Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 23 april 2010 tot 24 april 2010

Frans Coenen, Eric Bogosian, Michael Schaefer, Robert Penn Warren, Carl Spitteler, Marcus Clarke, Anthony Trollope

De Nederlandse schrijver, essayist en criticus Frans Coenen werd in Amsterdam geboren op 24 april 1866. Zie ook mijn blog van 24 april 2007 en ook mijn blog van 24 april 2008.en ook mijn blog van 24 april 2009.

 

Uit: Bleeke levens

 

“....Een dier dagen kwam in het hôtel, dat levendig aan den grooten weg lag en dikwijls vroolijk weergalmde van jonge, driftige stemmen - heele zwermen jongelui, te voet of op rijwielen - een zonderling paar van een ouden heer en een jonge vrouw. De oude heer was lang en hoekigmager in zijn slof omhangende kleeren. Zijn beenig, grof gezicht met holle oogen onder borstelig-grijze wenkbrauwen, en grauwe bakkebaarden, die langs de vale wangen neergingen aan beide zijden van den paarschen, speekseligen lippenmond, had de somber-fatale uitdrukking van een ontvleeschden paardekop. De jonge vrouw met zuiver-ovaal gezichtje, donkere amandel-oogen, altijd neergeslagen onder zwarte wimpers, en glanzig zwart haar, was van een ideale zuidelijke schoonheid, een waar Odalisken-mooi. Zij kwam zeer eenvoudig gekleed, droeg altijd een hoed met een voile, die zij juist ver genoeg opsloeg om te kunnen eten.

Wij zagen hen het eerst bij tafel, om één uur. Zij wisselden maar enkele woorden met elkaar en spraken heel niet met anderen. Er was iets terruggetrokkens en schuws in hunne manieren en blikken, dat juist de aandacht op hen trok; en tot elkaar gebogen hoofden fluisterden gissingen en zagen hen van terzijde aan met snelle blikken. ‘Vader en dochter’ scheen niet aannemelijk, omdat zij zoo weinig op elkaar geleken, ‘man en vrouw’ was meer waarschijnlijk, maar het bleek moeilijk te ontdekken of onder de ringen, die de jonge vrouw aan haar kleine bruine handen droeg, ook een trouwring was. De een meende van ja, de ander van neen, en de nieuwsgierigheid werd er grooter van, telkens als zij weer voor een maaltijd binnentraden, met nietsziende blikken, zich haastig aan een leeg tafeleinde zettend. Het hôtelboek zou het ten slotte moeten uitwijzen, maar zij haastten zich niet met teekenen.

....Twee dagen later zouden wij vertrekken.”

 

 

 

Coenen
Frans Coenen (24 april 1866 - 23 juni 1936)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en acteur Eric Bogosian werd geboren op 24 april 1953 in Woburn, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 24 april 2009.

 

Uit: Perforated Heart

 

„Last night Leon dangled the carrot of a fancy literary award before my greedy snout and I, like the pig I am, lurched for it.

Arrived on time for the Humphrey, freshly shaved, in suit and tie, and joined the throng of hipster literati milling outside the ballroom. I was shown to a table near the back of the room. Not a good sign. An aging socialite stinking of chardonnay and Chanel No. 5 leaned in, "Are you a writer? I hope someone at this table is a writer!" I beamed as if we were sharing a witty joke. A salad adorned with flower petals was put in front of me. Wine was poured.

I spied Leon seated three tables closer to the front of the room. He waved. I nodded. He turned away. My own editor could not be bothered to come over to my table and say hello. Of course, Leon wanted me there because he can't waste precious bucks promoting my new novel. No budget means there will be no display ads. No audio book. No parties given in my honor at Balthazar or the Four Seasons. All I will get is an abbreviated book tour (flying coach and residing at budget hotels). No NPR appearances. No magazine covers. If I'm lucky, I'll get two or three guest lecture gigs at second-rate colleges. It's all nickels and dimes to him.

At my table for eight, the chocolate mousse lay unforked and the decaf cooled as the jovial movie stars onstage speculated on the names of the winners present in the crowd (forgetting to mention me, of course). An honorary award was given out to a publisher of progressive children's books. A eulogy was intoned for the CEO of a major media corporation who had died rock climbing a week earlier. And so the circus draggedon and on. Finally, a winner was announced.

Upon hearing a name, not my name, my neighbors dropped their eyes to inspect their silverware. At adjacent tables, heads turned to gauge my humiliation. An obese publicist to my right patted my hand in consolation. "I'm sure your book was much better, Richard." His pupils dilated with the thrill of witnessing my pain.“

 

 

 

EricBogosian
Eric Bogosian (Woburn, 24 april 1953)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Michael Schaefer werd geboren op 24 april 1976 in Bielefeld. Al op jonge leeftijd schreef hij korte verhalen, meestal in het fantasy genre. In 1991 schreef hij zijn eerste complete roman die echter niet gepubliceerd werd. De roman had homosexualiteit als thema en Schaefer had zijn eigen coming out pas in 1994. In 2006 verscheen zijn debuutroman Liebe auf Raten, in 2008 volgde Touch me, Coach!, Onder het pseudoniem Eric Raven schrijft hij verder nog steeds fantasy verhalen als Krieger der Engel.

 

Uit: Love me,coach

 

„Louis zieht das Bein an den Oberkörper und blickt aus dem großen Fenster in die Nacht hinaus. Noch immer trägt er seinen Anzug. Eigentlich hätte er diesen schon längst ausgezogen. Spätestens dann, als Louis die aufgeregt wippenden, vollen Brüste von Rhiana berührte und sie zärtlich knetete ... wäre zumindest seine Krawatte inklusive Hemd ein Opfer ihrer gemeinsamen Lust geworden. Er hätte aber spätestens nach dem zärtlichen Saugen ihrer Brustwarzen eine gierige Erregung spüren müssen! Doch nichts! Als Rhiana ihre Finger mit stöhnenden Lustlauten zu seiner Gürtelschnalle bewegte, sie öffnen wollte, legte er seine Hand auf ihre und zog sie zurück. Er konnte es nicht. Sein Verstand überschlug sich, sein Gewissen ackerte auf Hochtouren. In seinem Kopf waren immer die strahlenden Augen seines jungen Stars präsent. Evans Stimme durchfloss seinen Verstand. Die vielen Berührungen, die Schwärmereien ... und zum guten Schluss, als Louis gewaltsam versuchte seine innere Stimme zum Schweigen zu bringen ... Der Kuss in seinem Büro kurz nach der Regionalmeisterschaft! Evan hatte es geschafft, einen Kuss zu fabrizieren, der tatsächlich so schnell nicht in Louis' Hirn bedeutungslos versickert war!"

 

 

 

Bielefeld_Altes_Rathaus
Michael Schaefer (Bielefeld, 24 april 1976)

Bielefeld, oude raadhuis (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Robert Penn Warren werd geboren op 24 april 1905 in Guthrie, Kentucky. Zie ook mijn blog van 24 april 2007 en ook mijn blog van 24 april 2008 en  ook mijn blog van 24 april 2009.

 

Uit: All the King's Men

 

“To get there you follow Highway 58, going northeast out of the city, and it is a good highway and new. Or was new, that day we went up it. You look up the highway and it is straight for miles, coming at you, with the black line down the center coming at and at you, black and slick and tarry-shining against the white of the slab, and the heat dazzles up from the white slab so that only the black line is clear, coming at you with the whine of the tires, and if you don't quit staring at that line and don't take a few deep breaths and slap yourself hard on the back of the neck you'll hypnotize yourself and you'll come to just at the moment when the right front wheel hooks over into the black dirt shoulder off the slab, and you'll try to jerk her back on but you can't because the slab is high like a curb, and maybe you'll try to reach to turn off the ignition just as she starts the dive. But you won't make it, of course. Then a nigger chopping cotton a mile away, he'll look up and see the little column of black smoke standing up above the vitriolic, arsenical green of the cotton rows, and up against the violent, metallic, throbbing blue of the sky, and he'll say, "Lawd God, hit's a-nudder one done done hit!" And the next nigger down the next row, he'll say, "Lawd God," and the first nigger will giggle, and the hoe will lift again and the blade will flash in the sun like a heliograph. Then a few days later the boys from the Highway Department will mark the spot with a little metal square on a metal rod stuck in the black dirt off the shoulder, the metal square painted white and on it in black a skull and crossbones. Later on love vine will climb up it, out of theweeds.

But if you wake up in time and don't hook your wheel off the slab, you'll go whipping on into the dazzle and now and then a car will come at you steady out of the dazzle and will pass you with a snatching sound as though God-Almighty had ripped a tin roof loose with his bare hands. Way off ahead of you, at the horizon where the cotton fields are blurred into the light, the slab will glitter and gleam like water, as though the road were flooded.”

 

 

 

Warren-R
Robert Penn Warren (24 april 1905 – 15 september 1989)

 

 

 

 

De Zwitser dichter, schrijver, essayist en criticus Carl Friedrich Georg Spitteler (eig. Carl Felix Tandem) werd geboren op 24 april 1845 in Liestal bij Basel. Zie ook mijn blog van 24 april 2007 en ook mijn blog van 24 april 2008 en ook mijn blog van 24 april 2009.

 

 

 

Zitronenfalter

I

 

Aufrechten Hauptes eine Jungfrau eifrig schrieb.

 

Da blitzt' ein Maigewittersturm herein und trieb

Kastanienblüten streuend auf die nassen Blätter.

Und mitten in dem Blütensturm und Maienwetter

Ein gelb Oranien-Vögelein, im Todesbangen

Zitternd und sterbend, blieb an ihrem Finger hangen.

 

Da holte sie ein neu' Papier mit sachter Hand,

Und auf den Tisch gebeugt, seitwärts das Haupt gewandt,

Mit feuchten Blicken und mit träumerischem Sinnen

Entschloß sie sich, ein ander Schreiben zu beginnen.

 

Also mit seinem Sterben ein Zitronenfalter

Erschmeichelte das Lebensglück dem Brieferhalter.

 

 

II

 

"Geh weg! du häßlich Gretchen! Was kommt dir in den Sinn,

So nah' bei mir zu stehen, die ich so lieblich bin?"

So rief die schöne Stephie. - Da kam ein gelbes Ding

Von Schmetterling geflogen, den sie behende fing.

 

Das Gretchen trat daneben, vergessend ihren Zwist:

"Nicht wahr? du läßt ihn leben? - Da er so lieblich ist."

 

 

 

 

spitteler
Carl Spitteler (24 april 1845 – 29 december 1924)

 

 

 

 

De Australische schrijver Marcus Clarke werd geboren op 24 april 1846 in Londen. Zie ook mijn blog van 24 april 2009.

 

Uit: Australian Tales of the Bush

 

„POOR JOE. was the ostler at Coppinger's, and they called him Poor Joe. Nobody knew whence he came; nobody knew what misery of early mutilation had been his. He had appeared one evening, a wandering swagman, unable to speak, and so explain his journey's aim or end -- able only to mutter and gesticulate, making signs that he was cold and hungry, and needed fire and food. The rough crowd in Coppinger's bar looked on him kindly, having for him that sympathy which marked physical affliction commands in the rudest natures. Poor Joe needed all their sympathies: he was a dwarf, and dumb. Coppinger -- bluff, blasphemous, and good-hearted soul -- dispatched him, with many oaths, to the kitchen, and when the next morning the deformed creature volunteered in his strange sign-speech to do some work that might " pay for his lodging," sent him to help the ostler that ministered to King Cobb's coach-horses. The ostler, for lack of a better name, perhaps, called him " Joe," and Coppinger, finding that the limping mute, though he could speak no word of human language, yet had a marvellous power of communication with horseflesh, installed him as under-ostler and stable-helper, with a seat at the social board, and a wisp of clean straw in King Cobb's stable. " I have taken him on," said Coppinger, when the township cronies met the next night in the bar. "Who," asked the croniest, bibulously disregarding grammar.' " Poor Joe," said Coppinger. The sympathetic world of Bullocktown approved the epithet, and the deforme...“

 

 

 

Marcus_Clarke
Marcus Clarke (24 april 1846 – 2 augustus 1881)

 

 

 

 

De Engelse schrijver Anthony Trollope werd geboren in Londen op 24 april 1815. Zie ook mijn blog van 24 april 2009.

 

Uit: Cousin Henry

 

„Uncle Indefer "I have a conscience, my dear, on this matter," said an old gentleman to a young lady, as the two were sitting in the breakfast parlour of a country house which looked down from the cliffs over the sea on the coast of Carmarthenshire. "And so have I, Uncle Indefer; and as my conscience is backed by my inclination, whereas yours is not--" "You think that I shall give way?" "I did not mean that." "What then?" "If I could only make you understand how very strong is my inclination, or disinclination--how impossible to be conquered, then--" "What next?" "Then you would know that I could never give way, as you call it, and you would go to work with your own conscience to see whether it be imperative with you or not. You may be sure of this,--I shall never say a word to you in opposition to your conscience. If there be a word to be spoken it must come from yourself." There was a long pause in the conversation, a silence for an hour, during which the girl went in and out of the room and settled herself down at her work. Then the old man went back abruptly to the subject they had discussed. "I shall obey my conscience." "You ought to do so, Uncle Indefer. What should a man obey but his conscience?" "Though it will break my heart." "No; no, no!" "And will ruin you." "That is a flea's bite. I can brave my ruin easily, but not your broken heart." "Why should there be either, Isabel?" "Nay, sir; have you not said but now, because of our consciences? Not to save your heart from breaking,--though I think your heart is dearer to me than anything else in the world,--could I marry my cousin Henry. We must die together, both of us, you and I, or live broken-hearted, or what not, sooner than that. Would I not do anything possible at your bidding?" "I used to think so." "But it is impossible for a young woman with a respect for herself such as I have to submit herself to a man that she loathes. Do as your conscience bids you with the old house. Shall I be less tender to you while you live because I shall have to leave the place when you are dead? Shall I accuse you of injustice or unkindness in my heart? Never! All that is only an outside circumstance to me, comparatively of little moment. But to be the wife of a man I despise!" Then she got up and left the room.”

 

 

 

Anthony_Trollope
Anthony Trollope (24 april 1815 - 6 december 1882)
Portret door Samuel Laurence

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:08 Reageer op dit bericht

Carl Immermann, L. J. M. Feber, Gaston Martens, Otto Leixner von Grünberg, Karl Lappe

De Duitse dichter en schrijver Carl Leberecht Immermann werd geboren op 24 april 1796 in Magdeburg. Zie ook mijn blog van 24 april 2009.

 

 

Das Spiel des Lebens

 

Spiel, so seltsam und bunt!

Nur der Trügende nennet dich trüglich,

Nimmer ward der noch getäuscht,

welcher sich selbst nicht belog.

Kinder des Lichtes! Heran zu dem Tisch!

O waget den Einsatz,

Glück gewinnt ihr vielleicht,

Frieden und Ruhe gewiß.

Wie es so wunderlich wechselt!

Nein, seht nur das Treffen und fehlen!

Bebst du, verarmendes Herz? --

Gott hat die Karten gemischt.

 

 

 

 

Auf dem Rhein

 

Auf deinem Grunde haben

Sie an verborgnem Ort

Den goldnen Schatz begraben,

Der Nibelungen Hort.

Ihn wahren deine Wellen,

Bis an den Jüngsten Tag,

Zu der geheimen Stellen

Kein Räuber dringen mag.

Mir ward ins Herz gesenket

Ein Schatz, gleich wie dem Rhein,

Er ist darin ertränket,

Wird ewig drinnen sein.

 

 

 

Immermann
Carl Immermann (24 april 1796 – 25 augustus 1840)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en politicus Louis Jean Marie Feber werd geboren in Bergen op Zoom op 24 april 1885. Feber studeerde technische wetenschappen aan de Technische Universiteit Delft. Nadat hij zijn studie had afgerond vertrok hij in 1909 naar het toenmalige Nederlands-Indië, waar hij tot 1920 werkte als waterbouwkundig ingenieur. Hij schreef kritieken voor de tijdschriften Van Onzen Tijd, De Beiaard en De Gemeenschap. Een aantal reisverhalen over zijn tijd op Java werd in 1922 gebundeld onder de titel In de schaduw der waringins. Ook publiceerde hij enkele bijbelse drama's. Na zijn terugkeer in Nederland nam Feber in 1922 zitting in de Tweede Kamer namens de RKSP. Hij trad vooral naar voren als woordvoerder koloniale aangelegenheden. Feber was fel tegenstander van Colijns aanpassingspolitiek.

 

Uit: Goethe

 

“De Duitschers zouden bijna geen natie meer wezen, wanneer zij in Goethe behalve hun grootste poetische genie niet hun nationalen heros eerden, zoodat in hen de critiek allicht zal zwijgen, óók waar het chauvinisme niet bepaald het hoogste woord voert.

Over Goethe als dichter, zijn werk als geheel genomen, is bij alle schakeering van smaak en voorkeur, geen verschil van meening mogelijk; In zijn dichterschap weerspiegelen zich zijn universaliteit als mensch, de veelzijdigheid van zijn belangstelling, de veelvuldigheid van zijn ontegenzeggelijk enorme vermogens. Hij was meester op alle genres; hij beheerschte alle stijlen, zooals hij het leven leefde volgens de eindelooze verscheidenheid zijner ontroerende verschijningen. Tusschen het lyrische volkslied en de ballade, het historischromantische en het klassieke treurspel, den roman en het epos - burgerlijk en zinnebeeldig - het dagboek en het wijsgeerig drama had hij alle vormen volledig in zijn macht. Hij kón, als dichter, alles beter dan allen, ieder in hun bizonderen vorm. Zijn poëtische veelzijdigheid is vrijwel zonder weerga en in ieder geval nà hem zelfs niet benaderd. Onze moderne litteratuur bezit alleen in van Eeden, zij het op bescheidener plan, een afschaduwing van Goethe's universeel kunstenaarschap.

Aristocraat naar den geest, had het volkslied, op het voorbeeld van Herder, zijn aesthetische en cultureele belangstelling. Maar niet alleen dat het zijn smaak en zijn historischen zin bevredigde, het inspireerde hem tot een lyriek, waarin nog vandaag zijn volk den weerslag voelt van den eigen harteklop.”

 

 

 

bergen-op-zoom2
L. J. M. Feber (24 april  1885 - 3 juli  1964)

Bergen op Zoom (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

De Vlaamse (toneel) schrijver Gaston Marie Martens werd geboren in Zulte op 24 april 1883. Als jongeman was hij tewerkgesteld in de brouwerij van zijn vader. Hij bezocht regelmatig volkse cafés en vond er de stof voor zijn toneelstukken. Zijn werk handelt voornamelijk over het wel en wee van de kleine Vlaamse man in de Leiestreek. In Vlaanderen werden de stukken van Martens erg populair, maar er kwam ook kritiek op het volkse karakter ervan. In 1937 verhuisde Gaston Martens naar het zuiden van Frankrijk waar hij een perzikplantage uitbaatte. Gedurende deze periode schreef hij geen nieuwe toneelstukken meer, maar vertaalde wel enkele van zijn werken in het Frans. In 1945 keerde hij naar Vlaanderen terug. De daaropvolgende decennia was Martens de meest gespeelde auteur in de grote Vlaamse schouwburgen. Zijn toneelstuk "De Paradijsvogels" werd in 1979 door de toenmalige BRT gebruikt als inspiratie voor de gelijknamige televisieserie met in de hoofdrollen Jef Burm, Ward de Ravet, Anton Peters en Marijn De Valck.

 

Uit: Villa ‘Klaverken Vier’, Deurle a/d Leie (Ten huize van...)

 

“Ik had daar in Malonne echter een vriend van Moeskroen en die had een hele stapel boeken gekregen. In de trein die ons naar huis bracht, heb ik hem kunnen bepraten om mij twee van zijn prijsboeken te verkopen. Zo kon ik fatsoenlijk thuiskomen en was iedereen tevreden!

 

Een uilenspiegelstreek, die men van u wel kan verwachten! En dan bent u brouwer geworden?

 

Ja. Toen ik achttien jaar was, moest ik de herbergen bezoeken om bier en jenever te verkopen. Mijn vader had ook een stokerij. Dat heeft het grote voordeel gehad dat ik de mensen elke dag heb horen spreken en ik heb daar heel wat pittige en rake gezegden geleerd.

 

Die men ‘à l'état pur’ in uw stukken weervindt! Hoe bent u dan in de literatuur terechtgekomen?

 

Ja hoe? Ik heb in die tijd veel aan sport gedaan en op zekere dag zette ik mij aan het schrijven van een novelle: De held der Franse ronde. Ik nam dat zeer ernstig op. Ik las Buysse en Teirlinck, kopieerde de moeilijke woorden in een notitieboekje en zette ze dan in mijn novelle. Op zekere dag woon ik in de schouwburg te Gent een opvoering bij van De lustige boer. Ik dacht bij mezelf: dat kan ik ook. Ik kon het natuurlijk niet maar probeerde het toch. Ik veranderde mijn novelle in een toneelstuk en Arie van den Heuvel maakte er een operette van. Het werd opgevoerd...”

 

 

 

Martens

Gaston Martens (24 april 1883 - 11 mei 1967)

Portret door Georges Dheedene, 1959

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, criticus en historicus Otto Leixner von Grünberg werd geboren op 24 april 1847 in Schloß Saar, Mähren. Hij studeerde in Graz en München esthetica en literatuurgeschiedenis. In 1874 trok hij naar Berlijn, waar hij een tijd mederedacteur was van het blad „Gegenwart“. Daarna werd hij zelfstandig schrijver.

 

 

Kennt ihr der starken Liebe heiße Flammen...

 

Kennt ihr der starken Liebe heiße Flammen,

Die in das Herz vom Himmel stürzen nieder,

Zum Himmel auf die Herzen reißen wieder?

Ihr kennt sie nicht und wollt sie doch verdammen!

 

Was diese Gluten einten, hält zusammen!

Ein Gott, der mit dem Zucken seiner Lider

Die Erde schüttert, kann's nicht trennen wieder,

Denn ewig lohen solcher Liebe Flammen.

 

Sie trotzt dem kalten Spott der Herzensdamen,

Die nur für sich vermögen zu erwarmen,

Sie schreitet selig auf den trübsten Wegen,

In eigner Brust des Himmels reichsten Segen,

Sie lacht des Elends und sie lacht der Not,

Sie trotzt der Welt, der Hölle und dem Tod.

 

 

 

 

leixner
Otto Leixner von Grünberg (24 april 1847 – 12 april 1907) 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Karl Lappe werd geboren op 24 april 1773 in Wusterhusen (Pommern). Hij studeerde theologie en filosofie in Greifswald. Na zijn studie werkte hij als huisleraar, later als docent aan het gymnasium in Stralsund. Samen met mit Friedrich Joachim Philipp begon hij in 1827 het literaire tijdschrift Sundine.

 

 

Im Abendrot

 

O wie schön ist Deine Welt,

Vater, wenn sie golden strahlet,

wenn Dein Glanz herniederfällt

und den Staub mit Schimmer malet,

wenn das Rot, das in der Wolke blinkt,

in mein stilles Fenster sinkt.

 

Könnt ich klagen? könnt ich zagen?

irre sein an Dir und mir?

Nein, ich will im Busen tragen

Deinen Himmel schon allhier,

und dies Herz, eh es zusammenbricht,

trinkt noch Glut und schlürft noch Licht.

 

 

 

wusterhusen

Karl Lappe (24 april 1773 – 28 oktober 1843)

Wusterhusen, gotische kerk (Geen portret beschikbaar)

 

Geschreven door Romenu om 20:05 Reageer op dit bericht

Halldór Laxness, Egon Hostovský, Richard Huelsenbeck, Friedrich von Hagedorn, Max Bolliger, J. P. Donleavy, Maurice Druon

De IJslandse schrijver Halldór Laxness (eig. Halldór Guðjónsson) werd geboren in Reykjavik op 23 april 1902. Zie ook mijn blog van 23 april 2009.

 

Uit: Paradise Reclaimed (Vertaald door Magnus Magnusson)

 

„In the early days of Kristian Wilhelmsson, who was the third last foreign king to wield power here in Iceland,* a farmer named Steinar lived at Hladar in the district known as Steinahladar. He had been so named by his father after the rubble of stones that cascaded down off the mountain in the spring when he was born. Steinar was a married man by the time this story opens, and had two young children, a daughter and a son; he had inherited the farm of Hladar from his father.
At this time, Icelanders were said to be the poorest people in Europe, just as their fathers and grandfathers and great-grandfathers had been, all the way back to the earliest settlers; but they believed that many long centuries ago there had been a Golden Age in Iceland, when Icelanders had not been mere farmers and fishermen as they were now, but royal-born heroes and poets who owned weapons, gold, and ships. Like other boys in Iceland, Steinar's son soon learned to be a viking and king's-man, and whittled axes and swords for himself out of pieces of wood.
Hladar was built in the same way as the average farmhouse in Iceland had been from time immemorial-a floored living-room and entrance, and a small timber-lined spare room with a bed for visitors. A row of wooden gables faced on to the yard in the normal order of farm-buildings of that period, with an outhouse, store-shed, byre, stable, sheep-hut and finally a small workshed. Behind the buildings the haystacks reared up every autumn and dwindled down to nothing by the spring.
Farms of this kind, turf-roofed and grass-grown, were to be found huddling under the mountain-slopes in a thousand places in Iceland in those days; what distinguished the farm we are now to visit for a while was the loving and artistic care with which the owner made up for what it lacked in grandeur. So scrupulous was his attention to his property, by day or night, that he would never see damage or deterioration of any kind, indoors or out, without making haste to repair it. Steinar was a master-craftsman, equally skilled with wood and metal.

 

 

 

halldor_laxness
Halldór Laxness (23 april 1902 – 8 februari 1998) 

 

 

 

 

De Tsjechische schrijver Egon Hostovský werd geboren op 23 april 1908 in Hronov.Zie ook mijn blog van 23 april 2009.

 

Uit: Siebenmal in der Hauptrolle (Vertaald door Markus Sedlaczek)

 

“Er schrie, um seine Angst zu übertönen, er brüllte, daß wir uns nicht ergeben würden, damit niemand merkte, daß er unwillkürlich die Hände hob. Das war am Anfang. Dann traf er Kavalský, und die Angst verschwand. Doch der Schauspieler Hrubín wiegelte weiterhin die Leute auf, indem er sich auf Himmel und Hölle berief. Einige Male sprach er auf improvisierten Tribünen. Jetzt schrie er nicht mehr vor Angst, jetzt sprach er mit der kalten Neugier einer hysterischen Seele, mit der Lust des Spielers und dem berauschenden Gefühl der Sicherheit. Die Straße kannte ihn bereits. Er erstickte fast an der bislang ungekannten Erregung, wenn seine Worte vom Beifall einer so großen Menge erwidert wurden, wie sie in einem Theater niemals Platz gefunden hätten. Zum ersten Mal erlebte er, wonach er sich immer gesehnt hatte: nach Erfolg, nach einem Riesenerfolg, nach dem Kontakt mit Tausenden, nach tosender Zustimmung und Begeisterung, danach, auf den Schultern getragen zu werden. Und es war so einfach, es genügte zu rufen:
„Fort mit der Regierung! Wir wollen Taten! Ein Hoch auf die Offiziere!“

 

 

 

hostovsky

Egon Hostovský (23 april 1908 – 7 mei 1973)

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, essayist en psychoanaliticus Richard Huelsenbeck (Hülsenbeck) werd geboren op 23 april 1892 in Frankenau. Zie ook mijn blog van 23 april 2009.

 

 

DADA-Schalmei

 

Auf der Flöte groß und bieder
Spielt der Dadaiste wieder,
da am Fluß die Grille zirpt
Und der Mond die Nacht umwirbt,
Tandaradei.

 

Ach, die Seele ist so trocken
Und der Kopf ist ganz verwirrt,
Oben, wo die Wolken hocken,
Grausiges Gevögel schwirrt,
Tandaradei.

 

Ja, ich spiele ein Adagio
Für die Braut, die nun schon tot ist,
Nenn es Wehmut, nenn es Quatsch,- O
Mensch, du irrst so lang du Brot ißt,
Tandaradei.

 

In die Geisterwelt entschwebt sie,
Nähernd sich der Morgenröte,
An den großen Gletschern klebt sie
Wie ein Reim vom alten Goethe.
Tandaradei.

 

Dadaistisch sei dies Liedlein,
Das ich Euch zum besten gebe,
Auf zwei Flügeln wie ein Flieglein
Steig es langsam in die Schwebe.
Tandaradei.

Denk an Tzara denk an Arpen,
An den großen Huelsenbeck!

 

 

 

 

huelsenbeck
Richard Huelsenbeck (23 april 1892 -  20 april 1974)

Portret doot Ludwig Meidner

 

 

 

 

De Duitse dichter Friedrich von Hagedorn werd geboren op 23 april 1708 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 23 april 2009.

 

 

Die Empfindung des Frühlings

Du Schmelz der bunten Wiesen!
Du neu-begrünte Flur!
Sey stets von mir gepriesen,
Du Schmelz der bunten Wiesen!
Es schmückt dich und Cephisen
Der Lenz und die Natur.
Du Schmelz der bunten Wiesen!
Du neu-begrünte Flur!

Du Stille voller Freuden!
Du Reizung süßer Lust!
Wie bist du zu beneiden,
Du Stille voller Freuden!
Du mehrest in uns beyden
Die Sehnsucht treuer Brust.
Du Stille voller Freuden!
Du Reizung süßer Lust!

Ihr schnellen Augenblicke!
Macht euch des Frühlings werth!
Daß euch ein Kuß beglücke,
Ihr schnellen Augenblicke!
Daß uns der Kuß entzücke,
Den uns die Liebe lehrt.
Ihr schnellen Augenblicke!
Macht euch des Frühlings werth.

 

 

 

 

Hagedorn
Friedrich von Hagedorn ( 23 april 1708 – 28 oktober 1754)

Portret door Dominicus van der Smissen

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 23 april 2009.

 

De Zwitserse schrijver Max Bolliger werd geboren op 23 april 1929 in Schwanden / Braunwald, Kanton Glarus.

 

De Amerikaans-Ierse schrijver James Patrick Donleavy werd geboren op 23 april 1926 in New York.

 

De Franse schrijver en politicus Maurice Druon werd geboren op 23 april 1918 in Parijs.

Geschreven door Romenu om 20:14 Reageer op dit bericht

William Shakespeare, Peter Horst Neumann, Andrey Kurkov, Pascal Quignard, Adelheid Duvanel, Marion Titze, Christine Busta

De Engelse dichter en schrijver William Shakespeare werd geboren in Londen op, vermoedelijk, 23 april 1564. Zie ook mijn blog van 23 april 2008,  mijn blog van 23 april 2007 en ook mijn blog van 23 april 2006 en ook mijn blog van 23 april 2009.

 

Uit: Hamlet

 

Hamlet
    To be, or not to be: that is the question:
    Whether 'tis nobler in the mind to suffer
    The slings and arrows of outrageous fortune,
    Or to take arms against a sea of troubles,
    And by opposing end them? To die: to sleep;
    No more; and by a sleep to say we end
    The heart-ache and the thousand natural shocks
    That flesh is heir to, 'tis a consummation
    Devoutly to be wish'd. To die, to sleep;
    To sleep: perchance to dream: ay, there's the rub;
    For in that sleep of death what dreams may come
    When we have shuffled off this mortal coil,
    Must give us pause: there's the respect
    That makes calamity of so long life;
    For who would bear the whips and scorns of time,
    The oppressor's wrong, the proud man's contumely,
    The pangs of dispriz'd love, the law's delay,
    The insolence of office and the spurns
    That patient merit of the unworthy takes,
    When he himself might his quietus make
    With a bare bodkin? Who would these fardels bear,
    To grunt and sweat under a weary life,
    But that the dread of something after death,
    The undiscover'd country from whose bourn
    No traveller returns, puzzles the will
    And makes us rather bear those ills we have
    Than fly to others that we know not of?
    Thus conscience does make cowards of us all;
    And thus the native hue of resolution
    Is sicklied o'er with the pale cast of thought,
    And enterprises of great pith and moment
    With this regard their currents turn away,
    And lose the name of action.--Soft you now!
    The fair Ophelia! Nymph, in thy orisons
    Be all my sins remember'd.
Ophelia
    Good my lord,
    How does your honour for this many a day?
Hamlet
     I humbly thank you; well, well, well.

 

 

 

 

Shakespeare_Hamlet
William Shakespeare (23 april 1564 – 23 april 1616)

Een van de talloze Hamlet uitgaven 

 

 

 

De Duitse dichter, essayist en literatuurwetenschapper Peter Horst Neumann werd geboren op 23 april 1936 in Neisse. Zie ook mijn blog van 23 april 2008 en ook mijn blog van 23 april 2009.

 

 

Barfuß

Im sichelreifen Gras,
an deinen Sohlen meine,
ein anderes Begreifen,
handfem, als wir übten
der Schritte leichtesten
den schwerelosen Gang,
im Rücken, die uns
trug und trägt und
tragen wird als Staub:
ich war dein Weg, du warst
du warst mein Grund.

 

 

 

 

Dem Pegasus

Die kalte Wand zeratmet -
Marmorfedern. Wie
Lämmerherden, weiß,
Sekundenbilder.

Wir flogen durch,
zweileibig, eine Haut,
nach den Gesetzen
schöner Wolkenkunst.

Dein Pferd gespornt,
du meine Reiterin,
mein Roß geflügelt,
ich dein Reiter.

 

 

 

 

neum
Peter Horst Neumann (Neisse, 23 april 1936)

 

 

 

 

De Oekraïense schrijver Andrey Kurkov werd geboren op 23 april 1961 in Leningrad. Zie ook mijn blog van 23 april 2009.

 

Uit: Pinguine frieren nicht (Vertaald door Sabine Grebing)

 

„Nach der viertägigen Schiffsüberfahrt durch die Drakestraße brauchte Viktor noch etwa drei Tage, um wieder zu sich zu kommen. Die Polarforscher, die mit ihm auf dem Schiff »Horizont« aus dem argentinischen Hafenstädtchen Ushuaia herübergekommen waren, hatten sich auf ihrer Polarstation schon eingelebt und waren an ihre wissenschaftliche Arbeit gegangen. Sie hatten es eilig, vor der hereinbrechenden Polarnacht noch irgendwelche Messungen und Analysen durchzuführen. Viktor dagegen lag immer noch auf dem Bett seines Zimmers in der Wohnetage des Hauptgebäudes. Er verließ sein Zimmer nur zum Essen und um einen Blick in die Runde zu werfen. Man behandelte ihn normal, tat, als gehörte er zum Team. Er freundete sich sogar mit einem richtigen Polarforscher an; der war Biophysiker und beschäftigte sich mit der Erforschung des menschlichen Überlebens unter Extrembedingungen. Viktor schien es auszureichen, zu diesem Zweck ein paarmal die stürmischen Wasser der Drakestraße zu überqueren, die vermutlich auch noch breiter war als das Schwarze Meer. Aber dieser Wissenschaftler interessierte sich nicht für die Überfahrt, obwohl auch er gestand, daß er die ganzen vier Tage mit umnebeltem Kopf und leerem Magen in seiner Koje zugebracht hatte.
……
Der kranke Moskauer erwies sich als groß gewachsener Mann um die Vierzig. Die Pritsche der Krankenabteilung war für ihn ein bißchen zu kurz. Er lag auf dem Rücken und hatte die Beine leicht angewinkelt. Sein großes Gesicht war so bleich, daß das Wort »krank« in Viktors Kopf gleich eine ernstere Bedeutung bekam.
Stas, der Extremologe, verschwand und ließ sie allein. »Und was machst i>du hier?« fragte der Moskauer ruhig und traurig, während er Viktor aus geschwollenen Augen ansah.
»Nur so, mich mal umsehen...«

 

 

 

 

Kurkov
Andrey Kurkov (Leningrad, 23 april 1961)

 

 

 

 

De Franse schrijver Pascal Quignard werd geboren op 23 april 1948 in Verneuil-sur-Avre. Zie ook mijn blog van 23 april 2009.

 

Uit: Les Ombres Errantes

 

„En 1602 un maître pêcheur, dans la province de Bretagne, dans le Morbihan, était propriétaire de cinq barques. Veuf depuis trois ans, il ne s’était pas remarié tant l’amour qu’il portait à la femme qu’il avait épousée jadis persistait en lui. Sa maison était à flanc de falaise. La côte où elle était située était faite de roches noires. Le sentier qui y menait était escarpé. La maison était étroite ; les pièces sombres ; il était à manger sa bouillie.
Il voit par la porte de sa maison sa femme qui passe. Il lâche son bol. Il court sur le chemin qui tombe à pic au-dessus de la mer.
Elle a un corsage en lin blanc en pointe, qu’elle porte au-dessus d’une jupe jaune bouton d’or.
— N’es-tu pas morte depuis trois ans ? lui crie-t-il.
Son épouse en convient, faisant des petits signes de tête de haut en bas. À ses côtés se tient l’ancien chantre du village.
Ce dernier paraît beaucoup plus jeune qu’elle.
À la vérité il est mort neuf ans avant elle.
Il se tient en retrait. Il est lui aussi vêtu de lin jaune. Il a l’air grave. Il paraît songeur.
Tandis que le veuf parle à son épouse morte, le 95 chantre s’assoit sur une roche. Il tient dans les mains une grande canne ferrée.
Un voyageur arrive, venant du Scorff, et les dépasse.
À l’instant de les dépasser il les salue en employant la langue anglaise.
Le chantre lui répond de même en anglais.
Le chantre et l’épouse du maître pêcheur sont tous deux vêtus de lin ainsi que le sont tous les morts.

 

 

 

 

PascalQuignard
Pascal Quignard (Verneuil-sur-Avre, 23 april 1948)

 

 

 

 

De Zwitserse schrijfster Adelheid Duvanel werd geboren op 23 april 1936 in Basel. Zie ook mijn blog van 23 april 2008 en ook mijn blog van 23 april 2009.

 

Uit: Beim Hute meiner Mutter

 

„Kaspar liebte es nicht, wenn der Nebel die Kronen der Bäume versteckte und der Wind den Blumen den Mund zuhielt, so daß sie wie tote Vögel auf der Erde lagen, wohl aber liebte er das radschlagende Licht über den Kirchturmspitzen, die tanzenden Wellen des Flusses, die die Bäuche der Schiffe an sich preßten, den durchdringenden Gesang der Vögel. Als Kind, so wenigstens zeigte es ihm die Erinnerung, saß er in einem Zimmer und aß, und seine Mutter, auf deren Kopf ein großer Hut thronte, näherte sich jede Minute, um zu sehen, ob es ihm schmecke. Manchmal, wenn es finster wurde, die Uhr nicht mehr tickte und der Himmel zum Fenster hereinzufallen drohte, flogen weiße Blumen vorbei.
Einmal, als Kaspar kein Kind mehr war, flatterte eine Fledermaus zum Fenster herein. Ihre Augen waren zart und leuchtend, ihre Stimme glich dem Orgelspiel des Satans, sie hatte gelbe Zähne, ihre
Bewegungen waren fremdartig, tänzerisch, ihr Lächeln rein wie der Morgenhimmel. Sie sprach: ";Guten Abend"; und bat, sich setzen zu dürfen. Sie aß Weißbrot, trank Milch und blickte zum
Fenster hinaus, wo Schneeflocken um eine großäugige Winternacht wirbelten und Bäume wie die Hände Verschütteter aus der Erde ragten. Das Fenster stand offen, denn Kaspar fürchtete immer zu ersticken. Nun betrachtete er den Besuch beunruhigt, denn es hatte ihn noch nie jemand von ähnlicher Art besucht. (Die gelegentlichen Visiten des Betreibungsbeamten nahm er nicht ernst.) Er fragte: ";Wer bist du?";, was beweist, daß er versuchte, seinen angeborenen Hang zur Höflichkeit zu unterdrücken, der ihm geboten hätte, die Fledermaus mit ";Sie"; anzureden. Es ist möglich, daß er dadurch das Befremdende, Unglaubliche entzaubern wollte, vielleicht hielt er auch deshalb in seiner Arbeit nicht inne, sondern fuhr fort, weibliche Figürchen aus Ton zu formen, die er jeweils verkaufte. Seine Mutter saß neben dem Ofen, wo sie die Zeitung gelesen hatte. Ihr Hut war von grellroter Farbe, und sie blickte recht selbstsicher darunter hervor, wahrscheinlich liebte sie es, sich und ihren Sohn unter seinem Schutz zu wähnen.“

 

 

 

Duvanel
Adelheid Duvanel (23 april 1936 – 8 juli 1996)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Marion Titze werd geboren op 23 april 1953 in Lichtenwalde/Chemnitz. Zie ook mijn blog van 23 april 2008 en ook mijn blog van 23 april 2009.

 

Uit: Schillers schönes Fieber

 

"Mich überkam große Sehnsucht. Sehnsucht nach jener Zeit, in der ein Hut außer den Kopf auch noch Gedanken bedeckte. Das arme Abendland schien mir viel, viel verschwundener, als die Verkünder seines Untergangs es je vorausgesagt hatten. Es hatte alles mitgenommen, Familie, Theater, ja selbst die Zeitung. Die Familie als Ort der Beziehung, ob harmonisch oder verdorben, gedeihlich oder zerstörend, die Interaktion war gegeben, jetzt ist sie blockiert. Die Kontakte changieren zwischen Einladung zum Essen und gesenktem Blick in der U-Bahn. Das Maximum an Bindung geht man mit einer Bank ein. Das Theater, ein Ort der Sprache. Aber Sprache ist an den Geist geknüpft, und der ist entwichen."

 

 

 

Titze
Marion Titze (Lichtenwalde, 23 april 1953)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichteres Christine Busta werd geboren op 23 april 1915 in Wenen. Zie ook mijn blog van 23 april 2009.

 

 

 

Kleine Morgengabe 

 

Früh in der Morgendämmerung

wird über meiner Stadt der Himmel

manchmal so apfelgrün,

dass ich ihn riechen kann.

 

Ich werde heut Nacht nicht schlafen,

um ihn zur rechten Stunde zu pflücken

und in dein fernes Fenster zu legen,

dass er dir duftet.

 

 

 

 

Was leise ist und doch gehört wird 

 

Wenn der Wind durchs Gatter geht,

hört man‘s leise knarren,

wo im Haus ein Mäuslein gräbt,

hörst du‘s heimlich scharren.

 

Und wer still ist, hört den Tau

in die Blätter tappen

und die Katze pfötchenschlau

aus dem Milchnapf schlappen.

 

Gott ist still, und Gott hört gut,

kennt uns an Geräuschen,

und wie leis ein Dieb auch tut,

ihn kann er nicht täuschen.

 

 

 

 

Busta
Christine Busta (23 april 1915 – 3 december 1987)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten