Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 22 mei 2010 tot 23 mei 2010

Gottfried Keller, Adriaan Roland Holst, Maarten Biesheuvel, Mitchell Albom, Lydia Rood


Prettige Pinksterdagen!

 

 

 

 

ElGreco
El Greco
Uitstorting van de Heilige Geest 

 

 

 

Berliner Pfingsten

 

Heute sah ich ein Gesicht,

Wonnevoll zu deuten:

In dem frühen Pfingstenlicht

Und beim Glockenläuten

Schritten Weiber drei einher,

Feierlich im Gange,

Wäscherinnen, fest und schwer!

Jede trug `ne Stange.

 

Mädchensommerkleider drei

Flaggten von den Stangen;

Schönre Fahnen, stolz und frei,

Als je Krieger schwangen,

Blau und weiß und rot gestreift,

Wunderbar beflügelt,

Frisch gewaschen und gesteift,

Tadellos gebügelt.

 

Lustig blies der Wind, der Schuft,

Lenden auf und Büste,

Und von frischer Morgenluft

Blähten sich die Brüste!

Und ich sang, als ich gesehn

Ferne sie entschweben:

Auf und laßt die Fahnen wehn,

Schön ist doch das Leben!

 

 

 

Gottfried Keller

 

 

 

 

Keller
Gottfried Keller (19 juli 1819 – 15 juli 1890)
Portret door Karl Stauffer-Bern

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Adriaan Roland Holst werd geboren op 23 mei 1888 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 23 mei 2009 en ook mijn blog van 23 mei 2008 en ook mijn blog van 23 mei 2007 en ook mijn blog van 23 mei 2006.

 

 

Ontmoeting

 

Verdwaald voorbij de laatste wegen
kwam ik mijn evenbeeld weer tegen.
Hij hield mij staande en zag mij aan:
wij zijn op aarde al lang vergaan,
over ons wordt voorgoed gezwegen.
Wij staan alleen onder de maan.

 

De maan scheen in zijn heldere ogen
die waren leeg en onbewogen.
Ik voelde mij erin vergaan
en zei: wat hebben wij misdaan,
was dan ons leven maar een logen?
Hij zweeg en liep van mij vandaan.
Ik bleef alleen onder de maan.

 

 

 

 

Ontroostbaar

 

Ik ging de duistere sparrenlaan tot aan
de hoek waar achter struikgewas en keien
een man bleef wachten tot hij zou vergaan,
een diep bedroefde maar die niet kon schreien.
Hij dacht aan haar die zijn hart meenam in
haar graf: dat was al vele trage jaren
geleden en al had het dan geen zin
er aan te denken en er naar te staren,
hij dacht er aan en staarde voor zich uit
en fluisterde haar naam en wou niet weten
dat zij er niet meer was en het geluid
van zijn naam in haar stem nu was vergeten
en dat het leven doorging als van ouds
meedogenloos en door zou blijven dreunen
en koud of warm zou zijn, en warm of koud,
en dat geen mens er zich om zou bekreunen
tot het einde der dagen als het nacht
wordt en geen de ander ooit meer kan aanschouwen
en wij, verlorenen van dit geslacht,
teloor gaan in een overweer wantrouwen.

 

 

 

 

Naar de kroeg

 

Hield ik maar minder van het volle leven
dat langzaam leegloopt en te sterven ligt.
De afbraak begon, de trots gaat mij begeven,
mijn oude botten kraken en ik zwicht
de drempel over naar mijn bed. De dekens
liggen nog net zo als vanmorgen vroeg
toen ik opstond - zijn dit ook voortekens?
Alles wijst naar de dood als naar een kroeg
waar ieder stombeschonken kan inslapen
en als het voor het laatste is zegt men zacht
fluisterend: goedennacht.
De predikant verklaart: hij is ontslapen.

 

 

 

 

 

Holst
Adriaan Roland Holst (23 mei 1888 - 5 augustus 1976)  

Jan Slauerhoff, Adriaan Roland Holst en Eddy du Perron

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Maarten Biesheuvel werd geboren in Schiedam op 23 mei 1939. Zie ook mijn blog van 15 december 2006 en ook mijn blog van 23 mei 2007 en ook mijn blog van 23 mei 2008 en ook mijn blog van 23 mei 2009.

 

Uit: Reis door mijn kamer

 

„Ik zal u door mijn kamer laten reizen tot het u duizelt! Ik zal u mijn kamer beschrijven precies zoals hij is, opdat mensen over duizend jaar weten hoe een kamer anno 1983 in Leiden, Nederland, eruitzag. Ik geloof dat iedereen graag wil weten hoe mijn kamer eruitziet, omdat hij of zij dan het arrangement van voorwerpen vergelijken kan met dat in de eigen kamer: ‘Dus daar heeft hij de schemerlamp staan?’ Ik heb trouwens gemerkt dat mensen die mijn huis bezoeken altijd het liefst mijn kamer willen zien. ‘Dus hier zit je nou altijd?’ vragen ze verbaasd alsof het eigenlijk niet mogelijk is. Wat doet het ertoe hoe groot het heelal is als mijn kamer voor mij al zo belangwekkend is?

Ik voer u eerst naar een grote foto achter glas in een zwarte lijst die boven mijn bed hangt. Daarop ziet u de kop van Nabokov die zelf door de leegte van het heelal reist. Hij kan niet meer schrijven, omdat hij dood is. Vladimir Nabokov is mijn grote voorbeeld, iedere dag denk ik aan hem. Een geniale grappenmaker. De foto is geknipt uit het Amerikaanse tijdschrift Life. Het moet in 1965 geweest zijn dat ik het blad met de foto van Nabokov vond en op de foto moet hij dus ongeveer zesenzestig jaar zijn. Hij heeft een kleine glimlach om zijn mond, draagt een gewoon jasje, een gewone das en overhemd. Maar op zijn neus zit de lorgnet van zijn grootmoeder geklemd en daardoor lijkt hij een beetje op een kip. Die foto is misschien het liefste ding dat ik in huis heb. Natuurlijk heb ik van mijn vader en moeder gehouden, maar hun portretten heb ik niet in mijn kamer hangen, ze hangen in de slaapkamer. Van het portret van Nabokov reizen wij met gezwinde spoed (een lunch zal worden gebruikt ter hoogte van de boekenkast en na de middag bent u vrij) naar mijn schrijfmachine. Die machine is een Remington uit 1912 en hij zal wat uiterlijk betreft niet veel verschillen van de Remington uit de ‘Remingtonnaja komnata’ (De Remington-kamer) van Lev Tolstoj die, zoals u weet, Kreutzersonate, Anna Karenina en Vojna i mir heeft geschreven.“

 

 

 

Biesheuvel
Maarten Biesheuvel (Schiedam, 23 mei 1939)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver, journalist en radiopresentator  Mitchell David Albom werd geboren op 23 mei 1958 in Passaic, New Jersey. Zie ook mijn blog van 23 mei 2009.

 

Uit: Have a Little Faith

 

„I once asked the Reb that most common of faith questions: why do bad things happen to good people? It had been answered countless times in countless ways; in books, in sermons, on Web sites, in tear-filled hugs. The Lord wanted her with him . . . ​He died doing what he loved . . . ​She was a gift . . . ​This is a test . . . ​

I remember a family friend whose son was struck with a terrible medical affliction. After that, at any religious ceremony—even a wedding—I would see the man out in the hallway, refusing to enter the service. “I just can’t listen to it anymore,” he would say. His faith had been lost.

When I asked the Reb, Why do bad things happen to good people?, he gave none of the standard answers. He quietly said, “No one knows.” I admired that. But when I asked if that ever shook his belief in God, he was firm.

“I cannot waver,” he said.

Well, you could, if you didn’t believe in something all-powerful.

“An atheist,” he said.

Yes.

“And then I could explain why my prayers were not answered.”

Right.

He studied me carefully. He drew in his breath.

“I had a doctor once who was an atheist. Did I ever tell you about him?”

No.

“This doctor, he liked to jab me and my beliefs. He used to schedule my appointments deliberately on Saturdays, so I would have to call the receptionist and explain why, because of my religion, that wouldn’t work.”

Nice guy, I said.

“Anyhow, one day, I read in the paper that his brother had died. So I made a condolence call.”

After the way he treated you?

“In this job,” the Reb said, “you don’t retaliate.”

 I laughed.“

 

 

 

mitchell
Mitchell Albom (Passaic, 23 mei 1958)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en columniste Lydia Rood werd geboren op 23 mei 1957 in Velp. Zie ook mijn blog van 23 mei 2007 en ook mijn blog van 23 mei 2008 en ook mijn blog van 23 mei 2009.

 

Uit: De Kus

 

„De vrouw schudde haar hoofd, sloeg haar omslagdoek dichter om zich heen en porde in het vuur. Het was maar een armzalig vuurtje, veel warmte kwam er niet af.
‘Ik hoop maar dat Grietje het brood niet aan de vogeltjes voert,’ zei ze. ‘Ze heeft zo’n goed hart. En ze houdt van dansen, weet je dat?’
‘Welnee,’ zei de man. Hij slurpte. ‘Dansen, wat een onzin.’
‘Gelukkig heeft ze Hans om op haar te passen. Hans is zo’n slimme jongen. Hij lijkt sprekend op jou.’
‘Waarom zeg je dat?’ vroeg de man wantrouwend.
‘Nou, omdat het zo is. Hans heeft jouw ogen, jouw neus, en jouw voeten. Echt sprekend. En zo moedig, echt een zoon van jou.’
‘Ik heb het altijd een achterbaks joch gevonden,’ zei de man. Hij gooide zijn kom aan de kant en pakte de soeppot om hem uit te slurpen.
‘Bedoel je soms te zeggen dat hij een koekoeksjong is?’ vroeg de vrouw met haar handen op haar heupen. Ze rechtte haar rug en ging pal voor haar man staan. ‘Waar beschuldig jij mij van, man? Heb je hem daarom zo diep het bos in gebracht?’

 

 

Rood
Lydia Rood (Velp, 23 mei 1957)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e mei ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 08:40 Reageer op dit bericht

Susan Cooper, Friedrich Achleitner, Jane Kenyon, Jack McCarthy, Jean Markale, Pär Fabian Lagerkvist, Annemarie Schwarzenbach

De Britse schrijfster Susan Cooper werd op 23 mei 1935 geboren in Buckinghamshire. Zie ook mijn blog van 23 mei 2009.

 

Uit: The Dark Is Rising

 

„The walk down Tramps' Alley began soon to be less fun than he had expected. Will's ankles ached from the strain of kicking a way through the snow. The parcels were awkward to carry. The red-golden glow from the sun died away into a dull greyness. He was hungry, and he was cold.

Trees loomed high on his right: mostly elms, with an occasional beech. At the other side of the track was a stretch of wasteland, transformed by the snow from a messy array of rank weeds and scrub into a moon-landscape of white sweeping slopes and shaded hollows. All around him on the snow-covered track twigs and small branches lay scattered, brought down from the trees by the weight of the snow; just ahead, Will saw a huge branch lying right across his path. He glanced apprehensively upward, wondering how many other dead arms of the great elms were waiting for wind or snow-weight to bring them crashing down. A good time for collecting firewood, he thought, and had a sudden tantalising image of the leaping fire that had blazed in the fireplace of the great hall: the fire that had changed his world, by vanishing at the word of his command and then obediently blazing into his life again.

As he stumbled along in the cold snow, a sudden wild cheerful idea sprang up in his mind out of he thought of that fire, and he paused, grinning to himself. You gonna fix it? Well, no, friend, I probably can't get you a warm Christmas day really, but I could warm things up a bit here, now. He looked confidently at the dead branch lying before him, he said to it softly, mischievously, "Burn!"

 

 

 

Cooper
Susan Cooper (Buckinghamshire, 23 mei 1935)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver en architect Friedrich Achleitner werd geboren op 23 mei 1930 in Schalchen. Zie ook mijn blog van 23 mei 2009.

 

Uit: Einschlafgeschichten

 

„1 karl sparschwein – der name war ein pseudonym, das auf einen sparkassenbeamten im mittleren management gut passte –, karl sparschwein also war der meinung, dass er sich ein originelles pseudonym ausgesucht habe.

2 karl sparefroh war schweizer, etwas einfachen gemüts und nicht besonders gut mit humor ausgestattet. von einem pseudonym hat man ihm abgeraten, was er, ohne die miene zu verziehen, befolgte.

3 karl sparschwein hat, wie man weiß, ein zusammengesetztes pseudonym verwendet. das spar bezog sich auf seinen beruf und das schwein auf ihn selbst.

4 franz freudenschuss war schweizer vom scheitel bis zur sohle, womit aber nicht bewiesen ist, dass er auch wirklich eine sohle hatte.

5 georg ungestüm war so lahmarschig, dass ihm sogar das von der gemeinde aufgezwungene pseudonym nichts nutzte.

6 milchreis ist kein name, erklärte unlängst der berühmte namensforscher hans-walther reisfleisch. milchreis nicht.
7 karl schweizer war siebenbürger. er trug diesen namen, weil die sachsen jene leute, die die kühe molken, schweizer nannten. in der schweiz war er nie. er durfte auch als kind beim blinde-kuh-spiel nie mitmachen.

es ist vier uhr früh. ich liege im romantikhotel stern in chur. ich habe jetzt sieben mal das licht aufgedreht und hoffe inbrünstig, dass mir keine blöde geschichte mehr einfällt. kaum hatte ich das licht wieder ausgedreht, kam ein anruf der schweizer landesverteidigung, sie hätten meine lichtsignale aus dem zimmer 306 (mit der bezeichnung: alt landammann dr. christian jost nationalrat und bankpräsident der gkb) empfangen, aber keinen passenden code. mich überkam ein berauschendes machtgefühl, und ich schlief sofort ein.

als vor meinem fenster ein böller krachte und ich nachschaute, was los war, sah ich, dass auf der straße niemand, jedoch vollmond war.“

 

 

 

achleitner_friedrich
Friedrich Achleitner (Schalchen, 23 mei 1930)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en vertaalster Jane Kenyon werd geboren op 23 mei 1947 in Ann Arbor, Michigan. Zie ook mijn blog van 23 mei 2009.

 

 

February: Thinking of Flowers 

 

Now wind torments the field,

turning the white surface back

on itself, back and back on itself,

like an animal licking a wound.

 

Nothing but white--the air, the light;

only one brown milkweed pod

bobbing in the gully, smallest

brown boat on the immense tide.

 

A single green sprouting thing

would restore me. . . .

 

Then think of the tall delphinium,

swaying, or the bee when it comes

to the tongue of the burgundy lily. 

 

 

 

 

Dutch Interiors 

 

Christ has been done to death

in the cold reaches of northern Europe

a thousand thousand times.

Suddenly bread

and cheese appear on a plate

beside a gleaming pewter beaker of beer.

 

Now tell me that the Holy Ghost

does not reside in the play of light

on cutlery!

 

A Woman makes lace,

with a moist-eyed spaniel lying

at her small shapely feet.

Even the maid with the chamber pot

is here; the naughty, red-cheeked girl. . . .

 

And the merchant's wife, still

in her yellow dressing gown

at noon, dips her quill into India ink

with an air of cautious pleasure.

 

 

 

 

jane-kenyon
Jane Kenyon (23 mei 1947 – 22 april 1995)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en slam poet Jack McCarthy werd geboren op 23 mei 1939 in Massachusetts. Zie ook mijn blog van 23 mei 2009.

 

 

Even Though 

 

We were sitting in our armchairs,

feet up, blankets over legs,

watching a DVR on TV,

and when it ended and I deleted it,

the cable box defaulted to Americana music,

John Fogarty singing “Don’t You Wish It Was True,”

 

and simultaneously,

Carol’s toes and mine started

tapping—well, not really tapping,

there was nothing actually to tap against,

just wiggling the blankets.

 

Carol noticed the synchronism before I did,

and said, “This is how old people dance,”

and we both laughed. Even though

it wasn’t the least bit funny,

we had a good laugh.

Both of us.

Together.

 

 

 

 

jackmccarthy
Jack McCarthy (Massachusetts, 23 mei 1939)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 23 mei 2009.

 

De Franse dichter en schrijver Jean Markale (eig. Jacques Bertrand) werd geboren in Parijs op 23 mei 1928.

 

De Zweedse schrijver Pär Fabian Lagerkvist werd geboren in Växjö op 23 mei 1891 in Stockholm. Zie ook mijn blog van 23 mei 2007 en ook mijn blog van 23 mei 2008

 

De Zwitserse schrijfster Annemarie Schwarzenbach werd geboren op 23 mei 1908 in Zürich.

Geschreven door Romenu om 08:30 Reageer op dit bericht

Johannes R. Becher, Robert Neumann, Gérard de Nerval, Catulle Mendès

De Duitse dichter en politicus Johannes Robert Becher werd geboren in München op 22 mei 1891. Zie ook mijn blog van 22 mei 2009.

 

 

Auswahl

 

Die wenig gelungenen Stellen
aus meinen kaum gelungenen Gedichten
wird man auswählen,
um zu beweisen,
ich wäre euresgleichen.

Aber dem ist nicht so:
Denn ich bin
meinesgleichen.

So werde ich auch im Tode
mich zu wehren haben,
und über meinen Tod hinaus
- wie lange wohl? -
erklären müssen,
dass ich meinesgleichen war
und dadurch euresgleichen,
aber nicht euresgleichen
in eurem Sinne.

Indem ich mir glich,
glich ich euch.
Aber nur so.

 

 

 

 

Über das Sonett

 

Ich hielt gar lange das Sonettgeflecht

für eine Form, veraltet und verschlissen,

die alten Formen habe ich zerrissen

und dichtete mir neue, schlecht und recht.

 

Die neuen Formen, waren sie denn echt?

Und prägten sie der neuen Zeit Gewissen?

Die Form zu ändern all zu sehr beflissen,

ward ich dem neuen Wesen nicht gerecht.

 

Wenn ihr die alten Formen so zerbrecht

und wenn ihr meint, ein neues Formgepräge

nur täte not, die alte Form sei träge

 

und durch Gebrauch und Missbrauch abgeschwächt:

Bedenkt, die neuen Formen, die beginnen,

entstehen, uns kaum sichtbar und von innen.

 

 

 

Becher

Johannes R. Becher (22 mei 1891 - 11 oktober 1958)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Robert Neumann werd geboren op 22 mei 1897 in Wenen. Zie ook mijn blog van 22 mei 2009.

 

Uit: Mein Freund Arnold Zweig

 

„Als ich Arnold Zweig zum erstenmal traf, war ich so um die dreißig Jahre alt, und er war um die vierzig und hatte den „Sergeant Griscka" geschrieben und war ein großer Mann.  

dot.gif

Auch ich hatte eben meinen ersten wirklichen Roman geschrieben — sagen wir vorsichtigerweise: meinen ersten dicken Roman. Er hieß: „Sintflut", ich habe ihn kürzlich wieder in der Hand gehabt, er ist so schauerlich schön wie am ersten Tag, und was mir damals ein kleines Rühmehen einbrachte, war, daß dieses Buch originellerweise keinen einzelnen „Helden" hatte — Held war das Kollektiv, die ganze hundertgesichtige Gemeinschaft einer großen Stadt, die zum Teil korrupt-kapitalistisch und zum Teil edel-revolutionär war und auch danach handelte.

Wien war damals — gleich Budapest — eine Exportstadt. Export-Wiener gingen nach Berlin, um berühmt zu werden. In Berlin herrschte Arnold Zweig. Wo ich damals von ihm in Audienz empfangen wurde, das weiß ich nicht mehr. Wohl aber weiß ich: er hatte „Sintflut" gelesen und verurteilte mein Meisterwerk ungemein, „junger Mann", sagte er, „Koliektiv-Helden, das geht nicht. Sie müssen Individuen darstellen, unverwechselbare Charaktere, das Schicksal des einzelnen!"

Ich bin Arnold Zweig immer für diesen Rat dankbar geblieben. Ich hebe ihn befolgt, Zweig hat recht gehabt, er ist der Verantwortlicne für meine weitere Entwicklung. Damals natürlich protestierte ich heftig.“

 

 

 

Neumann
Robert Neumann (22 mei 1897 – 3 januari 1975)

 

 

 

 

De Franse schrijver Gérard de Nerval (pseudoniem van Gérard Labrunie) werd geboren in Parijs op 22 mei 1808. Zie ook mijn blog van 22 mei 2009.

 

 

Il est un air...

 

Il est un air, pour qui je donnerais,

Tout Rossini, tout Mozart et tout Weber.

Un air très vieux, languissant et funèbre,

Qui pour moi seul a des charmes secrets!

 

Or, chaque fois que je viens à l'entendre,

De deux cents ans mon âme rajeunit...

C'est sous Louis treize; et je crois voir s'étendre

Un coteau vert, que le couchant jaunit;

 

Puis un château de brique à coins de pierre,

Aux vitraux teints de rougeâtres couleurs,

Ceint de grands parcs, avec une rivière

Baignant ses pieds, qui coule entre les fleurs;

 

Puis une dame à sa haute fenêtre,

Blonde aux yeux noirs, en ses habits anciens,

Que dans une autre existence peut-être,

J'ai déjà vue...et dont je me souviens!

 

 

 

 

Caligula - Ier chant

 

L'hiver s'enfuit ; le printemps embaumé
Revient suivi des Amours et de Flore ;
Aime demain qui n'a jamais aimé,
Qui fut amant, demain le soit encore !

Hiver était le seul maître des temps,
Lorsque Vénus sortit du sein de l'onde ;
Son premier souffle enfanta le printemps,
Et le printemps fit éclore le monde.

L'été brûlant a ses grasses moissons,
Le riche automne a ses treilles encloses,
L'hiver frileux son manteau de glaçons,
Mais le printemps a l'amour et les roses.

L'hiver s'enfuit, le printemps embaumé
Revient suivi des Amours et de Flore ;
Aime demain qui n'a jamais aimé,
Qui fut amant, demain le soit encore !

 

 

 

 

nerval

Gérard de Nerval (22 mei 1806 – 26 januari 1855)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Catulle Mendès werd geboren op 22 mei 1841 in Bordeaux. Zie ook mijn blog van 22 mei 2009.

 

 

Le poète doute si les jeunes hommes...

ont raison de changer d'amour

Au brin d'herbe qu'elle a quitté
Songe la cigale infidèle ;
Meilleur exemple, l'hirondelle
N'a qu'un nid pour plus d'un été.

Vaudras-tu la réalité,
Bonheur rêvé qui fais fi d'elle ?
Au brin d'herbe qu'elle a quitté
Songe la cigale infidèle.

Pour fragile, hélas ! qu'ait été
L'amour qui fut notre tutelle,
Qui sait si notre âme, cette aile,
N'était pas plus en sûreté
Au brin d'herbe qu'elle a quitté ?

 

 

 

mendes_catulle
Catulle Mendès (22 mei 1841 – 7 fenruari 1909)


 

Geschreven door Romenu om 20:18 Reageer op dit bericht

Erik Spinoy, Arthur Conan Doyle, Anne de Vries, Kees Winkler,

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook mijn blog van 22 mei 2006 en ook mijn mijn blog van 22 mei 2008 en ook mijn blog van 22 mei 2009.

 

 

Moederkoorn

 

Waar warm de hoeve lag

in glooiend land

met goud en zolders,

stof en koren, hooi.

 

Staat alles strak

onder de sikkel

op het zwart gestikt.

Zit, graan en daken,

onder schimmel. Dicht.

 

Een lege plek.

De rest.

 

 

 

Un voyage lointain

 

Een kwade vraag, dat was.

 

Het oude lichaam,

als een koffer,

op de leunstoel

klaargezet.

 

Blauwogig,

ingekleed.

Doodstil, halfweg

ontvleesd.

 

De molen draait.

Muziek speelt op het kermisfeest.

We hollen weg.

We lachen om het meest.

 

 

 

 

Spinoy
Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

 

 

 

 

De Britse schrijver Sir Arthur Conan Doyle werd geboren in Edinburgh op 22 mei 1859. Zie ook mijn blog van 22 mei 2007 en ook mijn mijn blog van 22 mei 2008 en ook mijn blog van 22 mei 2009.

 

Uit: De Agra-schat (The Sign of Four)

 

“De kennis der gevolgtrekking.

Sherlock Holmes nam zijn flesch van den schoorsteenmantel en zijn werktuig voor onderhuidsche inspuitingen uit zijn marokijnen foudraal. Met zijne lange, witte, zenuwachtige vingers bracht hij de fijne naald in orde, en schoof de linkermouw van zijn overhemd omhoog. Gedurende eenigen tijd bleven zijne oogen nadenkend op den gespierden voorarm en pols gericht, die met ontelbare teekenen van inprikkingen als bezaaid waren. Eindelijk trok hij de scherpe punt terug, drukte den kleinen piston omlaag en zonk met een langen zucht van voldoening in den fluweelen armstoel terug.

Driemaal per dag was ik reeds gedurende verscheidene maanden getuige geweest van deze verrichting, maar de gewoonte was bij mij in dit opzicht geen tweede natuur geworden. Integendeel, van dag tot dag stond mij het gezicht ervan meer tegen, en elken avond verweet ik mij mijn gebrek aan moed, om mij er tegen te verzetten. Herhaaldelijk had ik mij reeds ten stelligste voorgenomen om mij daaromtrent de noodige opheldering te verschaffen; maar er lag zooveel koele onverschilligheid in het voorkomen van mijn metgezel, dat elkeen zich wel in acht zou nemen zich eene onbescheidenheid tegenover hem te veroorloven. Zijn kracht, zijn gebiedend uiterlijk, en de ondervinding die ik bezat omtrent zijne vele buitengewone eigenschappen, dit alles hield mij ervan terug en maakte mij besluiteloos om hem in den weg te treden.

Maar, op bovenvermelden achtermiddag,--hetzij dan tengevolge van den meer dan gewonen en krachtigen wijn, dien ik bij mijn lunch gedronken had, of dat mijne zelfbeheersching ten einde was, gevoelde ik dat ik mij niet langer kon bedwingen.”

 

 

 

ConanDoyle
Arthur Conan Doyle (22 mei 1850 – 7 juli 1930)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Anne de Vries werd geboren op 22 mei 1904.

 

Uit: Werken en droomen (Evert in turfland)

 

“Evert was druk aan 't werk.

't Was Zaterdagmiddag en dan harkte hij altijd het erf en de tuinpaadjes op. Dat was zijn werk en hij deed dat graag.

's Zondags moest alles netjes zijn. Dan had moeder het fornuis ook glad gepoetst en de straatjes geschrobd. En vader veegde vanavond nog de deel schoon en zette het gereedschap op zijn plaats.

Zondag was de dag der rust. Dan was alles anders dan door de week, vond Evert. De baggermachines in 't veen waren anders, want uit hun lange, zwarte pijpen steeg geen rook en ze bromden ook niet. En váder was anders, want hij droeg dan een wit overhemd en was den heelen dag thuis. En moeder ging dan ook niet naar 't veen natuurlijk. Fijn was dat! Ja, de heele wereld was dan anders. 't Leek wel, alsof de zon anders scheen en het varken minder luid schreeuwde op dien dag.

Evert had zijn kiel er bij uitgetrokken, 't Was ook zoo warm! Het zweet stond in droppeltjes op zijn voorhoofd.

Vóór 't huis, bij den zandweg, was hij begonnen. Dien harkte je natuurlijk niet! Tòch had hij nog een strookje buiten het hek bewerkt. Dat stond zoo àf! Als vader dan vanavond thuis kwam, kon hij al dadelijk zien, dat alles weer in de puntjes was. Nu op zij langs het huis nog. Dat eerste stuk tot de deur was het moeilijkst. De grond was er zoo vast geloopen! Je moest heel hard drukken, om mooie duidelijke streepjes te maken.

Eigenlijk hoefde dat niet. Vader lachte er altijd om en zei: ‘Harken is geen teekenen!’ Hij vond het genoeg als je alle strootjes en blaadjes maar goed meenam. Maar Evert was dat met vader niet eens. Hij móést streepjes zien. Dan werd het veel mooier. Dan kon je nog eens zien, dat je wat gedaan had ook. En daarom drukte hij er stevig op los en trok diepe, rechte lijnen door het harde pad.”

 

 

 

450px-Anne_de_Vries_Rolde
Anne de Vries (22 mei 1904 – 29 november 1964)

Buste van Anne de Vries bij het streekmuseum in Rolde, het dorp van Bartje

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Kees Winkler werd op 22 mei 1927 in Hoorn geboren.

 

 

Zondag

 

Spreeuwen kwetteren dat het lente is
de tuinmeubelen tevoorschijn gehaald
en in de zon gaan zitten kijken naar de mieren
die een autostrada aanleggen op ons terras

Later, binnen, het strijklicht over de anemonen
rose en paars gloeiend in de lenteavond
ik dacht: God is een natuurkundige formule
die het licht over de bloemen breken laat

Nog later gedachten over liefde
hoe men ook met een ander had kunnen zijn
met geregelde bewassing en een kopje koffie

Maar deze gedachten als defaitistisch verworpen
en samen met Judy gekeken naar Venus
die in conjunctie stond met de maan

 

 

 

winkler_hoorn
Kees Winkler (22 mei 1927 –  1 april 2004)

Hoorn

 

 

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 22 mei 2007 en ook mijn blog van 22 mei 2009.

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:05 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten