Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 1 september 2010 tot 2 september 2010

Willem de Mérode, Chris Kuzneski, Johann Georg Jacobi, Manfred Böckl

De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook mijn blogs van mijn blog van 21 maart 2006, en ook mijn blog van 2 september 2006, eveeens mijn blog van 21 maart 2007 en mijn blog van 2 september 2007 en eveneens mijn blog van 21 maart 2008. en ook mijn blog van 2 september 2008. en ook mijn blog van 21 maart 2009 en ook mijn blog van 21 maart 2010. en ook mijn blog van 2 september 2009.

 

 

GANYMEDES (fragment)

 

Zijn schoonheid had haar rijkste bloei bereikt,

Nog éne dag, de schuchterheid der jeugd

Zou groeien tot de donkre durf des mans,

En hunkrend gloeien door zijn straffer lêen.

Maar nog niet : bevende was daar een glans,

Nu zilvren en dan even goudgetint,

Dan klaar en blank, dan diep- en purperrood,

Al naar hij wendde en ging, of danste of lag,

Al naar het siddrend rhythme van zijn aêm

Verdeinde rustig, of gejaagd en kort

En hijgend ging, wanneer begeerte heet

Met pijnigende slag zijn bevend hart

Deed bonzen hoorbaar, en het ziedend bloed

De polsen zwol ter suizelende slaap.

En al de heerlijkheid ontwaakter jeugd

Die schoon en veeg is als de morgendauw

Als haar de zon verheerlijkend verderft,

Straalde verblindend in Zeus' felle licht.

De goden minnen zeer het schoon geslacht

Der sterfelijke knapen, en hun glans

Huwt gaarne zich aan blode donkerheid.
Zo Zeus. - Hij zag de zoete heimlijkhêen

Waarmee zich Ganymedes iedre dag

Naar ziel en lijf, één enig offer, bood,

Als hij der haren donkre overvloed
Streek van het klare voorhoofd; als hij 't oog

Verdroomd liet dwalen langs het helle blauw

Des hemels, of, (de dauwen avondlucht

Was zijner lichte leden wazen kleed)

Ging, vleesgeworden smachten, gans alleen,

De weedom door van 't scheemrig geurend veld.

 

 

 727566-c1b309d0b97dea01e47aa7cb0e535954.jpg

Houtsnede door Johan Dijkstra in de bundel Ganymedes

 

 

Zeus zag, en peinsde aan de aanminnigheid

Der ogen en de zoete prille mond,

Wiens kuise lieflijkheid was onberoerd,

En aan de schelpen zijner oren, waar

Het fluisteren der goddelijke stem

Zou wonen als 't geruis der eeuwige zee;

En aan de bleke blauw doorâerde hals,

Even gebogen, vloeiend wederzijds

Uit in de breekbre pracht der schouderen :

En peinsde aan zijn handen, smal en rap,

Die prijkten aan der armen kostlijkheid;

En aan de matte glans der nagelen,

Die droegen op hun flauw gebogen vlak

De bleke sikkel van Selenes beeld

Boven der vingren zongebronsde huid;

En peinsde aan zijn jonge ranke lijf,

En aan de huiverende zuiverheid

Der dijen en der knieën blank gewricht;

En peinsde aan de lichte statigheid

Der benen en d'aanbiddelijke dans

Der voeten, als zij gingen over de aard.

En heel dit broze en sterfelijke schoon

Beminde hij, wanneer het gouden licht

Van Helios de knaap deed glanze' als god,

En als Selenes zilveren gewaad

Hem kleedde boven gods onwelkbre pracht.

En Zeus beminde hem dees laatste dag

Van zijne jeugd ...

 

 

 

 727566-dd641904dfcdd1d5b16929a2bfbbe393.jpg

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

Portret door oor Alfred Löb, 1936

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Chris Kuzneski werd geboren op 2 september 1969 in Indiana, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 2 september 2009.

 

Uit: The Secret Crown

 

“For years he had been paid to protect the king. Now he had orders to kill him.

And it needed to be done today.

Without witnesses. Without wounds. Before he could slip away.

Tracking his target from the nearby trees, he watched Ludwig as he left the castle grounds and strolled along the shoreline. The king wore an overcoat and carried an umbrella, protection from the threatening skies that had blanketed the region for much of the day. Normally the sun wouldn’t set until quarter past nine, but the approaching storm made dusk come early.

A storm that would wash away any signs of foul play.

The assassin checked his watch and noted the time. Ten minutes to seven. Dinner would be served at eight and not a moment before. If his target was late, an alarm would be sounded and a search party would be formed. That much was certain. This was a turbulent time in Bavaria, and Ludwig was the central figure in all the drama, somehow loved and hated at the exact same time.

Some viewed him as a hero, a brilliant visionary who could do no wrong. Others saw him as a madman, a paranoid schizophrenic who had bankrupted the royal family with his flights of fancy. The assassin realized the truth was probably somewhere in between, though he couldn’t care less about politics. He was there to do a job, and he would do it without mercy.”

 

 

 

727566-7e3f00acb3ec249565500c2a7c8bad12.jpg
Chris Kuzneski (Indiana, 2 september 1969)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Georg Jacobi werd geboren op 2 september 1740 op Gut Pempelfort bij Düsseldorf. Zie ook mijn blog van 2 september 2009.

 

 

An Chloen

Bey der Liebe reinsten Flammen,
Glänzt das arme Hütten-Dach:
Liebchen! ewig nun beysammen!
Liebchen! schlafend oder wach!

Süßes, zärtliches Umfangen,
Wenn der Tag am Himmel graut:
Heimlich klopfendes Verlangen,
Wenn der Abend niederthaut!

Wonne dort auf allen Hügeln,
Wenn' im Thal, und Jubel hier!
Volle Freyheit, zu verriegeln
Unsre kleine Hütten-Thür!

Lobgesang in Finsternissen,
Wo kein Neider sich versteckt;
Wo nicht mehr, indem wir küssen,
Jedes Lüftchen uns erschreckt!

Und wir theilen alle Freuden,
Sonn' und Mond und Sternen-Glanz;
Allen Segen, alles Leiden,
Arbeit und Gebeth und Tanz.

 So, bey reiner Liebe Flammen,
Endet sich der schöne Lauf;
Ruhig schweben wir zusammen,
Liebchen! Liebchen! Himmel auf.

 

 

 

 727566-0c736118e6cf12e638f8b7b2aaf34584.jpg

Johann Georg Jacobi (2 september 1740- 4 januari 1814)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Manfred Böckl werd geboren op 2 september 1948 in Landau an der Isar. Zie ook mijn blog van 2 september 2009.

 

Uit : Šumava - Die Saga des Böhmerwaldes

 

“Schwarzkoppe nannte ich diesen Berg, als ich ihn zum erstenmal sah", sagte Birg leise.
"Čerchov", murmelte Boleslav. "Gut hast du den Namen gewählt. Schon von weitem erinnerte sein Vrchol, sein Gipfel, an einen gewaltigen Kohlenmeiler, der osamělý, einsam, in der Wildnis glost. Jedenfalls pak, dann, wenn Wolkenschatten ihn überstrichen."
Der Helläugige nickte, dann deutete er nach Nordosten. "Der Aufstieg auf den Čerchov, wie du ihn nennst, hat uns vom geraden Weg abgebracht", erklärte er. "Doch von hier aus kannst du bereits das Tal erkennen, zu dem ich dich führen wollte. Dort drüben, wo die Nord- und Südhänge sich sanft gegeneinander neigen, schlängelt sich ein Flüßchen durch den Wald, welches nach meiner Schätzung später in die Radbuza mündet -so wie du mir ihren Lauf neulich beschrieben hast. Ich entdeckte das Gewässer im vorigen Jahr, als ich in dieser Gegend pirschte. Der Boden dort ist gut, reichlich steht das Wild in den Wäldern. Und am Sonnenhang des einen Hügels sah ich Wildemmer wachsen, so daß dort sicher auch Korn geerntet werden kann."
Der Sorbe schenkte seinem Freund einen dankbaren Blick: Dann schätzte er die Wegstrecke ab, die sie noch von ihrem Ziel trennte. "Vor Sonnenuntergang werden wir es bohužel, leider, nicht mehr bis dorthin schaffen", sagte er zuletzt mit bedauerndem Unterton in der Stimme.
Birg stimmte ihm zu: "Die Zeit reicht gerade noch für den Abstieg und den Bau einer Unterkunft aus. Doch morgen wird der Tag noch nicht alt sein, bis wir dort angekommen sind, wo du mit deinen Leuten siedeln wirst - vorausgesetzt, der Platz sagt dir wirklich zu." "Ich habe das Pocit, das Gefühl, er wird es tun", erwiderte Boleslav. "Und ich werde dann immer den Čerchov vor Augen haben, von dem aus ich dohromady, zusammen, mit dir die neue Heimat zum erstenmal sah."

 

 

 

727566-cf5a7af74ca054a4dd858df59d7c1e93.jpg
Manfred Böckl (Landau an der Isar, 2 september 1948)




Zie voor nog meer schrijvers van de 2e september ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 18:46 Reageer op dit bericht

Johan Daisne, Joseph Roth, Paul Bourget, Pierre Huyskens

De Belgische dichter en schrijver Johan Daisne werd op 2 september 1912 in Gent geboren als Hermanus Thiery. Zie ook mijn blog van 2 september 2006 en ook mijn blog van 2 september 2007.en ook mijn blog van 2 september 2008 en ook mijn blog van 2 september 2009.

 

 

Ik ook, heer

Het jaar waait met verwoede rukken.
De zondag zieltoogt achter 't raam .
Ik zie de bomen wijslijk bukken,
ontbladerd en beroofd van naam.

Ik zou hun armen willen drukken',
Ik die hier loom van warmte zit
maar met mijn hart en hoofd aan stukken:
een droom van donker en sneeuwwit!

Waarom zou het ook mij niet mogen lukken,
daar morgen weerom schoon te staan?
Straks komen feesten die verrukken
en steeds toch gaat de zon weer aan.

Blijf bloesems van uw bomen plukken -
ik ook, Heer, ben Uw onderdaan!

 

 

 

 

Met zeven aan tafel

Met zeven aan tafel, zo zitten
de oude vrienden nog een keer.
Gele bladen werden weer witte.
Die mocht leven, zegent de Heer.

Al doet het allemaal weer zeer,
de dingen die van daden droomden,
die waarheid waren, roos en speer,
en al wat mettertijd verloomde.

Maar hier, hier zitten we dan weer,
met koffie of een whisky-soda,
terwijl ik van de oude ode

een woord, een komma corrigeer.
En we vertellen van het leven,
dat altijd werd en wordt geschreven,

mijn God, tot Uw meerdere eer!

 

 

 

 727562-f6d60087d3158b9ebe8bca6ac8c67ca0.jpg

Johan Daisne (2 september 1912 – 9 augustus 1978)

 

 

 

 

De Oostenrijks – Hongaarse schrijver en journalist Joseph Roth werd geboren op 2 september 1894 in Brody in Galicië. Zie ook mijn blog van 2 september 2006  en ook mijn blog van 2 september 2007. en ook mijn blog van 2 september 2008 en ook mijn blog van 2 september 2009.

 

Uit: Hiob

 

„Vor vielen Jahren lebte in Zuchnow ein Mann namens Mendel Singer. Er war fromm, gottesfürchtig und gewöhnlich, ein ganz alltäglicher Jude. Er übte den schlichten Beruf eines Lehrers aus. In seinem Haus, das nur aus einer geräumigen Küche bestand, vermittelte er Kindern die Kenntnis der Bibel. Er lehrte mit ehrlichem Eifer und ohne aufsehenerregenden Erfolg. Hunderttausende vor ihm hatten

wie er gelebt und unterrichtet.

Unbedeutend wie sein Wesen war sein blasses Gesicht. Ein Vollbart von einem gewöhnlichen Schwarz umrahmte es ganz. Den Mund verdeckte der Bart. Die Augen waren groß, schwarz, träge und halbverhüllt von schweren Lidern. Auf dem Kopf saß eine Mütze aus schwarzem Seidenrips,

einem Stoff, aus dem manchmal unmoderne und billige Krawatten gemacht werden. Der Körper steckte im halblangen landesüblichen jüdischen Kaftan, dessen Schöße flatterten, wenn Mendel Singer durch die Gasse eilte, und die mit hartem regelmäßigen Flügelschlag an die Schäfte der hohen Lederstiefel pochten.

Singer schien wenig Zeit zu haben und lauter dringende Ziele. Gewiß war sein Leben ständig schwer und zuweilen sogar eine Plage. Eine Frau und drei Kinder mußte er kleiden und nähren. (Mit einem vierten ging sie schwanger.) Gott hatte seinen Lenden Fruchtbarkeit verliehen, seinem Herzen

Gleichmut und seinen Händen Armut. Sie hatten kein Gold zu wägen und keine Banknoten zu zählen. Dennoch rann sein Leben stetig dahin, wie ein kleiner armer Bach zwischen kärglichen Ufern. Jeden Morgen dankte Mendel Gott für den Schlaf, für das Erwachen und den anbrechenden Tag.

Wenn die Sonne unterging, betete er noch einmal. Wenn die ersten Sterne aufsprühten, betete er zum dritten Mal.“

 

 

 727562-d83c632bd243bad9a6711321ea9a0e7f.jpg

Joseph Roth (2 september 1894 - 27 mei 1939)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Paul Charles Joseph Bourget werd geboren op 2 september 1852 in Amiens. Zie ook mijn blog van 2 september 2007 en ook mijn blog van 2 september 2008 en ook mijn blog van 2 september 2009.

 

 

Remords dans l'avenir (Fragment)

 

Tu ne m'aimeras pas, bien que la destinée

Ait ému nos deux cœurs en un seul battement,

Que tu saches ma vie aux deuils abandonnée,

Et que je t'ai un jour chérie uniquement.

 

Je n'aurai pas la gloire, et mon adolescence

S'était épanouie en beaux et chastes vers.

Nul n'adora peut-être avec plus d'espérance

L'âme de notre obscur et mystique univers.

 

Je ne vivrais pas pur et je hais la matière,

Etant de toute chair aussitôt dégoûté,

Réjoui seulement par la pure lumière

De l'éternel amour, vierge et sans volupté.

....

Mais les grands cœurs humains, plus troublés que les ondes,

Ces cœurs aujourd'hui froids et jadis embrasés,

Qui pourra compter sous leurs douleurs profondes

Tous les amours éteints et les espoirs brisés ?

....

 

Qui se souvient, devant l'horizon blanc de voiles,

Que le ciel et la mer sont deux vastes tombeaux ?

On aime une jeune fille de quinze ans,

Oh! reste ainsi toujours sans comprendre les âmes,

Les yeux ouverts sans pleurs sur l'immense horizon ;

Que les astres divins éclairent de leur flammes,

Sans les brûler jamais, ton cœur et ta raison !

 

Prends en pitié le mal qu'on apaise ou qu'on aide,

Les pauvres corps qu'on touche et qu'on peu secourir,

Et ne connais jamais la peine sans remède

Du cœur humain blessé qui ne veut pas guérir.

 

Car l'amour même malheureux est toujours bon ...

 

 

 

727562-6d152ac985ab23fc0f91c5ce6c9c73d7.jpg
Paul Bourget (2 september 1852 – 25 december 1935)

Portret door Paul Chabas

 

 

 


De Nederlandse journalist en schrijver
Pierre Huyskens werd geboren op 2 september 1931 in Wessem. Zie ook mijn blog van 19 november 2008
en ook mijn blog van 2 september 2009.

 

 

Ballade van de kroonduif

 

Bekijkt u nu dit monument

U ziet de tropenzon erin verbeeld,

die met haar zwoele warmte

het rijk van Insulinde

zo genereus bedeelt.

 

U ziet de koppen van karbouwen

en u herkent de kracht, waarmee

zij hielpen 't land verbouwen –

de sawah's, hier in steen geïmiteerd.

Maar hier wordt niet alleen

die éne parel

aan de Gordel van Smaragd.

Het eiland Java met zijn vruchtbaarheid

in beeld gebracht.

 

O, nee, u ziet de Kroonduif toch,

symbool destijds van Neerlands

Nieuw-Guinea; het mooiste sluitstuk

van die Gordel van Smaragd,

dat Nederland zich hoe dan ook,

in lengte van jaren had toebedacht.

 

Helaas- dat droombeeld ging niet op.

U hebt in trouwe dienstplicht,

maar vergeefs dat mooie land

met Kroonduif en met Vogelkop

beschermd als laatste krijgsmacht,

in de oost.

Als laatste sluitstuk van het overzees bewind.

Een schrale troost.

 

U wist het zelf ook, al gauw;

het was de wereldpolitiek

die het 'Den Haag' voorschreef

dat Nieuw-Guinea als Irian Jaja

met Papoea-volk en al

voor Nederland niet behouden bleef.

 

Het doet niets af

aan wat u daar met inzet

en met vlagge-trouw

met hoog moreel en zware offers

hebt volbracht.

 

En wat u overbleef was rouw

om al die kameraden, die nog

te land, ter zee en in de lucht

het hoogste offer hebben gebracht,

in het zo late eind

van een vergeefse strijd

om dat laatste juweel

van die Gordel van Smaragd.

 

Neem nu, ondanks uw eigen pijn

in ziel of lichaam

een ogenblik hun naam

in uw gedachten,

opdat zij in de stilte van dit park

en bij de erewacht van deze oude bomen

in het haast tropisch licht van deze zon

en door de Kroonduif zelf gedragen

weer even levend bij ons komen.

 

 

 

 727562-289eb13b1ac255a2e3d31b8f3811368c.jpg

Pierre Huyskens (2 september 1931 – 19 november 2008)

Geschreven door Romenu om 18:37 Reageer op dit bericht

Paul Déroulède, Giovanni Verga, Richard Voß

De Franse dichter, schrijver en politicus Paul Déroulède werd op 2 september 1846 geboren in Parijs. Zie en ook mijn blog van 2 september 2009.

 

 

LE CLAIRON (Fragment)

 

L'air est pur, la route est large

Le clairon sonne la charge

Les zouaves vont en chantant

Et la haut sur la colline,

Dans la forêt qui domine,

Le Prussien les attend.

 

Le clairon est un vieux brave

Et lorsque la lutte est grave,

C'est un rude compagnon;

Il a vu mainte bataille

Et porte plus d'une entaille,

Depuis les pieds jusqu'au front

 

C'est lui qui guide la fête,

Jamais sa fière trompette

N'eut un accent plus vainqueur,

Et de son souffle de flamme,

L'espérance vient à l'âme,

Le courage monte au coeur.

 

On grimpe, on court, on arrive,

Et la fusillade est vive

Et les Prussiens sont adroits;

Quand enfin le cri se jette:

"En marche! A la baïonette!"

Et l'on entre sous le bois.

 

A la première décharge,

Le clairon sonnant la charge

Tombe frappé sans recours;

Mais, dans un effort suprême,

Menant le combat quand même,

Le clairon sonne toujours.

 

 

 

 727560-af3ace19fa96dd652451b034214f9b4f.jpg

Paul Déroulède (2 september 1846 - 30 januari 1914)

Portret door Jean-François Portaels, 1877

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Giovanni Verga werd op 2 september 1840 geboren als oudste zoon in een welgestelde liberale Siciliaanse familie in Catania op Sicilië. Zie ook mijn blog van 2 september 2009.

 

Uit: Cavalleria Rusticana and Other Stories (Vertaald door G. H. McWilliam)

 

„The She-Wolf

She was dark-haired, tall and lean, with firm, well-rounded breasts, though she was no longer young, and she had a pale complexion, like someone forever in the grip of malaria. The pallor was relieved by a pair of huge eyes and fresh red lips that looked as though they would eat you.

In the village they called her the She-Wolf because, no matter what she had, she was never satisfied. The woman crossed themselves whenever they saw her coming, lone as a stray bitch, with the restless and wary appearance of a starving wolf. She would gobble up their sons and their husbands in the twinkling of an eye with those red lips of hers, and draw them to the tail of her skirt and transfix them with those devilish eyes, as though they were standing before the altar at St Agrippina's. Luckily the She-Wolf herself never set foot inside the church, either at Easter or at Christmas or to hear Mass or to go to confession. Father Angiolino of St Mary of Jesus, a true servant of God, had lost his soul on her account. Maricchia, poor girl, a good and worthy soul, shed tears in secret because she was the She-Wolf's daughter and nobody would ever want to marry her, even though she too had a fine trousseau tucked away in a chest and a patch of decent land in the sun, like any other girl in the village.

Then it happened that the She-Wolf fell in love with a handsome young fellow back from the army, when the two of them were hay-making on the notary's farm. She'd fallen for him lock, stock and barrel, her flesh burning beneath her thick cotton bodice, and, staring into his eyes, she was overcome with the kind of thirst you would experience down in the valley on a hot midsummer day. But he just kept scything calmly away, head down over the hay, saying "What's the matter, Pina?".

 

 

 

 727560-10765ce8c3ab5dc537f160897fcf6694.jpg

Giovanni Verga (2 september 1840 – 27 januari 1922)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Richard Voß werd geboren op 2 september 1851 op Gut Neugrape in Pommern. Zie ook mijn blog van 2 september 2009.

 

Uit: Ein Münchner Regentag

 

Das Wetter war schauderhaft! Schnee und Regen durcheinander. Dabei scharfer Nordwind, und auf Straßen und Plätzen ein Schmutz, daß der kühne Fußwanderer Pfützen durchwaten und wahre Moräste durchschreiten mußte inmitten der lieben Hauptstadt des schönen Bayerlandes. Und zwar geschah solches nicht etwa im grauen, barbarischen Mittelalter, sondern in der aufgeklärten Zeit einer universellen Skepsis und des Glühlichts.

München bei Novemberregen!

In der fashionabeln Briennerstraße einige tiefgesenkte, hin und her schwankende Schirme; auf dem friedlichen Odeonsplatz kein einziger Fiaker; die ganze lange, klassische Ludwigsstraße bis hinauf zum feierlichen Siegestor kaum eine lebendige Seele.

Der Regen rauschte und rauschte, der Tag wurde trüber und trüber; aus dem durchweichten Boden, aus sämtlichen kleinen und großen Wasserlachen stiegen Dünste auf; vom Himmel sanken dichter und dichter die Nebel herab, die der Wind wie Rauchwolken vor sich her trieb.

Die winzigen, blauweiß angestrichenen Wagen der hauptstädtischen Pferdebahn, mit dem einen einzigen, lebensmüden Rößlein davor, glitten wie Nürnberger Riesenspielzeug durch den Dunst hin und her. Bei dem stattlichen Eckhaus, in dessen Erdgeschoß Thierry und Breuil die neuesten, allerliebsten Quincailleriekapricen Altenglands feilhält und die alte, biedere Brienner Bäckerei ihre Gäste mit gut bürgerlichem Kaffee und massiven Backwaren erquickt – an dieser bedeutsamen Stelle des großstädtischen Verkehrs ertönte von Zeit zu Zeit, das Rauschen des Regens und das Brausen des Windes durchgehend, der schrille Pfiff des bedauernswerten Rosselenkers. Er und der Kondukteur hatten ihr leuchtendes Himmelblau unter dunkeln Hüllen verborgen, als müßten sie mithelfen, das Bild eines echten deutschen Regentages grau in grau zu malen.

 

 


 727560-a782c693fde3eb8c8d0323abcc9d6892.jpg

Richard Voß (2 september 1851 – 10 juni 1918)

Geschreven door Romenu om 18:31 Reageer op dit bericht

W. F. Hermans, Hubert Lampo, Blaise Cendrars, Peter Adolphsen

De Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 1 september 2006. Zie ook mijn blog van 1 september 2007 en ook mijn blog van 1 september 2008 en ook mijn blog van 1 september 2009.

Uit: Herinneringen van een engelbewaarder


“Het is, edelachtbare heren, een groot voorrecht in een vrij en democratisch land te leven als het onze. Niet minder groot is het voorrecht dagbladschrijver te zijn in zulk een land, waar persvrijheid bestaat. Waar vrijheid van gedachten, vrijheid van geest al eeuwen dierbare goederen zijn, door het voorgeslacht met opoffering van goed en bloed verworven, door het nageslacht behoed als het kostbaarste kleinood dat het verleden ons nagelaten heeft.”

De stem van zijn engel onderscheidde hij niet van de stem van zijn gedachten. Wat er op papier stond waren zijn gedachten op dat ogenblik niet en daardoor ging er dan ook van Alberegt’s voordracht niet de geringste bezieling uit. Want mijn stem kon hij niet tot zwijgen brengen en ik kon dat evenmin, omdat het denken van een engel altijd spreken is en zijn spreken denken.

“Juist daarom, meneer de president, mogen wij niet nalaten dit goed, tot hoge prijs gewonnen, ook tot elke prijs te verdedigen. Juist omdat wij deze onmetelijke vrijheid van gedachten bezitten, juist daarom moeten wij zelf bepalen hoever wij in het uiten van die gedachten kunnen gaan. Het is dan ook toe te juichen dat de wetgever enige jaren geleden besloten heeft het in woord en geschrift beledigen van bevriende staatshoofden strafbaar te stellen.

Juist omdat de vrijheid ons hoogste goed is, dienen wij ons beperkingen op te leggen. Het zou niet aangaan dat ons land, door de onberaden uitlatingen van sommige pennevoerders, in den vreemde de reputatie zou krijgen dat hier de persoon van bevriende staatshoofden niet de bescherming zou genieten, die ook de gewone burger geniet.

Men kan over het regime dat door Adolf Hitler in Duitsland gevoerd wordt, zo zijn gedachten hebben. Uitdrukkelijk wil ik echter vaststellen dat het de zaak van de Duitsers is, niet de onze, te beslissen hoe en door wie zij wensen te worden geregeerd, Voorts in aanmerking genomen dat Nederland aan Duitsland grenst; dat Nederland klein is en Duitsland groot; dat allerwegen een vernietigende oorlog woedt; dat ons land tot dusverre voor de verschrikkingen van deze oorlog gespaard gebleven is. Daarbij ons afvragende wat de kleine pen van een kleine pennevoerder in een klein neutraal land zou vermogen te bewerkstelligen tegen vermeend groot onrecht in een grote en machtige buurstaat, komen wij tot de conclusie dat verdachte niet de zorgvuldigheid in acht genomen heeft die elke burger in een vrij land siert, toen hij het geïncrimineerde artikel over het Duitse staatshoofd aan het papier toevertrouwde.”

 

 

 

726937-bd9c486af6c498b3d5a88680c54760d9.jpg
W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)

 

 

 

 

De Belgische schrijver Hubert Lampo werd op 1 september 1920 geboren in Het Kiel, Antwerpen. Zie ook mijn blog van 1 september 2006. Zie ook mijn blog van 1 september 2007 en ook mijn blog van 1 september 2008 en ook mijn blog van 1 september 2009.

 

Uit: Terugkeer naar Atlantis

 

„De Nederzetting
Op een vochtige avond als deze drijft de organische reuk van de kleine kaarsenfabriek laag en haast tastbaar over de nederzetting. Ons, de inboorlingen, schijnt die reuk niet te hinderen. Ook hij heeft er iets mee te maken: weer voel ik mij in het uitsterven van de nazomer een jaar ouder geworden. Nog steeds staan de gaslantarens nutteloos te branden in het landschap van mijn jeugd. Mijn laatste bezoekers voor vandaag waren een vrouw met een kind, dat aan heupgewrichtsontsteking lijdt: armoedzaaiers, zoals de anderen. Morgenvroeg zal ik het stedelijk hospitaal opbellen en horen, wat ze voor me doen kunnen. Het regende geruisloos toen ik hen uitliet. Bedachtzaam heb ik mijn pijp gestopt. Als beschutting tegen de tocht, hield ik de handen bol om de opvlammende lucifer heen. Het deed mij denken aan de vreemde lantarens, die wij als kind omstreeks deze tijd in de vorm van een doodshoofd uit geroofde bieten sneden en waarvoor wij zélf huiverden, als we er een kaars in opstaken. Ik rookte langzaam en aandachtig een goedkope, doch met overleg gekozen zware tabak, gemengd met eigen kweeksel. Daarna heb ik de luiken gesloten. Het geknars der scharnieren en het bonzen van het hout schonken mij één ogenblik die kleine rilling van destijds weder, wanneer moeder mij naar bed had gebracht.“

 

 

 

 726937-90a5f662adb236f38720d4f1896fa920.jpg

Hubert Lampo (1 september 1920 - 12 juli 2006)

 

 

 

 

 

De Franstalige, Zwitserse dichter en schrijver Blaise Cendrars werd geboren op 1 september 1887 in La Chaux-de-Fonds. Zie ook mijn blog van 1 september 2007 en ook mijn blog van 1 september 2008 en ook mijn blog van 1 september 2009.

 

 

Trans-Siberian Prose and Little Jeanne from France (Fragment)

I was in my adolescence at the time
Scarcely sixteen and already I no longer remembered my childhood

I was 16,000 leagues from my birthplace
I was in Moscow, in the city of a thousand and three belfries and seven railroad stations
And they weren't enough for me, the seven railroad stations and the thousand and three towers
For my adolescence was so blazing and so mad
That my heart burned in turns as the temple of Epheseus, or as Red Square in Moscow
When the sun sinks.
And my eyes shone upon the ancient routes
And I was already such a bad poet
That I didn't know how to go all the way to the end.

The Kremlin was like an immense Tatar cake
Crusted with gold,
With great almonds of cathedrals all done in white
And the honeyed gold of the bells…

An old monk was reading to me the legend of Novgorod
I was thirsty
And I was deciphering cuneiform characters
Then, suddenly, the pigeons of the Holy Spirit soared above the square
And my hands also flew up, with the rustling of the albatross
And these, these were the last recollections of the last day
Of the entire last voyage
And of the sea.

 

But I was a very bad poet.
I didn't know how to go to all the way to the end.
I was hungry
And all the days and all the women in the cafés and all the glasses
I would have liked to drink and to break them
And all the shop windows and all the streets
And all the homes and all the lives
And all the wheels of the hackney cabs turning in a whirlwind on the bad cobblestones
I would have wanted to thrust them into a furnace of swords
And I would have wanted to crush all the bones
And to tear out all the tongues
And to liquefy all the big bodies strange and naked under the clothing that drives me to madness…
I sensed the coming of the great red Christ of the Russian revolution…
And the sun was a bad wound
That split open like a burnt up inferno.

 

 

Vertaald door Ekaterina Likhtik

 

 

 

726937-f0649457a202501e459367267e598dc9.jpg
Blaise Cendrars (1 september 1887 – 21 januari 1961)

 

 

 

 

De Deense schrijver Peter Adolphsen werd geboren op 1 september 1972 in Århus. Zie ook mijn blog van 1 september 2007 en ook mijn blog van 1 september 2008 en ook mijn blog van 1 september 2009.

 

Uit: Kleine Geschichten (Vertaald door Uwe Englert)

 

„Vor dem Beginn aller Zeiten öffnete GOtt das Buch der Schöpfung und riss eine Seite heraus, denn hätte ER dies nicht getan, wäre das Buch vollkommen und somit die Existenz GOttes unmöglich, da es eines von GOttes Attributen ist, das einzige Vollkommene zu sein. Danach begann ER zu lesen, und allmählich entstand das Universum, indem dessen Geschichte unter Seinen Augen vorüberglitt, doch als ER an die fehlende Seite gelangte und einfach weiterlas, gab es notwendigerweise etwas, das ER nicht wusste, womit Seine Existenz ebenfalls unmöglich war, denn ein weiteres Seiner Attribute ist Seine Allwissenheit. Da ER aber allwissend ist, wusste er von Beginn an, dass ER sich - unabhängig davon, ob er die Seite herausreißen würde oder nicht -, gezwungen sähe, Seine Existenz zu beenden; ergo haben weder GOtt, das Buch, noch beide zusammen jemals existieren können, was in jedem Fall bedeutet, dass auch diese Geschichte unmöglich ist. Es sei denn, ER ist noch nicht an die fehlende Seite gelangt.“

 

 

 

726937-5f435722e7c923b26a2810ce2c47cb29.jpg
Peter Adolphsen (Århus, 1 september 1972)




Zie voor nog meer schrijvers van de 1e september ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:48 Reageer op dit bericht

Sabine Scho, Lenrie Peters, J. J. Cremer, Edgar Rice Burroughs

De Duitse dichteres en schrijfster Sabine Scho werd geboren op 1 september 1970 in Ochtrup. Zie ook mijn blog van 1 september 2009.

 

 

chartreuse

glaub das doch bitte nicht
was man sagt, was man sieht
die abgewedelten deprivationen
der aufgehellte fleck, und frag
nicht nach fahnen, am malen
ist doch was dran, man kann
auch taschenschirme klonen
und behaupten, sie seien geklaut
bis davon was sichtbar wird
bleibt regen regen, »es läuft
es rollt die leere fassade«
hat es je jemanden interessiert

was man dahinter wie destilliert?

 

 

glacier

 

hartschaum, zerkaute

icegumfelder, bricolage

in curaçao, der umgekippte

saft, das wilde

gefrieren passiert problemlos

die blut-hirnschranke,

eros und

schmelze, squeeze

serotonin, klebt wie

hulle, i mean, warum

ziehst du nicht einfach

leine, empty a bottle

and feel a bit freeze

gefäßverengender

wird es nicht mehr

 

 

 

 726933-71a4e0f4ad3408177cff4416564fe54b.jpg

Sabine Scho (Ochtrup, 1 september 1970)

 

 

 

 

 

De Gambiaanse schrijver en chirurg Lenrie Leopold Wilfred Peters werd geboren in Bathurst op 1 september 1932. Zie ook mijn blog van 1 september 2009.

 

 
We Have Come Home

We have come home
From the bloodless wars
With sunken hearts
Our booths full of pride-
From the true massacre of the soul
When we have asked
‘What does it cost
To be loved and left alone’

We have come home
Bringing the pledge
Which is written in rainbow colours
Across the sky-for burial
But is not the time
To lay wreaths
For yesterday’s crimes,
Night threatens
Time dissolves
And there is no acquaintance
With tomorrow

The gurgling drums
Echo the stars
The forest howls
And between the trees
The dark sun appears.

We have come home
When the dawn falters
Singing songs of other lands
The death march
Violating our ears
Knowing all our loves and tears
Determined by the spinning coin

We have come home
To the green foothills
To drink from the cup
Of warm and mellow birdsong
‘To the hot beaches
Where the boats go out to sea
Threshing the ocean’s harvest
And the hovering, plunging
Gliding gulls shower kisses on the waves

We have come home
Where through the lighting flash
And the thundering rain
The famine the drought,
The sudden spirit
Lingers on the road
Supporting the tortured remnants of the flesh
That spirit which asks no favour of the world
But to have dignity.To be loved and left alone’

 

 

 

 726933-76e34e2a398f50d1f7bbe5dc0f8716ba.jpg

Lenrie Peters (1 september 1932 - 28 mei 2009)

 

 

 

 


De Nederlandse schrijver
Jacob(us) Jan Cremer werd geboren op in Arnhem op 1 september 1827. Zie ook mijn blog van 1 september 2009.

 

Uit: Fabriekskinderen

 

„'t Is winter. Een koude decembernacht houdt met kille vingers oud Hollands grijze academieveste den blinddoek voor de oogen.

Slechts een waardig trawant van den reuzengeest dezer eeuw voert strijd met den nacht en rukt er gedurig den blinddoek weêr los. Zie maar, de gazvlammen werpen van afstand tot afstand een vlugtig licht in de holle straten en ginds langs de sombere grachten.

Waartoe die kamp; waarvoor dat licht? Immers de stad ging ter ruste en slaapt.

Geloof het niet, want telkens moet ze wakker en ziende zijn, wakker en ziende om er te waken voor het onheil dat naderen kon.

En de oude stad, zij slaapt dan ook niet. Slechts bij wijlen bevangt haar een ligte sluimering, en 't schijnt u toe als droomde zij van heur alouden roem - even als de teedere loot van den grijzen vorst der Alpen, die zoetjes dommelt aan haren boezem, en murmelt en fluistert van de grootheid zijner afkomst.

Maar toch, hoe vlugtig ook haar sluimering zij - telkens turend over den blinddoek heen, om er te waken zelfs in den nacht, toch vermag zij het niet zoo als zij 't zou willen.

De arme is krank!

Ja, 't hoofd is wel helder, zelfs klaarder dan voorheen; ja heur harte klopt wel even luide voor deugd en voor trouw als in de dagen harer jeugd, nogtans, gij ziet het wel hoe heur regter-arm als verlamd daar ter nederligt.

Luister:

Een deel van heur eêlste sappen gingen over in onzuivere vochten; in vochten die zich vormden tot een afzigtelijke wonde; een wonde die hare krachten verteert, en welligt haar voert in het einde tot de slooping van haar glorierijk bestaan.“

 

 

 

726933-5d1452600ea3d0ffc8f225d306589ed3.jpg
J. J. Cremer (1 september 1827 - 5 juni 1880)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Edgar Rice Burroughs werd geboren in Chicago op 1 september 1875 als de zoon van een zakenman. Zie ook mijn blog van 1 september 2008 en ook mijn blog van 1 september 2009.

 

Uit: The Son of Tarzan

 

„Paulvitch had taken to the jungle when he had seen the beasts of Tarzan and their savage lord swarm the deck of the Kincaid, and in his terror lest Tarzan pursue and capture him he had stumbled on deep into the jungle, only to fall at last into the hands of one of the savage cannibal tribes that had felt the weight of Rokoff's evil temper and cruel brutality. Some strange whim of the chief of this tribe saved Paulvitch from death only to plunge him into a life of misery and torture. For ten years he had been the butt of the village, beaten and stoned by the women and children, cut and slashed and disfigured by the warriors; a victim of often recurring fevers of the most malignant variety. Yet he did not die. Smallpox laid its hideous clutches upon him; leaving him unspeakably branded with its repulsive marks. Between it and the attentions of the tribe the countenance of Alexis Paulvitch was so altered that his own mother could not have recognized in the pitiful mask he called his face a single familiar feature. A few scraggly, yellow-white locks had supplanted the thick, dark hair that had covered his head. His limbs were bent and twisted, he walked with a shuffling, unsteady gait, his body doubled forward. His teeth were gone--knocked out by his savage masters. Even his mentality was but a sorry mockery of what it once had been.
They took him aboard the Marjorie W., and there they fed and nursed him. He gained a little in strength; but his appearance never altered for the better--a human derelict, battered and wrecked, they had found him; a human derelict, battered and wrecked, he would remain until death claimed him. Though still in his thirties, Alexis Paulvitch could easily have passed for eighty. Inscrutable Nature had demanded of the accomplice a greater penalty than his principal had paid.“

 

 

 

726933-15bf9651ee79a66c561f6d3501327b1d.jpg
Edgar Rice Burroughs (1 september 1875 - 19 maart 1950)

Geschreven door Romenu om 19:54 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten