Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 14 maart 2011 tot 15 maart 2011

Louis Paul Boon, Ben Okri, David Albahari, Gerhard Seyfried, Kurt Drawert, Andreas Okopenko

De Vlaamse dichter, schrijver en kunstschilder Louis Paul Boon werd geboren in Aalst op 15 maart 1912. Zie ook mijn blog van 15 maart 2007 en ook mijn blog van 15 maart 2008 en ook mijn blog van 15 maart 2009 en ook mijn blog van 15 maart 2010.

 

Uit: Mieke Maaike’s obscene jeugd

 

„Wel, stilaan liep het dan naar me twaalfde jaar toe, en dacht ik terug aan de drie mannen bij de plas in het bos, en hoe echt leuk ik het zou gevonden hebben als ze nú me kutje begonnen te likken. Ook ik zou er nu tenminste wat aan gehad hebben, of aan verloren hebben, om de waarheid te zeggen.

Ik dacht ook terug aan de vader van Leentje, die wij Muisje noemden. Misschien zou die iets voor zo iets gevoeld hebben. En toen op een zondagochtend een historische stoet zou uitgaan en aan hun straatdeur langskomen, wou ik er aanbellen. Ik had me lichtste en kortste kleedje van vorig jaar aangetrokken, iets dat me groei niet meer had kunnen bijhouden, en nog met moeite tot onder me kont reikte. Vort! dacht ik, en ik speelde me broekje ook nog uit, dat ik reeds aangetrokken had. Maar op straat liep ik toch wat rechtop en hield me hand tegen de zoom, want dáár zomaar met je kontje blootlopen geeft geen pas.

Muisje was thuis en d’r paps ook, en ze stelden voor dat we vanuit het bovenraam naar buiten naar de historische stoet zouden kijken. We lagen gebogen over de vensterbank van het open raam, Muisje en ik. D’r paps was op voldoende afstand gevolgd, want blijkbaar wou hij me te korte kleedje even lekker op snee nemen. En ja, in plaats van naast ons aan het raam te leunen, zette hij zich nog wat neer op een netgepast voetbankje, om zoveel mogelijk te kunnen opvangen van het weinige dat onder de opstekende rand van me kleedje verborgen bleef.

Misschien dacht hij wel me witte broekje of zo te zien, dat misschien iets te klein kon zijn en misschien in de split iets van me kutje kon tonen. Maar tot zijn hemelse genade – zoals hij zich later uitdrukte – ontdekte hij daar niets van een broekje en net alles van de rest. Hij wou er rustig het zijne van meedragen, dat merkte ik wel, want hij verliet het voetbankje en zette zich gewoon op de hurken neer, met de neus onder me kleedje.

Nou, we schoten lekker op, vond ik. Ik boog me nog wat dieper uit het raam naar buiten en zette de benen wat open om meer steun en zo te krijgen. Zo kon hij niet alleen me kont maar ook nog, als hij wou, me kutje zien dat als een gebarsten perziek met dons bezet was geraakt. Z’n fluit moet erbij opgesprongen zijn van vreugde, met zaad dat hij van pure opwinding zomaar meteen had kunnen verliezen.“

 

 

872844-05d13a15c7ba0d672bd852effef40c52.jpg 

Louis Paul Boon (15 maart 1912 - 10 mei 1979)

Portret door Maurice Roggeman

 

 

 

 

De Nigeriaanse dichter en romanschrijver Ben Okri werd geboren op 15 maart 1959 in Minna, Nigeria. Zie ook mijn blog van 15 maart 2007 en ook mijn blog van 15 maart 2008 en ook mijn blog van 15 maart 2009 en ook mijn blog van 15 maart 2010. 

 

 

Living is a Fire

 

Living is a cross

That any one of the rock-faces

Comprehends.

 

We are drawn

To many seas.

We drown wholesomely

In the failures of confrontation.

The rain

Drenching

Our doorsteps

Has nothing to do

With the simplest desires

And lacerations

We bring

To the smallest acts

Of living.

 

The child

On the broken catwalk

Hearing the sounds of our hunger

Without understanding

Throws echoes back

To the earliest abandonments

Of love.

 

Minor devastations preceding

Horror

Resonate the ineffable.

The mothers that wake

At the slightest sound

And the fathers that

Smoke all night

And the rest of us who are

Vigilantes from the demons

Of oppressed sleep

Find at dawn the clearest

Images of bewilderment.

Even the best things

Collapse beneath the weight

Of ignorance.

 

Living is a fire

That any one of the wave-lashes

Comprehends.

 

 

 

 872844-b22b4d330b0d4ef792e07a88a67f5a48.jpg

Ben Okri (Minna, 15 maart 1959)

 

 

 

 

De Servische schrijver David Albahari werd op 15 maart 1948 geboren in Pec in Sevie.Zie ook mijn blog van 15 maart 2007 en ook mijn blog van 15 maart 2008 en ook mijn blog van 15 maart 2009 en ook mijn blog van 15 maart 2010.
 

Uit: Die Ohrfeige (Vertaald door Mirjana en Klaus Wittmann)

 

H e u t e , sechs Jahre danach, weiß ich, dass alles sich anders hätte abspielen können, aber damals, am Sonntag, dem 8. März 1998, als der Reigen der Ereignisse, über die ich schreiben will, begann, war ein anderer Ablauf überhaupt nicht vorstellbar. Es mag sein, dass ich auch gar nicht erst versucht hatte, mir etwas anderes vorzustellen, weil ich überzeugt war, vor keiner Wahl zu ste- hen, sondern mit einer Unausweichlichkeit konfrontiert zu sein, auf die ich keinerlei Einfluss hatte. Doch das ist jetzt nicht mehr wichtig, denn was sich einmal abgespielt hat, egal ob gewollt oder nicht,

wird zum Schicksal, das nicht mehr zu ändern ist. Ein Apfel, rot und fest, fällt vom Baum, man sieht ihn kaum im dichten Gras, aber die Ameisen, Schnecken und Wespen finden den Weg, am Ende bleibt vom Apfel nichts übrig, und auch das Gras richtet sich mit der Zeit wieder auf. Ich erwähne den Apfel vermutlich deshalb, weil ich damals, an dem Sonntag vor sechs Jahren, meine Wohnung mit einem Apfel in der Hand verließ, allerdings nicht mit einem roten, sondern mit einem gelblichen, den ich später ganz aufaß, samt Kernen und Stiel. Nein, den Stiel habe ich nicht aufgegessen, den behielt ich eine Zeitlang zwischen den Zähnen, kaute auf ihm, bis er zerfaserte. Sonntags ging ich immer an der Donau spazieren, egal bei welchem Wetter, sogar wenn es stürmte und regnete. Nicht einmal Schnee konnte mich davon abhalten. Am besagten Tag schneite es freilich nicht und es blies auch kein starker Wind; die Wolken türmten sich am Himmel, die Sonne zeigte sich gelegentlich; es war alles in allem ein ganz gewöhnlicher, obschon kühler Märztag. Ich ging gegen zwei Uhr raus nach dem Mittagessen.“

 

 


872844-601307550b9a3017299842c0b567805d.jpg
David Albahari (Pec, 15 maart 1948)

 

 

 

 

De Duitse schrijver, tekenaar en karikaturist Gerhard Seyfried werd geboren op 15 maart 1948 in München. Zie ook mijn blog van 15 maart 2009 en ook mijn blog van 15 maart 2010.

 

Uit: Herero

 

„Eine sonderbare Formation in der Mitte des Blattes zieht seine Aufmerksamkeit auf sich, ein seltsam geformter Berg. Den Formschraffen nach handelt es sich um einen Tafelberg von beträchtlicher Ausdehnung, wohl mehr als vierzig Kilometer lang und an die zwanzig breit. Omuweroumwe-Plateau sagt der Aufdruck, darunter steht, wiederum in Klammern: Waterberg. Das Plateau scheint gänzlich flach zu sein. Zur Vegetation ist auf der Karte nichts angegeben; Ettmann weiß aber, daß in diesen Breiten in der Regel Steppe oder Savannenland vorherrscht.

Seine Hand streift über das Papier, der Wanderung der Augen folgend. In der Rechten hält er den Stechzirkel, die feinen Nadelspitzen einen Zentimeter auseinander, 8 km sind das im Maßstab der Karte. Aus der langen, nach Südosten weisenden Steilwand dieses Tafelberges scheint eine Vielzahl von Bächen hervorzufließen, die sich zu vier stärkeren Flüssen vereinigen und endlich in einen großen Strom namens Omatako münden, der sich nach Nordosten in die rechte obere Ecke des Blattes zieht und dieses dort verläßt. Um richtige Flüsse scheint es sich aber nicht zu handeln. Riviere, sagt die Legende am unteren Kartenrand und erklärt: Flußbetten (nur zeitweise, nach heftigem Regen, Wasser führend).

Ettmann lehnt sich zurück und verschränkt die Arme hinter dem Kopf. Die Augen brennen ihm ein wenig und der Rücken schmerzt von der gebückten Haltung. Er hört die gedämpften Geräusche des Schiffes, den stetig stampfenden Takt der Maschine, das leise Knarren der Holzverkleidung. Draußen rauscht das Wasser am Rumpf entlang und zischt und poltert dazu. Die Leselampe an ihrem Messingarm zittert.“

 

 

872844-0b78ef38317b5fc96648597ceab099bb.jpg
Gerhard Seyfried (München, 15 maart 1948)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Kurt Drawert werd geboren op 15 maart 1956 in Henningsdorf. Zie ook mijn blog van 15 maart 2007 en ook mijn blog van 15 maart 2009 en ook mijn blog van 15 maart 2010. 

 

 

Schöne seltene Weide

 

Manchmal, nach einem Herbststurm,

wenn die Luft still und gefegt ist,

gehe ich im Garten umher und zähle

die abgeschlagenen Äste.

Nur die Weide zeigt keine Veränderung.

Ich bewundere sie lange:

nicht immer sieht es so schön aus,

wenn die Biegsamkeit überlebt.

 



Vom Ende der Poesie ( I )

 

Jedes Gedicht, sagte Herr Müller

von der HypoVereinsbank,

ist ein Schuldschein,

und Sie schreiben zuviel.

Ich also hängte diesen Teil

meines Lebens

wie an einen Haken für Schweine.

 

 

 872844-34829a23d5b809a80f920614620bee79.jpg

Kurt Drawert (Henningsdorf, 15 maart 1956)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Andreas Okopenko werd in Košice (Slowakije) geboren op 15 maart 1930. Okopenko overleed op 27 juni 2010 op 80-jarige leeftijd in Wenen. Zie ook mijn blog van 15 maart 2007 en ook mijn blog van 15 maart 2008 en ook mijn blog van 15 maart 2009 en ook mijn blog van 15 maart 2010.
 

Uit: Lockergedichte

 

Apparat
Kettensäge, Kettensäge,
säge mir den Rücken schräge,
säg ihn mir dann wieder grad,
liebenswerter Apparat.

 

 

Aquariumflirt
Ich nehm die Scheibe zwischen uns
lieber doch nicht weg, Tanja,
Piranha.

 

 

Arbeitswelt
Der Regen ersäuft die Dachdeckerflammen.
Die Dachdecker packen die Flammen zusammen
und springen mit Schuß in die Tiefe.
Dort löscht sie der Regen, der schiefe.

 

 

Arithmetik
Ein Stoiker
und noch zwei Stoika
sind eine Trojka.

 

 

Auch Exzellenzen ...
Unter dem Nadelstreif
ist was fürs Madl steif.

 

 

 872844-915312e0bd779706622ec82aa24212da.jpg

Andreas Okopenko (15 maart 1930 – 27 juni 2010)


Zie voor nog meer schrijvers van de 15e maart ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:20 Reageer op dit bericht

An Rutgers van der Loeff, Lionel Johnson, Paul Heyse, Franz Schuh, Ángelos Sikeliános, Wolfgang Müller von Königswinter

De Nederlandse schrijfster An Rutgers van der Loeff werd geboren in Amsterdam op 15 maart 1910. Zie ook mijn blog van 15 maart 2007 en ook mijn blog van 15 maart 2009 en ook mijn blog van 15 maart 2010.

 

Uit: Rossy, dat krantenkind

 

“En daarmee doelde hij op heel dat rumoerige en kleurige gedoe daar onder hen, al die rode, witte, gele, groene, gestreepte en effen tentdaken en -daakjes, al dat lawaai van luidsprekers en muziek en duizenden roezende en schreeuwende stemmen, al die geuren, al dat gedrang, al dat plezier en al dat verlangen van de mensen om dingen te doen, te zien en te horen die anders zijn dan wat ze op alle andere dagen van het jaar doen, zien en horen.

‘Wat een kabaal, hè?’ zei het meisje.

‘Hierboven lijkt het net gonzen,’ zei de man.

Ze luisterden allebei.

‘Zou er iets aan het wiel kapot zijn?’

‘Nee, waarom?’

‘Het duurt zo lang.’

De man antwoordde niet. Hij was erg stil voor zijn doen, maar dat zou wel niet lang duren. Hij tuurde naar een groen dak van een van de vele witte gebouwen, die op het ernstiger deel van het geweldige tentoonstellingsterrein lagen. ‘Hoe zou zij het nu maken, denk je?’ vroeg hij. ‘Onze Eleonora Roswita Alberta?’

Het meisje keek verdrietig dezelfde kant op. Zij léék alleen maar een meisje. Zij was de vrouw van Ricky Carlotto, en Ricky Carlotto was de man naast haar in het bakje. Maar zij was een heel jonge vrouw en niemand zou gedacht hebben dat die twee daar al lang getrouwd konden zijn en zelfs een kind hadden.

‘Ik weet het niet,’ zei ze langzaam. En het scheelde niet veel of er kwamen weer tranen in haar ogen.

Ze hadden Eleonora Roswita Alberta zo héél alleen en zo verschrikkelijk erg klein moeten achterlaten in het grote, witte tentoonstellingsgebouw, waar de medische apparaten werden vertoond. Operatietafels, straal-apparaten, tandartsstoelen en kasten vol dingen waar een gewoon mens niets van begrijpt. En in dat ene kleine witte kamertje de allernieuwste electrische stoofwieg of couveuse, voor te vroeg of te klein geboren kindertjes. Met de kleine, véél te kleine E.R.A. er in.

‘Ze wordt verzorgd als een millionnairsdochter,’ zei Ricky.

‘Ze moesten eens weten dat haar vader van 's ochtends tot 's avonds een rammelende vrachtauto rijdt.’

 

 

 872840-67d9d8d21894433ca25b7b866dfdccb8.jpg

An Rutgers van der Loeff (15 maart 1910 – 19 augustus 1990)

 

 

 

 

De Engelse dichter, essayist en criticus Lionel Pigot Johnson werd geboren op 15 maart 1867 in Broadstairs. Zie ook mijn blog van 15 maart 2009 en ook mijn blog van 15 maart 2010.

 

 

The Destroyer of a Soul

 

I HATE you with a necessary hate.

First, I sought patience: passionate was she:

My patience turned in very scorn of me,

That I should dare forgive a sin so great,

As this, through which I sit disconsolate;

Mourning for that live soul, I used to see;

Soul of a saint, whose friend I used to be:

Till you came by! a cold, corrupting, fate.

 

Why come you now? You, whom I cannot cease

With pure and perfect hate to hate? Go, ring

The death-bell with a deep, triumphant toll!

Say you, my friend sits by me still? Ah, peace!

Call you this thing my friend? this nameless thing?

This living body, hiding its dead soul?

 

 

 

 872840-3a9fb75ee16b05a8d9d0de614313cf9d.jpg

Lionel Johnson (15 maart 1867 – 4 oktober 1902)

Lord Alfred Douglas, wiens ziel verwoest werd

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en essayist Paul Heyse werd geboren in Berlijn op 15 maart 1830. Zie ook mijn blog van 15 maart 2007 en ook mijn blog van 15 maart 2009 en ook mijn blog van 15 maart 2010.

 

 

Wenn du zu den Blumen gehst

 

Wenn du zu den Blumen gehst,

pflücke die schönsten,

dich zu schmücken.

Ach, wenn du in dem Gärtlein stehst,

müßtest du dich selber pflücken.

Alle Blumen wissen ja,

daß du hold bist ohne gleichen.

Und die Blume, die dich sah

Farb' und Schmuck muß ihr erbleichen.

 

Wenn du zu den Blumen gehst,

pflücke die schönsten,

dich zu schmücken.

Ach, wenn du in dem Gärtlein stehst,

müßtest du dich selber pflücken.

 

Lieblicher als Rosen sind die Küsse,

die dein Mund verschwendet,

weil der Reiz der Blumen endet,

wo dein Liebreiz erst beginnt.

 

Wenn du zu den Blumen gehst,

pflücke die schönsten,

dich zu schmücken.

Ach, wenn du in dem Gärtlein stehst,

müßtest du dich selber pflücken.

 

 

 

872840-578f07e3851364777357db3b1eb942f9.jpg
Paul Heyse
(15 maart 1830 - 2 april 1914)

Foto uit 1978

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver en essayist Franz Schuh werd geboren op 15 maart 1947 in Wenen. Zie ook mijn blog van 15 maart 2007 en ook mijn blog van 15 maart 2009 en ook mijn blog van 15 maart 2010.

 

Uit: Schwere Vorwürfe, schmutzige Wäsche

 

„Aber ich hatte gleichsam die Rechnung ohne den Wirt gemacht. Lacans Antwort erfolgte postwendend. An einem dieser strahlenden Morgen, an denen die Sonne den Flur meines Gemeindebaus paradiesisch erhellt, zog ich aus meinem Postkasten eine Pariser Ansichtskarte. Darauf war der Eiffelturm in voller, glänzender Banalität zu erkennen, auch wenn ihn der Absender mit zwei einander überkreuzenden Filzstiftstrichen unsichtbar machen wollte. Am Textteil der Karte stand in der mir gut bekannten Schrift: "Le Beisl n'existe pas. Jacques Lacan."
Also sollte ich selber darauf kommen, der Mann gab den Schwarzen Peter an mich weiter. Es ist aber unerträglich, wenn jemand, den man für überlegen hält, sich weigert, Aufschluß zu geben. Ich gestehe, darunter hat mein gutes Verhältnis zu dem mittlerweile schon Seligen sehr gelitten. Es kam zum Bruch. Nur schwer kann ich heute ohne Verachtung Sätze wie "Je pense où je ne suis pas, donc je suis où je ne pense pas" lesen, obwohl es mir, und das ist doch merkwürdig, tatsächlich so geht: "Ich denke da, wo ich nicht bin, also bin ich da, wo ich nicht denke."

 

 

872840-c1e616cec2b361079e05a17c32bc4fc8.jpg
Franz Schuh (Wenen, 15 maart 1947)

 

 

 

 

De Griekse dichter Ángelos Sikeliános werd geboren op 15 maart 1884 op het eiland Lefkas. Zie ook mijn blog van 15 maart 2007 en ook mijn blog van 15 maart 2009  en ook mijn blog van 15 maart 2010.

 

 

En Acrocorinto

El crepúsculo sobre Acrocorinto
abrasando la rojiza piedra. Del mar,
el fragante aroma del alga empezó ahora
a embriagar a mi delgado semental.

Espuma sobre el freno, el blanco de su ojo
totalmente excluído, luchó para romper
mi fuerte apretón de las riendas
y así saltar libremente al espacio abierto.

¿Había llegado la hora? ¿Los ricos olores?
¿La profunda salinidad del mar?
¿La lejana respiración del bosque?

Oh, fuerte soplo del Meltemi
un poco más allá. Habría agarrado
las riendas y la brida del mítico Pegaso.

 

 

 

872840-7ed634f6c325dd0c75a1d5722aab59a5.jpg
Ángelos Sikeliános (15 maart 1884 – 9 juni 1951)

 

 

 

 

De Duitse dichter, arts en politicus Wolfgang Müller von Königswinter (eig. Peter Wilhelm Karl Müller) werd geboren op 15 maart 1816 in Königswinter. Zie ook mijn blog van 15 maart 2009 en ook mijn blog van 15 maart 2010.

 

 

 

Ballspiel

 

Kommet, kommet all!

Werft und schlagt den Ball

In die Höhe, in die Weite!

Wer’s am Besten kann,

Ist der erste Mann

Und der Sieger hier im Streite!

 

Spielet gut das Spiel!

Treffet scharf das Ziel!

Jeder gute Wurf muß glücken.

Schleudert lustig drauf,

Treffet selbst im Lauf

Eure Gegner auf den Rücken!

 

Ist er ein Gesell,

Rüstig, flink und schnell,

Weiß er listig sich zu schmiegen,

Bücket sich geschwind,

Ball geht in den Wind,

Mußte über’s Haupt ihm fliegen.

 

Wer in Kraft und List

Nun der Beste ist,

Bleibt der Sieger hier im Streite.

Kommet, kommet all!

Werft und schlagt den Ball

In die Höhe, in die Weite!

 

 

 

872840-6cbf29774a01fc7c7dbc7d48a0fc190d.jpg
Wolfgang Müller von Königswinter (15 maart 1816 – 29 juni 1873)

Buste op de Rheinallee in Königswinter

Geschreven door Romenu om 19:07 Reageer op dit bericht

Olivier Delorme, Horton Foote, Jochen Schimmang, Volker von Törne, Pam Ayr

De Franse schrijver Olivier Delorme werd geboren op 14 maart 1958 in Chalon-sur-Saône. Zie ook mijn blog van 14 maart 2009 en ook mijn blog van 14 maart 2010.

 

Uit: Le Plongeon

 

„La terre, sur l’île de Marc, est presque partout d’un noir profond ; et quand elle n’est pas noire, la terre de K. est souvent grise, ou bien parfois d’un rouge très singulier de brique dix fois recuite – un rouge cramoisi qui tire sur le violet et vire nettement au rose sous la caresse oblique des lumières du couchant.
» Car cette terre-là est capable de mêler les teintes les plus douces – pâle grège du tuf ou blanc cassé de la ponce – aux plus extravagantes, comme le jaune d’or du soufre dont les cristaux élèvent ici des cheminées pareilles aux termitières du désert australien de Victoria, non loin de Kalgoorlie ; des merveilles de cristaux, aigus comme des épingles, qui s’épanouissent ailleurs en anémones toutes semblables à celles qui palpitent dans la mer, le long des côtes de K.

» Quant aux verts, le promeneur qui arpente les chemins muletiers de l’île de Marc, Mathias et Iris en découvrira une innombrable variété : smaragdites, chrysoprases, serpentines, malachites, une débauche de verts, purs ou veinés de blanc – légers ou pondéreux ; sans oublier les infinies nuances des caroubiers, oliviers, mûriers, amandiers ou figuiers. Car l’île de K., que les Turcs ont appelée « île aux figues », est beaucoup plus fertile que toutes ses voisines, à cause de la pierre ponce du sous-sol, prétendent les gens d’ici, parce qu’elle se gorge des pluies de l’hiver afin d’en abreuver les arbres même en plein été, même quand le soleil a roussi jusqu’au dernier brin d’herbe. (…)“

 

 

 872230-ba3edd54f5d3fe3d8543c3f608e74b3d.jpg

Olivier Delorme (Chalon-sur-Saône, 14 maart 1958)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en draaiboekauteur Horton Foote werd geboren op 14 maart 1916 in Wharton, Texas. Zie ook mijn blog van 14 maart 2009 en ook mijn blog van 14 maart 2010.

 

Uit: Horton Foote (Biografie door Charles S. Watson)

 

„What distinguishes Horton Foote from other playwrights of his time? It is the deep compassion that shapes his many plays. He is not a social protester like Arthur Miller, a constant experimenter with dramatic techniques like Eugene O'Neill, nor a psychological investigator like Tennessee Williams. Rather it is his sensitivity to the troubled men and women who live in Southeast Texas that gives his work unity. Foote's most precious resource comes from his personal experience in Wharton, where he absorbed into art the sensibility of his kindred. He has said that more than one-half of his plays have begun with tales told by his father, Albert Horton Foote, Jr.

While working at the haberdashery run by his father, Foote observed his father's compassion. On Saturday evenings over fried oysters, the elder Foote would recount to his son the hardships of his customers and would be moved to tears. The memory of his admired father marked the son indelibly. It permeates his playwriting, develops his art, and shapes his writing.

Wharton is still a small town in Southeast Texas, as it was when Horton Foote was born there in 1916. The future playwright assimilated its life before leaving at age sixteen to begin his work in the theatre, first as an actor and later as a playwright. Foote saw and heard all about this place. He absorbed its history, beginning before the Civil War when his great-great-grandfather Albert Clinton Horton arrived to claim many acres of rich farmland.

Few American dramatists have recorded the changing life of their hometown with such single-minded devotion as Horton Foote. Marion Castleberry has aptly spoken of Foote's "compassionate depiction" of a small town in the series of plays about Wharton. Born and reared there, this loyal son has never long been physically absent and, more importantly, never spiritually absent.“

 

 

 872230-7dbfc5f9f11a97840e105e283c62fbc2.jpg

Horton Foote (14 maart 1916 – 4 maart 2009)

 

 

 


De Duitse schrijver
Jochen Schimmang werd geboren op 14 maart 1948 in Leer, Ostfriesland. Zie ook mijn blog van 14 maart 2007 en ook mijn blog van 14 maart 2008 en ook mijn blog van 14 maart 2009 en ook mijn blog van 14 maart 2010.

 

Uit: Das Beste, was wir hatten

 

»Björn ist doch ein schöner Name. Und Pia natürlich auch. Und warum seid ihr Außenseiter?«

»Wir sind nicht einverstanden«, sagte das Mädchen.

»Womit?«

»Mit allem. Wir sind am Rand der Gesellschaft. Und Sie?«

»Ich bin Gregor. Ich bin auch am Rand der Gesellschaft. Das heißt, bis vor Kurzem war ich mittendrin, ganz dick mittendrin, aber jetzt verliere ich vielleicht sogar meine Wohnung.«

»Obdachlos? Glaube ich nicht«, sagte Björn. »So, wie Sie aussehen. Sie können uns viel erzählen.«

»Mache ich«, sagte Gregor. »Gibt es etwas zu trinken?«

Es gab Kaffee aus einer Thermoskanne, der noch fast heiß war. Björn schenkte drei Tassen ein, und dann erzählte Gregor: wie er in Westberlin studiert hatte und bei einer der seltsamen kommunistischen Truppen gelandet war, von denen es damals so viele gab. Wie er durchs Fußballspielen Leo kennengelernt und seine Truppe verlassen hatte. Wie er sein Studium beendet und in Göttingen und später in Speyer gelehrt hatte, und wie er auf einer Tagung einen ranghohen Politiker kennengelernt hatte, der sein Chef werden sollte. Wie er von einer Frau, die er zu lieben glaubte, im Auftrag der Stasi bespitzelt wurde und wie das später herauskam. Wie er seinen besten Freund mit dessen Frau betrogen hatte und wie sie das schließlich beendet hatten. Wie sein Freund Carl in Schwierigkeiten geraten und verurteilt worden war. Wie sie, also Anita und er, seine Befreiung inszeniert hatten und wie man ihn nach Holland gebracht hatte. Wie er bei der Veranstaltung in Köln die Farbeier geworfen hatte.

Manchmal, während er erzählte, gab es ungläubige oder amüsierte oder zustimmende oder angewiderte Reaktionen von Björn. Als er von Carls missglücktem Anschlag berichtete, sahen die beiden sich bedeutungsvoll an. Als es um Carls Befreiung ging, mochten sie es kaum glauben. Der Junge schnaufte manchmal deutlich hörbar, und das Mädchen ballte immer wieder ihre Hände zu Fäusten und presste ihre Fingerknöchel gegeneinander. Gregor kam es vor, als habe ihm in seinem ganzen Leben noch nie jemand so aufmerksam zugehört wie diese beiden.“

 

 

872230-8086de4081fa9c23b5be62dfdebd4e04.jpg
Jochen Schimmang (Leer, 14 maart 1948)

 

 

 

 

De Duitse dichter Volker von Törne werd geboren op 14 maart 1934 in Quedlinburg. Zie ook mijn blog van 14 maart 2007 en ook mijn blog van 14 maart 2008 en ook mijn blog van 14 maart 2009 en ook mijn blog van 14 maart 2010.

 

 

Berufung

 

Geboren bin ich im März vierunddreißig

In Quedlinburg und Törne heiß ich

Aus Quedlinburg kam auch Gottlieb

Klopstock der den Messias schrieb

So fand ich also schon sehr früh

Beziehung zu der Poesie

 

Wir zogen um nach Niedersachsen

In Gandersheim bin ich aufgewachsen

Vor tausend Jahren schrieb in Latein

Gedichte Roswitha von Gandersheim

So blieb ich weiter ich sags voll Rührung

Mit deutscher Dichtung in enger Berührung

 

Meine Mutter erzählte von unseren Ahnen

Tapfren blonden und edlen Germanen

Ich fing Salamander im Bach hinterm Müll

Und hörte im Radio des Führers Gebrüll

Ich hörte Heil Hitler und Juda verrecke

Und spielte Versteck in der Weißdornhecke

 

Zur Schule kam ich ein halbes Jahr

Ehe der Krieg in Polen war

Mein Vater zog mit Hitlers Armee

Nach Leningrad und blieb da im Schnee

Meine Mutter weinte der Krieg zog sich hin
Wir saßen die Nächte im Keller drin

 

Im Mai fünfundvierzig verbrannte das Haus

Mit allem was drin war der Krieg war aus

Wir fanden ein Zimmer im Dorfe Lutter

Beim Bauern Golis es gab keine Butter

Bei Golis im Garten war Bierausschank

Die Bauern pissten den Zaun entlang

 

Meine Mutter nähte Röcke und Kleider

Für die Damen des Dorfes und blieb dabei heiter

Sie stand beim Kaufmann nach Nährmitteln an

Über drei Stunden für fünfhundert Gramm

Unsre Rente im Monat genau neunzig Mark

Wir aßen Kartoffeln und Magerquark

 

Ich las Villon und schwänzte wenns ging

Die Schule, die mir zum Halse raus hing

Ich trieb mich herum mit Heinrich Heine

Bewegte wie er durch den Harz meine Beine

Am Straßenrand saß ich mit Bertolt Brecht

Und sang das Lied vom letzten Gefecht

 

 

 872230-3faf7e1abec24933b327ece391aba04f.jpg

Volker von Törne ( 14 maart 1934 – 30 december 1980)

 

 

 

 

De Britse dichteres van humoristische poëzie Pam Ayres werd geboren op 14 maart 1947 in Stanford in the Vale in Berkshire (tegenwoordig Oxfordshire). Zie ook mijn blog van 14 maart 2007 en ook mijn blog van 14 maart 2008 en ook mijn blog van 14 maart 2009 en ook mijn blog van 14 maart 2010. 

 

Oh I Wish I'd Looked After Me Teeth       

 

Oh, I wish I'd looked after me teeth,

And spotted the perils beneath,

All the toffees I chewed,

And the sweet sticky food,

Oh, I wish I'd looked after me teeth.

When I had more tooth there than fillin'

To pass up gobstoppers,

From respect to me choppers

And to buy something else with me shillin'.

 

When I think of the lollies I licked,

And the liquorice allsorts I picked,

Sherbet dabs, big and little,

All that hard peanut brittle,

My conscience gets horribly pricked.

 

My Mother, she told me no end,

"If you got a tooth, you got a friend"

I was young then, and careless,

My toothbrush was hairless,

I never had much time to spend.

 

Oh I showed them the toothpaste all right,

I flashed it about late at night,

But up-and-down brushin'

And pokin' and fussin'

Didn't seem worth the time... I could bite!

 

If I'd known I was paving the way,

To cavities, caps and decay,

The murder of fiIlin's

Injections and drillin's

I'd have thrown all me sherbet away.

 

So I lay in the old dentist's chair,

And I gaze up his nose in despair,

And his drill it do whine,

In these molars of mine,

"Two amalgum," he'll say, "for in there."

 

How I laughed at my Mother's false teeth,

As they foamed in the waters beneath,

But now comes the reckonin'

It's me they are beckonin'

Oh, I wish I'd looked after me teeth.

 

 

 

872230-8103dd216c0933e8af655781d98050cf.jpg
Pam Ayres (Stanford in the Vale, 14 maart 1947)



Zie voor nog meer schrijvers van de 14e maart ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:58 Reageer op dit bericht

Albert Robida, Theodore de Banville, Alexandru Macedonski, Algernon Blackwood, Paul Ilg

De Franse schrijver, tekenaar, schilder, karikaturist en journalist Albert Robida werd geboren op 14 maart 1848 in Compiègne. Zie ook mijn blog van 14 maart 2007 en ook mijn blog van 14 maart 2009 en ook mijn blog van 14 maart 2010.

 

Uit: The Monkey King (Fragment uit: Voyages très extraordinaires de Saturnin Farandoul,

vertaald door Brian Stableford)

 

„The entire natural world was their oyster. They appeared to be enjoying the admirable view with a tranquil proprietary right that no anxiety could trouble. There, as if in a magical looking-glass, all the beauties of the tropics were spread out: all the glorious flowers that the equatorial sun could bring into bloom, marvellous plants, giant trees and a thousand-fold weave of lianas.

Four little monkeys of various heights gambolled on the grass, swinging from descending lianas as they went past, and chasing one another around the coconut palms under the protective eye of their father and mother -- more serious individuals, who were content to mark their joy at the good weather's return by quietly shaking their hindquarters with perfect panache.

The mother, a lovely she-monkey with an elegant figure and a graceful demeanour, carried in her arms a fifth offspring, which she suckled as she walked, with a candour and a dignified serenity that would have tempted the chisel of a Praxiteles.

Suddenly, their tranquillity was disturbed. The father, at the sight of an object extended on the beach, turned two or three somersaults -- a gesture which, among the monkeys of these distant climes, signifies the most colossal astonishment. The mother -- without ceasing to nurse her infant -- and the four little monkeys likewise turned half a dozen simultaneous somersaults before coming to rest on all fours, unnerved. If they were alarmed it was that the object perceived by the monkey was stirring and struggling, desperately twirling its arms and legs, as a crab does when one plays the practical joke of setting it down on its back.“

 

 

 872214-6e35fc6ae2202df0da28fb516afee13d.jpg

Albert Robida (14 maart 1848 – 11 oktober 1926)

Illustratie bij Les Aventures extraordinaires de Saturnin Farandoul

 

 

 

 

De Franse dichter Theodore Faullain de Banville werd geboren op 14 maart 1823 in Moulins in de Auvergne.  Zie ook mijn blog van 14 maart 2007 en ook mijn blog van 14 maart 2009 en ook mijn blog van 14 maart 2010.

 

 

La Lyre

 

Les Dieux, pour lui laisser le vin, buvaient du fiel.
L'aigle à ses pieds veillait, ayant quitté son aire ;
Le lion devant lui se couchait, débonnaire,
L'abeille était joyeuse et lui donnait son miel.

Il avait sur son front le signe essentiel,
Et du rouge vêtu, comme un tortionnaire,
Dans sa droite féroce il portait le tonnerre,
Étant celui qui fait la clarté dans le ciel.

Pourtant, sans être ému de sa terrible approche,
Moi, je chantais mon ode et j'emplissais la roche,
La caverne et le bois de cris mélodieux.

Enfin je m'avançai, pris du sacré délire,
Vers celui qui soumet les tigres et les Dieux,
Et je lui dis : Amour, obéis ; j'ai la Lyre !

 



 

 872214-f8550d14e8f1fe9a96fe7bd11571f631.jpg

Theodore de Banville (14 maart 1823 – 15 maart 1891)

Standbeeld in Moulins

 

 

 

 

De Roemeense dichter Alexandru Macedonski werd geboren op 14 maart 1854 in Craiova.  Zie ook mijn blog van 14 maart 2009 en ook mijn blog van 14 maart 2010.

 

 

Le Cloître

II

Silence : la prière. Et — silence : la lune...
Par couples, sourds, les sons parcourent les entours,
Et la lune a bleui la toiture des tours,
Et des frémissements ont pétri la nuit brune.

L’église brusque l’ombre ainsi qu’un blanc fantôme,
O mon cœur, je t’avais cru mort, et pour jamais.
Mais me revoici pur, et tel que je m’aimais,
Hors de Gomorrhe, avec sur mes lèvres un psaume.


III

Or, voici que les eaux glauques se font de lait ;
La mare est un lac clair, les cieux scintillent mauves,
Des lucioles, gais éclairs emmi les sauves
Gemment l’air et, grisant, fleure le serpolet.

Et puis, tandis que les roseaux en ce décor
Élèvent leurs voix d’or vers la bonté mystique,
Il s’en dégage comme un très subtil cantique,
Vagues soupirs, douceur de flûte, éclat de cor.

 

 

 

 872214-3e87053f65c677aa469eaba068b6777c.jpg

Alexandru Macedonski (14 maart 1854 – 24 november 1920)

 

 

 

 

De Engelse schrijver Algernon Blackwood werd geboren op 14 maart 1869 in Shooter's Hill, Kent. Zie ook mijn blog van 14 maart 2009 en ook mijn blog van 14 maart 2010.

 

Uit: Max Hensig

 

„Besides the departmental men on the New YorkVulture, there were about twenty reporters for general duty, and Williams had worked his way up till he stood easily among the first half- dozen; for, in addition to being accurate and painstaking, he was able to bring to his reports of common things that touch of imagination and humour which just lifted them out of the rut of mere faithful recording. Moreover, the city editor (anglice news editor) appreciated his powers, and always tried to give him assignments that did himself and the paper credit, and he was justified now in expecting to be relieved of the hack jobs that were usually allotted to new men.

He was therefore puzzled and a little disappointed one morning as he saw his inferiors summoned one after another to the news desk to receive the best assignments of the day, and when at length his turn came, and the city editor asked him to cover “the Hensig story”, he gave a little start of vexation that almost betrayed him into asking what the devil “the Hensig story” was. For it is the duty of every morning newspaper man—in New York at least—to have made himself familiar with all the news of the day before he shows himself at the office, and though Williams had already done this, he could not recall either the name or the story.

“You can run to a hundred or a hundred and fifty, Mr. Williams. Cover the trial thoroughly, and get good interviews with Hensig and the lawyers. There’ll be no night assignment for you till the case is over.”

Williams was going to ask if there were any private “tips” from the District Attorney’s office, but the editor was already speaking with Weekes, who wrote the daily “weather story”, and he went back slowly to his desk, angry and disappointed, to read up the Hensig case and lay his plans for the day accordingly. At any rate, he reflected, it looked like “a soft job”, and as there was to be no second assignment for him that night, he would get off by eight o’clock, and be able to dine and sleep for once like a civilised man. And that was something.“

 

 

 872214-33d396e9f93dafe011335eff869e134c.jpg

Algernon Blackwood (14 maart 1869 – 10 december 1951)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 14 maart 2009.

 

De Zwitserse schrijver Paul Ilg werd geboren op 14 maart 1875 in Salenstein (Thurgau).

Geschreven door Romenu om 19:49 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten