Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 22 februari 2010 tot 23 februari 2010

César Aira, Robert Gray, Sonya Hartnett, Marjolijn Februari, Toon Kortooms

De Argentijnse schrijver en vertaler César Aira werd geboren op 23 februari 1949 in Coronel Pringles. Zie ook mijn blog van 23 februari 2009.

 

Uit: Humboldts Schatten (Vertaald door Matthias Strobel)

 

„Der zweite Blitz schlug keine zwanzig Sekunden nach dem ersten ein. Er war wesentlich stärker und hatte verheerendere Folgen. Sie flogen zwanzig Meter durch die Luft, glühend und knackend wie ein erkaltendes Lagerfeuer. Wahrscheinlich war die atomare Zersetzung, die Körper und Elemente in einem solchen Fall erleiden, der Grund, warum der Aufprall nicht tödlich war: Er war so abgepolstert, dass sie wieder zurückprallten. Und nicht nur das: Das Fell des Tieres war so aufgeladen, dass es wie ein Magnet wirkte und Rugendas durch die Salti nicht aus dem Sattel geworfen wurde; doch kaum waren sie auf dem Boden gelandet, ließ die Anziehungskraft nach, und der Mann fand sich plötzlich auf der trockenen Erde wieder, den Blick gen Himmel gerichtet.
Das Blitzegewirr in den Wolken ließ Albtraumgestalten aufleuchten und wieder verlöschen. Für den Bruchteil einer Sekunde glaubte er, ein schreckliches Gesicht zusehen. Der Monigote! Überall schallte es ohrenbetäubend: Geräusch über Geräusch, Donner über Donner. Der Umstand war in höchstem Grade ungewöhnlich. Das Pferd wälzte sich am Boden wie ein Krebs, um sie herum platzten Tausende von Feuerzellen und bildeten eine Art allumfassende Aureole, die sich mit ihm verschob und ihm nichts anhaben konnte. Schrien der Mann und sein Pferd? Wahrscheinlich befanden sie sich in einem Schockzustand; aber selbst wenn sie aufgeheult hätten, hätte man nichts gehört. Der umgekippte Reiter suchte mit den Händen nach dem Boden, um eine Stelle zu finden, wo er sich aufstützen konnte. Doch er war statisch zu sehr aufgeladen, als dass er etwas hätte berühren können. Das Pferd begann sich aufzurichten, und Rugendas las an seiner plötzlichen Erleichterung ab, dass es so gut war; für einen Moment musste er auf den Trost eines Begleiters verzichten, um dem dritten Blitz zu entkommen.
Dann stand das Pferd wieder, mit gesträubten Haaren, monumental, und verdeckte die Hälfte des Blitzegewirrs; seine Giraffenbeine knickten widerspenstig ein, der Kopf lauschte wieder aufmerksam dem Ruf des Wahnsinns … und dann rannte es los …
Und Rugendas mit! Er konnte und wollte es nicht verstehen, es war zu ungeheuerlich. Er spürte, wie er mitgeschleift wurde, fast schwebte, wie der Satellit eines gefährlichen Sterns. Der Ritt wurde immer schneller, und er hing dahinter, prallte auf und nieder, ohne irgendetwas zu begreifen …
Er wusste nämlich nicht, dass sich der eine Fuß in einem Steigbügel verfangen hatte, ein Unfall, der Klassiker unter den Reitunfällen, der, nur weil er sich schon so oft wiederholt hat, nicht plötzlich nicht mehr vorkommt. Die Stromerzeugung setzte genauso plötzlich aus, wie sie eingesetzt hatte, was ein Jammer war, weil ein Blitzschlag zur rechten Zeit, der das Tier wieder zum Stehen gebracht hätte, dem Maler eine Menge Unannehmlichkeiten erspart hätte. Aber der Strom wurde in die Wolken abgeleitet, Wind kam auf, es begann zu regnen…”

 

 

 

 

Aira
César Aira (Coronel Pringles, 23 februari 1949)

 

 

 

 

De Australische dichter Robert Gray werd geboren op 23 februari 1945 in Port Macquarie. Zie ook mijn blog van 23 februari 2009.

 

 

A Bowl Of Pears

 

Swarthy as oilcloth and as squat

as Sancho Panza

wearing a beret’s little stalk

the pear

 

itself suggests the application of some rigour

the finest blade

from the knife drawer

here

 

to freshen it is one slice and then another

the north fall south fall

facets of glacier

the snow-clean juice with a slight crunch that is sweet

 

I find lintels and plinths of white marble

clean angled

where there slides

the perfume globule

 

a freshness

like the breeze that is felt upon

the opening

of day’s fan

 

Enku

sculptor of pine stumps

revealed the ten thousand Buddhas with his attacks

the calligraphic axe

 

Rationalised shape shaped with vertical strokes

I have made of your jowled

buttocks

a squareness neatly pelvic

 

A Sunday of rain

and like a drain

a pipe that was agog and is chock-a-block the limber thunder

rebounds

and bounds

 

it comes pouring down

a funnel the wrong way around

broadcasts

its buffoon militance over the houses all afternoon

 

Undone

the laces of rain

dangle on the windows

now slicing iron

 

a butcher is sharpening

the light

of his favourite knife

its shimmers carving stripes into the garden

 

And I have carved the pear-shaped head

with eyes

close set

as pips that Picasso saw his poor

 

friend who had gone

to war

a cubist

snowman the fragrant and fatal Apollinaire.

 

 

 

 

 

robertgray
Robert Gray (Port Macquarie, 23 februari 1945)

 

 

 

 

De Australische schrijfster Sonya Hartnett werd geboren op 23 februari 1968 in Box Hill, Melbourne. Haar eerste roman schreef zij al toen zij dertien jaar was. Hartnett schrijft voornamelijk voor kinderen en jonge volwassenen, maar ook wel voor volwassenen. Controvers was de roman "Landscape with Animals" uir 2006 die zij onder het pseudoniem Cameron S. Redfern schreef. In 2008 ontving zij de Astrid Lindgren Memorial Award.

 

Uit: Of A Boy

 

„He wasn't a gregarious boy, he couldn't push his way into any existing group of friends; he felt that, having nothing to offer, they would recognise him as a parasite and treat him with contempt. The reason he felt he had nothing to offer was that, in his heart, he knew he was dull. Nothing about him gave him value: he was ordinary and dull. But at least he was smart enough to know it: he wouldn't become one of those wretches who lurk the perimeters, who live the hideous role of whipping-boy, lackey, buffoon. He exiled himself ruthlessly, which at least was dignified. He could not be injured if he shielded himself from harm.
But school is a terrible place for a rejected child. The ringing of the lunchtime bell was enough to cool his blood; the lunch hour seemed an endless desert of time. He didn't complain or resist going to school but every day he haunted the gates, hoping against hope that his mother would walk by, discover him, and carry him home.

(…)

 

"I can't go anywhere. I can't forget myself - I've got to be here every three-thirty, collecting him from school. I get a holiday only when he does. I've got to cook a decent meal for him every night, so he doesn't waste away. He needs cleaning, clothing, carting here and there. It's hard work, rearing a child. It's not work for the old."

 

 

 

Sonya_Hartnett
Sonya Hartnett (Box Hill, 23 februari 1968)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster, filosofe en columniste Marjolijn Februari (eig. Marjolijn Drenth) werd geboren in Coevorden op 23 februari 1963. Drenth studeerde kunstgeschiedenis, filosofie en rechten aan de Universiteit Utrecht. In 1989 kwam haar eerste roman uit, De zonen van het uitzicht, waarvoor ze het daaropvolgende jaar de Multatuliprijs ontving. In 2007 volgde De Literaire Kring. Sinds 2001 schrijft Drent columns voor de Volkskrant. Omdat ze, zoals ze zelf zei, nog te jong was om de rest van haar leven proza te schrijven, aanvaarde ze in 1991 een positie als AIO aan de Katholieke Universiteit Brabant. Ze deed hier onderzoek naar economie en ethiek, wat resulteerde in haar dissertatie Een pruik van paardenhaar & Over het lezen van een boek, Amartya Sen en de Onmogelijkheid van de Paretiaanse liberaal. Dit proefschrift werd genomineerd voor de Gouden Uil Literatuurprijs.

 

Uit: O Heden (over de epifanie)

“1. Wie IKEA bezoekt, kan het horen: ´Rosalie wil worden afgehaald uit het Kinderparadijs.´ Een bericht over de verheviging van het heden.

2. Sinds de Verlichting, men leze hierover Kant, behoort de mens tot het heden. Voor de schrijver in deze nieuwe tijd geldt ten overstaan van het verleden dezelfde regel die ervaren wereldreizigers hanteren op hun wereldreizen: alles wat je thuislaat is meegenomen. De verheviging van het moment komt in de literatuur dan ook het meest tot leven door de afwezigheid van alles wat meegenomen is.

3. I don´t know a soul that´s not been battered, I don´t have a friend who feels at ease, zingt Paul Simon, I don´t know a dream that´s not been scattered, or driven to its knees.
Deze woorden klinken iedere keer in me op wanneer ik lees hoe boeken worden verklaard vanuit de Grundverletzung van hun auteur. Dergelijke verklaringen houden naar mijn gevoel precies daar op waar de literatuur begint. Iedere schrijver is immers, zo goed als ieder mens, door zijn verleden geschonden: I don´t know a soul that´s not been battered ... Wie het heden in woorden wil vatten, zal woorden moeten kiezen die hun geschiedenis te boven zijn gekomen. Feestelijke woorden.
Woorden die, als de bloem van Kemp, vooral bestaan ´om er met een vaantje om rond te gaan´.

 

 

 

 

februari
Marjolijn Februari (Coevorden, 23 februari 1963)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Toon Kortooms werd op 23 februari 1916 in Deurne geboren. Zie ook mijn blog van 23 februari 2007 en ook mijn blog van 23 februari 2008 en ook mijn blog van 23 februari 2009.

 

Uit: Patertje Pispaal

 

„Nauwelijks had de stoomtrein vaart gemaakt of hij begon weer af te remmen. Hij kwam steunend en hijgend tot staan bij een kazerne, die over een eigen perron beschikte. Vier militairen stonden daar te wachten. Ze stapten binnen in Humbles coupe. De eerste droeg een sterk gesneden, lichtblauw uniform, de borst behangen met een kleurige verzameling van onderscheidingen. Hij bleef voor Humble staan, keek hem recht in de ogen en zei met een harde stem die door heel de wagon dreunde; ‘ Dit is mijn plaats!’

Humble had in de maanden bij Tim voldoende Liberiaans opgedaan om te weten wat de officier bedoelde. Hij kan mij wat, dacht hij. Ik zit fijn bij het raam en ik blijf zitten.

Opnieuw schreeuwde de militair. ‘ Dit is mijn plaats!’

Zij adjudant schoot toe, tikte Humble op de schouder en maakte een gebaar van “ opstaan “

Ik zal opstaan, maar ik zal ook weer zitten, nam Humble zich voor.

Hij stond op, stak de adjudant het reisbiljet onder de neus en riep, minstens even hard als de officier: ‘ Kaartje betaald, Plaats is van mij!’

Het zou wel niet allemaal vlekkeloos Liberiaans zijn, maar begrijpen zouden ze het. De reizigers in de wagon hielden de adem in en keken over de halve schotten naar het duel tussen leger en kerk. Men zag het gelaat van de officier alle tinten van de regenboog aannemen. De man sprong in de houding,.sloeg met een klap de hakken tegen elkaar en brulde alsof hij voor een zootje recruten stond:

‘ Weet u wel dat ik genereaal Dle Marro ben? ‘

Heel even, een seconde misschien was Humble terug op de loopplank van het vrachtschip in de haven van Santa Maria toen hij de onverhoedse ommekeer in zijn binnenste beleefde. Hij sprong overeind, ging kaarsrecht en op de tenen voor de hoge pief staan en riep even hard: ‘ En weet u dat ik padre Humble Pispaal ben?’

Alle reizigers barstten in lachen uit.“

 

 

 

 

KORTOOMS
Toon Kortooms (23 februari 1916 – 5 februari 1999)


Zie voor nog meer schrijvers van de 23e februari ook
mijn vorige twee blog svan vandaag.
Geschreven door Romenu om 20:31 Reageer op dit bericht

Erich Kästner, Jef Geeraerts, Bernard Cornwell, Elisabeth Langgässer, Amoene van Haersolte

De Duitse schrijver, dichter en cabaretier Erich Kästner werd geboren in Dresden op 23 februari 1899. Zie ook mijn blog van 23 februari 2007 en ook mijn blog van 23 februari 2008 en ook mijn blog van 23 februari 2009.

 

Uit: Als ich ein kleiner Junge war

 

„Ein Vorwort ist für ein Buch so wichtig und so hübsch wie der Vorgarten für ein Haus. Natürlich gibt

es auch Häuser ohne Vorgärtchen und Bücher ohne Vorwörtchen, Verzeihung, ohne Vorwort. Aber mit einem Vorgarten, nein, mit einem Vorwort sind mir die Bücher lieber. Ich bin nicht dafür, daß die Besucher gleich mit der Tür ins Haus fallen. Es ist weder für die Besucher gut, noch fürs Haus. Und für die Tür auch nicht.

So ein Vorgarten mit Blumenrabatten, beispielsweise mit bunten, kunterbunten Stiefmütterchen, und einem kleinen, kurzen Weg aufs Haus zu, mit drei, vier Stufen bis zur Tür und zur Klingel, das soll eine Unart sein?

Mietskasernen, ja siebzigstöckige Wolkenkratzer, sie sind im Laufe der Zeit notwendig geworden. Und dikke Bücher, schwer wie Ziegelsteine, natürlich auch. Trotzdem gehört meine ganze Liebe nach wie vor den kleinen gemütlichen Häusern mit den Stiefmütterchen und Dahlien im Vorgarten. Und den schmalen, handlichen Büchern mit ihrem Vorwort.

Vielleicht liegt es daran, daß ich in Mietskasernen aufgewachsen bin. Ganz und gar ohne Vorgärtchen. Mein Vorgarten war der Hinterhof, und die Teppichstange war mein Lindenbaum. Das ist kein Grund zumWeinen, und eswar kein Grund zumWeinen. Höfe und Teppichstangen sind etwas sehr Schönes. Und ich habe wenig geweint und viel gelacht. Nur, Fliederbüsche und Holundersträucher sind auf andere und noch schönere Weise schön. Das wußte ich schon, als ich ein kleiner Junge war. Und heute weiß ich’s fast noch besser. Denn heute hab ich endlich ein Vorgärtchen und hinterm Haus eine Wiese. Und Rosen und Veilchen und Tulpen und Schneeglöckchen und Narzissen und Hahnenfuß und Männertreu und Glockenblumen und Vergißmeinnicht und meterhohe blühende Gräser, die der Sommerwind streichelt. Und Faulbaumsträucher und Fliederbüsche und zwei hohe Eschen und eine alte, morsche Erle hab ich außerdem. Sogar Blaumeisen, Kohlmeisen, Hänflinge, Kleiber, Dompfaffen, Amseln, Buntspechte und Elstern hab ich. Manchmal könnte ich mich fast beneiden!“

 

 

 

erich_kaestner
Erich Kästner (23 februari 1899 - 29 juli 1974)

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Jef Geeraerts werd geboren op 23 februari 1930 in Antwerpen. Zie ook mijn blog van 23 februari 2007 en ook mijn blog van 23 februari 2009.

 

Uit: De Nachtvogels

 

““Moemoe!” riep hij opeens, greep haar opnieuw vast, begon haar te kietelen en daarna met haar te walsen. Ze slaakte angstkreetjes en probeerde zich lachend los te trekken, maar voor Carl barstte de wereld met een knal open in veelkleurige vensters, waarin elk voorwerp, elk geluid, elke geur gloednieuw was, wondermooi en glanzend en kostbaar, ondoorgrondelijk en beladen met betekenis, de regen roffelde op het dak, de mist gaf een parelmoeren schijn af, alle mensen waren aardig en kwetsbaar en alert, er heerste een grote band van samenhorigheid en het leven was hartverscheurend, wild en mysterieus.”

 

 

 

Geraedts
Jef Geeraerts (Antwerpen, 23 februari 1930)

 

 

 

 

De Britse schrijver Bernard Cornwell werd geboren op 23 februari 1944 in Londen. Zie ook mijn blog van 23 februari 2009.

 

Uit: Excalibur

 

“When suddenly a horn sounded from Mynydd Baddon.

At first few of us heard the horn, so loud were the shouts and the tramp of feet and the moans of the dying, but then the horn called again, then a third time, and at the third call men turned and stared up at Mynydd Baddon's abandoned rampart. Even the Franks and Saxons stopped. They were only fifty paces from us when the horn checked them and when they, like us, turned to gaze up the long green hillside.

To see a single horseman and a banner.

There was only one banner, but it was a huge one; a wind-spread expanse of white linen on which was embroidered the red dragon of Dumnonia. The beast, all claws, tail and fire, reared on the flag that caught the wind and almost toppled the horseman who carried it. Even at this distance we could see that the horseman rode stiffly and awkwardly as though he could neither handle his black horse nor hold the great banner steady, but then two spearmen appeared behind him and they pricked his horse with their weapons and the beast sprang away down the hill and its rider was jerked hard backwards by the sudden motion. He swayed forward again as the horse raced down the slope, his black cloak flew up behind and I saw that his armour beneath the cloak was shining white, as white as the linen of his fluttering flag. Behind him, spilling off Mynydd Baddon as we had spilled just after dawn, came a shrieking mass of men with black shields and other men with tusked boars on their shields. Oengus mac Airem and Culhwch had come, though instead of striking down the Corinium road they had first worked their way onto Mynydd Baddon so that their men would link up with ours.“

 

 

 

 

Cornwall
Bernard Cornwell (Londen, 23 februari 1944)



De Duitse dichteres en schrijfster Elisabeth Langgässer werd geboren op 23 februari 1899 in Alzey. Zie ook mijn blog van 23 februari 2009.

 

 

Mein Ursprung ...

 

Begreift ihr nun? Mein Ursprung ist der Hauch.

Ein Hauch ist nichts. Und ist der Name auch.

 

Erfühlt es tief. Mein Ende ist der Duft.

Sehr sanft entläßt ihn meines Namens Gruft.

 

Die Gruft ist leer. O neu gehauchtes Glück:

Die Welt strömt ein. Ich atme sie zurück.

 

 

 

 

Aufzuspringen rot vor Glück

   

Aufzuspringen rot vor Glück,

drängt jetzt auch das Jahr.

Weiß die Rose, daß ihr Blick

eine traf, die - denk' zurück! -

schon im sechsten war ?

 

In dem sechsten Monat ist

heute alles Kraut.

Nur sie selbst, ohne Zwist,

ohne Paarung, Trug und List

Mutter bleibt und Braut.

 

 

 

 

Langgaesser
Elisabeth Langgässer (23 februari 1899 – 25 juli 1950)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Amoene van Haersolte (eig. Ernestine Amoene Sophia van Haersolte-van Holthe tot Echten)  werd geboren in Utrecht op 23 februari 1890. Ze trouwde op 7 maart 1916 met Johan Frederik baron van Haersolte, wethouder van Zwolle, rechter-plaatsvervanger en dijkgraaf. Zij kregen samen vier kinderen. Van Haersolte publiceerde onder andere in Onze Eeuw, Leven en Werken en Den Gulden Winckel. Na de Tweede Wereldoorlog publiceerde ze in De Nieuwe Stem en Overijssel, Jaarboek voor cultuur en historie.

 

Uit: Het joodsche lied’ door Jacob Israël de Haan

 

„Er ligt geen verwijt aan den auteur De Haan in deze woorden. We moeten daarlaten, of er een kleineering van den mensch in gezocht moet of kan worden. Want wie zal bepalen of de bron van een geluk de waarde van hem dien ze gelukkig maakt doet tanen? Voor den ingewijden beschouwer dezer verzen zal het schokkend, verontrustend blijken, dat Gods woord -

 

En God sprak: ‘Ik, Ik vaag de wolken voort,

Als wolken veeg Ik uw zonden voorbij.

Want uw hartdaad was en uw drijvend woord

Als Mijn open hemel is uw hart Mij.

 

in precies gelijke mate syncopisch gerythmeerd klinkt als het relaas van Jacob Israël de Haan's jeugdvaart van het ouderlijke Zaandam naar het groote Amsterdam:

 

Toen mijn vader, des morgens in den zomer,

Mij plotsling verrast op reis medenam.

Klaar als een waker, verrukt als een droomer,

Verliet ik met de boot den lagen Dam.

 

Ook zal het dien beschouwer in onrust brengen, dat iedere zinsdeel-combinatie tot drie-, vier- of vijfvoudige alliteratie aanleiding moet geven. De Haan is in zijn gedichten de functioneele afgedwongenheid van de alliteratie allang voorbij; hij kruidt er zijn wijsgeerig-huppelende zinnen mee, tot een samengaan van klankdrachtigheid en denkbeelden-hypertrophie ze te gronde voert. Daaraan werken het stuipachtige der zinsformatie en de onophoudelijke zelfherhaling van zijn, uit wonderbaarlijke taal-abyssen opgediepte, naamwoorden mee. En nogmaals, door niets zoo hevig als door deze verwrongen onevenredigheden toont De Haan - hem ten heil! - zijn ‘kunst’ onafhankelijk te kunnen houden van zijn kameleontische menschelijkheid. Want meer waarachtig dan fraai is het gezegd: het kunstwerk is een edel gerecht, uit tallooze ingrediënten toebereid; maar welken weg uit alle de maatschappelijke wegen zij volgden, het kunstwerk verliest zijn adel, zoo men, elk der wegen terug-zoekende, den oorsprong niet vindt in de humaniteit.“

 

 

 

Utrecht_Oudegracht_Domtoren

Amoene van Haersolte (23 februari 1890 - 1 augustus 1952)
Utrecht (Geen portret beschikbaar)

Geschreven door Romenu om 20:28 Reageer op dit bericht

B. Traven, David Kalisch, Samuel Pepys, Josephin Soulary, Henri Meilhac

De Duitstalige schrijver B. Traven werd (vermoedelijk op 23 februari) 1890 geboren. Er is heel weinig over hem bekend, omdat hij nooit interviews toestond en opzettelijk iedere poging tot demystificatie dwarsboomde. Over het algemeen wordt hij geïdentificeerd met Ret Marut, het pseudoniem van een Duitse schrijver die zich in anarchistische kringen bewoog. B. Traven werd beroemd met de romans das Totenschiff en Der Schatz der Sierra Madre, maar hij maakte zijn debut met Die Baumwollpflücker in 1925.  Niet alleen over de identiteit van de schrijver bestaat veel onduidelijkheid, ook zijn biografie is in nevelen gehuld. De man die we als "B. Traven" kennen overleed in 1969 in Mexico. Hij stond officieel bekend als Bernhard Traven Torsvan en had het verhaal dat hij de autoriteiten verteld had oncontroleerbaar gemaakt. Volgens zijn papieren was hij geboren in 1892 in San Francisco geboren, een stad die in 1905 volkomen was verwoest door een aarbeving, waardoor alle archieven verloren gingen. Zijn testament vermeldde echter dat hij in 1890 in Chicago geboren was. Als hij dezelfde is als Ret Marut die van 1919 tot 1921 in het anarchistische tijdschrift Der Ziegelbrenner publiceerde, wat waarschijnlijk lijkt, zou hij, als deelnemer aan de Beierse Revolutie standrechtelijk worden geëxecuteerd, maar wist te ontvluchten en publiceerde zijn tijdschrift vanuit Keulen. In 1923 duikt zijn spoor op in de archieven van de Britse vreemdelingenpolitie; de foto van „Otto Feige“ uit Schwiebus is onmiskenbaar Traven. Men vermoedt dat Traven van hier naar Canada is vertrokken en vandaar naar Mexico.

 

Uit: Das Totenschiff

 

„Nach dem Aussehen eines Schiffes kann man genau die Beköstigung und Behandlung der Mannschaft beurteilen, sobald man erst einmal eine Weile Salzwasser gerochen hat. Da bildet sich manch einer ernsthaft ein, daß er vom Meere, von Schiffen und Seeleuten etwas verstünde, wenn er ein dutzendmal auf einem Passagierschiff, vielleicht sogar Staatskabine, über Ozeane gefahren ist. Aber ein Fahrgast lernt weder etwas vom Meer noch etwas von einem Schiff und noch viel weniger etwas vom Leben der Mannschaft. Die Stewards sind keine Mannschaft, und die Offiziere sind auch keine Mannschaft. Die einen sind nur Kellner und Hausdiener, und die anderen sind nur Beamte mit Pensionsberechtigung. Der Skipper kommandiert das Schiff, aber er kennt es nicht. Wer auf dem Kamel reitet und den Ort angibt, wo er hinreiten will, weiß nichts von dem Kamel. Der Kameltreiber allein kennt das Kamel, zu ihm spricht das Kamel, und er spricht zu dem Kamel. Er allein kennt seine Sorgen und seine Schwächen und seine Wünsche. So ist es auch mit einem Schiff. Der Skipper ist der Kommandant, der Vorgesetzte, der immer anders will, als das Schiff will. Ihn haßt das Schiff, wie alle Vorgesetzten und Kommandanten gehaßt werden. Und lediglich wenn Kommandanten wirklich einmal geliebt werden, oder es wird gesagt, daß sie geliebt seien, so werden sie nur darum geliebt, weil man in dieser Weise am besten mit ihnen und mit ihren Schrullen zurechtkommt. Aber die Mannschaft ist es, die das Schiff liebt. Die Mannschaft sind die echten und wahren Kameraden des Schiffes. Sie putzen an dem Schiff herum, sie streicheln es, sie kosen es, sie küssen es. Die Mannschaft hat häufig kein andres irgendwo auf dem Lande, er hat seine Frau, er hat seine Kinder. Es haben auch manche Seeleute eine Frau oder Kinder, aber ihre Arbeit mit dem Schiff und auf dem Schiff ist so hart und ermüdend, daß sie nur an das Schiff denken können und die Familie daheim völlig vergessen, weil sie keine Zeit haben, an ihr Zuhause zu denken. Denn wenn sie anfangen wollen, an das Zuhause zu denken, dann beginnen sie gleich zu schlafen, weil sie zu müde sind. Das Schiff weiß ganz genau, daß es keinen Schritt gehen könnte, wenn die Mannschaft nicht wäre.“

 

 

 

 

Traven
B. Traven (vermoedelijk 1890 - 26 maart 1969)

 

 

 

 

De Duitse schrijver David Kalisch werd geboren op 23 februari 1820 in Breslau. Zie ook mijn blog van 23 februari 2009.

 

Uit: Berlin, wie es weint und lacht

 

„BERNHARD gewinnt und verliert.

SCHLEPPER die leere Flasche sehend. Ist denn kein Stoff mehr da? Heda, Ferdinand!

FERDINAND. Hm! Was denn?

SCHLEPPER. Sekt her!

FERDINAND sitzen bleibend, laut für sich. I bewahre! Noch länger hier sitzen bleiben. Es kann ja nicht weit vom Morgen sein. Was ist denn die Uhr? – Er sieht nach. Dreiviertel auf Sechs! – Er sieht durchs Fenster. Heller, lichter Tag! Die schöne Nacht wieder um die Ohren geschlagen! Wenn man nicht seinen Profit davon hätte, es wäre nicht zum Aushalten. Aber ich denke, man muß sich nichts daraus machen. Andere Leute leben in den Tag hinein und kommen zu nichts, unsereins lebt in die Nacht hinein und kommt dadurch zu etwas. Er liest in dem Buche.

BERNHARD. Den letzten Louis auf die sept.

EISLEBEN wie oben. Madame et deux! Sept et roi!

BERNHARD. Pfui! – Alles fort! – Alles verloren!

EISLEBEN. Dix et l'as!

BERNHARD. Attention! Zwanzig Louisdor auf die neuf!

EISLEBEN zögert, den Einsatz des Geldes erwartend. Wenn ich bitten darf.

BERNHARD. Auf Ehrenwort!

EISLEBEN. Auf Ehrenwort! Gut! Er zieht ab. Roi et dix! – Roi et Madam! – Neuf et trois! – Sie haben verloren.“

 

 

 

kalisch
David Kalisch (23 februari 1820 – 21 augustus 1872)

 

 

 

 

De Engelse schrijver Samuel Pepys werd geboren op 23 februari 1633 in Londen. Zie ook mijn blog van 23 februari 2007 en ook mijn blog van 23 februari 2009.

 

Uit: The Diary of Samuel Pepys

 

„Friday 22 February 1666/67

Up, and to the office, where I awhile, and then home with Sir H. Cholmly to give him some tallies upon the business of the Mole at Tangier, and then out with him by coach to the Excise Office, there to enter them, and so back again with him to the Exchange, and there I took another coach, and home to the office, and to my business till dinner, the rest of our officers having been this morning upon the Victuallers’ accounts. At dinner all of us, that is to say, Lord Bruncker, [Sir] J. Minnes, [Sir] W. Batten, [Sir] T. Harvy, and myself, to Sir W. Pen’s house, where some other company. It is instead of a wedding dinner for his daughter, whom I saw in palterly clothes, nothing new but a bracelet that her servant had given her, and ugly she is, as heart can wish. A sorry dinner, not any thing handsome or clean, but some silver plates they borrowed of me. My wife was here too. So a great deal of talk, and I seemingly merry, but took no pleasure at all. We had favours given us all, and we put them in our hats, I against my will, but that my Lord and the rest did, I being displeased that he did carry Sir W. Coventry’s himself several days ago, and the people up and down the town long since, and we must have them but to-day. After dinner to talk a little, and then I away to my office, to draw up a letter of the state of the Office and Navy for the Duke of York against Sunday next, and at it late, and then home to supper and to bed, talking with my wife of the poorness and meanness of all that Sir W. Pen and the people about us do, compared with what we do.“

 

 

 

samuel_pepys1
Samuel Pepys (23 februari 1633 – 26 mei 1703)

Portret door J. Hayles, 1666

 

 

 

De Franse dichter Josephin Soulary werd geboren op 23 februari 1815 in Lyon. Zie ook mijn blog van 23 februari 2009.

 

 

Sonnet De Decembre

 

L’hiver est là. L’oiseau meurt de faim; l’homme gèle.

Passe pour l’homme encor ; mais l’oiseau, c’est pitié !

Dans un bouquin rongé des rats plus qu’à moitié

j’ai lu qu’il paie aussi la faute originelle.

 

La bise a mangé l’air, durci le sol, lié

Les ruisseaux. - Temps propice aux heureux ! La flanelle

Les couvre ; au coin du feu le festin les appelle.

Mais les autres ?.. Sans doute ils auront mal prié !

 

Le soleil disparaît sous la brume glacée ;

C’est l’acteur des beaux jours qui, la toile baissée,

Prépare sa rentrée au prochain renouveau ;

 

et, tandis qu’on grelotte, il vient, par intervalle,

regarder plaisamment, l’oeil au trou du rideau,

La grimace que fait son public dans la salle.

 

 

 

 

Soulary
Josephin Soulary (23 februari 1815 – 28 maart 1891)

Muurportret in Lyon

 

 

 

 

De Franse schrijver Henri Meilhac werd geboren op 23 februari 1831 in Parijs. Zie ook mijn blog van 23 februari 2009.

 

Uit: Carmen

 

„SCÈNE PREMIÈRE

MORALÈS, MICAËLA, Soldats, Passants.

Au lever du rideau, une quinzaine de soldats (Dragons du régiment d’Alcala) sont groupés devant le corps de garde, les uns assis et fumant, les autres accoudés sur la balustrade de la galerie. – Mouvement de passants sur la place : des gens pressés, affairés, vont, viennent, se rencontrent, se saluent, se bousculent, etc.

 

CHŒUR

Sur la place

Chacun passe,

Chacun vient, chacun va ;

Drôles de gens que ces gens-là !

MORALÈS.

À la porte du corps de garde,

Pour tuer le temps,

On fume, on jase, l'on regarde

Passer les passants.

[ 396 ]

REPRISE DU CHŒUR

Sur la place

Etc.

Depuis quelques minutes, Micaëla est entrée : – jupe bleue, nattes tombant sur les épaules ; – hésitante, embarrassée, elle regarde les soldats avance, recule.

MORALÈS, aux soldats.

Regardez donc cette petite

Qui semble vouloir nous parler…

Voyez, elle tourne, elle hésite…“

 

 

 

 

Meihac
Henri Meilhac (23 februari 1831 – 6 juli 1897)

Portret door Jules Elie Delaunay



 

Geschreven door Romenu om 20:23 Reageer op dit bericht

Arnon Grunberg, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Kiš,

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007 en ook mijn blog van 22 februari 2008 en ook mijn blog van 22 februari 2009.

 

Uit: Tirza

 

„De gasten druppelen later binnen dan Hofmeester verwachtte. Het is half acht en er is nog niemand. Daarom eet hij de eerste portie gebakken sardines zelf maar op. Eigenlijk had hij pas later op de avond willen beginnen met het bakken van de sardines, maar hij had zich niet in kunnen houden. Drie sardines heeft hij al op. Hij eet de graat mee. Je merkt er weinig van, het zijn zulke kleine visjes.
Hij loopt naar Tirza’s kamer om haar een versgebakken sardientje aan te bieden. Ze heeft een zwarte jurk aan die al jaren in haar kast hangt, niet de jurk die hij samen met haar voor dit feest heeft aangeschaft. Een van driehonderd euro met bijpassende schoenen van bijna hetzelfde bedrag.
Hij moet teleurgesteld hebben gekeken, want ze slaat een arm om hem heen en zegt: ‘Ik doe hem nog weleens aan, pap, maar vanavond staat hij me niet.Vanavond gaat echt niet. Ik ben er niet voor in de stemming. Het is gewoon niet de jurk die bij deze avond hoort.’
Hij glimlacht grootmoedig met het bord sardientjes in zijn hand. ‘Maar we hebben hem voor deze avond gekocht, Tirza, speciaal voor jouw feest,’ zou hij willen zeggen. Hij zwijgt. Zijn teleurstellingen zijn zijn zaak. Ze moeten onzichtbaar blijven voor de wereld. Als Tirza zich omdraait, glimlacht haar vader nog steeds, schijnbaar onaangedaan. ‘Jou staat alles,’ zegt hij en laat haar alleen.
Hofmeester opent de badkamerdeur. Ibi is in bad gaan liggen met de Elle, het soort damestijdschrift dat ze vroeger verachtte.
‘Papa,’ roept ze, ‘kun je niet kloppen?’
Hij laat zijn blik gedachteloos over haar lichaam glijden, een paar seconden staart hij naar haar buik.‘Sorry,’ zegt hij,‘ben je zwanger?’
‘Papa,’ roept ze, ‘stel niet dat soort rare vragen en laat me alleen.’
Hij sluit de badkamerdeur en gaat zijn slaapkamer binnen. De echtgenote weet nog altijd niet wat ze zal aantrekken. Om de moeilijke beslissing uit te stellen – misschien schiet haar plotseling iets te binnen – föhnt ze eerst haar haren.Vrijwel naakt zit ze voor de spiegel in de slaapkamer, de föhn losjes in haar handen. Een nasmeulende peuk in een asbak.Kennelijk heeft ze de asbakken ergens gevonden.“


 

arnon-grunberg300

Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

 

 

 


De Vlaamse dichter en schrijver
Paul van Ostaijen werd geboren in Antwerpen op 22 februari 1896. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007 en ook mijn blog van 22 februari 2008 en ook mijn blog van 22 februari 2009.

 

 

 

VORST

 

Is Vorst

         breken scherp en helder de stenen rijen

         wegen scheuren

Schel schelt de schel

         van de trem in de duizelruimte

         hoge hoepel

         staalhemel   staalhelm

Naar klare spanbanen strammen stappen

         laarzen slaan de straat tot luide ruimte

 

Is Vorst

         breken stenen scherp

         slaan laarzen klaar

         schellen de schellen schel

         helder

 

                  helder

                            helder

         duizelruimte luidt

 

 

 

 

 

ARCHAÏSCHE PASTORALE

 

Ter kerk ging

de kleine jonkvrouw

                   in haar linkerhand draagt zij

                   voor de kleinsten suiker en zoethout

 

                   in haar rechter   haar hart

                   roza suikergoed

                               voor Onze Lieve Vrouw

 

en heel wit

           kaarswit

zo is zij

           simpele zang

           in haar oranje franjeskleed

           het blauwe lint is blauw toch

Blauw

 

 

 

 

Avondgeluiden


Er moeten witte hoeven achter de zoom staan

van de blauwe velden langs de maan

's avonds hoort gij aan de verre steenwegen

paardehoeven

dan hoort gij alles stille waan

van verre maanfonteinen zijpelt plots water

-gij hoort plots het zijpelen

van avondlik water -

de paarden drinken haastig

en hinniken

dan hoort men weer hun draven stalwaarts

 

 

 

 

van_ostaijen

Paul van Ostaijen (22 februari 1896 – 18 maart 1928)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hugo Ball werd geboren op 22 februari 1886 in Pirmasens. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007 en ook mijn blog van 22 februari 2008 en ook mijn blog van 22 februari 2009.

 

 

Ich liebte nicht

 

Ich liebte nicht die Totenkopfhusaren

Und nicht die Mörser mit den Mädchennamen

Und als am End die großen Tage kamen,

Da bin ich unauffällig weggefahren.

 

Gott sei's geklagt und ihnen, meine Damen:

Gleich Absalom blieb ich an langen Haaren,

Dieweil sie schluchzten über Totenbahren

Im Wehbaum hängen aller ihrer Dramen.

 

Sie werden auch in diesen Versen finden

Manch Marterspiel und stürzend Abenteuer.

Man stirbt nicht nur durch Minen und durch Flinten.

 

Man wird nicht von Granaten nur zerrissen.

In meine Nächte drangen Ungeheuer,

Die mich die Hölle wohl empfinden ließen.

 

 

 

 

Cabaret

 

Der Exhibitionist stellt sich gespreizt am Vorhang auf

und Pimpronella reizt ihn mit den roten Unterröcken.

Koko der grüne Gott klatscht laut im Publikum.

Da werden geil die ältesten Sündenböcke.

 

Tsingtara! Da ist ein langes Blasinstrument.

Daraus fährt eine Speichelfahne. Darauf steht: »Schlange«.

Da packen alle ihre Damen in die Geigenkästen ein

und verziehen sich. Da wird ihnen bange.

 

Am Eingang sitzt die ölige Camödine.

Die schlägt sich die Goldstücke als Flitter in die Schenkel.

Der sticht einer Bogenlampe die Augen aus.

Und das brennende Dach fällt herunter auf ihren Enkel.

 

 

 

 

Hugo_Ball
Hugo Ball (22 februari 1886 – 14 september 1927)

 

 

 

 

 

De Servische schrijver Danilo Kiš werd geboren op 22 febrari 1935 in Subotica. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007 en ook mijn blog van 22 februari 2008 en ook mijn blog van 22 februari 2009.

 

Uit: Ein Grabmal für Boris Dawidowitsch (Vertaald door Ilma Rakusa)

 

„»Mögen die Angaben über seine früheste Kindheit noch so nichtssagend sein – sie beschwören deutlich genug die provinzielle Grisaille mitteleuropäischer Kleinstädte zu Beginn dieses Jahrhunderts: die ebenerdigen grauen Häuser mit ihren Höfen, welche von der langsam vorbeiziehenden Sonne durch eine klare Demarkationslinie in Quadrate von tödlicher Helligkeit und von modrigem, finsterem Schatten zerteilt werden; die Akazienalleen, die im Frühling widerlich duften, wie die nach Kinderkrankheiten riechenden Hustensirupe und Hustenbonbons; den kühlen Barockglanz der Apotheke mit ihren strahlendweißen gotischen Porzellangefäßen; das düstere gimnázium mit dem gepflasterten Schulhof (Bänke von abgeblättertem Grün, galgenähnliche verlassene Schaukeln, weißgetünchte Holzklosette); das Rathaus in Mariatheresiagelb, der Farbe welker Blätter und herbstlicher Rosen, wie’s in den Romanzen heißt, welche die Zigeunerkapelle allabendlich im Garten des Grandhotels zum besten gibt.
Karl Taube, der Sohn des Apothekers, träumte – wie viele Kinder der Provinz – von jenem glücklichen Tag, da er durch seine dicken Brillengläser zum letzten Mal, aus der Vogelperspektive des Abschieds, auf seine Stadt blicken würde – mit der gleichen Trauer und Abscheu, die man empfindet, wenn man im Album der Gymnasiumszeit mit der Lupe die abgeschmackten gelben Schmetterlingsleichen betrachtet. Im Herbst 1920 bestieg er im Budapester Ostbahnhof den Erste-KlasseWagen des Schnellzugs Budapest-Wien; als der Zug sich in Bewegung setzte, winkte der junge Karl noch einmal seinem Vater zu (der mit wehendem Seidentaschentuch wie ein kleiner dunkler Fleck in der Ferne verschwand), dann trug er seine Ledertasche eilig in den Dritte-Klasse- Wagen und setzte sich zwischen die Arbeiter.«

 

 

 

 

Danilo_Kis_az_Alternativ_kulturalis_forumon
Danilo Kiš (22 februari 1935 – 15 oktober 1989)

Hier samen met Susan Sontag

Geschreven door Romenu om 20:41 Reageer op dit bericht

Wayne C. Booth, Morley Callaghan, Jane Bowles, Ishmael Reed

De Amerikaanse schrijfster Jane Bowles werd als Jane Auer geboren op 22 februari 1917 in New York. Zie ook mijn blog van 22 februari 2009.

 

Uit:  Jane und Paul Bowles. Leben ohne anzuhalten (Dubbelbiografie van Jens Rosteck)

 

„Die höchst unkonventionelle Verbindung zweier der wichtigsten amerikanischen Schriftsteller ihrer Ära nahm im Vorkriegs- New York der späten Dreißiger ihren Anfang, führte das Duo auf Abenteuerreisen nach Mittelamerika und Paris, zum Inselkauf nach Sri Lanka und schließlich in einen jahrzehntelang

währenden (Alp-) »Traum am Ende der Welt«, in das Tanger der Nachkriegszeit.

Dort, im Grenzland zwischen Europa, Afrika und Atlantik, im ästhetischen, gesellschaftlichen wie erotischen Freiraum der »Internationalen Zone«, kamen sie Hippies, Drogenabhängigen und Aussteigern zuvor, hielten bereits ab den frühen Fünfzigern Hof, standen im Zentrum mondäner Parties, erweiterten ihre Kreativität und erprobten neue Schreibtechniken durch ungehemmten Kif-Konsum, spürten den Musiktraditionen des Maghrebs nach, erkundeten die Wüste, nahmen an rituellen Trance-Zeremonien teil, wurden Zeugen innenpolitischer Unruhen. Und lockten bald die Vertreter der beat generation – mit der sie nicht allzuviel gemein hatten, aber schleunigst von ihr

vereinnahmt wurden – in ihr Refugium an diesem geheimnisvollen, abgründigen und gefährlichen äußersten Zipfel Nordwestafrikas voller Verheißung, in die dream city.

Beide wurden in und um New York geboren. Beide verweigerten sich frühzeitig tradierten Vorstellungen von Familienleben und Männer- oder Frauenrolle. Jane wuchs vaterlos mit einer dominanten Mutter auf, erlitt einen schweren Reitunfall und wurde zu Pflegeaufenthalten in schweizerische Sanatorien eingewiesen. Nach unwirklichen Monaten in alpinem Ambiente kehrte sie auf einem Atlantikdampfer in die Staaten zurück, wo sie einem enfant maudit der französischen Literatur, dem Romancier Céline, begegnete – ein Schlüsselerlebnis. Janes augenblicklichen Entschluß, selbst Schriftstellerin zu werden, krönte ein abgeschlossener Roman

der Jugendlichen in französischer Sprache. Noch nicht volljährig, lebte sie mit älteren Gefährtinnen zusammen, führte ein Bohème-Dasein in Manhattan und wurde zum Dauergast so mancher Lesbenlokale. Die kettenrauchende Trinkerin, Exzentrikerin und Vielrednerin laborierte jahrelang an Romanen (Two Serious Ladies) und Fragmenten, bei deren mühseligem Abschluß ihr Paul willkommene Hilfestellung leistete.“

 

 

 

JaneBowles
Jane Bowles (22 februari 1917 – 4 mei 1973)

Hier met Truman Capote

 

 

 

 

De Afro-Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Ishmael Scott Reed werd geboren op 22 februari 1938 in Chattanooga, Tennessee. Zie ook mijn blog van 22 februari 2009.

 

 

beware : do not read this poem

 

tonite, thriller was
abt an ol woman, so vain she
surrounded herself w /
many mirrors

 

it got so bad that finally she
locked herself indoors & her
whole life became the
mirrors

 

one day the villagers broke
into her house , but she was too
swift for them . she disappeared
into a mirror
each tenant who bought the house
after that , lost a loved one to

 

the ol woman in the mirror :
first a little girl
then a young woman
then the young woman/s husband

 

the hunger of this poem is legendary
it has taken in many victims
back off from this poem
it has drawn in yr feet
back off from this poem
it has drawn in yr legs

 

back off from this poem
it is a greedy mirror
you are into this poem . from
the waist down
nobody can hear you can they ?
this poem has had you up to here
belch
this poem aint got no manners
you cant call out frm this poem
relax now & go w / this poem

move & roll on to this poem

do not resist this poem
this poem has yr eyes
this poem has his head
this poem has his arms
this poem has his fingers
this poem has his fingertips

 

this poem is the reader & the
reader this poem

 

statistic : the us bureau of missing persons re-
ports that in 1968 over 100,000 people
disappeared leaving no solid clues
nor trace only
a space in the lives of their friends

 

 

 

 

IshmaelReed
Ishmael Reed (Chattanooga, 22 februari 1938)



De Amerikaanse letterkundige en literatuurwetenschapper Wayne Clayton Booth werd geboren op 22 februari 1921 in American Fork, Utah. In 1944 studeerde hij af aan de Brigham Young University. Na zijn diensttijd gedurende WO II studeerde Booth Engels aan de University of Chicago waar hij later ook promoveerde. In 1962 werd hij hoogleraar, eerst aan het Haverford College, later aan de universiteit van Chicago. In 1961 publiceerde hij "The Rhetoric of Fiction". Andere belangrijke werken van hem zijn "A Rhetoric of Irony" (1974) und "The Company We Keep" (1988). Van Booth stamt het concept van de impliciete auteur. Daarmee week hij af van de school van het New Criticism. Hij formuleerde ermee belangrijke grondslagen van de receptie-esthetica en van de verteltheorie. Ook het begrip „onbetrouwbare verteller“ stamt af van Booth.

 

Uit: The Essential Wayne Booth

 

„Even in works that are somewhat successful, there is almost always some shrinking from a fully responsible engagement with the inherent difficulties. For example, in Tender Is the Night, which is in many ways strikingly similar to Macbeth, Fitzgerald waters down the effect in several ways. Dick Diver, Fitzgerald's "noble" man, is destroyed, but he is destroyed only to helplessness-to unpopularity and drunkenness and poverty; he becomes a "failure." The signs of his destruction are never grotesque acts of cruelty or wickedness of the kind committed by Macbeth or of a kind which, for the modern reader, would be analogous in their unsympathetic quality. Rather, he speaks more sharply to people than he used to; he is no longer charming. This is indeed pitiful enough, in its own way, but it is easy enough, too, especially when the artist chooses, as Fitzgerald does, to report the final demoralization of the hero only vaguely and from a great distance: one never sees Dick Diver's final horrible moments as one sees Macbeth's. The result is that, at the end of his downward path, Diver has been more sinned against than sinning, and we have no obstacles to our pity. On the other hand, since the fall has not been nearly so great, our pity that the fall should have occurred at all is attenuated, compared with the awfulness of the last hours of Macbeth. Other attenuations follow from this one. If the fall is not a very great one, the forces needed to produce it need not be great (although one might argue that even in Tender Is the Night they should have been greater, for credibility). Nicole and a general atmosphere of gloom and decay are made to do a job which, in Macbeth, requires some of the richest degenerative forces ever employed.“

 

 

 

Booth
Wayne C. Booth (22 februari 1921 – 9 oktober 2005)

 

 

 

 

De Canadese schrijver Morley Callaghan werd geboren op 22 februari 1903 in Toronto. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007.en ook mijn blog van 22 februari 2009.

 

Uit: They Shall Inherit the Earth

 

„In the early summer evening Andrew Aikenhead, of the firm of Hillquist and Aikenhead, had gone out seeking his son. He had crossed slowly through the traffic with an eager expression on his upturned florid face. He was there on the sidewalk in the crowd, in the way of the passing people, looking up at the rooming house where his son lived, and he was full of delight, as though he had at last taken a necessary step that would bring joy again into his life.
He went into the house, and when he stood in the hall and saw by the names on the wall that his son was on the third floor, he began to climb the red-carpeted stairs, puffing and sighing at every fifth step. On the second floor, where the light was brighter, he saw a small, neat man with such delicate features and such fair wavy hair parted in the middle that he looked like a pretty boy, except that his blue eyes were redrimmed and shrewd, and this man was tiptoeing along the hall carrying a basket of fruit in both hands. The light overhead shone on the blue grapes, the yellow pears and the glossy peaches as he stooped and placed the basket of fruit on the carpet by the door of a room.
“Could you tell me where Michael Aikenhead lives?” Andrew Aikenhead asked.
“Mike Aikenhead,” the man said, straightening up and looking embarrassed. “Sure, I can tell you. Go on upstairs. The last room on the right at the back. He’s in there.” Andrew Aikenhead went on climbing the stairs again, while the fairhaired young man looked doubtfully at the basket of fruit he had placed like an offering outside that door.

In the little hall at the top, where there were onlytwo doors, Andrew Aikenhead coughed, and then he began to clear his throat like a man who is about to make an important speech and offers a few preliminary sounds as a friendly gesture. Then he stood still, looking at the brown-painted door while his heart fluttered strangely and there was a yearning in him that his son might remember and know his voice that had sounded so loud. And when he rapped and his son’s voice called carelessly, “Come in,” he was full of gladness; and as he opened the door he thought, “That’s a good omen. Things will go well.”

 

 

 

Callaghan
Morley Callaghan (22 februari 1903 – 25 augustus 1990)
Geschreven door Romenu om 20:38 Reageer op dit bericht

Sean O'Faolain, Jules Renard, James Russell Lowell, Edna St. Vincent Millay, Ottilie Wildermuth

De Ierse schrijver Sean O'Faolain werd geboren op 22 februari 1900 in Cork. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007 en ook mijn blog van 22 februari 2009.

 

Uit: The Trout

 

“But she went back, pretending to be going somewhere else, and she found a hole scooped in the rock at the side of the walk, choked with damp leaves, so shrouded by ferns that she only uncovered it after much searching. At the back of this little cavern there was about a quart of water. In the water she suddenly perceived a panting trout. She rushed for Stephen and dragged him to see, and they were both so excited that they were no longer afraid of the darkness as they hunched down and peered in at the fish panting in his tiny prison, his silver stomach going up and down like an engine.

Nobody knew how the trout got there. Even Old Martin in the kitchen-garden laughed and refused to believe that it was there, or pretended not to believe, until she forced him to come down and see. Kneeling and pushing back his tattered old cap he peered in.

`Be cripes, you're right. How the divil in hell did that fella get there?'

She stared at him suspiciously.

`You knew?' she accused; but he said, `The divil a know;' and reached down to lift it out.

Convinced she hauled him back. If she had found it then it was her trout.

Her mother suggested that a bird had carried the spawn. Her father thought that in the winter a small streamlet might have carried it down there as a baby, and it had been safe until the summer came and the water began to dry up. She said, `I see,' and went back to look again and consider the matter in private. Her brother remained behind, wanting to hear the whole story of the trout, not really interested in the actual trout but much interested in the story which his mummy began to make up for him on the lines of, `So one day Daddy Trout and Mammy Trout . . . .' When he retailed it to her she said, `Pooh.'

It troubled her that the trout was always in the same position; he had no room to turn; all the time the silver belly went up and down; otherwise he was motionless. She wondered what he ate and in between visits to Joey Pony, and the boat and a bathe to get cool, she thought of his hunger. She brought him down bits of dough; once she brought a worm. He ignored the food. He just went on panting. Hunched over him she thought how, all the winter, while she was at school he had been in there. All winter, in The Dark Walk, all day, all night, floating around alone. She drew the leaf of her hat down around her ears and chin and stared. She was still thinking of it as she lay in bed.“

 

 

 

 

O'Faolain
Sean O'Faolain (22 februari 1900 – 20 april 1991)

Buste in de Cork City Library

 

 

 

 

De Franse schrijver Jules Renard werd geboren op 22 februari 1864 in Châlons-du-Maine. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007 en ook mijn blog van 22 februari 2009.

 

Uit: Poil de Carotte

 

„- Il ne reste plus de melon pour toi, dit Madame Lepic ; d'ailleurs, tu es comme moi, tu ne l'aimes pas.
- Ca se trouve bien, se dit Poil de Carotte.
On lui impose ainsi ses goûts et ses dégoûts. En principe, il doit aimer seulement ce qu'aime sa mère. Quand arrice le fromage :
- Je suis bien sûre, dit Madame Lepic, que Poil de Carotte n'en mangera pas.
Et Poil de Carotte pense :
- Puisqu'elle en est sûre, ce n'est pas la peine d'essayer.
En outre, il sait que ce serait dangereux.
Et n'a-t-il pas le temps de satisfaire ses plus bizarres caprices dans des endroits connus de lui seul ? Au dessert, Madame Lepic lui dit :
- Va porter ses tranches de melons à tes lapins.
Poil de Carotte fait la commission au petit pas, en tenant l'assiette bien horizontale afin de ne rien renverser.
A son entrée sous leur toit, les lapins, coiffés en tapageur, les oreilles sur l'oreille, le nez en l'air, les pattes de devant raides comme s'ils allaient jouer du tambour, s'empressent autour de lui.
- Oh ! Attendez, dit Poil de Carotte ; un moment, s'il vous plaît, partageons.
S'étant assis d'abord sur un tas de crottes, de séneçon rongé jusqu'à la racine, de trognons de choux, de feuilles de mauves, il leur donne les graines de melon et boit le jus lui-même ; c'est doux comme du vin doux.
Puis il racle avec les dents ce que sa famille a laissé aux tranches de jaune sucré, tout ce qui peut fondre encore, et il passe le vert aux lapins en rond sur leur derrière.“

 

 

 

Jules_Renard_et_Poil_de_Carotte
Jules Renard (22 februari 1864 – 22 mei 1910)

Monument in Chitry-les-Mines

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, essayist, uitgever en diplomaat James Russell Lowell werd geboren op 22 februari 1819 in Cambridge, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007 en ook mijn blog van 22 februari 2009.

 

 

 

My Love

 

Not as all other women are

Is she that to my soul is dear;

Her glorious fancies come from far,

Beneath the silver evening-star,

And yet her heart is ever near.

 

Great feelings hath she of her own,

Which lesser souls may never know;

God giveth them to her alone,

And sweet they are as any tone

Wherewith the wind may choose to blow.

 

Yet in herself she dwelleth not,

Although no home were half so fair;

No simplest duty is forgot,

Life hath no dim and lowly spot

That doth not in her sunshine share.

 

She doeth little kindnesses,

Which most leave undone, or despise:

For naught that sets one heart at ease,

And giveth happiness or peace,

Is low-esteemèd in her eyes.

 

She hath no scorn of common things,

And, though she seem of other birth,

Round us her heart entwines and clings,

And patiently she folds her wings

To tread the humble paths of earth.

 

Blessing she is: God made her so,

And deeds of week-day holiness

Fall from her noiseless as the snow,

Nor hath she ever chanced to know

That aught were easier than to bless.

 

She is most fair, and thereunto

Her life doth rightly harmonize;

Feeling or thought that was not true

Ne'er made less beautiful the blue

Unclouded heaven of her eyes.

 

She is a woman: one in whom

The springtime of her childish years

Hath never lost its fresh perfume,

Though knowing well that life hath room

For many blights and many tears.

 

I love her with a love as still

As a broad river's peaceful might,

Which, by high tower and lowly mill,

Seems following its own wayward will,

And yet doth ever flow aright.

 

And, on its full, deep breast serene,

Like quiet isles my duties lie;

It flows around them and between,

And makes them fresh and fair and green,

Sweet homes wherein to live and die.

 

 

 

Russell-Lowell
James Russell Lowell (22 februari 1819 – 12 augustus 1891)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Edna St. Vincent Millay werd geboren op 22 februari 1892 in Rockland, Maine. Zie ook mijn blog van 22 februari 2009.

 

 

Afternoon on a Hill

 

I will be the gladdest thing
  Under the sun!
I will touch a hundred flowers
  And not pick one.

 

I will look at cliffs and clouds
  With quiet eyes,
Watch the wind bow down the grass,
  And the grass rise.

 

And when lights begin to show
  Up from the town,
I will mark which must be mine,
  And then start down!

 

 

 

 

Sorrow

 

Sorrow like a ceaseless rain
  Beats upon my heart.
People twist and scream in pain, --
Dawn will find them still again;
This has neither wax nor wane,
  Neither stop nor start.

 

People dress and go to town;
  I sit in my chair.
All my thoughts are slow and brown:
Standing up or sitting down
Little matters, or what gown
  Or what shoes I wear.

 

 

 

 

Edna_St__Vincent_Millay
Edna St. Vincent Millay (22 februari 1892 – 19 oktober 1950)

 

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ottilie Wildermuth werd geboren op 22 februari 1817 in Rottenburg am Neckar. Zie ook mijn blog van 22 februari 2009.

 

 

Klagst du leise, daß hienieden.

 

Klagst du leise, daß hienieden

Dir ein Frauenloos beschieden?

Neidest du des Mannes Streben

Und sein keckes, freies Leben?

Nimm das Beste dir zu eigen,

 

Was den rechten Mann kann zeigen!

Einen guten, reinen Willen,

Kraft und Muth, ihn zu erfüllen,

Feste Treue fort und fort,

Daß wie Gold dein schlichtes Wort;

 

Lust zu graben nach dem Quell

Edlen Wissens recht und hell;

Füg’ dazu in Ernst und Scherz

Warm und treu ein Frauenherz,

Liebevolles Frauensorgen,

 

Das da waltet still verborgen;

Ruhig heiteres Ergeben,

Was auch bringe dir das Leben:

Du und andre sinds dann wohl zufrieden

Daß nicht Mannesloos dir ward beschieden.

 

 

 

ottilie
Ottilie Wildermuth (22 februari 1817 – 12 juli 1877)


 

Geschreven door Romenu om 20:35 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten