Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 15 februari 2010 tot 16 februari 2010

Elisabeth Eybers, Anil Ramdas, Ingmar Heytze, Iain Banks, Iris Kammerer

De Zuidafrikaanse dichteres Elisabeth Eybers werd geboren op 16 februari 1915 in Klerksdorp, Zie ook mijn blog van 16 februari 2007 en mijn blog van 4 december 2007  en ook mijn blog van 16 februari 2008. en ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

 

Somer

 

Vanjaar het ek somer aanskou,

hoe dit laag na laag ope vou

in onryp glimmerende groen,

so uitbundig soos plofstof dit doen,

deur matigheid ongemoeid.

Na dit 'n rukkie gegroei't

het dit behoedsaam vervaag

tot 'n sediger tint, iets bedaag:

sy enigste oogmerk oorlewing,

in plaas van vergelding vergewing

 

Dis waar, vlak by, voelbaar, bestaan

'n soort drang om op vlug te slaan

en my oë beoog reeds ontrou,

tog, hoekom in hemelsnaam sou

ek nie reken op somer vanjaar?

 

 

 

Renterekening

 

Omdat 'k versuim het om jou weer te sien

groet ek jou elke dag in fantasie:

erkende gemeenskaplikheid en nie

minder of meer as wat 'n mens verdien,

die enigste manier om (onervare

in vrolik meedoen) wins te maak deur jare.

 

 

 

Voleindiging

 

Verworwe voleindiging wek 'n nuwe gemis

met gevolg dat die lewe nooit kant en klaar afgerond is,

soms hunker jy terug na 'n skerper besef van tekort

vertroud uit die byna vergete tydperk van word.

 

Solank jy nog sekere spierweefsels kan beweeg

wil iets, in omsigtige terme kunstig verklee,

getuig van doelmatigheid, doen dus krampagtig mee:

afsluiting word in die reël sonder opset gepleeg.

 

 

 

 

Eybers
Elisabeth Eybers (16 februari 1915 – 1 december 2007)

V.l.n.r.: A. Roland Holst, Elisabeth Eybers, Aty en Jan Greshoff, Kaapstad, oktober 1946.

 

 

 

 

De Surinaams-Nederlandse schrijver,columnist, essayist, programmamaker en presentator Anil Ramdas  werd geboren in Paramaribo op 16 februari 1958. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

Uit: Een huis voor meneer Naipaul (De papegaai, de stier en de klimmende bougainvillea)

 

„‘Ik houd vol dat de zwarten van het Caribisch gebied een paar grote passen terug naar het oerwoud gedaan hebben,’ zegt Naipaul tegen een verslaggever. ‘Ik had nooit gedacht dat een Afrikaans volk terug kon keren naar die oorspronkelijke staat, na driehonderd jaar in de nieuwe wereld geleefd te hebben. Dat is heel droevig.’

Zo teder als Naipaul schrijft, zo ruw en onbarmhartig klinken zijn woorden in interviews. Maar zijn ze met elkaar in tegenspraak? Ik denk het niet. In vraaggesprekken lijkt zijn droefheid grotesk en is zijn houding liefdeloos, maar ze komen voort uit zijn onwankelbare geloof in vooruitgang en succes voor wie werkelijk volhardt en doorzet. Daar gaat ook zijn eerste (en sommigen zeggen: zijn enige) grote roman over: A House for Mr. Biswas, waar zijn eigen vader Seepersad Naipaul model voor stond. Seepersad groeide op in een dorp dat 438 huizen telde, maar niet een ervan kon hij het zijne noemen. Toch weigerde hij te sterven zoals hij was geboren: overbodig en onbehuisd. Op zoek naar vrijheid en zelfstandigheid ontvluchtte hij de traumatiserende zorg van zijn schoonouders en de beklemmingen van de kleine hindoegemeenschap, om in Port of Spain als journalist te gaan werken bij de Trinidad Guardian. Het waren jaren van zware arbeid en krankzinnige avonturen, maar Seepersad hield vol. Vlak voor zijn dood bemachtigde hij ‘zijn eigen stukje van de aarde’.

Zijn zoon Vidiadhar Surajprasad besloot op twaalfjarige leeftijd zijn vaders streven naar vrijheid en bewegingsruimte voort te zetten: ‘binnen vijf jaar’, zo beloofde hij zichzelf, moest hij het eiland hebben verlaten om zijn eigen stukje van de wereld te bemachtigen. Zes jaar later emigreerde hij naar Engeland en ging letterkunde studeren in Oxford. Hij raakte teleurgesteld in de studie, hij had gehoopt iets te leren over de relatie tussen het schrijven, en wat hij kortweg ‘het leven’ noemt.“

 

 

 

 

anil-ramdas
Anil Ramdas ( Paramaribo op 16 februari 1958)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Ingmar Heytze werd geboren op 16 februari 1970 in Utrecht. Zie ook mijn blog van 16 februari 2007 en ook mijn blog van 16 februari 2008 en ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

 

 

Erwtensoep

 

Mijn moeder die je verder met geen stok het ijs op kreeg
kookte in het schaatsseizoen enorme pannen erwtensoep
en deelde deze uit vanaf de steiger voor ons zomerhuisje

de soep genoot een faam tot ver achter de dijken
men reed er graag een plas voor om of kluunde zich de bramen
een enkeling trotseerde een nat pak onder de brug

slechts éénmaal is zij ingegaan op een verzoek om het recept
een vage kennis wou het sturen naar zijn zuster in Amerika

in de lente kregen we een kaart: we really enjoy your erwtensoep,
we nemen elke dag een stukje bij de koffie

 

 

 

Ideaal gedicht

 

'What is if this is one of those ideal poems?'
'Every poem is an ideal poem.'

Een griffioen in winterkleed,
vliegende kameleons en vlinders
die van kleur verschieten, elk gezicht
een verre stem achter een waterval -
ik schiet op eenhoorns in mijn slaap
en bal mijn vuist naar het heelal.
Soms droom ik een feniks
die verrijst uit witte as.

Ons leven is een schitterend
soort toeval, een vergissing haast.
Op den duur moet alles weg,
het einde jeukt onder mijn huid -
nog nooit zo tergend opgegeten
weten we: wij zijn alleen,
we zweven in het barnsteen
van een parallelle ruimtetijd.

Het firmament is groot en leeg.
Ik timmer woorden aan elkaar
terwijl ik in het donker staar
en luister naar de eeuwigheid.
De poëzie biedt schrale troost,
de liefde als een bouwpakket -
het onbegonnen werk is klaar.
Wie doet mij een tegenzet.

 

 

 

Ingmar-Heytze
Ingmar Heytze (Utrecht, 16 februari 1970)

 

 

 

 

De Schotse schrijver Iain Menzies Banks werd geboren op 16 februari 1954 in Dunfermline, Schotland. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

Uit: Look to Windward

 

„Near the time we both knew I would have to leave him, it was hard to tell which flashes were lightning and which came from the energy weapons of the Invisibles.

A vast burst of blue-white light leapt across the sky, making an inverted landscape of the ragged clouds' undersurface and revealing through the rain the destruction of all around us: the shell of a distant building, its interior scooped out by some earlier cataclysm, the tangled remains of rail pylons near the crater's lip, the fractured service pipes and tunnels the crater had exposed, and the massive, ruined body of the wrecked land destroyer lying half submerged in the pool of filthy water in the bottom of the hole. When the flare died it left only a memory in the eye and the dull flickering of the fire inside the destroyer's body.

Quilan gripped my hand still tighter. 'You should go. Now, Worosei.' Another, smaller flash lit his face and the oil-scummed mud around his waist where it disappeared under the war machine.

I made a show of consulting my helm's read-out. The ship's flyer was on its way back, alone. The display told me that no larger craft was accompanying it, while the lack of any communication on the open channel meant there was no good news to report. There would be no heavy lift, there would be no rescue. I flipped to the close-quarter tactical view. Nothing better to report there. The confused, pulsing schematics indicated there was great uncertainty in the representation (a bad enough sign in itself) but it looked like we were right in the line of the Invisibles' advance and we would soon be over-run. In ten minutes, maybe. Or fifteen. Or five. That uncertain. Still I smiled as best I could and tried to sound calm“

.

 

 

 

Banks
Iain Banks (Dunfermline, 16 februari 1954)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Iris Kammerer werd geboren op 16 februari 1963 in Krefeld. Zie ook mijn blog van 16 februari 2007 en ook mijn blog van 16 februari 2008 en ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

Uit: Die Schwerter des Tiberius

 

»Die Männer sind bestens vorbereitet, Praefect Cinna! «, rief er herüber. »Der Feldzug kann beginnen!«

Cinna nickte zur Erwiderung, trieb den Grauen aus dem Wasser, in dem dieser seine Fesseln kühlte, und lenkte ihn über den Sand zur Böschung, wo einige Pferdeburschen die Köpfe zusammensteckten. Ein Pfiff genügte, sie auf ihn aufmerksam zu machen; einer der jungen Burschen ergriff die Zügel, als Cinna das Bein über den Hals des Pferdes schwang und zu Boden glitt. Erst jetzt bemerkte er den Centurio, der mit verschränkten Armen näher kam, den großen, knotigen Weinstock, Abzeichen seines Ranges,unter die rechteAchsel geklemmt. Die Miene des Mannes verhieß nichts Gutes. Nachdem er gegrüßt hatte, schob er die Füße ein wenig auseinander, der Stock glitt an seiner Seite herab, bis er fast den Boden berührte, und pendelte sacht gegen seine Wade.

»Praefect, ich bin immer noch unzufrieden mit der Kampfbereitschaft der Barbaren.«

Eggius’ nachtschwarze Augen erschienen seltsam matt, als starre er durch Cinna hindurch.

»Außerdem mangelt es ihnen an Willigkeit«, fügte er hinzu und räusperte sich umständlich. Cinna musterte den Centurio mit hochgezogenen Brauen. Marcus Eggius diente als zweithöchster Offizier

in dieser Truppe, einer fünfhundert Mann starken Cohorte, bestehend aus Fußtruppen und einheimischer Reiterei; im Vorfrühling hatte Cinna bei der Siedlung der Ubier den Befehl über diese Einheit übernommen. Das schien Eggius nicht sonderlich gefallen zu haben, doch bislang hatte er seinem neuen Vorgesetzten den schuldigen Respekt gezollt.“

 

 

 

iris_kammerer
Iris Kammerer (Krefeld, 16 februari 1963)


Zie voor nog meer schrijvers van de 16e februari
mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:25 Reageer op dit bericht

Annie van Gansewinkel, Aharon Appelfeld, Alfred Kolleritsch, Richard Ford, Karl Otto Mühl, Octave Mirbeau

De Nederlandse schrijfster Annie van Gansewinkel werd geboren in Weert op 16 februari 1954. Zie ook mijn blog van 16 februari 2007 en ook mijn blog van 16 februari 2008.en ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

Uit: Pretpark

 

„De geur van vochtig rubber stijgt op uit het donker. Onopvallend heb ik mijn neus diep in de badtas gestoken en ik adem in. Mijn rode badpak zit er niet in. De prikkende wol die uitlubberde als zij nat werd en wat erger was: elk vezeltje zoog zich vol met chloorwater. Met die loodgordel moest ik leren zwemmen. Geen wonder dat ik kopje-onder ging.
Een tik op mijn schouder. Pietje Daniëls, ik weet het zeker. Ik pak mijn badtas steviger vast. De vorige week ging hij er ook joelend mee vandoor. Slingerend over het schoolplein, gooide hij hem rakelings over me heen naar Jantje van Assem en nam hem snel weer met een overwinnaarsblik over.
Ik stond erbij en keek ernaar, de armen langs mijn lijf. Tot ik boos werd, op de grond stampte en Pietje alleen maar harder lachte. Tot ik verdrietig werd, 'Pietje, alsjeblieft' smeekte.
Hij kwam voor me staan, mijn tas bungelde voor mijn neus. 'Voor een zoen,' commandeerde hij.
Pietje zoenen was wat ik al eeuwen wilde, maar niet nu hij het eiste. Stijf kneep ik mijn lippen op elkaar.
'Gaat u mee, mevrouw? We worden in het restaurant verwacht.'
Het is Pietje niet, maar Junior Manager C. Witvliet, zoals op zijn badge te lezen staat. Hij knikt me klantvriendelijk toe. De andere 39 zijn me reeds voorgegaan.
Twee uur geleden stonden we nog als vreemden op het station in Utrecht op de bus te wachten. Uit alle windstreken waren we door een centrerende kracht bij elkaar gedreven. Zeker één ding hebben we alle veertig gemeen: op de dag af drieëneenhalve maand geleden zijn we veertig geworden. Dit verlate verjaardagsfeestje hadden we nog te goed.<
BR> Dat schept zo te zien een band, vrolijk dansen de somber geruite badtassen op hun rug. Ik slof achter hen aan.“

 

 

 

annievangansewinkel
Annie van Gansewinkel ( Weert, 16 februari 1954)

 

 

 

 

De Israëlische schrijver Aharon Appelfeld werd geboren op 16 februari 1932 in Sadhora in de Oekraïne. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

Uit: Tzili (Vertaald door Stefan Siebers)

 

„Vielleicht sollte man die Lebensgeschichte von Tzili Kraus gar nicht erzählen. Sie hatte ein grausames, glanzloses Schicksal, und wenn sich nicht alles tatsächlich so ereignet hätte, könnte man Zweifel hegen, ob wir in der Lage wären, es zu erfinden. Da es sich aber ereignet hat, besteht kein Grund, es länger zu verbergen. Fangen wir also gleich an.

Tzili war nicht das einzige Kind ihrer Eltern, sie hatte ältere Brüder und Schwestern. Die Familie war groß, arm und ruhelos, und Tzili wuchs, unbeachtet von ihrer Umgebung, zwischen dem Gerümpel im Hof auf. Der Vater, ein von Krankheit gezeichneter Mann, die Mutter, ganz mit dem kleinen Laden beschäftigt. Am Abend griff irgendeines ihrer Geschwister sie, oft eher beiläufig, aus dem Staub des Hofes auf und brachte sie ins Haus. Tzili war ein stilles Wesen, ohne jede Anmut, beinahe stumm. Bereitwillig stand sie in der Frühe auf und ging am Abend ohne Zorn und Tränen zu Bett.

So wuchs sie heran. Den größten Teil des Sommers und des Herbstes über spielte sie draußen.

Die Winterszeit verbrachte sie im Bett. Klein und mager war sie niemandem im Wege, man bemerkte

sie gar nicht. Nur manchmal erinnerte sich die Mutter ihrer, dann rief sie: »Tzili, wo bist du?« -

»Ich bin hier«, kam ihre Antwort, ohne auf sich warten zu lassen, und die plötzlich aufgetretene Besorgnis der Mutter zerstreute sich wieder.

Als Tzili sieben Jahre alt war, nähte man ihr eine Tasche, kaufte ihr zwei Hefte, und die älteste Schwester brachte sie in die Dorfschule, die aus grauem Stein gebaut und mit einem Ziegeldach versehen war. Fünf Jahre lang ging sie dorthin. Anders als die übrigen Kinder ihres Volkes war Tzili keine ausgezeichnete Schülerin. Sie war eher verschlossen und in ihrer Sprache gehemmt. Beim Anblick der großen Buchstaben an der Tafel schwindelte ihr. Am Ende des ersten Halbjahres bestand kein Zweifel mehr: Sie war dumm. Zwar hatte die Mutter genügend andere Sorgen, doch trotzdem konnte sie ihren Groll nicht zurückhalten: »Du mußt lernen! Warum lernst du nicht?«

 

 

 

 

Aharon_appelfeld
Aharon Appelfeld (Sadhora, 16 februari 1932)

 

 

 


De Oostenrijkse dichter en schrijver
Alfred Kolleritsch werd geboren op 16 februari 1931 in Brunnsee, Südsteiermark. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

 

Verweigerung der Nacht

 

Erwachen mit ihr,

auf der Haut

das Morgenlicht zählen,

mit Sonnenblumen bedecke ich sie,

schmücke ich

die Kunst des Gekränktseins,

ich entführe den Verlust

in den aufsteigenden Nebel.

 

 

 

 

Über uns hinaus

 

Wir sind dagesessen. Die alte Eiche
hielt uns zusammen,
sie schickte Blätter,
Silben des Gesprächs,
den Raum.

 

Er zog uns zu den Hütten,
zu den Geräten, der Holunderbaum
blühte, die Linde und Fichte,
die Augen
verliefen sich in die Wege des Ortes.

 

In den Feldsträuchern erkannte ich dich,
neben mir warst du,
wir spürten das Licht auf, den Zuruf
im Wind, er zeigte uns die Grenze,
kein hohes Wort braucht sie,
sie läuft tief in die Schatten,
sie werfen uns mit,
wenn wir sie werfen,
uns verwerfend.

 

Der Schrecken ist,
daß wir es erhalten, dazwischen
sind wir, Mündung,
die Kunde gibt, Wange an Wange:
daß keiner entbehren muß.

 

Tische, Sessel und Bänke
setzen uns aus,
wir kennen die Leute, die Häher,
Wespen und Mücken,
die Nachbarn am Zaun,
und der Freund brät Schwämme.

 

Welch freies Feld
für Kaktusblüten, für Dämmerung,
Mondlicht und jeden Morgen!

 

 

 

 

alfred_kolleritsch
Alfred Kolleritsch (Brunnsee, 16 februari 1931)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Richard Ford werd geboren op 16 februari 1944 in Jackson, Missisippi. Zie ook mijn blog van 16 februari 2007 en ook mijn blog van 16 februari 2008.en ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

Uit: The Lay of the Land

 

„Toms River, across the Barnegat Bay, teems out ahead of me in the blustery winds and under the high autumnal sun of an American Thanksgiving Tuesday. From the bridge over from Sea-Clift, sunlight diamonds the water below the girdering grid. The white-capped bay surface reveals, at a distance, only a single wet-suited jet-skier plowing and bucking along, clinging to his devil machine as it plunges, wave into steely wave. “Wet and chilly, bad for the willy,” we sang in Sigma Chi, “Dry and warm, big as a baby’s arm.” I take a backward look to see if the NEW JERSEY'S BEST KEPT SECRET sign has survived the tourist season—now over. Each summer, the barrier island on which Sea-Clift sits at almost the southern tip hosts six thousand visitors per linear mile, many geared up for sun ’n fun vandalism and pranksterish grand theft. The sign, which our Realty Roundtable paid for when I was chairman, has regularly ended up over the main entrance of the Rutgers University library, up in New Brunswick. Today, I’m happy to see it’s where it belongs.
New rows of three-storey white-and-pink condos line the mainland shore north and south. Farther up toward Silver Bay and the state wetlands, where bald eagles perch, the low pale-green cinder-block human-cell laboratory owned by a supermarket chain sits alongside a white condom factory owned by Saudis. At this distance, each looks as benign as Sears. And each, in fact, is a good-neighbor clean- industry-partner whose employees and executives send their kids to the local schools and houses of worship. Management puts a stern financial foot down on drugs and pedophiles. Theircampuses are well landscaped and policed. Both stabilize the tax base and provide locals a few good yuks.“

 

 

 

Ford
Richard Ford (Jackson, 16 februari 1944)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Karl Otto Mühl werd geboren op 16 februari 1923 in Nürnberg. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

 

Trüber Tag

Täglich gießt er seinen Topf aus, der Teufel.
Du weißt schon, welchen.
Ich werde den Teufel tun und mich großtun,
weil mich kein Spritzer traf.

Aber den und den und den
hat es getroffen,
und Tausende junger Männer
fielen um,
lagen da und starrten
in den Himmel.

Eigentlich kann niemand froh sein,
und unsere einzige Hoffnung der Tod.

 

 

 

Ibbenbüren

Kneif nicht die Lippen zusammen
sagen sie.
Warum bist du nicht fröhlich?

Weil alles andere besser ist,
besonders Ibbenbüren.
Sogar die Krähenflügel
haben dort silberne Ränder.

Streng dich nicht so an,
sagen sie.
Sei ein guter Kerl.

 

 

 

 

karl-otto-muehl
Karl Otto Mühl (Nürnberg, 16 februari 1923)

 

 

 

 

De Franse schrijver, journalist, pamfletschrijver, kunstcriticus en toneelschrijver Octave Henri Marie Mirbeau werd geboren in Trévières (Calvados) op 16 februari 1848. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

Uit: Le Jardin des Supplices

 

“Puis l'Idole elle-même se précisa, et je reconnus que c'était l'Idole terrible, appelée l'Idole aux Sept Verges… Trois têtes armées de cornes rouges, casquées de chevelures en flammes tordues, couronnaient un torse unique ou plutôt un seul ventre, lequel s'incorporait à un énorme pilier barbare et phalliforme. Tout autour de ce pilier, à l'endroit précis où le ventre monstrueux finissait, sept verges s'élançaient auxquelles les femmes, en dansant, offraient des fleurs et de furieuses caresses. Et la lueur rouge de la salle donnait aux billes de jade qui servaient d'yeux à l'Idole, une vie diabolique… Au moment où nous nous remîmes en marche, j'assistai à un spectacle effrayant et dont il m'est impossible de rendre l'infernal frémissement. Criant, hurlant, sept femmes, tout à coup, se ruèrent aux sept verges de bronze. L'Idole enlacée, chevauchée, violée par toute cette chair délirante, vibra sous les secousses multipliées de ces possessions et de ces baisers retentissaient, pareils à des coups de bélier dans les portes de fer d'une ville assiégée. Alors, ce fut autour de l'Idole une clameur démente, une folie de volupté sauvage, une mêlée de corps si frénétiquement étreints et soudés l'un à l'autre qu'elle prenait l'aspect farouche d'un massacre et ressemblait à la tuerie, dans leurs cages de fer, de ces condamnés, se disputant le lambeau de viande pourrie de Clara !… Je comprends, en cette atroce seconde, que la luxure peut atteindre à la plus sombre terreur humaine et donner l'idée véritable de l'enfer, de l'épouvantement de l'enfer…”

 

 

 

mirbeau_octave

Octave Mirbeau (16 februari 1848 - 16 februari 1917)

Geschreven door Romenu om 20:22 Reageer op dit bericht

Wiebke Lorenz, Joseph von Scheffel, Luigi Meneghello, Vyacheslav Ivanov, Marie Noël, Nikolaj Leskov, Hubert van Herreweghen

De Duitse schrijfster en journaliste Wiebke Lorenz werd geboren op 16 februari 1972 in Düsseldorf. Zie ook mijn blog van 16 februari 2008 en ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

Uit: Was ? Wäre ? Wenn ?

 

“Oder sie wenigstens rauszuschmeißen, solange der CD-Player noch läuft.

Wenn das meine Mutter wüßte, denke ich auf dem Weg ins Bad, das Herz im Leib tät ihr zerspringen. Ist nicht von mir. Das sagt die schöne Prinzessin aus dem Märchen »Fallada « immer. Aber auf mich paßt es irgendwie auch. Und auf meine Mutter erst recht. An eine Prinzessin erinnert die Gestalt,

die mich aus dem Badezimmerspiegel angrimmt, allerdings nicht gerade. Eher an Pumuckl auf Speed oder so. Die roten Haare sehen aus, als würde was drin nisten, meine Augen sind so grün und glasig, daß ich Commander Data vom Raumschiff Enterprise Konkurrenz machen könnte, und in meinem XXL-T-Shirt komme ich so unglaublich erotisch daher, daß es mir ein totales Rätsel ist, warum sich

mein Gespiele vor seinem Entschwinden nicht noch einmal auf mich gestürzt hat.

Dabei klingt mein Name ziemlich nach Prinzessin: Charlotta. Erinnert an Spitzenkragen, Lackschühchen und rosa Samtschleife im Haar. Was haben meine Grundschullehrerinnen mich für diesen Namen geliebt! »Charlotta! Wie hübsch!« riefen sie immer verzückt aus, wenn sie zum Schuljahresbeginn die Anwesenheitsliste ihrer neuen Schützlinge studierten. Am Ende des Schuljahres sprachen sie meinen Namen dann allerdings meistens mit einem anderen Unterton aus. Irgendwie gereizter. Eines Tages in der 4. Klasse stellte eine meiner Lehrerinnen fest: »Ich glaube, wir sollten dich Charly nennen. Charly paßt viel besser zu dir.« Und dabei ist es bis heute geblieben, außer meinen Eltern sagt niemand mehr Charlotta zu mir. Das heißt, wenn ich mich recht erinnere, hat der Kerl von letzter Nacht mich sogar Charlotta genannt. Woher er das nur gewußt hat? Mehr als fünf

Minuten haben wir auf keinen Fall miteinander gesprochen, bevor wir bei mir gelandet sind. Egal, wer will darüber jetzt noch nachdenken? Hauptsache, ich bin ihn los und kann zur Tagesordnung übergehen.”

 

 

 

 

wiebke_lorenz_1998
Wiebke Lorenz (Düsseldorf, 16 februari 1972)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Joseph Victor von Scheffel werd geboren op 16 februari 1826 in Karlsruhe. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

Uit: Der Trompeter von Säkkingen

 

Auf zum Schwarzwald schwingt mein Lied sich,
Auf zum Feldberg, wo das letzte
Häuflein seiner Berggetreuen
Trotzig fest nach Süden schauet
Und bewehrt im Tannenharnisch
Grenzwacht hält am jungen Rhein.

Sei gegrüßt mir, Waldesfriede!
Seid gegrüßt mir, alte Tannen,
Die ihr oft in euren Schatten
Mich, den Müden, aufgenommen.
Rätselhaft verschlungen senkt ihr
In der Erde Schoß die Wurzeln,
Kraft aus jenen Tiefen schöpfend,
Deren Zugang uns verschlossen.
Und ihr neidet nicht des flücht'gen
Menschenkindes flüchtig Treiben,
Lächelnd nur – zur Weihnachtszierde
Schenkt ihr ihm die jungen Sprossen.
Auch in euren Stämmen lebt ein
Stolzes selbstbewußtes Leben,
Harzig Blut zieht durch die Adern,
Und es wogen die Gedanken
Schwer und langsam auf und nieder.
Oft sah ich die zähe, klare
Träne eurer Rind' entquellen,
Wenn im Forst ein rauher Axthieb
Frevelnd die Genossin fällte!
Oft auch hört' ich eurer Wipfel
Geisterhaft Zusammenflüstern,
Und es zog mir durch die Seel' ein
Süß geheimnisvolles Ahnen.
Zürnt drum nicht, wenn hell mein Sang jetzt
Einzieht in das Waldrevier. –

 

 

 

 

Scheffelplatz_Karlsruhe
Joseph von Scheffel (16 februari 1826 – 9 april 1886)

Monument op de Scheffelplatz in Karlsruhe

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Luigi Meneghello werd geboren op 16 februari 1922 in Malo. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

Uit: Libera Nos a Malo (Vertaald door Cinzia Mozzato)

 

„There are two strata in one’s own personality; above the epidermis are superficial bruises, whether in Italian, in French, or in Latin; below the epidermis lie those old bruises which healing up formed dialectal scabs. Whenever you touch one of these, a chain reaction is triggered off, which you can feel but can hardly explain to a non-native speaker. There is an indestructible core of apprehended matter, which you catch through the prehensile vine-shoots of your senses; the dialectal word is always pegged down into reality; it is actually the thing in itself. We apperceived it before we learnt to think, and it would never shade off after we were taught how to think in another language.

 

This core of primordial matter (lying as much in names as in any other word) possesses uncontrollable forces; there is actually a prelogical sphere where associations are free and basically insane. On the one hand, dialect is reality; on the other hand, it is madness.

 

 

 

meneghello

Luigi Meneghello (16 februari 1922 – 26 juni 2007)

 

 

 

De Russische dichter, schrijver, criticus, vertaler en filosoof Vyacheslav Ivanovich Ivanov werd geboren op 16 februari 1866 in Moskou. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

 

Heaven Above, Heaven Below 

 

Night opens wide the burning Macrocosm,-

And heaven's hierarchies come into view

Lo, the spirit sings, and the elements dance

Interwoven with snaky locks of starlight.

 

And the Microcosm grows distinct in the deep night:

We hear the roar of elements spinning inside us,-

And behold our own hierarchical assemblage

From close stars to dim-eyed spots of light.

 

There is a milky way in the soul as in the heavens;

There is a multitude in both of these creations:

The same word is stamped in both of these books -

 

And twin scales measure the same weight.

There is a He in the flames of depths revealed;

There is an I in the deepest miracles.

 

 

 

 

Ivanov

Vyacheslav Ivanov (16 februari 1866 - 16 juli 1949)

Portret door Konstantin Somov

 

 

 

 

De Franse dichteres en schrijfster Marie Noël werd geboren op 16 februari 1883 in Auxerre. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

 

L’Île

 

Solitude au vent, ô sans pays, mon Île,

Que les barques de loin entourent d’élans

Et d’appels, sous l’essor gris des goélands,

Mon Île, mon lieu sans port, ni quai, ni ville,

 

Mon Île où s’élance en secret la montagne

La plus haute que Dieu heurte du talon

Et repousse… Ô Seule entre les aquilons

Qui n’a que la mer farouche pour compagne.

 

Temps où se plaint l’air en éternels préludes,

Mon Île où l’Amour me héla sur le bord

D’un chemin de cieux qui descendait à mort,

Espace où les vols se brisent, Solitude.

 

Solitude, Aire en émoi de Cœur immense

Qui sans cesse jette au large ses oiseaux,

Sans cesse au-dessus d’infranchissables eaux,

Sans cesse les perd, sans cesse recommence.

 

Désolation royale, terre folle

Que berce l’abîme entre ses bras massifs,

Mon Île, tu tiens un Silence captif

Qu’interroge en vain la houle des paroles.

 

 

 

 

marie_noel
Marie Noël (16 februari 1883 – 23 december 1967)

 

 

 

 

De Russische schrijver Nikolaj Semjonovitsj Leskov werd geboren in Orjol op 16 februari 1831. Zie ook mijn blog van 16 februari 2007 en ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

Uit:  Das Perlenhalsband  (Vertaald door Johannes von Günther en Otto von Taube)

 

„In einer gebildeten Familie saßen beim Tee einige ihrer Freunde und sprachen über Literatur: über Erfindung, über Handlung. Sie bedauerten, dass das alles bei uns immer blasser und blasser werde. Da führte ich eine höchst charakteristische Äußerung des verstorbenen Pissemski an, welcher behauptete, jenes Verarmen der Literatur hänge vor allem mit der Zunahme der Eisenbahnen zusammen, die zwar dem Handel sehr förderlich, der Dichtung jedoch schädlich seien.
„Jetzt reist der Mensch zwar viel, doch rasch und unbehindert“, pflegte Pissemski zu sagen. „Daher unterliegt er keinen kräftigen Eindrücken, hat auch keine Zeit zum Beobachten – alles gleitet vorbei; daher die Dürftigkeit. Ehemals aber, wenn du von Moskau nach Kostroma reistest, mit einem für die ganze Strecke geheurten Fuhrmann im allgemeinen Tarantas, oder auch mit streckenweis fahrenden Kutschern, da mochtest du`s treffen,dass der Mann ein Schuft war, die Mitreisenden aber freche Kerle; im Kruge mochte der Hausknecht ein Spitzbube sein, die Köchin gar eine Schlampe,was konntest du da nicht alles an Mannigfaltigstem erleben. Und wenn du dann gar die Geduld verlorst, — du hast in der Sauerkrautsuppe irgendwas Abscheuliches gefunden, beschimpfst das Küchenweib, und sie gibt dir`s mit Schande zehnfach wieder — , dann erhieltest du Eindrücke, die du ganz einfach nicht mehr loswurdest. Ja, dann gingen sie dir nur so auf wie ein vierundzwanzig Stunden alter Hefeteig –und ebenso dicht und üppig schwoll und quoll es dir auch ganz selbstverständlich in deiner Dichtung. Jetzt aber geht alles ganz eisenbahnmäßig vor sich; nimm den Teller und frage nicht; iss, zum Kauen gibt`s keine Zeit; din – din –din – das Abfahrtssignal, fertig! Wieder fährst du, und von allen Eindrücken bleibt dir nur der, dass der Kellner dich beim Geldwechseln übers Ohr gehauen, dich mit ihm aber nach Herzenslust auszuzanken, dazu hattest du schon nicht mehr Zeit“.

 

 

 

 

Leskov
Nikolaj Leskov (16 februari 1831 - 5 maart 1895)

Portret door Valentin Serov, 1894

 

 

 

 

De Vlaamse dichter Hubert van Herreweghen werd geboren in Pamel op 16 februari 1920. Zie ook mijn blog van 16 februari 2007 en ook mijn blog van 16 februari 2008 en ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

 

Visioen

 

Een jongen zit op een steen,
een jongen van negen jaar,
een jongen met donker haar,
de kin op de vuist, alleen,

 

zodat gij gaan denken zoudt
dat hij daar in marmer zit,
de zuidkant van de zon is wit,
de noordkant bemost en koud.

 

Maar het lichaam, wat gij ziet,
van zijn schoonheid onbewust,
volmaakt verzonken in rust,
is bedrog, het is er niet

 

vóór de ziel weerkeren zal,
die ziel in een visioen
wat een jongen hier komt doen
op de aarde en in het heelal.

 

Een jongen zit op een steen,
een jongen van negen jaar,
een jongen met donker haar
blind uitstarend vóór zich heen.

 

 

 

 

Herreweghen

Hubert van Herreweghen (Pamel, 16 februari 1920)

 

Geschreven door Romenu om 20:20 Reageer op dit bericht

Elke Heidenreich, Hans Kruppa, Chrystine Brouillet, Douglas Hofstadter, Demetrius Vikelas, Jelena Bonner

De Duitse schrijfster, critica en presentatrice Elke Heidenreich werd geboren op 15 februari 1943 in Korbach. Zie ook mijn blog van 15 februari 2009.

 

Uit: Passione

 

“Mitte der 50er Jahre, ich war dreizehn Jahre alt, habe ich meine erste Oper gehört. Das war in Essen, nicht lange nach dem Krieg, der die Städte und die Eltern zerstört hatte. Die Väter waren an Leib und Seele beschädigt aus Russland, Frankreich, Italien zurückgekommen, die Mütter hatten in den Bombennächten Zärtlichkeit verlernt, Schönheit galt nichts, Poesie war unbekannt, das Zauberwort hieß Wiederaufbau. Wir im Krieg gezeugten und geborenen, höchst überflüssigen Kinder hatten unsere Schulaufgaben zu machen und ansonsten den Mund zu halten. Eine Seele, eine Sehnsucht, eine eigene Meinung wurde uns nicht zugestanden, nicht zuletzt darum sind wir dann 1968, mit Mitte zwanzig, so entschieden explodiert. Wie hätte ich damals in Essen wissen sollen, was eine Oper ist? Für so etwas war kein Geld da. Ich hatte Akkordeonunterricht bei einem alten Nazi, der mir Marschmusik wie „Alte Kameraden“ oder das „Horst-Wessel- Lied“ beibrachte. Weihnachten musste ich das den Vätern, Onkeln, Großvätern vorspielen, und dann redeten sie von Polen und ihren entsetzlichen Abenteuern. Ich besorgte mir andere Noten und spielte „Am Dorfbrunnen“ oder den „Evchen-Walzer“. Das eine war so trivial wie das andere, aber wenigstens hörten hier die Männer nicht zu, sondern die Mütter und Tanten wurden für wenige Momente weich und gerührt. Und dann nahm mich eine Freundin mit in die Oper. Das war der Tag, an dem eine lebenslange Liebe begann, und kein noch so vernünftiges Argument gegen die Oper, diese unvernünftigste aller Künste, kann meinen Kopf erreichen. Die Oper erreicht nur mein Herz, und das Herz diskutiert nicht. Es war Die Zauberflöte. Natürlich habe ich damals den tieferen Sinn der Geschichte nicht verstanden. Ich glaube, ich habe auch die meisten Texte nicht verstanden, denn das muss man ja erst lernen — auf Worte zu hören, die gesungen werden und zu denen ein Orchester — sehr laut — spielt. Ich hatte noch nie eine Koloratur gehört, aber ich habe sofort gefühlt, was das ist: sinnlicher Überfluss, Verschwendung, Tanz mit Tönen. Und ich war schon bei der Ouvertüre wie verwandelt. Ich hörte hier zum ersten Mal Musik im Dunkeln, in diesem Saal, in diesem Augenblick für mich gespielt — was für ein unbeschreiblicher Luxus! Dann öffnete sich der Vorhang, ein Mann kam und sang: „Zu Hilfe, zu Hilfe, sonst bin ich verloren!“, das war genau der Schrei, der schon so lange in mir steckte, und so etwas kann man nicht einfach aussprechen, man muss es wohl singen.“

 

 

 

 

Heidenreich
Elke Heidenreich (Korbach,  15 februari 1943)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Kruppa werd geboren op 15 februari 1952 in Marl. Zie ook mijn blog van 15 februari 2007 en ook mijn blog van 15 februari 2008 en ook mijn blog van 15 februari 2009.

 

 

Kleine Morgengymnastik

Ich stehe mit dem
richtigen Fuß auf,
öffne das
Fenster der Seele,
verbeuge mich vor allem,
was liebt,
wende mein Gesicht
der Sonne entgegen,
springe ein paarmal
über meinen Schatten
und lache mich gesund.

 

 

 

Überlegungen

Wer so lachen kann wie du,
sollte eine Sprache erfinden,
die alle Welt versteht.

Wer so weinen kann wie du,
sollte allabendlich im Fernsehen
die Nachrichten verlesen.

Wer so schweigen kann wie du,
sollte den Mund
nur noch zum Küssen öffnen.

Wer so leiden kann wie du,
sollte Mutter Erde um Verzeihung bitten
für die Zerstörungswut der Menschenkinder.

Wer so lieben kann wie du,
sollte immer dort sein,
wo die Angst am größten ist.

 

 

 

 

Kruppa
Hans Kruppa (Marl, 15 februari 1952)

 

 

 

 

De Canadese schrijfster Chrystine Brouillet werd geboren op 15 februari 1958 in Loretteville, Quebec. Zie ook mijn blog van 15 februari 2007 en ook mijn blog van 15 februari 2008. en ook mijn blog van 15 februari 2009.

 

Uit: Une nuit très longue

 

“Alexis est ressorti de mon cabinet de voyante en exultant. Et il m'a fait tant de publicité que j'ai passé tout l'après-midi à recevoir des clients. Je parlais toujours en termes très généraux et j'ai vite compris qu il suffisait de prédire à chacun une aventure amoureuse pour qu'on me trouve douée.

Jusqu'à ce qu'Isabelle pousse ma porte.

Sa main tremblait quand elle me l'a tendue. C'était facile de lui dire qu'elle était effrayée. Elle m'a répliqué que je me gourais.

-- J'espère me tromper Ce serait à ton avantage. Je vais te tirer aux cartes. Bats-les, coupe trois fois vers ton coeur et tires-en sept du paquet. Sept est un chiffre magique. Les sept jours de la semaine, le septième ciel, le septième art, les sept merveilles du monde. Que je serais bien incapable de t'énumérer! À part les pyramides d'Egypte, je ne sais pas quelles sont les autres merveilles du monde...

-- Pourquoi me parles-tu des pyramides?

Sa voix vibrait étrangement. J'ai voulu profiter de mon avantage.

-- Parce que je devine certaines choses... Donne-moi tes cartes. Ah! Tiens, tiens...

-- Quoi?

-- Revoilà tes pyramides; là, c'est la maison. Tu as tiré un trois. Tu es au centre d'un triangle.

Et il y a trois pyramides... Khéops, Mykérinos, Khéphren, mais elles ne sont pas placées en triangle.

--Tu es forte en géographie et en histoire. (Ça aussi, c'était facile à deviner.)

-- C'est normal, mon grand-père et plusieurs de mes ancêtres se sont passionnés pour l'archéologie. Surtout pour l'égyptologie.

-- Moi, j'aime bien la biologie. Et toi? Vous avez l'air d'avoir un prof sympa... Je trouve que Michel Pichet a du charme. Pas toi?

-- Oui.N... non, bafouilla-t-elle. Qu'est-ce que c'est, cette carte-là, à gauche?“

 

 

 

Brouillet
Chrystine Brouillet (Loretteville, 15 februari 1958)

 

 

 

 

De Amerikaanse wetenschapper en schrijver Douglas Richard Hofstadter werd geboren op 15 februari 1945 in New York. Zie ook mijn blog van 15 februari 2008.

 

Uit: Gödel, Escher, Bach

 

„CRAB: We would never have noticed if it hadn't been for you, Achilles

ANTEATER: I wonder if the coincidence of the highest and lowest levels happened by chance? Or was it a purposeful act carried out by some creator?

CRAB: How could one ever decide that?

TORTOISE: I don't see any way to do so, since we have no idea why that particular picture is in the Crab's edition of the Well-Tempered Clavier.

ANTEATER: Although we have been having a lively discussion, I have still managed to listen with a good fraction of an ear to this very long and complex four-voice fugue. It is extraordinarily beautiful.

TORTOISE: It certainly is. And now, in just a moment, comes an organ point.

ACHILLES: Isn't an organ point what happens when a piece of music slows down slightly, settles for a moment or two on a single note or chord, and then resumes at normal speed after a short silence?

TORTOISE: No, you're thinking of a "fermata" - a sort of musical semicolon. Did you notice there was one of those in the prelude?

ACHILLES: I guess I must have missed it.

TORTOISE: Well, you have another chance coming up to hear a fermata - in fact, there are a couple of them coming up toward the end of this fugue.

ACHILLES: Oh, good. you'll point them out in advance, won't you?

TORTOISE: If you like.

ACHILLES: But do tell me, what is an organ point?

TORTOISE: An organ point is the sustaining of a single note by one of the voices in a polyphonic piece (often the lowest voice), while the other voices continue their own independent lines. This organ point is on the note of G. Listen carefully, and you'll hear it.“

 

 

 

HOFSTADTER
Douglas Hofstadter (New York, 15 februari 1945)

 

 

 

 

De Griekse schrijver en zakenman Demetrius Vikelas, ook bekend als Bikelas  werd geboren in Ermoupoli op 15 februari 1835. Omdat hij een slechte gezondheid had werd het onderwijs dat hij genoot vaak onderbroken. Hij verliet zijn ouders op 17-jarige leeftijd om voor zijn oom in Londen te gaan werken, eerst als boekhouder en later als partner. In Londen ontmoette en werd hij bevriend met de toekomstige minister-president van Griekenland Charilaos Trikoupis, de zoon van de Griekse ambassadeur. Vikelas representeerde de Pan-Hellenistische Gymnastiek Club tijdens het Parijse congres in 1894, bijeengeroepen door Pierre de Coubertin, waar de moderne Olympische Beweging werd opgericht. Van origine was het De Coubertins idee om de eerste viering van de moderne Olympische Zomerspelen in 1900 in Parijs te houden, maar Vikelas wist hem en het net opgerichte IOC er van te overtuigen dat ze in Athene gehouden moesten worden. Dit om ze symbolisch te verbinden met de originele Spelen. Omdat de statuten van het IOC op dat moment voorschreven dat de voorzitter van de IOC van het land moest komen waar de volgende Spelen zouden worden gehouden, werd Vikelas de eerste voorzitter van de IOC. Na deze eerste Olympische Spelen, deze bleken een groot succes, trok Vikelas zich terug uit het IOC en richtte zijn aandacht op andere zaken. Hij overleed in Athene op de leeftijd van 73 jaar.

 

Uit: The Plain Sister  (Vertaald door L.E. Opdycke)

 

„Mr. Plateas, professor of Greek in the Gymnasium of Syra, was returning from his regular afternoon walk.

He used to take this walk along the Vaporia, but since they had begun to build a carriage road to Chroussa--at the other end of the island—he bent his steps in that direction, instead of pacing four times up and down the only promenade in Syra. He followed the road-building with great interest, and went farther and farther from week to week. His learned colleagues said he would finally get to Chroussa,--when the road was finished; but at this time--that is, in 1850--the Conservative party in the town regarded the expense as useless and too heavy for the resources of the commune, and so the work had been stopped for some months.

The road was completed as far as the stony valley of Mana, and here the professor's daily walk ended. To look at him nobody would have suspected that he had to care for his health; but his growing stoutness gave him no little anxiety, and led him to take this exercise. Perhaps his short

stature made him look stouter than he really was; yet it could not be denied that his neck emerged with difficulty from the folds of his neck- cloth, or that his close-shaven, brick-red cheeks stood out rather too conspicuously on each side of his thick moustache. The professor had passed his fortieth year. True, he still preserved his elasticity, and his short legs carried their burden easily; but it was noticed that when he had a companion on his walks, he always contrived to have his interlocutor do the talking going up hill, and took his own turn coming down or on the level ground.“

 

 

 

Vikelas

Demetrius Vikelas (15 februari 1835 – 20 juli 1908)

 

 

 

 

De Turkmeens / Russische schrijfster, dissidente en kinderarts Jelena Georgievna Bonner werd geboren in Merv op 15 februari 1923. Ze nam in 1941 vrijwillig dienst in het leger als verpleegster. Ze liep daar dusdanige verwondingen op dat haar gezichtsvermogen onherstelbaar beschadigd werd. In 1950 trouwde ze met Ivan Semjonov, met wie ze twee kinderen kreeg. In 1953 studeerde ze af als arts in Leningrad, ze deed praktijk als kinderarts en werd ook uitgezonden naar Irak. In 1965, toen het Stalinisme was verdwenen, werd Bonner lid van de communistische partij, maar in de loop der jaren raakte ze meer en meer betrokken bij de groep van politieke dissidenten. In 1970 ontmoette ze Andrej Sacharov tijdens een rechtszitting van een mede-activist en ze trouwden in 1971. Van 1980 tot 1989 leefden ze samen in Gorki, de plaats waarheen Sacharov was verbannen. Na de dood van Sacharov in 1989 richtte Bonner de de 'Andrei Sacharovstichting' op en werd ze een van de leidende figuren van de democratische beweging in Rusland en een invloedrijk voorvechtster van de mensenrechten.

In 1992 ontving Bonner uit handen van de toenmalige burgemeester van Amsterdam Ed van Thijn de mensenrechtenprijs van het Internationaal Humanistisch Congres. Bonner verkreeg als schrijfster bekendheid met haar autobiografische boeken "Alleen samen"(1987) en "Dochters en moeders" (1992). Beide boeken verschenen ook in het Nederlands.

 

Uit: I Want A House

 

„I maintain that Americans do not want war. What Americans want is a house. No matter their place on the social ladder, they want a house of their own. They want a house and the ground it stands on, that's all.

The First Lady says that when the President retires, they will sell the house in which they lived before the Presidency. The children are grown, and the place is too big for them. So, they will buy a smaller house. A wonderful plan! The President doesn't want war, he wants a new house.

I also want a house, in addition to my usual wants that everyone be together and healthy, and that there be no war. A house with enough land around it for me to plant flowers. I don't need a lot of bedrooms, just one for us and one for Mother, a guest room, and one more so that I'm always ready for our Grandchildren. And I'd like a room where I could at last spread out my books, and Andrei could make a mess.

What nonsense I'm writing! I want a house! This is me, who should be counting the days, no, counting the hours of my freedom to do what I want.

But you know, I'm 63, and I've never had a house. Not only that, I've never had a corner I could call my own. After the war we had a room in a communal apartment - there were 48 people in that apartment and only one toilet. I think the first time I was mistress of my own place was, well, it's hard to believe, it was in Gorky, while we were in exile. I do not want that.

My Daughter has a house in Newton, Massachusetts. It makes me so happy to think that she has a house. Her family is caught up in our affairs, in our Gorky horrors and suffering. They have forgotten the pleasure of their house. I want them to go back to caring about it - it has done so much for them.“

 

 

 

Bonner
Jelena Bonner (Merv, 15 februari 1923)

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:32 Reageer op dit bericht

Dieter Lattmann, Karl Klostermann, Wilhelm Jensen, Jens Baggesen, Wilhelm Heinse, Tobias Amslinger

De Duitse schrijver Dieter Lattmann werd geboren op 15 februari 1926 in Potsdam. Zie ook mijn blog van 15 februari 2007 en ook mijn blog van 15 februari 2009.

 

Uit: Einigkeit der Einzelgänger

 

„An die vierhundert von ihnen waren gekommen, um mit dafür zu sorgen, dass die Bedingungen unserer Arbeit und Existenz verbessert würden.
»Dabei möchte ich Sie unterstützen«, versprach uns Brandt, »moralisch und, wo es geht, auch praktisch. Ich sage das als Bundeskanzler und auf Grund der politischen Verantwortung, die ich insgesamt zu tragen habe. Ich sage es zugleich als ein Mann, der in seinen jungen Jahren von dem gelebt hat, was er zu Papier brachte. Also weiß ich nicht nur vom Hörensagen, dass schreibende Zeitgenossen sich in der latenten Gefahr befinden, zu Randfiguren der holzverarbeitenden Industrie zu werden.«
Es war geschafft, ich atmete auf. Aus der ersten Reihe schaute ich zu ihm hin und war doch nicht in der Lage, jedes Wort aufzunehmen. Äußerlich war ich ruhig, in mir wogte die Anstrengung all dieser Tage nach. Den ganzen Abend flogen die Worte der Redner wie durch mich hindurch, ich konzentrierte mich darauf, wie alles aufeinander folgen sollte und wann etwas von mir verlangt wurde. Der Beifall für den Kanzler, Böll und Grass rauschte immer wieder auf.
Als Martin Walser an die Reihe kam, forderte er - rhetorische Funken sprühend - eine IG Kultur, die wir als versammelte Kraft aller Künstler gründen müssten, kein anderer erhielt von den Autoren so schäumenden Applaus wie er. Anschließend diskutierte er unter der Moderation von Carl Amery auf der Bühne mit Böll, Grass, Kurt Sontheimer, Thaddäus Troll und Guntram Vesper. Ich saß unten neben Willy Brandt, stolz und verwirrt, weil ich mich zum ersten Mal aus der mir angeborenen Oppositionsrolle hautnah neben den Regierungschef versetzt sah.“

 

 

 

 

dieter_lattmann
Dieter Lattmann (Potsdam, 15 februari 1926)

 

 

 

 

De Duits-Tsjechische schrijver Karl Klostermann werd geboren op 15 februari 1848 in Haag am Hausruck in Oostenrijk. Zie ook mijn blog van 15 februari 2009.

 

Uit: Heiteres und Trauriges aus dem Böhmerwalde

 

“"Der zweite Hauptfeind, der es auf die Herden abgesehen hat und der namentlich in letzter Zeit immer kühner wird und immer häufiger wiederkehrt, sind die Viehdiebe aus Bayern. ( .) Den Bayern zur Ehre soll hier gesagt werden, dass nicht alle Viehdiebe Kinder ihres Landes sind. Von der Hehlerei jedoch sind unsere lieben Nachbarn nicht freizusprechen. Einem Bauern aus Rehberg wurde ein Ochs gestohlen. Auf die ihm zugekommene diesbezügliche Meldung machte er sich auf den Weg, um nach den Tätern zu forschen, die untrügliche Spuren hinterlassen hatten. Diesen Spuren folgend, kam der Mann in ein bayerisches Grenzdorf, wo sich auch ein Gendarmerieposten befand. Der Bauer machte dem Kommandanten die Anzeige und begab sich mit einem Freunde, der ihn begleitete, in ein Wirtshaus. Dort saßen sie eben, ruhig ihr Glas Bier trinkend und ein frugales Mahl verzehrend, als der Wirt eintrat, mit einem langen Messer in der Hand. "Hörst, Böhm," redete er seinen Gast an, "Di hot da Satan einabrocht. Oostecha kunt i di, wiara Goaskitzl." Ganz betroffen blickte der Bauer den Wirt an, der ihm mir nichts, dir nichts so lockende Anerbietungen machte. "Schau mi nur oo, du Malfiz Hundsböhm, du!" fuhr dieser fort. "Zwe was host mi oftan b´n Schtantarn onzoigt? Bin i leicht a Diab? Hi muasst sei, du mistiga Hund, du!" Jetzt legte sich der Begleiter des Bedrohten ins Mittel. Er zog einen Revolver und legte auf den Wirt an. "Stich zua, wennst a Schneid host!" rief er, "zérscht oba moch dei Testament!"

 

 

 

 

Klostermann_1
Karl Klostermann (15 februari 1848 – 17 juli 1923)

Portret in het Böhmerwaldmuseum Bergreichenstein

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wilhelm Jensen werd geboren op 15 februari 1837 in Heiligenhafen (Holstein). Zie ook mijn blog van 15 februari 2007 en ook mijn blog van 15 februari 2009.

 

Uit:  Der Tag von Stralsund

„An der Spitze des Bundes als allseitig anerkanntes Haupt steht Lübeck, neben ihm treten von Anfang her vier seiner Nachbarn an der Ostsee hervor, Wismar, Rostock, Greifswald und Stralsund, das letztere nach Lübeck die zweite Rangstelle einnehmend. Diese fünf tragen den Namen der ›wendischen Städte‹; mit allen übrigen zum Ostseegebiet gehörigen bilden sie die ›Osterlinge‹, auf denen die Hauptkraft der Hansa beruht. Doch stehen ihnen im Westen, als die wichtigsten Bundesglieder an der Nordsee, die ›Westerlinge‹ Hamburg, Bremen und Emden nicht nach, vor allem das niederländische Brügge, das an Schiffzahl und Reichtum hervorragt; die ›Brüggelinge‹ gelten als die feinsten unter den ›Hansen‹, geben lange Zeit hindurch in der Kleidung und im Benehmen den ›guten Ton‹ an. Im ganzen haben schon an den Kriegen gegen Waldemar Atterdag weit über hundert Städte direkt oder indirekt Anteil genommen.

Das äußere Bild der hauptbedeutenden unter ihnen zeigt sich, trotz den weiten räumlichen Entfernungen, der Verschiedenartigkeit der Himmelsstriche merkwürdig übereinstimmend; die nämliche Bauart, die ›hansische‹, hat es gestaltet. Dorpat und Riga an der livländischen Küste, Wisby auf der schwedischen Insel Gotland, Amsterdam, Brügge, Köln, Soest und Münster bieten im allgemeinen dieselbe Erscheinung dar wie Bremen, Hamburg, Lübeck, Stralsund und Danzig. Über ihre trotzige, von breiten Gräben oder Wasserläufen umgürtete Mauerumwallung ragen, weithin sichtbar, hohe, nadelförmige Spitztürme der Kirchen empor, blicken auf ein Gewirr zumeist schmaler Gassen nieder, deren Häuser sämtlich hoch aufgetreppte, sich nur wenig unterscheidende Giebel in die Luft strecken; vielfach suchen überkragende Stockwerke nach oben die Wohn- und Warenräume zu erweitern. Mächtige Rathausgebäude stechen daraus hervor, gewaltige Kirchen, stolzblickende Patrizierhöfe und Gildehäuser.“

 

 

 

 

WilhelmJensen
Wilhelm Jensen (15 februari 1837 – 24 november 1911)

Portret van Siri Pasina

 

 

 

De Deense schrijver en vertaler Jens Immanuel Baggesen werd geboren op 15 februari 1764 in Korsør, op het eiland Seeland. Zie ook mijn blog van 15 februari 2007 en ook mijn blog van 15 februari 2009.

 

Uit: Parthenais oder die Alpenreise

 

"Dort, wo die blühenden Töchter der aarumarmeten Berna,
Wallenden Rosen und Lilien gleich, im Schatten des Stadtwalds,
Enge genannt, lustwandeln, erhebt sich dem Blick in der Dämmrung
Zwischen Gebirgen unendlicher Höh', in der Mitte des Hochlands,
Noch von der lange verschwundnen, am Jura versunkenen Sonne
Rosenbekränzt, hellschimmernden Haupts, die herrschende Jungfrau.
[…]

Schneeweiss ragt sie vom Fuss bis zur Scheitel, die hoch in des Lichtraums
Oberstem Blau sich verliert, umreiht von dunklen Gebirgen,
Hold den ätherischen Blick hinwendend, woher sie gesehen wird,
Nirgends so sanft doch, wie fern von der schattigen Enge betrachtet.
Keiner, dem höher das Herz der Natur unweltlicher Zauber
Aufhub, schaute von hier der Himmlischen lächelndes Antliz,
Ohne zu fassen den Wunsch, ihr zu nahn, und, genaht, auch den Saum nur
Ihres krystallnen Gewands, entrückt der Erde, zu küssen."

 

 

 

 

JensBaggesen
Jens Baggesen (15 februari 1764  - 3 oktober 1826)

Portret door Christian Horneman. 1806

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wilhelm Heinse werd op 15 februari 1746 in Langewiesen in Thüringen. Zie ook mijn blog van 15 februari 2007 en ook mijn blog van 15 februari 2009.

 

Uit: Düsseldorfer Gemäldebriefe

 

„Das Leben des Apelles, lieber Vater Gleim, woran Sie mich von neuem erinnern, wird wahrscheinlicher Weise unter meinen alten Planen liegen bleiben; vielleicht wär es auch das nicht geworden, was Ihre Liebe davon ahndete. Die Idee dazu hat den Reiz der Neuheit für mich verloren, die immer stärker quellende Fülle, die sie damals hatte, als ich in jenen unvergeßlichen Morgen eines ganzen Mai mit Ihnen unter Ihren blühenden Bäumen, wo die Nachtigallen alt und jung schlugen, den Himmel sich röten sah, im Purpurfeuer flammen, und das Leben Gottes in dem fruchtbaren Strahlenregen hervorbrechen. Lassen wir es; wir haben Genuß genug davon gehabt in jenen seligen Augenblicken, wo wir ganz in der Phantasie unter den Griechen lebten, voll der Helden Plutarchs; im Tempe herumwandelten, den Ossa und Pelion bestiegen, und den Olymp, und die herrliche Natur um uns her sahn; durch Stadt und Land strichen, mit Weisen, Künstlern und Mädchen uns besprachen, und das glücklichste Jahrhundert träumten; und segelten durch die schönen Inseln des Archipelagus gen Kos zu dem Volke des Apelles und Hippokrates; und von da an den Küsten von Kleinasien landeten, und in Ionien herumschwärmten bis auf den Gipfel des Ida zu dem Vater Zeus des Homer. Wie gestärkt und gleichsam vergöttert wir da wieder herunter stiegen in die quellenreiche Täler, mit dem Heere des Alexander zogen, und Persien erobern halfen, und nach Ephesus mit ihm kamen in die Werkstätte des Künstlers, und bei der unvergleichlichen, einzigen Scene in der Geschichte mit der reizenden Kampaspe waren, die Noverre in seinem lieblichsten Zaubertanz wie Anadyomene wieder erweckt hat.“

 

 

 

Heinse_farbig
Wilhelm Heinse (15 februari 1746 – 22 juni 1803)

Portret door J. Fr. Eich, 1780

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

 

De Duitse dichter en schrijver Tobias Amslinger werd geboren in 1985 in Stuttgart. Hij studeerde af aan het Deutsche Literaturinstitut Leipzig en studeerde bovendien Engels en filosofie. Hij is mede-oprichter van de Göttinger Kunst-Initiative stallarte en mede-uitgever van "Tippgemeinschaft 2010". In 2006 werd zijn eerste stuk maliks buch aan het Bremer theater opgevoerd.

 

 

dein hetzen durch die seiten

 

dein suchen nach einer richtigkeit
dein blick der dir dies sagt und das

dein warten auf ein klingeln
an der tür [am tübinger turm]

friedrich, die götter zerschellen
wenn jemand eintritt

 

 

 

 

TobiasAmslinger
Tobias Amslinger (Stuttgart, 1985)

Geschreven door Romenu om 20:29 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten