Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 25 april 2010 tot 26 april 2010

Gouden Uil, Cees Nooteboom, Bernard Malamud, Hannelies Taschau, Hertha Kräftner, Vicente Aleixandre

Gouden Uil 2010

 

De Nederlandese dichter en schrijver Cees Nooteboom is met zijn verhalenbundel “'s Nachts komen de vossen” winnaar van de Gouden Uil Literatuurprijs 2010. Zie ook mijn blog van 31 juli 2006 en ook mijn blog van 31 juli 2007 en  mijn blog van 31 juli 2008 en mijn blog van 31 juli 2009.

 

Uit: 's Nachts komen de vossen

 

“Wij lakeien met uitwisbare namen

 

Hij en ik, want over mezelf zal ik ook iets moeten zeggen, en daar hou ik niet zo van, nog steeds niet. Na verloop van tijd kom je achter het een en ander omtrent jezelf, dat je ook het liefst voor jezelf zou willen houden. Het lukt niet, maar het is de droom: met je kleine, onbetekenende geheim verdwijnen en de deur achter je dichttrekken. Opdracht vervuld, wat die dan ook was. Leven, als iemand me kan zeggen wat de bedoeling is? Ik weet allang niet meer wat mensen zijn, maar hoe dan ook waren de laatste duizend jaar een enorme striptease voor de soort. Uit het zonnestelsel gesmeten, de aarde naar een achterbuurt van de melkweg verbannen, hersenfuncties zo onbetamelijk gegroeid dat we alles weten van wat we niet weten, God en zijn handlangers gestorven en wij lakeien met uitwisbare namen in dienst van onzichtbare deeltjes, bezig ons enige erfgoed te verkwanselen of te vernietigen terwijl we daarbij in de spiegel kijken. Dat klinkt natuurlijk als de afdeling bombast, dus ik hou me aanbevolen voor een prettiger theorie. Maar hoe dan ook, ik heb er vrede mee. Voorlopig dan.”

 

 

 

 

cees-nooteboom
Cees Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Bernard Malamud werd op 26 april 1914 in Brooklyn, New York. Zie ook mijn blog van 26 april 2007 en ook mijn blog van 26 april 2008 en ook mijn blog van 26 april 2009.

 

Uit: The Natural

 

„Roy Hobbes pawed at the glass before thinking to prick a match with his thumbnail and hold the spurting flame in his cupped palm close to the lower berth window, but by then he had figured it was a tunnel they were passing through and was no longer surprised at the bright sight of himself holding a yellow light over his head, peering back in. As the train yanked its long tail out of the thundering tunnel, the kneeling reflection dissolved and he felt a splurge of freedom at the view of the moon-hazed Western hills bulked against night broken by sprays of summer lightning, although the season was early spring. Lying back, elbowed up on his long side, sleepless still despite the lulling train, he watched the land flowing and waited with suppressed expectancy for a sight of the Mississippi, a thousand miles away.

Having no timepiece he appraised the night and decided it was moving toward dawn. As he was looking, there flowed along this bone-white farmhouse with sagging skeletal porch, alone in untold miles of moonlight, and before it this white-faced, long-boned boy whipped with train-whistle yowl a glowing ball to someone hidden under a dark oak, who shot it back without thought, and the kid once more wound and returned. Roy shut his eyes to the sight because if it wasn't real it was a way he sometimes had of observing himself, just as in this dream he could never shake off--that had hours ago waked him out of sound sleep--of him standing at night in a strange field with a golden baseball in his palm that all the time grew heavier as he sweated to settle whether to hold on or fling it away. But when he had madehis decision it was too heavy to lift or let fall (who wanted a hole that deep?) so he changed his mind to keep it and the thing grew fluffy light, a white rose breaking out of its hide, and all but soared off by itself, but he had already sworn to hang on forever.

As dawn tilted the night, a gust of windblown rain blinded him--no, there was a window--but the sliding drops made him thirsty and from thirst sprang hunger. He reached into the hammock for his underwear to be first at breakfast in the dining car and make his blunders of ordering and eating more or less in private, since it was doubtful Sam would be up to tell him what to do.“

 

 

 

Malamud
Bernard Malamud (26 april 1914 – 18 maart 1986)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Hannelies Taschau werd geboren op 26 april 1937 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 26 april 2007 en ook mijn blog van 26 april 2008 en ook mijn blog van 26 april 2009.

 

 

Angriff

 

Es kann bekanntlich auch aus dem

Nichts etwas kommen

Ein wenig bewusstlos müde vom

Rodeln Kafka im Schnee Am Abend

auf einem Weg auf dem er auch noch

dauernd ausgleitet

Dann träumt er von Waffen dringt

aber nie zu ihnen vor weil er Freude

an ihrem Gebrauch nicht kennt

Kurzes Glucksen einer ungeheuer

schweren Winteramsel

Den Tag hätte er gern zurück

 

 

 

 

Hölderlin und wir

 

Es war so schön am Vermeidbaren

zu leiden Er liebte Efeu über alles

das hol ich ihm jetzt Ich weiß eine

Stelle wie Strickleitern hängt es

vom Himmel

In die abgestandene Vase unter

seinem Scherenschnitt dann Musik

und hadern Gibt es Schlimmeres

als nirgendwo zu Hause zu sein

Oh dieses Hadern er bekam nicht

genug davon

Dass man auf eine bestimmte

Berührung ein Leben lang warten

kann Oh diese Bitterkeit auf die

wir keine Rücksicht nehmen

 

 

 

 

Taschau
Hannelies Taschau (Hamburg, 26 april 1937)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Hertha Kräftner werd geboren op 26 april 1928 in Wenen. Zie ook mijn blog van 26 april 2008 en ook mijn blog van 26 april 2009.

 

Dorfabend

 

Beim weißen Oleander
begruben sie das Kind
und horchten miteinander,
ob nicht der falsche Wind
den Nachbarn schon erzähle,
daß es ein wenig schrie,
eh seine ungetaufte Seele,
im Halstuch der Marie
erwürgt, zum Himmel floh.
Es roch nach Oleander,
nach Erde und nach Stroh;
sie horchten miteinander,
ob nicht der Wind verriete,
daß sie dem toten Knaben
noch eine weiße Margerite
ans blaue Hälschen gaben …
Sie hörten aber nur
das Rad des Dorfgendarmen,
der pfeifend heimwärts fuhr.
Dann seufzte im Vorübergehn
am Zaun die alte Magdalen:
«Gott hab mit uns Erbarmen.»

 

 

 

 

Kräftner
Hertha Kräftner (26 april 1928 – 13 november 1951)

 

 

 

 

De Spaanse dichter Vincente Aleixandre (eig. Vicente Pío Marcelino Cirilo Aleixandre y Merlo) werd geboren op 26 april 1898 in Sevilla. Zie ook mijn blog van 26 april 2008 en ook mijn blog van 26 april 2009.

  

Sois confiant

 

Le comprends-tu ? Tu as compris.
Tu recommences ? Et tu recommences encore.
Assieds-toi. Ne regarde pas en arrière. En avant !
En avant. Lève-toi. Un peu plus. C’est la vie.
C’est le chemin. Tu as le front couvert de sueurs, d’épines, de poussière d’amertume, sans amour, sans lendemain ?...
Continue, continue à monter. Tu y es presque. Oh, comme tu es jeune.
Comme tu es jeune, super jeune, un nouveau-né. Quel ignorant.
Entre tes cheveux gris qui tombent sur ton front brillent tes clairs yeux bleus,
tes lents yeux purs, restés là sous un certain voile.
Oh, n’hésite pas et relève-toi. Relève-toi encore. Que veux-tu ?
Prends ton bâton de frêne blanc et appuie-toi. Un bras à ton côté tu souhaiterais. Regarde-le.
Regarde-le, ne le sens-tu pas ? Là, subitement, il est calme. C’est une forme silencieuse.
C’est à peine si la couleur de sa tunique le distingue. Et a ton oreille un mot non prononcé.
Un mot sans musique, même si toi tu l’entends.
Un mot chargé de vent, de brise fraîche. Qui bouge tes vêtements usés.
Qui doucement aère ton front. Qui sèche ton visage,
qui essuie la trace de ces larmes.
Qui lisse, frôle à peine tes cheveux gris maintenant à l’approche de la nuit.
Prends ce bras blanc. Que tu connais à peine mais que tu reconnais.
Redresse-toi et regarde la ligne bleue de l’incroyable crépuscule,
la ligne de l’espérance à la limite de la terre.
Et avec de grands pas sûrs, redresse-toi, et là soutenu, confiant, seul, entame ta marche…

 

Vertaald door M. I. Scrivat

 

 

 

aleixandrelorcacernuda
Vicente Aleixandre (26 april 1898 – 14 december 1984)
Alexandre (l) hier met Luis Cernuda en Garcia Lorca (r)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:25 Reageer op dit bericht

Theun de Vries, Margreet van Hoorn, Mesa Selimović, Arno Holz, Johann Uhland, Joanne Gobure

De Nederlandse dichter en schrijver Theun de Vries werd geboren in Veenwouden op 26 april 1907. Zie ook mijn blog van 26 april 2007 en mijn blog van 26 april 2006 en ook mijn blog van 26 april 2008 en ook mijn blog van 26 april 2009.

 

Uit: Cornelis Jan Kelk

 

„De schrijver-dichter-vertaler C.J. Kelk is in 1901 geboren in het burgerlijk deel van wat eens een soort uitleg van de hoofdstad is geweest - op ‘een Amsterdams bovenhuisje in een stille straat’, zoals hij zelf in zijn herinneringen zegt. Het was de Bosboom-Toussaintstraat, onderdeel van een hele buurt waarvan de straten naar negentiende eeuwse literatoren waren genoemd, even buiten de Nassaukade, toch vlak bij het Leidse Plein. De vader Cornelis Christiaan Barend werkte bij de Nederlandse Bank, toen nog aan de Turfmarkt, de moeder Margaretha Elisabeth Duijkers was verkoopster geweest in een kindermodezaak. cjk, zoals ik hem in deze schets zal noemen, bleef enig kind, werd in mildheid opgevoed en ging na een onopvallende jeugd aan de Spieghelschool in de Marnixstraat (thans Theater De la Mar) naar de kortbij gelegen, toen vermaarde Openbare Handelsschool aan het Raamplein. Hij was er studiegenoot en vriend van een groep jonge Amsterdamse talenten, die allen naam hebben gemaakt, zij het niet in de handel: Frits van Hall, Frits Schuurman, Jacques Presser en anderen. cjk was geen enthousiaste leerling, wel volgzaam en bereid zich op vaders wens maatschappelijk nuttig te maken, wat er toe leidde dat hij zich in 1918 bekwaamde voor het staatsexamen, dat hem toegang moest verschaffen tot het universitaire onderwijs.

Tegen die tijd had cjk zijn voorliefde voor poëzie en eigen dichtader ontdekt. Gedichten van zijn hand verschenen in het toenmalig ‘maandschrift voor jongeren’ Het Getij, waarvan Ernst Groenevelt redacteur was.“

 

 

 

DeVries
Theun de Vries (26 april 1907 – 21 januari 2005)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Margreet van Hoorn (pseudoniem van Greta de Reus) werd geboren in Hoorn op 26 april 1922. Margreet van Hoorn overleed op 18 maart van dit jaar o 87-jarige leeftijd. Zie ook mijn blog van 26 april 2009.

 

Uit: Moment

 

 

Achter onbegrip leeft werken
sterk aan je persoonlijkheid,
leven leert je luisterend denken
in de jaren van de tijd.

 

 

 

 

Hoorn
Margreet van Hoorn (26 april 1922 – 18 maart 2010)

 

 

 

 

De Joegoslavische schrijver Mehmed Meša Selimović werd geboren op 26 april 1910 in Tguzla. Zie  ook mijn blog van 26 april 2009.

 

Uit: Death and the Dervish (Vertaald door Bogdan Rakic en Stephen Dickey)

 

„We are no one's, always at a boundary, always someone’s dowry. Is it a wonder then that we are poor? For centuries now we have been seeking our true selves, yet soon we will not know who we are, we will forget that we ever wanted anything; others do us the honour of calling us under their banner for we have none, they lure us when we are needed and discard us when we have outserved the purpose they gave us. We remain the saddest little district of the world, the most miserable people of the world, losing our own persona and nor being able to take on anyone else's, torn away and not accepted, alien to all and everyone, including those with whom we are most closely related, but who will not recognise us as their kin. We live on a divide between worlds, at the border between nations, always at a fault to someone and first to be struck. Waves of history strike us as a sea cliff. Crude force has worn us out and we made a virtue out of a necessity: we grew smart out of spite.

So what are we? Fools? Miserable wretches? The most complex people in the world. No one is such a joke of history as we are. Only yesterday we were something that we now wish to forget, yet we have become nothing else. We stopped half way through, flabbergasted. There is no place we can go to any more. We are torn off, but not accepted. As a dead-end branch that streamed away from mother river has neither flow, nor confluence it can rejoin, we are too small to be a lake, too big to be sapped by the earth. With an unclear feeling of shame about our ancestry and guilt about our renegade status, we do not want to look into the past, but there is no future to look into; we therefore try to stop the time, terrified with the prospect of whatever solution might come about. Both our brethren and the newcomers despise us, and we defend ourselves with our pride and our hatred. We wanted to preserve ourselves, and that is exactly how we lost the knowledge of our identity. The greatest misery is that we grew fond of this dead end we are mired in and do not want to abandon it. But everything has a price and so does our love for what we are stuck with.“

 

 

 

Selimovic2
Mesa Selimović (26 april 1910 – 11 juli 1982)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Arno Holz werd geboren op 26 april 1863 in Rastenburg in Oost-Pruisen. Zie ook mijn blog van 26 april 2009.

 

 

Mählich durchbrechende Sonne

 

Schönes, grünes, weiches Gras.

Drin liege ich.

Mitten zwischen Butterblumen!

 

Über mir

warm

der Himmel:

ein

weites, zitterndes Weiß,

das mir die Augen langsam, ganz langsam

schließt.

 

Wehende Luft, . . . ein zartes Summen.

 

Nun bin ich fern

von jeder Welt,

ein sanftes Rot erfüllt mich ganz,

und deutlich spür ich,

wie die Sonne mir durchs Blut rinnt -

minutenlang.

 

Versunken alles.    Nur noch ich.

 

Selig.

 

 

 

 

Die wonnig unheimliche Goldmacherküche

 

In unsrer alten Apotheke

mit den vielen Treppen und Dachböden

waren lauter Schornsteine.

 

Unter den einen konnte man sich mitten drunter stellen

und sah dann am helllichten Tage die Sterne.

 

Manchmal war alles dunkel.

 

Dann sah man gar nichts und fühlte nur, wie einem die dicken, schweren Regentropfen

eiskalt auf die Backen platschten.

 

Aber das Schönste war doch, wenn man kurz vor Weihnachten,

frühmorgens,

wenn das ganze Haus nach Marzipanherzen roch,

grad unter dem kleinen, viereckigen Kuckloch oben,

auf der Erde einen weißen, spitzen Scheehaufen entdeckte.

 

Der glitzerte dann wie eine Konditormütze!

 

 

 

 

arno_holz
Arno Holz (26 april 1863 – 26 oktober 1929)

 

 

 

 

De Duitse dichter, literatuurwetenschapper, jurist en politicus Johann Ludwig Uhland werd geboren in Tübingen op 26 april 1787. Zie ook mijn blog van 26 april 2009.

 

 

Das versunkene Kloster


Ein Kloster ist versunken
Tief in den wilden See,
Die Nonnen sind ertrunken
Zusamt dem Pater, weh!
Der Nixen muntre Scharen,
Sie schwimmen stracks herbei,
Nun einmal zu erfahren,
Was in den Mauern sei.

Das plätschert und das rauschet
In Kreuzgang und Dorment!
Am Lokutorium lauschet
Der schäkernde Konvent;
Man hört Gesang im Chore
Und lustig Orgelspiel;
Das Glöcklein ruft zur Hore,
Wann's ihnen just gefiel.

Bei heitrem Vollmondglanze
Lockt sie der grüne Strand
Zu einem Ringeltanze
In geistlichem Gewand;
Die weißen Schleier flattern,
Die schwarzen Stolen wehn,
Die Kerzenflämmchen knattern,
Wie sie im Sprung sich drehn.

Der Kobold dort im Schutte
Der hohlen Felsenwand,
Er nimmt des Paters Kutte,
Die er am Ufer fand;
Die Tänzerinnen schreckend,
Kommt er zur Mummerei,
Sie aber tauchen neckend
Hinab in die Abtei.

 

 

 

 

uhlanpor

Johann Uhland (26 april 1787 – 13 november 1862)

Portret van Christoph Friedrich Dörr

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 26 april 2008.


De Nauruaans dichteres Joanne Ekamdeiya Gobure werd geboren op 26 april 1982 in Denigomodu op Nauru, een eiland in de Stille Oceaan.

Geschreven door Romenu om 20:22 Reageer op dit bericht

In memoriam Alan Sillitoe

In memoriam Alan Sillitoe

 

 

Gisteren is de Britse schrijver Alan Sillitoe op 82-jarige leeftijd overleden. Hij was een van de zogenaamde Angry Young Men. Alan Sillitoe werd geboren op 4 maart 1928 in Nottingham. Zie ook mijn blog van 4 maart 2007  en ook mijn blog van 4 maart 2008 en ook mijn blog van 4 maart 2009. en ook mijn blog van 4 maart 2010.

 

Uit: The Loneliness of the Long-Distance Runner

 

I've been asking myself all sorts of questions, and thinking about my life up to now. And I like doing all this. It's a treat. It passes the time away and don't make Borstal seem half so bad as the boys in our street used to say it was. And this long-distance running lark is 'the best of all, because it makes me think so good that I learn things even better than when I'm on my bed at night. And apart from that, what with thinking so much while I'm running I'm getting to be one of the best runners in the Borstal. I can go my five miles round better than anybody else I know.

So as soon as I tell myself I'm the :first man ever to be dropped into the world, and as soon as I take that first flying leap out into the frosty grass of an early morning when even birds haven't the heart to whistle, I get to thinking, and that's what I like. I go my rounds in a dream, turning at lane or footpath corners without knowing I'm turning, leaping brooks without knowing they're there, and shouting good morning to the early cow-milker without seeing him. It's a treat, being a long-distance runner. out in the world by yourself with not a soul to make you bad-tempered or tell you what to do or that there's a shop to break and enter a bit back from the next street. Sometimes I think that I've never been so free as during that couple of hours when I'm trotting up the path out of the gates and turning by that bare-faced, big-bellied oak tree at the lane end. Everything's dead, but good, because it's dead before coming alive, not dead after being alive. That's how I look at it.

 

 

 

 

Sillitoe
Alan Sillitoe (4 maart 1928 – 25 april 2010)

Geschreven door Romenu om 19:20 Reageer op dit bericht

James Fenton, Walter de la Mare, Ted Kooser, Ross Franklin Lockridge Jr., Richard Anders

De Engelse dichter, schrijver, criticus en letterkundige James Fenton werd geboren op 25 april 1949 in  Lincoln. Zie ook mijn blog van 25 april 2009.

 

 

God, A Poem 

 

A nasty surprise in a sandwich,

A drawing-pin caught in your sock,

The limpest of shakes from a hand which

You'd thought would be firm as a rock,

 

A serious mistake in a nightie,

A grave disappointment all round

Is all that you'll get from th'Almighty,

Is all that you'll get underground.

 

Oh he said: 'If you lay off the crumpet

I'll see you alright in the end.

Just hang on until the last trumpet.

Have faith in me, chum-I'm your friend.'

 

But if you remind him, he'll tell you:

'I'm sorry, I must have been pissed-

Though your name rings a sort of a bell. You

Should have guessed that I do not exist.

 

'I didn't exist at Creation,

I didn't exist at the Flood,

And I won't be around for Salvation

To sort out the sheep from the cud-

 

'Or whatever the phrase is. The fact is

In soteriological terms

I'm a crude existential malpractice

And you are a diet of worms.

 

'You're a nasty surprise in a sandwich.

You're a drawing-pin caught in my sock.

You're the limpest of shakes from a hand which

I'd have thought would be firm as a rock,

 

'You're a serious mistake in a nightie,

You're a grave disappointment all round-

That's all you are, ' says th'Almighty,

'And that's all that you'll be underground.'

 

 

 

 

Voor wie het gedicht wil horen: Fenton leest dit gedicht op You Tube voor.

 

 

 

 

Fenton
James Fenton (Lincoln, 25 april 1949)

 

 

 

 

De Engelse dichter Walter John de la Mare werd geboren op 25 april 1873 in Charlton, Kent. Zie ook mijn blog van 25 april 2007 en ook mijn blog van 25 april 2008 en ook mijn blog van 25 april 2009.

 

 

 

As I was walking 

 

As I was walking,

Thyme sweet to my nose,

Green grasshoppers talking,

Rose rivalling rose:

And wing, like amber,

Dispread in light,

As from bush to bush

Linnet took flight:

Master Rabbit I saw

In the shadow-rimmed mouth

Of his sandy cavern,

Looking out to the South.

'Twas dew-tide coming;

The turf was sweet

To nostril, curved tooth,

And wool-soft feet.

Sun was in West;

Crystal in beam

Of its golden shower

Did his round eye gleam.

Lank human was I,

And a foe, poor soul—

Snowy flit of a scut,

He was into his hole,

And—stamp, stamp, stamp!

Through dim labyrinths clear,

The whole world darkened,

A murderer near.

 

 

 

 

November 

 

There is wind where the rose was,

Cold rain where sweet grass was,

And clouds like sheep

Stream o'er the steep

Grey skies where the lark was.

 

Nought warm where your hand was,

Nought gold where your hair was,

But phantom, forlorn,

Beneath the thorn,

Your ghost where your face was.

 

Cold wind where your voice was,

Tears, tears where my heart was,

And ever with me,

Child, ever with me,

Silence where hope was.

 

 

 

 

delamarewalter
Walter John de la Mare (25 april 1873 – 22 juni 1956)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Ted Kooser werd geboren op 25 april 1939 in Ames, Iowa. Zie ook mijn blog van 25 april 2007 en ook mijn blog van 25 april 2008 en ook mijn blog van 25 april 2009.

 

 

In January 

 

Only one cell in the frozen hive of night

is lit, or so it seems to us:

this Vietnamese café, with its oily light,

its odors whose colorful shapes are like flowers.

Laughter and talking, the tick of chopsticks.

Beyond the glass, the wintry city

creaks like an ancient wooden bridge.

A great wind rushes under all of us.

The bigger the window, the more it trembles.

 

 

 

 

Tattoo


What once was meant to be a statement—
a dripping dagger held in the fist
of a shuddering heart—is now just a bruise
on a bony old shoulder, the spot
where vanity once punched him hard
and the ache lingered on. He looks like
someone you had to reckon with,
strong as a stallion, fast and ornery,
but on this chilly morning, as he walks
between the tables at a yard sale
with the sleeves of his tight black T-shirt
rolled up to show us who he was,
he is only another old man, picking up
broken tools and putting them back,
his heart gone soft and blue with stories.

 

 

 

kooser
Ted Kooser (Ames, 25 april 1939)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Ross Franklin Lockridge Jr. werd geboren op 25 april 1914 in Bloomington, Indiana. Zie ook mijn blog van 25 april 2009.

 

Uit: Raintree County

 

“ --SEVEN TIMES, the Senator said. Laugh if you will, gentlemen, but back in those days I was a brute of a boy.
     Somewhere down the street a boy touched off a cannoncracker. Mr. Shawnessy jumped, felt unhappy. The Senator was approached by delegates of the Sitting and Sewing Society, whose hands he pumped for a while.
     --I used to pull a pretty mean oar myself, the Perfessor said. By the way, John, what is that godawful yelling over there?
     For some time, a great voice had been booming over the trees, getting louder and angrier. Now and then a stentorian shout soared above the rest, grating hoarsely like a horn blown too high and too hard.
     --That's God, Mr. Shawnessy said.
     --What? said the Perfessor, crossing himself. Is he here today too?
     --It's the Revival preacher, fellow named Jarvey. One of these Kentucky evangelists. He confuses himself with the Deity--and understandably, too, if you saw him. From June to August, he's the most powerful man in Raintree County. The ladies come back every year to get converted all over again. He's been pitching his tabernacle on the National Road here for the last three summers. No one knows just why. When I first came to Waycross in the summer of 1890, he was already here. Your little friend, Mrs. Evelina Brown, has been very friendly with him. She considers him a magnificent primitive personality, which in a way he is.
     --That's just like Evelina, the Perfessor said. Like all thoroughly erotic women, she begins by falsifying an aesthetic type. I hope it didn't go any farther than that. Where does he go for the winter?
     --Nobody knows. Back to the Kentucky mountains, I suppose, after restoring heaven to the local souls.
     --I suppose like all these Southern ranters he's a goat in shepherd's clothing.
     --So far he's escaped criticism of that kind, even though he's a bachelor. But he's a brutal converter. Built like a blacksmith, he brandishes his great arms and beats the ladies prone. He has a great shout that scares everybody into the arms of Jesus. You ought to hear him.
     --I do hear him, goddamn him, the Perfessor said.
     --Still he's a man of God, Mr. Shawnessy said resignedly. My own wife regularly attends his revival meetings. She's over there now. ....“

 

 

 

 

LockridgeJr
Ross Franklin Lockridge Jr. (25 april 1914 – 6 maart 1948)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Richard Anders werd geboren op 25 april 1928 in Ortelsburg, tegenwoordig Szczytno, Polen. Zie ook mijn blog van 25 april 2007 en ook mijn blog van 25 april 2008 en ook mijn blog van 25 april 2009.

 

 

Sacre du printemps

 

für Fred Apke

Kurz wie ein Rock ist der Rausch

eine Zunge ohne Gesicht

ein Rätsel das sein Gedächtnis sucht

die Mitternacht zwischen zwei Engeln

 

wo man Rosen jagt

im Hinterkopf

und lange Blicke

geworfen werden

 

 

 

Du bist hinuntergesprungen

 

zwischen die Augen

und dein schwarzer Anzug

folgt dir auf dem Fuß

 

Die Laternen schielen

mit großen Ohren

zu den bewimperten Perlen

die aus der Haut fahren

 

wie ein Schrei der lautlos

über die Lippen kommt

wenn es im Hitzkopf

von Einfällen hagelt

 

die im buttrigen Körper

stecken bleiben

der auf flacher

Pfanne schmilzt

 

Die Spitze einer Flamme

berührt dein Herz

das bis zum zerspringen

in lauter Blutstropfen hämmert

 

So viel du auch kochst

es wird Spitze sein

landläufig jedenfalls

wie die Esser behaupten

 

denen die Zungen

auf den Strich gehen

wie geschürte Mädchen

die es in sich haben

 

Im Frühling wenn Liebe stinkt

 

 

 

 

Anders
Richard Anders (Ortelsburg, 25 april 1928)


Zie voor nog meer schrijvers van de 25e april ook
mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:05 Reageer op dit bericht

Leopoldo Alas, Julius Grosse, Sigmund von Birken, Werner Rohner, Ulrike Ulrich, Jindrich Horejsi

De Spaanse schrijver Leopoldo Alas  (wereldwijd bekend als ‘Clarín’) werd geboren op 25 april 1852 in Zamora. Zie ook mijn blog van 25 april 2009.

 

Uit: Le coq de Socrate et autres contes

 

„- Oh, philosophe idéaliste, philosophe de pacotille ! , dit le coq en un grec de Gorgias lui-même, ne te donne pas tant de mal, tu ne voleras même pas comme un coq. Quoi? Que je sache parler te surprend ? Tu ne me connais donc pas ? Je suis le coq de la basse-cour de Gorgias. Mais moi je te connais. Tu es une ombre. L'ombre d'un mort. Tel est le destin des disciples qui survivent à leurs maîtres. Ils restent ici, comme des larves, à effrayer le petit monde. Quand meurt le rêveur inspiré, restent les disciples sans envergure qui transforment l'idéal poétique du visionnaire sublime en un motif supplémentaire d'angoisse, en une tristesse de plus pour le monde, en une superstition qui se pétrifie.

- Silence, le coq ! Au nom de l'idée de ton espèce, la nature t'ordonne de te taire.“

 

 

 

Alas
Leopoldo Alas (25 april 1852 – 13 juni 1901)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Julius Waldemar Grosse werd geboren op 25 april 1828 in Erfurt  Zie ook mijn blog van 25 april 2009.

 

 

Verschollenes Glück

 

Ich weiss ein Mäjrchen, dass ein Wandrer kam

Zum Waldesgrund, da läutet' es wie Glocken,

Und eine Blume fand er wundersam

Und schmückte traumvoll seine braunen Locken.

Als er zurück zu Menschen kam voll Gram,

Bestaunten ihn die Leute tief erschrocken:

Die Welt war älter um viel hundert Jahre,

Und Keiner kannt' ihn mit dem Kranz im Haare.

 

So bist du meine Zauberblume auch,

Und von des Traumes Bann bin ich umfangen,

Ich weiss nicht mehr, was bei den Menschen Brauch,

Mir ist, als wären hundert Jahr vergangen.

Ein Fremdling bin ich worden, denn ein Hauch

Des Alters weht in dieser Welt, der bangen.

Nur ich bin jung und fremd im blütheiivollen

Lenzschmuck des Glücks wie vor der Welt verschollen.

 

Drum kehr ich nun auf immer heim zu dir

Und meinem Märchenglück im Waldesgrunde.

Vergessen will ich sein. Mir sprudelt hier

Des Lebens Quell und Heil für jede Wunde.

Dein Auge feuchten Strahles über mir,

Ein Flüstern, weggeküsst von deinem Munde —

So mögen mir Jahrtausende verschwinden,

Zur Welt den Rückweg will ich nimmer finden.

 

 

 

 

Erfurt
Julius Grosse (25 april 1828 – 9 mei 1902)

Erfurt (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Sigmund von Birken werd geboren op 25 april 1626 in Wildstein nabij Eger. Zie ook mijn blog van 25 april 2009.

 

 

Das verirrete Schäflein

 

1.
Ach ich armes Schäflein schreye
Und bekenne selbst mit Reue,
Daß ich mich vergangen hab.
Ich ließ mich die Lust verführen,
Lief mit Böcken hin spaziren,
Kam weit von der Heerde ab.

2.
Ach mich stechen im Gewissen
Dornen, und ich soll ein Bissen
Dort der Höllen-Wölfe seyn.
Jesu, treuer Hirt, wolst kommen:
Laß die neun und neunzig Frommen,
Komm, hol mich, das huntertst', ein.

3.
Mache, daß in deinem Stalle
Eine Freud ob mir erschalle,
Bring mich wieder zu der Heerd;
Und dein Stab alsdann mich lenke,
Daß ich mich nit ferner kränke.
Jesu, laß es seyn gewährt.

 

 

 

 

Birkenau
Sigmund von Birken (25 april 1626 – 21 juni 1681)

 

 

 

 

De Engelse essayist en diplomaat Sir William Temple werd geboren in Londen op 25 april 1628. Hij bezocht het Emmanuel College van de Universiteit van Cambridge. William Temple voerde diverse diplomatieke missies uit in het buitenland. Hij was in 1666 afgevaardigde bij de Vrede van Kleef, gezant in Brussel en ontving in datzelfde jaar de titel van baronet. In 1668 onderhandelde hij met succes in de Triple Alliantie tussen Engeland, Holland en Zweden. Hij werd daarop ambassadeur in Den Haag, maar werd in 1670 teruggeroepen, toen Karel II een geheim verdrag had gesloten met Lodewijk XIV. Later weigerde hij een functie als minister en besteedde hij zijn tijd aan het schrijven van essays. Swift stond hem bij bij de voorbereiding voor publicatie van zijn brieven, essays en memoires {Memoirs, 1692). Zijn korte essays werden onder de titel Miscellanea in drie delen gepubliceerd in 1680, 1690 en 1701. Andere essays van Temple werden gepubliceerd onder de titels Essay upon the Present State of Ireland (1668), Observations upon the United Provinces of the Netherlands (1672) en The Advancement of Trade in Ireland (1673).

 

Uit: On Fortune

 

“t is unreasonable that I should give fortune so a great a space in my thoughts, while she gives me so small an one in hers. I have often said I could never adore a disdainful face, never smile upon a frown unless in scorn, never pursue a fugitive unless for revenge; in fine never love anything that hated me; and yet while I most unjustly detain the tribute of my thoughts from a kinder mistress, why do I thus unjustly lavish them away upon this cruel and yet common strumpet, for the last is the word that most speaks her disgrace or rather mine, to be at the pains of courting her, and after all at the shame of a refusal?

 Sure, ’t would create a gall in a dove, beget despite in a Stoic, and so it would in me, could my passion find anything to seize upon; but to rail at fortune were to scold against an echo: as one has no voice, so t’ other has no power but what we give it. I might fret at my spleen, wear out my lungs, but to as little purpose as I do my pens. Fortune is nothing, and my thoughts e’en as empty as if they were so too. We say she is blind, when the truth of it is ’t is we that are so.

Our ignorance gives her a name, when we cannot discover the cause of any effect, either because the way is dark, or we are purblind; ’t is but believing there is none, and then in comes fortune like a cypher that signifies nothing, and yet you may make it stand for whatever you please. Sure he were a wise man would conclude there were no sea further than he could see, or there were no bottom because his line were at an end.“

 

 

 

sir-william-temple

William Temple (25 april  1628  –  27 januari 1699)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

 

De Zwitserse schrijver Werner Rohner werd in 1975 in Zürich geboren. Hij studeerde economie, filosofie, germanistiek en filmwetenschappen. Van 1999 tot 2000 woonde hij in Wenen. Hij werkte als secretatis, sportjournalist, schrijver en filmcriticus. Zijn stuk Kopie - ein Bühnenthriller ging in 2004 in première in het Theaterhaus Kaserne Basel. Rohner publiceerde in tijdschriften en blemlezingen.

 

Uit: Gesammelte Vorurteile

 

“Carmen war mit mir in Malaysia. Seit sie pensioniert ist, wohnt sie bei ihrer Mutter. Einmal im Monat kommt Alma mit ihrer Mutter zu Besuch. Während die beiden Mütter vor den Fernseher gesetzt werden, kochen die beiden Töchter katalanische Spezialitäten. Dabei sprechen sie über die Familie, die leidige Erbgeschichte oder auch mal über das Wetter, meistens sehr laut. Nur manchmal, selten, reden sie leise über das Vergessen; obwohl beide Mütter ohnehin schlecht hören. Sie fragen sich, ob das Vergessen total sein kann. Und wenn ja, ob man das wahrnehmen kann. Was es sein könne, das am Vergessen glücklich macht; und wann das kippt und das Vergessen das Leben zerstört.
Im Wohnzimmer sprechen währenddessen die beiden alten Frauen miteinander. Sie schauen einander dabei nicht an, immer auf den Fernseher. Für beide gibt es nur noch Früher; aber so nennen sie es nicht. Sie sprechen davon, als ob es gestern oder gar heute gewesen sei. Für sie ist es einfach die zeitlose Gegenwart oder eine sehr verwirrende Gleichzeitigkeit. Sie erzählen sich gegenseitig ihre Kindheit. Präzise, mit dem einen oder anderen Detail, aber ohne sie auszuschmücken. Sie berichten zum Beispiel, in welchem Dorf sie aufgewachsen sind. Wen sie geheiratet haben (ohne zu wissen, ob der Ehemann sie verlassen hat oder einfach nur tot ist, aber auch ohne sich dafür zu interessieren). Und früher oder später finden sie heraus, dass sie im selben Dorf aufgewachsen sind. Immer bevor das Essen fertig ist. Vielleicht freuen sie sich darüber, aber man hört es ihnen nicht an. Die beiden Töchter trauen sich nicht einzutreten und das Gespräch zu unterbrechen. Wenige Minuten später kommen die beiden Mütter darauf, dass ihre Väter, die sie beide nicht mehr kennen gelernt haben, den gleichen Namen tragen.”

 

 

 

Werner_Rohner
Werner Rohner (Zürich, 1975)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ulrike Ulrich werd geboren in 1968 in Düsseldorf. Zij studeerde in Münster germanistiek, kunstgeschiedenis en communicatiewetenschappen. Daarna werket zij in Bochum op het gebied van de computerlinguistiek. In 1999 trok zij naar Wenen waar zij werkte aan de Schule für Dichtung. Ulrich schrijft gedichten, proza, draaiboeken, columns en hoorspelen en is tevens werkzaam als uitgeefster van bloemlezingen. Sinds 2002 woont zij in Zwitserland.

 

 

aufbruch

 

sie bricht schon lange auf.

packt ihren mut zusammen und das nötigste.

macht listen, was sie nicht vergessen darf.

gibt ausgeliehene bücher zurück,

lässt am fahrkartenschalter

in der schlange einen nach dem anderen vor.

vergewissert sich, dass die gleise noch dortliegen.

beobachtet menschen, die wegfahren.

abends, wenn die fernzüge die nacht durchmachen,

schaut sie unverhohlen in die liegewagenabteile.

sie schaut sich die gesichter der alleinreisenden an, die viel gepäck haben.

sie geht auf den bahnhof und sucht nach verwandten zügen.

wenn sie zurückkommt, fragt er sie nicht, wo sie war.

 

 

 

ulrich
Ulrike Ulrich (Düsseldorf, 1968)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 25 april 2008.

 

De Tsjechische dichter en vertaler Jindřich Hořejší werd geboren op 25 april 1886 in Praag.
Geschreven door Romenu om 20:01 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten