Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 11 juli 2010 tot 12 juli 2010

Pablo Neruda, Carla Bogaards, Stefan George, Driek van Wissen, Peter Edel

De Chileense dichter Pablo Neruda (eig. Ricardo Eliecer Neftalí Reyes Basoalto) werd geboren in Parral op 12 juli 1904. Zie ook mijn blog van 12 juli 2007 en ook mijn blog van 12 juli 2008.

 

 

Mocht je me vergeten

Mocht je me vergeten
wil ik dat
je één ding weet:

 

Als ik kijk naar de kristalmaan,
de rode tak van trage herfst
bij mijn raam,
als ik, bij het vuur gezeten,
de ongrijpbare as neem
of rimpelig lijf van brandhout,
weet je,
dat alles mij tot jou voert,
alsof alles wat bestaat,
geuren, licht, metalen,
scheepjes zijn die varen
naar jouw eilanden
die me verwachten.

 

Welnu dan,
als beetje bij beetje
jouw liefde voor mij minder wordt,
zal beetje bij beetje
mijn liefde voor jou minder worden.

 

Als je me plotseling vergeet,
zoek me niet,
want ik zal je reeds vergeten zijn.

 

Als je de wind van vlaggen
die door mijn leven waait
waanzinnig en lang vindt,
en je besluit
me aan de oever te laten
van het hart waarin ik wortel
bedenk
dat op die dag, op dat uur,
ik mijn armen op zal heffen,
dat mijn wortels naar buiten komen
om andere grond te zoeken.

 

Maar als je dag na dag,
uur na uur, voelt
- onverzoenlijk lief -
dat je voor mij bestemd bent,
als, dag na dag, een bloem
aan je lippen ontstijgt
om mij te zoeken,
ach dan, allerliefste,
komt dat vuur weer in mij op,
in mij blust niets
of wordt vergeten,
mijn liefde voedt zich
aan jouw liefde:

 

zolang je leeft
zal mijn liefde
in jouw armen zijn
zonder mijn armen
te verlaten.

 

 

 

 

 

Sonnet XVII

 

Ik bemin je niet als was je een roos van zout, topaas,
of een pijl van anjers die het vuur voortstuwen.
Ik bemin je zoals men houdt van zekere donkere zaken,
heimelijk, tussen de schaduw en de ziel.

 

Ik bemin je als de plant die niet bloesemt maar
het licht van de bloemen leidt, verborgen, in zich,
en dankzij jouw liefde leeft de krappe geur die
uit de aarde stijgt duister in mijn lijf.

 

Ik bemin je zonder te weten hoe, of wanneer, of waarvan.
Ik bemin je onmiddellijk zonder problemen of trots.
Ik bemin je zo omdat ik het op geen andere manier kan

 

Behalve op deze wijze die ik niet ben, noch jij,
zo dicht dat je hand op mijn borst de mijne is,
zo dicht dat jouw ogen zich sluiten met mijn droom.

 

 

 

 

Vertaald door Catharina Blaauwendraad

 

 

 


688992-60232b78b3a6b4223cfdd2d7a76ad329.jpg
Pablo Neruda (12 juli 1904 – 23 september 1973)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Carla Bogaards werd geboren in Voorburg op 12 juli 1947. Zie ook mijn blog van 12 juli 2007 en ook mijn blog van 12 juli 2008.

 

 

God weet dat ik de ganzen hoor overvliegen

 

God weet dat ik de ganzen hoor overvliegen, dat is de onontkoombaarheid
van de herfst de seizoenen van het leven verwijt het god niet alsjeblieft iedereen
heeft een grote mond over die onontkoombaarheid, alsof je leven een wagentje is
dat wordt voortgetrokken over het schelpenpad door een ezeltje, echter en dat is essentieel,
op de bok zit het Leven naast hem de Dood ze bekvechten een beetje wanneer het ezeltje
zijn vijgen als een paardje laat vallen moet het Leven schaterlachen, komische anekdote

het leidt tot niets, eten, drinken schijten en doodgaan zelfs de hond wordt oud
ademt zwaar en piepend maar het kind is jong hij slaat geen acht op het timide roepen
van de overvliegende ganzen hun trektocht naar het zuiden, dezelfde zinloosheid als ons trekken van hot naar her, liefdes steden huizen, het kind hoort hoe de korenaar groeit het visje ademt en verdwaalt, we weten nog niet dat god luistert naar de ganzen, net als wij, ik wist bijvoorbeeld vroeger niet dat wat god begrijpt zijn latente bewogenheid mijn twijfel

hierover uitspreken is net zoiets als de holle stengel van de amaryllis knakken met
twee handen noch wist ik dat ik leefde zonder het ooit te hebben gewenst om te leven
o wenst een kind het wel kent hij daarom het hemelrijk, zelfs wanneer zon of maan verscholen gaan achter mist en nevels, kent hij het nieuwe kind dat groeit in de buik van zijn moeder, het eerstgeboren kind luistert nog niet naar overvliegende ganzen ik schreef toch al dat de ezel over hem moest waken als hij slaapt, de nacht moest zijn liefdesnacht voor zijn ouders, de ezel wordt geboren het kind te bewaken of omdat god het wenste, of omdat de ezel bezield is.

 

 

 

 688992-e53efb6cf88096ad5bb5c615f5f6f4c2.jpg

Carla Bogaards (Voorburg, 12 juli 1947)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Stefan George werd geboren op 12 juli 1868 in Büdesheim. Zie ook mijn blog van 13 juli 2006. en ook mijn blog van 12 juli 2007  en ook mijn blog van 12 juli 2008.

 

 

Da waren trümmer nicht...

 

Da waren trümmer nicht noch scherben
Da war kein abgrund war kein grab
Da war kein sehnen war kein werben:
Wo eine stunde alles gab.

Von tausend blüten war ein quillen
Im purpurlicht der zauberei.
Des vogelsangs unbändig schrillen
Durchbrach des frühlings erster schrei.

Das war ein stürzen ohne zäume
Ein rasen das kein arm beengt –
Ein öffnen neuer duftiger räume
Ein rausch der alle sinne mengt.

 

 

 

 

Es lacht in dem steigenden Jahr dir

 

Es lacht in dem steigenden Jahr dir

Der Duft aus dem Garten noch leis,

Flicht in das flatternde Haar dir

Eppich und Ehrenpreis.

 

Die wehende Saat ist wie Gold noch,

Vielleicht nicht so hoch mehr und reich.

Rosen begrüßen dich hold noch,

Ward auch ihr Glanz etwas bleich.

 

Verschweigen wir, was uns verwehrt ist,

Geloben wir, glücklich zu sein,

Wenn auch nicht mehr uns beschert6 ist,

Als noch ein Rundgang zu zwein.

 

 

 

 

Wir schreiten auf und ab im reichen flitter

 

Wir schreiten auf und ab im reichen flitter

Des buchenganges1 beinah bis zum tore

Und sehen aussen in dem feld vom gitter

Den mandelbaum zum zweitenmal im flore.

 

Wir suchen nach den schattenfreien bänken

Dort wo uns niemals fremde stimmen scheuchten •

In träumen unsre arme sich verschränken •

Wir laben uns am langen milden leuchten

 

Wir fühlen dankbar wie zu leisem brausen

Von wipfeln strahlenspuren auf uns tropfen

Und blicken nur und horchen wenn in pausen

Die reifen früchte an den boden klopfen.

 

 

 

 

688992-8a6599cd2687423d7552a4248c5ee8e2.jpg
Stefan George (12 juli 1868 – 4 december 1933)

Monument in Bingen am Rhein

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Driek van Wissen werd geboren in Groningen op12 juli 1943. Zie ook mijn blog van 12 juli 2007 en ook mijn blog van 12 juli 2008  en ook mijn blog van 21 mei 2010.

 

 

Zeeslag 

 

Terwijl het strand, veroverd door de eb,

natuurlijk door de vloed herwonnen wordt

en allengs tot de helft wordt ingekort

ervaar ik weer wat ik ervaren heb:

 

een kleine jongen ben ik met een schep,

hernekkig vechtend voor een wankel fort

totdat het weldra toch is ingestort -

de zee geeft op het laatst de volle mep;

 

een klap, die onafwendbaar komen moet,

maar toch, bij elke aanval van het water

verweer ik, driftig scheppend, mij fanater

en weet ik niet van wijken voor de vloed.

 

Ook nu, een half bestaan of meer al later,

geeft mij de wanhoop dikwijls nieuwe moed.

 

 

 

 

688992-a856bea9c7254faa9b0ad3f883f89dfe.jpg
Driek van Wissen (12 juli 1943 – 21 mei 2010)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en graficus Peter Edel (eig. Peter Hirschweh) werd geboren op 12 juli 1921 in Berlijn.

 

Uit: Wenn es ans Leben geht

 

„Wenn Worte wie Blitze treffen können – diese taten es. Groß und größer wuchsen sie vor mir auf, als stünden sie nicht wie alle übrigen kleingedruckt in gotischen Lettern da, sondern riesenhaft gezackt und abgehoben ... Und schrieb und schrieb an weißer Wand Buchstaben von Feuer, und schrieb und schwand ... Jählings aufzuckendes Bild: Menetekel im Königssaal des Belsazar.

[...]

Mich mit Gewalt aufrecht haltend, vor kurzem noch endgültigem Zusammenbruch nahe, stand ich erneut vor einem Peiniger, der aus dem Aktenvermerk in seiner Liste ersehen konnte, was diese "Figur" sich erdreistet hatte, in welche Kategorie sie einzustufen sei; klar, daß so was den fälligen Rest erhalten mußte mittels einer kleinen Ex­tradressur, bloß so zum Exempel. [...]

"Was bist du?" fragte er bedrohlich sanft. Und es ge­nügte nicht die eingedrillte, stets geforderte, stets gegebene Antwort: Geltungsjude. Es mußte heißen: Ein Verbrecher bin ich.

"Verbrecher!" stöhnte ich, von einem Bauchtritt niedergeworfen.

"Jawoll!" kam’s zurück. "Verbrecher, Saujud, Bolschewikenhund! Was bist du?"

Es genügte nicht. Immer rascher, in gräßlichem Stakkato hörte ich dies unaufhörliche "Was bist du?" über mir, vor mir, neben mir.

"Nationalität?"

"Deutsch", röchelte ich nur noch.

Er trampelte mir die Stiefel in den Leib, riß mich hoch. Brüllte: "Du? Ein Deutscher? Hast wohl schon vergessen, was du bist?! Na, was?"

 

 


 688992-5c93fcba954b60ba3f4ccb058faa4434.jpg

Peter Edel (12 juli 1921 – 7 mei 1983)

Getekend in Sachsenhausen door medegevangene Leo Haas

 

 

 

 

 

De Poolse schrijver, schilder en graficus Bruno Schulz werd geboren op12 juli 1892 in Drohobycz, in Galicië. Zie ook mijn blog van 12 juli 2007..

 

Uit:  The Cinnamon Shops  (Vertaald door John Curran Davis)

 

„IN JULY, my father went to take the waters, and he left me, with Mother and my older brother, at the mercy of the summer days, glowing white and stunning. Stupefied by the light, we leafed through the great book of those holidays, in which every page was ablaze with splendour, and had, deep down, a sickly sweet pulp of golden pears.

Adela returned on luminous mornings, like Pomona from the fire of the enkindled day, tipping from her basket the colourful beauty of the sun — glistening wild cherries, full of water under their transparent skins; mysterious black cherries with an aroma that surpassed what would be realised in their taste; and apricots, the core of the long afternoons lying in their golden pulp. And alongside that pure poetry of fruit she unloaded slices of meat and a keyboard of calf ribs, swollen with energy and goodness, and algae of vegetables that called to mind slaughtered octopus and jellyfish — the raw material of dinner, its flavours still unformed and sterile, dinner’s vegetative and telluric ingredients with their wild, fresh from the field aroma.

    Through a dark apartment on the first floor of a tenement on the market square, every day of that whole great summer, there passed: the silence of shimmering veins of air; squares of radiance dreaming their fervid dreams on the floor; a barrel organ melody struck from the deepest golden vein of the day; and two or three measures of a refrain played over and over again on a grand piano somewhere, swooning in the sunshine on the white pavements, lost in the fire of the deep day. Her housework done, Adela threw a shadow over the rooms, drawing down the linen blinds. The colours then fell an octave deeper; the parlour filled up with darkness as if plunged into the luminosity of the deep sea — still dimly reflected in mirrors of green — while all the torrid heat of the day went on breathing on the blinds, swaying gently to the reveries of the midday hour.“

 

 

 

688992-3cbf992b264b1a92040102281f1f8c58.jpg
Bruno Schulz (12 juli 1892 - 19 november 1942)

Zelfportret


Zie voor nog meer schrijvers van de 12e juli ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 20:07 Reageer op dit bericht

Ludwig Rubiner, Max Jacob, Henry David Thoreau, Bruno Schulz, Hermann Conradi, Hans Koning, Gerben Willem Abma

De Duitse dichter, essayist en criticus Ludwig Rubiner werd geboren op 12 juli 1881 in Berlijn.

 

 

Dieser Nachmittag (Fragment)

 

  An diesem Nachmittag standen alle Kellerfenster offen, das faule Stroh wurde hinter den Polizeitritten auf die Straße geschmissen und zersank.

 

  Die Fabriken stießen spinnwebene Fenster auf, Sauseluft um eiligen Ölgestank.

  Unter den dumpfen Brückenbögen räkelten sich Geschwüre und blaßnacktes Fleisch, Fetzen, Lauslöcher, Wunden mit Maden.

  Hinter den Bänken in grell dürren Parks, aus bestaubten Büschen krochen Beine hervor auf die feinen Promenaden.

 

  In Paris, rauschend in Hell, in dem Hammerschlag New York, in Frisco voll Straßenbahndampf, dem harten, schattenlosen Madrid, London, dem gasflammengelben,

 

  Im Leierkastengeklirr Berlins unter Springbrunnen sonnenstaub geklopfter Teppiche, im Neuen Heil Berlin, vorbei an den fetten Riesenbrotreihen der Straßen

  Brachen bleiche Köpfe empor, Aufbruch unterirdischer Riesenpusteln,

 

  Faserhaare dünn über gequetschten Wurmmäulern; brauenlos runde Augen wie von ertränktem Aas messen die Straßen ab, Fliegen steigen klebrig auf vom Geruch,

 

  Die Erde erhebt das Haupt der Bleichen,

  O unsichrer Marsch der Halbtoten, Nächtigen, ewig Versteckten. Blaßweiße Wurzelmienen, o Letzte, Unterste, Sarglose, ewig Halbeingegraben in kalten saugenden Dreck, tastender Zug in spähender Unsicherheit, die Nacht ist nicht da, sie dürfen sehen. Sie sehen.

 

  Sie sehen.

 

  Der Himmel lief ihnen wie ein dünner Faden blau über die Erde hin. Aber in der Straße sahen sie den langen aufschießend flammenden Finger des Lichts.

  O gab es noch Häuser, schwere Straßen, Schutzleute mit halten Stiefeln? Das himmlische Licht bergan schmolz mild zur rötlichen Kugel halb hinter Dächern auf.

 

 

 


688978-a3fc909e5d4e40619a3e71b60808dda1.jpg
Ludwig Rubiner (12 juli 1881 – 28 februari 1920)

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Max Jacob werd op 12 juli 1876 geboren in Quimper. Zie ook mijn blog van 13 juli 2006. en ook mijn blog van 12 juli 2007 en ook mijn blog van 12 juli 2008.

 

 

GÉNÉROSITÉ ESPAGNOLE

 

Par un Espagnol de mes amis, le roi d'Espagne m'a fait donner trois gros diamants sur une chemise, une collerette de dentelle sur une veste de toréador, un portefeuille contenant des recommandations sur la conduite de la vie. Voitures ! boulevards, visites chez des amis: la bonne couchera-t-elle avec moi ? M. S. L. a tendu la main à G. A. qui la lui a refusée sans motifs. Je suis raccommodé avec les Y... Or, voici qu'à la Bibliothèque nationale je m'aperçois que je suis surveillé. Quatre employés s'avancent vers moi avec une épée de poupée chaque fois que je cherche à lire certains livres. Enfin un tout jeune groom s'avance: " Venez! " me dit-i1. Il me montre un puits caché derrière les livres; il me montre une roue de planches qui a l'air d'un instrument de supplices : " Vous lisez des livres sur l'Inquisition, vous êtes condamné à mort! " et je vis que sur ma manche on avait brodé une tête de mort: " Combien? dis-je. Combien pouvez-vous donner ? - Quinze francs. C'est trop, dit le groom. - Je vous les donnerai lundi. " La générosité du roi d'Espagne avait attiré l'attention de l'Inquisition.

 

 

 

688978-f3cb877a08048c8e0a8584dd1469da25.jpg 

Max Jacob (12 juli 1876 - 5 maart 1944)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en filosoof Henry David Thoreau werd geboren in Concord, Massachusetts op 12 juli 1817. Zie ook mijn blog van 12 juli 2007..

 

Uit: Walden

 

„This is a delicious evening, when the whole body is one sense, and imbibes delight through every pore. I go and come with a strange liberty in Nature, one with herself. As I walk along the stony shore of the pond in my shirt sleeves, though it is cool as well as cloudy and windy, and I see nothing special to attract me, all the elements are unusually congenial to me. The bull-frogs trump to usher in the night, and the note from the whipporwill is borne on the rippling wind from over the water. Sympathy with the fluttering alder and poplar leaves almost takes away my breath; yet, like the lake, my serenity is rippled, but not ruffled. These small waves raised by the evening wind are as remote from storm as the smooth reflecting surface. Though it is now dark, the wind still blows and roars in the wood. The waves still dash, and some creatures lull the rest with their notes. The repose is never complete.”

 

 

 

688978-368053fa0675f2a50510502139fb16d5.jpg
Henry David Thoreau (12 juli 1817 - 6 mei 1862)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Conradi werd op 12 juli 1862 in Jeßnitz geboren.

 

 

Triumph der Sehnsucht

 

Das sind die Wogen der Sehnsucht,
Die fluten mir durch das Herz –
Der Sehnsucht, köstlich berückend,
Wie Knospenbotschaft im März ...

 

Das sind die Wogen der Sehnsucht,
Die in mir branden und blühn –
Die mich berauschen, wie schwüles
Düften von weißem Jasmin.

 

Wie im Traume war ich gewandelt,
Von engem Genügen erfüllt –
Vor mir ein kleines, banales
Farbloses Werkeltagsbild ...

 

Sie nahm so ganz mich gefangen,
Die winzige Werkeltagspflicht –
Zerschmolz mein stolzes Verlangen,
Verhing mein suchend Gesicht ...

 

Still war es – freudlos und leidlos
Rann Stunde um Stunde dahin –
Und keine war drängende Sehnsucht –
Und keine Empörerin ...

 

Nun strömen und rollen wieder
Die Schauer der Sehnsucht wild –
Zerbrochen liegt das Bildnis –
Mein Auge ist unverhüllt ...

 

Ich fühle unendliche Schmerzen
Und Wonnen namenlos –
Ich kreise mit den Gestirnen,
Bin klein und doch riesengroß ...

 

Bin Staub und doch die Achse –
Ein Punkt und doch alles zugleich ...
Ich verzehre mich in Sehnsucht –
Und bin an Erfüllung so reich! ...

 

 

 

 

688978-ce72328b4ef6703ea1fdb9f5ce490e17.jpg
Hermann Conradi (12 juli 1862 – 8 maart 1890)

Jeßnitz, Raadhuis (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 12 juli 2007.

 

De Nederlands-Amerikaanse journalist en schrijver Hans Koning (pseudoniem van Hans Köningsberger) werd geboren in Amsterdam op 12 juli 1921.

 

De Friese schrijver Gerben Willem Abma werd op 12 juli 1942  geboren in Folsgare.

Geschreven door Romenu om 19:47 Reageer op dit bericht

Pai Hsien-yung, Helmut Krausser, Giuseppe Bonaviri, Herman de Man, Kurt Klinger, Henri Coulonges

De Taiwanees-Amerikaanse schrijver Pai Hsien-yung werd geboren op 11 juli 1937 in Guilin, Guangxi in China. Zie ook mijn blog van 11 juli 2007.

 

Uit: Garçons de cristal (Vertaald door André Lévy)

 

"Au Royaume qui est le nôtre, nous ne connaissons aucune distinction de rangs, d'honneur, d'âge ou de force. Ce qui nous est commun, c'est un corps en proie à l'insoutenable torture de brûlants désirs, un coeur souffrant à la folie de la solitude. Ces coeurs affolés deviennent à minuit comme des bêtes féroces échappées de leur cage qui se lancent à la poursuite de leur proie toutes griffes dehors. A la lueur de la lune rougeoyante nous ressemblons à des somnambules, marchant sur l'ombre des uns et des autres, entamant une course insensée autour du bassin, sans trêve ni repos, tournant et retournant à la poursuite de l'énorme monstre de ce cauchemar jamais achevé d'amour et de désir."

 

 


688232-df15bacbc174a73ea303cabaa97bc93e.jpg
Pai Hsien-yung (Guilin, 11 juli 1937)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Helmut Krausser werd geboren op 11 juli 1964 in Esslingen am Neckar. Zie ook mijn blog van 11 juli 2007 en ook mijn blog van 11 juli 2008.

 

 

 

Sattle deinen Nacken, Tod

 

Sattle deinen Nacken, Tod,
der Garten ist gemäht.
Zieh den Anker aus der Zeit.
Fliegen wir, wie abendrot
Ein Rabenflügelschlag verschwindet,
im Horizont, der Raben frisst.
Fliegen wir! Es wurde spät.
Hinaus in die Vergangenheit,
wo eins zu allem findet,
und alles mehr wird, als es ist.

 

 

 

 

Soviel zeit verschwendet           

 

soviel zeit verschwendet. überall im zimmer

liegen tote tage herum. verstümmelte,

zerquetschte, herumgebrachte, umgebrachte

tage.

im frühling werd ich die fenster öffnen

und einen tag nach dem anderen in den

garten schmeißen, und ich werde in den

garten gehen, den gestank einatmen und

zur sonne sagen: laß sie stärker stinken,

ich will mir sicher sein, daß

es sie gegeben hat.

 

 

 

 

688232-d29c1d58102780c23fc5c84260524cea.jpg
Helmut Krausser (Esslingen am Neckar, 11 juli 1964)

 

 

 

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Giuseppe Bonaviri werd geboren in Mineo op 11 juli 1924.

 

Uit: Die blaue Gasse (Vertaald door  Annette Kopetzki)

 

„All diese Girlanden oder Kränze trug er an seinem Wanderstab.
«He, Pisciacane», riefen wir ihm zu, wenn wir ihn sahen, «warum setzt du sie dir nicht auf den Kopf?»
Er hatte stark behaarte Achseln und stank wie ein Ziegenbock, aber manchmal verströmte sein Körper auch den Geruch von fließendem Bachwasser.
Die jungen Mütter jagten ihn davon: «Seit wann saugen alte Männer Milch von unseren Brüsten? Willst du dich vielleicht verjüngen?»
Er antwortete mit zitternder, unsicherer Stimme: «Tut es für die Madonna der Quelle und für die Seelen eurer Verstorbenen.»
Außerdem hatten die Frauen Angst vor ihren äußerst eifersüchtigen Männern.
Selten gelang es ihm, die eine oder andere Bäuerin zu überreden, indem er sie mit zweideutigem Gebaren fragte: «Wenn ich Euer Vater wäre, was tätet Ihr dann? Habt Ihr denn die Fabel von der Tochter vergessen, deren Vater bei Wasser und Brot im Gefängnis saß und die ihm – da sie ein neugeborenes Kind hatte – heimlich durch die Gitterstäbe hindurch ihre Brust darbot?»
Ein einziges Mal geschah etwas Derartiges in unserem Hof, als Don Ciccio sich doch tatsächlich an Donna Peppinella wandte, die ihren kleinen Achille im Arm hielt, um ihn in den Schlaf zu wiegen.
Donna Peppinella bat meine Mutter um Rat (der Balkon und die Tür von Donna Riricchia blieben wegen der Trauer um den Sohn immer geschlossen), die gerade den Topf mit dem prallen, duftenden Basilikumstrauch wässerte. «Donna Giuseppina, darf ich dieses barmherzige Werk tun?»
Meine Mutter antwortete: «Was redet Ihr da? Was fällt Euch ein? Schickt diesen zahnlosen Alten fort!»
Doch Dardania, deren rote Haare leuchteten, machte Donna Peppinella ein Zeichen, sie solle ja sagen, während Caterina-Caterinella ihr einen mit Flitter und Glöckchen bestickten Schleier gab, damit sie sich die Brüste bedeckte.
«Den Armen», sagte Caterina-Caterinella mit flinker, junger Stimme, «verweigert Gott niemals etwas.»
Achilles Mutter machte eine Geste des Abscheus. «Weg, weg!» sagte sie, während sie die Finger der halbgeschlossenen Hände mehrmals abwehrend vorschnellen ließ.
An diesem Morgen waren die Dächer hell, die Felder lagen im Licht, die Hochebenen strahlten.

 

 

 

688232-d0a299b2a7a05524fb83258cef08517d.jpg
Giuseppe Bonaviri (11 juli 1924 - 21 maart 2009)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Herman de Man (eig. Salomon Herman (Sal) Hamburger) werd geboren in Woerden op 11 juli 1898.

 

Uit: De koets

 

„Wat is de Groote Kerk van Polsbroek klein. Daar verschrikt de volwassen mensch van, als hij na jeugdjaren terug komt in het donker dorp en er de witte kerk betreedt. De gepleisterde pilaren, die eens tot in den hemel schenen te reiken, ze staan daar als afgeknotte gewitte boomen, torsend een houten wit tongewelf, dat de ruimte neerdrukt. Dat gewelf hangt ook zoo laag, de Groote Kerk van Polsbroek is zeer gedrongen.

Een kerk overziet men met één blik, doch slechts kinderen houden uitsluitend dat totaalbeeld voor oogen. Maar wie eenmaal precies weet te zeggen, hoe hoog de poovere pilasters zijn, hoe breed het schip, hoe diep in ellen.... hij is geen kind meer. Ook hij ziet dan het verval. De hardsteenen plavuizen worden niet alleen onderbroken door blauwgrauwe zerken, behelzende patricische relazen van leven en sterven, ook door roode tichels, die goedkooper waren ter vervanging. En de blanke effenheid der wanden is verstoord door gore vochtplekken. Maar die kan een kind niet zien in dit klein heelal van wit: de kerk.

Door deze Groote Kerk loopt een vrouw, het is of ze plechtig schrijdt. Maar niet uit grootschhfeid zet ze bij iederen stap den luiwagen voor zich uit, alsof het een kromstaf ware, de schoonmaakster van de kerk is moe. En dit is Mensje de Pater, ze maakt sedert acht en twintig jaren de Groote Kerk schoon, op moeders voorbeeld. Maar binnenkort gaat voor enkele weken die keten verbroken worden, dan zal ze veertien dagen hulp moeten bekomen. Want, o schaamte, zij, een vrouw in haar zeven en veertigste levensjaar, ze verwacht een kind.“

 

 

 

688232-d3b5624e1eb0d32249f4e50f04678784.jpg
Herman de Man (11 juli 1898 - 14 november 1946)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en criticus Kurt Klinger werd geboren op 11 juli 1928 in Linz.

 

 

Auf einen Brief

          (Für Christoph Meckel)

Der Brief duftet noch
im Kuvert. Ich habe ihn aufbewahrt.
Die trockenen Gewürze
der Provence,
schmale Sonnenkörner,
die Wärme vieler Felder,
vieler Wangen. War es
ein glücklicher Sommer?
Was kann ich geben?
Sende ich hundert Tage Schnee,
werden sie auf der Reise zerfließen.
Sende ich, in Blättern verschnürt,
das Braungold
unserer nußbaumschweren Nächte -
zu weit ist der Weg.
Sie erreicht dich nicht mehr
vor Sonnenaufgang
unsere Nacht.
Könnte ich mein Land
in zwei Händen fassen
und dir übergeben,
ich täte es unbesorgt.
Du bist nicht fremd.

 

 

 

 

 688232-8af9580e7d0f32045a504ca8d3de7fa9.jpg

Kurt Klinger (11 juli 1928 – 23 april 2003)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Henri Coulonges werd geboren op 11 juli 1936 in Deauville.

 

Uit: Six oies cendrées

 

„Depuis qu'il est arrivé je ne me sens d'ailleurs plus chez moi à la bibliothèque. Peut-être suis-je devenu goutteux et dur d'oreille, mais il en profite et prend trop d'indépendance pour un novice. Trouvez-vous normal qu'il disparaisse de longues heures durant, puis revienne sans me donner de raison valable pour son absence ? Et que je le voie surgir soudain devant moi sur la pointe des pieds sans même l'avoir entendu ouvrir la porte, la mine chafouine, comme un comploteur ou un mari volage ? Il glisserait entre la colle et l'affiche s'il le pouvait. Un passe-muraille qui écouterait aux portes. Un jour j'en aurai une attaque. Avec ça, sans respect, sans manières, sans désir de s'attirer mes bonnes grâces, sans piété apparente, sans...
- Je vous trouve un peu injuste, dom Mauro, l'interrompit le père prieur d'un ton plus ferme. Pour ce qui est des manières, je vous accorde qu'il a encore des progrès à faire, mais il vient d'un milieu modeste et c'est à nous de l'éduquer en y mettant un peu de patience ! Vous savez bien qu'avec tout ce qui se passe nous avons beaucoup de mal à attirer des jeunes au monastère et à susciter des vocations, surtout pour devenir frère convers ! Le curé de San Sebastiano m'avait chaudement recommandé Corrado.
- Sans doute a-t-il voulu s'en débarrasser à bon compte...
- Oh, père, un peu de charité !
- ... Ou peut-être avait-il sur lui emprise ou autorité, mais ce n'est pas mon cas. Renvoyez-le donc au jardin, dom Gaetano, il paraît qu'on y manque de bras, et la charité n'y perdra rien.
- Vous n'ignorez pas que les réfugiés s'en occupent, du jardin ! Que mangeraient-ils, sans le jardin... Et nous-mêmes... »
« Le voilà qui revient, le voilà qui revient ! » clama soudain une voix à la fois grêle et perçante. Dom Gaetano sursauta.“

 

 

 

 688232-a72fc695e025efcbc7dd032c931a4f27.jpg

Henri Coulonges (Deauville, 11 juli 1936)


Zie voor de vier bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 11 juli 2009.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e juli ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 15:48 Reageer op dit bericht

Luis de Góngora, Léon Bloy, Marjan Berk, Johanna Schouten-Elsenhout, Richard Beer-Hofmann, Jean-François Marmontel

De Spaanse dichter Luis de Góngora y Argote werd geboren op 11 juli 1561 in Cordoba. Zie ook mijn blog van 11 juli 2007 en ook mijn blog van 11 juli 2008.

 

 

Romance

 

The loveliest girl in all our country-side,

To-day forsaken, yesterday a bride,

Seeing her love ride forth to join the wars,

With breaking heart and trembling lip implores:

"My hope is dead, my tears are blinding me,

Oh let me walk alone where breaks the sea!

 

"You told me, Mother, what too well I know,

How grief is long, and joy is quick to go,

But you have given him my heart that he

Might hold it captive with love's bitter key,--

My hope is dead, my tears are blinding me.

 

"My eyes are dim, that once were full of grace,

And ever bright with gazing on his face,

But now the tears come hot and never cease,

Since he is gone in whom my heart found peace,

My hope is dead, my tears are blinding me.

 

"Then do not seek to stay my grief, nor yet

To blame a sin my heart must needs forget;

For though blame were spoken in good part,

Yet speak it not, lest you should break my heart.

My hope is dead, my tears are blinding me.

 

"Sweet Mother mine, who would not weep to see

The glad years of my youth so quickly flee,

Although his heart were flint, his breast a stone?

Yet here I stand, forsaken and alone,

My hope is dead, my tears are blinding me.

 

"And still may night avoid my lonely bed,

Now that my eyes are dull, my soul is dead.

Since he is gone for whom they vigil keep,

Too long is night, my tears are blinding me,

Oh let me walk alone where breaks the sea!"

 

 

 

Vertaald door John Pierrepont Rice

 

 

 

 

 688224-6243f68a807f3911198ecf813d01ed27.jpg

Luis de Góngora (11. juli 1561 - 24 mei 1627)

Portret door Diego Velázquez

 

 

 

 

De Franse schrijver Léon Marie Bloy werd geboren op 11 juli 1846 in Périgueux. Zie ook mijn blog van 11 juli 2006. Zie ook mijn blog van 11 juli 2007 en ook mijn blog van 11 juli 2008.

 

Uit: Journal

 

„Lorsque vous avez décidé – avec plus ou moins de sagesse – que telle chose devra être accomplie par vous, tel jour et telle heure, ce jour et cette heure reçoivent, de la puissance mystérieuse de votre vouloir, un certain caractère d’opportunité qui destitue, aussitôt, les autres jours et les autres heures de ce qui pourrait les rendre favorables au succès de votre dessein. On est donc à peu près sûr d’échouer si on manque d’exactitude, c’est-à-dire si on intervertit le rôle des heures et des jours, – puisqu’il faut alors que Dieu agisse miraculeusement pour que le succès soit obtenu, quand même.

30 mai 1894.

 

*

 

L’épouvantable immensité des abîmes du ciel est une illusion, un reflet extérieur de nos propres abîmes, aperçus "dans un miroir". Il s’agit de retourner notre oeil en dedans et de pratiquer une astronomie sublime dans l’infini de nos coeurs, pour lesquels Dieu a voulu mourir. Aucun homme ne peut voir que ce qui est en lui. Si nous voyons la Voie lactée, c’est qu’elle existe véritablement dans notre âme.

6 juin 1894.“

 

 

 

688224-7d7293a9ffdb5986b096e9c65733705c.jpg
Léon Bloy (11 juli 1846
- 3 november 1917)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en coumniste Marjan Berk werd geboren op 11 juli 1932 in Zeist als Marie-Janne van Baaren. Zie ook mijn blog van 11 juli 2008. en ook mijn blog van 11 juli 2007.en ook mijn blog van 11 juli 2006.

 

Uit: Het schreien niet verleerd

 

‘Ze luisteren niet. De urgentie van wat ik ze wil zeg­gen, ontgaat ze. Met ongeïnteresseerde ogen kijken ze mij aan, ik bereik ze niet. Ze wenden zich af en praten met elkaar! Het is stuitend! Pijnlijk! En ik sta in de kou!’

Hoog te paard, in wilde galop hield Lena voor de zoveelste keer haar verontwaardigde betoog. ‘Ha! Ze wijzen me af. Het thema van mijn leven! Ik hoor het mijn vader nog zeggen: “Leentje praat wel érg veel!” Vijf jaar was ik. Vijf jaar! Een enthousiast kind. De enige mens die ooit werkelijk naar mij heeft ge­luisterd was mijn grootvader!’

‘Eh…’ De psychiater probeerde een wig te drijven in de opgewonden monoloog. Tevergeefs. Lena ge­doogde geen onderbreking.

‘Afwijzing. Een afgewezen kind. Dat is mijn deel. Een open wond. Komt nooit meer goed!’

‘Maar…’

Hij kwam niet aan het woord en verbaasde zich hoe het mógelijk was voor iemand op deze leeftijd die niet alleen leed aan een haast exotische spreekdrang, maar er ook nog een opa-syndroom op na hield. Een grootvader die al meer dan zestig jaar dood was.

‘Mevrouw Steketee…’

Het mocht niet baten.

‘“Kan je het misschien eens even niet over jezelf hebben!” Dat zei mijn oudste dochter laatst. Maar er is er hier maar één. Ziet u nog iemand anders? Ik kijk om mij heen. Wat zie ik? Mezelf! Waar moet ik het in godsnaam anders over hebben? Ik leef in een voort­durend misverstand! Ik…’

Plotseling onderschepte Lena de blik van de psy­chiater, die tersluiks naar de klok boven haar hoofd keek. De woordenvloed stopte abrupt. Haar mond viel open. In haar hoofd echoden haar laatste woor­den na.

‘Gaat u verder.’

Maar Lena ging niet verder. Ze staarde naar de zielendokter bij wie ze nu ruim een jaar lang weke­lijks haar hart, haar moordkuil, kwam uitstorten. Die haar geduldige klankbord was. Die ze vertrouw­de. En die ze nu had betrapt op verveling. Ze verveel­de hem.

Hij had genoeg van haar. Hij ook.“

Hier viel niets meer te zeggen. Alles was gezegd.

Het was een moment van groot inzicht.

 

 

 

 

688224-94ca60b5e3a034471a0a9bce5bca95a9.jpg
Marjan Berk (Zeist, 11 juli 1932)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Richard Beer-Hofmann werd geboren op 11 juli 1866 in Wenen.

 

Uit: Der männliche Blick der Medusa

      (Elke Surmann über Tod und Liebe bei Richard Beer-Hofmann und Arthur Schnitzler)

 

„Nach etwas überfrachtet wirkenden Ausführungen zu ihren theoretischen Positionen weist die Autorin nach, dass die differenten kulturellen Konzepte von Männlichkeit und Weiblichkeit in den drei von ihr untersuchten Erzählungen (Richard Beer-Hofmanns "Der Tod Georgs" sowie "Sterben" und "Der letzte Brief eines Literaten" von Arthur Schnitzler) auch in den zentralen, geschlechtsspezifisch ausgeführten "Sterbeinszenierungen" dargestellt werden. Die drei Texte sieht sie dadurch verknüpft, "daß jeweils eine Todesnachricht die Figuren mit der Tatsache der Negation des Ich" konfrontiert.

Surmanns Untersuchung des Zusammenspiels von Liebe und Tod fällt überzeugend aus: In "Der Tod Georgs" stellt Beer-Hofmann den Fetischcharakter dar, den der "zum ästhetischen Bild mortifizierte sterbliche Körper" der namenlosen von Paul erträumten Frau für den Protagonisten hat. Zwar kritisiert Beer-Hofmann die "Mortifizierung des Weiblichen als passives Idealbild", jedoch wird diese Kritik über einen sterbenden weiblichen Körper vorgetragen, der "zukunftslos ausgelöscht" wird. Ein "selbstbestimmtes Eigenleben" oder auch nur eine "Wahlmöglichkeit" für die Frau wird vom Autor hingegen nicht in Betracht gezogen. Das von Beer-Hofmann "entworfene Bild" sei daher zwar kritisch, aber pessimistisch. Ähnlich fällt das Urteil über die beiden untersuchten Erzählungen Schnitzlers aus, von denen "Der letzte Brief eines Literaten" - anders als Beer-Hofmanns bekanntester und vielleicht auch meistinterpretierter Text - zwar "in der Forschung" bisher nicht "völlig unbeachtet geblieben" ist, tatsächlich aber nur sehr geringe Beachtung gefunden hat. Zu den wenigen, die sich bislang mit der Erzählung befasst haben, gehören etwa G. J. Weinberger, der ihr 1996 in den "Michigan Germanistic Studies" einen Aufsatz widmete, und Maya D. Reid, die sie bereits 1972 in der Zeitschrift "German Quaterly" zusammen mit Schnitzlers "Andreas Thameyers letzter Brief" beleuchtete.„

 

 

 

 

 688224-6859c707f6410c4d3c7989c886d6944e.jpg

Richard Beer-Hofmann (11 juli 1866 – 26 september 1945)

 

 

 

 

 

Zie voor de vier bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 11 juli 2009.

 

De Surinaamse dichteres Johanna Schouten-Elsenhout werd geboren in Paramaribo op 11 juli 1910. Zie ook mijn blog van 11 juli 2007.

 

De Franse schrijver Jean-François Marmontel werd geboren op 11 juli 1723 in Bort-les-Orgues.

Geschreven door Romenu om 15:48 Reageer op dit bericht

Ronald M. Schernikau

De Duitse schrijver Ronald M. Schernikau werd geboren op 11 juli 1960 in Magdeburg.  Na de verhuizing van zijn moeder van Oost-Duitsland naar West-Duitsland in 1966 Schernikau groeitde hij op in Lehrte in de buurt van Hannover. In 1976 werd hij lid van de Duitse Communistische Partij (DKP). Nog vóór zijn afstuderen in 1980 verscheen zijn debuutroman Kleinstadtnovelle. Het was een boek over de coming out in een klein stadje en een eerste opmerkelijk succes, want de eerste editie was uitverkocht binnen enkele dagen. In hetzelfde jaar verhuisde Schernikau naar West-Berlijn, waar hij lid werd van de Socialistische Eenheidspartij van West-Berlijn (SEW) en studeerde aan de Freie Universität germanistiek, filosofie en psychologie. Hij trad op als Tuntendiva en werkte samen met het ensemble »ladies neid«. Van 1986 tot 1989 studeerde Schernikau aan het Instituut voor Literatuur "Johannes R. Becher" in Leipzig, waar hij  met veel moeite was toegelaten . In 1988 volgde hij de postdoctorale opleiding. In mei 1988 diende hij zijn proefschrift, die hij later gepubliceerd onder de titel “die tage in l.” In 1989 verwierf Schernikau het burgerschap van de DDR. Op het congres van het Schriftstellerverband van de DDR van 1 tot en met 3 Maart 1990 hield hij een goed ontvangen toespraak waarin hij de gebeurtenissen in Oost-Duitsland na de openstelling van de grenzen als een contra-revolutie beschreef. 1991 voltooide hij zijn uitgebreide montageroman “Legende”. Ronald M. Schernikau is overleden op 20 Oktober 1991 van complicaties van AIDS.

 

Uit: Legende

 

“eine geschichte | wenn ihr das gerne hören wollt, kann ich euch auch eine persönliche geschichte erzählen. eines tages entdeckte thomas an meinem hals einen knoten, der dort nicht hin gehörte, den man auch beim sprechen kaum sah und den man aber dann doch deutlich erfühlen konnte. dann bin ich zu meiner innenärztin gegangen und die innenärztin hat mich überwiesen an ein krankenhaus und in dem krankenhaus haben sie alle an mir rumgetastet und mich von einem arzt zum andern geschickt, es war kein lymphknoten es war kein nichts, es war gar nichts, es war ein knoten der da nicht hin gehörte. so wurde ich in dieses krankenhaus eingewiesen und mir wurde dieser knoten entfernt. und da gab es eine spanne von zehn tagen, nämlich von der operation bis zum histologischen befund, und unmittelbar nach der operation ist mir klargeworden, wo ich mich befinde, was passiert: es wurde nachgekuckt, ob ich krebs habe. was mache ich in diesen zehn tagen? natürlich will ich keinen krebs haben. und natürlich kann ich mir vorstellen, daß jemand in so einer situation schreit, weint, unterm bett liegt, aus dem fenster springt, sich die haare rauft oder traurige gedichte liest. und ich habe mir gesagt: ich kann diese zehn tage nichts tun. alles was ich tun werde, wird nichts an diesem befund ändern. und so hatte ich keine angst. | 8 |

beschwerde | mein bauch tut weh. eigentlich ist es mehr oben, beim atmen auch, die lunge vielleicht. schon einatmen fällt mir schwer, bestimmt die luftröhre, vom schlucken zu schweigen die speiseröhre, alles in mir ist rot und entzündet, was mache ich bloß. ich fürchte, eines tages werde ich tot sein.
| 9 | der gedanke an den eigenen tod macht auch sofort gehässig. der da so ruhig über die straße geht, warum lebt der noch und ich bald nicht mehr?
| 10 | dagegen hilft nur hingehn. hingehn und sagen: ich wünsche ihnen einen guten tag, bald werde ich sterben, und sie? bestimmt machen sie viele intressante dinge, die sie mir in der eile gar nicht alle erzählen können. das beruhigt mich. ich danke ihnen. auf wiedersehen.

 

 

 
 762436-c6ebeaf022ae89beb952c9de1a0961b1.jpg

Ronald M. Schernikau (11 juli 1960 - 20 oktober 1991)





Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten