Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 8 maart 2011 tot 9 maart 2011

Ed Hoornik, Heere Heeresma, Vita Sackville-West, Peter Altenberg, Keri Hulme

De Nederlandse dichter en prozaïst Ed Hoornik werd geboren in Den Haag op 9 maart 1910. Zie ook mijn blog van 9 maart 2007 en ook mijn blog van 9 maart 2008. en ook mijn blog van 9 maart 2009 en ook mijn blog van 9 maart 2010.

 

 

Bewaarschool

 

Soms, als ik loop door een straat,

waar kalk valt uit een muur,

verschijnt mij een kindergelaat

en een non aan een kierende deur.

 

En ik klem mij weer vast aan de vrouw,

die mij altijd naar school toe bracht;

het galmde door het gebouw,

als de deur dichtviel met een slag.

 

Daar staat - de voet op de slang -

nog het blauwe Mariabeeld;

voor de deur aan het eind van den gang

houdt een non de sleutels gereed.

 

Zit daar op de achterste rij

bij de trommel met koek en brood

nog de knaap, die het huis op de lei

voor mijn blik met zijn hand afsloot?

 

Maar dan heb ik de straat al voleind,

en ik loop op het heldere plein;

voor 't raam, waar de zon in schijnt,

sluit een vreemde vrouw het gordijn.

 

 

 

Ik wilde...

 

Ik wilde bij de dood belet aanvragen,

hij deed zelf open en hij liet mij in.

'Er lang omheen praten heeft weinig zin;

ik kom hier', zei ik, 'om je uit te dagen'.

 

Hij glimlachte: je komt dus uitstel vragen;

kan ik je dienen, een glas port of gin?

''t Is mij hetzelfde', zei ik, 'schenk maar in'.

 

'En nu muziek, daar staat de grammofoon,

een dodenmars, dat ben je zo gewoon,

als je op straat loopt en daar loopt te azen.'

 

- Geen treurmars speel ik zonder eerbetoon. -

Hij schonk mij in; wij stootten met de glazen.

'Kies nu de naald uit', riep ik in extase.

 

 

 

868995-6d5114b5d493404afafab5cdb380bd2b.jpg
Ed Hoornik
(9 maart 1910 – 1 maart 1970)

Den Haag, Jan Hendrik Verheijen, Gezicht op het Mauritshuis

en de Grenadierspoort, 1e helft 19de eeuw.

 

 

 


De Nederlandse schrijver en dichter
Heere Heeresma werd geboren in Amsterdam op 9 maart 1932. Zie ook mijn blog van 9 maart 2007 en ook mijn blog van 9 maart 2008. en en ook mijn blog van 9 maart 2009 en ook mijn blog van 9 maart 2010.

 

Uit: Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp

 

„Hoera! Meteen sprong hij op, zette het keteltje van de kachel en dook naar de onderste plank van het penantkastje waar de Philips platenspeler stond. Snel ritste hij de enige plaat in huis uit de hoes en legde deze op de schijf. Toen hij door het armpje ver naar achteren te buigen de pick up inschakelde zag hij de blauwe vonken van onder uit de motor springen. Binnenkort zou hij eens een beschermend houten kistje timmeren waarin hij de speler kon plaatsen. Even wachtte hij af en schakelde toen de radio in. Langzaam zwol de muziek aan: Carillonklanken. De beiaard speelde populaire vaderlandse melodieën. Moeder was er inmiddels weer bij gaan zitten en neuriede mee. ‘Zeg’, zei ze ineens. ‘Wanneer vader komt meteen uit, Han!“

 

 

868995-b0247f5b1834a4e77dcc8b1826f7f22f.jpg
Heere Heeresma (Amsterdam, 9 maart 1932)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Peter Altenberg werd geboren op 9 maart 1859 in Wenen. Zie ook mijn blog van 9 maart 2007 en ook mijn blog van 9 maart 2008 en ook mijn blog van 9 maart 2009 en ook mijn blog van 9 maart 2010.

 

Uit: Wie ich es sehe

 

„Neun und elf

 

Margueritta stand nahe bei ihm.

Sie lehnte sich an ihn.

Sie nahm seine Hand in ihre kleinen Hände und hielt sie fest. Manches Mal drückte sie sie sanft an ihre Brust.

Und doch war sie erst elf Jahre alt.

„Margueritta ist die Menschenfreundin“, sagte die Mutter zu dem jungen Manne, „Rositta ist anders – –. Sie liebt die Einsamkeit, die Natur und die Tiere. Jetzt hat sie ihr Herz einem gelben Dachshund geschenkt, Herrn von Bergmann. Sie hatte das Glück, ihm gestern vorgestellt zu werden. Sie hat heute die Taschen voll Würfelzucker für ihn – – –, aber es ist eine unglückliche Liebe.“

„Wieso unglücklich – –?!“, sagte das Kind, „ich liebe ihn ja! Ich denke immer an ihn – –. Das macht mich doch glück­lich?!“

Rositta war neun Jahre alt, zart und bleich.

Margueritta sagte: „O, Rositta ist übertrieben –!“

„Wieso?!“, fragte die Schwester und erbleichte –.

„Ja, du bist übertrieben – –! Sie will Sennin werden am Pat­scherkofl und Zither lernen!“

Rositta: „Der Wirt in Igls hat so schön Zither gespielt und gesungen! Und er hat gar nicht gewusst, dass er schön singt – –! Er ist dagesessen und hat gesungen – – –.“

Margueritta: „Rosie hat eine Altstimme und dichtet sich sel­ber die Lieder. In der Früh singt sie manchmal: ,O, meine Berge, meine Berge – –!‘ Aber übertrieben ist sie doch – – –!“



 

 

 868995-dbfd98ca921e98a6b716879b13d415fc.jpg

Peter Altenberg (9 maart 1859 – 8 januari 1919)

 

 

 

 

De dichteres en schrijfster Vita Sackville-West werd geboren op 9 maart 1892 in Kent. Zie ook mijn blog van 9 maart 2007 en ook mijn blog van 9 maart 2008 en ook mijn blog van 9 maart 2009 en ook mijn blog van 9 maart 2010.

 

 

 

Leopards at Knole 

 

Leopards on the gable-ends,

Leopards on the painted stair,

Stiff the blazoned shield they bear,

Or and gules, a bend of vair,

Leopards on the gable-ends,

Leopards everywhere.

 

Guard and vigil in the night

While the ancient house is sleeping

They three hundred years are keeping,

Nightly from their stations leaping,

Shadows black in moonlight bright,

Roof to gable creeping.

 

Rigid when the day returns,

Up aloft in sun or rain

Leopards at their posts again

Watch the shifting pageant's train;

And their jewelled colour burns

In the window-pane.

 

Often on the painted stair,

As I passed abstractedly,

Velvet footsteps, two and three,

Padded gravely after me.

- There was nothing, nothing there,

Nothing there to see.

 

 

 

 868995-6af3975713117427b9dc4cf570994ea6.jpg

Vita Sackville-West (9 maart 1892 – 2 juni 1962)

Portret door William Strang, 1918

 

 

 

 

De Nieuw-Zeelandse (Maori) schrijfster Keri Hulme werd geboren op 9 maart 1947 in Christchurch. Zie ook mijn blog van 9 maart 2009 en ook mijn blog van 9 maart 2010.

 

Uit: The Bone People

 

„There is a great bank of Neptune’s necklaces fringing the next pool.

“The sole midlittoral fuccoid,” she intones solemnly, and squashes a bead of it under the butt of her stick. “Ahh me father he was orange and me mother she was green,” slithers off the rocks, and wanders further away down the beach, humming. Nothing like a tidepool for taking your mind off things, except maybe a quiet spot for killing …

Walking the innocent stick alongside, matching its step to hers, she climbs up the sandhills. Down the other side in a rush, where it is dark and damp still, crashing through loose clusters of lupins. Dew sits in the centre of each lupin-leaf, hands holding jewels to catch the sunfire until she brushes past and sends the jewels sliding, drop by drop weeping off.

The lupins grow less; the marram grass diminishes into a kind of reedy weed; the sand changes by degrees into mud. It’s an estuary, where someone built a jetty, a long long time ago. The planking has rotted, and the uneven teeth of the pilings jut into nowhere now.

It’s an odd macabre kind of existence. While the nights away in drinking, and fill the days with petty killing. Occasionally, drink out a day and then go and hunt all night, just for the change.

She shakes her head.

Who cares? That’s the way things are now. (I care.)

She climbs a piling, and using the stick as a balancing pole, jumps across the gaps from one pile to the next out to the last. There she sits down, dangling her legs, stick against her shoulder, and lights a cigarillo to smoke away more time.

Intermittent wheeping flutes from oystercatchers.

The sound of the sea.

A gull keening.

When the smoke is finished, she unscrews the top of the stick and draws out seven inches of barbed steel. It fits neatly into slots in the stick top.

“Now, flounders are easy to spear, providing one minds the toes.”

 

 

 868995-f244a1fc8d3fb1492f37aa731dea2a27.jpg

Keri Hulme (Christchurch, 9 maart 1947)



Zie voor nog meer schrijvers van de 9e maart ook
mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:15 Reageer op dit bericht

Umberto Saba, Agnes Miegel, Heleen van Royen, Ota Filip, Taras Sjevtsjenko

De Italiaanse dichter en schrijver Umberto Saba werd geboren op 9 maart 1883 in Triëst. Zie ook mijn blog van 9 maart 2007 en en ook mijn blog van 9 maart 2009 en ook mijn blog van 9 maart 2010.

 

 

Winter

 

It’s night, a bitter winter. You raise
the drapes a little and peer out. Your hair
blows wildly; joy suddenly
opens wide your black eyes,
and what you saw—it was an image
of the world’s end—comforts
your inmost heart, warms and eases it.

A man ventures out on a lake
of ice, under a crooked streetlamp.


Poetry

 

It’s as if for a man battered by the wind,
blinded by snow—all around him an arctic
inferno pummels the city—
a door opens along a wall.

He goes in. He finds again a living kindness,
the sweetness of a warm corner. A forgotten
name places a kiss on
cheerful faces that he has not seen
except obscurely in menacing dreams.
                                                                      He returns
to the street, and the street, too, is not the same.
Fine weather has come back, busy hands
break up the ice, the blue reappears
in the sky and in his heart. And he thinks
that every extreme of evil foretells a good.

 

Vertaald door George Hochfield en Leonard Nathan

 

 

 

 868991-f5b01c2065f55c4373815ad4abf324e3.jpg

Umberto Saba (9 maart 1883 – 25 augustus 1957)

 

 

 

 

 

De Duitse dichteres Agnes Miegel werd op 9 maart 1879 in Königsberg geboren. Zie ook mijn blog van 9 maart 2007 en en ook mijn blog van 9 maart 2009 en ook mijn blog van 9 maart 2010.

 

 

Spätsommer

 

Ich gehe still entlang das Stoppelfeld,

die Grillen singen und die wilden Bienen,

Spätsommerglut vergoldet meine Welt,

und stark und süßlich duften die Lupinen.

 

Das Storchennest am nahen Nachbarhaus

steht leer und ledig schon seit gestern morgen,

kein Kind geht ährenlesend mehr hinaus,

die allerletzten Garben sind geborgen.

 

Zum letztenmal mit dunkelblauem Blick

sieht noch der Sommer her von unserm Strande, -

und meine alte Sehnsucht kehrt zurück,

als blühten Rosen noch im ganzen Lande.

 

 

 

868991-5c54b84c391bc16cc884327ea6b431d9.jpg
Agnes Miegel (9 maart 1879 -
26 oktober 1964)

 

 

 

 

De Nederlandse romanschrijfster en columniste Heleen van Royen werd geboren in Amsterdam op 9 maart 1965. Zie ook mijn blog van 9 maart 2007 en ook mijn blog van 9 maart 2009 en ook mijn blog van 9 maart 2010.

 

Uit: Je zal er maar mee getrouwd zijn

 

'Ha Heleen. Hoe is het met jou?'
'Ik mag niet klagen.'
'Dat is zacht uitgedrukt. Je hebt twee gezonde kinderen, een lieve man, leuk werk...'
'Ik bedoelde het letterlijk. Ik mag niet meer klagen. Van Ton. Ik wil het wel, hoor.'
'Wat is er dan?'
'We zitten in een verbouwing. Nieuwe keuken, andere vloer, muren doorgebroken. De chaos duurt al weken. Ik kan niet tegen chaos. Ik hou van orde, rust en regelmaat. Daarom woon ik in Almere.'
'Kom, zo erg kan het niet zijn. Wedden dat het hartstikke mooi wordt?'
'Ik heb kantoor aan huis. Ik probeer een nieuw meesterwerk te schrijven, weet je. Dat gaat moeilijk als er om de tien minuten een man met een vraag naast je bureau staat. Zo'n wandelende stofwolk, die zegt: 'We sluiten het water een paar uur af, mevrouwtje, wilt u emmers vullen?' Of : 'Voor die straalkachel moeten we een nieuwe groep in de meterkast plaatsen.' En dan tien minuten later: 'Eigenlijk moeten we voor dat kacheltje een hele nieuwe meterkast plaatsen, kost 1.380 euro, ex BTW, bestellen maar?' En dat zijn dan nog de stofwolken die je waarschuwen. Sommigen trekken zich überhaupt niets aan van mijn aanwezigheid. Die halen zonder enige vorm van annonce de stroom eraf, zodat mijn scherm ineens op zwart gaat. Middenin een briljante zin, natuurlijk. Ik vraag me wel eens af wat Harry Mulisch zou doen.'
'Tjonge.'

 

 

868991-0d04481f0ad97433360042eb94459aa3.jpg
Heleen van Royen (Amsterdam,  9 maart 1965)

 

 

 

 

De Duits- en Tsjechisch-talige schrijver Ota Filip werd geboren op 9 maart 1930 in Ostrau. Zie ook mijn blog van 9 maart 2009 en ook mijn blog van 9 maart 2010.

 

Uit: O du meine Heimat

 

„Mir kommt es immer öfter vor, als bewegte ich mich in einem verzauberten, sprachlich-magischen Kreis, dem ich wohl niemals entkomme.
Deutsch als Fremdsprache bleibt für mich, einen eingebürgerten Ersatzteutonen, der seit Jahrzehnten deutsch schreibt und deutsch publiziert, auch nach einer so langen Zeit dennoch ein Rätsel. Je länger ich in der deutschen Sprachwelt lebe, umso bewusster beunruhigt mich die Tatsache, dass die deutsche Sprache sich für mich immer deutlicher als eine Fremdsprache entpuppt.
Mit meinen zwei Sprachen bekomme ich immer häufiger Schwierigkeiten; ich spreche sie nicht spontan, sondern auf eine seltsame Art und Weise »bewusst«.
Mit einem schieren Entsetzen stelle ich jetzt fest, dass mir ein Gespräch, egal ob in tschechischer oder in deutscher Sprache, Probleme macht; in beiden Sprachen gerate ich immer öfter ins Stottern und wenn ich öffentlich meine tschechischen oder deutschen Texte lese, finde ich sie in beiden Sprachen so schlecht geschrieben, dass ich mich für sie schämen muss.
Nach fast dreißig Jahren in Deutschland halte ich meine zwei Sprachen für Fremdsprachen und gehe mit ihnen wie mit Fremdsprachen um. Deutsch ist für mich auch nach so langen Jahren immer noch eine Fremdsprache geblieben, das Tschechische hat sich mir in den drei Jahrzehnten meines Bemühens, die deutsche Sprache voll und ganz zu beherrschen, entfremdet, es hat sich von mir entfernt; meine Muttersprache ist für mich heute zu meiner zweiten Fremdsprache verkommen.“

 

 

 868991-d5a37323c2a71a82c7d7c6125517d43a.jpg

Ota Filip (Ostrau, 9 maart 1930)

 

 

 

 

De Oekraïense dichter, schrijver en schilder Taras Sjevtsjenko werd geboren op 9 maart 1814 in Morynzi bij Kiev. Zie ook mijn blog van 9 maart 2009 en ook mijn blog van 9 maart 2010.

 

 

Fate

You did not play me false, 0 Fate,
You were a brother, closest friend
To this poor wretch. You took my hand
When I was still a little tot
And walked me to the deacon's school
To gather knowledge from the sot.
"My boy, just study hard," you said,
And you'll be somebody in time!"
I listened, studied, forged ahead,
Got educated. But you lied.
What am I now? But never mind!
We've walked the straight path, you and I,
We have not cheated, compromised
Or lived the very slightest lie.
So let's march on, dear fate of mine!
My humble, truthful, faithful friend!
Keep marching on: there glory lies;
March forward - that's my testament.

 

 

Vertaald door John Weir

 

 

 868991-240646846bfd6671fb2b40d9984a945b.jpg

Taras Sjevtsjenko (9 maart 1814 - 10 maart 1861)

Monument in Boedapest

Geschreven door Romenu om 19:47 Reageer op dit bericht

Peter Zantingh

De Nederlandse schrijver, columnist en blogger Peter Zantingh werd geboren op 9 maart 1983 in Heerhugowaard en is tegenwoordig Utrechter. Hij studeerde Small Business in Alkmaar en Digitale Communicatie in Utrecht. Zantingh werkt mee aan nieuwswebsite nrc.nl en nrcnext.nl, lifestyleblogs iPhoneclub en iPadClub, online cultuurmagazine 8WEEKLY, Lowlandssite Lowlove en wielrenblog Het Is Koers. Ondertussen schrijft hij aan zijn debuutroman (werktitel Een uur en achttien minuten) bij uitgeverij De Arbeiderpers.

 

Twee sleuteltjes

 

In mijn brievenbus zat een envelop. Ik maakte hem open en vond alleen twee sleuteltjes. Geen brief, geen adressering, alleen het logo van een bedrijf dat ik niet kende. Ik googlede het, maar werd er niet wijzer van. Het waren gekke sleuteltjes. Niet van een deur of een fiets, maar van iets ongewoners, iets mysterieus. Ik bekeek ze en dacht na. Dit kon natuurlijk twee kanten op.

Eén: ik was zojuist in een Bassie en Adriaan-achtig verhaal terecht gekomen. Deze sleuteltjes zouden me leiden naar kleine briefjes met cryptische aanwijzingen. Ik zou zoiets als “daar waar Utrecht hoog is, maar onopgeleid” ontcijferen en onder de Domtoren de volgende aanwijzing vinden. Daarna kwam de rest van Europa aan de beurt. Overal waren er mannen die op twintig meter afstand toekeken, lange grijze jassen met antennes. Misschien waren er zelfs camera’s, dus ik moest vanaf nu veel grappige dingen zeggen en oppassen waar ik naar keek op internet.

We hebben je moeder. Ze heeft nog maar negen nagels.

Twee: schurken hadden het op mijn moeder voorzien. Ze hadden, door mij langere tijd nauwlettend te volgen, gezien dat ik een LCD-televisie had en vaak luxe taartjes kocht bij de Albert Heijn. Ze hadden de indruk gekregen dat ik rijk was en logischerwijs mijn moeder ontvoerd om losgeld te kunnen eisen. Er zou een race tegen de klok beginnen, langs kluisjes, postvakjes en andere sloten, een oneerlijke zoektocht waarin ik constant achter de feiten aanliep. Ze zouden me altijd een stap voor zijn. Ik vond het ook vervelend dat ze me anoniem zouden opbellen om gemene dingen te zeggen. “We hebben je moeder. Ze heeft nog maar negen nagels.”

Wat waren mijn opties? Ik kon geen actie ondernemen; er was teveel onduidelijkheid over de herkomst en bedoeling van de twee sleuteltjes. Ik zou moeten wachten op meer aanwijzingen voordat ik wist in welk avontuur ik de hoofdrol speelde.

Of zou ik hiermee de verwarming kunnen ontluchten? Dat probeerde ik en ach, verdomd, dat lukte.

Geen avontuur, en dat voelde toch wel vreemd. Als een meisje dat bang is dat ze zwanger is en als dan blijkt dat ze het niet is, mist ze toch haar kindje. Toch was ik ook wel blij dat alles goed ging met mijn moeder.

 

 

 951701-8740b79632840c1cb67f596b2b297047.jpg

Peter Zantingh (Heerhugowaard, 9 maart 1983)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Hafid Bouazza, Jeffrey Eugenides, John McPhee, Harry Thürk, Heinar Kipphardt

De Marokkaans-Nederlandse schrijver Hafid Bouazza werd geboren op 8 maart 1970 in Oujda, Marokko. Zie ook mijn blog van 8 maart 2007 en ook mijn blog van 8 maart 2008 en ook mijn blog van 8 maart 2009 en ook mijn blog van 8 maart 2010.

 

Üit: Spotvogel

 

Het is tijd voor mijn geest om te ruien. Er valt veel te zeggen voor het schrijven met een veerpen, hoe geaffecteerd ook: met dode veren brengt men woorden tot leven. Hopelijk zichzelf ook. Het is tijd voor mij om hier, in dit berglandschap, vlak bij een rivier en de zee, te schrijven. Ik denk woorden te hebben gevonden, waaronder gedachten schuilen en niet enkel de wind die mijn geest zo lang heeft doorblazen.’

(...)

 

‘En als de avond als een bonte griffioen de manen liet neerhangen en op een bloederige ruïneuze horizon de zon verslond en nadat de donkerten als de hengsten van Yamm, de god van de oceaan, kwamen aangalopperen, de sterren als schuim opwierpen, wist Marfisa uit huis te sluipen en dicht tegen de muur gedrukt naar de ingang van de moskee te rennen, haar hart zo snel en luid kloppend dat het leek alsof de rossen van de nacht weer waren gewekt.’

(...)

 

‘Hoe ver in de tijd dit ook heeft afgespeeld, hoe miskleurig het geheugen mijn verhaal ook moge hebben opgepronkt met geleende kleuren: dit gebeurde in het land waar ik geboren werd en waar ik het liefst vertoefde, en dat land, mijn enige en lieve lezeres, is niet Marokko, maar een land in het Noorden, waar, zoals Plinius zei, de bomen onder de rivieren groeien – een Moerasland, een Houtland, een Neder Land.’

 

 

868177-be8c802f7724d30c42b2fd2af4b885fd.jpg
Hafid Bouazza (Oujda, 8 maart 1970)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Jeffrey Eugenides werd geboren op 8 maart 1960 in Detroit. Zie ook mijn blog van 8 maart 2007 en ook mijn blog van 8 maart 2008 en ook mijn blog van 8 maart 2009 en ook mijn blog van 8 maart 2010.
 

Uit: Extreme Solitude

 

“It was debatable whether or not Madeleine had fallen in love with Leonard the first moment she’d seen him. She hadn’t even known him then, and so what she’d felt was only sexual attraction, not love. Even after they’d gone out for coffee, she couldn’t say that what she was feeling was anything more than infatuation. But ever since the night they went back to Leonard’s place after watching “Amarcord” and started fooling around, when Madeleine found that instead of being turned off by physical stuff, as she often was with boys, instead of putting up with that or trying to overlook it, she’d spent the entire night worrying that she was turning Leonard off, worrying that her body wasn’t good enough, or that her breath was bad from the Caesar salad she’d unwisely ordered at dinner; worrying, too, about having suggested they order Martinis because of the way Leonard had sarcastically said, “Sure. Martinis. Let’s pretend we’re Salinger characters”; after having had, as a consequence of all this anxiety, pretty much no sexual pleasure, despite the perfectly respectable session they’d put together, and after Leonard (like every guy) had immediately fallen asleep, leaving her to lie awake stroking his head and vaguely hoping that she wouldn’t get a yeast infection, Madeleine asked herself if the fact that she’d just spent the whole night worrying wasn’t, in fact, a surefire sign that she was falling in love. And certainly after they’d spent the next three days at Leonard’s place having sex and eating pizza, after she’d relaxed enough to be able to come once in a while and finally to stop worrying so much about having an orgasm because her hunger for Leonard was in some way satisfied by his satisfaction, after she’d allowed herself to sit naked on his gross couch and to walk to the bathroom knowing that he was staring at her (imperfect) ass, to root for food in his disgusting refrigerator, to read the brilliant half page of philosophy paper sticking up out of his typewriter, and to hear him pee with taurine force into the toilet bowl, certainly, by the end of those three days, Madeleine knew she was in love.”

 

 

 868177-2abc891489c231c1f278483383cc4d2d.jpg

Jeffrey Eugenides (Detroit, 8 maart 1960)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver John Angus McPhee werd geboren op 8 maart 1931 in Princeton. Zie ook mijn blog van 8 maart 2007 en ook mijn blog van 8 maart 2008 en ook mijn blog van 8 maart 2009 en ook mijn blog van 8 maart 2010.
 

Uit: Silk Parachute

 

„When your mother is ninetynine years old, you have so many memories of her that they tend to overlap, intermingle, and blur. It is extremely difficult to single out one or two, impossible to remember any that exemplify the whole.

It has been alleged that when I was in college she heard that I had stayed up all night playing poker and wrote me a letter that used the word “shame” forty- two times. I do not recall this. I do not recall being pulled out of my college room and into the church next door.

It has been alleged that on December 24, 1936, when I was five years old, she sent me to my room at or close to 7 p.m. for using four- letter words while trimming the Christmas tree. I do not recall that.

The assertion is absolutely false that when I came home from high school with an A- minus she demanded an explanation for the minus.

It has been alleged that she spoiled me with protectionism, because I was the youngest child and therefore the most vulnerable to attack from overhead—an assertion that I cannot confirm

or confute, except to say that facts don’t lie. We lived only a few blocks from the elementary school and I routinely ate lunch at home. It is reported that the following dialogue and ensuing action occurred on January 22, 1941:

“Eat your sandwich.”

“I don’t want to eat my sandwich.”

“I made that sandwich, and you are going to eat it, Mister Man. You filled yourself up on penny candy on the way home, and now you’re not hungry.”

“I’m late. I have to go. I’ll eat the sandwich on the way back to school.”

“Promise?”

“Promise.”

Allegedly, I went up the street with the sandwich in my hand and buried it in a snowbank in front of Dr. Wright’s house. My mother, holding back the curtain in the window of the side door, was watching. She came out in the bitter cold, wearing only a light dress, ran to the snowbank, dug out the sandwich, chased me up Nassau Street, and rammed the sandwich down my throat, snow and all. I do not recall any detail of that story. I believe it to be a total fabrication.“

 

 

 868177-14d54fc2317c167df5f3e2cfa695fcb8.jpg

John McPhee (Princeton, 8 maart 1931)

 

 

 

De (Oost)Duitse schrijver Harry Thürk werd geboren op 8 maart 1927 in Zülz, Oberschlesien. Zie ook mijn blog van 8 maart 2007 en ook mijn blog van 8 maart 2009 en ook mijn blog van 8 maart 2010.
 

Uit: Midway

 

„Die beiden Kommandanten hatten ihre Befehlsstellen in metertiefen Bunkern auf Sand Island. Sie waren nicht gerade enge Freunde, aber sie arbeiteten gut zusammen, was ein Glücksfall war, denn die Offiziere des Marinekorps beurteilten ihre Kameraden aus anderen Waffengattungen meist als Schlappschwänze, das entsprach der rüden Denkweise jener sogenannten Elitetruppe. Hier allerdings hielten sie täglich ihre Lagebesprechungen ab und inspizierten immer wieder die Stellungen an der Küste, besonders die der 3,7-cm-Schnellfeuerkanonen, von denen man sich nicht nur Abwehr gegen Fliegerangriffe versprach, sondern auch gegen Landungsfahrzeuge.
Nach und nach trafen neue Flugzeuge ein. Bisher waren auf Midway lediglich 16 veraltete Sturzbomber des Typs «Vindicator» und 21 Jagdflugzeuge des Typs «Buffalo» stationiert gewesen, ebenso veraltet, von den Piloten abschätzig «fliegendes Fa߻ genannt, den japanischen «Zero» eindeutig unterlegen. Aber die amerikanische Flugzeugindustrie lief auf Hochtouren, und sie lieferte nun schon große Stückzahlen moderner, vielseitig verwendbarer und den japanischen Maschinen überlegene Muster aus. So schickte Pearl Harbor ganze Staffeln der neuen, schnelleren und tragfähigeren SBD-Stukas, F4F-Jäger, zweimotorige B-26-Bomber, die auch mit Torpedos ausgerüstet werden konnten, TBF-Torpedoflugzeuge, viermotorige, mit wirkungsvollen, von japanischen Jägern gefürchteten Abwehrwaffen bestückte Langstreckenbomber des Typs B-17, sowie PBY-Flugboote, denen vor allem die Seeaufklärung über große Entfernungen oblag.“


 

 868177-0f34fb41d86d1f5caf243cc1194fa023.jpg

Harry Thürk (8 maart 1927 – 24 november 2005)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Heinrich 'Heinar' Mauritius Kipphardt werd geboren in Heidersdorf op 8 maart 1922.. Zie ook mijn blog van 8 maart 2010.

 

Uit: In der Sache J. Robert Oppenheimer:

 

“1. Szene

Ein elektronisch gesicherter Raum in der Atomenergiekommission in Washington. Er ist für die Zwecke des Verhörs eingerichtet. Batterien von Monitoren. Aufzeichnungsgeräte, Fernschreiber. Es ist der 12. April 1954. Robb und Rolander kommen, breiten ihre Sachen aus, arbeiten. Gray Morgan, Evans kommen dazu.
GRAY sind wir zu früh? Man sagte uns, daß Dr. Oppenheimer da sei.
ROBB im Hause. Die neuen Sicherheitsbestimmungen. Wir sind noch gerade mal durchgeschlüpft. Weil sie Mr. Rolander kannten, aber wahrscheinlich nicht Oppenheimer. Es öffnet sich eine Tür, Oppenheimer, Garrison und Marks kommen.
GRAY Dr. Oppenheimer, es ist mir eine Freude und es bewegt mich, Sie hier begrüßen zu dürfen. Schön, daß Sie da sind.
OPPENHEIMER Das sind Mr. Garrison und Mr. Marks, meine Anwälte.
GRAY Wenn ich Ihnen Mr. Morgan und Dr. Evans vorstellen darf. Mr. Robb Mr. Rolander ... OPPENHEIMER Ja ja. Ja. Bitte. Natürlich. Es kommt zu keinem Händeschütteln oder nur zu gestörten Handlungen, die Gray ins Offizielle flüchten lassen.
GRAY Ich glaube, für das Protokoll, wir müssen das leider doch offiziell machen.”

 

 868177-c9af7fe0310e7817435395500eb43d3b.jpg

Heinar Kipphardt (8 maart 1922 - 18 november 1982)



Zie voor nog meer schrijvers van de 8e maart ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 18:58 Reageer op dit bericht

Mouloud Feraoun, Juana de Ibarbourou, Eric Linklater, Jan Potocki, Dominic Angeloch

De Algerijnse schrijver Mouloud Feraoun werd geboren op 8 maart 1913 in het bergdorp Tizi Hibel, Kabylie. Zie ook mijn blog van 8 maart 2010.

 

Uit: Journal 1955-1962

 

"N’ai-je pas écrit tout ceci au jour le jour, selon mon état d’âme, mon humeur, selon les circonstances, l’atmosphère créée par l’événement et le retentissement qu’il a pu avoir dans mon cœur ? Et pourquoi ai-je ainsi écrit au fur et à mesure si ce n’est pour témoigner, pour clamer à la face du monde la souffrance et le malheur qui ont rôdé autour de moi ? Certes, j’ai été bien maladroit, bien téméraire, le jour où j’ai décidé d’écrire, mais autour de moi qui eût voulu le faire à ma place et aurais-je pu rester aveugle et sourd pour me taire et ne pas risquer d’étouffer à force de rentrer mon désespoir et ma colère ? Et maintenant que c’est fait, que tout est là, consigné, bon ou mauvais, vrai ou faux, maintenant que nous entrevoyons la fin du cauchemar, faudra-il garder tout ceci pour moi ?
(…)Je sais combien il est difficile d’être juste, je sais que la grandeur d’âme consiste à accepter l’injustice pour éviter soi-même d’être injuste, je connais, enfin, les vertus héroïques du silence. Bonnes gens, j’aurais pu mourir, depuis bientôt dix ans, dix fois j’ai pu détourner la menace, me mettre à l’abri pour continuer de regarder ceux qui meurent. Ceux qui ont souffert, ceux qui sont morts pourraient dire des choses et des choses. J’ai voulu timidement en dire un peu à leur place. Et ce que j’en dis, c’est de tout cœur, avec ce que je peux avoir de discernement et de conscience" (17 août 1961).

 

 

868176-2a3c2fec65ba50c63c09deb344c42dbd.jpg
Mouloud Feraoun (8 maart 1913 – 15 maart 1962)

 

 

 

 

De Uruguayaanse dichteres en schrijfster Juana de Ibarbourou werd geboren op 8 maart 1892 als Juana Fernández Morales in Melo, Cerro Largo. Zie ook mijn blog van 8 maart 2010.

 

 

The Knife Sharpener

 

This heroic pain to build every night

A new pair of wings…

Where will be those who yesterday put on my shoulders

The insomnia of the first hour of dawn!

 

Day, the knife-sharpener of the gold-scissors,

The steel-daggers and the iron-backs;

Last night I had the wings

And I was in the sky.

But this morning

You arrived with your flute and stone,

Your twelve silver-knives.

 

And slowly began cutting the wings.



 

 

 868176-c4599ee04caa430abb13bc6f5f17b89b.jpg

Juana de Ibarbourou (8 maart 1892 – 15 juli 1979)

 

 

 

 

De Schotse schrijver Eric Robert Russell Linklater werd geboren op 8 maart 1899 in Dounby, Orkney. Zie ook mijn blog van 8 maart 2007 en en ook mijn blog van 8 maart 2009 en ook mijn blog van 8 maart 2010.

 

Uit: Tiefseepiraten (Vertaald door Gabriele Haefs)

 

„Wenn sie aneinandergerieten, dann trug Hew normalerweise den Sieg davon. Aber sie stritten sich nur selten – nicht häufiger als einmal im Monat, denn Timothy war verträglich und Hew mochte ihn. Manchmal jedoch wachte Hew morgens auf und dachte daran, wie groß und stark er war, und vor lauter Glück und aus dem Wunsch heraus, seine Stärke zu zeigen, bewarf er Timothy mit einem Kissen und brüllte: »Auf in den Kampf!«

Wenn er dann fünf Minuten später auf Timothys Brust saß, sagte er etwa Folgendes: »Es tut mir wirklich schrecklich leid, aber ich fürchte, du kriegst schon wieder ein blaues Auge. Ich wollte wirklich nicht so fest zuhauen. Echt nicht!«

Und Timothy antwortete dann, keuchend und außer Atem: »Du bist ein blöder, brutaler, mieser Trottel. Du hättest als Zugpferd auf die Welt kommen sollen, dann könntest du dich vielleicht irgendwie nützlich machen. Aber so nervst du einfach nur. Und jetzt runter von meiner Brust, deine Nase blutet nämlich und tropft mich voll.«

Später an einem solchen Morgen erzählten sie dann Sam Sturgeon von ihrem Kampf, und Timothy sagte:

»Der hat mindestens eine halbe Stunde gedauert, glaub ich.«

»Das muss länger gewesen sein«, widersprach Hew.

»Weniger als eine Dreiviertelstunde bestimmt nicht, vielleicht sogar noch mehr.«

 

 

 868176-aecfb9f8f8e1382d6e9f2faeaa8a1928.jpg

Eric Linklater (8 maart 1899 – 7 november 1974)

 

 

 

 

De Poolse schrijver, geschiedkundige en ontdekkingsreiziger graaf Jan Nepomucen Potocki werd geboren op 8 maart 1761 in Pikov. Zie ook mijn blog van 8 maart 2007 en ook mijn blog van 8 maart 2010.

 

Uit: Voyage en Turquie et en Égypte

 

"J'avais aperçu pour la première fois les pyramides lorsque, remontant de Rosette au Caire, j'eus atteint la pointe du Delta. J'en étais à dix lieues, et elles m'avaient paru comme des montagnes, dont la couleur bleuâtre annonçait une grande élévation. Je les avais perdues de vue en me rapprochant du Caire, et je ne les retrouvai plus que vers Gizeh. La distance de ce village aux pyramides est de trois lieues, et paraît à peine de six cents pas.

Je distinguais parfaitement leurs différentes assises, et jusqu'aux séparations des pierres, qui ne me paraissaient alors que de la grandeur de nos briques, et mes yeux mesurant la hauteur de ces monuments sur cette fausse échelle n'y trouvèrent plus rien de merveilleux. La même chose m'était arrivée à Saint-Pierre de Rome, et doit arriver nécessairement à la vue de tout édifice lorsque la parfaite proportion de ses parties ne laisse pas d'objet de comparaison qui puisse faire juger de la grandeur de leur ensemble. Pour juger donc de celle des pyramides, il faut aller jusqu'à leur base ; alors le sommet disparaît peu à peu, et l'on ne voit plus que l'entassement des blocs énormes dont on avait d'abord si mal jugé. Alors si l'on veut porter la clarté du calcul sur le témoignage rectifié de ses sens, on trouve que le nombre de ces blocs se monte à plus de trois cent trente-quatre mille trois cent soixante-sept, qui font une solidité de soixante-deux millions trois cent neuf mille six cents pieds cubes.

Alors que l'on s'éloigne autant que l'on voudra, l'imagination fatiguée de calcul ne garde plus que l'idée d'immensité et la conserve toujours.

Les Arabes, qui savent que les voyageurs sont curieux de graver leurs noms à l'entrée de la pyramide, sont venus m'apporter un ciseau ; je m'en suis servi pour y faire placer ce vers du Poème des Jardins : "Leur masse indestructible a fatigué le temps."

 

 

 

 868176-800ee32239e7fed8da39d95fd19258ac.jpg

Jan Potocki (8 maart 1761 – 2 december 1815)

Portret door Alexander G. Warneck, na 1810 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Duitse schrijver Dominic Angeloch werd in 1979 in Stuttgart geboren. Zie ook mijn blog van 8 maart 2010.

 

Uit: Kinderspiel

 

„Langweilig war es gewesen, dort auf der Schwäbischen Alb bereits seit Stunden in der heißen Sonntagssonne hinter unseren Eltern herzugehen – bis sich eines von uns Kindern dieses Spiel ausdachte. Dabei ging es eigentlich nur darum, uns vorzustellen, als Hirten mit der Hilfe eines Hundes eine Schafherde zu hüten. Immer wieder entfernte sich ein Tier von der Herde; wir riefen uns dann gegenseitig Hinweise zu, in welche Richtung das Tier gelaufen sein mochte und konnten es so wieder einfangen. In der Zwischenzeit aber war schon ein anderes Tier weggelaufen, dem wir nun nachjagen mußten, weil unser Hirtenhund nicht auf es geachtet hatte.
Die anderen Spaziergänger, die uns von Zeit zu Zeit begegneten, müssen uns für verrückt gehalten haben, so, wie wir uns gegenseitig scheinbar grundlos anschrien und umherrannten, als jagten wir Schafe, obwohl da gar keine waren. Aber auf diese Weise vergaßen wir die Langeweile.
So viel Spaß hatten wir an diesem Spiel, daß wir es immer wieder spielen wollten. Bald reichten uns die Sonntagsspaziergänge nicht mehr aus, und so erweiterten wir das Spiel, indem wir es auch zuhause spielten: Aus den verschiedenen Räumen des Elternhauses wurden Ställe für Kühe, Schafe, Schweine, Ziegen und Hühner, die wir ausmisten und pflegen mußten.“

 

 


868176-a1b8bc3063d95d8b2bc7d9a5bd00e5a4.jpg
Dominic Angeloch (Stuttgart, 1979)

Geschreven door Romenu om 18:58 Reageer op dit bericht

A. Marja

De  Nederlandse schrijver A. Marja (pseudoniem van Arend Theodoor Mooij werd geboren in Oude Leije op 8 maart 1917. In 1924 verhuisde het gezin Mooij naar Winschoten, waar Marja van 1930 tot 1936 de christelijke hbs bezocht. In 1934 ontmoette hij de dichter in de dop Koos Schuur, met wie hij tot zijn dood nauw bevriend zou blijven. Onder invloed van een leraar Duits publiceerde Marja, nog onder zijn eigen naam, op 2 februari 1935 een gedicht in Volk en Vaderland.  A. Marja debuteerde in 1937 met de dichtbundel “Stalen op zicht”. Zijn enige roman “Snippers op de rivier” beleefde vijf herdrukken en werd door critici bejubeld. Marja wordt door sommigen tot de Groninger School gerekend. Marja maakte furore met zijn 'practical jokes', rigoureuze grappen die hij uithaalde met collega-dichters en schrijvers, die hem niet altijd in dank werden afgenomen. Zijn biografie kenmerkt zich door ongeluk: hij kon van zijn scheppend werk niet leven, had moeite met het behouden van een vaste baan, hertrouwde tweemaal en had al vroeg hartklachten en diabetes. In oktober 2008 zorgden een heruitgave van Snippers op de rivier, een bloemlezing uit de gedichten van A. Marja en een speciale aflevering van het literaire tijdschrift Tzum voor een revival.

 

 

 

Een psychiater

 

Soms als er iemand op zijn divan ligt
zich los te kronkelen uit een neurose,
begint hij aan zijn binnenkant te blozen
om wat er gaapt tussen zijn overwicht

en 't knaapje dat nog altijd in hem leeft
met spillebenen, lokken, meide-kleren
en, later, dat hardnekkig masturberen
waarvan zijn moeder nooit geweten heeft.

De angst dat al die anderen 't begrijpen
kan af en toe nog zijn testikels knijpen,
maar laat hem los zodra hij spreekuur heeft.

Alleen die blos – omdat wie tot hem komen
niet weten hoe de droesem hunner dromen
cement wordt waarmee hij zijn vesting bouwt.

 

 

 

Een dorp

 

De groenbemoste boerenhuizen keren
beminnelijk hun mesthoop naar de straat,
waar zich de dorpsjeugd tracht te amuseren
en men op zondag statig kerkwaarts gaat.

 

Het hart, bedolven onder zoveel kleren,
houdt regelmaat, ook als het feller slaat:
wie hier zijn heilsleer tracht te propageren
ruikt mest en kent weer 's mensen aardse staat.

 

Ik rijd er rond en denk: de jaren kwamen
en gingen weer, zij waren matig boos
of matig goed; een vaag gerucht van namen


bleef zelfs wel de oorlog hier – maar na een poos
zie ik een bouwval met verwoeste ramen:
de synagoge, zin- en waardeloos.

 

 

 

898571-6bed3ef2b64da5a851a4129b60433d85.jpg
A. Marja (8 maart 1917 – 10 januari 1964)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten