Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 13 februari 2010 tot 14 februari 2010

Ischa Meijer, Alexander Kluge, Piet Paaltjens, Robert Shea, Frederick Philip Grove, Frank Harris

De Nederlandse journalist, toneelschrijver, filmacteur en televisiepresentator Ischa Meijer werd geboren in Amsterdam op 14 februari 1943. Zie ook mijn blog van 14 februari 2008. en ook mijn blog van 14 februari 2009.

 

Uit: De interviewer en de schrijvers (Annie M.G. Schmidt)

 

“Maar je was dus voor de oorlog ook al iemand die zich behoorlijk schaamde. Je had aanleg.

‘Ja, ik had absoluut aanleg voor schaamte.’

Vind je jezelf lelijk of zo?

‘Ik vond mezelf lelijk, afstotelijk en niks: niks kunnen, niks mogen.’

Wanneer is het overgegaan?

‘Na de oorlog kwam ik bij Het Parool. Na de oorlog, na een heel leven van bibliothecaresse zijn, en een mossig stuk hout zijn, toen begon dat: het mossige ging weg. Er begon iets uit te botten.’

Ja, maar even nog over dat mossige, zal ik maar zeggen, het dooiige, het depressieve...

‘Nou, depressief was ik niet, hoor. Ik was altijd een heel blijmoedig vrolijk mens. Maar ik leefde niet echt.’

Maar had je ook helemaal geen verhoudingen?

‘Nauwelijks, en als ik ze had, dan ging het altijd weer uit. Waarschijnlijk door mezelf, omdat ik mezelf zo onbenullig vond.’

En wat voor een mannen had je?

‘Engerds.’

Waarom nam je ze dan?

‘Omdat ik niets anders krijgen kon.’

Wat voor man had je dan willen hebben toen? Wat was je ideaal?

‘Nou, op de middelbare school - ik was op een hbs in Goes - was ik altijd verliefd op mooie, knappe jongens, donkere, lange, slanke jongens. Dat las ik ook in Joop ter Heul. Daar moest je mee trouwen, dat was het ideaal. En wat er op me afkwam, dat waren miezerds waar ik eigenlijk niks in zag. Ik bedoel fysiek.’

Daar deed je het dan toch mee?

‘Nou, uiteindelijk dan wel even, maar dat duurde nooit lang.’

 

 

 

 

IschaMeijer
Ischa Meijer (14 februari 1943 – 14 februari 1995)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en regisseur Alexander Kluge werd op 14 februari 1932 geboren in Halberstadt. Nadat hij zijn studie tot jurist had voltooid, ging hij aan de slag als assistent van de filmregisseur Fritz Lang. Al snel kreeg Kluge naamsbekendheid en regisseerde hij meer dan twintig films. Ook heeft de Duitser een aantal televisieprogramma’s geproduceerd. Daarnaast is Alexander Kluge schrijver. Voor zijn literaire werk ontving hij in 2003 de Büchner-Preis. Kluge houdt zich voornamelijk bezig met thema’s uit de Duitse geschiedenis van de twintigste eeuw. In zijn boek 'Die Lücke, die der Teufel Lässt' beschrijft hij in 500 verhalen en op bijna duizend baldzijden, tal van wereldgebeurtenissen zoals de Holocaust, Tsjernobyl, 11 September, de oorlog in Irak, enzovoort.

Uit: Die Lücke, die der Teufel läßt

„Alle sagten: die passen gut zueinander. Sie schritten, großgewachsen und schlank, in den Speisesaal und empfingen Blicke. Diesen Platzvorteil vor allen anderen, den Rang zu zweit, wollten sie nicht aufgeben, und so überbrückten sie die Jahre der Wechselhaftigkeiten. Hätte sie jemand in ihrer gleisnerischen Trance, von außen gelenkt, wie sie waren, Angeber ihres Glücks, gefragt, OB SIE EINANDER LIEBTEN, WAS SIE INNERLICH MITEINANDER, AUSSER GEMEINSAM GUT AUSSEHEN, VERBÄNDE, so kann es sein, daß sie abgestürzt wären in Zweifel. Sie waren kluge Kinder. Nicht einmal dachten sie nach. Das war die Gefahr in der Anfangszeit: daß sie das Wesen ihrer Verbindung vor dem Gericht des Verstandes hätten darlegen müssen. Was hätten sie vorgebracht? Es zog sie nicht stark zueinander.
In späteren Jahren, auch durch Rat verständiger Freunde, die das Paar wie ein ausgemacht schönes Möbel gerne in ihrer Umgebung wußten, lieferten sie alles nach, was nach dem Gebot der Aufrichtigkeit, Innerlichkeit, Spontaneität und Absolutheit zu einer Leidenschaft gehört. Sie antworteten gemeinsam auf äußere Gefahren, überschritten gemeinsam die Grenze in ein anderes Gesellschaftssystem (in dem sie von außen kaum noch bewundert wurden); sie sahen auf eine Technik des Umgangs zurück, die Nähe und Abstand so regulierte, wie nur sie es vermochten. Andere, die diese intime, unaussprechliche Technik des Umgangs nicht beherrschten, fielen ihnen (im Fall eines kurzen Abenteuers) rasch auf die Nerven. Das verschaffte ihrer Beziehung Dauer. Was ist der Reiz des Abenteuers gegen das eigene Haus? So stellten sie, recht spät, schon herausgeraten aus der Blüte der Jahre, unerkannt, wenn sie einen Speisesaal betraten, fest, daß sie sich ineinander verliebt hatten. Auf oberflächliche Weise. Entweder war etwas von der Außenhaut nach innen geraten, oder das Innere besteht aus solcher Haut.“

 

 

Kluge

Alexander Kluge (Halberstadt, 14 februari 1932)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en predikant Piet Paaltjens werd geboren in Leeuwarden op 14 februari 1835. Zie ook mijn blog van 14 februari 2007 en ook mijn blog van 14 februari 2008 en ook mijn blog van 14 februari 2009.

 

 

Aan Betsy

 

Het heugt mij als de dag van gistren. Op het mos

In hartverovrend achtelooze houding lag

Uw rijzige figuur, wijl de anderen het bosch

Langzaam doordwaalden. 't was een vreeslijk heete dag.

 

Gij hield mijn veldflesch aan uw rozenlipjes, droog

Van 't lachen. Diep-gemoedlijk, als wen de avondklok

Door 't dal luidt, klonk het in uw keel. En zacht bewoog

Uw zoete strot zich op en neer bij elken slok.

 

Intusschen leunde ik schilderachtig op den tronk

Eens duizendjaargen eiks en vroeg mij heimlijk, wat

Voor smaak wel 't lot had, dat het aan een veldflesch schonk,

Wat droomend slechts mijn dichtermond genoten had.

 

O, ware 't noodlot niet alleen behept met koud

Verstand maar ook met warm gevoel, - uw poezle hand

Had plots de flesch, zoordra ze leeg was, door het woud

Gekeild, en op mijn lippen had uw mond gebrand.

 

Nu echter dronkt ge alleen de flesch leeg, onbewust,

Dat de inhoud nog al koppig was, - 't was witte port, -

En sloot uw loddrige oogjes dicht en sliept gerust. -

Nooit heb ik zóóveel tranen op één dag gestort.

 

 

 

 

Immortelle I

 

De maan glijdt langs de ruiten

En blikt mij vragend aan.

"Wat moet dat, bleeke zanger, -

In uw ooghoek glinstert een traan?"

 

Zoo gij de maan zelf niet waart

'k Zou zeggen: loop naar de maan. -

Wat mij het oog doet glinsteren,

Dat gaat er geen schepsel aan.

 

 

 

 

Paaltjes

Piet Paaltjens (14 februari 1835 – 19 januari 1894)

Standbeeld door Auke Hettema in Leiden

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Robert Shea werd geboren op 14 februari 1933 in New York. Zie ook mijn blog van 14 februari 2008 en ook mijn blog van 14 februari 2009.

 

Uit: The Illuminatus! Trilogy (samen met Robert A. Wilson)

 

„It was the year when they finally immanentized the Eschaton. On April 1, the world's great powers came closer to nuclear war than ever before, all because of an obscure island named Fernando Poo. By the time international affairs returned to their normal cold-war level, some wits were calling it the most tasteless April Fool's joke in history. I happen to know all the details about what happened, but I have no idea how to recount them in a manner that will make sense to most readers. For instance, I am not even sure who I am, and my embarrassment on that matter mates me wonder if you will believe anything I reveal. Worse yet, I am at the moment very conscious of a squirrel-in Central Park, just off Sixty-eighth Street, in New York City-that is leaping from one tree to another, and I think that happens on the night of April 23 (or is it the morning of April 24?), but fitting the squirrel together with Fernando Poo is, for the present, beyond my powers. I beg your tolerance. There is nothing I can do to make things any easier for any of us, and you will have to accept being addressed by a disembodied voice just as I accept the compulsion to speak out even though I am painfully aware that I am talking to an invisible, perhaps nonexistent audience. Wise men have regarded the earth as a tragedy, a farce, even an illusionist's trick; but all, if they are truly wise and not merely intellectual rapists, recognize that it is certainly some kind of stage in which we all play roles, most of us being very poorly coached and totally unrehearsed before the curtain rises. Is it too much if I ask, tentatively, that we agree to look upon it as a circus, a touring carnival wandering about the sun for a record season of four billion years and producing new monsters and miracles, hoaxes and bloody mishaps, wonders and blunders, but never quite entertaining the customers well enough to prevent them from leaving, one by one, and returning to their homes for a long and bored winter's sleep under the dust?“

 

 

 

 

Shea
Robert Shea (14 februari 1933 – 10 maart 1994)

 

 

 

De Canadees-Duitse schrijver en vertaler Frederick Philip Grove werd geboren als Felix Paul Greve op 14 februari 1879 in Radomno, Westpruisen. Zie ook mijn blog van 14 februari 2007 en ook mijn blog van 14 februari 2009.

 

Uit: Fruits of the Earth

 

„Abe made room under the spout by driving ahead.

“Here, Charlie,” he said, for the boy had climbed to the ground. “I want you to take a load to town. Can you do it?”

“Sure, daddy.”

“All right. There it is. Climb up.” And he helped him. “Had your dinner? To elevator one; the first from the crossing. Listen here. While you have the load, you walk the horses. When you drive up the incline, hold your lines tight. On the platform, let the man do the work. On the way home, you can trot half the way.”

The boy nodded and clicked his tongue.

Victor Lafontaine had been watching father and son. As Abe turned back to his load, the Frenchman caught his eye and smiled. “Nice kid,” he said.

Abe looked at his watch. “Fill Horanski’s tank. Then dinner.” And he, too, drove on, separated from Charlie only by a narrow strip; for half a mile the trails hardly diverged. Abe met the hayrack bringing the dinner for the crew. Mrs. Horanski stood, precariously balanced, among baskets of food and boilers of coffee. As she passed him, she nodded with a smile at Charlie who laughed proudly back at her.

Then, just as father and son reached the point where their trails divided sharply, the whistle of the engine blew, giving the signal to stop work. The shrill sound made Charlie jump; and smilingly he looked back at his father, waving his hand; then he disappeared from sight.

Two hours went by. Abe had had his lunch at home and was back in the field filling his tank.

Wheat, wheat, wheat ran from the spout.

Then, just as in the morning, Victor and his ladsstared south.

Abe looked up at the old man’s face which he saw in three-quarter profile. He was conscious only of the sunlight playing in the snow-white bristles of the stubble of his beard. Incomprehensibly, a wave of fear invaded him, aroused by the puzzled expression on the man’s face. Again, as in the morning, Abe dropped to the ground and circled the engine“.

 

 

 

Grove

Frederick Philip Grove (14 februari 1879 – 19 augustus 1948)

Omslag biografie door Klaus Martens

 

 

 

 

De Iers-Engelse schrijver, publicist, uitgever en redacteur Frank Harris werd geboren op 14 februari 1856 in Galway, Ierland. Zie ook mijn blog van 14 februari 2009.

 

Uit: Oscar Wilde, His Life and Confessions

 

„The Wildes had three children, two sons and a daughter.  The first son was born in 1852, a year after the marriage, and was christened after his father William Charles Kingsbury Wills.  The second son was born two years later, in 1854 and the names given to him seem to reveal the Nationalist sympathies and pride of his mother.  He was christened Oscar Fingal O'Flahertie Wills Wilde; but he appears to have suffered from the pompous string only in extreme youth.  At school he concealed the "Fingal," as a young man he found it advisable to omit the "O'Flahertie."

In childhood and early boyhood Oscar was not considered as quick or engaging or handsome as his brother, Willie.  Both boys had the benefit of the best schooling of the time.  They were sent as boarders to the Portora School at Enniskillen, one of the four Royal schools of Ireland.  Oscar went to Portora in 1864 at the age of nine, a couple of years after his brother.  He remained at the school for seven years and left it on winning an Exhibition for Trinity College, Dublin, when he was just seventeen.

The facts hitherto collected and published about Oscar as a schoolboy are sadly meagre and insignificant.  Fortunately for my readers I have received from Sir Edward Sullivan, who was a contemporary of Oscar both at school and college, an exceedingly vivid and interesting pen-picture of the lad, one of those astounding masterpieces of portraiture only to be produced by the plastic sympathies of boyhood and the intimate intercourse of years lived in common.

It is love alone which in later life can achieve such a miracle of representment.  I am very glad to be allowed to publish this realistic miniature, in the very words of the author.

"I first met Oscar Wilde in the early part of 1868 at Portora Royal School. He was thirteen or fourteen years of age.  His long straight fair hair was a striking feature of his appearance.  He was then, as he remained for some years after, extremely boyish in nature, very mobile, almost restless when out of

the schoolroom.  Yet he took no part in the school games at any time.  Now and then he would be seen in one of the school boats on Loch Erne: yet he was a poor hand at an oar.“

 

 

 

frank-harris

Frank Harris (14 februari 1856 – 27 augustus 1931)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:21 Reageer op dit bericht

Julia de Burgos, Vsevolod Garsjin, Edmond About, Johann Martin Usteri, Pierre-Claude de La Chaussée, Leone Battista Alberti

De Puerto Ricaanse dichteres en schrijfster Julia de Burgos (eig. Julia Constanze Burgos García) werd geboren op 14 februari 1914 in Carolina. Zie ook mijn blog van 14 februari 2009.

 

 

To Julia de Burgos (door Julia de Burgos)

 

The people are saying that I am your enemy,

            That in poetry I give you to the world.

 

            They lie, Julia de Burgos.  They lie, Julia de Burgos.

The voice that rises in my verses is not your voice:

            it is my voice;

For you are the clothing and I am the essence;

Between us lies the deepest abyss.

 

            You are the bloodless doll of social lies

And I the virile spark of human truth;

 

            You are the honey of courtly hypocrisy; not I-

I bare my heart in all my poems.

 

            You, like your world, are selfish; not I-

I gamble everything to be what I am.

 

            You are only the serious lady.  Seniora.  Dona Julia.

Not I.  I am life.  I am strength.  I am woman.

 

            You belong to your husband, your mast.  Not I:

I belong to nobody or to all, for to all, to all

I give myself in my pure feelings and thoughts.

 

            You curl your hair and paint your face.  Not I:

I am curled by the wind, painted by the sun.

 

You are the lady of the house, resigned, submissive,

Tied to the bigotry of men.  Not I:

I am Rocinante, bolting free, wildly

Snuffing the horizons of the justice of God.

 

 

 

Vertaald door Grace Schuman

 

 

 

julia+burgos
Julia de Burgos (14 februari 1914 – 6 juli 1953)

 

 

 

 

De Russische schrijver Vsevolod Garsjin werd geboren op 14 februari 1855 in Prijatnaja Dolina. Zie ook mijn blog van 14 februari 2007 en ook mijn blog van 14 februari 2009.

 

Uit: Eine Nacht

 

„Die Taschenuhr, die auf dem Schreibtisch lag, sang hastig und eintönig zwei Noten. Der Unterschied zwischen diesen Noten war, selbst für das feinste Ohr, schwer wahrzunehmen. Ihrem Besitzer aber, dem bleichen Herrn, der an diesem Tisch saß, erschien das Ticken der Uhr wie ein ganzes Lied.

»Dieses Lied ist trostlos und trübselig,« sprach der bleiche Mensch zu sich selbst. »Die Zeit selbst singt es und singt wie zu meiner Belehrung erstaunlich eintönig. Drei, vier, zehn Jahre zurück hat die Uhr genau so getickt wie heute und wird in zehn Jahren ganz ebenso ticken.« Und der bleiche Mensch warf einen trüben Blick auf sie, wandte aber die Augen sofort von ihr ab, dorthin, wohin er vorher, ohne etwas zu sehen, gestarrt hatte.

»Im Takt ihres Ganges ist das ganze Leben mit seiner ganzen scheinbaren Mannigfaltigkeit dahingegangen: mit Kummer und Freude, mit Verzweiflung und Begeisterung, mit Haß und Liebe. Und nur jetzt, in dieser Nacht, da alles in der riesengroßen Stadt und in dem riesengroßen Hause schläft und da es keine anderen Laute gibt als das Pochen des Herzens und das Ticken der Uhr, nur erst jetzt sehe ich, daß alle diese Betrübnisse, Freuden, Begeisterungen und alles, was im Leben geschehen ist, lauter körperlose Gespenster sind. Sowohl die einen, denen ich nachgejagt bin, ohne zu wissen warum, als die anderen, die ich floh, ohne zu wissen warum. Ich wußte damals nicht, daß es im Leben nur ein wahrhaft Seiendes gibt – die Zeit. Die Zeit, die schonungslos gleichmäßig dahingeht, ohne dort stehenzubleiben, wo der unglückliche, nur dem Augenblick lebende Mensch verweilen möchte und die den Schritt nicht um das geringste beschleunigt, selbst dann, wenn die Wirklichkeit so schwer ist, daß man sie zu einem vergangenen Traum machen möchte; die Zeit, die nur ein Lied kennt, dasjenige, das ich jetzt so qualvoll deutlich höre.«

Er dachte es, die Uhr aber tickte und tickte weiter, das ewige Lied der Zeit lästig wiederholend. An vieles erinnerte ihn dieses Lied.

»Seltsam in der Tat, Ich weiß, es kommt vor, daß irgendein besonderer Geruch oder ein Gegenstand von ungewöhnlicher Form oder ein sehr ausgesprochenes Motiv in der Erinnerung ein ganzes Bild aus dem Längsterlebten wachruft.”

 

 

 
vsevolod-mikhailovich-garshin
Vsevolod Garsjin (14 februari 1855 – 31 maart 1888)

 

 

 

De Franse schrijver Edmond François Valentin About werd geboren op 14 februari 1828 in Dieuze, Lorrainne. Zie ook mijn blog van 14 februari 2007 en ook mijn blog van 14 februari 2009.

 

Uit: Le Capitaine Bitterlin

 

„LORSQU'ON lui presenta les dernieres listes de  recensement, il y ecrivit lui-meme, d'une petite ecriture  seche et herissde comme un chaume :

"Jean-Pierre Bitterlin, de Luneville ; 60 ans d'age,  35 ans de services effectifs, n campagnes, 2 blessures; capitaine de 1834, chevalier de 1836, retraite'  en 1847, medaille de Sainte-Helene."

Sa personne courte et compacte semblait roidie par  1'habitude du commandement plus encore que par les  anne'es. II n'avait jamais 6t ce que les couturieres  appellent un bel homme ; mais en 1858 il lui manquait  un millimetre ou deux pour avoir la taille reglementaire du soldat. Tout me porte a croire que son  corps s'e'tait tasse peu a peu sur les grandes routes, a  force de mettre un pied devant 1'autre : une, deux !

Ses pieds etaient courts et ses mains larges. Sa figure,  uniform dm ent rouge, et ridee a petits plis comme un  jabot, avail conservd un caractere de fermete'. La fine moustache n'etait plus souple comme autrefois ; il  n'y avait pas de pommade hongroise qui cut la vertu  de la dompter : on aurait dit une brosse a dents  plantde dans la levre superieure. Elle dtait toujoura  noire comme le jais, depuis le dimanche matin  jusqu'au mercredi soir ; si elle grisonnait un peu dans  les derniers jours de la semaine, c'est que Fart du  teinturier n'a pas dit son dernier mot. Quant aux  cheveux, c'est autre chose : ils e"taient naturellement  noirs, et ils 1'ont e'te' jusqu'a la fin ; le marchand les  avait garantis. L'age du capitaine, escamot^ par  une vanite toujours jeune, se trahissait uniquement par  les touffes de poils blancs qui s'e'chappaient de ses  oreilles et par les plis de sa figure, plus onduleuse  qu'un lac aux premiers frissons du matin.“

 

 

 

About

Edmond About  (14 februari 1828 – 16 januari 1885)

Gravure van Tiburce de Mare

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver en dichter Johann Martin Usteri werd geboren op 14 februari 1763 in  Zürich. Zie ook mijn blog van 14 februari 2007 en ook mijn blog van 14 februari 2009.

 

 

Man schafft so gern sich Sorg und Müh

 

Man schafft so gern sich Sorg und Müh,
Sucht Dornen auf und findet sie,
Und läßt das Veilchen unbemerkt,
Das uns am Wege blüht.

 

 

 

Life let us cherish

 

Life let us cherish, while yet the taper glows,
And the fresh flow’ret pluck ere it close;
Why are we fond of toil and care?
Why choose the rankling thorn to wear?

 

 

 

 

usterimartin
Johann Martin Usteri (14 februari 1763 – 29 juli 1827)

 

 

 

 

De Franse toneelschrijver Pierre-Claude Nivelle de La Chaussée werd geboren op 14 februari 1692 in Parijs. Zie ook mijn blog van 14 februari 2007. 

 

L'origine de la barbe (Fragment)

 

Pauvres époux d'une moitié rebelle,
Votre malheur n'est pas chose nouvelle ;
Et l'art de faire enrager un mari.
Et n'est pas un art inventé d'aujourd'hui.
C'est un secret aussi vieux que les hommes,
Perpétué jusqu'au siécle où nous sommes,
Mais où le diable et l'esprit féminin
Ont, à présent, mis la dernière main.
Qu'ainsi ne soit : Adam, notre bon pere,
Fut, comme vous, dans la même misere;
Hors qu'à présent on peut, chez ses voisins,
S'aller par fois venger de ses chagrins.
Le pauvre Adam fut bien plus misérable,
Car il m'avoit que sa femme et le diable.
C'est là le tiers qu'a toujours eu l'hymen.
Mais quelle femme avoit le bon humain!
Combien de fois regretta-t-il sa côte!
La belle étoit aigre, hargneuse, haute;
Pour son bon-homme elle avoit trop d'appas ;
C'étoit un sot qui ne la valoit pas.
Jamais époux a-t-il valu sa femme?
Las à la fin des mépris de la dame,
Au Créateur il fut conter le tout.
" Seigneur, lui dit le pauvre époux à bout,
Rends-moi ma côte, et reprends ta femelle,
Ou fais exprès un paradis pour elle.
" Anges, sous cape, en soûrirent entr'eux :
On rit toujours d'un époux malheureux.
Le Seigneur seul eut pitié de sa peine.
" Prends, lui dit-il, cette huile souveraine;
Va t'en frotter le visage en secret.

 

 

 

 

LaChaussée

Pierre-Claude de La Chaussée (14 februari 1692 – 14 mei 1754)

Buste in het Louvre, Parijs

 

 

 

 

De Italiaanse dichter, schilder, taalkundige, filosoof, cryptograaf, musicus en architect Leone Battista Alberti werd geboren in Genua op 14 februari 1404. Zie ook mijn blog van 14 februari 2007.

 

Uit: De Re Aedificatoria

“De grootste kunstenaars in de oudheid waren van mening dat een gebouw vergelijkbaar was met een levend wezen zodat we bij het ontwerpen de natuur moeten navolgen. Laten we daarom onderzoeken hoe het kan gebeuren dat sommige lichamen die de natuur zelf heeft voortgebracht mooier zijn en andere minder mooi of zelfs misvormd. Het is duidelijk dat in lichamen die mooi gevonden worden, de delen of ledematen niet allemaal hetzelfde zijn, ook al verschillen ze niet in alle opzichten; want we vinden dat zelfs die delen, waarin de meeste verschillen zitten iets eigens ingeplant hebben dat, bij alle verschillen, ze alle mooi maakt.
Want er is zonder twijfel een zekere voortreffelijkheid en natuurlijke schoonheid in de vormen van gebouwen die onmiddellijk de geest vervult met genoegen en bewondering. Ik ben van mening dat schoonheid, majesteit, elegantie en dergelijke kwaliteiten zitten in die bijzonderheden die, als je ze weg zou nemen of veranderen het geheel alledaags en onaangenaam zouden maken.”

 

 

 

Leon_Battista_Alberti_1

Leone Battista Alberti (14 februari 1404 — 25 april 1472)
Standbeeld in de Uffizi Galerij in Florence
Geschreven door Romenu om 20:17 Reageer op dit bericht

M. Vasalis, Jan Arends, Irene Dische, Friedrich Christian Delius, Urs Faes, Faiz Ahmed Faiz

De Nederlandse dichteres en psychiater M. Vasalis werd geboren in Den Haag op 13 februari 1909. Dat is vandaag dus precies honderd jaar geleden. Zie ook mijn blog van 13 februari 2007 en ook mijn blog van 13 februari 2008. en ook mijn blog van 13 februari 2009.

 

 

Braamstruik

 

Vlinders en bijen wijlen bij de roze bloemen.
De groene en paarse bramen zijn alleengelaten.
Zijn zij zichzelf genoeg? Missen zij niet het diepe zoemen
waarmee de bijen tot de bloesems praten?
En 't sprakeloze, wankele evenwicht
waarmee de vlinders op haar blind gezicht
zich even nederlaten?

 

 

 

Moeder

 

Zijzelf was als de zee, maar zonder stormen.
Even blootshoofds en met een brede voet.
Rijzend en dalend op haar vloed,
als kleine vogels op haar schoot gezeten,
konden wij lange tijd haarzelf vergeten,
rustend en rondziend en behoed.
Haar stem was donker en wat hees
als schoven schelpjes langs elkander,
haar hand was warm en stroef als zand.
En altijd droeg zij om haar bruine hals
dezelfde ketting met een ronde maansteen,
waar neevlig blauw een kleine gele maan scheen.
Voorgoed doordrongen door haar kalm geruis
waren wij steeds op reis en altijd thuis.

 

 

 

 

Felix was blank met bruine haren en een zachte g.

 

Felix was blank met bruine haren en een zachte g.
En: hij was kleurenblind, hij keek met scheef
getild gezicht en toegeknepen ogen naar de lucht.
Ik deed het heimelijk na. Wat heb ik hem bemind
toen ik vijf jaar was. Hij was negen.
Er is een bruine foto van ons allen aan de waterkant
gezeten in het gras, en daarop houd ik vlak
boven zijn hoofd, zijn verend haar mijn hand,
kijk met ZIJN toegeknepen ogen (onherroepelijk kleurenblind)
omhoog, je ziet de ouders en de kinderen en de zomerwind
die het gras scheef waait en in al die haren woelt -
je ziet dat ogenblik dat toentertijd nog eeuwig was.

 

 

 

 

 

vasalis1
M. Vasalis (13 februari 1909 - 6 oktober 1998)

Werkend als kinderpsychiater in de jaren '40

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Jan Arends werd geboren op 13 februari 1925 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 13 februari 2007 en ook mijn blog van 13 februari 2008. en ook mijn blog van 13 februari 2009.

 

Uit: Jan Arends I presume

 

„Vannacht heeft hij een verhaal geschreven, zeven kantjes uit een schoolschrift, in een kamertje bij zaal twee (waar overdag een administrateur zit), een fles rode landwijn onder handbereik, de regels van het huis zijn op hem niet van toepassing, zegt hij, hij kan naar bed gaan wanneer hij wil, gaan en staan naar believen.

Vannacht ging hij om drie uur naar bed toen het verhaal af was. Zijn bed staat in een isoleercel, de deur komt uit op zaal zeven.

Hij was redelijk aangeschoten, slofte door de lange, kale gang van zaal twee naar zaal zeven, overal diepe rust, klopte op de deur, die aan de andere kant ontgrendeld werd, groette de broeder die hem opendeed, keek even rond (twee rijen hoge metalen bedden in een flauw lichtschijnsel, de schaduwen van snurkende en rochelende mannen, de stank van urine en faeces, achterin een donkere spelonk: de serre), sloeg linksaf langs het keukentje, waar een andere broeder een tijdschrift zat te lezen en koos de linker van de twee isoleercellen, waar zijn koffer stond en zijn kleren over een stoel hingen (de andere was bezet door een patiënt, die een slaapkuur moest ondergaan, maar zich al een paar dagen met succes tegen de benevelende werking van de medicijnen had verzet).

Hij sliep uitstekend op de wijn, werd om tien uur uitgerust wakker, trok zijn blauwe pak aan, waarvan de gulp niet helemaal sloot, zijn grijze sloffen (scheren hoefde niet, af en toe knipte hij zijn zwarte baard iets bij, doorgaans liet hij zijn vingers er door spelen), nam een boterham met muisjes, een kop koffie, om elf uur kreeg hij bezoek.

Om kwart voor elf nam hij zijn eerste pils (hij was nu praktisch van de drank af). Uit zijn binnenzak haalde hij het verhaal, dat hij die nacht geschreven had, er zaten een paar tikfouten in, die hij met een balpen corrigeerde. Hij was niet ontevreden en nam nog een flesje bier, daarna las hij het verhaal nog een keer in zijn geheel door.“

 

 

 

 

jan_arends
Jan Arends (13 februari 1925 – 21 januari 1974)

Portret door Lucia

 

 

 

 

De Duits-Amerikaanse schrijfster Irene Dische werd op 13 februari 1952 in New York geboren. Zie ook mijn blog van 13 februari 2009.

 

Uit: Großmama packt aus

 

„Daß meine Enkeltochter so schwierig ist, hängt vor allem mit Carls geringer Spermiendichte zusammen. Er hat seine kleinen Männer durch Heldenhaftigkeit ermordet. Darüber später mehr. Jedenfalls brachte er nur ein Kind zustande. Und dieses eine hatte das falsche Geschlecht. Wir versuchten es noch mal und noch mal. Er pflanzte sich bei mir ein und ackerte los, strengte sich an, schnaufte und schwitzte – er war kein Faulpelz. Nachher blieb ich auf dem Rücken liegen. Ich

streckte die Beine in die Luft, legte die Sohlen aneinander und betete mit den Füßen.

Gott erhörte meine Gebete nicht. Als unsere Bemühungen fünf Jahre lang nichts gefruchtet hatten und unser Kind schon in die Schule ging, sagte ich: »Carl, nach den Geboten der Kirche tut man das, um Kinder zu kriegen. Und wenn es nicht ums Kinderkriegen geht, dann läßt man es bleiben.«

Er hatte alle möglichen Einwände in petto. Gott habe die Zeugung zusammen mit dem Gebet geschaffen, als eine Form mit Inhalt oder ohne, als Ritual, das man so oft wie möglich wiederholen soll. Carl war sehr gläubig, und ich liebte ihn. Ich glaubte ihm, was er sagte – obwohl, natürlich nicht ganz. Eines Tages, als ich nicht wollte, sagte er: »Bei den alten Juden gab es ein Gebot, sie sollten

sich gerade am Sabbat zueinander legen, weil der Höhepunkt sie Gott am nächsten brächte.«

»Juden!« schnaubte ich.

»Nicht alles an den Juden ist schlecht«, entgegnete er. Doch dann wurde er kleinlaut, was selten vorkam. Es war ein Ausrutscher gewesen. Ich schmollte eine Zeitlang und ließ ihn dann wieder. Aber ich setzte immer mehr Fett an. Bald war so viel von mir da, daß man kaum noch sagen konnte, wo ich anfing und wo aufhörte. Das entmutigte ihn, und er ließ mich in Ruhe. Selbst einen Chirurgen kann der menschliche Körper manchmal noch überraschen.“

 

 

 

 

Dische
Irene Dische (New York,  13 februari 1952)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Friedrich Christian Delius werd geboren in Rome op 13 februari 1943. Zie ook mijn blog van 13 februari 2007 en ook mijn blog van 13 februari 2008.en ook mijn blog van 13 februari 2009.

 

Uit: Himmelfahrt eines Staatsfeindes

 

„1

Der Schuß tat nicht weh: ich lag auf dem Rücken, auf den warmen Wellen meines Bluts, und schwebte, ohne Arme oder Finger zu rühren, höher und höher: alle Gewichte fielen vom Körper ab, immer neue Schübe der Erleichterung, und ich stieg auf: in ein helles, freches Glück hinein, das die Zeit aufhob, mich allem überlegen machte, Wände und Horizonte wie mit Laserstrahlen aufschnitt: im Tod das Auge offen wie nie im Leben und süchtig nach Bildern -

2

Im fernen Metallgeflirre zwischen Gleisen, Masten und Stromdrähten erscheint ein Punkt, der sich im sonnigen Dunst bewegt, vergrößert und Farbe gewinnt: Augen und Kameras erfassen nach und nach den roten Leib einer Lok, einen Zug von vier Wagen, der mit abnehmender Geschwindigkeit dahin gelenkt wird, wo die Spannung steigt, in die von Scheinwerfern erhellte Bahnhofshalle: eine Fernsehkamera verfolgt die letzten Umdrehungen der Räder, Handfunkgeräte wachsen an männliche Ohren, Polizisten rücken mit leicht gespreiztem Schritt auffälliger in Positur, und ausgewählte Zuschauer, unter den Bögen zwischen den Bahnsteigen, im weiten Halbrund zwischen Blumenkübeln und rotweiß gestrichenen Absperrgittern, recken die Hälse...“

 

 

 

delius
Friedrich Christian Delius (Rome, 13 februari 1943)

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver Urs Faes werd geboren op 13 februari 1947 in Aarau. Zie ook mijn blog van 13 februari 2009.

 

Uit: Und Ruth

 

„Warum haben wir nicht über die Angst gesprochen, die im Internat allgegenwärtig war, dieses dumpfe Gefühl der Ungewissheit, die Ahnung eines Unheils, das uns in jedem Augenblick ereilen konnte, durch eine unüberlegte Antwort, eine falsche Geste, ein Lachen.
Erich war die Angst ins Gesicht geschrieben. Für jeden sichtbar.

(...)

 

Mit kleinen Schritten, langsam, entschlossen, setzt sich Ruth in Bewegung. Sie hält sich nah ans Gebüsch am Uferweg, verschwindet manchmal für Sekunden.
- Die schleicht sich an.
- Schweig endlich.
Erich scheint sie zunächst nicht zu bemerken. Er lehnt sich mit dem Rücken ans Geländer, die Hände schlaff neben den Hüften baumelnd.
Als Ruth, nun für alle sichtbar, auf dem offenen Rampenweg aufwärtssteigt, geht eine Bewegung durch Erichs Körper.
- Gleich wird alles vorbei sein. Die schafft ihn herunter.
- Die versteht ihn.
- Ruhe endlich.“

 

 

 

UrsFaes
Urs Faes (Aarau,13 februari 1947)

 

 

 

 

De Pakistaanse (Urdu) dichter Faiz Ahmed Faiz werd geboren op 13 februari 1911 in Sialkot. Zie ook mijn blog van 13 februari 2009.

 

 

Tonight

Do not strike the chord of sorrow tonight!
Days burning with pain turn to ashes.
Who knows what happens tomorrow?
Last night is lost; tomorrow's frontier wiped out:
Who knows if there will be another dawn?
Life is nothing, it's only tonight!
Tonight we can be what the gods are!

Do not strike the chord of sorrow, tonight!
Do not repeat stories of sufferings now,
Do not complain, let your fate play its role,
Do not think of tomorrows, give a damn--
Shed no tears for seasons gone by,
All sighs and cries wind up their tales,
Oh, do not strike the same chord again!

 

 

 

 

Vertaald door Azfar Hussain

 

 

 

Ghazal 

 

I am being accused of loving you, that is all

It is not an insult, but a praise, that is all

 

My heart is pleased at the words of the accusers

O my dearest dear, they say your name, that is all

 

For what I am ridiculed, it is not a crime

My heart's useless playtime, a failed love, that is all

 

I haven't lost hope, but just a fight, that is all

The night of suffering lengthens, but just a night, that is all

 

In the hand of time is not the rolling of my fate

In the hand of time roll just the days, that is all

 

A day will come for sure when I will see the truth

My beautiful beloved is behind a veil, that is all

 

The night is young, Faiz start saying a Ghazal

A storm of emotions is raging inside, that is all

 

 

 

 

 

faiz-ahmed-faiz
Faiz Ahmed Faiz (13 februari 1911 - 20 november 1984)

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e februari ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:22 Reageer op dit bericht

150 Jaar Nynke van Hichtum, Georges Simenon, Katja Lange-Müller, Ivan Krylov

150 Jaar Nynke van Hichtum

 

De Nederlandse schrijfster Nynke van Hichtum (pseudoniem van Sjoukje Troelstra-Bokma de Boer) werd geboren in Nes op 13 februari 1860. Dat is vandaag dus precies 150 jaar geleden. Zie ook mijn blog van 13 februari 2009.

 

Uit: Afke's tiental

 

„Met groene zeep werd eerst alles fris uitgewassen en daarna de broeken met zwarte verf afgeborsteld. Nu was alles schoon, maar - 't moest de volgende morgen weer droog zijn! De sokken werden in de oven gelegd, en de broekjes kwamen voor en boven en óm de kachel te hangen. Gelukkig dat er genoeg turf was. Want de kachel moest nu de hele nacht doorbranden!
De nare, benauwde lucht van al dat opdrogende goed verspreidde zich door de kamer. Moeder begon er van te hoesten en de kinderen sliepen onrustig. Maar vooral Wiepkje, die 't in haar dienst zo fris en ruim gewend was, had er veel last van. Toch klaagde ze niet; want ze wist dat er niets aan te doen was.
Toen zette ze nog vlug 't vuile goed in 't water en 't werk voor die avond was gedaan. Nu maar gauw naar bed, want morgen moest ze alweer vroeg aan 't kousen stoppen.
"Nacht Mem!" klonk het hartelijk en Wiepkje verdween in 't keldertje onder Moeders bedstee, bij de kleine meisjes; want op de zolder, waar ze gewoonlijk sliep als ze een nacht thuis logeerde, was 't in deze tijd veel te koud. Er waren twee pannen van 't dak gewaaid en de huisheer kwam er maar niet toe, die er weer op te laten maken. - En zo sliepen ze dan met hun elven in één benauwde kamer, waar de geverfde broekjes en de drogende sokken een stiklucht verspreidden.....
.“

 

 

 

afkesTiental
Omslag Afke’s Tiental

 

 

Uit: Oehoehoe

 

„Op de morgen van het feest riep een van de koninginnen hem in haar hut. Ze was een dochter van Matakitakit, en nu had ze gehoord dat Oehoehoe uit dezelfde kraal kwam en ze wou graag eens weten hoe het daar ging met allerlei mensen, die ze zich nog herinnerde.

Oehoehoe dacht wèl aan de waarschuwingen van Inyoes, maar hij wou zich niet bang tonen; hij volgde dus het meisje, dat hem geroepen had. Toch klopte zijn hard toen hij de "witte isigohlo" (de koninginnekraal) binnenstapte.

Daar lag de koningin op de mat in een van de hutten. Ja, daar lag ze, dik en vet, met de hand onder ’t het hoofd. Naast haar stonden een pot met gemalen maïspap, een mand met amasi, en een nog grotere mand met bier.

‘Die heeft hier een goed leventje!’ dacht Oehoehoe. ‘Daar wordt ze dan ook zeker zo dik van!’

De koningin was heel vriendelijk: ze gaf hem pap en bier, en liet hem vertellen van zijn ouders van Matakitakit. Oehoehoe, blij dat hij over dit alles eens mocht praten, vertelde zó aardig, dat de koningin hem lang bij zich hield.

Daar hoorden ze opeens, tot hun schrik, de voetstappen van de koning buiten de hut! — De dienstmeisjes van de koning probeerden de jongen weg te stoppen, maar de koning wist er alles al van, en hij was woedend!“

 

 

 

 

Hichtum

Nynke van Hichtum (13 februari 1860 - 9 januari 1939)

Boekomslag van de biografie door Anny de Jong

 

 

 

 

 

De Belgische (Franstalig) schrijver Georges Simenon werd geboren in Luik op 13 februari 1903. Zie ook mijn blog van 13 februari 2007 en ook mijn blog van 13 februari 2008. en  ook mijn blog van 13 februari 2009.

 

Uit: Au Rendez-vous des Terre-neuvas

 

„Il y eut une note grêle, du côté de la falaise, l'horloge de la Bénédictine qui sonnait une heure.
Maigret marchait vers l'Hôtel de la Plage, les mains derrière le dos, mais, à mesure qu'il avançait, son pas devenait plus lent et il finit par s'arrêter tout à fait, au beau milieu du quai.
Devant, c'était l'hôtel, sa chambre, son lit, un ensemble paisible et rassurant.
Derrière... Il se retourna. Il revit la cheminée du chalutier qui fumait doucement, car on avait allumé les feux. Fécamp était endormi. Il y avait une grande flaque de lune au milieu du bassin. La brise se levait, arrivait du large, presque glacée, comme l'haleine de la mer.
Alors Maigret fit demi-tour, lourdement, à regret. Il enjamba à nouveau des cordage lovés aux bittes, se retrouva debout au bon du quai, les yeux braqués sur l'Océan.
Ses yeux étaient tout petits, sa bouche me traçante, ses poings au fond des poches. C'était le Maigret solitaire, mécontent replié sur lui-même, qui s'obstine, sans souci du ridicule.
La marée était basse. Le pont du chalutier était à quatre ou cinq mètres en dessous du niveau du sol. Mais une planche avait été jetée du quai à la passerelle de commandement. Une planche mince, étroite.
Le bruit du ressac devenait plus distinct. Le flux devait commencer, tandis que l'eau blanchâtre rongeait peu à peu les galets de la plage.
Maigret s'engagea sur la planche qui forma un arc de cercle quand il pesa en son milieu. Ses semelles crissèrent sur la passerelle de fer. Mais il n'alla pas plus loin. Il se laissa tomber sur le banc de quart, face à la roue du gouvernail, au compas duquel pendaient les grosses mitaines de mer du capitaine Fallut. Ainsi des chiens viennent se camper, maussades, obstinés, devant un terrier où ils ont flairé quelque chose.“

 

 

 

Simenon
Georges Simenon (13 februari 1903 - 4 september 1989)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Katja Lange-Müller werd geboren op 13 februari 1951 in Berlijn-Lichtenberg. Zie ook mijn blog van 13 februari 2007 en ook mijn blog van 13 februari 2008 en ook mijn blog van 13 februari 2009.

 

Uit: Böse Schafe

 

„Daß wir uns begegneten, war Zufall. Was sonst? Vielleicht ja doch so was wie Schicksal, denn wir hätten uns ebensogut verpassen können. An dem Tag, da wir einander über den Weg liefen, warst du nicht allein, und ich war noch keine zwölf Monate fort von dort, wo ich aufgewachsen und bis zu meinem neununddreißigsten Jahr geblieben war.
Auch an die Szenen jenes siebzehnten April 1987, die mich und – zumindest für die ersten Stunden – vielleicht sogar dich betrafen, kann ich mich jederzeit erinnern; und im Unterschied zu den Film- oder Diabildern von der Matratzenidylle werden diese Szenen von Mal zu Mal klarer und detaillierter und stehen mir gerade jetzt beinahe textgenau vor Augen, so, als wären sie nicht geschehen, sondern erfunden, das Resultat meiner von mächtiger Sehnsucht befehligten Phantasie: Die U-Bahn hatte gehalten über dem Nollendorfplatz, ich war ausgestiegen und freute mich einmal mehr an der mir zu Füßen liegenden, von Dönerbuden, Cafés, Ramschläden und Blumenständen gesäumten, fast menschenleeren Weite, auch darüber, daß ich am Vortag nur mein Kleingeld samt dem billigen Portemonnaie verloren hatte, aber nicht das Dokument, das einen über das Aufnahmelager Marienfelde eingereisten DDR-Flüchtling berechtigte, ein ganzes Jahr lang kostenlos sämtliche öffentlichen Verkehrsmittel zu benutzen. Die Frühlingssonne stand hoch am Himmel und warf gleißend helles, nahezu weißes Licht hinab auf den Platz, der nach dem Tauwetter, dem jedoch kein Regen gefolgt war, ebenso unschuldig wie heruntergekommen wirkte; ich sehe auch noch dieses Kind, ein schmächtiges Mädchen in einem neongrünen Anorak, das mir von links ins Blickfeld lief, seinen Turnbeutel hinter sich herschleifte und offenbar keinen Spaß am Schuleschwänzen hatte.“

 

 

 

 

Katja-Lange_Mueller
Katja Lange-Müller (Berlijn, 13 februari 1951)

 

 

 

 

 

De Russische dichter en schrijver Ivan Andrejevitsj Krylov werd geboren op 13 februari 1769 in Moskou. Zie ook mijn blog van 13 februari 2007 en en  ook mijn blog van 13 februari 2009.

 

 

THE HIND AND THE HERMIT

 

A hind had lost her fawn before Her dugs were dry, and wandered, sore, Disconsolate, forlorn, Until she found, Lying abandoned on the ground, Two wolf cubs, newly born, And suckled them, as if they were her own. A local hermit, wonderstruck, Cried: `Foolish creature! Why give suck To those? Wolves are your foes! The day may come when, fully grown, Without a pang, They'll tear your tender flesh with claw and fang!' You may be right,' replied the hind. `Perhaps they will be so unkind But I don't mind. To give them suck, and see them grow, These are the only needs I know; And fear of what may come behind Is nothing, to the joy of doing so.' Unused, unshared, Abundance is a burden. Doing good should make us glad, And virtue not require a guerdon…

 

 

Vertaald door Gordon Pirie, Robert Chandler

 

 

 

Krylov
Ivan Krylov (13 februari 1769  - 21 november 1844)

Standbeeld in St. Petersburg

Geschreven door Romenu om 20:19 Reageer op dit bericht

Eleanor Farjeon, Ricardo Güiraldes, Antonia Pozzi, Friedrich Adler

De Engelse dichteres en schrijfster Eleanor Farjeon werd geboren op 13 februari 1881 in Londen. Zie ook mijn blog van 13 februari 2007 en en  ook mijn blog van 13 februari 2009.

 

 

Easter Monday

 

In the last letter that I had from France

You thanked me for the silver Easter egg

Which I had hidden in the box of apples

You like to munch beyond all other fruit.

You found the egg the Monday before Easter,

And said. 'I will praise Easter Monday now -

It was such a lovely morning'. Then you spoke

Of the coming battle and said, 'This is the eve.

'Good-bye. And may I have a letter soon'.

 

That Easter Monday was a day for praise,

It was such a lovely morning. In our garden

We sowed our earliest seeds, and in the orchard

The apple-bud was ripe. It was the eve,

There are three letters that you will not get. 

 

 

 

 

eleanor-farjeon
Eleanor Farjeon (13 februari 1881 – 5 juni 1965)

 

 

 

 

De Argentijnse schrijver Ricardo Güiraldes werd geboren op 13 februari 1886 in Buenos Aires. Zie ook mijn blog van 13 februari 2009.

 

Uit: Inleiding tot Don Segundo Sombra (J. Slauerhoff, die het werk vertaalde)

 

„De pampa's in hun oneindigheid, vaak ook golvend en steeds van kleur verschietend, hebben maar één equivalent op aarde, maar niet op de vaste: dat is de oceaan, die ook geen grenzen kent.

Zoo is het dan ook geen toeval, dat er maar één boek bestaat, dat met ‘Don Segundo Sombra’ vergeleken kan worden, en dat is: ‘Moby Dick’, het epos van de walvischvangst.

Evenals daarin: èn de eenzaamheid van de groote Oceaan, èn de onderdeelen van de techniek over de jacht op dit ontzaggelijkst waterwild, vormen een sterksmakende verbinding, waarvan alleen de sterken de dronkenschap kunnen beproeven.

Zoo zijn in ‘Don Segundo Sombra’ de eenzaamheid van de pampa's èn de vakkundige bijzonderheden van het veehoudersbedrijf ineengesmolten.

De jacht op een walvisch, en een ‘rodeo’: de beschrijving van het ongelooflijk feit dat een twintigtal ruiters zesduizend stuks wild vee uit alle hemelstreken bijeendrijven en vormen tot een kudde, een willooze massa, die gehoorzaamt aan hun wil en gedwee de richting ingaat, die hun paarden aangeven, hetzij de slachtplaats, hetzij de weide of 't moeras, staan mijns inziens gelijk.

Daarnaast is de walvischjacht een misschien gevaarlijker, maar zeker niet imposanter avontuur.

Men beweert, dat tegenwoordig zou bestaan een weerzin tegen de cultuur, een verlangen naar terugkeer tot primitieve toestanden.

De roep van Rousseau: terug naar de natuur zou weer worden gehoord, met nòg meer klem dan in de 18de eeuw.

Ik heb er niet veel van gemerkt. Men ziet gaarne eilanden in de Zuidzee, hooglanden van Pamir en oerwouden; maar dan in de bioscoop.

De cultuurvliedenden kunnen zich beter laven aan ‘Don Segundo Sombra’. De pampa's zijn ongerept als het paradijs, ja, als het paradijs vóór Eva's komst.

Want liever dan een rib vrouwengestalte te zien aannemen, hoe verleidelijk ook, heeft de gaucho, - te zeer geradbraakt door de rit op zijn zadel om erotiek te kunnen apprecieeren, - wanneer hij 's avonds zit bij het vuur, waarboven aan een ossehoorn de ketel hangt waarin het water voor de maté kookt, de rib van een rund, welks sterk smakend vleesch straks zijn eenig avondmaal zal zijn.“

 

 

 

 

Güiraldes
Ricardo Güiraldes (13 februari 1886 – 8 oktober 1927)

Zelfportret, 1922

 

 

 

 

De Italiaanse dichteres Antonia Pozzi werd geboren op 13 februari 1912 in Milaan. Zie ook mijn blog van 13 februari 2007 en  ook mijn blog van 13 februari 2009.

 

 

November

 

And so—if it happens that I go—

something of me

will remain

in this world—

a slight trace of silence

amidst the voices—

a frail breath of white

in the heart of blue.

 

And one evening in November

a slender little girl

on a street corner

will sell many chrysanthemums,

and the stars will be there,

frozen, green, remote.

 

Someone will cry,

somewhere—somewhere—

someone will look for chrysanthemums

for me

in this world

when, with no return, it happens that

I have to go.

 

Vertaald door Nick Benson

 

 

 

 

 

antonia-pozzi
Antonia Pozzi (13 februari 1912 – 3 december 1938)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, vertaler en jurist Friedrich Adler werd geboren op 13 februari 1857 in Amschelberg. Zie ook mijn blog van 13 februari 2009.

 

 

Ade!

 

Ade! Du schreitest zum Altare,

Zu schließen froh das frohe Band,

Und ich, vertraut dir manche Jahre,

Seh' stumm sich fügen Hand in Hand

Aus meinen Lippen weicht das Blut,

Im Herzen zuckt empor das Weh, –

Sei still da drin ... Es ist so gut –

Ade!

 

Es ist so gut. Ob auch mein Streben

Sich nur um deinen Beifall hob,

Ob, was die Muse eingegeben,

Für dein Ohr ich zu Liedern wob.

Das Leben braucht der festen Hand,

Der Weg, den ich, der Träumer geh',

Trägt Unkraut nur und Flittertand, –

Ade!

 

Umdunkelt ist mein Weg. Doch deinen

Umfließe hell der Sonne Licht:

Und keine Stunde soll erscheinen,

Da dir das Wort, die Hoffnung bricht.

Die Eintracht kröne deinen Bund,

Und ich, der still im Schatten steh',

Ich seg'ne dich mit zitterndem Mund ...

Ade!

 

 

 

 

Adler_Amschelberg
Friedrich Adler (13 februari 1857 – 2 februari 1938)

Bartholomeuskerk in Amschelberg (Kosova Hora)


 

Geschreven door Romenu om 20:16 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten