Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 28 januari 2011 tot 29 januari 2011

Anton Tsjechov, Hans Plomp, Willem Hussem, Lennaert Nijgh, Romain Rolland

De Russische schrijver Anton Tsjechov werd geboren op 29 januari 1860 in Taganrog, een havenstad in Zuid-Rusland. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit: Die Dame mit dem Hündchen (Vertaald door Vera Bischitzky, Kay Borowsk e.a.)

 

“Es war vor sechs, sieben Jahren, als ich in einem der Kreise des Gouvernements T. lebte, auf dem Herrenhof des Gutsbesitzers Belokurow, eines jungen Mannes, der sehr früh aufstand, in einem Schoßrock herumlief, den Abend mit Biertrinken zubrachte und sich stets bei mir beklagte, daß

er nirgends und bei niemandem Anerkennung finde. Er wohnte in einem Nebengebäude im Garten und ich im alten Herrenhaus, in einem riesigen Salon mit Säulen, in dem es außer einem breiten Diwan, auf dem ich schlief, sowie einem Tisch, an dem ich meine Patiencen legte, sonst keine weiteren Möbel gab. Sogar bei ruhigem Wetter brummte hier immer etwas in den alten Amossow-Öfen, und bei Gewitter bebte das ganze Haus, als ob es zerbersten wollte, und das war ein wenig unheimlich, besonders nachts, wenn die zehn großen Fenster plötzlich alle vom Blitz erleuchtet wurden.

Vom Schicksal zu stetigem Müßiggang verurteilt, tat ich rein gar nichts. Stundenlang pflegte ich aus meinen Fenstern den Himmel, die Vögel und die Alleen zu betrachten, alles zu lesen, was mir die Post brachte, und zu schlafen. Manchmal verließ ich das Haus und streifte bis zum späten Abend irgendwo umher. Einmal, auf dem Heimweg, geriet ich zufällig auf ein mir unbekanntes Landgut. Die Sonne ging gerade unter, und auf dem blühenden Roggen breiteten sich die abendlichen Schatten aus. Zwei Reihen alter, dicht gepflanzter, sehr hoher Tannen standen da wie zwei massive Mauern und bildeten eine schöne dunkle Allee. Mit Leichtigkeit kletterte ich über den Zaun und ging die Allee entlang, auf einer mehrere Zentimeter dicken Tannennadelschicht gleitend, die hier den Erdboden bedeckte. Es war finster und still, nur hoch oben in den Baumwipfeln zitterte hier und da ein heller goldener Schein und ließ ein Spinnennetz in den Farben des Regenbogens schillern. Es roch stark, fast beklemmend, nach Tannennadeln.

 

 

 841346-6fd1a5fd480507bc62f4fbe6b3200581.jpg

AntonTsjechov (29 januari 1860 – 15 juli 1904)

Buste in Badenweiler

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hans Plomp werd op 29 januari 1944 in Amsterdam geboren. Zie ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 

Middagdutje

 

Zit ik rustig aan de oever
van mijn stille binnenzee
komt een scheepje langs gevaren
met aan boord mijn liefste fee
roept de stralende gestalte
van de kleine boot mij aan
loopt het tegen hoogtij, vraagt ze
anders moet ik verder gaan.

Gooi het roer om lieve dame
ga in godsnaam niet voorbij
ik heb hier de dood gevonden
hem met huid en haar verslonden
en mijn leven dat ben jij.

 

 

 841346-0abf4d6510246794c8d3f2a3dd4cdbec.jpg

Hans Plomp (Amsterdam, 29 januari 1944)

 




De Nederlandse schilder en dichter
Willem Hussem werd geboren in Rotterdam op 29 januari 1900. Zie ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 

juist las ik in het ochtendblad

 

juist las ik in
het ochtendblad

na die van twintig
en dertig
is nu een bom
van vijftig megaton
ontploft bij nova-zembla

verwekkers van chaos
maken ijzige muziek

regenwolken uit
het noorden dragen
de echo met zich mee
tik tik tik
tik tik
tik
de hele weg naar huis
heb ik de morgen niet gezien

het is al negen uur

 

 

 

841346-13193edbb955020ee25d11375ab4048f.jpg
Willem Hussem (29 januari 1900 - 21 juli 1974)

 

 

 

 

 

De Nederlandse tekstdichter, columnist en schrijver  Lennaert Nijgh werd geboren in Haarlem op 29 januari 1945. Zie ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 

Canzone 4711

 

Er viel een hete schaduw over het strand,

die depressie had de zon dus toch gevangen.

De wind bleef onder het wolkendeksel hangen.

De dag bleef stilstaan tussen een en twee.

 

Vanille ijs smolt in haar bruine hand,

ze likte langzaam met een koel verlangen.

Ze had nog zilte parels op haar wangen,

ze bracht de golven in haar haren mee.

 

En in haar ogen de sterren van de zee.

In haar schelp van stilte zocht ik gaten,

probeerde mij met haar te laten praten.

Ik keek naar boven en had geen idee.

 

Vier cijfers vormden een reclamevlucht.

Toen hing er eau-de-cologne in de lucht.

 

Ze zei iets dat ik moeilijk kon verstaan,

een man zat met een radio te spelen

die mij daarop vierstemmig mee kon delen

dat liefde alles was wat ik nodig had.

 

Ze keek me een tijd later peinzend aan

en net toen ik haar schouder wilde strelen,

begon het haar klaarblijkelijk te vervelen

dat ik alleen maar zwijgend naast haar zat.

 

En ze verdween half achter het ochtendblad,

tot haar navel toe was wereldnieuws te lezen.

Ze zei dat eau-de-cologne fijn zou wezen.

Het speet me dat ik dat niet bij me had.

 

Ze leek me onder haar bikini bruin,

ze had een hoge schutting om haar tuin.

 

De eerste druppels vielen op mijn hand,

tijd voor thee en om zich aan te kleden.

Opeens leek alles jarenlang geleden,

ze deed haar kleren aan en groette mij.


Een regensluier daalde over het strand

en kinderen huilden hard en ontevreden.

De natte vlaggen zakten naar beneden

en iets dat nooit begon was al voorbij.

 

Haar kleine wrede hand liet mij niet vrij.

De regen deed me weer naar zee verlangen,

haar golven hielden mij opnieuw gevangen.

Het ochtendblad nam ik mee, het was van mij.

 

Steeds verder werd ik weggesleurd van het strand,

de geur van eau-de-cologne woei van het land.

 

 

 

 841346-e1d56f5e669bb44b229bd666c8d658ad.jpg

Lennaert Nijgh (29 januari 1945 - 28 november 2002)

 

 

 

 

De Franse schrijver Romain Rolland werd geboren op 29 januari 1866 in Clamecy. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit: La Vie de Ramakrishna

 

„Je ne crois pas, pour ma part, à un seul Dieu personnel, ni surtout à un Dieu de la seule douleur. Mais je crois que - douleur et joie mêlées, et avec elles toutes les formes de la vie - il n'est de Dieu que ce qui, dans l'homme et dans les hommes et dans l'univers, est une naissance perpétuelle. La Création se renouvelle, à chaque instant. La religion n'est jamais une œuvre accomplie. Elle est l'acte et la volonté d'agir, sans repos. Elle est le jaillissement de la source. Jamais l'étang.
Je suis d'un pays de rivières. Je les aime comme des êtres vivants. Et je comprends mes ancêtres qui leur versaient le vin et le lait. Or, de toutes les rivières, la plus sacrée est celle qui sourd, à tous moments, du fond de l'âme, de ses basaltes, de ses sables, et de ses glaciers. Là est la Force première, que je nomme religieuse. Elle est commune à l'art et à l'action, aux sciences et aux religions, à tout ce fleuve de l'Âme, que de l'insondable et sombre réservoir, entraîne l'irrésistible pente vers l'océan de l'Être, conscient, réalisé, dominé. Et, de même que l'eau remonte ensuite en vapeurs, de la mer aux nuées du ciel, qui réglementant le réservoir des fleuves, les cycles de création s'enchaînent sans interruption. Et de la source à la mer, et de la mer à la source, tout est la même Énergie, l'Être sans début ni fin, qu'il m'est indifférent qu'on nomme Dieu (et quel dieu ?) ou Force (et quelle force ?) Fût-elle dite Matière ; quelle matière est-ce donc qui désigne également les énergies de l'Esprit ?...“

 

 

 841346-69f0f7b8751bcf487cda806ced31d586.jpg

Romain Rolland (29 januari 1866 – 30 december 1944)



Zie voor nog meer schrijvers van de 29e januari ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:25 Reageer op dit bericht

Olga Tokarczuk, Germaine Greer, Mirjam Müntefering, Serap Çileli, Gert Hofmann

De Poolse schrijfster Olga Tokarczuk is in Sulechów, dichtbij Zielona Góra, geboren op 29 januari 1962. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit: Runners (Vertaald door Jennifer Croft)

 

“They’re standing next to each other in the kitchen. Kunicki is dicing up parsley. He doesn’t really want to get into it again, but he can’t restrain himself.  He can feel the words swelling up in his throat, and he can’t quite swallow them back down. Meaning the old “Well then what did happen?” yet again.

She says in a tired voice, pointing out in a tone of I’m-reciting-this-yet-again that he’s being boring, that he’s making things difficult, “Here you go, one more time: I didn’t feel well, I think I had food poisoning, I told you.”

But he doesn’t give up so easily. “You didn’t feel sick when you went off,” he says.

“Right, but then I got sick, I got sick,” she repeats, with pleasure. “And I guess I passed out for a minute, and then the baby started crying, and that brought me to again. He was scared, and I was scared, too. We started toward the car, but just because of everything we ended up going the wrong way.”

“Which way? Into town? Toward Vis?”

“Yes, toward Vis. No, I mean, I don’t know, whether toward Vis or not, how was I supposed to know, if I had known, I would have come back, I’ve told you this a thousand times.” She raises her voice. “When I figured out I had gotten us lost, we just sat down in this little grove, and the baby fell asleep. I was still feeling weak…”

Kunicki knows she’s lying. He dices the parsley up and says in a sepulchral voice, not raising his eyes from the cutting board, “There was no grove.”

She just about screams, “Of course there was!”

“No, there wasn’t. All there was were individual olive trees and vineyards. What grove?”

There’s a silence, and then she suddenly says with deadly seriousness, “Okay. You’ve cracked it. Good job. We were carried off by a flying saucer. They did experiments on us. They implanted chips in us, here,” and she lifts up her hair to reveal the nape of her neck. Her gaze is icy.”

 

 

 841340-58b476e10c8a6131a9a4b3def63555e6.jpg

Olga Tokarczuk (Sulechów, 29 januari 1962)

 

 

 

 

De Australische literatuurwetenschapper en publiciste Germaine Greer werd geboren in Melbourne op 29 januari 1939. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit: The Whole Woman

 

„For 30 years, I have done my best to champion all the styles of feminism that came to public attention. Though I disagreed with some of the strategies and was troubled by some of the more fundamental conflicts, it was not until feminists of my own generation began to assert with apparent seriousness that feminism had gone too far that the fire flared up in my belly.
When the lifestyle feminists chimed in that feminism had gone just far enough in giving them the right to "have it all"--i.e., money, sex and fashion--it would have been inexcusable to remain silent.
In 1970, the movement was called "women's liberation" or, contemptuously, "Women's Lib." When the name "libbers" was dropped for "feminists," we were all relieved. What none of us noticed was that the ideal of liberation was fading out with the word. We were settling for equality.
Liberation struggles are not about assimilation, but about asserting difference, endowing that difference with dignity and prestige, and insisting on it as a condition of self-definition and self-determination.
Women's liberation did not see the female's potential in terms of the male's actual; the visionary feminists of the late sixties and early seventies knew that women could never find freedom by agreeing to live the lives of unfree men.
Seekers after equality clamoured to be admitted to smoke-filled male haunts. Liberationists sought the world over for clues to what women's lives could be like if they were free to define their own values, order their own priorities and decide their own fate.“

 

 

 841340-c8ecbb57780c904b3ed2153cf7d8d29d.jpg

Germaine Greer (Melbourne, 29 januari 1939)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Mirjam Müntefering werd geboren op 29 januari 1969 in Neheim. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit: Ein Stück meines Herzens

 

„Ich umarme ihn und heule in sein Fell, dass er ganz feucht wird am Hals. Oswald hält geduldig still. Er ist ein so wunderbarer Hund. Er merkt genau, dass ich ihn jetzt brauche, dass er auf keinen Fall weggehen darf. Deswegen sitzt er ganz brav neben mir, wartet meinen Heulausbruch ab und leckt mir über die Wange. Ich rappele mich vom kalten Boden auf und greife nach der Leine. „Komm, Oswald, zurück.“ Und schon ist er an meiner Seite und wir gehen den Weg entlang, auf die gelben Lichter der Jugendherberge zu. Da denke ich plötzlich: Wenn ich blind wäre ... wenn ich wirklich blind wäre, dann hätte er nicht nur mein Portemonnaie gefunden, er würde mich nun auch sicher zur Herberge begleiten. Er wäre wie meine Augen und wie ein Stück meines Herzens. Wenn ich blind wäre, denke ich, wäre nichts wunderbarer als jemand, der für mich sieht.“

 

 

 

841340-5634a0b694b43c1029b6d8521bc812ad.jpg
Mirjam Müntefering (Neheim, 29 januari 1969)

 

 

 

 

De Turks-Duitse dichteres en schrijfster Serap Çileli werd geboren op 29 januari 1966 in Mersin. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit: Wir sind eure Töchter, nicht eure Ehre

 

„Wenn ich auf mein vergangenes Leben zurückblicke, dann schaue ich auf Jahre der Einsamkeit, Erniedrigung, Fremdbestimmung und des Schweigens.
Das Schweigen hatte seinen Grund. Wenn ich nicht sprach, bedeutete das nicht, dass ich nichts zu sagen hatte.
Im Gegenteil: Es bedeutete vielmehr Unterlegenheit, Wehrlosigkeit und Angst vor Gewalt. Als Frau, als ein Mensch, fehlte mir, über Jahrzehnte hinweg, der Glaube an mich selbst. Damals wusste ich das nicht, dazu wurde ich weder ausgebildet noch erzogen.
Neben dem Glauben an mich selbst fehlten mir auch Kraft und Mut. Mut, um meine Vorstellungen zu verwirklichen, um mir meine eigene Welt zu gestalten.
Denn mir war der Weg der Anpassung gewiesen, eigene Wünsche waren nicht gestattet.
Als ich begonnen hatte, mich zur Welt zu bringen, mich als ein Individuum, als einen unabhängigen Menschen zu betrachten, wollte ich die verlorene Zeit einholen.
Ich hatte noch so viel zu lernen, so viel zu sehen, ich wollte alles kennen lernen.
Ich wollte selbst steuern, anstatt mich steuern zu lassen. In dieser Welt, die ich hinter mir gelassen hatte, habe ich sehr gelitten. Ich kenne den Kampf gegen Diskriminierung von klein auf, und diese Welt hat mein Leben entscheidend bestimmt. Jeden Morgen, wenn ich heute die Augen aufmache, spüre ich die Lebenslust. Ich hatte vorher nur eine Ahnung davon, wie viel Lebensfreude und Energie in mir steckt. Jetzt erfahre ich es jeden Tag neu, ich bin auf alles, was der Tag mit sich bringt, gespannt und neugierig. Und ich durfte das Wunder erleben, nach und nach aufzublühen, ich fühlte mich wie ein Schmetterling, der nach der Verpuppung langsam und behutsam seine Flügel entfaltet.“

 

 841340-00b984ff4340c620cbcaf746dfccb1a5.jpg

Serap Çileli (Mersin, 29 januari 1966)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Gert Hofmann werd geboren op 29 januari 1931 in Limbach in Sachsen. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 Uit: Zur Phänomenologie des Snobs

 

„Und trägt wieder seinen weißen Anzug und das hellblaue Hemd, das er, damit es so lange wie möglich hält, nie in die Wäscherei gab, sondern lieber selber wusch, unterm Wasserhahn in der Küche. Erst nach und nach wird ihr klar, daß sie sich täuscht und daß das nicht Kaspars Stimme, sondern die von dem Neuen ist... Weil Kaspar, wie ihr wieder einfällt, nun zum ersten Mal nicht mehr in seinem Zimmer, sondern auf dem Friedhof liegt. Da weint sie dann natürlich wieder. Komm, sage ich, sei nicht mehr traurig! Und streiche ihr, als ob ich ganz ruhig wäre, übers Haar, während ich denke: Was für ein Lärm! Und höre, daß sein Klavier, wie ich schon immer vermutet hatte, verstimmt ist und man nicht darauf spielen und dazu singen sollte. Was seine Stimme betrifft, so ist sie kräftig und roh. So kräftig, daß sie nicht nur sein Zimmer, sondern die ganze Wohnung, also auch unsere Zimmer, füllt. Selbst meine Frau, die, nachdem sie weiß, daß es nicht Kaspar ist, sich im Bett noch einmal umdreht und sich ein Kissen aufs Ohr legt, damit sie das Singen nicht hört, und noch etwas schlafen will, gibt es auf und springt, als ob wir es verabredet hätten, auf ihrer Seite zusammen mit mir aus dem Bett, gemeinsam setzen wir die Füße auf die Dielen. Was für ein Lärm, denke ich und stoße, damit er hinaus kann, sofort die Fenster auf. Sie geht an den Herd, kocht uns Kaffee, streicht uns die Frühstücksbrote. Beim Essen schauen wir aus dem Fenster hinaus zu unserem Gefängnis hinüber, wo es schön ruhig ist.“

 

 

 841340-2b41a487fd20b28714293516c9b2589b.jpg

Gert Hofmann (29 januari 1931 – 1 juli 1993)

Geschreven door Romenu om 19:16 Reageer op dit bericht

Hubert K. Poot, Muna Lee, Johann Seume, Vicente Blasco Ibáñez

De Nederlandse dichter Hubert Kornelisz. Poot werd geboren in Abtswoude op 29 januari 1689. Zie ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 

Klagt

 

Een abel Nimfelyn, dat d'eêlsteschoonheit tart,

(Als dragende in een lyf, waerop natuur magh bogen,

De fierheit van Diane en Venus minvermogen)

Houdt in den doolhof van haer schoonheit my verwart.

Zoekt iemant 't Godendom, of waer het woont en mart;

Welsprekende Merkuur is in haer' mont gevlogen:

Minerva in haer brein: Kupido in haere oogen:

De strafheit in haer borst, tot myn verdriet en smart.

Wat schept myn zuchten dies aen doove rotsen, steenen,

Al ooren! welk een tal van monden, die myn weenen

Nabauwen, daer zy bet versteent blyft dan een rots!

'k Zou zelf de dartle Min myn schreien naer zien rechten,

Omdat noit schichten op haer hart hart kunnen hechten,

Waer 't onverboôn door 't lot en in de magt eens Godts.

 

 

 

841329-920fbdc4ae808f1568a9a512f888e47d.jpg
Hubert K. Poot (29 januari 1689 - 31 december 1733)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en dichter Johann Gottfried Seume werd geboren op 29 januari 1763 in Posema, Sachsen-Anhalt. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 

Morgenlied

 

Gott, unter deiner Vaterhut

Hab' ich die Nacht so sanft geruht,

Daß ich erquickt nun in die Höh

Der Morgensonn' entgegen seh.

 

Wohin ich blicke, redest du

Mit Wohlthat mir und Güte zu;

Mein erster Hauch sey Lobgesang,

Mein letzter Athemzug sey Dank.

 

Du gießest Freuden, wie ein Meer,

Um alle deine Kinder her;

Und nur allein der Thor vergißt,

Daß er ein Mensch mit Menschen ist.

 

Gib, daß ich diesen ganzen Tag

Mich deiner Güte freuen mag;

Wend' Unglück ab nach deiner Huld,

Und wenn es kommt, gib mir Geduld.

 

Nur deine Hand theilt Segen aus,

Gib Segen in mein kleines Haus;

Laß gern mich nutzen jedermann,

Und willig helfen, wo ich kann.

 

Der Erde köstlichster Gewinn

Ist frohes Herz und reiner Sinn;

Und diesen, Vater, schenke mir,

So wall' ich ruhig hin zu dir.

 

Du hast mir wieder neue Kraft

Zu meinem Tagewerk geschafft;

Verjüngt sind wieder Fuß und Hand

Zu ihrer Arbeit leicht gespannt.

 

Wenn einst nach meines Todes Nacht

Zu deinem Licht mein Aug' erwacht,

Dann eil' ich, himmlischer erfreut,

In jenes Lebens Ewigkeit.

 

 

 

841329-5437106ee9cf28470671065d83197f05.jpg
Johann Gottfried Seume (29 januari 1763 – 13 juni 1810)

Monument in Bremen

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Muna Lee werd geboren op 29 januari 1895 in Raymond, Mississippi. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 

 

Pan American Day in the Park

 

Washington on a bronze horse called across the park,
"Ho, Bolívar, are you listening?" and the Liberator heard,
Lifted up a brazen sword and answered through the dark,
"Listening, my comrade! What will be your word?"

Lincoln in a marble chair propped his elbow on his knees,
San Martín in a marble cloak attentively gave ear,
Washington spoke boldly so that all of them might hear,
And his speech flamed like a comet through the April trees:

"Yorktown and Ayacucho were one victory," he said;
"At Aconcagua and at Valley Forge we prayed one prayer;
The eagle and the condor the same symbol overhead,
Our conquering banners made a single rainbow in the air!

"Yet the twenty-one republics for whose liberty we died
I fear become forgetful of the oneness of their goal —
Each is proud and rich and mighty; but the greatness of the whole
Will come only when they dwell as sisters side by side."

"You may be right," Bolívar said, and the sternness of his thought
Made the sternness of the bronze a deeper shadow on his brow:
"I fear they grow apart," said Lincoln, "they seem sometimes strangers now."
Then a wailing cry of anguish to their startled ears was brought.

"It is Nicaragua weeping!" San Martín said, "In that cry
The stricken land, the valiant land, is keening for her dead!"
"Listen!" said Bolívar. Lincoln lifted up his head.
"Help comes! Hope comes!" said Washington. "See them hurry by!"

 

 

 

841329-9a79e202cc22f699cdf3d299812a5630.jpg
Muna Lee (29 januari 1895 – 3 april 1965)

 

 

 

 

De Spaanse schrijver Vicente Blasco Ibáñez werd geboren op 29 januari 1867 in Valencia. Zie ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit:  The Four Horsemen of the Apocalypse  (Vertaald door Charlotte Brewster Jordan)

 

„Then Julio had made his trip to Buenos Aires, encountering in the other hemisphere the last smile of Autumn and the first icy winds from the pampas. And just as his mind was becoming reconciled to the fact that for him Winter was an eternal season--since it always came to meet him in his change of domicile from one extreme of the planet to the other--lo, Summer was unexpectedly confronting him in this dreary garden!

A swarm of children was racing and screaming through the short avenues around the monument. On entering the place, the first thing that Julio encountered was a hoop which came rolling toward his legs, trundled by a childish hand. Then he stumbled over a ball. Around the chestnut trees was gathering the usual warm-weather crowd, seeking the blue shade perforated with points of light. Many nurse-maids from the neighboring houses were working and chattering here, following with indifferent

glances the rough games of the children confided to their care. Near them were the men who had brought their papers down into the garden under the impression that they could read them in the midst of peaceful groves. All of the benches were full. A few women were occupying camp stools with that feeling of superiority which ownership always confers.

The iron chairs, "pay-seats," were serving as resting places for various suburban dames, loaded down with packages, who were waiting for straggling members of their families in order to take the train in the Gare Saint Lazare. . . .“

 

 


841329-85f6a27c308f53bd8a239bf50b8686fa.jpg
Vicente Blasco Ibáñez (29 januari 1867 – 28 januari 1928)

Geschreven door Romenu om 19:10 Reageer op dit bericht

Ramsey Nasr, Peter Verhelst, Maik Lippert, Ismail Kadare

De Palestijns-Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008 en ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

 

Richtingwijzers

 

Je moet onthouden
Dat oude meisjes soms een bel
Onder hun losgekomen vel
Opblazen. Alsof wereldbollen
Onder mijn handen doorrolden
Kwamen hun gladde lijven langs.
Der gladheid egels vol van angst.

Je moet onthouden
Hoe stiekem een nijlpaard stond
Te huilen aan de Vlaamse Kaai.
Zijn hoedje was hem afgewaaid.
Zijn bek lag heel lang op de grond.
Van suiker hield hij zeker niet.
Ik dacht niet dat hij me verstond.

Je moet onthouden
Dat iemands oude ogen breken
Als oud glazuur. Het bleken
Haar wimpers zelf die toeklapten
Vastkleefden en haar uitpakte.
Ik ben de weg kwijt en ik weet
Niet waar op ik mijn pijlen schiet.

 

 

 

 

I - hudson’s shortcut

 

in wezen lagen jullie in de weg

wij kwamen meegevaren op de droom

van een malloot: die hudson had gezegd

dat hij een shortcut kende naar den oost

 

immer gerade aus langs de noordpool

dan kwam je snel in indië terecht

en wij geloofden deze vent, we volgden

zelfs toen hij ijskoud polste: ‘of naar west…?’

 

kapitein hudson was al eens ontslagen

en toen hij aan een vreemde baai bezwoer

dat we om in azië te raken slechts nog

dwars door amerika heen moesten varen

toen voeren we al niet meer – rotsvast geklemd

van kop tot kont in ’t nieuwe continent

 

 

 

II - nieuw amsterdam

 

de baai lag als een uitgestrekte vinger

vanaf het vaderland op ons te wachten

wij gingen er op pad, we stampten rond

wegwijzend in een leeg maar vruchtbaar gat

 

wellicht dat enkel uit ons lijf, dat nimmer

één volk, één god voor zich had kunnen winnen

dat zelf oprees uit schuim van minderheden

een babelstad als dit zich kon ontspinnen

 

wie leerde u hier het ware smelten? wie

zei: handel vrij, wees anders, wees gelijken

dat dromen zich als aandelen verspreiden?

de wereldkampioen in immigreren

dat waren wij, een verre vonk van vrijheid

amerika een holland in het klein

 

 

 840540-b570118888d810e4e034e566b448fb3a.jpg

Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter, romancier en theatermaker Peter Verhelst werd geboren op 28 januari 1962 in Brugge. Zie ook mijn blog van 28 januari 2008 en ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

Thai Dancer

 
Mij een beurt geven? vier lippen koffiezwart, bewegingen

 uit Siam, bloeduitstorting; tot zover de wereld

 van lijflijkheid die zich in twee getallen laat vangen:

 zes, negen...

 Liefde rookt als de revolver tussen je gebit

 wat jij dan metaforisch noemt voor leven

 ...Als verschijnt daar een wraakengel, duikt achter je

 rug de gedaante op van de - man die ijswit

 oprijst uit een lichaam of hij door dat lichaam

 uitgeblazen wordt dat hij vernietigt op zijn beurt - Dood.

 

 De spiegel met mijn voeten erin.

 Gekauwde korsten glas.

 

 Het zijn lucifers zin met fotosnippers zinloosheid.

 

 Wat hier?

 Een prop verdriet.

 En dit?

 Mijn hart.

 (De kleur van vlees

 in marinade.)

 

 

 

 

Motorcycle boy

 

Als zwakke hielpezen in bottines met stalen neus;

zo verkeert ze met mij in de Violent Room,

vrouw gehurkt, met scharlaken hartjesmond

rond zwartmetalen penis: (Die tegen mijn been

oprijdt: Mevrouwtje Angst, met verkeerde vingers

naar mijn verkeerde buik; spartelende vis Genot

trekt ze als een zilverdraad uit mijn ruggewervels;

meisjesvinger rond de trekker dansend.) ‘Schoonheid is het

sublieme geweld alleen.’ Wat zich dan ook voltrekt.

 

 

 

Boomhut (2)

 

Vanzelfsprekend word je hierdoor geneuried, een windstoot
slist je naam (verkeerd): de zwelling aan je oog
vloeit uit in vergezicht. Hoe je zover gekomen bent.
De opgehaalde ladder als een lam been.
Al het graaiende beneden mag een ziekte zijn,
je wordt toch niet benaderd, hoewel het sap
als bloed pulseert en driftig lustberichten doorseint.
Je vraagt je af hoelang het duurt
voor je voeten wortel schieten in de stam.

 

 

 

 840540-de9dd6044e55e0607379d73584a20bf3.jpg

Peter Verhelst (Brugge, 28 januari 1962)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Zie ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

 

wer spricht bei schnee schon


von fraktalen
da steht ein bauzaun
jetzt
so bald die augen aber blinzeln
vor flockensaum
belügst du dich
siehst die alte telefonzelle wieder
sprichst muschelgetuschel
ins leere
liebesgezeter
wie einst an die blechwand gelehnt
da war noch platz
zwischen bordstein und gelben gehäuse
für moos und mäusegerste
so verwahrt vor unkrautex und dioron
zog es nachts sogar die nager dahin
(zur wildrabatte)
doch nun ziehst du schweigend davon
und in der tasche klingelt leise
dein mobiltelefon

 

 

 

Rolltreppe

 

metallische stufen
wie können die fahren
metallische stufen
wie können die fahren
ein fluch ist dahinter
und eine kette
ein fluch ist dahinter
und eine kette

 

 

 

 840540-cbab5c1e4b43dfc327446d75b56d25ef.jpg

Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)

 

 

 

 

De Albanese dichter en schrijver Ismail Kadare werd geboren in Gjirokastër op 28 januari 1936. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008 en ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

 

Childhood

 

My childhood - ink-stained fingers,
Bells in the morning,
The muezzin at dusk,
Collections of cigar boxes and old stamps,
Trading one Ceylon
For two Luxembourg.
Thus they passed,
Childhood days,
Chasing after a rag ball, raising dust and cries,
A rag ball,
Made of grey Albanian rags.

 

 

 

And when my memory

 

And when my fading memory,
Like the after-midnight trams,
Stops only at the main stations,
I will not forget you.

I will remember
That quiet evening, endless in your eyes,
The stifled sob upon my shoulder,
Like snow that cannot be brushed off.

The separation came
And I departed, far from you.
Nothing unusual,
But some night
Someone's fingers will weave themselves into your hair,
My distant fingers, stretching across the miles.

 

 

 

Vertaald door Robert Elsie

 

 

 

840540-570893a7eecd48de0bceb3ece4595a71.jpg
Ismail Kadare (Gjirokastër, 28 januari 1936)



Zie voor nog meer schrijvers van de 28e januari ook
mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 17:14 Reageer op dit bericht

Miguel Barnet, José Martí, Hermann Kesten, David Lodge, Wies Moens

De Cubaanse dichter en schrijver Miguel Barnet werd geboren op 28 januari 1940 in Havanna. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008 en ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

Uit: The Language We Speak

 

„Our Cuban variant of the Spanish language is a spicy potato dish in which, among others the Spanish, the indo-West Indian, and the African of Yoruba, Bantu or Carabali origin have combined, just to mention only three African linguistic sources, in view of which we should also assume an objective position, not an embarrassing or discriminatory one. The world “chévere”, very Cuban, is used today in many countries in the Americas, where it arrived by way of Cuban music; however, it’s barely used in Cuba now. “Asere” and “ecobio”, also of African roots, have expanded as ways of addressing people, particularly the first one, among our youngsters since the 1960’s. Today, their use is common in Cuban vocabulary and not necessarily poor Cubans. They’re contributions from other languages that have been gradually incorporated into the Cuban Spanish and that are part of our culture. Words coming from religious systems or fraternity and mutual help societies like the Abakuá Society, but that have acquired a new semantic value, according to the persons using them and the intention with which they do. 

Between all of us, we have gradually elaborated this rich spicy dish throughout the long cooking process identifying us as the Cuban linguistic community. We’re not defending the use or abuse of vernacular words, because “Cuban” means not only what is popular, picturesque, and vulgar; that’s not only a very narrow conception, but a wrong one. Cuban is also what is educated, more elaborate.”

 

 

 840538-322b359a117ec8047193b51b9468e1a2.jpg

Miguel Barnet (Havanna, 28 januari 1940)

 

 

 

 

De Cubaanse dichter en schrijver José Martí werd geboren op 28 januari 1853 in Havanna. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

 

I have a white rose to tend

 

I have a white rose to tend
In July as in January;
I give it to the true friend
Who offers his frank hand to me.
And for the cruel one whose blows
Break the heart by which I live,
Thistle nor thorn do I give:
For him, too, I have a white rose.

 

 

 

Because your eyes were two flames

 

Because your eyes were two flames
And your brooch wasn't pinned right,
I thought you had spent the night
In playing forbidden games.

Because you were vile and devious
Such deadly hatred I bore you:
To see you was to abhor you
So lovely and yet so villainous.

Because a note came to light,
I know now where you had been,
And what you had done unseen —
Cried for me all the long night.



Vertaald door Manuel A. Tellechea



 840538-4db97caa236814fe2a8f3463e9aab58d.jpg

José Martí (28 januari 1853 – 19 mei 1895)

Standbeeld in het José Martí park, Guantanamo City

 

 

 

 

De Engelse schrijver en literatuurwetenschapper David Lodge werd geboren op 28 januari 1935 in Londen. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008 en ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

Uit: Author, Author

 

„In the 1880s, if he was in town on a Sunday and the weather was dry, Henry James would often walk from his rooms in Bolton Street, Piccadilly, or later from his more commodious quatrième in De Vere Gardens, South Kensington, up to the heights of Hampstead, to visit George Du Maurier.

Their acquaintance had begun at a time when Henry's social and artistic horizons were rapidly expanding. His second novel The American had made an impression on both sides of the Atlantic in 1877, and the novella Daisy Miller was a palpable "hit" in 1879. The appearance of Washington Square and The Portrait of a Lady a couple of years later consolidated his claim to be the coming man of the literary novel in the English-speaking world. His elegant, cosmopolitan essays appeared in the most prestigious reviews. Hostesses competed for his presence at their dinners and soirees. His diary was always full. Only by fleeing occasionally to France or Italy could he escape the relentless pressure of London social life.

So, as he himself was aware, it was a cause of puzzlement and even jealousy on the part of some of his friends that he gave so much of his time to the Du Mauriers, who were neither rich, nor "smart" nor dazzlingly clever. Poor Emma was certainly none of those things, and aspired to be nothing more than a comely, caring wife and mother. Du Maurier himself was good for light repartee at a dinner table, or a musical evening at home, but he was not intellectual; indeed, he was something of a philistine in cultural matters, constantly sniping at the Aesthetes in his cartoons from the conservative ramparts of Punch. Henry knew all this, but didn't care. He liked Du Maurier, he liked his family, and he liked spending Sundays with them.

Henry, who turned 40 in 1883, was 10 years younger than Du Maurier, but they might have been contemporaries as far as looks went, and in many ways Henry, with his bushy beard, balding pate and incipient paunch, appeared the older and more mature. Du Maurier always had a slightly boyish air about him, even when his hair began to turn grey, whereas Henry had cultivated a middle-aged persona as early in his life as he plausibly could.”

 

 

840538-a69ade8883c4541c396445ed3fedbf30.jpg
David Lodge (Londen, 28 januari 1935)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Kesten werd geboren op 28 januari 1900 in Podwoloczyska (tegenwoordig Oekraïne). Zie ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

 

Ich bin der ich bin

 

Ich stehe an der Barriere. Ich kann nur zurückblicken.
Oder den Propheten spielen.
Schließlich halte ich mich an der Gegenwart,
Einem Geländer, das abbricht.
Je länger ich mit mir umgehe, um so weniger kenne ich mich.
Gleich wird die Sonne untergehen.
Die Nacht beginnt, die nie mehr endet.
Es ist eine Finsternis, an die man sich nicht gewöhnt.
Das Haus, das einstürzt. Schnee, der schmilzt.
Eine Stimme, die aufhört.
Ich hatte hundert Freunde. Tausende kannte ich beim Namen.
Die Erde deckt sie.
Ich sollte zweimal leben. Hatte ich andere Absichten?
Verfehlte ich meine Träume?
Bin ich abgestürzt und merkte es nicht?
Jemand spricht öffentlich von meinem Alter.
Wer hieß ihn meine Jahre zählen?
Ich habe also weniger Haare und Zähne?
Ich bin der ich bin.
Einer der mit Schatten spielt.
Ein Erfinder von Figuren,
Erzähler absurder Geschichten aus deinem und meinem Leben.
Ich amüsiere mich über die komischen Repetitionen
Meinesgleichen.
Sie sehn wie Götter aus, die schon im Anfang aufhören.
In einer Welt, die ein Hiatus ist,
Ein Vexierrätsel, das keinen vexiert.
Ich gehe und blicke mich um.
Ruft er mich schon?

 

 

840538-75de566c1419577fb087b056dc95b199.jpg 

Hermann Kesten (28 januari 1900 – 3 mei 1996)

 

 

 

 
De Vlaamse dichter en schrijver Wies Moens werd geboren in Sint-Gillis-bij-Dendermonde op 28 januari 1898. Zie ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

 

Laat mij mijn ziel dragen in het gedrang

 

Laat mij mijn ziel dragen in het gedrang!

Tusschen geringen staan en hun oogen richten

naarboven, waar blinken Uw eeuwige sterren.

Ik wil een snoeier zijn in de wijngaard,

een werkman bij de druivepersen.

Laat mij mijn ziel dragen in het gedrang!

Mijn woord in den mond van stamelaars,

mijn hand voor die liggen langs het pad.

En voor het raam van mijn woning

een vlam in den nacht:

dat wie verdolen mocht

richt zijn schreden

naar het Huis van Toevlucht.

Ik zal het waschbekken klaar zetten,

brood en wijn op de tafel -

en het boek geopend

aan de parabel van den Goeden Herder.

 

 


840538-7b36cc2fdc3a9c049e6c8590289b04d1.jpg
Wies Moens (28 januari 1898 – 5 februari 1982)
Geschreven door Romenu om 17:07 Reageer op dit bericht

Manfred Jendryschik, Mo Rocca, Hermann Peter Piwitt, Colette, Christian Felix Weiße

De Duitse dichter en schrijver en uitgever Manfred Jendryschik werd geboren op 28 januari 1943 in Dessau. Zie ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

 

Vom Wasser

Manchmal, scheint’s tröstlich, gehen auch die Könige
baden, siehe der zweite Ludwig, soeben
war er noch da, nun sucht er Atlantis. Die Immunität
von Pinochet wurde zu spät aufgehoben, Franco
starb friedlich im Bett wie Stalin, der Mörder
von Luther King sollte nie gefunden werden. Warum
nur, fragt sich der kleine Mann in der Wanne (und sei’s drum:
Müller-Lüdenscheidt) etabliert sich das Unrecht
so weltweit und immer wieder, ganz sentimental-
faschistoid-heimatliebend, Mr. President? Usedoms
genannte Kaiserbäder sagen ein Herzliches
Willkommen wie auch den Diktatoren
der Kontinente, aber die waschen sich, hört man, anderswo
in aller Unschuld das Blut von den Fingernägeln.
Und es hilft ja auch nichts,
  regelmäßig die Kurtaxe zu zahlen.

 

 

 840526-83a43ea60a3459aa0d1908b2d355b4d9.jpg

Manfred Jendryschik (Dessau, 28 januari 1943)

Dessau 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver, satiricus en komiek Mo Rocca werd geboren op 28 januari 1969 in Washington, DC. Zie ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

Uit: All the Presidents' Pets

 

„The segment was part of MSNBC’s latest experiment in primetime news, Hard Time with Jim Traficant, starring the flamboyant former Ohio congressman and convict with the Davy Crockett hairpiece. From prison Jim had seen me on TV and become a fan. When MSNBC approached him, he demanded I join the ensemble. “You get me that Mo. He works my funnybone real good.”

Unfortunately Hard Time was scheduled against the mighty Bill O’Reilly. If O’Reilly and his two million viewers occupied a no-spin zone at the nucleus of cable news, we were a negatively charged speck in the outermost valence shell.

This was hardly the kind of work I envisioned when as a boy I dreamed of covering presidential politics. It was humbling, to say the least. (Only moments earlier C-SPAN’s Brian Lamb had gone ballistic on me for overheating his Sara Lee cheese Danish. “You’re supposed to poke a hole in the plastic before you nuke it, retard!” he shouted.) To make matters worse I was saddled with a 315-pound cameraman named Phil, who spent most of the day on his cell phone, strategizing with the other co-plaintiffs from his never-ending class action obesity suit against McDonald’s. “You heard it here first, girlfriend. Our payday is coming!” he screamed into his phone that morning. If I tried to get sharp with him, he only threw it back in my face, reminding me of his own glory days. “When Morley interviewed Betty Ford, guess who did the light-meter reading,” he gloated.“

 

 

840526-8c0662daba74dfb7c831db5befdb9c2f.jpg
Mo Rocca (Washington, 28 januari 1969)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Hermann Peter Piwitt werd geboren op 28 januari 1935 in Wohldorf bij Hamburg. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

Uit: Ein unversöhnlich sanftes Ende

 

„Aber da spielte Ditschi schon im ersten Club der Stadt. Und natürlich hatte er, wie jeder ordentliche Mensch, einen richtigen Nachnamen. Aber der tat nichts zur Sache und interessierte nur die Zeitungen, in denen er nun jeden Montag stand als der, der an allen vorbei, an dem niemand vorbei. Für das Territorium spielte er viele Male. Und noch immer, wenn die Wochenschau ihn zeigte, wirkte er dabei weich, schlaksig, fast pomadig. Aber machte er dann ernst, tanzte er die Gegner aus, glitt um sie herum, als habe sich die Brillantine irgendwann wie ein auratischer Film um seinen Körper gelegt.
Tatsächlich war er am Ende der einzige mir bekannte Mensch, der die Redensart beglaubigte, daß jemand wie ein Fragezeichen aussah. Zum Glück hatte er es da schon nicht mehr nötig, nach überhaupt etwas auszusehen. Er war längst Ehrenbürger der Stadt, besaß Mietshäuser und ließ es sich nicht nehmen, hieß es, im Verzugsfall auch mal persönlich zu kassieren. Und die Betroffenen waren so geschmeichelt, daß sie lieber mal auf eine neue Kinderkarre, den dringend notwendigen Wintermantel verzichteten, als einem wie ihm was schuldig zu bleiben.
So war ich auch nicht überrascht, als ich, vor einigen Jahren, in einen Findling am Eingang zu einem kleinen Stück Grün mit Büschen und Bänken im Zentrum des Viertels seinen Namen eingemeißelt fand. Man hatte das Grün zum Park erklärt und, nachdem Ditschi einen Verkehrsunfall nicht überlebt hatte, nach ihm benannt. Seitdem sitze ich oft da. Nicht unbedingt wegen Ditschi, sondern weil es dort an ersten sonnigen Frühlingstagen wärmer als woanders, weil windstill, ist. Auch sind große Läden gleich in der Nähe und ein Blumenstand mit einer Hutzel, von deren angegrauten Rosen meine Frau, die Blumen liebt, behauptete, schönere und billigere gebe es nirgendwo.“

 

 

 840526-b96c739a1009dcd627c4442a26f44282.jpg

Hermann Peter Piwitt (Wohldorf, 29 januari 1935)

 

 

 

 

De Franse schrijfster Colette werd geboren op 28 januari 1873 in Saint-Sauveur-en-Puisaye. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

Uit: Claudine à l'école


“
Chers bois! Je les connais tous; je les ai battus si souvent. Il y a les bois-taillis, des arbustes qui vous agrippent méchamment la figure au passage, ceux-là sont pleins de soleil, de fraises, de muguet, et aussi de serpents. J'y ai tressailli de frayeurs suffocantes à voir glisser devant mes pieds ces atroces petits corps lisses et froids; vingt fois je me suis arrêtée, haletante, en trouvant sous ma main, près de "la passe-rose", une couleuvre bien sage, roulée en colimaçon régulièrement, sa tête en dessus, ses petits yeux dorés me regardant; ce n'était pas dangereux, mais quelles terreurs! Tant pis, je finis toujours par y retourner seule ou avec des camarades; plutôt seule, parce que ces petites grandes filles m'agacent, ça a peur de se déchirer aux ronces, ça a peur des petites bêtes, des chenilles velues et des araignées des bruyères, Si jolies, rondes et roses comme des perles, ça crie, c'est fatigué, insupportables enfin.“

 

 

840526-374f1894dc7791b0f76f3c30361fc7ed.jpg
Colette (28 januari 1873 – 3 augustus 1954)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Christian Felix Weiße werd geboren op 28 januari 1726 in Annaberg, in het Erzgebergte. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

 

Der traurige Lukas

 

Als Lukas bey der Flasche saß,

Da weint er laut bey jedem Glaß,

Das er sich eingeschenkt:

Sein Nachbar sah ihm lange zu,

Und rief zuletzt: was weinest du?

Mein, sag mir, Lukas, was dich kränkt?

 

Die Flasche, seufzt er, kränket mich!

Trink ich einmal, wie grämt sie sich!

Wie schrecklich nimmt sie ab!

Ach ja, rief Stax, itzt seh ichs ein!

Und half dem armen Lukas schreyn,

Wenn dieser ihm zu trinken gab.

 

 

 

840526-2e3a197bd58fe860102b7621904a4d17.jpg
Christian Felix Weiße (28 januari 1726 – 16 december 1804)

Portret door Anton Graff, rond 1769

Geschreven door Romenu om 16:54 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten