Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 17 juli 2010 tot 18 juli 2010

Simon Vinkenoog, Steffen Popp, Alicia Steimberg, Jevgeni Jevtoesjenko

De Nederlandse dichter en schrijver Simon Vinkenoog werd op 18 juli 1928 in Amsterdam geboren. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007 en eveneens mijn blog van 18 juli 2008 en ook mijn blog van 12 juli 2009 en ook mijn blog van 18 juli 2009.

 

 

 

Faits Divers

Je est un autre. Arthur Rimbaud

 

ik ben een vreemde in eigen bloed

mijn hartslag klopt aan andere deuren

van het schuim der goden herken ik de kleuren

maar het is ik die mij huiveren doe

 

het zijn de eigen ogen die mij breken

en de stenen

die als ontluikende bloemen

langzaam aan mijn ingewanden groeien

 

ik ben verdronken in dit drijfzandlied

van waaruit duizend doden smeken:

 

- in dit naaktlandschapp dat leven heet

drijft doodgezongen de tijd uiteen -

kringen verleden zonder heden

woorden klanken gestamel

 

 

 

Volluk

 

Ik groeide op in volksbuurten
als volksjongen
ik bezocht wekelijks het volksbadhuis
ooit at ik wel eens in een volksgaarkeuken
en af en toe in de Volkenbond bij het Entrepôtdok.

Op de Albert Cuypmarkt bezoek ik graag een volkskoffiehuis
waar ik luister naar volkswijsheid uit de volksmond;
mijn moeder was volksvrouw
en leed aan volksziekte of -woede:
Schoonhouden! Voeten vegen!
Wat moeten de buren wel denken!

Ik wierp wel eens een blik in een krant
die zich het Volksdagblad noemde
en een van de kranten die ik lees
heet de Volkskrant

Ik weet niets van volksaard of volkseigen
ik ben geen volksmenner of volksschrijver
en speel in geen enkel volkstheater

Ik ben niemands volksvertegenwoordiger
spreek namens geen enkele bevolkingsgroep
en schrijf dit in mijn volkstuin
in het Nederlands, de taal van het volk
waartoe ik behoor.

Volluk! Is daar iemand?

 

 

 

 

693194-5054204bd38eb3bd74de601cd45e0ae4.jpg
Simon Vinkenoog (18 juli 1928 – 12 juli 2009)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald, Hij groeide op in Dresden en bezocht daar een natuurwetenschappelijke bijzondere school. Popp studeerde aan het Deutsche Literaturinstitut Leipzig en daarna literatuurwetenschap en filosofie in Berlijn. In 2004 verscheen zijn dichtbundel Wie Alpen, in 2008 gevolgd door Kolonie Zur Sonne. Zijn roman Ohrenberg oder der Weg dorthin werd diverse keren bekroond. Samen met Uljana Wolf vertaalde hij werk van de Amerikaanse dichter Christian Hawkey. De bundel verscheen in 2008 onder de titel "Reisen in Ziegengeschwindigkeit`. Zie ook mijn blog van 14 juli 2009

 

 

 

Gibraltar

dahin (Goethe)

 

 

Kennst du, Geliebter, den Hass

Bäume, die spanische Wand

kennst du die Inseln, Kreuzfahrer

in ihren Ein-Mann-Torpedos –

 

Geliebter, verzeih, ich wollte nach Golgatha

aber im Wäscheschrank

lag nur ein gelber Revolver (so blieb ich).

 

Kennst du die See, Spuren von Kühnheit

im Schaum, Geliebter, im Schaum

kennst du das Land, seinen verrenkten Tragarm

schwer liegt es herum, unter der hungrigen Luft

planloser Wind

Wollspuren, Wärme und Staub darin.

 

Wie gern zög' ich hinaus

wohnte, Geliebter, mit dir, unter Zitronen:

gingen nicht, in meinen tragischen Venen

die Elemente Gibraltars

schwer um und aller verschollenen Kaps

manische Augen, lidlos –

 

mein Herz ist eine Gräfin, umstellt von Pflegern am Rand der  City, Geliebter

    blöken die Mietklaviere!

 

 

 

 

 693194-44e9a30acd0b73ffb119bb14b0a216ae.jpg

Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

 

 

 

 

De Argentijnse schrijfster en vertaalster Alicia Steimberg werd geboren op 18 juli 1933 in Buenos Aires. Zie ook mijn blog van 18 juli 2009.

 

Uit: The Rainforest

 

„I’m in the rainforest, and it’s very hot and humid; at times a warm drizzle falls. Eyes closed, I lift my face to catch the water and drink a little, while a steel-blue and cadmium-yellow macaw watches

me without turning its head. This is how I spend my days, among charming monkeys, benevolent serpents, motionless parrots, and foliage that enfolds me. With each step I take, flower-laden branches envelop me. I’d gladly remain here, tasting raindrops and picking the occasional fruit from the lowest branches. The fruit resembles chirimoyas, mangos, bananas.

There’s no danger of getting lost in the rainforest. My compass guides me whenever it’s time to return. I know I have to head east, and in fifteen minutes I’m in the clearing where the hotel is located.

As you approach the hotel in the afternoon, you can smell dinner: there’s always rice with vegetables and meat, poultry, or seafood, everything seasoned with fragrant herbs. They raise the fowl in a chicken coop out back. I love to go in there and steal a freshly laid egg for the next morning’s breakfast. The chickens here don’t get a balanced diet, just natural food, so they have that marvelous, oldfashioned flavor and aroma. It reminds me of an educational poster I always used to look for in the library of the teacher’s college when I was studying for my degree. The poster was old and worn: it

almost certainly dated back to the nineteenth century when the school was founded, and I used it for a demonstration lesson for an elementary school class. It showed some multicolored chickens and a magnificent rooster, illuminated by a sunbeam streaming across a wire fence. In those hectic, tense years of my youth, when it frightened me to realize that I didn’t know what I wanted (I’m practically

an old woman now, and I’m still not sure), that chicken coop picture was like a refuge. As a girl, I used to get sick quite often, and Mama was convinced that the country, with its fresh air, was the key to good health.“

 

 

 

 693194-e2e4bed26cd676a2dde479004506f6e1.jpg

Alicia Steimberg (Buenos Aires, 18 juli 1933)

 

 

 

 

 

De Russische dichter Jevgeny Jevtoesjenko werd geboren in Zima in Irkutsk op 18 juli 1933. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007 en ook mijn blog van 18 juli 2008 en ook mijn blog van 18 juli 2009.

 

 

 

Disbelief In Yourself is Indispensable 

 

While you're alive it's shameful to worm your way into

the Calendar of Saints.

Disbelief in yourself is more saintly.

It takes real talent not to dread being terrified

by your own agonizing lack of talent.

 

Disbelief in yourself is indispensable.

Indispensable to us is the loneliness

of being gripped in the vise,

so that in the darkest night the sky will enter you

and skin your temples with the stars,

so that streetcars will crash into the room,

wheels cutting across your face,

so the dangling rope, terrible and alive,

will float into the room and dance invitingly in the air.

 

Indispensable is any mangy ghost

in tattered, overplayed stage rags,

and if even the ghosts are capricious,

I swear, they are no more capricious than those who are alive.

 

Indispensable amidst babbling boredom

are the deadly fear of uttering the right words

and the fear of shaving, because across your cheekbone

graveyard grass already grows.

 

It is indispensable to be sleeplessly delirious,

to fail, to leap into emptiness.

Probably, only in despair is it possible

to speak all the truth to this age.

 

It is indispensable, after throwing out dirty drafts,

to explode yourself and crawl before ridicule,

to reassemble your shattered hands

from fingers that rolled under the dresser.

 

Indispensable is the cowardice to be cruel

and the observation of the small mercies,

when a step toward falsely high goals

makes the trampled stars squeal out.

 

It's indispensable, with a misfit's hunger,

to gnaw a verb right down to the bone.

Only one who is by nature from the naked poor

is neither naked nor poor before fastidious eternity.

 

And if from out of the dirt,

you have become a prince,

but without principles,

unprince yourself and consider

how much less dirt there was before,

when you were in the real, pure dirt.

Our self-esteem is such baseness....

The Creator raises to the heights

only those who, even with tiny movements,

tremble with the fear of uncertainty.

 

Better to cut open your veins with a can opener,

to lie like a wino on a spit-spattered bench in the park,

than to come to that very comfortable belief

in your own special significance.

 

Blessed is the madcap artist,

who smashes his sculpture with relish-

hungry and cold-but free

from degrading belief in himself.

 

 

 

 

 

Vertaald door Antonina W. Bouis, Albert C. Todd en Jevgeni Jevtoesjenko

 

 

 

 693194-0b6ecd7d1fd4ab53a243d5d14942fe1b.jpg

Jevgeni Jevtoesjenko (Zima, 18 juli 1933)



Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juli ook
mijn twee vorige blogs van vandaag.
Geschreven door Romenu om 16:42 Reageer op dit bericht

William M. Thackeray, Nathalie Sarraute, Aad Nuis, Ludwig Harig, Jan Stanisław Skorupski

De Engelse schrijver William Makepeace Thackeray werd geboren in Calcutta op 18 juli 1811. Zie ook mijn blog van 18 juli 2009. en ook mijn blog van 18 juli 2008 ook mijn blog van 18 juli 2007 en ook mijn blog van 18 juli 2006.

 

Uit: Vanity Fair

 

„In Miss Jemima's eyes an autograph letter of her sister, Miss Pinkerton, was an object of as deep veneration as would have been a letter from a sovereign. Only when her pupils quitted the establishment, or when they were about to be married, and once, when poor Miss Birch died of the scarlet fever, was Miss Pinkerton known to write personally to the parents of her pupils; and it was Jemima's opinion that if anything could console Mrs. Birch for her daughter's loss, it would be that pious and eloquent composition in which Miss Pinkerton announced the event.
In the present instance Miss Pinkerton's "billet" was to the following effect:

-The Mall, Chiswick, June 15, 18-

Madam,
After her six years' residence at the Mall, I have the honour and happiness of presenting Miss Amelia Sedley to her parents, as a young lady not unworthy to occupy a fitting position in their polished and refined circle. Those virtues which characterize the young English gentlewoman, those accomplishments which become her birth and station, will not be found wanting in the amiable Miss Sedley, whose industry and obedience have endeared her to her instructors, and whose delightful sweetness of temper has charmed her aged and her youthful companions.
In music, in dancing, in orthography, in every variety of embroidery and needlework, she will be found to have realized her friends' fondest wishes. In geography there is still much to be desired; and a careful and undeviating use of the backboard, for four hours daily during the next three years, is recommended as necessary to the acquirement of that dignified deportment and carriage, so requisite for every young lady of fashion.

Your most obliged humble servant,
Barbara Pinkerton

P.S.--Miss Sharp accompanies Miss Sedley. It is particularly requested that Miss Sharp's stay in Russell Square may not exceed ten days. The family of distinction with whom she is engaged, desire to avail themselves of her services as soon as possible.“

 

 

 

 693191-efe781e2507aeec9683622a087b15ab5.jpg

William Makepeace Thackeray (18 juli 1811 – 24 december 1863)

 

 

 

 

 

De Franse schrijfster Nathalie Sarraute werd geboren op 18 juli 1900 in Ivanova, Rusland. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007 en ook mijn blog van 18 juli 2008 en ook mijn blog van 18 juli 2009.

 

Uit: Enfance

 

„Voici enfin le moment attendu où je peux étaler le volume sur mon lit, l'ouvrir à l'endroit où j'ai été forcée d'abandonner... je m'y jette, je tombe... impossible de me laisser arrêter, retenir par les mots, par leur ens, leur aspect, par le déroulement des phrases, un courant invisible m'entraîne avec ceux à qui de tout mon être imparfait mais avide de per­fection je suis attachée, à eux qui sont la bonté, la beauté, la grâce, la noblesse, la pureté, le courage mêmes... je dois avec eux affronter des désastres, courir d'atroces dangers, lutter au bord de précipices, recevoir dans le dos des coups de poignard, être séquestrée, maltraitée par d'affreuses mégères, menacée d'être perdue à jamais... et chaque fois, quand nous sommes tout au bout de ce que je peux endurer, quand il n'y a plus le moindre espoir, plus la plus légère possibilité, la plus fragile vraisemblance... cela nous arrive... un courage insensé, la noblesse, l'intelligence parviennent juste à temps à nous sauver... .

C'est un moment de bonheur intense... toujours très bref... bientôt les transes, les affres me reprennent... évidemment les plus valeureux, les plus beaux, les plus purs ont jusqu'ici eu la vie sauve... jusqu'à présent... mais comment ne pas craindre que cette fois... il est arrivé à des êtres à peine moins parfaits... si, tout de même, ils l'étaient moins, et ils étaient moins séduisants, j'y étais moins attachée, mais j'espérais que pour eux aussi, ils le méritaient, se produirait au dernier moment... eh bien non, ils étaient, et avec eux une part arrachée à moi-même, précipités du haut des falaises, broyés, noyés, mortellement blessés... car le Mal est là, partout, toujours prêt à frapper...“

 

 

 

 693191-3b03e038f208c62b155f7ec0d250c15c.jpg

Nathalie Sarraute (18 juli 1900 – 19 oktober 1999)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, criticus en politicus Aad Nuis werd geboren op 18 juli 1933 in Sliedrecht. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007 en ook mijn blog van 9 november 2007 en ook mijn blog van 18 juli 2009.

 

Uit: Het huis van een zwerver (over Breyten Breytenbach)

 

„Een jonge schilder laat zijn academie in de steek en trekt de wereld in, komt na omzwervingen in Parijs terecht, maakt naam. Hij schrijft ook gedichten en poëtische prozastukken, die hem beroemd maken, zij het alleen in zijn vaderland, omdat ze in de taal daarvan geschreven zijn. Op zijn vijfentwintigste krijgt hij er een grote prijs voor. Een rimpelloos succesverhaal - ware het niet dat Breytenbach uit Zuid-Afrika kwam, dat hij inmiddels getrouwd was met zijn Zuid-Vietnamese geliefde, dat hij niet samen met haar zijn geboorteland binnen mocht om de prijs in ontvangst te nemen. Dat was in 1964. Vanaf die tijd, en zeker nadat hij in 1975 tijdens een clandestien bezoek aan Zuid-Afrika was gearresteerd en voor zeven jaar in de gevangenis verdween, kent de wereld hem als publiek personage.

Hij heeft die rol met verve gespeeld, eigenzinnig en met zoveel openhartige kritiek naar alle kanten dat geen enkele politieke stroming of partij hem ooit lang heeft kunnen gebruiken als mascotte van het eigen gelijk. Zijn werk als kunstenaar lijkt evenwel in de schaduw te zijn gebleven van zijn publieke faam. Ik zou geen andere, nog levende schrijver weten die zo bekend is en toch door zo weinigen wordt gelezen.

Naar de reden daarvan hoeft niet ver te worden gezocht. De kern van zijn werk is poëzie en met die poëzie nauw verwant proza, niet makkelijker te lezen dan bijvoorbeeld Lucebert of Claus, en geschreven in het Afrikaans. Om het uit de eerste hand te kunnen ondergaan moet je dus niet alleen die taal goed kennen, maar ook enige kijk hebben op moderne poëzie.“

 

 

 


693191-4022fad410386b34f08d3def0a5057c0.jpg
Aad Nuis (18 juli 1933 - 8 november 2007)

 

 

 

 


De Duitse schrijver Ludwig Harig werd geboren op 18 juli 1927 in Sulzbach. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007 en
ook mijn blog van 18 juli 2009.

 

 

 

Im Flirt mit Dame Gott

Für Paul Wühr

 

Ach Paul, mein lieber Paul, du dichtest mit Gespür
dich außerhalb der Zeit in eine helle Ferne,
die uns illuminiert wie Aladins Laterne:
Du reibst, und es erscheint dein Vers en miniature.

 

Es schwingt dein Silbenfuß im Takt und tanzt die Kür
im Flirt mit Dame Gott bis an den Rand der Sterne.
Der eine sucht den Sinn, der andre das Moderne.
So ist nun mal die Welt, was kann Paul Wühr dafür?

 

Der schmale Trampelpfad erweitert sich zur Pforte.
Was gibt es rundumher, was außerhalb der Worte,
die für uns Wörter sind und kein Begriff darüber?

 

Was bleibt, ist kurz gesagt des Lebens Paraphrase,
das Übel mit dem Kreuz, das Elend mit der Blase.
So stehen wir perplex dem Wortschrott gegenüber.

 

 

 

 

Das schreibende Subjekt

Ergreift der Mensch den Stift, schon wird er kategorisch.
Das schreibende Subjekt bedient sich der Poetik,
schmäht nicht das Regelwerk berechneter Ästhetik:
das Werk aus hohlem Bauch bleibt meistens illusorisch.

Gelehrtenverse sind gebildet und rhetorisch,
die auditive Kunst berauscht sich in Phonetik,
konkrete Poesie gefriert in Arithmetik,
das lyrische Gedicht ist meistens metaphorisch.

Ein ganzer Kanon steht dem Schreiber zur Verfügung,
dem schieren Leidendruck, der köstlichen Vergnügung:
es ist die ganze Welt auf einmal kreativ.

Den einen quält das All, den andern plagt die Enge,
es wechselt freies Spiel in arge Ausdruckszwänge:
der eine ist erwacht, dieweil der andre schlief

 

 

 

 

 693191-082ef1c2124a6e4fb3744826e4bb8da4.jpg

Ludwig Harig (Sulzbach 18 juli 1927)

 

 

 

 

 

De Poolse dichter, schrijver en essayist Jan Stanisław Skorupski werd geboren op 18 juli 1938 in Łosznióv in Podolië. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007 en ook mijn blog van 18 juli 2009.

 

 

Das Sonett über den Galgen-Kran

ich lache weil der Hausbesitzer
zeigt seine Maske – ein rarer Fall
die Skulptur dekoriert das Portal
er wird für uns wie ein Beschützer

in dem Literaturhaus – Tango
ich will nicht auf dem Boden sitzen
im DADA-Haus muss ich nicht schwitzen
Gala-Konzert-Probe mit Mango

vom Gran Café auf den Lindenhof
ist die schönste Aussicht in der Stadt
einen Kran dort bauen? – dumm und doof

ich erhänge mich auf dem Galgen
vorher gebe ich den guten Rat
macht doch nicht mehr solchen Dummheiten

 

 

 

 

693191-722b89a5dacba4fa730eadc4dadeb334.jpg
Jan Stanisław Skorupski (Łosznióv,
18 juli 1938)


Geschreven door Romenu om 16:35 Reageer op dit bericht

Ricarda Huch, Tristan Corbière, Jan Gerhard Toonder, Josepha Mendels, Bobby Henderson

De Duitse dichteres en schrijfster Ricarda Huch werd op 18 juli 1864 in Braunschweig geboren. Zie ook mijn blog van 18 juli 2009.

 

 

Uralt Gebirge , wie vor Jahren

 

Uralt Gebirge , wie vor Jahren
Silbern gegossen in vollkommener Pracht
Ruhst du; weit bin ich umgefahren,
Wund komm ich aus verlorner Schlacht,
In deinem Schoß bald Staub mit meiner Habe,
Ein Traum, ein Nichts, und doch voll Ewigkeiten!
Dereinst zerbrech ich deine Felsenseiten
Und lodre glorreich aus geborstnem Grabe.

 

 

 

 

Ein Todesengel, göttlich sanft und schön

 

Ein Todesengel, göttlich sanft und schön,
Trägst du gen Himmel mächtig meine Seele.
Durch alle Nacht hindurch, wie Stürme wehn,
Fühlst du den Weg, den ich allein verfehle.
Wie rücken die Gestirne weit, so weit!
Der Erde fern und fern der Ewigkeit
Nichts faß ich mehr als deines Herzens Schlagen.
Ein Adler ist´s, der steigt: einst wird es tagen.

 

 

 

 

693188-51ebef968fe7ff7df9d8b9920fc4a847.jpg 

Ricarda Huch (18 juli 1864 – 17 november 1947)

 

 

 


De Franse dichter
Tristan Corbière werd geboren op 18 juli 1845 in Morlaix in de Bretagne. Zie ook mijn blog van 18 juli 2009.

 

 

Sonnet de nuit

 

O croisée ensommeillée,
Dure à mes trente-six morts !
Vitre en diamant, éraillée
Par mes atroces accords !

Herse hérissant rouillée
Tes crocs où je pends et mords !
Oubliette verrouillée
Qui me renferme... dehors !

Pour Toi, Bourreau que j'encense,
L'amour n'est donc que vengeance ?..
Ton balcon : gril à braiser ?...

Ton col : collier de garotte ?...
Eh bien ! ouvre, Iscariote,
Ton judas pour un baiser !

 

 

 

 

Pauvre garçon

 

Lui qui sifflait si haut, son petit air de tête,
Etait plat près de moi ; je voyais qu'il cherchait...
Et ne trouvait pas, et... j'aimais le sentir bête,
Ce héros qui n'a pas su trouver qu'il m'aimait.

J'ai fait des ricochets sur son coeur en tempête.
Il regardait cela... Vraiment, cela l'usait ?...
Quel instrument rétif à jouer, qu'un poète ! ...
J'en ai joué. Vraiment - moi - cela m'amusait.

Est-il mort ?... Ah - c'était, du reste, un garçon drôle.
Aurait-il donc trop pris au sérieux son rôle,
Sans me le dire... au moins, - Car il est mort, de quoi ?...
Se serait-il laissé fluer de poésie...
Serait-il mort de chic, de boire, ou de phtisie,
Ou, peut-être, après tout : de rien... ou bien de Moi.

 

 

 

 

693188-6157f65604c0d6a23b919b3f04e9a289.jpg
Tristan Corbière (18 juli 1845 – 1 maart 1875)

Sculptuur van Edouard Corbière en Tristan Corbière in Morlaix

 

 

 

 


De Nederlandse romanschrijver en journalist
Jan Gerhard Toonder werd geboren in Rotterdam op 18 juli 1914. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007.

 

Uit: Adriaan Venema: De zuivering (Schrijvers, uitgevers en hun collaboratie)

 

“‘Voor het voetlicht, een verdediging’ was de titel van het artikel van Jan Gerhard Toonder. Allereerst kwam hij voor het imago van de kunstenaar zelf op514: ‘Wij wenschen vast te stellen, dat op 14 Mei 1940, toen het gordijn opging voor de grootste tragedie die zich ooit in Nederland afspeelde, de kunstenaars in groote meerderheid hun positie al bepaald hadden als verbeten vijanden van het nationaal-socialisme. Hiertoe behoorden ook verreweg de meesten van hen, die twee jaar later ingeschreven zouden worden in de Kultuurkamer.’

 

Toonder geeft daarvoor geen enkel bewijs; in ieder geval ben ik zijn naam in welke vooroorlogse protestactie van kunstenaars tegen nationaal-socialisme of fascisme dan ook niet tegengekomen. En op die ‘verbeten’ vijandschap van verreweg de meeste Kultuurkamer-aanmelders kom ik later nog terug.

 

De oorlog brak uit en met veel pathos gaf Toonder weer wat in zijn visie de kunstenaar toen bezielde: ‘Vele kunstenaars voelden toen de noodzaak, zelfs de plicht, om de teneergeslagenen en stuurloozen een hart onder de riem te steken. Zij vatten den strijd op, zoowel tegen de zwakte, die op dat moment ons volk besloop, als tegen het regime dat met een geraffineerde geleidelijkheid aan ons werd opgedrongen. Ook nu streden zij met hun natuurlijk wapen-de kunst. En die groote, hernieuwde belangstelling voor de goede en gezonde Nederlandsche kunst, die sinds het najaar 1940 bij het Nederlandsche volk viel te constateeren, bewijst dat de kunstenaars de juiste snaar bespeelden. Zij brachten iets, dat fierdere sentimenten in het volk losmaakte. En het volk vroeg naar kunst, meer dan ooit, krachtiger dan ooit, omdat het er juist nu, in de steeds toenemende verdrukking, behoefte aan gevoelde, omdat het er kracht uit kon putten.

Wie dit ontkent, loochent de feiten.

Wie dit ontkent, beleedigt ons volk in zijn kunst-gevoeligheid.

Wie dit ontkent, ontkent de kunst als bron van geestkracht en leven.’

 

 

 

693188-c32c8eb91064984010212b33d626afbc.jpg
Jan Gerhard Toonder (18 juli 1914 – 25 augustus 1992)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Josepha Judica Mendels werd geboren op 18 juli 1902 te Groningen. Zie ook mijn blog van 18 juli 2006 en ook mijn blog van 18 juli 2007.

 

Uit: Je wist het toch...

 

“‘Henriëtje had ook een zuster: Mirjam.

In het witte huis aan het water had Mirjam haar geluk gevonden. Het leven had haar tot haar huwelijk toe niet verwend. Ze was de middelste thuis en kreeg bijvoorbeeld nooit een nieuwe jurk, omdat ze juist in de maat van de oudste viel. Wanneer de jongste hiervoor op haar beurt in aanmerking kwam, was het kledingstuk versleten. Ze mocht bijvoorbeeld nooit mee uit naar een bijzondere gelegenheid. Of ze was er te klein voor, of te groot. Dit maakte dat ze uiterst gauw beledigd was, zoals de ouders dat noemden. Ze werd dan eerst rood, dan lelijk en tenslotte allerverschrikkelijkst brutaal.

Op de h.b.s. was ze een minder dan middelmatige leerling. Ze kreeg alras vrijstelling van wiskunde en kon zich dus met zo'n ijver op de andere vakken toeleggen, dat ze haar talen heel goed leerde.

Wat moest ze toen na haar eindexamen beginnen? Ik wil trouwen dacht ze, en kinderen hebben, maar dit kon ze tegen haar ouders niet zeggen. Liefde en alles wat daar zo bij kwam was iets waarover je niet sprak, het gebeurde in je leven of het gebeurde niet[.] Daarbij wist ze zelf ook niet wat het eigenlijk betekende. Ze had zin van huis weg te gaan, en dat was alles.’

 

 

 

 693188-61f595aeed240d8da37d68012b7adfea.jpg

Josepha Mendels (18 juli 1902 - 10 september 1995)

 

 



De natuurkundige en schrijver
Bobby Henderson werd geboren op 18 juli 1979 in Roseburg, Oregon. Zie
ook mijn blog van 18 juli 2007.

 

Uit: Open Letter To Kansas School Board

 

„I am writing you with much concern after having read of your hearing to decide whether the alternative theory of Intelligent Design should be taught along with the theory of Evolution. I think we can all agree that it is important for students to hear multiple viewpoints so they can choose for themselves the theory that makes the most sense to them. I am concerned, however, that students will only hear one theory of Intelligent Design.

Let us remember that there are multiple theories of Intelligent Design. I and many others around the world are of the strong belief that the universe was created by a Flying Spaghetti Monster. It was He who created all that we see and all that we feel. We feel strongly that the overwhelming scientific evidence pointing towards evolutionary processes is nothing but a coincidence, put in place by Him.

It is for this reason that I’m writing you today, to formally request that this alternative theory be taught in your schools, along with the other two theories. In fact, I will go so far as to say, if you do not agree to do this, we will be forced to proceed with legal action. I’m sure you see where we are coming from. If the Intelligent Design theory is not based on faith, but instead another scientific theory, as is claimed, then you must also allow our theory to be taught, as it is also based on science, not on faith.“

 

 

 

693188-ea19dac61c4917a597a8bb36bfcd8f22.jpg
Bobby Henderson (Roseburg, 18 juli 1979)

The Flying Spaghetti Monste Doodle Google

Geschreven door Romenu om 16:29 Reageer op dit bericht

James Purdy, Martin R. Dean, Eelke de Jong, Michio Takeyama, Roger Garaudy, Alie Smeding

De Amerikaanse schrijver James Purdy werd geboren in Fremont in de staat Ohio op 17 juli 1914. Zie ook mijn blog van 17 juli 2009.

 

Uit: Gertrude of Stony Island Avenue

 

“Daddy is very peevish and irritable. He thinks I may be writing something about Gertrude. I, who seldom had the patience to write a postcard to anyone, and of course more trouble writing a letter. All I do is jot down little notes--recollections of Gertrude. Daddy complained once I sat up late scribbling. "Come to bed, Carrie, like a good wife and helpmeet."

Daddy is failing. Oh, is he ever. What will I do when he is gone? And the chilling thought came to me like someone whispering behind my armchair: You will write down everything you can remember, Carrie, about Gertrude, your daughter, Gertrude of Stony Island Avenue, Chicago.

We never got on, Gertrude and I. Yet I believe we loved one another. I often sit all day thinking of my own failings. Daddy knows this and it makes him even more irritable and bad-tempered. "You should take up your music again," he scolds.

He and I both sang once in the church choir, that is where we met, in fact. And we also sang for a while in the chorus of the Chicago Opera, oh so many years ago I shiver to recall.

Daddy found some of my notes about Gertrude. To my surprise it did not make him too angry. But he would not say what he thought. Daddy's lips now form one very thin bloodless line. The doctor mentioned his pale lips, and when the doctor mentions anything it means there's something wrong. He never mentions anything good after his examination.

"Daddy will be leaving me," I keep saying, and my voice chokes. (I do talk to myself more and more.)

And when Daddy goes, how strange, there will only be Gertrude to occupy my thoughts with.

She was not a beautiful girl. Her chin was too pointed. I even once thought of plastic surgery, for the rest of her face was quite lovely with beautiful large green eyes, and lovely Titian-colored hair. Her skin would have been more pleasing had she not been such an inveterate sun-bather. It was her body that attracted the men. And it was men that occupied most of her time when she was not painting her peculiar oil portraits, portraits which now hang in many of the world's museums. I never liked them. I still do not. I am only responsive to the Old Masters, but as she once said to me, "That's because you don't even know how to look at them."

I sometimes think she had so many fellows because it was her way of spiting me.

Daddy and I never discuss her penchant. It was the word Daddy once used for Gertrude's many love affairs. And it was from one of her many boyfriends that I heard used the phrase one-night stands.“

 

 

 

 692606-99cad562502b7f52327c43d8e45a436f.jpg

James Purdy (17 juli 1914 - 13 maart 2009)

Foto door Carl van Vechten, 1957

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver Martin R. Dean werd geboren op 17 juli 1955 in Menziken  Aargau. Zie ook mijn blog van 17 juli 2009.

 

Uit: Meine Väter

 

„Als ich in Basel auf das Flugzeug nach London wartete, las ich in der Zeitung von einem seltenen Verbrechen: Ein Junge hatte seinen Vater getötet. Nachdem er mit einer Eisenstange auf den Schlafenden eingedroschen und ihn dann mit einigen gezielten Messerstichen verwundet hatte, erstickte er ihn mit einem Kissen. Die Stiefmutter des Jungen kam hinzu und wurde Zeugin der Bluttat. Die ganze Wohnung, die Wände und auch das weisse Bettlaken, sagte sie aus, seien voller Blut gewesen, nachdem der Sohn endlich vom Vater gelassen habe. Der Sohn habe sofort ein Geständnis abgelegt.

In den meisten Fällen können Söhne ihre Väter nicht von Angesicht zu Angesicht angreifen. Kaum ein Mordversuch am Vater findet in der direkten Konfrontation statt. Da der Vater in der Nähe als

unbezwingbar erscheint, erfolgt der Angriff meist im Schlaf, von hinten, aus der Ferne oder mit Gift.

Welche Strafe steht auf Vatermord?

Ich habe meinen Vater erst jetzt, im Alter von vierzig Jahren, gefunden. Ich wusste fast nichts von ihm. Vierzig Jahre lang war ich der Meinung gewesen, er sei eine Art Märchenprinz mit einem silbernen Stöcklein.

Vor einer Woche versicherte mir der in London ansässige Hochkommissar von Trinidad & Tobago am Telefon, dass mein Vater noch lebe, ja, dass er sogar mit ihm bekannt sei. Sofort buchte ich einen Flug von Basel nach London Stanstead.

Ihr Vater Ray hat dreissig Jahre lang auf Ihren Anruf gewartet, hatte der Hochkommissar gesagt. Er

stammt aus einer der angesehensten Familien Trinidads. Die Randeens gehören fast zu den indischen Gründerfamilien. Aber Sie sind spät dran.

Sofort stellte ich mir einen einflussreichen alten Mann mit einem gegerbten Faltengesicht vor, der irgendwo in einem Seemannshaus an der Themse residiert und weltweit seine Geschäfte führt.“

 

 

 

 692606-b7dd6b0e9d70060728227daae67890a4.jpg

Martin R. Dean (Menziken, 17 juli 1955)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Eelke de Jong werd geboren in Apeldoorn op 17 juli 1935. Zie ook mijn blog van 17 juli 2009.

 

Uit: Jan Arends I presume

 

„Om kwart voor elf nam hij zijn eerste pils (hij was nu praktisch van de drank af). Uit zijn binnenzak haalde hij het verhaal, dat hij die nacht geschreven had, er zaten een paar tikfouten in, die hij met een balpen corrigeerde. Hij was niet ontevreden en nam nog een flesje bier, daarna las hij het verhaal nog een keer in zijn geheel door. Het Gareel* had hij het genoemd, het ging over een man, die geen tijd gegund werd om even op verhaal te komen, als hij een ander verzet koos, verslapte of steigerde, ging er een belletje, dat hem weer in een gelijkmatig tempo zette, de uitputting vrijwel constant nabij.

Onder de mensen, die de gareelslaaf aanspoorden, had hij de familie M. gevoegd, een jeugdherinnering. Toen hij het verhaal uit had liet hij zijn gedachten naar Warmond dwalen, waar hij de protégé van de M's geweest was, hun kinderen vermaakt had, híj kwam uit de Haagse schildersbuurt, hún vader was bankier, later bleek iedereen ‘bien etonné de se trouver ensemble’, maar daar ging het niet om. Zijn bezoek was aanzienlijk over tijd en hij nam nog een pilsje.

Hij zat in een vertrek in de buurt van de portiersloge, dat door een groepje jongere patiënten als woonkamer gebruikt werd, een paar rotan meubels, ramen die uitkeken op het gazon en daarachter de vrouwenafdeling, de keuken, de wintertuin, de afdeling voor schizofrenen, een tafeltje met een koffiezetapparaat, dat stond te pruttelen, stapels verknipte oude nummers van De Lach, Spanje-folders van een reisbureau, een met zwart crêpepapier bespannen kist als bar, collages van naaktfoto's aan de muur, reclames van automobielen, lampions en serpentines aan het plafond.“

 

 

 

 692606-0ccdbed997f3ab475452030078cbba19.jpg

Eelke de Jong (17 juli 1935 – 1 augustus 1987)

 

 

 

 

De Japanse schrijver Michio Takeyama werd geboren op 17 juli 1903 in Osaka. Vanwege het beroep van zijn vader, die medewerker bij een bank was, wisselde hij in zijn jeugd vaak van woonplaats. Hij studeerde Duitse literatuur aan de keizerlijke universiteit van Japan en maakte een studiereis van drie jaar door Europa. Na zijn terugkeer werkte hij a;s hoogleraar voor Duitse lieratuur en als vertaler. Hij vertaalde o.a. werk van Goethe, Nietzsche en Albert Schweizer, maar ook het boek „Heidi“ van Johanna Spyri. Na WO II verscheen zijn bekendste werk, de roman Biruma no Tategoto.

 

Uit: Harp of Burma (Vertaald door  H.Hibbert)

 

"However, the tide of war had begun to turn against us and at last it was obvious to everyone that

our situation was hopeless. We were reduced to fleeing from mountain to mountain through

unknown territory, trying somehow to get over the eastern border range into Siam (Thailand)....One

by one our trucks had broken down, so that we finally had to pull our equipment in oxcarts, or

carry it on our backs. We lived by foraging everywhere we went. It was a wretched time for us, and

one of great danger....We tramped on and on, over mountains, through valleys and forests. We were

like the fugitives in the tales of old, frightened even by the sound of the wind. British forces would

parachute down into the villages along our route to block our advance. One village would send

word to another about us, and hide their food. Sometimes when we put up in a village for a much needed rest we would find that the natives had informed the enemy and that we were under attack."

 

 

 

692606-943429ecbb547f5f1ae619e4371050f4.jpg
Michio Takeyama
(17 juli 1903 – 15 juni 1984)

 

 

 

 

De Franse schrijver, filosoof en politicus Roger Garaudy werd geboren in Marseille  op 17 juli 1913. Zie ook mijn blog van 17 juli 2007 en ook mijn blog van 17 juli 2008 en ook mijn blog van 17 juli 2009.

 

Uit: Mon tour du siècle solitaire

 

„C'est un lieu commun de dire qu'il s'est produit plus de changements en ce siècle qu'en cinq mille ans de notre histoire écrite. Que penser d'un homme qui, ayant eu la chance d'être contemporain de cette prodigieuse mutation, serait resté assis à la même place en la regardant passer ? „

(...)
 


“La véritable Histoire est une histoire d'âme. Celle des franchissements de seuils nouveaux dans la création de formes nouvelles de la libération de l'homme. Elle est l'histoire des sagesses, des religions et des arts qui ont rendu visible leur marche invisible. Notre avenir a besoin de prophètes et de poètes, non de Césars et de Napoléons.
Les profondes révolutions font appels à une société ouverte, universelle, où l'homme n'est humain qu'habité par le tout. ... Nous sommes responsables de ce que chacun de nos gestes contient d'éternité.“

 

 

 

692606-3e8a60f064ef6714f340a18a24042077.jpg
Roger Garaudy (Marseille, 17 juli 1913)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Alie Smeding werd geboren in Enkhuizen op 17 juli 1890. Haar jeugd in Enkhuizen leverde Alie Smeding een groot deel van haar inspiratie voor haar boeken. Ze schreef onder andere over het stadsleven en vissersleven van het Noord-Hollandse stadje. Ook de gereformeerde sfeer die daar aan het begin van deze eeuw heerste was daarbij van invloed. Ze trouwde op 18 oktober 1928 met dominee Van Wijhe. De boeken van Smeding bevatten vaak taboes, wat tot diverse rellen leidde. Dit zorgde er uiteindelijk voor dat ze van Enkhuizen naar Rotterdam verhuisde. In 1990, Smedings honderdste geboortejaar, was er in Enkhuizen een optocht ter nagedachtenis aan haar. Het geplande beeld en de naar haar vernoemde straat zijn er nooit gekomen. Wel is in Rotterdam een straat te vinden met haar naam.

 

Uit: Menschen uit een stil stadje

 

“'t Staat in haar halfvergane ommuring, kloeke veste van voor eeuwen, kloovig nu ingepuind, wrakkig waar losjes de eene steen stut de andere, als 'n oude vergeten bouwdoos kleintjes gestolpt onder de hooge welving van de lucht. De bijeengeblokte huisjes, 't vale kerkje met 't door oud hekwerk vierkant ingesloten pleintje en de drie balrond gegroeide linden daarvoor, 't stompe torentje met z'n bleekroode wijzerplaat en dofvergulde cijfers, waarachter 't uurwerk, oud, sterk en gaaf, accuraat den tijd aangeeft, alles of 't daar zoo vóór eeuwen door 'n reus opgezet is, de verweerde topgeveltjes beklemmend dicht opeengedrongen en 'n ietsje voor-overgedommeld als oude luiden, die dan toch moe van 't staan zijn geworden, kras in hun gaafheid nog die verweerde roestbruine puien van baksteentjes, met hier en daar 'n pluk muurpeper als oud goud in de voegen of 'n stevig ingewortelde klimopstronk, zoo maar luchtig in sierlijke draperieën af hangend over 'n deurtje of langs de raamvierkantjes, die kleine ruitjes in lood hebben en groezelige spionnetjes aan de van veel rookerigheid vuil geworden kozijntjes, luifels huiven daarover heen, zwarte platjes met dunne lijntjes wit afgebiesd, zoo op 't oog veel vergroote domineesteenen...

En boven de breede deurtjes, die kloek in de stevige stut van hun zware posten staan, pronken tegels met spreuk oud-Hollandsch of ook wel Latijn, soms ook met symbolen van handel en welvaart gesierd, droeve souvenirs uit den bloeitijd van 't kleine stedeke, weemoedig-mooi alles en in 't grauw-strakke licht van 'n herfstige namiddag als oude houtsneeprenten uit 'n vooreeuwsch-langvergeten boek, zóó zonder leefgerucht droome-stil de buurtjes-risten, 't hardsteenen stadhuisje met 't torentje-op-vallen, 't huis van de gildemeesters met de ronde raamoogen en 't galge-veldje met de drie roode steenzuilen, waarvan de roep gaat dat 't 'r spookt...”

 

 

 

 692606-b07dc387b02a4beb6161660bf6360c7f.jpg

Alie Smeding (17 juli 1890 - 5 juli 1938)


Zie voor nog meer schrijvers van de 17e juli ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:55 Reageer op dit bericht

Clara Viebig, Mattie Stepanek, Rainer Kirsch, Jakob Christoph Heer, Bruno Jasieńsk, Shmuel Yosef Agnon, Christina Stead

De Duitse schrijfster Clara Viebig werd geboren op 17 juli 1860 in Trier. Zie ook mijn blog van 17 juli 2007 en ook mijn blog van 17 juli 2008.en ook mijn blog van 17 juli 2009.

 

Uit: Das Kriegsandenken

 

„Auf der Höhe gen Schmidtheim zu ist’s selbst im Sommer öde. Nicht Schatten, nicht Bäumerauschen; die Wälder sind zurückgeblieben in geschützteren Strichen, übers kahle Plateau mit seinen hungrigen Ginsterbüschen und dem verbrannten Heidekraut streicht frei der herbe Eifelwind. Jetzt ist er zum Schwert geworden, zum scharfen Schwert, das die Brust verwundet und das Gesicht zerschneidet. Es ist November. Und es schneit.
Schräg fallen die Flocken, vom Nordost getrieben; aber sie fallen dicht und unablässig und schichten die weiße Last immer höher und höher, die auf der erstarrten Erde liegt. Kein Weg, kein Meilenstein, alles ist verweht. Nur dürftige Ebereschenbäumchen ragen wie Besen aus der verschneiten Öde und zeichnen mühselig die Linie der Chaussee.
Auf der Höhe von Schmidtheim krächzen die Raben. Ein ganzer Schwarm der schwarzen Vögel treibt daher. Auf einer einsamen Kiefer fallen sie ein, schlagen mit den Flügeln, dass der Schnee von den Zweigen stiebt, und reißen gierig die Schnäbel auf. Sie erwarten Fraß.
Langsam, langsam naht ein Zug. Hinter der nächsten Schneewehe taucht er gespenstisch auf, umhüllt von Flockenschleiern; sein Ende ist nicht abzusehen, das verliert sich im weiten Meer endlosen Schnees, im gleichgrauen Dämmer des sinkenden Novembertages.
Kein Ruf, kein Wort; stumm naht der Zug. Aber die Raben krächzen triumphierend laut, frech äugeln sie die Menschen an: das sind Todgeweihte!
Niemand scheucht die Vögel.“

 

 

 

692599-347d0b3d762fa3d1b54f0412736029c9.jpg
Clara Viebig (17 juli 1860 – 31 juli 1952)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vredesactivist Mattie Joseph Thaddeus Stepanek werd geboren in Washington D.C. op 17 juli 1990. Zie ook mijn blog van 17 juli 2008 en ook mijn blog van 17 juli 2009.

 


December Prayer

No matter who you are,
Say a prayer this season.
No matter what your faith,
Say a prayer this season.
No matter how you celebrate,
Say a prayer this season.
There are so many ways
To celebrate faiths,
There are so many faiths
To celebrate life.
No matter who,
No matter what
No matter how...
You pray.
Let's say a prayer
This season,
Together, for peace.

 

 

 

692599-0b71a1faf82075a67c061553bb065c22.jpg
Mattie Stepanek (17 juli 1990 – 22 juni 2004)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Rainer Kirsch werd geboren op 17 juli 1934 in Döbeln. Zie ook mijn blog van 17 juli 2007 en ook mijn blog van 17 juli 2009.

 

 

Ende der Geschichte

 

Daß Einer um sich blickt, gilt als vom Übel.
Noch übler zählt, wenn er genauer fragt
Oder von einer Dauer Dauer sagt,
Sie währe nicht: Silbern umreifte Kübel
Voll Unflat neigen sich, ihn zu bekippen,
Auf dass er, was wie Öl kriecht, fügsam ehre,
Und zwar mit Lust, als ob es Krebsrahm wäre;
Der Mensch hat Nase, sie am Dreck zu üben.
Wie Lemminge stehn rings die Kreativen,
Und wie sie schon ein mildes Lächeln toll macht,
Wenn sie sich ruckelnd aus den Büschen hieven,
Damit wir uns zur Neuen Mitte recken,
es reicht ja nicht, dass uns der Zeitgeist voll macht –
Wir sollen ihm auch noch den Ausgang lecken.

 

 

 

 692599-d643384bbb76bb7535e7327ca7284c1b.jpg

Rainer Kirsch (Döbeln, 17 juli 1934)

 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver Jakob Christoph Heer werd geboren op 17 juli 1859 in Winterthur-Töss. Nach Abschluss des Gymnasiums in Winterthur erwarb Heer 1879 am Seminar Küsnacht das Lehrerdiplom. Seit 1882 arbeitete er als Lehrer in Dürnten. 1892 übernahm er die Stelle eines Feuilletonredaktors der Neuen Zürcher Zeitung. Im Jahr darauf heiratete er Emma Karoline Gossweiler und wurde später (1899-1902) Mitarbeiter der Stuttgarter Redaktion der Zeitschrift Die Gartenlaube. Ab 1902 widmete er sich ganz dem Beruf eines freien Schriftstellers. Heer verband die Stilmittel des Heimatromans mit Kritik an der modernen Technik und am Fremdenverkehr. J. C. Heers bekannteste Romane wurden je zweimal verfilmt, "Der König der Bernina" 1929 (als "Eternal Love") und 1957, "An heiligen Wassern" 1932 und 1960.

 

Uit: An heiligen Wassern

 

„Dörfer und Flecken, selbst eine kleine Stadt, deren Wahrzeichen zwei altersgraue Ruinen auf kahlem Felsen sind, erheben sich mit südlichen Silhouetten am Strom, der seine grauen Wellen aus dem Hochgebirge wälzt.

Im Thalwind erzittern die schlanken Ruten der Silberweiden und die Blätter der Pappeln, welche die Wasser säumen, über die Hütten neigen sich der Kastanien- und der Feigenbaum, die Rebe klettert über das Gestein, das Land ist licht und üppig, als wär's der Traum eines italienischen Malers.

Von Stelle zu Stelle aber schaut durch grüne Waldeinschnitte ein fernes, in sonniger Schönheit aufleuchtendes Schneehaupt in die Stromlandschaft und erinnert den Wanderer, daß er just da im Hochgebirge geht, wo es seine Zinken und Zacken am höchsten erhebt.

Emsige Wildwasser, die aus dunklen Schluchten hervorbrechen, reden von stillen Seitenthälern, die hinter träumenden Lärchenwäldern versteckt bis an die ewigen Gletscher reichen.

Fast unvermittelt berühren sich in dieser Gegend Nord und Süd.

Vom alten Flecken Hospel, auf den ein graues Schloß niederschaut, führt eine schmale, doch fahrbare Straße in eines dieser Seitenthäler, in das vier Stunden lange Glotterthal, aus dessen Hintergrund die Krone, eines der erhabensten Bergbilder des Landes, mit dem Licht ihrer Firnen bis zum Strome herniedergrüßt.“

 

 

 

692599-198885bd2c16619395cae62a3bd05122.jpg
Jakob Christoph Heer (17 juli 1859 - 20. August 1925)

 

 

 

 

 

De Poolse futuristische schrijver Bruno Jasieński (eig. Wiktor Zysman) werd geboren op 17 juli 1901 in Klimontov. Zie ook mijn blog van 17 juli 2007 en ook mijn blog van 17 juli 2009.

 

Uit: I Burn Paris (Palę Paryż)

 

„And day after day the vacillating script of steps would come to a hateful full-stop at one point on the shopfloor and the strained silence would be broken by the reverberations of a lifeless, impassive voice: “Gather your tools!”

Then, like a gust from a fan, a few hundred chests heaved a sigh of relief: “So it’s not me! Not me!” And, second by second, link by link, the hurried, well-trained fingers grasped, fastened and wound the eight-hour iron chain.

Pierre had heard that the first in line were those suspected of political activism. He had no reason to fear. He kept well clear of agitators. He didn’t take part in meetings. During the last strike he had been among those who ignored the action and carried on working. The tub-thumping workers had glowered at him. Before meeting with the foremen he always tried to squeeze out a friendly smile.

And despite all this, whenever the foreman began his silent, sinister strolls around the shopfloor, Pierre’s fingers fumbled under pressure, tools flew from his hands, he did not dare pick them up for fear of drawing attention to himself, and beads of sweat formed a cold compress on his overheated brow.

So, when the ominous steps suddenly stopped in front of his machine this morning, when he read the verdict on the foreman’s lips, Pierre unexpectedly felt a kind of relief: well at least it’s over now.“

 

 

 

692599-df32f3cc445d6867c76b4fae39f5d831.jpg
Bruno Jasieński (17 juli 1901 – 17 september 1938)

Getekend door Stanisław Witkiewicz, 1921

 

 

 

 

De Hebreeuwse schrijver Shmuel Yosef Agnon (eig. Shmuel Yosef Czaczkes) werd geboren in Buczacs, Galicië (nu in Oekraïne) op 17 juli 1888. Zie ook mijn blog van 17 juli 2007 en ook mijn blog van 17 juli 2008

 

Uit: A Whole Loaf (Vertaald door I.M. Lask)

 

„After an hour, or maybe a little less, a waiter arrived and bowed and asked, "What would you like, sir?" What would I like and what wouldn't I like! I showed him the bill of fare and told him to fetch me just anything. And in order that he should not think me the kind of boor who eats anything without selecting it, I added to him gravely, "But I want a whole loaf." The waiter nodded his head and said, "I shall fetch it for you at once. I shall fetch it for you at once."

I sat waiting until he came back with it. He returned carrying a serving dish with all kinds of good things. I jumped from my place and wanted to take something. He went and placed the food in front of somebody else, quietly arranged thing separately in front of him, and chatted and laughed with him, nothing on his list all kinds of drinks which the fellow was ordering for his repast. Meanwhile he turned his face toward me and said, "You want a whole loaf, don't you, sir? I am bringing it at once."

Before long he came back with an even bigger tray than the first one. I understood that it was meant for me and told myself, that's the meaning of the saying: "The longer the wait, the greater the reward." As I prepared to take something, the waiter said to me, "Excuse, me sir, I'm bringing you yours at once." And he arranged the food in front of a different guest most carefully, just as he had done before.

I kept myself under control and did not grab anything from others. And since I did not grab anything from others I told myself, Just as I don't grab from others, so others won't grab my share. Nobody touches what's prepared for somebody else. Let's wait awhile and we'll get what's coming to us, just like all the other guest who came before me; for it's first come, first served.“

 

 

 

 692599-cd563b6eb43b8e7a104992c7891d012a.jpg

Shmuel Yosef Agnon (17 juli 1888 – 17 februari 1970)

 

 

 

 

 

De Australische schrijfster Christina Stead werd geboren in Rockdale, New South Wales op 17 juli 1902. Zie ook mijn blog van 17 juli 2007.

 

Uit: The Man Who Loved Children

 

„And down the table, [there were] three large pitchers, one transparent, one blue, and one pink, containing a rose-colored liquor with fruit floating in it. This mysterious drink intrigued the children beyond expression. They kept swallowing and looking at the glassware. Before the children were only lemonade glasses, but before the adults were wineglasses. The children suspected that even on this occasion the sherbet of paradise was to be drunk under their dry lips by the loudmouthed, money-pocketed monsters who had them in thrall. Why didn't these giants ravish the table, send the food flying besides, gobble, guff, grab, and gourmandize? To be bestial giants with the power of sherbet and also to exhibit such mean-spirited stinginess towards their own appetites was a conundrum the children could never solve.“

 

 

 692599-0eab96a30d26ad704ca17b7bd669427e.jpg

Christina Stead (17 juli 1902 – 31 maart 1983)

Geschreven door Romenu om 19:47 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten