Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 9 maart 2011 tot 10 maart 2011

Jakob Wassermann, John Rechy, Chloé Delaume, Karel van de Woestijne, Boris Vian, Manolis Anagnostakis

De Duitse schrijver Jakob Wassermann werd geboren op 10 maart 1873 in Fürth. Zie ook mijn blog van 10 maart 2007 en ook mijn blog van 10 maart 2008. en ook mijn blog van 10 maart 2009 en ook mijn blog van 10 maart 2010.

 

Uit: Caspar Hauser oder Die Trägheit des Herzens (Der fremde Jüngling)

 

„In den ersten Sommertagen des Jahres 1828 liefen in Nürnberg sonderbare Gerüchte über einen Menschen, der im Vestnerturm auf der Burg in Gewahrsam gehalten wurde und der sowohl der Behörde wie den ihn beobachtenden Privatpersonen täglich mehr zu staunen gab.

Es war ein Jüngling von ungefähr siebzehn Jahren. Nie- mand wußte, woher er kam. Er selbst vermochte keine Auskunft darüber zu erteilen, denn er war der Sprache nicht mächtiger als ein zweijähriges Kind; nur wenige Worte konnte er deutlich aussprechen, und diese wiederholte er immer wieder mit lallender Zunge, bald klagend, bald freudig, als wenn kein Sinn dahintersteckte und sie nur unverstandene Zeichen seiner Angst oder seiner Lust waren.

Auch sein Gang glich dem eines Kindes, das gerade die ersten Schritte erlernt hat: nicht mit der Ferse berührte er zuerst den Boden, sondern trat schwerfällig und vorsichtig mit dem ganzen Fuße auf.

Die Nürnberger sind ein neugieriges Volk. Jeden Tag wanderten Hunderte den Burgberg hinauf und erklommen die zweiundneunzig Stufen des finstern alten Turmes, um den Fremdling zu sehen. In die halb verdunkelte Kammer zu treten, wo der Gefangene weilte, war untersagt, und so erblickten ihre dichtgedrängten Scharen von der Schwelle aus das wunderliche Menschenwesen, das in der entferntesten Ecke des Raumes kauerte und meist mit einem kleinen weißen Holzpferdchen spielte, das es zufällig bei den Kindern des Wärters gesehen und das man ihm, gerührt von dem unbeholfenen Stammeln seines Verlangens, geschenkt hatte. Seine Augen schienen das Licht nicht erfassen zu können; er hatte offenbar Furcht vor der Bewegung seines eignen Körpers, und wenn er seine Hände zum Tasten erhob, war es, als ob ihm die Luft dabei einen rätselhaften Widerstand entgegensetzte.”

 

 

 869714-488d8716d0300fc5e82494209c1ca16f.jpg

Jakob Wassermann (10 maart 1873 – 1 januari 1934)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver John Rechy werd geboren op 10 maart 1934 in El Paso, Texas. Zie ook mijn blog van 10 maart 2009 en ook mijn blog van 10 maart 2010.

 

Uit: The Life and Adventures of Lyle Clemens

 

“A view of Rio Escondido, where it all began.

The City of Rio Escondido-which means "hidden river" in Spanish-was not unlike other smallish cities that sprout within the environs of larger ones in Texas, cities that stay in a limbo of time at least ten years behind all others. The city boasted a population of "nearly 20,000"-a figure that did not include the seasonal migrants who worked and lived in the fertile fields outside the City. The permanent population was made up of mostly middle-class white people, middle to lower-class Mexican-Americans, some much better off, and a few rich white families with farms or ranches in what was referred to as the "Valley," its denizens called cowboys, whether they rode a horse or not, and most did not.

Oleander shrubs, white, pink, red, with sparkling green leaves, added to the prettiness of the City with its tidy neighborhoods and small shopping center that outlined an old plaza-no building taller than three stories. No one was sure whether the hidden river-the Rio Grande-had ever really run here, but in the Valley a strait of luxuriant green trees dotted seasonally with flowers indicated where it might have flowed. There was a main library, a City Hall that was once a jail, four movie theaters, three grammar schools, one high school, two Catholic churches and four Protestant ones, and a Billy the Kid Museum that housed Western artifacts, including a hat that Bonnie had worn (with a band of artificial daisies Clyde had woven onto it), and a Texas history book open to a page with umber spatters-the blood of a former sheriff shot while he sat reading the Bible.

"Ain't no discrimination in Ree-oh Escon-dee-doe," the cheerful, rotund Mayor Gonzales was fond of saying at Chamber of Commerce meetings. That always got approving applause. Mayor Gonzales had inexplicably developed a Texas drawl; but to show his pride in his Latino roots, he sported a full, brushy black mustache that evoked Mexican rebels of the past.”

 

 

 869714-e6e56cbc718e11a1d4748660574e4993.jpg

John Rechy (El Paso, 10 maart 1934)

 

 

 

 

De Franse schrijfster en performance artieste Chloé Delaume werd geboren als Nathalie Dalain op 10 maart 1973 in Parijs. Zie ook mijn blog van 10 maart 2009 en ook mijn blog van 10 maart 2010.

 

Uit: Dans ma maison sous terre

 

„Ce que je fais ici, c'est rester sur cette tombe, B5 touchée coulée. Assise. Parfois debout, devant ou à côté. Dedans il y a ma mère, et le grand-père dessus. Par-dessus. Je pense au bois, souvent. Au bois du vieux cercueil, juin 1983, il doit s'être fendu sous le poids de l'obèse, de l'obèse alcoolique, mars 1992.

Ebauche de pluie. Simulation d'humus. Quand l'eau est cordelée, les trous en débordent-ils. Papi maman gorgés. De la boue mètres cubes. Ce qu'il se passe dedans relève de l'obsession. Est-ce que c'est important, m'interroge Théophile, et je réponds que oui, c'est même capital. Théophile me promet : nous irons à la morgue. Mais m'interdit tout songe tressé d'inhumation. On ne vérifie pas à quoi ressemblent les morts une fois qu'ils sont rangés. On ne vérifie pas l'apparition de la tache verte au niveau des fosses iliaques, son extension qui finit par gagner progressivement toute la partie inférieure de l'abdomen. On ne vérifie pas la modification de la flore intestinale, la prolifération des mycètes, les altérations progressives du substrat. On ne vérifie pas si sous terre au bout de deux semaines apparaissent des mouches bleues. On ne vérifie pas, on ne vérifie rien. On doit tout oublier. Les larves et puis les vers, on ne les as pas vus donc ils n'existent pas. La cirrhose de Papi qui putréfie ruisselante sur les os de maman, ça doit rester secret. La recette des meilleures soupes ne circulent qu'en famille.“

 

 

 869714-0b913ce2d9d36ea89d75c76527bf3fb5.jpg

Chloé Delaume (Parijs, 10 maart 1973)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Karel van de Woestijne werd geboren te Gent op 10 maart 1878. Zie ook mijn blog van 10 maart 2007 en ook mijn blog van 10 maart 2008. en ook mijn blog van 10 maart 2009 en ook mijn blog van 10 maart 2010. 

 

O Late dag

 

O Late dag, gij smaakt naar water en naar rozen.
- Ik weet me alléen te zijn in 't wijde, koele huis,
'k geniet mijn eenzaamheid, ik voel mijn vrees verblozen;
ik voel 't verléen vergaan in teder blaêr-gesuis.

Reeds neigt de zon ter rust en lijkt 't gerijs der mane.
Er is geen komst die hoopt; er is geen leed dat wijkt.
Een vreed'ge staat regeert die, buiten wens en wanen,
vermeert een zoet betrouwe' en dat me-zelf gelijkt.

En de avond staat gestrekt aan dezen muur vol bloemen
rijzig en ijl, gelijk de schaaûw der eeuwigheid...
Een bijen-zwerm die keert: ik hoor dees woorden zoemen
die 'k, zwaar aan dracht, maar blijde en vroom, der Stilte wijd.
October draagt in vreê wie sober heeft genoten

 

October draagt in vreê wie sober heeft genoten

de zomer-vruchte', in lusteloze rustigheid.

Maar ik, wiens dagen als een vlucht van vooglen vloden,

steeds onvoldaan, naar u die de een'ge Zomer zijt,

mij heeft de rille Herfst zijn wrangsten wijn gegoten...

 

Zult ge thans keren?... Mijn bezweren is te moe

dat het de laatste reize om uwe liefde doe.

- Misschien, misschien?... Ik voel in mij den tróost bezinken

dat beiden wij misschien, gesluiërd, de ogen toe,

denzelfden schampren wijn terzelfde schale drinken.

 

 

 869714-e57511e582f842aa305025fc190df396.jpg

Karel van de Woestijne (10 maart 1878 - 24 augustus 1929)

 

 

 


De Franse schrijver, ingenieur, dichter, zanger en jazztrompettist
Boris Vian werd geboren in Ville-d'Avray op 10 maart 1920. Zie ook mijn blog van 10 maart 2007 en ook mijn blog van 10 maart 2008. en ook mijn blog van 10 maart 2009 en ook mijn blog van 10 maart 2010. 

 
L’Evadé

 

Il a dévalé la colline

Ses pas faisaient rouler les pierres

Là-haut entre les quatre murs

La sirène chantait sans joie

 

Il respirait l’odeur des arbres

Avec son corps comme une forge

La lumière l’accompagnait

Et lui faisait danser son ombre

 

Pourvu qu’ils me laissent le temps

Il sautait à travers les herbes

Il a cueilli deux feuilles jaunes

Gorgées de sève et de soleil

 

Les canons d’acier bleu crachaient

De courtes flammes de feu sec

Pourvu qu’ils me laissent le temps

Il est arrivé près de l’eau

 

Il y a plongé son visage

Il riait de joie il a bu

Pourvu qu’ils me laissent le temps

Il s’est relevé pour sauter

 

Pourvu qu’ils me laissent le temps

Une abeille de cuivre chaud

L’a foudroyé sur l’autre rive

Le sang et l’eau se sont mêlés

 

Il avait eu le temps de voir

Le temps de boire à ce ruisseau

Le temps de porter à sa bouche

Deux feuilles gorgées de soleil

 

Le temps d’atteindre l’autre rive

Le temps de rire aux assassins

Le temps de courir vers la femme

 

Il avait eu le temps de vivre.

 

 

 869714-c2916bf4f54265d64bb4a2bc54bdbd9c.jpg

Boris Vian ( 10 maart 1920 - 23 juni 1959)

 

 

 

 

De Griekse dichter Manolis Anagnostakis werd geboren op 10 maart 1925 in Thessaloniki. Zie ook mijn blog van 10 maart 2007 en ook mijn blog van 10 maart 2008. en ook mijn blog van 10 maart 2009 en ook mijn blog van 10 maart 2010. 

 

13-12-43

 

Remember me telling you: when the boats whistle don’t

be in the port.

But the day that was leaving was ours and we didn’t

want to ever let it go

A bitter handkerchief will greet the tedium of return.

It really was raining a lot and the streets were deserted

With a delicate, vaguely autumnal flavor

Closed windows and people so forgotten

– Why did they all leave us? Why did they all leave us?

I was clasping your hands

And there was nothing strange in my cry. 

 

. . . One day we’ll leave noiselessly and we’ll roam

Through roaring towns and over desolate seas

With but one desire burning on our lips

It is love that we sought and they denied it to us 

You forgot about our tears, our joys and our memories

Greeting while sails rippling in the wind

And maybe there’s nothing else left for us to remember.

 

The anguished Why heaves up in my soul

I suck in the air of loneliness and desertion

I knock on the walls of my damp prison and I don’t

expect an answer

No one will ever touch the extent of my affection

and sadness.

 

And you’re waiting for a letter which doesn’t come

A far-off voice revolves in your memory and fades away

While a mirror gloomily measures your face

Our lost ignorance, our lost wings.

 

 

Vertaald door Philip Ramp

 

 


869714-ebf7b161619a4d7bff4a5b2400536698.jpg
Manolis Anagnostakis (10 maart 1925 – 22 juni 2005)



Zie voor nog meer schrijvers van de 10e maart ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:07 Reageer op dit bericht

Joseph von Eichendorff, Friedrich Schlegel, Joaquin Miller,

De Duitse dichter en schrijver Joseph von Eichendorff werd op 10 maart 1788 op het slot Lubowitz in Ratobor. Zie ook mijn blog van 10 maart 2007 en ook mijn blog van 10 maart 2008 en ook mijn blog van 10 maart 2009 en ook mijn blog van 10 maart 2010.

 

 

Schneeglöckchen

 

's war doch wie ein leises Singen

In dem Garten heute nacht,

Wie wenn laue Lüfte gingen:

"Süße Glöcklein, nun erwacht,

Denn die warme Zeit wir bringen,

Eh's noch jemand hat gedacht." -

's war kein Singen, 's war ein Küssen,

Rührt' die stillen Glöcklein sacht,

Daß sie alle tönen müssen

Von der künft'gen bunten Pracht.

Ach, sie konnten's nicht erwarten,

Aber weiß vom letzten Schnee

War noch immer Feld und Garten,

Und sie sanken um vor Weh.

So schon manche Dichter streckten

Sangesmüde sich hinab,

Und der Frühling, den sie weckten,

Rauschet über ihrem Grab.

 

 

 

Die Lerche

 

Ich kann hier nicht singen,

Aus dieser Mauern dunklen Ringen

Muß ich mich schwingen

Vor Lust und tiefem Weh.

O Freude, in klarer Höh

Zu sinken und sich zu heben,

In Gesang

Über die grüne Erde dahinzuschweben,

Wie unten die licht' und dunkeln Streifen

Wechselnd im Fluge vorüberschweifen,

Aus der Tiefe ein Wirren und Rauschen und Hämmern,

Die Erde aufschimmernd im Frühlingsdämmern,

Wie ist die Welt so voller Klang!

Herz, was bist du bang?

Mußt aufwärts dringen!

Die Sonne tritt hervor,

Wie glänzen mir Brust und Schwingen,

Wie still und weit ist's droben am Himmelstor!

 

 

 

 869709-c4164252e314a9b70f2bbb60f83bbf03.jpg

Joseph von Eichendorff (10 maart 1788 – 26 november 1857)

Monument in Ratibor (Racibórz)

 

 

 

 

De Duitse dichter, vertaler en filosoof Karl Wilhelm Friedrich von Schlegel werd geboren op 10 maart 1772 in Hannover. Zie ook mijn blog van 10 maart 2007 en ook mijn blog van 10 maart 2009 en ook mijn blog van 10 maart 2010.

 

 

Sonett

 

Was will das bunte Tageslicht mir geben?
Den trüben Blick verwunden seine Farben;
Nur denen blühend, so im Herzen starben,
Den muntern Augen, die dem Leben leben.

Bis mich die Zeit zum Tode wird erheben,
Lieb′ ich im Leben nichts, als seine Narben,
Weil sie die Lust zum Leben mir verdarben
Und ewig wehren nach dem Nichts zu streben.

Im Dunkel nur, das alles zart verkleidet,
Ergetzt mein Auge sich, und mein Verlangen
Entzünden schöner Liebe goldne Fernen.

Des Todes Bild, das helle Laute meidet,
Kömmt freundlich in der stillen Nacht gegangen,
Umfunkelt von des Himmels ew′gen Sternen.

 

 

 

Wahnsinn

 

Bittre Schmerzen reißen wild.

Herz sei mild!

Denn du magst es doch nicht sagen;

Nimmer half ja noch dein Klagen,

Seit zerbrochen dir dein Bild.

Tod wär′ Freude,

Nähme nur die Erd′ uns beide!

Kühlung saugen

Möchten gern die trocknen Augen,

Brennen heißer stets im Leide.

 

Laute, diesen Mißlaut sprich,

Und dann brich,

Eh′ ich ganz in Haß versunken,

Wahnsinn rede todestrunken,

Weil die Einz′ge von mir wich.

Gebt mir Blut,

Daß ich lindre diese Glut,

Und wer′s tat,

Ewig schmacht′ er ohne Rat,

Oder sink′ in gleiche Flut.

 

 


869709-5f3dc56708e772edbcb8691b3d7976b3.jpg
Friedrich von Schlegel  (10 maart 1772 – 11 januari 1829)

Schlegel in 1790

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Joaquin Miller werd geboren op 10 maart 1839 in Liberty, Indiana. Zie ook mijn blog van 10 maart 2009 en ook mijn blog van 10 maart 2010.

 

 

The Yukon (Fragment)

 

The moon resumed all heaven now,

She shepherded the stars below

Along her wide, white steeps of snow,

Nor stooped nor rested, where or how.

 

She bared her full white breast, she dared

The sun e'er show his face again.

She seemed to know no change, she kept

Carousal constantly, nor slept,

Nor turned aside a breath, nor spared

The fearful meaning, the mad pain,

The weary eyes, the poor dazed brain,

That came at last to feel, to see

The dread, dead touch of lunacy.

 

How loud the silence! Oh, how loud!

How more than beautiful the shroud

Of dead Light in the moon-mad north

When great torch-tipping stars stand forth

Above the black, slow-moving pall

As at some fearful funeral!

 

The moon blares as mad trumpets blare

To marshaled warriors long and loud;

The cobalt blue knows not a cloud,

But oh, beware that moon, beware

Her ghostly, graveyard, moon-mad stare!

 

Beware white silence more than white!

Beware the five-horned starry rune;

Beware the groaning gorge below;

Beware the wide, white world of snow,

Where trees hang white as hooded nun--

No thing not white, not one, not one!

But most beware that mad white moon.

 

All day, all day, all night, all night

Nay, nay, not yet or night or day.

Just whiteness, whiteness, ghastly white,

Made doubly white by that mad moon

And strange stars jangled out of tune!

 

 

 869709-c026ab981805f9566c01bcda12833d9c.jpg

Joaquin Miller (10 maart 1839 – 17 februari 1913)

Geschreven door Romenu om 19:57 Reageer op dit bericht

Samuel Ferguson, Georges Dor, Pedro Antonio de Alarcón, Otto Heinrich Kühner

De Ierse dichter Samuel Ferguson werd geboren op 10 maart 1810 in Belfast. Zie en ook mijn blog van 10 maart 2009 en ook mijn blog van 10 maart 2010.

 

 

The Fair Hills Of Ireland

 

A plenteous place is Ireland for hospitable cheer,

Uileacan dubh O!

Where the wholesome fruit is bursting from the yellow barley ear;

Uileacan dubh O!

There is honey in the trees where her misty vales expand,

And her forest paths in summer are by falling waters fann’d,

There is dew at high noontide there, and springs i’ the yellow sand,

On the fair hills of holy Ireland.

 

Curl’d he is and ringleted, and plaited to the knee--

Uileacan dubh O!

Each captain who comes sailing across the Irish Sea;

Uileacan dubh O!

And I will make my journey, if life and health but stand,

Unto that pleasant country, that fresh and fragrant strand,

And leave your boasted braveries, your wealth and high command,

For the fair hills of holy Ireland.

 

Large and profitable are the stacks upon the ground,

Uileacan dubh O!

The butter and the cream do wondrously abound;

Uileacan dubh O!

The cresses on the water and the sorrels are at hand,

And the cuckoo’s calling daily his note of music bland,

And the bold thrush sings so bravely his song i’ the forests grand,

On the fair hills of holy Ireland

 

 

 869704-8e35e27b8232a8e5c7c6de9b962e0095.jpg

Samuel Ferguson (10 maart 1810 – 9 augustus 1886)

 

 

 

 

De Canadese dichter, schrijver, zanger, componist, vertaler en theater producer Georges Dor werd geboren op 10 maart 1931 in Drummondville. Zie ook mijn blog van 10 maart 2009 en ook mijn blog van 10 maart 2010.

 

 

La boite à chansons

 

Une boite à chansons
C'est comme une maison
C'est comme un coquillage
On y entend la mer
On y entend le vent
Venus du fond des âges
On y entends battre les coeurs à l'unisson
Et l'on en voit, toutes les couleurs de nos chansons
On y entends battre les coeurs à l'unisson
Et l'on en voit, toutes les couleurs de nos chansons

Un mot parmi les hommes
Comme un grand feu de joie
Un vieux mot qui résonne
Un mot qui dirait tout
Et qui ferait surtout
Que la vie lui soit bonne
C'est ce vieux mot que je m'en vais chercher pour toi
Un mot de passe qui nous ferait trouver la joie
C'est ce vieux mot que je m'en vais, chercher pour toi
Un mot de passe qui nous ferait trouver la joie

Irais-je jusqu'à vous
Viendrez-vous jusqu'à moi
En ce lieu de rencontre
Là oà nous sommes tous
Jouant chacun pour soi
Le jeu du pour ou contre
Tu entendras battre mon coeur et moi le tien
Si tu me donnes ta chaleur, moi mon refrain
Tu entendras battre mon coeur et moi le tien
Si tu me donnes ta chaleur, moi mon refrain

Tu entendras battre mon coeur et moi le tien
Si tu me donnes ta chaleur, moi mon refrain

 

 

 869704-ef03dda434d29cc564fb2673192d1b66.jpg

Georges Dor (10 maart 1931 – 24 juli 2001)

Dor in 1967

 

 

 

De Spaanse schrijver Pedro Antonio de Alarcón werd geboren op 10 maart 1833 in Cuadix. Zie en ook mijn blog van 10 maart 2009 en ook mijn blog van 10 maart 2010.

 

Uit: Manuel Venegas (El niño de la bola)

 

„Ein gewaltiger Vorsprung der höchsten und schönsten Sierra Spaniens trennt die Hauptstadt einer der am weitesten zurückgebliebnen Provinzen des Landes von der alten Stadt, in welcher der Bischof seinen Sitz hat.

Dieser Ast der mächtigen Gebirgskette ist etwa zehn Meilen breit – ebenso breit als die Entfernung zwischen den beiden Städten beträgt – und hat eine Höhe von durchschnittlich sechs- bis siebentausend Fuß über dem Meeresspiegel. Zu dieser Höhe auf gewundnen Pfaden hinauf- und wieder von ihr herunterzusteigen ist die gewöhnliche Anstrengung für alle die, welche von dem einen Distrikt in den andern reisen. In der Zeit, in welcher unsre Erzählung beginnt, konnte man dies nur auf einem schlechten Saumweg thun, welchen man seit dieser Zeit in einen noch viel schlechtern Fahrweg verwandelt hat.

Die erste Szene des romantischen und streng historischen – wenn auch nicht politischen – Dramas, welches ich so erzählen will, wie ich es selbst erlebt habe, fand auf der Höhe des erwähnten Bergjoches statt, in der Mitte des Weges, wo man die freie Aussicht nach beiden Seiten hat, fünf Meilen von jeder der beiden Städte entfernt, und wo die Reisenden, welche mit Sonnenaufgang aufgebrochen sind, sich mittags zurufen: »Mit Gottes Frieden, Kaballeros!«

Es ist eine rauhe steinige Gegend, ohne Geschichte, ohne Namen und ohne Herren, bewacht von furchtbaren Riesen aus Schiefer, eine Gegend, in der die Natur, jungfräulich und spröde, wie sie aus der Hand des Schöpfers hervorgegangen ist, arm und ohne viel Sorgen lebt, ganz dem Wechsel ihrer unabänderlichen Aufgaben hingegeben.“

 

 


869704-c2665d5795fded0658b6b9e52b3bcf49.jpg
Pedro Antonio de Alarcón (10 maart 1833 – 19 juli 1891)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 10 maart 2010.

 

De Duitse dichter en schrijver Otto Heinrich Kühner werd geboren op 10 maart 1921 in Teningen-Nimburg. Zie ook mijn blog van 10 maart 2009.

 

Geschreven door Romenu om 19:53 Reageer op dit bericht

Hilde Van Cauteren

De Vlaamse dichteres Hilde Van Cauteren werd geboren 10 maart 1967 Hamme. Van Cauteren studeerde aan Sint-Lucas in Gent en werkte een aantal jaren in lager en middelbaar onderwijs. Zij was jarenlang vrijwillig lesgever bij verschillende verenigingen. Daarnaast is Hilde Van Cauteren (voor Groen!) actief bezig met lokale politiek. Van Cauteren schrijft behalve poëzie ook proza. Zij is lid van de dichtersgroep Pazzi di Parole en behaalde met haar gedichten verschillende nominaties en prijzen. Voor de jeugd schreef zij „Het Naveltheater“, een roman over theater, vrijheid en gelijke rechten.

 

 

Verbeter mij

 

want men zei me dat ik een meisje was
en vroeg me of ik daar blij mee was
en of ik dan alle dagen op tijd
voor het eten zou zorgen.

 

En men zei dat ik onderdanig was
en geneigd om te volgen en dat ik
zou vloeien. Met regelmaat, en discreet
onder mijn rokken. Verbeter mij

 

want ik heb een naakte achterkant,
een rusteloos profiel en ik durf
op tafel slaan, zonder dat er deeg
ligt om te kneden, en ik kijk niet

 

altijd naar beneden. Verbeter mij,
als mijn blik te wild wordt of mijn tong
te scherp. Als de onrust van het vlees
mijn zinnen binnen dringt, verbeter mij.

 

Van bloed maak ik vruchten.
Dat kan niet te vertrouwen zijn.

 

 

 

 961410-929e8abcc2837fd1917b3da275633c2f.jpg

Hilde Van Cauteren (Hamme, 10 maart 1967)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ed Hoornik, Heere Heeresma, Vita Sackville-West, Peter Altenberg, Keri Hulme

De Nederlandse dichter en prozaïst Ed Hoornik werd geboren in Den Haag op 9 maart 1910. Zie ook mijn blog van 9 maart 2007 en ook mijn blog van 9 maart 2008. en ook mijn blog van 9 maart 2009 en ook mijn blog van 9 maart 2010.

 

 

Bewaarschool

 

Soms, als ik loop door een straat,

waar kalk valt uit een muur,

verschijnt mij een kindergelaat

en een non aan een kierende deur.

 

En ik klem mij weer vast aan de vrouw,

die mij altijd naar school toe bracht;

het galmde door het gebouw,

als de deur dichtviel met een slag.

 

Daar staat - de voet op de slang -

nog het blauwe Mariabeeld;

voor de deur aan het eind van den gang

houdt een non de sleutels gereed.

 

Zit daar op de achterste rij

bij de trommel met koek en brood

nog de knaap, die het huis op de lei

voor mijn blik met zijn hand afsloot?

 

Maar dan heb ik de straat al voleind,

en ik loop op het heldere plein;

voor 't raam, waar de zon in schijnt,

sluit een vreemde vrouw het gordijn.

 

 

 

Ik wilde...

 

Ik wilde bij de dood belet aanvragen,

hij deed zelf open en hij liet mij in.

'Er lang omheen praten heeft weinig zin;

ik kom hier', zei ik, 'om je uit te dagen'.

 

Hij glimlachte: je komt dus uitstel vragen;

kan ik je dienen, een glas port of gin?

''t Is mij hetzelfde', zei ik, 'schenk maar in'.

 

'En nu muziek, daar staat de grammofoon,

een dodenmars, dat ben je zo gewoon,

als je op straat loopt en daar loopt te azen.'

 

- Geen treurmars speel ik zonder eerbetoon. -

Hij schonk mij in; wij stootten met de glazen.

'Kies nu de naald uit', riep ik in extase.

 

 

 

868995-6d5114b5d493404afafab5cdb380bd2b.jpg
Ed Hoornik
(9 maart 1910 – 1 maart 1970)

Den Haag, Jan Hendrik Verheijen, Gezicht op het Mauritshuis

en de Grenadierspoort, 1e helft 19de eeuw.

 

 

 


De Nederlandse schrijver en dichter
Heere Heeresma werd geboren in Amsterdam op 9 maart 1932. Zie ook mijn blog van 9 maart 2007 en ook mijn blog van 9 maart 2008. en en ook mijn blog van 9 maart 2009 en ook mijn blog van 9 maart 2010.

 

Uit: Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp

 

„Hoera! Meteen sprong hij op, zette het keteltje van de kachel en dook naar de onderste plank van het penantkastje waar de Philips platenspeler stond. Snel ritste hij de enige plaat in huis uit de hoes en legde deze op de schijf. Toen hij door het armpje ver naar achteren te buigen de pick up inschakelde zag hij de blauwe vonken van onder uit de motor springen. Binnenkort zou hij eens een beschermend houten kistje timmeren waarin hij de speler kon plaatsen. Even wachtte hij af en schakelde toen de radio in. Langzaam zwol de muziek aan: Carillonklanken. De beiaard speelde populaire vaderlandse melodieën. Moeder was er inmiddels weer bij gaan zitten en neuriede mee. ‘Zeg’, zei ze ineens. ‘Wanneer vader komt meteen uit, Han!“

 

 

868995-b0247f5b1834a4e77dcc8b1826f7f22f.jpg
Heere Heeresma (Amsterdam, 9 maart 1932)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Peter Altenberg werd geboren op 9 maart 1859 in Wenen. Zie ook mijn blog van 9 maart 2007 en ook mijn blog van 9 maart 2008 en ook mijn blog van 9 maart 2009 en ook mijn blog van 9 maart 2010.

 

Uit: Wie ich es sehe

 

„Neun und elf

 

Margueritta stand nahe bei ihm.

Sie lehnte sich an ihn.

Sie nahm seine Hand in ihre kleinen Hände und hielt sie fest. Manches Mal drückte sie sie sanft an ihre Brust.

Und doch war sie erst elf Jahre alt.

„Margueritta ist die Menschenfreundin“, sagte die Mutter zu dem jungen Manne, „Rositta ist anders – –. Sie liebt die Einsamkeit, die Natur und die Tiere. Jetzt hat sie ihr Herz einem gelben Dachshund geschenkt, Herrn von Bergmann. Sie hatte das Glück, ihm gestern vorgestellt zu werden. Sie hat heute die Taschen voll Würfelzucker für ihn – – –, aber es ist eine unglückliche Liebe.“

„Wieso unglücklich – –?!“, sagte das Kind, „ich liebe ihn ja! Ich denke immer an ihn – –. Das macht mich doch glück­lich?!“

Rositta war neun Jahre alt, zart und bleich.

Margueritta sagte: „O, Rositta ist übertrieben –!“

„Wieso?!“, fragte die Schwester und erbleichte –.

„Ja, du bist übertrieben – –! Sie will Sennin werden am Pat­scherkofl und Zither lernen!“

Rositta: „Der Wirt in Igls hat so schön Zither gespielt und gesungen! Und er hat gar nicht gewusst, dass er schön singt – –! Er ist dagesessen und hat gesungen – – –.“

Margueritta: „Rosie hat eine Altstimme und dichtet sich sel­ber die Lieder. In der Früh singt sie manchmal: ,O, meine Berge, meine Berge – –!‘ Aber übertrieben ist sie doch – – –!“



 

 

 868995-dbfd98ca921e98a6b716879b13d415fc.jpg

Peter Altenberg (9 maart 1859 – 8 januari 1919)

 

 

 

 

De dichteres en schrijfster Vita Sackville-West werd geboren op 9 maart 1892 in Kent. Zie ook mijn blog van 9 maart 2007 en ook mijn blog van 9 maart 2008 en ook mijn blog van 9 maart 2009 en ook mijn blog van 9 maart 2010.

 

 

 

Leopards at Knole 

 

Leopards on the gable-ends,

Leopards on the painted stair,

Stiff the blazoned shield they bear,

Or and gules, a bend of vair,

Leopards on the gable-ends,

Leopards everywhere.

 

Guard and vigil in the night

While the ancient house is sleeping

They three hundred years are keeping,

Nightly from their stations leaping,

Shadows black in moonlight bright,

Roof to gable creeping.

 

Rigid when the day returns,

Up aloft in sun or rain

Leopards at their posts again

Watch the shifting pageant's train;

And their jewelled colour burns

In the window-pane.

 

Often on the painted stair,

As I passed abstractedly,

Velvet footsteps, two and three,

Padded gravely after me.

- There was nothing, nothing there,

Nothing there to see.

 

 

 

 868995-6af3975713117427b9dc4cf570994ea6.jpg

Vita Sackville-West (9 maart 1892 – 2 juni 1962)

Portret door William Strang, 1918

 

 

 

 

De Nieuw-Zeelandse (Maori) schrijfster Keri Hulme werd geboren op 9 maart 1947 in Christchurch. Zie ook mijn blog van 9 maart 2009 en ook mijn blog van 9 maart 2010.

 

Uit: The Bone People

 

„There is a great bank of Neptune’s necklaces fringing the next pool.

“The sole midlittoral fuccoid,” she intones solemnly, and squashes a bead of it under the butt of her stick. “Ahh me father he was orange and me mother she was green,” slithers off the rocks, and wanders further away down the beach, humming. Nothing like a tidepool for taking your mind off things, except maybe a quiet spot for killing …

Walking the innocent stick alongside, matching its step to hers, she climbs up the sandhills. Down the other side in a rush, where it is dark and damp still, crashing through loose clusters of lupins. Dew sits in the centre of each lupin-leaf, hands holding jewels to catch the sunfire until she brushes past and sends the jewels sliding, drop by drop weeping off.

The lupins grow less; the marram grass diminishes into a kind of reedy weed; the sand changes by degrees into mud. It’s an estuary, where someone built a jetty, a long long time ago. The planking has rotted, and the uneven teeth of the pilings jut into nowhere now.

It’s an odd macabre kind of existence. While the nights away in drinking, and fill the days with petty killing. Occasionally, drink out a day and then go and hunt all night, just for the change.

She shakes her head.

Who cares? That’s the way things are now. (I care.)

She climbs a piling, and using the stick as a balancing pole, jumps across the gaps from one pile to the next out to the last. There she sits down, dangling her legs, stick against her shoulder, and lights a cigarillo to smoke away more time.

Intermittent wheeping flutes from oystercatchers.

The sound of the sea.

A gull keening.

When the smoke is finished, she unscrews the top of the stick and draws out seven inches of barbed steel. It fits neatly into slots in the stick top.

“Now, flounders are easy to spear, providing one minds the toes.”

 

 

 868995-f244a1fc8d3fb1492f37aa731dea2a27.jpg

Keri Hulme (Christchurch, 9 maart 1947)



Zie voor nog meer schrijvers van de 9e maart ook
mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:15 Reageer op dit bericht

Umberto Saba, Agnes Miegel, Heleen van Royen, Ota Filip, Taras Sjevtsjenko

De Italiaanse dichter en schrijver Umberto Saba werd geboren op 9 maart 1883 in Triëst. Zie ook mijn blog van 9 maart 2007 en en ook mijn blog van 9 maart 2009 en ook mijn blog van 9 maart 2010.

 

 

Winter

 

It’s night, a bitter winter. You raise
the drapes a little and peer out. Your hair
blows wildly; joy suddenly
opens wide your black eyes,
and what you saw—it was an image
of the world’s end—comforts
your inmost heart, warms and eases it.

A man ventures out on a lake
of ice, under a crooked streetlamp.


Poetry

 

It’s as if for a man battered by the wind,
blinded by snow—all around him an arctic
inferno pummels the city—
a door opens along a wall.

He goes in. He finds again a living kindness,
the sweetness of a warm corner. A forgotten
name places a kiss on
cheerful faces that he has not seen
except obscurely in menacing dreams.
                                                                      He returns
to the street, and the street, too, is not the same.
Fine weather has come back, busy hands
break up the ice, the blue reappears
in the sky and in his heart. And he thinks
that every extreme of evil foretells a good.

 

Vertaald door George Hochfield en Leonard Nathan

 

 

 

 868991-f5b01c2065f55c4373815ad4abf324e3.jpg

Umberto Saba (9 maart 1883 – 25 augustus 1957)

 

 

 

 

 

De Duitse dichteres Agnes Miegel werd op 9 maart 1879 in Königsberg geboren. Zie ook mijn blog van 9 maart 2007 en en ook mijn blog van 9 maart 2009 en ook mijn blog van 9 maart 2010.

 

 

Spätsommer

 

Ich gehe still entlang das Stoppelfeld,

die Grillen singen und die wilden Bienen,

Spätsommerglut vergoldet meine Welt,

und stark und süßlich duften die Lupinen.

 

Das Storchennest am nahen Nachbarhaus

steht leer und ledig schon seit gestern morgen,

kein Kind geht ährenlesend mehr hinaus,

die allerletzten Garben sind geborgen.

 

Zum letztenmal mit dunkelblauem Blick

sieht noch der Sommer her von unserm Strande, -

und meine alte Sehnsucht kehrt zurück,

als blühten Rosen noch im ganzen Lande.

 

 

 

868991-5c54b84c391bc16cc884327ea6b431d9.jpg
Agnes Miegel (9 maart 1879 -
26 oktober 1964)

 

 

 

 

De Nederlandse romanschrijfster en columniste Heleen van Royen werd geboren in Amsterdam op 9 maart 1965. Zie ook mijn blog van 9 maart 2007 en ook mijn blog van 9 maart 2009 en ook mijn blog van 9 maart 2010.

 

Uit: Je zal er maar mee getrouwd zijn

 

'Ha Heleen. Hoe is het met jou?'
'Ik mag niet klagen.'
'Dat is zacht uitgedrukt. Je hebt twee gezonde kinderen, een lieve man, leuk werk...'
'Ik bedoelde het letterlijk. Ik mag niet meer klagen. Van Ton. Ik wil het wel, hoor.'
'Wat is er dan?'
'We zitten in een verbouwing. Nieuwe keuken, andere vloer, muren doorgebroken. De chaos duurt al weken. Ik kan niet tegen chaos. Ik hou van orde, rust en regelmaat. Daarom woon ik in Almere.'
'Kom, zo erg kan het niet zijn. Wedden dat het hartstikke mooi wordt?'
'Ik heb kantoor aan huis. Ik probeer een nieuw meesterwerk te schrijven, weet je. Dat gaat moeilijk als er om de tien minuten een man met een vraag naast je bureau staat. Zo'n wandelende stofwolk, die zegt: 'We sluiten het water een paar uur af, mevrouwtje, wilt u emmers vullen?' Of : 'Voor die straalkachel moeten we een nieuwe groep in de meterkast plaatsen.' En dan tien minuten later: 'Eigenlijk moeten we voor dat kacheltje een hele nieuwe meterkast plaatsen, kost 1.380 euro, ex BTW, bestellen maar?' En dat zijn dan nog de stofwolken die je waarschuwen. Sommigen trekken zich überhaupt niets aan van mijn aanwezigheid. Die halen zonder enige vorm van annonce de stroom eraf, zodat mijn scherm ineens op zwart gaat. Middenin een briljante zin, natuurlijk. Ik vraag me wel eens af wat Harry Mulisch zou doen.'
'Tjonge.'

 

 

868991-0d04481f0ad97433360042eb94459aa3.jpg
Heleen van Royen (Amsterdam,  9 maart 1965)

 

 

 

 

De Duits- en Tsjechisch-talige schrijver Ota Filip werd geboren op 9 maart 1930 in Ostrau. Zie ook mijn blog van 9 maart 2009 en ook mijn blog van 9 maart 2010.

 

Uit: O du meine Heimat

 

„Mir kommt es immer öfter vor, als bewegte ich mich in einem verzauberten, sprachlich-magischen Kreis, dem ich wohl niemals entkomme.
Deutsch als Fremdsprache bleibt für mich, einen eingebürgerten Ersatzteutonen, der seit Jahrzehnten deutsch schreibt und deutsch publiziert, auch nach einer so langen Zeit dennoch ein Rätsel. Je länger ich in der deutschen Sprachwelt lebe, umso bewusster beunruhigt mich die Tatsache, dass die deutsche Sprache sich für mich immer deutlicher als eine Fremdsprache entpuppt.
Mit meinen zwei Sprachen bekomme ich immer häufiger Schwierigkeiten; ich spreche sie nicht spontan, sondern auf eine seltsame Art und Weise »bewusst«.
Mit einem schieren Entsetzen stelle ich jetzt fest, dass mir ein Gespräch, egal ob in tschechischer oder in deutscher Sprache, Probleme macht; in beiden Sprachen gerate ich immer öfter ins Stottern und wenn ich öffentlich meine tschechischen oder deutschen Texte lese, finde ich sie in beiden Sprachen so schlecht geschrieben, dass ich mich für sie schämen muss.
Nach fast dreißig Jahren in Deutschland halte ich meine zwei Sprachen für Fremdsprachen und gehe mit ihnen wie mit Fremdsprachen um. Deutsch ist für mich auch nach so langen Jahren immer noch eine Fremdsprache geblieben, das Tschechische hat sich mir in den drei Jahrzehnten meines Bemühens, die deutsche Sprache voll und ganz zu beherrschen, entfremdet, es hat sich von mir entfernt; meine Muttersprache ist für mich heute zu meiner zweiten Fremdsprache verkommen.“

 

 

 868991-d5a37323c2a71a82c7d7c6125517d43a.jpg

Ota Filip (Ostrau, 9 maart 1930)

 

 

 

 

De Oekraïense dichter, schrijver en schilder Taras Sjevtsjenko werd geboren op 9 maart 1814 in Morynzi bij Kiev. Zie ook mijn blog van 9 maart 2009 en ook mijn blog van 9 maart 2010.

 

 

Fate

You did not play me false, 0 Fate,
You were a brother, closest friend
To this poor wretch. You took my hand
When I was still a little tot
And walked me to the deacon's school
To gather knowledge from the sot.
"My boy, just study hard," you said,
And you'll be somebody in time!"
I listened, studied, forged ahead,
Got educated. But you lied.
What am I now? But never mind!
We've walked the straight path, you and I,
We have not cheated, compromised
Or lived the very slightest lie.
So let's march on, dear fate of mine!
My humble, truthful, faithful friend!
Keep marching on: there glory lies;
March forward - that's my testament.

 

 

Vertaald door John Weir

 

 

 868991-240646846bfd6671fb2b40d9984a945b.jpg

Taras Sjevtsjenko (9 maart 1814 - 10 maart 1861)

Monument in Boedapest

Geschreven door Romenu om 19:47 Reageer op dit bericht

Peter Zantingh

De Nederlandse schrijver, columnist en blogger Peter Zantingh werd geboren op 9 maart 1983 in Heerhugowaard en is tegenwoordig Utrechter. Hij studeerde Small Business in Alkmaar en Digitale Communicatie in Utrecht. Zantingh werkt mee aan nieuwswebsite nrc.nl en nrcnext.nl, lifestyleblogs iPhoneclub en iPadClub, online cultuurmagazine 8WEEKLY, Lowlandssite Lowlove en wielrenblog Het Is Koers. Ondertussen schrijft hij aan zijn debuutroman (werktitel Een uur en achttien minuten) bij uitgeverij De Arbeiderpers.

 

Twee sleuteltjes

 

In mijn brievenbus zat een envelop. Ik maakte hem open en vond alleen twee sleuteltjes. Geen brief, geen adressering, alleen het logo van een bedrijf dat ik niet kende. Ik googlede het, maar werd er niet wijzer van. Het waren gekke sleuteltjes. Niet van een deur of een fiets, maar van iets ongewoners, iets mysterieus. Ik bekeek ze en dacht na. Dit kon natuurlijk twee kanten op.

Eén: ik was zojuist in een Bassie en Adriaan-achtig verhaal terecht gekomen. Deze sleuteltjes zouden me leiden naar kleine briefjes met cryptische aanwijzingen. Ik zou zoiets als “daar waar Utrecht hoog is, maar onopgeleid” ontcijferen en onder de Domtoren de volgende aanwijzing vinden. Daarna kwam de rest van Europa aan de beurt. Overal waren er mannen die op twintig meter afstand toekeken, lange grijze jassen met antennes. Misschien waren er zelfs camera’s, dus ik moest vanaf nu veel grappige dingen zeggen en oppassen waar ik naar keek op internet.

We hebben je moeder. Ze heeft nog maar negen nagels.

Twee: schurken hadden het op mijn moeder voorzien. Ze hadden, door mij langere tijd nauwlettend te volgen, gezien dat ik een LCD-televisie had en vaak luxe taartjes kocht bij de Albert Heijn. Ze hadden de indruk gekregen dat ik rijk was en logischerwijs mijn moeder ontvoerd om losgeld te kunnen eisen. Er zou een race tegen de klok beginnen, langs kluisjes, postvakjes en andere sloten, een oneerlijke zoektocht waarin ik constant achter de feiten aanliep. Ze zouden me altijd een stap voor zijn. Ik vond het ook vervelend dat ze me anoniem zouden opbellen om gemene dingen te zeggen. “We hebben je moeder. Ze heeft nog maar negen nagels.”

Wat waren mijn opties? Ik kon geen actie ondernemen; er was teveel onduidelijkheid over de herkomst en bedoeling van de twee sleuteltjes. Ik zou moeten wachten op meer aanwijzingen voordat ik wist in welk avontuur ik de hoofdrol speelde.

Of zou ik hiermee de verwarming kunnen ontluchten? Dat probeerde ik en ach, verdomd, dat lukte.

Geen avontuur, en dat voelde toch wel vreemd. Als een meisje dat bang is dat ze zwanger is en als dan blijkt dat ze het niet is, mist ze toch haar kindje. Toch was ik ook wel blij dat alles goed ging met mijn moeder.

 

 

 951701-8740b79632840c1cb67f596b2b297047.jpg

Peter Zantingh (Heerhugowaard, 9 maart 1983)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten