten - geistfreies leuchtendes Glück. Chick ließ eine schwarze Witwe von zweiunddreißig Jahren mit sechs Kindern zurück.“

Die Turbinen waren beflaggt. Mit Höllenatem und stechendem Blick fuhr er fort: „Wisst ihr, dies ist das Nest. Hier brüten sie Basiliskeneier, hier schlüpfen Amerikas Sterne. Auf dem Weg nach oben streifen die scharfen Klingen eines unsichtbaren Butchers den ein oder andren gemeinen Mann und lassen den Hundsfott dann aufgeschlitzt liegen. Ihr denkt als Blutzoll für die Geier? Nein, so denken wir nicht. Wir opfern uns, doch keinen fabelhaft großen Tieren. Kein Schicksal wird uns je richten, selbst die Sorgen, glaubt mir, sind noch handgemacht, und das Licht am Ende des Tunnels haben wir selbst entzündet, damit es Amerika besser hat. Amerikaner sein, das muss man sich leisten, vier Dollar am Tag, da überlegst du nicht lang.“

 

 

 

 

Scho2
Sabine Scho (Ochtrup, 1 september 1970)

 

 

 

 

 

De Gambiaanse schrijver en chirurg Lenrie Leopold Wilfred Peters werd geboren in Bathurst op 1 september 1932.  Peters studeerde aan het Trinity College in Cambridge, waar hij Bachelor of Science werd. Van 1956 tot 1959 werkte en studeerde hij aan het University College Hospital in Londen en behaalde in 1959 zijn diploma van chirurg in Cambridge. Tijdens zijn studieperiode in Cambridge werd hij verkozen tot voorzitter van de African Students Union en interesseerde hij zich voor het panafrikanisme. Hij schreef toen ook een aantal gedichten en zijn enige roman The Second Round, die gepubliceerd werd in 1965. Hij werd toen een van de beste dichters van Afrika genoemd. Bij zijn terugkeer in Gambia werd hij hoofdchirurg aan het Protectorate Hospital in Bansang. Later begon hij zijn eigen Westfield Clinic in Serekunda. Peters speelde ook een belangrijke rol in de overgang van een militaire naar een burgerlijke regering in 1995 -1996, toen hij in december 1995 voorzitter werd van de National Consultative Commission.

 

Parachute men say

Parachute men say
The first jump
Takes the breath away
Feet in the air disturb
Till you get used to it.

Solid ground
Is not where you left it
As you plunge down
Perhaps head first

As you listen to
Your arteries talking
You learn to sustain hope.

Suddenly you are only
Holding an umbrella
In a windy place
As the warm earth
Reaches out to you
Reassures you
The vibrating interim is over

You try to land
Where green grass yields
And carry your pack
Across the fields

The violent arrival
Puts out the joint
Earth has nowhere to go
You are at the staring point

Jumping across worlds
In condensed time
After the awkward fall
We are always at the starting point

 

 

 

 

peters

Lenrie Peters (1 september 1932 - 28 mei 2009)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Jacob(us) Jan Cremer werd geboren op in Arnhem op 1 september 1827. Hij schreef naast de bestsellers "Over-Betuwsche novellen" en " Nieuwe Over-Betuwsche novellen" ook enkele romans, gedichten en toneelstukken. De novellen spelen zich met name af in het Betuwse Driel, en zijn in het Betuws dialect geschreven. Zijn betrokkenheid bij het toneel was groot, waardoor in Haarlem er nog steeds een toneelgezelschap met zijn naam is. Zijn boek Fabriekskinderen, maar ook zijn persoonlijke bemoeiingen hebben een belangrijke invloed gehad bij de besluitvorming om kinderarbeid af te schaffen. Enkele andere werken zijn: Toneelspeelers, Anna Rooze en Hanna de Freule. In zijn jonge jaren was J. J. Cremer ook tekenaar en schilder.

 

Uit: Wiege - Mie

 

“Men bad - Peter bad ernstig met een dankbaar hart, Willem, zijn buurman, had zeker zulk heerlijk avondeten niet voor zijn vrouw en kinders. Zijn gebed was reeds geëindigd, maar, toen hij over den rand van zijn pet de roode wangen van zijn goede vrouw en kinderen beschouwde, toen deed hij de oogen weder digt en zeide, zijn hart tot den Gever alles goeds verheffende: ‘Ik dank U goede en groote God! amen.’ - Vrouw Janssen had ook wel gebeden, maar, zij was wel een weinig afgedwaald: manke Heintje was toch gesturven: ze dacht er over, wanneer de begroafenis zou wêzen en of er op 't arfhuus ook wat van hoar goajing zou zin, tot dat ze eindelijk bedacht, dat de goede God haar ook wel eens had kunnen oproepen en, hoe ellendig zou Peter dan met de kienders zin blieven zitten, en er kwam een traan in haar oog, en ze was innig dankbaar dat zij nog was gespaard gebleven, en ze zeide zacht tot den Vader in den Hemel: ‘Ik dank U goede en groote God! amen.’

De kinderen hadden hun: ‘Heere zêgen,’ enz. spoedig afgerammeld, en gluurden nu eens naar den dampenden schotel met pap, en dan weder naar hunne ouders, om te zien, of ze nog niet hoast gedoan hadden.

Vader zette de pet weder op het hoofd; moeder gaf het teeken om te beginnen, en, eer vijftien minuten waren verstreken, was de pap uit den schotel, naar de respectieve magen verhuisd.

Het gezin was verzadigd en de kinderen werden spoedig ter rust gelegd. Peter rakelde het vuur aan de haardstede nog eens op. Net bood haar jongste kind, dat in een kribje had liggen slapen, de moederlijke borst, en 't kleintje weerde zich dapper. ‘Mins, mins,’ zeide vrouw Janssen, terwijl zij de oogen op het knaapje hield geslagen, ‘die jong is pas zeuven moanden oud, 't is nou over drie dagen Alder Heiligen en tegen Maria Lichtmis is 't alwêer zoo wiet.’

‘Kom da's zoo'n spul niet,’ sprak Peter op geruststellenden toon, ‘we motten toch 't half dozijntje vol hebben, hê Net?’

 

 

 

 

cremer
J. J. Cremer (1 september 1827 - 5 juni 1880)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Edgar Rice Burroughs werd geboren in Chicago op 1 september 1875 als de zoon van een zakenman. Zie ook mijn blog van 1 september 2008.

 

Uit: Tarzan of the Apes

 

„From the records of the Colonial Office and from the dead man’s diary we learn that a certain young English nobleman, whom we shall call John Clayton, Lord Greystoke, was commissioned to make a peculiarly delicate investigation of conditions in a British West Coast African Colony from whose simple native inhabitants anotherEuropean power was known to be recruiting soldiers for its native army, which it used solely for the forcible collection of rubber and ivory from the savage tribes along the Congo and the Aruwimi.
The natives of the British Colony complained that many of their young men were enticed away through the medium of fair and glowing promises, but that few if any ever returned to their families.
The Englishmen in Africa went even further, saying that these poor blacks were held in virtual slavery, since after their terms of enlistment expired their ignorance was imposed upon by their white officers, and they were told that they had yet several years to serve.
And so the Colonial Office appointed John Clayton to a new post in British West Africa, but his confidential instructions centered on a thorough investigation of the unfair treatment of black British subjects by the officers of a friendly European power. Why he was sent, is, however, of little moment to this story, for he never made an investigation, nor, in fact, did he ever reach his destination.“

 

 

 

 

edgar_rice_burroughs
Edgar Rice Burroughs (1 september 1875 - 19 maart 1950)

 

Geschreven door Romenu om 22:46 Reageer op dit bericht

Wolfgang Hilbig, Raymond P. Hammond, Elizabeth von Arnim, William Saroyan, Théophile Gautier

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Hilbig werd geboren in Meuselwitz op 31 augustus 1941.

 

 

Palimpsest     

 

Die Klage? – Sie liegt still über den Dächern im August –

wir haben sie nicht vernommen sie hat uns vernommen.

Lautlos haben sich die Tage geordnet: sie schwimmen

weit hinaus der Sommer ist entlassen aus der Macht.

Ein Sprung ein unsichtbarer Haarriss im Azur

hoch über uns: mißtönend Glas

                                           Ein Sicheln von Zikaden

hoch über uns im verschleuderten Licht ...

vorbei das Jahrhundert mehr als hundert Jahre alt –

das Jahrhundert der Männer: am Ende verkommen

zu Neurasthenie. Der Rubikon ist überschritten!

 

Und bald gehört die Stadt den Stimmen unbekannter Sterne –

Der Hafen glimmt: ein Licht zur Ausfahrt angeschirrt ...

Ausfahrt unentwegt wenn das Jahr zu enden anfängt

Bei Tag und Nacht herrscht aufgeräumte Fahrt von Farben

Ausfahrt von Sonnen still über den Dächern im August

Sommers Ausfahrt all jene erbleichenden Bläuen hinab

Und über die maßlosen Wasserfälle der Horizonte hinab –

o diese Gleitbahnen der Zeit diese unsichtbaren Ränder

hoch über uns in der großen Lichtvergeudung vor Abend –

und wir allein sind festgemacht in unentwegter Flaute:

wir haben die Klage den sterblichen Göttern überlassen.

 

 

 

Hier ist der Hafen ohne Hoffnung auf die Wiederkehr der Schiffe –

August vorbei

                      o noch ein letzter Tag vor dem September

der eintrifft wie ein Abend in wüster Verstimmung

dessen Sonne noch einmal die Zwietracht von Anfängen sät –

Anfänge die in schneller Flucht durch alle Flure eilen

ein Ende suchend in der Wirrsal von Treppenhäusern ohne Mitte

vor dem Rotbraun von Brandmauern aufgetakelt mit Schrott

wo wir entmannt sind festgemacht im Staub der Etagen

und es tritt der Mond auf oben am Rand des Jahrhunderts

konturlos glimmend

                                 ein optischer Zufall vor Nachtbeginn –

und nun hebt ein toter Baum seine Kandelaber herauf

und zündet sich an: die schwarze Explosion des September

unaufhörlich in den Hinterhöfen tief wie Brunnen ohne Widerhall.

 

Ach welch düsteres Geäderzeichen für das Jahrhundert –

dieser Gespensterbaum dieser entgeisterte Illuminator

der jetzt die Lichter der Sterne anbrennt vielarmig verzweigt

dem Ende des Sommers zu leuchten dem Ende der mannhaften Fahrt.

Und er schreibt seine unlesbaren Runen in den leeren Azur ...

Umschrift des Sommers

                                 Sie bedeckt den Kurs der Männer

Löst auf der Sonne Ausgeburt entmachtet Ziel und Klage ...

Wir haben sie den Zikaden überlassen dem irren Abhub ihres Lieds –

Der Rubikon ist überschritten.

 

 

 

Dunstküste. Lautlos ziehn die Tage im Geleit.

Sie schwinden weit ins Offne mit dem Strom. Am Abend

Das flüchtige Gelichter der Wasser. Davor ein Baum im Rauch

Im kurzen Atem der Zikaden die sich widerrufen.

Und dann die Nacht in der wir nicht mehr sichtbar sind.

 

 

 

 

 

Hilbig
Wolfgang Hilbig (31 augustus 1941 - 2 juni 2007)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, criticus en tijdschriftredacteur Raymond P. Hammond werd geboren op 31 augustus 1964 in Roanoke, Virginia. Hij volgde William Packard op bij de New York Quarterly na diens overlijden in 2002.

 

Uit: The New York Quarterly, Number 64

 

“Poetry proved upon the pulses, the pulse of life, the pulse of the life of the poet. How can one experience a poem if the poet has not experienced life? One of the greatest achievements of the last thirty some years of The New York Quarterly is the close association of its poets and poetry to the real world. The vast majority of the poems published in The New York Quarterly over those years were born in the dirt, grime or rainbow of reality. The poets have come from diverse backgrounds and experiences: from postal workers, like Bukowski, to lawyers, to cops, to factory workers, to strippers, to housewives; real people leading real lives.
In his Letters to a Young Poet, Rainer Maria Rilke admonishes: “Write about what your everyday life offers you,” but then he goes on to interject, “if your everyday life seems poor, don’t blame it; blame yourself.” We have as much responsibility to live a life to “the ripest, fullest experience that one is capable,” as John Keats said, as we do to writing the best poetry. In fact, the two are inseparable.
To be a poet like Archilochos who, as a mercenary, led troops into battle only to leave his shield behind and then write a poem about it:

Some Saian mountaineer
Struts today with my shield.
I threw it down by a bush and ran
When the fighting got hot.
Life seemed somehow more precious.
It was a beautiful shield.
I know where I can buy another
Exactly like it, just as round.

To know that life is precious, poetry is precious, and when to fight and when to run! To be the Renaissance of Renaissance. Not just to write a poem to be writing a poem, but to write the poetry of poetry, to be a man or woman among mankind. As William Packard always reminded us, Aeschylus’s epitaph only mentioned his bravery at the Battle of Marathon—not that he was a great playwright.
Keeping our poetry and ourselves real, having lives, living them, remembering that the sunset, sunrise, midday on a Manhattan sidewalk, the human touch of the one true lover, a major league baseball game, children, dogs barking in the alleyway, a dying father, scuba diving, working overtime, seafoam, moonbeams, dirty jobs, filthier sex, duty – are all poetry in and of themselves. It is up to us, the poets, to glean the beauty.
And then write.”

 

 

 

Hammond
Raymond P. Hammond (Roanoke, 31 augustus 1964)

Boekomslag (Geen porttret beschikbaar)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Elizabeth von Arnim werd op 31 augustus 1866 geboren in Kirribilli Point in de buurt van Sydney.

 

Uit: The Solitary Summer

 

„May 2nd.—Last night after dinner, when we were in the garden, I said, "I want to be alone for a whole summer, and get to the very dregs of life. I want to be as idle as I can, so that my soul may have time to grow. Nobody shall be invited to stay with me, and if any one calls they will be told that I am out, or away, or sick. I shall spend the months in the garden, and on the plain, and in the forests. I shall watch the things that happen in my garden, and see where I have made mistakes. On wet days I will go into the thickest parts of the forests, where the pine needles are everlastingly dry, and when the sun shines I'll lie on the heath and see how the broom flares against the clouds. I shall be perpetually happy, because there will be no one to worry me. Out there on the plain there is silence, and where there is silence I have discovered there is peace."

"Mind you do not get your feet damp," said the Man of Wrath, removing his cigar.

It was the evening of May Day, and the spring had taken hold of me body and soul. The sky was full of stars, and the garden of scents, and the borders of wallflowers and sweet, sly pansies. All day there had been a breeze, and all day slow masses of white clouds had been sailing across the blue. Now it was so still, so motionless, so breathless, that it seemed as though a quiet hand had been laid on the garden, soothing and hushing it into silence.

The Man of Wrath sat at the foot of the verandah steps in that placid after-dinner mood which suffers fools, if not gladly, at least indulgently, and I stood in front of him, leaning against the sun-dial.

"Shall you take a book with you?" he asked.

"Yes, I shall," I replied, slightly nettled by his tone. "I am quite ready to admit that though the fields and flowers are always ready to teach, I am not always in the mood to learn, and sometimes my eyes are incapable of seeing things that at other times are quite plain."

"And then you read?"

"And then I read. Well, dear Sage, what of that?"

But he smoked in silence, and seemed suddenly absorbed by the stars.

"See," he said, after a pause, during which I stood looking at him and wishing he would use longer sentences, and he looked at the sky and did not think about me at all, "see how bright the stars are to-night. Almost as though it might freeze."

 

 

 

 

 

 

ElisabethVonArnim
Elizabeth von Arnim (31 augustus 1866 – 9 februari 1941)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver William Saroyan werd geboren op 31 augustus 1908 in Fresno, Californië. Zie ook mijn blog van 31 augustus 2006 

 

Uit: The Time Of Your Life

 

“In the time of your life, live — so that in good time there shall be no ugliness or death for yourself or for any life your life touches. Seek goodness everywhere, and when it is found, bring it out of its hiding-place and let it be free and unashamed. Place in matter and in flesh the least of the values, for these are things that hold death and must pass away. Discover in all things that which shines and is beyond corruption. Encourage virtue in whatever heart it may have been driven into secrecy and sorrow by the shame and terror of the world. Ignore the obvious, for it is unworthy of the clear eye and the kindly heart. Be the inferior of no man, nor of any man be the superior. Remember that every man is a variation of yourself. No man's guilt is not yours, nor is any man's innocence a thing apart. Despise evil and ungodliness, but not men of ungodliness or evil. These, understand. Have no shame in being kindly and gentle, but if the time comes in the time of your life to kill, kill and have no regret. In the time of your life, live — so that in that wondrous time you shall not add to the misery and sorrow of the world, but shall smile to the infinite delight and mystery of it.”

 

 

 

 

saroyan
William Saroyan (31 augustus 1908 – 18 mei 1981)

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Théophile Gautier werd op 31 augustus 1811 geboren in Tarbes (departement Hautes-Pyrénées). Zie ook mijn blog van 31 augustus 2006 

 

 

A deux beaux yeux

 

Vous avez un regard singulier et charmant ;

Comme la lune au fond du lac qui la reflète,

Votre prunelle, où brille une humide paillette,

Au coin de vos doux yeux roule languissamment ;

 

Ils semblent avoir pris ses feux au diamant ;

Ils sont de plus belle eau qu'une perle parfaite,

Et vos grands cils émus, de leur aile inquiète,

Ne voilent qu'à demi leur vif rayonnement.

 

Mille petits amours, à leur miroir de flamme,

Se viennent regarder et s'y trouvent plus beaux,

Et les désirs y vont rallumer leurs flambeaux.

 

Ils sont si transparents, qu'ils laissent voir votre âme,

Comme une fleur céleste au calice idéal

Que l'on apercevrait à travers un cristal

 

 

 

 

 

La chimère

 

Une jeune chimère, aux lèvres de ma coupe,
Dans l'orgie, a donné le baiser le plus doux
Elle avait les yeux verts, et jusque sur sa croupe
Ondoyait en torrent l'or de ses cheveux roux.

Des ailes d'épervier tremblaient à son épaule
La voyant s'envoler je sautai sur ses reins ;
Et faisant jusqu'à moi ployer sou cou de saule,
J'enfonçai comme un peigne une main dans ses crins.

Elle se démenait, hurlante et furieuse,
Mais en vain. Je broyais ses flancs dans mes genoux ;
Alors elle me dit d'une voix gracieuse,
Plus claire que l'argent : Maître, où donc allons-nous ?

Par-delà le soleil et par-delà l'espace,
Où Dieu n'arriverait qu'après l'éternité ;
Mais avant d'être au but ton aile sera lasse :
Car je veux voir mon rêve en sa réalité.

 

 

 

 

 

gautier01
Théophile Gautier (31 augustus 1811 – 23 oktober 1872

Illustratie door Laurent Paturaud

 

 

 

 

Zie voor bovenstaande schrijversook mijn blog van 31 augustus 2007 en ook mijn blog van 31 augustus 2008.

 

Geschreven door Romenu om 19:58 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten