Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 16 december 2009 tot 17 december 2009

Ronald Giphart, Yvonne Keuls, Jón Kalman Stefánsson, Frank Martinus Arion, Hans Henny Jahnn

De Nederlandse schrijver Ronald Giphart werd geboren op 17 december 1965 in Dordrecht. Zie ook mijn blog van 17 december 2006 en ook mijn blog van 17 december 2007 en ook mijn blog van 17 december 2008.

 

Uit: Heiß (Vertaald door Judith Dörries)

 

"Die Welt ist für mich ein Großhandel voller Zutaten, ein unerschöpfliches Rezeptbuch. Es ist ganz einfach: Wenn ich aufstehe, habe ich Hunger, und wenn ich abends ins Bett gehe, überlege ich, was ich am nächsten Tag zubereiten könnte. Ich bringe alles mit Essen in Verbindung. Zu allem fallen mir spontan Gerichte ein. Laufen drei Frauen auf der Straße, dann sehe ich bei der ersten sofort ein zartes Wildgericht, bei der mittleren einen marinierten Stint und bei der dritten eine raffinierte Suppe aus Rüben, Tee und Krabben. Das klingt nach einer schwachsinnigen Kombination für eine Suppe, aber ich habe damit Furore gemacht."

(...)

 

Lecker? LECKER? Was ich meine Lippen passieren lasse, muss ausnahmslos vorzüglich sein, pur und erhebend. Ich will einen doppelten Regenbogen hinter den Zähnen, den Gaumen mit einem perfekt abgestimmten Geschmacksteppich bombardieren, die Speiseröhre überrumpeln und den Magen in einen der höchsten Zustände von Befriedigung versetzen, für weniger mache ich es nicht. Ich glaube nicht an einen Schöpfer oder eine höhere Macht, aber ich möchte bei allem, was ich esse, dankbar für die Existenz des Lebens selbst sein. Das klingt dick aufgetragen, und so ist es auch gemeint. Ich will dick auftragen, wenn ich von meinem Beruf spreche. Wenn nicht Köche über das Kochen dick auftragen dürfen, wer dann?“
 

 

 

Giphart

(Ronald Giphart (Dordrecht, 17 december 1965)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Yvonne Keuls werd geboren op 17 december 1931 in Batavia, toen nog een onderdeel van Nederlands-Indië. Zie ook mijn blog van 17 december 2006 en ook mijn blog van 17 december 2007 en ook mijn blog van 17 december 2008.

 

Uit: De tocht van het kind

 

“Angela's voorstelling van Holland was voornamelijk gebaseerd op de foto van tante Toetie en oom Kakkie - tot aan hun fontanel in het bont gestoken - die stijfjes voor een brugleuning stonden (haar moeder Elis zei dramatisch dat ze daaraan waren vastgevroren en dat het vóór oom Kakkies ziekte was) en op een foto van oom Etjen, tante Dodot en hun meisjes in Volendams kostuum. Ze zaten dicht bijeen in een roeibootje, tante Dodot met haar armen om een mand vol eieren (de angst dat ze die zou laten vallen was op haar gezicht te lezen) en oom Etjen, die gewend was kreteks te roken, ongemakkelijk zuigend op de lange steel van een witte, stenen pijp. Op het achterdoek was een Hollands landschap geschilderd, met koeien, een molen en een molenaar. De laatste, eveneens zuigend op een lange, stenen pijp, stond wijdbeens voor een gesloten deur.
Geen moment vroeg Angela zich af waarom haar familie zich zo wonderlijk had uitgedost, wel verbaasde haar die zware, gesloten voordeur. Ze liet zich vele malen uitleggen dat de huizen in Holland geen open voorgalerijen hadden, maar deuren die op slot gingen, zelfs op het nachtslot.
Angela - wist wat een nachtbloem was. Dat was een bloem die 's nachts openging. En dus vroeg ze:
'Gaat dat nachtslot 's nachts ook open, mammie?'
'Nee, natuurlijk niet,' zei Elis, 'juist dicht. Overdag, als je naar binnen wilt, moet je bellen en dan wordt er opengedaan door de meid.'
'Wat is dat, de meid?'
'De meid is een witte baboe.'
'En brengt de witte baboe je naar bed? En blijft ze bij je zitten tot je slaapt?'
'Ach nee, in Holland is alles anders.'

 

 

 

 

Keuls
Yvonne Keuls (Batavia, 17 december 1931)

 

 

 


De IJslandse schrijver
Jón Kalman Stefánsson werd geboren in Reykjavík op 17 december 1963. Zie ook mijn blog van 17 december 2008.

 

Uit: Himmel und Hölle (Vertaald door Karl-Ludwig Wetzig)

 

“Die Berge überragen Leben und Tod und die paar Häuser, die sich auf der Landzunge zusammendrängen. Wir leben auf dem Grund einer Schüssel, der Tag geht vorüber, es wird Abend, die Schüssel läuft langsam voll Dunkelheit, und dann leuchten die Sterne auf. Ewig blinken sie über uns, als hätten sie eine wichtige Botschaft, aber welche und für wen? Was wollen sie von uns, oder vielleicht eher noch: was wollen wir von ihnen?
Wir haben heute nur noch wenig an uns, das an Licht erinnert. Der Dunkelheit stehen wir viel näher, sind selbst fast Dunkelheit. Das Einzige, was wir noch haben, sind die Erinnerungen und außerdem die Hoffnung, die allerdings schwächer geworden ist, sie nimmt immer noch weiter ab und wird bald einem erkalteten Stern gleichen, einem dunklen Felsbrocken. Immerhin wissen wir ein wenig vom Leben und ein wenig vom Tod, und wir können berichten: Wir haben den ganzen Weg zurückgelegt, um dich zu packen und um das Schicksal zu bewegen.
Wir wollen von denen erzählen, die in unseren Tagen gelebt haben, vor mehr als hundert Jahren, und die für dich kaum mehr sind als Namen auf schiefen Kreuzen und geborstenen Grabsteinen. Leben und Erinnerungen, die nach dem unerbittlichen Gesetz der Zeit ausgelöscht wurden. Genau das wollen wir ändern. Unsere Worte sind eine Art Lebensretter in unermüdlichem Einsatz, sie müssen vergangene Geschehnisse und erloschene Leben dem Schwarzen Loch des Vergessens entreißen, was keine geringe Aufgabe ist. Gern dürfen sie unterwegs ein paar Antworten finden und uns hier wegholen, ehe es zu spät ist. Aber lassen wir’s vorerst dabei, wir schicken die Worte an dich weiter, diese ratlosen, zerstreuten Lebensretter, die sich ihres Auftrags gar nicht sicher sind – sämtliche Kompasse spielen verrückt, Landkarten sind zerfleddert oder veraltet –, aber nimm sie trotzdem in Empfang. Und dann sehen wir, was passiert.

 

 

 

 

jon-kalman
Jón Kalman Stefánsson (Reykjavík, 17 december 1963)

 

 

 

 

 

De Antilliaanse dichter en schrijver Frank Martinus Arion werd geboren op 17 december 1936 op Curaçao. Zie ook mijn blog van 17 december 2006 en ook mijn blog van 17 december 2008.

 

Uit: Helman, de eenzame jager

 

„Die eenzaamheid is belangrijk. En op gevaar af van u te vermoeien een klein beetje, moet ik haar op haar ware niveau brengen. Ik bedoel, we moeten even de ladder op, ik kan er ook niets aan doen. Want die eenzaamheid heeft nog meer aspecten dan ik al genoemd heb. En om Helman in z'n totaliteit te begrijpen lijkt me dat ik u deze aspecten als achtergrond moet geven.

Er is een literair-historisch aspect, waar ik zo op kom. Er is een marxistisch aspect, er is een psycho-analytisch aspect, een existentialistisch aspect, een kolonialistisch aspect, en wat ik zelf zo maar noem, een familiaal aspect, kortom, een heleboel ‘ismes’ die we nodig hebben om wat brighter spotlight op de grondideeën te brengen. Ik begin eerst met het marxistische aspect. We weten van de tijdgenoten van Helman, dat hij in z'n eerste tijd in Europa ontzettend veel, voor z'n vrienden tot vervelens toe, Marx las en Freud. Slauerhoff schreef: ‘Die man gaat kapot aan Freud en Marx.’ Dat marxistische aspect heeft te maken met het marxistische begrip vervreemding4. Die desintegratie die in maatschappijen optreedt heeft Marx ‘vervreemding’ genoemd en hij heeft het beschreven, en hij heeft er de oorzaak van aangegeven. Ik zal het in heel eenvoudige termen proberen weer te geven:

Marx zegt dat vroeger, vóór het kapitalisme, de mensen in een harmonieuzere situatie met elkaar leefden. Waarom? Omdat hun betrekkingen met de spullen anders waren. De mensen wilden dingen bezitten, maar het was in de eerste plaats om er van te genieten, zelf. De ene man maakte schoenen, en die ruilde dat voor groente, en de ander maakte een ander product en ruilde dat weer tegen een ander product. De bedoeling was niet spullen op te potten, de bedoeling was geen géld, de bedoeling was geen verrijking! Dat is de paradijselijke situatie die we misschien nog bij Indianen vinden. Ook hier. In die situatie is door het kapitalisme verandering gekomen, omdat men niet meer de spullen zoekt om hun gebruikswaarde, zoals de term luidt, maar men zoekt de spullen om hun verkoopwaarde, of om hun ruilwaarde. En dat is erg, omdat dat ook op de menselijke betrekkingen een rol gaat spelen. Marx zegt: de koopman heeft geen aandacht meer voor de schoonheid van mineralen, hij heeft alleen maar aandacht voor de verkoopwaarde van mineralen. Alle andere zintuigen, zegt Marx, worden op de achtergrond gedrukt, en er komt een nieuw zintuig naar voren, het zintuig van het Hebben. Dat creëert een gemeenschap, zoals ik daarnet zei, waarin ook de menselijke waarden niet meer zuiver zijn. De mensen gaan met elkaar om merendeels omdat ze elkaar nodig hebben als steppingstone om dingen te bereiken. Ze gaan niet meer naar recepties omdat ze het leuk vinden elkaar te ontmoeten en te begroeten, maar om elkaar te spreken om iets te ‘regelen’ zoals we dat hier zo treffend zeggen.”

 

 

 

 

Frank_Martinus_Arion
Frank Martinus Arion (Curaçao, 17 december 1936)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Hans Henny Jahnn werd geboren op 17 december 1894 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 17 december 2006 en ook mijn blog van 17 december 2008.

 

Uit: Die Geschichte der beiden Zwilinge

 

“Es wurden zwei Knaben als Zwillinge geboren. Schnell nach einander verliessen sie den Schoss der Mutter  Und es erwies sich, sie waren einander ähnlicher als sonst zwei Dinge gleicher Form... Sie hatten unähnliche Namen erhalten. Die Namen hatten nicht vermocht, sie von einander zu trennen. Ihr Körper hatte nur ein Ziel, dem anderen nachzueifern in der Gestalt…Die gleichen Sterne regierten ihr Schicksal. Erkrankte der eine, so konnte der andere nicht mehr wet vom Krankenlager sein....Auf der Strasse wurden sie mit  ihrem unrichtigen Namen angesprochen. Sie fanden sich darein, jeder, auch auf den Namen des anderen zu hören. Ein verwegener Mensch redete sie eines Tages an und fragte, ob denn sie beide nicht sich vertauschten. Es war die schlimmste Frage, die bis dahin an ihnen gestellt worden war. Sie bedachten sich. Sie wogen sich im Geiste.  Sie wechselten ihre Plätze, blickten sich an und antworteten wie im Schlaf:  Sie selbst wissen es nicht...Sie erregten sich über den unklaren Zustand, in dem sie sich befanden, und versuchten sich voneinander zu halten...Aus ihrem Selbst wurde das Du. Ihr Bewusstsein plätscherte mehrmals hin und zurück. Bis sie die Erinnerung an den Namen des Ich verloren hatten. .. Heimlich erwogen sie, der eine müsse den anderen töten.“

 

 

 

 

hans_henny_jahnn
Hans Henny Jahnn (17 december 1894 – 29 november 1959)

Geschreven door Romenu om 20:33 Reageer op dit bericht

Ford Madox Ford, Jules de Goncourt, Penelope Fitzgerald, Alphonse Boudard, Érico Veríssimo, Albert Drach, John Kennedy Toole, John Whittier, Thomas Haliburton

De Engelse dichter, schrijver en publicist Ford Madox Ford werd geboren op 17 december 1873 in Merton, Surrey. Zie ook mijn blog van 17 december 2006 en ook mijn blog van 17 december 2008.

 

 

Finchley Road

 

As we come up at Baker Street

Where tubes and trains and 'buses meet

There's a touch of fog and a touch of sleet;

And we go on up Hampstead way

Towards the closing in of day . . .

 

You should be a queen or a duchess rather,

Reigning in place of a warlike father

In peaceful times o'er a tiny town

Where all the roads wind up and down

From your little palace - a small, old place

Where every soul should know your face

And bless your coming. That's what I mean,

A small grand-duchess, no distant queen,

Lost in a great land, sitting alone

In a marble palace upon a throne.

 

And you'd say to your shipmen: 'Now take your ease,

Tomorrow is time enough for the seas.'

And you'd set your bondmen a milder rule

And let the children loose from the school.

No wrongs to right and no sores to fester,

In your small, great hall 'neath a firelit dais,

You'd sit with me at your feet, your jester,

Stroking your shoes where the seed pearls glisten

And talking my fancies. And you as your way is,

Would sometimes heed and at times not listen,

But sit at your sewing and look at the brands

And sometimes reach me one of your hands,

Or bid me write you a little ode,

Part quaint, part sad, part serious . . .

 

But here we are in the Finchley Road

With a drizzling rain and a skidding 'bus

And the twilight settling down on us.

 

 

 

 

 

FordMaddox
Ford Madox Ford (17 december 1873 - 26 juni 1939)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Jules de Goncourt werd geboren op 17 december 1830 in Parijs. Zie ook mijn blog van 17 december 2006 en ook mijn blog van 17 december 2008.

 

Uit: Les Hommes De Lettres

 

“Un article ?… Tu me demandes s'il y a un article dans mon histoire ? Mais, malheureux, un enfant de six ans en ferait une comédie en vers, les yeux bandés! Scène première : le foyer de la Comédie-Française… tu comprends… la maison de Molière… Talma… les souvenirs… la tirade : c'est là où César cause avec Scapin, où Melpomène prend l'éventail de Thalie, où…, où…, où… il n'y a pas de raison pour que ça finisse! Tu passes aux indiscrétions : Provost et Anselme qui jouent aux échecs, l'ingénue qui demande une glace, l'huissier qui fait découvrir le grand-duc héréditaire de Toscane, et mademoiselle Fix qui le fait rougir de ne s'être point découvert de lui-même, la Société du rachat des captifs…

- Hein! la société…?

- Tu ne la connais pas ? C'est pourtant une société secrète… Devine ce qu'il y a dans le foyer de la Comédie!… Il y a des poulpes! C'est terrible! Une fois accroché, c'est fini! ils vous entraînent au fond de leur conversation. Voilà, je suppose, un homme ou une femme, les poulpes n'y regardent pas, Got, si tu veux, ou mademoiselle Ricquier, pincés par Frappart ou par M. Benett, l'auteur anglais… très bien! Un membre de la Société accourt : Pardon! j'aurais un mot à vous dire… - Sauvé, mon Dieu! dit l'autre… Et voilà ce que c'est que la Société du rachat des captifs!… Si tu ne fais pas cinquante lignes avec ça… Et puis il y a des tableaux du foyer…

- Après ?

- Après ? après, tu poses ta femme : une comédienne célèbre… Tu ne la nommes pas… tu dis seulement : Notre Célimène… ça ne compromet personne!… Notre Célimène passait les mains dans les cheveux d'un grand poète… Ici l'initiale du poète… Il faut toujours nommer un poète, sans ça on peut le confondre avec un homme qui fait des vers… Et tu entames le dialogue : «O mon poète! - fait la Célimène, - pourquoi ne faites-vous plus de ces charmantes comédies comme vous seul savez en faire ?… Pour un rôle de vous où j'aurais quinze ans, je donnerais dix ans de ma vie!…» Ici tu peux lâcher le mot : Célimène, vous y auriez gagné!… et tu passes au poète. Le poète a dîné ; il a ronflé pendant une heure tout seul dans une loge de huit places ; il est bu, mais bu… il ferait un poème épique, et il parle nègre! Fais-le parler nègre, le public adore ça, ça lui rappelle Paul et Virginie! - «Moi… pièce ? moi… comédie ? travailler ?… pas d'intérieur!… impossible!. sale… rien trouver… brosses à dent partout!… travailler!… trop sale!… - Mais si quelqu'un vous installait dans un joli petit appartement bien rangé ? - Oh! divin… pas de peignes sur les meubles… intérieur… plumes taillées… une pièce!… deux pièces!… trois pièces!… toujours! „

 

 

 

 

Jules
Jules de Goncourt (17 december 1830 - 20 juni 1870

Portret door Félix Bracquemond

 

 

 

 

 

De Engelse dichteres, schrijfster en essayiste Penelope Fitzgerald werd geboren op 17 december 1916 in Lincoln. Zie ook mijn blog van 17 december 2008.

 

Uit: Human Voices

 

„Inside Broadcasting House, the Department of Recorded Programmes was sometimes called the Seraglio, because its Director found that he could work better when surrounded by young women. This in itself was an understandable habit and quite harmless, or, to be more accurate, RPD never considered whether it was harmless or not. If he was to think about such things, his attention had to be specially drawn to them. Meanwhile it was understood by the girls that he might have an overwhelming need to confide his troubles in one of them, or perhaps all of them, but never in two of them at once, during the three wartime shifts in every twenty-four hours. This, too, might possibly suggest the arrangements of a seraglio, but it would have been quite unfair to deduce, as some of the Old Servants of the Corporation occasionally did, that the RP Junior Temporary Assistants had no other duties. On the contrary, they were in anxious charge of the five thousand recordings in use every week. Those which the Department processed went into the Sound Archives of the war, while the scrap was silent for ever.
'I can't see what good it would be if Mr Brooks did talk to me,' said Lise, who had only been recruited three days earlier, 'I don't know anything.'
Vi replied that it was hard on those in positions of responsibility, like RPD, if they didn't drink, and didn't go to confession.
'Are you a Catholic then?'
'No, but I've heard people say that.'
Vi herself had only been at BH for six months, but since she was getting on for nineteen she was frequently asked to explain things to those who knew even less.
'I daresay you've got itwrong,' she added, being patient with Lise, who was pretty, but shapeless,
crumpled and depressed. 'He won't jump on you, it's only a matter of listening.'
'Hasn't he got a secretary?'
'Yes, Mrs Milne, but she's an Old Servant.'
Even after three days, Lise could understand this.
'Or a wife? Isn't he married?'
'Of course he's married. He lives in Streatham, he has a nice home on Streatham Common. He doesn't get back there much, none of the higher grades do. It's non-stop for them, it seems.'

 

 

 

 

penelope-fitzgerald
Penelope Fitzgerald (17 december 1916 - 28 april 2000)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Alphonse Boudard werd geboren op 17 december 1925 in Parijs. Zie ook mijn blog van 17 december 2008.

 

Uit: Les combattants du petit bonheur

 

„Ça faisait maintenant six mois quej'étais branché avec la Résistance. Le grand moment de ma vie, je me figurais. Jusque-là, ça s'était poursuivi cahin nos salades de terrain vague, nos conciliabules, nos propos en l'air. On parlait de rejoindre les Anglais, ça nous semblait le remède de tous nos maux... la vie trop monotone, les restrictions, la dépendance des adultes, la chtourbe ! Tout nous paraissait beau une fois pris le large.J'essaie aujourd'hui de me revoir exact... maigre, boutonneux, va de la gueule... me comprendre. Si je vire le schéma de l'esbroufe, la légende qu'on entretient...j'aperçois, je perçois un zèbre difficile à saisir. Il m'emmerde plutôt de mon point de vue actuel. Il dit n'importe quoi... il se fait piéger... il risque de mourir pour rien du tout. La vie c'est pourtant sa seule richesse... les plaisirs à prendre, le bon air qu'on respire le jour où l'on sort d'une prison, d'un hôpital... le coup qu'on va boire quand il fait soif... la femme qui se déloque, qui s'offre... les courts instants de bonheur qui vous réconcilient avec l'existence toujours ! C'eût été vraiment trop bête, trop abominable de se faire étendre pour le droit d'être sur le monument aux morts, pour la gloire du Général, pour des lendemains qui doivent chanter et qui finissent par pleurer des larmes de sang.“

 

 

 

 

 

Boudard
Alphonse Boudard (17 december 1925 – 14 januari 2000)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 17 december 2008.

 

De Braziliaanse schrijver Érico Veríssimo werd geboren op 17 december 1905 in Rio Grande do Sul.

 

De Oostenrijkse schrijver Albert Drach werd op 17 december 1902 in Mödling geboren.

 

De Amerikaanse schrijver John Kennedy Toole werd geboren op 17 december 1937 in New Orleans.

 

De Amerikaanse dichter en hervormer John Greenleaf Whittier werd geboren in Haverhill, Massachusetts op 17 december 1807.

 

De Canadese schrijver Thomas Chandler Haliburton werd geboren op 17 december 1796 in Windsor, Nova Scotia.


De Poolse dichter en militair Władysław Broniewski werd geboren op 17 december 1897 in Plock.

Geschreven door Romenu om 20:31 Reageer op dit bericht

Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook mijn blog van 16 december 2006 en ook mijn blog van 16 december 2007 en ook mijn blog van 16 december 2008.

 

Uit: De wandelaar

 

“Mulder wandelde met zijn hond en stond stil onder het lichtgroene dak van een tot parasol gesnoeide plataan. Wat met de mensen niet lukte, leefde de stad uit op haar parken. De voorstad mocht branden, op het gazon werd niet gelopen. Niets werd er beter bewaakt, omheind en verzorgd dan dat. Mulder zag alleen de netheid.

En zijn hond?

Die sprong op de heuphoge muur die het park omringt om zijn baas recht in de ogen te kunnen kijken. Ze liepen even hoog met elkaar op. Wang tegen wang. Het leek of de hond hem iets wou zeggen. Maar Mulder keerde zich van hem af. En ook ’s avonds op bed ontweek hij die sprekende ogen aan het voeteneind en gooide hij een deken over zijn kop. De hond schudde zijn blinddoek telkens af en bleef kijken. Mulder kon er niet van slapen. Hij verborg zich achter een boek, maar kon geen letter lezen door het gehijg achter de kaft; hij trok een fles wijn open, smeerde toastjes, dacht aan zijn cholesterol en voerde de helft op aan zijn hond. Daar werden ze allebei zo wakker van, dat er een tweede fles aan moest geloven – een loodzware bordeaux. En de nacht bleef maar duren.    

‘Wat wil je van me?’ riep hij ten einde raad.

De hond zweeg.”

 

 

 

VanDis
Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Jane Austen werd geboren op 16 december 1775 in Steventon, Hampshire. Zie ook mijn blog van 16 december 2006 en ook mijn blog van 16 december 2007   en ook mijn blog van 16 december 2008.

 

Uit: Lesley Castle

 

“MY Brother has just left us. "Matilda" (said he at parting) "you and Margaret will, I am certain, take all the care of my dear little one, that she might have received from an indulgent, an affectionate, an amiable Mother." Tears rolled down his cheeks as he spoke these words -- the remembrance of her, who had so wantonly disgraced the Maternal character and so openly violated the conjugal Duties, prevented his adding anything farther; he embraced his sweet Child and after saluting Matilda & Me, hastily broke from us and seating himself in his Chaise, pursued the road to Aberdeen. Never was there a better young Man! Ah! how little did he deserve the misfortunes he has experienced in the Marriage state. So good a Husband to so bad a Wife! for you know, my dear Charlotte, that the Worthless Louisa left him, her Child & reputation a few weeks ago in company with Danvers & dishonour.* Never was there a sweeter face, a finer form, or a less amiable Heart than Louisa owned! Her child already possesses the personal charms of her unhappy Mother! May she inherit from her Father all his mental ones! Lesley is at present but five and twenty, and has already given himself up to melancholy and Despair.

...Matilda and I continue secluded from Mankind in our old and Mouldering Castle, which is situated two miles from Perth on a bold projecting Rock, and commands an extensive view of the Town and its delightful Environs. But tho' retired from almost all the World (for we visit no one but the M'Leods, the M'Kenzies, the M'Phersons, the M'Cartneys, the M'donalds, The M'Kinnons, the M'lellans, the M'Kays, the Macbeths and the Macduffs), we are neither dull nor unhappy; on the contrary there never were two more lively, more agreable, or more witty Girls than we are; not an hour in the Day hangs heavy on our hands. We read, we work, we walk and when fatigued with these Employments releive our spirits, either by a lively song, a graceful Dance, or by some smart bon-mot, and witty repartée. We are handsome, my dear Charlotte, very handsome and the greatest of our Perfections is, that we are entirely insensible of them ourselves. But why do I thus dwell on myself? Let me rather repeat the praise of our dear little Neice, the innocent Louisa, who is at present sweetly smiling in a gentle Nap, as she reposes on the Sofa. The dear Creature is just turned of two years old; as handsome as tho' 2 & 20, as sensible as tho' 2 & 30, and as prudent as tho' 2 & 40. To convince you of this, I must inform you that she has a very fine complexion and very pretty features, that she already knows the two first letters in the Alphabet, and that she never tears her frocks. -- If I have not now convinced you of her Beauty, Sense, & Prudence, I have nothing more to urge in support of my assertion, and you will therefore have no way of deciding the Affair but by coming to Lesley Castle, and by a personal acquaintance with Louisa, determine for yourself.“

 

 

 

 

youngjane
Jane Austen (16 december 1775 – 18 juli 1817)

Geschilderd op 14-jarige leeftijd

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Adriaan van der Veen werd geboren op 16 december 1916 in Schiedam. Zie ook mijn blog van 16 december 2006 en ook mijn blog van 16 december 2008.

 

Uit: Wennen aan vrijheid

 

“Het was niet helemaal waar. Ik had aan boord wel degelijk onderscheid gevoeld. Onschuld is ook afwezigheid van elke richtlijn. Daardoor was ik heen en weer geslingerd, maar zonder te kiezen, boven de partijen uit, alleen waarnemend, aanvaardend wat ik kon gebruiken zonder ooit verband te leggen. Dat is mij nu pas duidelijk geworden. Ik hoor hen weer door de afstand van de tijd met zware brouwgeluiden elkaar in het Engels aanspreken, bewust hun moedertaal verloochenend om dan af en toe met gedempte stem toch in het Duits terug te vallen. Ik zie hen weer aan het begin van hun lange tocht naar de vrijheid, geduldig opschuivend naar hun beurt in de tochtige paspoortkantoren. Uren hadden zij gezeten in de koude gangen te Parijs, Londen, Luxemburg, Antwerpen, Rotterdam, de ogen gericht op het loket, glimlachend, buigend, dank mompelend als zij weg gingen. Er werd verteld over stadjes in neutrale landen waar zulke goede vluchtelingenkampen waren. Kleine kinderen spraken Duits, Engels, Frans door elkaar, zij hadden al met Duitsland afgerekend.

Een schip topzwaar van uitgestotenen, waar de vluchtelingen met alle neerbuigendheid van Hollanders die een rijk en onafhankelijk land achter zich wisten, door de stewards werden bediend. Zij stalden bij de maaltijden grote stukken vlees uit voor een oude vrouw met een haviksneus en verschrikt dichtgeknepen ogen. Velen liepen tijdens het eten weg, anderen bleven dagen in hun hut. De saus, het vet, de kip, het vlees, voor de welgedane Hollander een achtergrond voor zijn dikke sigaar, deden hen in elkaar krimpen. De schoolmeester met halve brillenglazen en een bescheiden kuif van gladgestreken dof haar, Duits gebleven tot in zijn bevelende kraakstem die men alleen per vergissing nog een enkele keer hoorde uitschieten, lachte schuldig tegen de bediende over zijn gebrek aan eetlust. En de jongen, die de eerste dagen aan tafel verscheen met zijn jas aan en zijn ronde hoedje op, alsof hij elk ogenblik met een homp brood in zijn hand wilde wegrennen, hield het hoedje, dat de hofmeester hem verontwaardigd van het hoofd had gerukt, nu verborgen op zijn knieën. 's Avonds overhoorden zij elkaar uit Englisch in Tausend Worten en zij luisterden met sentimenteel gesloten ogen naar iemand aan de piano die alle Duitse liedjes van Rhein und Wein zong. Maar toen een steward een ogenblik het Horst Wessellied liet klinken, bestormden zij de radio en mokten uren in een hoek na.

Eerst hield ik mij afzijdig, mij voorzichtig wennend aan de vrijheid, die ik in de beslotenheid van het schip van uur tot uur proefde. Ik wijdde geen ogenblik aandacht aan het verleden, dat opgeheven scheen, evenmin aan de toekomst, maar genoot van het moment, dat ik toch nog door een waas onderging, zodat toen bij de Engelse kust een vliegtuig plotseling laag overvloog en de mensen ontsteld wegdoken, ik alleen maar, zittend in de zon, mijn ogen een ogenblik dichtkneep, luisterend naar het gegons dat in de verte verdween.“

 

 

 

 

adriaan-van-der-veen
Adriaan van der Veen (16 december 1916 – 7 maart 2003)

Portret door Siegfried Woldhek

 

 

 

 

De Engelse schrijver en songwriter Noël Coward werd geboren op 16 december 1899 in Teddington, Londen. Zie ook mijn blog van 16 december 2006 en ook mijn blog van 16 december 2008.

 

 

Mad about the boy

 

I'm mad about the boy

And I know it's stupid to be mad about the boy

I'm so ashamed of it but must admit the sleepless nights I've had

About the boy

 

Mmmm on the silverscreen

He melts my foolish heart in every single scene

Although I'm quite aware that here and there are traces of the kid

About the boy

 

Lord knows I'm not a fool-girl

I really shouldn't care

Lord knows I'm not a school-girl

Who's in the flurry of her first affair

 

Will it ever cloy

This odoversity of misery and joy

I'm feeling quite insane and young again

And all because I'm mad about the boy

 

I'm feeling quite insane and young again

And all because I'm mad..

 

About the boy!

 

 

 

 

 

noel-coward
Noël Coward (16 december 1899 - 26 maart 1973)

 

 

 

 

 

De Antilliaanse dichter en schrijver Tip Marugg werd geboren op 16 december 1923 in Willemstad, Curaçao. Zie ook mijn blog van 16 december 2006 en ook mijn blog van 16 december 2008.

 

Uit: Weekendpelgrimage

 

„Van de tamboer- en oogstdansen; van de opoffering van zwarte, mannelijke dieren aan de aard- en brongeesten; van de grote scholen kleine vissen aan de kust die het begin van de regentijd aankondigen; van slaapwandelaars, die alleen bij volle maan hun bed verlaten en ronddolen; van de huishonden die, wanneer iemand gaat sterven, tot diep in de nacht blijven janken tegen de wassende maan; van de kinderachtige vertellingen van de idiote spin; van de vreemde nachten van een heldere sterrenhemel, waarbij de sterren niet twinkelen; van de grote zwartgrauwe vogel die er zijn specialiteit van maakt kleine kinderen op de achtste dag na de geboorte te ontvoeren.“

(…)

 

Een neger van de oude stempel, wiens vertrouwen je hebt weten te winnen, kan je in eenvoudige doch ernstige woorden vertellen op welke dag en op welke plek je het best kunt vissen, welk aftreksel of afkooksel van geneeskrachtige kruiden je tegen allerlei kwalen moet innemen, en nog andere dingen, fantastisch soms, waar je nimmer van gehoord hebt. Hij kan je vertellen van de vele voortekens van de naderende dood en hij kan je uitleg geven van de betekenis van het eentonige, lelijke gefluit van de spichtige, grauwe vogels. Hij kan je verhalen van de boze geesten die in de vasten in het vage licht van de opkomende maan ronddwalen.

(…)

Wanneer je een gesprek voert met een oude neger van het platteland, dan merk je meteen dat hij dom en simpel is. Dom en simpel naar de begrippen van je schoolkennis, van de boeken die je hebt gelezen, van de moderne gemeenschap waarin je woont. Maar eenvoudig, goed en wijs naar de begrippen van een andere wereld; een oude wereld, toebehorend aan een rijk, primitief, vernuftig oervolk, dat thans bedreigd wordt door de oppervlakkigheid en de kunstmatigheid van het eigen opgroeiend negergeslacht.

 

 

 

 

 

marugg
Tip Marugg (16 december 1923 - 22 april 2006) 

Getekend door Peter van Dongen

Geschreven door Romenu om 20:28 Reageer op dit bericht

Rafael Alberti, Pierre Lachambeaudie, V.S. Pritchett, Mary Russell Mitford, Olavo Bilac

De Spaanse dichter en schrijver Rafael Alberti werd geboren op 16 december 1902 in El Puerto de Santa María (Cádiz). Zie ook mijn blog van 16 december 2008.

 

 

Aufforderung

 

Im Erlenschatten, Liebste,
im Erlenschatten, nicht.

Unter der Pappel, ja,
dem Weiß und Grün der Pappel.

Weißes Blatt du,
grünes Blatt ich.

 

 

 

 

Die Quellen waren aus Wein

 

Die Quellen waren aus Wein.
Die Meere, aus lila Trauben.

Du wolltest Wasser.

Die Hitze stieg zum Bach
herab. Der Bach war aus Most.

Du wolltest Wasser.

Es fröstelte der Stier. Das Feuer
war aus schwarzem Muskateller.

Du wolltest Wasser.

(Zwei Strahlen von süßem Wein
sprangen aus deinen Brüsten.)

 

 

 

Vertaald door Erwin Walter Palm

 

 

 

 

alberti
Rafael Alberti (16 december 1902 – 27 oktober 1999)

 

 

 

De Franse fabeldichter Pierre Lachambeaudie werd geboren op 16 december 1807 bij Sarlat. Zie ook mijn blog van 16 december 2008.

 

 

La Goutte d'Eau

 

Un orage grondait à l'horizon lointain,

Lorsqu'une goutte d'eau, s'échappant de la nue,

Tombe au sein de la mer et pleure son destin.

« Me voilà dans les flots, inutile, inconnue,

Ainsi qu'un grain de sable au milieu des déserts.

Quand sur Faite du vent je roulais dans les airs.

Un plus bel avenir s'offrait à ma pensée :

J'espérais sur la terre avoir pour oreiller

L'aile du papillon ou la fleur nuancée,

Ou sur le gazon vert et m'asseoir et briller...

Elle pariait encore : une huître, à son passage.

S'entr'ouvre, la reçoit, se referme soudain.

Celle qui supportait la vie avec dédain

Durcit, se cristallise au fond du coquillage,

Devient perle bientôt, et la main du plongeur

La délivre de l'onde et de sa prison noire,

Et depuis, on l'a vue, éclatante de gloire,

Sur la couronne d'or d'un puissant empereur.

0 toi, vierge sans nom, fille du prolétaire,

Qui retrempes ton ûme au creuset du malheur,

Un travail incessant fut ton lot sur la terre;

Prends courage ! ici-bas chacun aura son tour :

Dans les flots de ce monde, où tu vis solitaire,

Comme la goutte d'eau tu seras perle un jour...

 

 

 

 

 

Lachambeaudie
Pierre Lachambeaudie (16 december 1807 – 7 juli 1872)

Standbeeld op Père-Lachaise,  Parijs

 

 

 

 De Britse schrijver en criticus (Victor Sawdon) V. S. Pritchett werd geboren op 16 december 1900 in Ipswich, Suffolk. Zie ook mijn blog van 16 december 2008.

 

Uit: London

 

“London is prolific in its casualties, its human waste and eccentrics. We see that blowsy red-haired woman with the gray beard who dances and skips about in the Haymarket. A well-known trial to bus conductors, the woman always carries a spare hat concealed in a brown-paper bag for traveling by bus. She changes her hat and then sings out:

He called me his Popsy Wopsy

But I don't care.

And drops into a few unprintable words. We are very fond of her. There is the pavement artist who conducts a war with other street entertainers, especially those who use an animal to beg from the thousands of dog lovers, cat strokers, pigeon and duck feeders, the chronic animal lovers who swarm in London. "Worship God not animals," he scrawls in angry chalk on the pavement. There is the Negro bird warbler, ecstatic in his compulsion, and the King of Poland in his long golden hair and his long crimson robe. There are those solitaires with imaginary military careers and the frightening dry monotonous gramophone record of their battles and wounds. They are compelled, they utter, they click their heels, salute and depart. A pretty addled neighbor of mine used to mix up the washing of the tenants in her house when it hung on the line in her garden. She was getting her own back on the Pope, who had broken up her marriage to the Duke of Windsor. One has to distinguish between the divine mad and the people pursuing a stern, individual course. The elderly lady who arrives in white shorts on a racing bicycle at the British Museum every morning, winter and summer, is simply a student whom we shall see working under the gilded dome of the Reading Room. The taxi driver who answers you in the Latin he has picked up from the bishops he has been taking to and fro from the Athenaeum Club all his life is not consciously doing a comic turn. He is simply living his private life in public. As Jung says, we are dreaming all the time; consciousness merely interrupts. It was what Dickens noticed in Londoners a hundred years before.”

 

 

 

 

pritchett
V.S. Pritchett ( 16 december 1900 – 20 maart 1997)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Mary Russell Mitford werd geboren op 16 december 1787 in Alresford,  Hampshire. Zie ook mijn blog van 16 december 2008.

 

Uit: Our Village

 

“Of all situations for a constant residence, that which appears to me most delightful is a little village far in the country; a small neighbourhood, not of fine mansions finely peopled, but of cottages and

cottage-like houses, 'messuages or tenements,' as a friend of mine calls such ignoble and nondescript dwellings, with inhabitants whose faces are as familiar to us as the flowers in our garden; a little world of our own, close-packed and insulated like ants in an ant-hill, or bees in a hive, or sheep in a fold, or nuns in a convent, or sailors in a ship; where we know every one, are known to every one, interested in every one, and authorised to hope that every one feels an interest in us. How pleasant it is to slide into these true-hearted feelings from the kindly and unconscious influence of habit, and to learn to know and to love the people about us, with all their peculiarities, just as we learn to know and to love the nooks and turns of the shady lanes and sunny commons that we pass every day. Even in books I like a confined locality, and so do the critics when they talk of the unities. Nothing is so tiresome as to be whirled half over Europe at the chariot-wheels of a hero, to go to sleep at Vienna, and awaken at Madrid; it produces a real fatigue, a weariness of spirit. On the other hand, nothing is so delightful as to sit down in a country village in one of Miss Austen's delicious novels, quite sure before we leave it to become intimate with every spot and every person it contains; or to ramble with Mr. White* over his own parish of Selborne, and form a friendship with the fields and coppices, as well as with the birds, mice, and squirrels, who inhabit them; or to sail with Robinson Crusoe to his island, and live there with him and his goats and his man Friday;--how much we dread any new comers, any fresh importation of savage or sailor! we never sympathise for a moment in our hero's want of company, and are quite grieved when he gets away;--or to be shipwrecked with Ferdinand on that other lovelier island--the island of Prospero, and Miranda, and Caliban, and Ariel, and nobody else, none of Dryden's exotic inventions:--that is best of all. And a small neighbourhood is as good in sober waking reality as in poetry or prose; a village neighbourhood, such as this Berkshire hamlet in which I write, a long, straggling, winding street at the bottom of a fine eminence, with a road through it, always abounding in carts, horsemen, and carriages, and lately enlivened by a stage-coach from B---- to S----, which passed through about ten days ago, and will I suppose return some time or other. There are coaches of all varieties nowadays; perhaps this may be intended for a monthly diligence, or a fortnight fly. Will you walk with me through our village, courteous reader? The journey is not long. We will begin at the lower end, and proceed up the hill.“

 

 

 

 

Mary_Russell_Mitford_by_Benjamin_Robert_Haydon
Mary Russell Mitford (16 dcember 1787 - 10 januari 1855)

Portret door Benjamin Robert Haydon

 

 

 

 

De Braziliaanse dichter Olavo Bilac werd geboren op 16 december 1865 in Rio de Janeiro. Zie ook mijn blog van 16 december 2008.

 

 

Brazilian Flag Anthem

 

Hail, precious banner of hope!

Hail, august symbol of peace!

Thy noble presence to our minds

The greatness of our motherland does bring.

Chorus

Take the affection enclosed

in our manly chest, (*)

Dear symbol of the land,

Of the beloved land of Brazil!

 

In thy beauteous bosom portraits

This sky of purest blue,

The impaired greenness of these forests,

And the splendor of the South Cross Constellation.

(Chorus)

 

Beholding thy sacred shadow,

We understand our duty,

And Brazil loved by its sons,

powerful and happy shall be!

(Chorus)

 

Over the great Brazilian Nation,

In times of happiness or grief,

Hover always sacred flag,

Pavilion of justice and love!

(Chorus)

 

 

 

 

bilac
Olavo Bilac (16 december 1865 – 28 december 1918)

 
Geschreven door Romenu om 20:24 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten