Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 19 april 2011 tot 20 april 2011

Martinus Nijhoff, Jan Cremer, Jean Pierre Rawie, Sebastian Faulks, Jozef Deleu

De Nederlandse dichter, toneelschrijver en essayist Martinus Nijhoff werd geboren in Den Haag op 20 april 1894. Zie ook mijn blog van 20 april 2007 en ook mijn blog van 20 april 2008 en mijn blog van 20 april 2009 en ook mijn blog van 20 april 2010.

 

 

De soldaat die Jezus kruisigde

 

Wij sloegen hem aan 't kruis. Zijn vingers grepen
Wild om de spijker toen 'k de hamer hief -
Maar hij zei zacht mijn naam en: 'Heb mij lief -'
En 't groot geheim had ik voorgoed begrepen.

Ik wrong een lach weg dat mijn tanden knarsten,
En werd een gek die bloed van liefde vroeg:
Ik had hem lief - en sloeg en sloeg en sloeg
De spijker door zijn hand in 't hout dat barstte.

Nu, als een dwaas, een spijker door mijn hand,
Trek ik een vis - zijn naam, zijn monogram -
In ied're muur, in ied're balk of stam,
Of in mijn borst of, hurkend, in het zand,

En antwoord als de mensen mij wat vragen:
'Hij heeft een spijker door mijn hand geslagen.'

 

 

 

 

De wandelaar

 

Mijn eenzaam leven wandelt in de straten,
Langs een landschap of tussen kamerwanden.
Er stroomt geen bloed meer door mijn dode handen,
Stil heeft mijn hart de daden sterven laten.

Kloosterling uit de tijd der Carolingen,
Zit ik met ernstig Vlaams gelaat voor 't raam;
Zie mensen op een zonnig grasveld gaan,
En hoor matrozen langs de kaden zingen.

Kunstenaar uit de tijd der Renaissance,
Teken ik 's nachts de glimlach van een vrouw,
Of buig me over een spiegel en beschouw
Van de eigen ogen het ontzaglijk glanzen.

Een dichter uit de tijd van Baudelaire,
- Daags tussen boeken, 's nachts in een café -
Vloek ik mijn liefde en dans als Salomé.
De wereld heeft haar weelde en haar misère.

Toeschouwer ben ik uit een hoge toren,
Een ruimte scheidt mij van de wereld af,
Die 'k kleiner zie en als van heel ver-af,
En die ik niet aanraken kan en horen.

Toen zich mijn handen tot geen daad meer hieven,
Zagen mijn ogen kalm de dingen aan:
Een stoet van beelden zag ik langs mij gaan,
Stil mozaïekspel zonder perspectieven.

 

 

 

 

De wolken

 

Ik droeg nog kleine kleren, en ik lag
Lang-uit met moeder in de warme hei,
De wolken schoven boven ons voorbij
En moeder vroeg wat 'k in de wolken zag.

En ik riep: Scandinavië, en: eenden,
Daar gaat een dame, schapen met een herder -
De wond'ren werden woord en dreven verder,
Maar 'k zag dat moeder met een glimlach weende.

Toen kwam de tijd dat 'k niet naar boven keek,
Ofschoon de hemel vol van wolken hing,
Ik greep niet naar de vlucht van 't vreemde ding
Dat met zijn schaduw langs mijn leven streek.

- Nu ligt mijn jongen naast mij in de heide
En wijst me wat hij in de wolken ziet,
Nu schrei ik zelf, en zie in het verschiet
De verre wolken waarom moeder schreide.

 

 

 

 897770-27624735793d442cc9d152f41458f0eb.jpg

Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)

Nijhoff in zijn jonge jaren

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en beeldend kunstenaar Jan Cremer werd geboren in Enschede op 20 april 1940. Zie ook mijn blog van 20 april 2007 en ook mijn blog van 20 april 2008 en mijn blog van 20 april 2009 en ook mijn blog van 20 april 2010. 

 

 

 897770-2f6a03b08a8fe4ae70051fa463d88976.jpg

Provence 1

 

 

Uit: Ik Jan Cremer

 

“Het is een warme lentemiddag (de oorlog is afgelopen) en ik zit in onze woonkamer. Opeens voor de ramen een tiental blauwe uniformen. Mamusz is boven. Ik schrik. Met de kolven van hun machinepistolen slaan ze de ruiten in. Een klimt naar binnen en opent de deur. Als een gek ren ik om de tafel. Een tiental BS’ers richten hun machinepistolen op mij, lachend en grinnikend. Als een opgejaagde hond ren ik door de kamer, steeds weer gestopt door de lopen van de stens met daarachter de lachende schooiers. Ik ben nog geen vijf jaar. Een man in ’n witte regenjas vraagt waar mijn moeder is en maant de mannen tot kalmte. Moeder is op het lawaai naar beneden gekomen. Ze wordt vastgegrepen door een zestal BN’ers. In haar moeilijke Nederlands vraagt zij wat er aan de hand is. ‘Dat zul je wel zien, vuile moffenhoer,’ bijten de mannen haar toe, en de man in de regenjas verklaart dat het alleen maar om ’n formaliteit gaat. Zij pakt inderhaast wat kleren bij elkaar en trekt mij mijn schoenen aan. Met machinepistolen in de rug en achter ons een tierende en scheldende massa.
Als wij een paar weken later terugkomen (‘alles berust op ’n misverstand) is ons huis andermaal geplunderd. Laden zijn opengehaald, kasten opengebroken en er heerst een wanorde. Onze kleren zijn weg, alles is weg.”

 

 

 897770-1eb2e0663b7a55b905ce55f64fc04169.jpg

Jan Cremer (Enschede, 20 april 1940)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Jean Pierre Rawie werd geboren op 20 april 1951 in Scheveningen. Zie ook mijn blog van 20 april 2007 en ook mijn blog van 20 april 2008 en mijn blog van 20 april 2009 en ook mijn blog van 20 april 2010.
 

 

Kerkhof

 

Een herfstdag tegen Allerzielen,
het was niet anders dan het was
de zon, de bladeren die vielen,
het hek, de zerken en het gras.

Ik had een tijdje rondgezworven
voor ik haar graf gevonden had,
want er wordt toch nog meer gestorven
dan je zou denken in zo'n stad.

En half beschaamd en half bewogen
- je ziet jezelf een beetje staan -
heb ik verwonderd overwogen
hoe vreemd de dingen altijd gaan,

hoe onverbiddelijk de liefde
verband houdt met verdriet en rouw,
en of ik als zij nu nog leefde
nog zoveel om haar geven zou.

En nimmer was het dichter bij me
en nimmer verder van mij af,
het denken over de geheimen
de gruwelijke van het graf.

 

 

 

Moment

 

Soms hoor ik onverwacht weer achter
gewone woorden die je uit
een zoveel zuiverder en zachter,
adembenemender geluid,

dat ik opnieuw naar je moet kijken
of ik je nooit tevoren zag.
Laat al die jaren maar verstrijken;
zolang ik dit bewaren mag

kan jou en mij de tijd niet deren:
weer voor het eerst met je alleen
hoor ik de harmonie der sferen
door alle alledaagsheid heen.

 

 

 

897770-7ae5c0bf236bd759e2995843d964e9cb.jpg
Jean Pierre Rawie (Scheveningen, 20 april 1951)

 

 

 

 

De Britse schrijver en journalist Sebastian Faulks werd geboren op 20 april 1953 in Newbury. Zie ook  mijn blog van 20 april 2009. en ook mijn blog van 20 april 2010.

 

Uit: A Week in December

 

„Five o'clock and freezing. Piledrivers and jackhammers were blasting into the wasteland by the side of West Cross Route in Shepherd's Bush. With a bare ten months to the scheduled opening of Europe's largest urban shopping center, the sand-covered sitewas showing only skeletal girders and joists under red cranes, though a peppermint facade had already been tacked on to the eastward side. This was not a retail park with trees and benches, but a compression of trade in a city center, in which migrant laborwas paid by foreign capital to squeeze out layers of profit from any Londoner with credit. At their new "Emirates" Stadium, meanwhile, named for an Arab airline, Arsenal of North London were kicking off under floodlights against Chelsea from the West, whilethe goalkeepers--one Czech, one Spanish--jumped up and down and beat their ribs to keep warm. At nearby Upton Park, the supporters were leaving the ground after a home defeat; and only a few streets away from the Boleyn Ground, with its East End mixture ofsentimentality and grievance, a solitary woman paid her respects to a grandfather--come from Lithuania some eighty years ago--as she stood by his grave in the overflowing cemetery of the East Ham Synagogue. Up the road in Victoria Park, the last of the dogwalkers dragged their mongrels back to flats in Hackney and Bow, gray high-rises marked with satellite dishes, like ears cupped to the outside world in the hope of gossip or escape; while in a minicab that nosed along Dalston Road on its way back to base, thedashboard thermometer touched minus two degrees.   In his small rooms in Chelsea, Gabriel Northwood, a barrister in his middle thirties, was reading the Koran, and shivering. He practiced civil law, when he practiced anything at all; this meant that he was not involved in "getting criminals off," but inrepresenting people in a dispute whose outcome would bring financial compensation to the claimants if they won.“

 

 

 897770-6f9f3bf6b09c91554cd0f60ca3c04982.jpg

Sebastian Faulks (Newbury, 20 april 1953)

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Jozef Hugo Maria Deleu werd geboren in Roeselare op 20 april 1937. Zie ook mijn blog van 20 april 2007 en ook mijn blog van 20 april 2008 en mijn blog van 20 april 2009 en ook mijn blog van 20 april 2010.
 

 

Angst

 

De lamp vult heel de kamer
met zijn bolle glazen oog.

Mijn ogen liggen gans verlaten
in de schaduw van mijn hoofd.

De slagen van de klokken naderen
uit het huis van God-zij-geloofd.

Ik zie een leger lampen in mijn kamer,
ik hoor de stemmen van een koor.

Niemand kan mij zien noch horen
De lampen gloeien rood.

Ik lig mijn lichaam te bewonen.
Is dit een teken misschien?

 

 

 

Landschap 2

 

Kijken
hoe het licht
wandelt
over het land
met de schaduw
aan de hand
hoe de ruimte
vorm krijgt
van zien

 

 

 

897770-4544439c3f4921b3959098035ed43c22.jpg
Jozef Deleu (Roeselare, 20 april 1937)




Zie voor nog meer schrijves van de 20e april ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:54 Reageer op dit bericht

Steve Erickson, Arto Paasilinna, Michel Leiris, Emmanuel Bove, Henry de Montherlant

De Amerikaanse schrijver, essayist en criticus Steven Michael Erickson werd geboren op 20 april 1950 in Los Angeles. Zie ook mijn blog van 20 april 2007 en ook mijn blog van 20 april 2008 en mijn blog van 20 april 2009 en ook mijn blog van 20 april 2010.

 

Uit: The Sea Came in at Midnight

 

„So Louise became something more profound than tormented: she became haunted. Having traficked in the sort of memories people had spent thousands of years trying to forget, and the sort of dreams they had spent thousands of years trying to awake from,she had wandered at will and without accountability on the apocalyptic landscape of the imagination. Now a stain spread from the darkest center of the unaccountable imagination, becoming only more confounding and unbearable with every moment, the question of when and where the imagination becomes accountable by and to whom, beginning with the one who imagines a nightmare simply for the thrill of its imagining, moving to the one who renders it an artifact to be experienced in common by others, eventually to the collective audiencethat chooses to watch, for the thrill of watching, a girl actually being murdered in a movie, to the individual man or woman who, before suppressing it in horror, entertains a fleeting curiosity, dallying with the temptation to look, then finally conforming to whatever sick social chic compels everyone at a cocktail party to watch, like they would watch the home movie of a summer vacation or a child getting his first bike. At what point, if any, in the exchange betweenthe one whpo bears the fruitof the imagination and the one who devours it, does it all stop short of being beyond the pale, at what point is everyone complicit, at what point can one consider himself unaccountable for what the imagination has wrought, right up until the moment that he is damned by it?“

 

 

 897762-9210b6355a93151b8ae415cec3672247.jpg

Steve Erickson (Los Angeles, 20 april 1950)

 

 



De Finse schrijver
Arto Paasilinna werd geboren op 20 april 1942 in Kittilä in Lapland. Zie ook mijn blog van 20 april 2007 en ook mijn blog van 20 april 2008 en mijn blog van 20 april 2009 en ook mijn blog van 20 april 2010
 

Uit:  Der wunderbare Massenselbstmord  (Vertaald door Regine Pirschel)

 

„In der Hitze der Nahkämpfe finden die Geschlechter zueinander, Frauen werden geschwängert. In Schnellbooten fahren Männer hinaus und ertrinken in den Seen und Buchten. Zu Tausenden fallen die Menschen in die Erlenbüsche und Brennnesselsträucher. Man sieht aufopfernde Tapferkeit und zahlreiche Heldentaten. Freude und Glück tragen den Sieg davon, die Schwermut wird vertrieben, das Volk genießt wenigstens eine Nacht im Jahr seine Freiheit, nachdem es den finsteren Unterdrücker gewaltsam bezwungen hat.

So brach in der Provinz Häme, am Ufer des Humalajärvi, der Morgen des Johannistages an. Leichter Rauchgeruch von der nächtlichen Schlacht hing noch in der Luft: Am Abend waren rund um den See Lagerfeuer abgebrannt worden. Eine Schwalbe flog mit offenem Schnabel dicht über der Wasseroberfläche dahin und jagte Insekten. Das Wetter war ruhig und klar, die Menschen schliefen. Nur die Vögel sangen unermüdlich weiter.

Ein einsamer Mann saß auf den Stufen vor seinem Sommerhaus, in der Hand hielt er eine ungeöffnete Bierflasche. Es war Direktor Onni Rellonen, und er hatte die traurigste Miene in der ganzen Gegend. Er gehörte nicht zu den Siegern der nächtlichen Schlacht. Er war schwer verwundet, und es gab kein Feldlazarett, in dem sein gebrochenes Herz hätte behandelt werden können.

Rellonen war fast fünfzig Jahre alt, schlank, von mittlerer Statur, er hatte ziemlich große Ohren, seine Nase war lang und an der Spitze gerötet. Bekleidet war er mit einem kurzärmeligen Sommerhemd und Cordhosen.
Dem Mann war anzusehen, dass in ihm früher vielleicht explosive Kräfte geschlummert hatten, früher, aber jetzt nicht mehr. Er war müde, besiegt, vom Leben gebeutelt. Die Furchen in seinem Gesicht und sein schütteres Haar waren rührende Zeichen der Niederlage im Kampf gegen die Härte und Kürze des Lebens.“

 

 

897762-d8ec74328e1f618252cf28586e4accb3.jpg
Arto Paasilinna (
Kittilä, 20 april 1942)

 

 

 

 

De Franse dichter, schrijver  en etholoog Michel Leiris werd geboren in Parijs op 20 april 1901. Zie ook mijn blog van 20 april 2009 en ook mijn blog van 20 april 2010.

 

Uit: L'âge d'homme

 

« Je viens d'avoir trente-quatre ans, la moitié de la vie. Au physique, je suis de taille moyenne, plutôt petit. J'ai des cheveux châtains coupés court afin d'éviter qu'ils ondulent, par crainte aussi que ne se développe une calvitie menaçante. Autant que je puisse en juger, les traits caractéristiques de ma physionomie sont: une nuque très droite, tombant verticalement comme une muraille ou une falaise (...); un front développé, plutôt bossué, aux veines temporales exagérément noueuses et saillantes (...). Mes yeux sont bruns, avec le bord des paupières habituellement enflammé; mon teint est coloré; j'ai honte d'une fâcheuse tendance aux rougeurs et à la peau luisante. Mes mains sont maigres, assez velues, avec des veines très dessinées; mes deux majeurs, incurvés vers le bout, doivent dénoter quelque chose d'assez faible ou d'assez fuyant dans mon caractère. Ma tête est plutôt grosse pour mon corps; j'ai les jambes un peu courtes par rapport à mon torse, les épaules trop étroites relativement aux hanches. Je marche le haut du corps incliné en avant; j'ai tendance, lorsque je suis assis, à me tenir le dos voûté; ma poitrine n'est pas très large et je n'ai guère de muscles. J'aime à me vêtir avec le maximum d'élégance; pourtant, à cause des défauts que je viens de relever dans ma structure et de mes moyens qui, sans que je puisse me dire pauvre, sont plutôt limités, je me juge d'ordinaire profondément inélégant; j'ai horreur de me voir à l'improviste dans une glace car, faute de m'y être préparé, je me trouve à chaque fois d'une laideur humiliante ».

 

 

 897762-63be6e7d544417c1fc0c6136cfc1e384.jpg

Michel Leiris (20 april 1901 – 30 september 1990)



 


De Franse schrijver
Emmanuel Bove (eig. Emmanuel Bobovnikoff) werd geboren op 20 april 1898 in Parijs.
Zie ook mijn blog van 20 april 2009 en ook mijn blog van 20 april 2010.
 

Uit: Mes Amis

 

„Quand je m'éveille, ma bouche est ouverte. Mes dents sont grasses : les brosser le soir serait mieux, mais je n'en ai jamais le courage. Des larmes ont séché aux coins de mes paupières. Mes épaules ne me font plus mal.

Des cheveux raides couvrent mon front. De mes doigts écartés je les rejette en arrière. C'est inutile : comme les pages d'un livre neuf, ils se dressent et retombent sur mes yeux.

En baissant la tête, je sens que ma barbe a poussé : elle pique mon cou. La nuque chauffée, je reste sur le dos, les yeux ouverts, les draps jusqu'au menton pour que le lit ne se refroidisse pas.

Le plafond est taché d'humidité : il est si près du toit. Par endroits, il y a de l'air sous le papier-tenture. Mes meubles ressemblent à ceux des brocanteurs, sur les trottoirs. Le tuyau de mon petit poêle est bandé avec un chiffon, comme un genou. En haut de la fenêtre, un store qui ne peut plus servir pend de travers.

En m'allongeant, je sens contre la plante des pieds - un peu comme un danseur de corde - les barreaux verticaux du lit-cage. Les habits, qui pèsent sur mes mollets sont plats, tièdes d'un côté seulement. Les lacets de mes souliers n'ont plus de ferrets. Dès qu'il pleut, la chambre et froide. On croirait que personne n'y a couché. L'eau, qui glisse sur toute la largeur des carreaux, ronge le mastic et forme une flaque, par terre.

Lorsque le soleil, tout seul dans le ciel, flamboie, il projette sa lumière dorée au milieu de la pièce. Alors, les mouches tracent sur le plancher mille lignes droites.“

 

 


897762-2906223ce3f38f82e24cc5c4f4043202.jpg
Emmanuel Bove (20 april 1898 – 13 juli 1945)

 

 

 

 

De Franse schrijver
Henry de Montherlant werd geboren op 20 (en niet op 21) april 1896 in Parijs. Zie ook mijn blog van 21 april 2007 en ook mijn blog van 21 april 2008 en ook mijn blog van 20 april 2009 en ook mijn blog van 20 april 2010.
 

Uit: Aux Fontaines du désir

 

"Entre les fantômes parfois passait une petite réflexion de rien du tout." ; "Si je rencontrais un être humain, peut être qu’il m’offrirait un coup de pinard" ; "Elle me décida enfin à me lever. Je devinais une eau voisine, au fond d’une des poches du sol par le bruit d’un oiseau qui trempait ses ailes et s’envolait à mon approche. C’est un bruit de jardin d’Esfahân".

(…)

 

"Il n’y a pas de bien ou de mal. Toutes nos actions inscrites sur les feuillets de l’univers sont indifférentes. Méprise le jugement de l’homme, n’aie devant tes yeux que le but vers lequel tu tends par la nature elle-même, c’est à dire Dieu, et méprise les clameurs humaines". Ce jugement de Hâfez n’est-il pas inspiré par le même état qui fait dire à Henry de Montherlant : "Je juge que ceci est bien. Je juge que ceci est mal. L’âme dit service et l’intelligence complète inutile? »

(…)

 

"Il m’est arrivé, me trouvant dans la même circonstance que tel personnage de la littérature iranienne, de reproduire délibérément ce qu’il avait fait. Par exemple, étant volé par quelqu’un, non seulement de lui laisser ce qu’il me volait, mais de lui en remettre davantage, ce qui est la stricte imitation de ce que j’ai lu dans quelque divan."

 

 

 

 897762-402657046eb627a5d5646a0550f147ab.jpg

Henry de Montherlant (20 april 1896 – 21 september 1972)

Geschreven door Romenu om 20:18 Reageer op dit bericht

Herman Bang, Charles Maurras, Henry Tuckerman, Aloysius Bertrand, Pietro Aretino, Dinah Craik

De Deense schrijver Herman Bang werd geboren op 20 april 1857 in Asserballe. Zie ook mijn blog van 20 april 2009 en ook mijn blog van 20 april 2010.

 

Uit: Sommerfreuden (Vertaald door Aldo en Ingeborg Keel)

 

“Frau Brasen ging über den Hof und durch das Tor, wo Fuhrknecht Nielsen fegte. Nielsen war bei der Artillerie gewesen, trug die Mütze im Nacken und rauchte zu all seinen Verrichtungen Zigarre.

Frau Brasen wünschte «guten Morgen», und Nielsen nickte zurück, während er hinter der Wirtin, die das Kopfsteinpflaster der Straße betrat, eine Staubwolke auffegte.

Die Schatten der Häuser zeichneten sich in gewohnter Schärfe ab; sie kamen und wurden

länger und verschwanden, immer in der gleichen Weise. Es war, als benötige man in diesem Ort

überhaupt keine Uhr, so pünktlich bewegten sich die Schatten.

Frau Brasen ging die Straße entlang. Die Ladentüren waren schon aufgeklappt, und die Ge-

sellen warteten, an die Türrahmen gelehnt, mit überkreuzten Beinen. Frau Brasen – sie hatte

einmal stattlich ausgesehen, mit einem solchen Leib, daß die Augen der Männer an ihr haften

blieben – nickte jedem «guten Morgen» zu, während sie weiterging. Die Kommis rührten sich nicht. Frau Brasen war es, als ob die Augen, die ihr folgten, sich in ihren Rücken bohrten.

Es war nicht so ohne, wenn man überall Schul- den hatte. Aber der Doktor war es, außer ihm, dem Kunstmaler, der das so gewollt und in Gang gesetzt hatte; und Brasen, er war ja leicht zu verführen; und die Leute im Ort, die sie bedrängt hatten; und jetzt konnten die sich brüsten, während Brasen, der Ärmste, in der Patsche saß, und Gott weiß, was das für Sommergäste waren, die in so einen kleinen Ort kamen, selbst jetzt, wo sie inseriert hatten …”

 

 

897757-f14efbaf7a1aff1ae4f0593cf9eabe8b.jpg
Herman Bang (20 april 1857 – 19 januari 1912)

 

 

 

 

De Franse schrijver Charles Maurras werd geboren op 20 april 1868 in Martigues. Zie ook mijn blog van 20 april 2009 en ook mijn blog van 20 april 2010.

 

Uit: Le Chemin de Paradis

 „Dans une grotte, à mi-chemin d'Héraclée et de Sybaris, il habitait un vieillard qu'on renommait pour sa sagesse. Il avait reçu les paroles de Pythagore et plus d'une fois Empédocle l'Agrigentin avait passé la mer pour méditer auprès de lui. Il se nommait Euphorion et, tout en cultivant les lis et les verveines de son petit jardin, il s'appliquait à conformer ses mœurs à la nature.
Ses deux esclaves, un matin, lui demandèrent la faveur d'aller à Sybaris célébrer la fête des Grâces, dont le jour approchait.
« Je le veux, répondit le sage. Il ne nous faut point négliger les divinités du plaisir. La première des trois Charites 2 tient à la main un osselet ; et par là, elle nous fait signe de nous livrer de temps en temps aux jeux variés et aux danses. La seconde, parée du myrte, nous apprend que l'amour est l'ornement de notre vie ; malheur aux orgueilleux qui s'éloignent trop des baisers. Pour la troisième, la ceinture de roses fraîches qui entoure son col et ses flancs délicats nous avertit qu'elle préside aux banquets enjoués où circulent avec les viandes les caresses légères et les coupes de vin au miel.
« Qu'à toutes trois aillent vos vœux. Et abandonnez-leur l'apparence de vos pensées. Mais si vous tenez à vieillir, que leurs voluptés ne pénètrent point très avant dans vos cœurs. Craignez le sort d'Hylas 3 qui connut pleinement la couche des nymphes ; il ne put supporter cette abondance de plaisir. Sa douce vie céda à l'embrassement des déesses. Ainsi l'avaient réglé les dieux. C'est pourquoi soyez sages et faites un heureux retour ; ni Pétilis, ni Métaponte, ni la vénérable Héraclée n'égalent Sybaris dans l'art d'accommoder toutes sortes de joies. »

 

 

 897757-5d6b50c0584396e34a2fb5021bbbb69e.jpg

Charles Maurras (20 april 1868 – 16 november 1952)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver, essayist en criticus Henry Theodore Tuckerman werd geboren op 20 april 1813 in Boston, Massachusetts.Zie ook mijn blog van 20 april 2009 en ook mijn blog van 20 april 2010.
 

Uit: A Defense of Enthusiasm

 

“Who would not feel urged to high achievement, if he knew that every beauty his canvas displayed, or every perfect note he breathed, or every true inspiration of his lyre, would find an instant response in a thousand breasts? Lord Brougham calls the word "impossible" the mother tongue of little souls. What, I ask, can counteract self-distrust, and sustain the higher efforts of our nature but enthusiasm? More of this element would call forth the genius, and gladden the life of New England. While the mere intellectual man speculates, and the mere man of acquisition cites authority, the man of feeling acts, realizes, puts forth his complete energies. His earnest and strong heart will not let his mind rest; he is urged by an inward impulse to embody his thought. He must have sympathy; he must have results. And Nature yields to the magician, acknowledging him as her child. The noble statue comes forth from the marble, the speaking figure stands out from the canvas, the electric chain is struck in the bosoms of his fellows. They receive his ideas, respond to his appeal, and reciprocate his love.”

 

 

 897757-0ff5a30092cd4977e18224080c2e1aa4.jpg

Henry Tuckerman (20 april 1813 – 17 december 1871)


 

 

De Franse dichter Aloysius Bertrand werd geboren op 20 april 1807 in Ceva, Piemont, Italië. Zie ook mijn blog van 20 april 2009 en ook mijn blog van 20 april 2010.
 

 

Le clair de lune

 

Oh ! qu'il est doux, quand l'heure tremble au clocher,
la nuit, de regarder la lune qui a le nez fait comme
un carolus d'or !

Deux ladres se lamentaient sous ma fenêtre, un chien
hurlait dans le carrefour, et le grillon de mon foyer
vaticinait tout bas.

Mais bientôt mon oreille n'interrogea plus qu'un silence
profond. Les lépreux étaient rentrés dans leurs chenils,
aux coups de Jacquemart qui battait sa femme.

Le chien avait enfilé une venelle, devant les pertuisanes
du guet enrouillé par la pluie et morfondu par la bise.

Et le grillon s'était endormi, dès que la dernière bluette
avait éteint sa dernière lueur dans la cendre de la cheminée.

Et moi, il me semblait, - tant la fièvre est incohérente ! -
que la lune, grimant sa face, me tirait la langue comme
un pendu !

 

 

 897757-9a7072d30cf3857a3107377b87a240c9.jpg

Aloysius Bertrand (20 april 1807 – 29 april 1841)

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Pietro Aretino werd geboren in Arezzo op 20 april 1492. Zie ook mijn blog van 20 april 2009 en ook mijn blog van 20 april 2010.
 

Uit: Die Gespräche des göttlichen Pietro Aretino (Vertaald door Heinrich Conrad)

 

„Dann hielt er mit seinen Händen sanft ihre Hinterbacken auseinander – es sah aus, wie wenn er die weißen Blätter seines Meßbuches aufschlüge – und betrachtete ganz hingerissen ihren Popo. Der war aber weder ein spitzes Knochengerüst noch ein schwabbeliger Fettklumpen, sondern gerade die richtige Mitte: ein bißchen zitterig und schön rund und schimmernd wie beseeltes Elfenbein; die Grübchen, die man mit solchem Vergnügen an Kinn und Wangen schöner Frauen sieht, sie zierten auch diese beiden Backen, die so zart waren wie eine Mühlenmaus, die in lauter Mehl geboren und aufgewachsen ist. Und so glatt waren alle Glieder des Nönnchens, daß die Hand, die man ihr auf die Lende legte, sofort bis an die Waden herunterfuhr, wie der Fuß auf dem Eise ausrutscht, und Haare sah man auf ihren Beinen sowenig wir auf einem Ei.

Antonia: Da verbrachte wohl der Vater General den ganzen Tag mit seiner andächtigen Bewunderung, he?

Nanna: I, Gott bewahre! Er tunkte seinen Pinsel in den Farbtopf – nachdem er ihn vorher mit Spucke gesalbt hatte – und ließ sie sich drehen und winden, wie die Weiber in den Geburtswehen sich winden oder wenn sie das Mutterweh haben. Und damit der Nagel recht fest stäke, gab er seinem Spinatfreund, der hinter ihm stand, einen Wink; der löste ihm die Hosen, daß sie ihm auf die Hacken fielen, und setzte Seiner Ehrwürden visibilium das Klistier an. Der General aber verschlang mit seinen Augen die beiden anderen Knaben, die sich die beiden Nonnen recht bequem übers Bett gelegt hatten und ihnen die Sauce im Mörser verrieben …“

 

 


897757-40e25f26f35d0b7f413c2b37815e19fb.jpg
Pietro Aretino (20 april 1492 - 21 oktober 1556)

 

 

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Dinah Maria Craik werd geboren op 20 april 1826 in Stoke-on-Trent. Zie ook mijn blog van 20 april 2009 en ook mijn blog van 20 april 2010.
 

 

Beatrice To Dante 

 

REGARD me well: I am thy love, thy love;

Thy blessing, thy delight, thy hope, thy peace:

Thy joy above all joys that break and cease

When their full waves in widest circles move:

Thy bird of comfort, thine eternal dove,

Whom thou didst send out of thy mournful breast

To flutter back and point thee to thy rest:

Thine angel, who forgets her crown star-wove

To come to thee with folded woman-hands

Pleading,--'look on me, Beatrice, who stands

Before thee; by the Triune Light divine

Undazzled, still beholds thy human face,

And is more happy in this happy place

That thou alone art hers and she is thine.'

 

 

 

897757-3ac4f16d567152f0351b6194d3129521.jpg
Dinah Craik (20 april 1826 - 12 oktober 1887)

Marmeren gedenkplaat in Tewkesbury Abbey, Gloucestershire

 

Geschreven door Romenu om 20:07 Reageer op dit bericht

Manuel Bandeira, Gudrun Reinboth, Stefan Schütz, n. c. kaser

De Braziliaanse dichter, schrijver en vertaler Manuel Carneiro de Souza Bandeira Filho werd geboren op 19 april 1886 in Recife. Zie ook mijn blog van 19 april 2007 en ook mijn blog van 19 april 2008 en ook mijn blog van 18 april 2009 en ook mijn blog van 19 april 2010.

 

 

Brazilian Tragedy

 

Misael, civil servant in the Ministry of Labor, 63 years old, met new Maria Elvira: prostitute, syphilitic, with ulcerated fingers, a pawned wedding ring and teeth that showed misery.

 

Misael took Maria out of "the hard life," installed her in a two-stored house in Estácio, paid for the doctor, dentist, manicurist. . . . He gave her everything she wanted.

 

When Maria Elvira saw herself with pretty teeth, she immediately looked for a lover.

Misael didn't want a scandal. He could have beaten her, shot her, or stabbed her. He did none of these: they moved. They lived like that for three years Each time Maria Elvira found a new lover, they moved.

 

Misael and Elvira lived in Estácio, Rocha, Catete, General Pedra Street, Olaria, Ramos, Bonsucesso, Vila Isabel, Marquês de Sapucaí Street, Niterói, Encantado, Clapp Street, again in  Estácio, Todos os Santos, Catumbi, Lavradio, Boca do Mato, Inválidos…

 

The last address, in Constituição Street, where Misael, in lack of good sense, killed her with six shots. The police found her laying dead on her back, dressed in blue organdy.

 

 

 

Young Lovers

 

The lad approached the maid and said:

-Antonia, I am still not used to your

body, to your face.

The maid looked with the corner of her eyes and waited.

-You remember when we were children

and suddenly saw a striped caterpillar?

The maid remembered.

-We stayed there staring at it...

The small child inside of her, showed in her eyes again.

The lad continued in a sweet voice.

-Antonia, you look like a striped caterpillar.

The maid opened her eyes widely, protesting.

The lad concluded:

-Antonia, you are funny, you look insane.

 

 

 

Vertaald door Mariza Góes

 

 

 

 897129-2ac525ed26986e50d7ca721a6377dea9.jpg

Manuel Bandeira (19 april 1886 – 13 oktober 1968)

Sculptuur van Otto Dumovich in Rio de Janeiro

 

 

 

 

De Duitse schrijver Stefan Schütz werd geboren op 19 april 1944 in Memel. Zie ook mijn blog van 19 april 2007 en ook mijn blog van 18 april 2009 en ook mijn blog van 19 april 2010.

Uit: Laudatio auf Stefan Schütz’ “Medusa”

      (Door Friedrich Christian Delius bij de uitreiking van de Alfred-Döblin-prijs)

 

„Im ersten Teil, Kathedrale des Ichs, wird die mit dem preußischen Adler verzierte Brücke, die die Friedrichstraße, drei oder vier Kilometer von hier, über die Spree führt, zur Brücke in eine zeitgenössische Unterwelt. Der Blick der Marie Flaam auf die emsig laufenden Passanten auf der Friedrichstraße verdichtet sich zum Bild eines immer größer werdenden, übermenschlichen Hinterns, von dem die Leute angesogen werden und in dem sie scharenweise verschwinden. Das Wort Arschkriechen wird zur Metapher ausgebaut und immer grotesker und beängstigender, je länger Schütz dieses Bild durchhält. Ob Machtverwalter oder Mitläufer, ob Theaterdirektor oder Schauspieler, ob alte Säufer oder junge Jeansträger, Marie Flaam begegnen etliche Nebenfiguren ihres Lebens, die sie zu provozieren oder zu bezirzen und mitzuziehen versuchen. Sie sträubt sich gegen den Sog, verliert ihre Kräfte – doch es bietet sich ihr eine Freundin als Führerin an (die Parallele zu Dante wird nicht verheimlicht), Gorga Sappho, und zusammen treten sie, als bewußte Zuschauerinnen, ein in die Anuspforte, in die vieldimensionalen staatlichen Gedärme. Gemeinsam beobachtend durchlaufen sie das bürokratische Inferno, wo man im Glückseligkeitssaal alle Widersprüche wegbaden darf, wo es Wendeltreppen für Aktivisten und Räume für die ewigen Abwarter gibt, wo in den Kantinen eine Gruppe immerzu ißt, während die anderen immerzu Schlange stehen, wo ein Philosoph einigen Auserwählten das Lachen zu lehren versucht, wo in den Hallen der Wünsche und Hoffnungen Marie Flaam sogar mit einem Orden beleidigt wird.
Im zweiten Teil finden wir das junge Mädchen Marie 1945 mit der Weimarer Bevölkerung auf dem von der US-Armee befohlenen Marsch auf den Ettersberg zum KZ Buchenwald. Sie trifft Naphtan, den alten Juden und jungen Geliebten, sie stehlen sich weg in den Wald, lieben sich, werden verhaftet und in ein Lager der Kinderrepublik gesperrt. Dort sind die Zehnjährigen perfekte Stalinisten und führen an den Gefangenen Gehirnexperimente zwecks Entfernung aller Subjektivitätsreste durch.“

 

 

 

 897126-9ea09f14750743669188c08334c40b8e.jpg

Stefan Schütz (Memel 19 april 1944)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Gudrun Reinboth werd geboren op 19 april 1943 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 19 april 2007 en ook mijn blog van 19 april 2008 en ook mijn blog van 18 april 2009 en ook mijn blog van 19 april 2010.

 

mut zu lieben

 

wir
ein aufblitzen
im fluss der zeit
der aus dem dunkel kommt
und im unbekannten mündet
wie können wir einander
ein sicherer ort sein
wie
einander spiegeln
wer treibt uns zu sagen
ich bin dein haus
ich bin dein brot
wer
wenn nicht dennoch
ein anderer

 

 

 

 897126-17cd0b929359067be18c811cc8527e4c.jpg

Gudrun Reinboth (Berlijn, 19 april 1943)

 

 

 

 

 

De Zuidtiroolse dichter norbert c. kaser werd geboren op 19 april 1947 in Brixen. Zie ook mijn blog van 19 april 2007 en ook mijn blog van 19 april 2008 en ook mijn blog van 18 april 2009 en ook mijn blog van 19 april 2010.
 

 

die laerche

gerne waer ich eine laerche
mueßte nicht trinken
nix rauchen
nicht mich brauchen
zu bewegen
nur bewegen lassen

gerne waer ich eine laerche
im schnee
ohne gewand
& saeh uebers land
im fruehjahr
laerchengruen

nur bewegen lassen
von boden regen hagel
(eller)
wind
gerne auch aelter
wuerd ich werrn
denn
sie

 

 


897126-8cfea7997610f81ec82745b22631aacd.jpg
n. c. kaser
(19 april 1947 – 21 augustus 1978)




Zie voor nog meer schrijvers van de 19e april ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 18:54 Reageer op dit bericht

Veniamin Kaverin, Pierre-Jean de Béranger, Louis Amédée Achard, Katharina Hartwell

De Russische schrijver Veniamin Kaverin werd geboren op 19 april 1902 in Pskov. Zie ook mijn blog van 18 april 2009 en ook mijn blog van 19 april 2010.

 

Uit: Two captains (Vertaald door Bernard Isaacs)

 

„It must have been on one  such cheerless  evening,  as I lay  beside my father, that  I  first became aware of  my  surroundings. The squalid little room With its low ceiling, its walls pasted over with newspapers, and  a big crack under the  window through which drew  cold air  and  the  tang of  the

river-such was our  home. The dark, beautiful woman with her hair let  down, sleeping on the  floor on  two sacks filled with  straw, was my  mother. The little  feet sticking out  from  under  the patchwork  quilt belonged  to my sister.  The dark skinny boy in the outsize trousers who crept shivering out

of bed and stole into the yard was me.

     A likely spot had  been selected long ago, string had been prepared and even  dry twigs piled up at the Gap; all I  needed now to  go out  after the blue  crabs  was  a piece of  rotting meat. The bed  of  our  river was  all different colours, and so were  the crabs in  it-black, green,  and  yellow.

These were baited with frogs and lured with a bonfire. But the blue crab, as all  of  us boys firmly believed, could only be taken with rotting meat. The day  before I had had a stroke of luck  at  last: I  had managed to steal  a piece of  meat from Mother and  kept it in  the  sun all  day. It was putrid

now-one did not have to take it into one's hand to find that out.

     I  ran down to the Gap along the river bank:  here brushwood  had  been

piled  up for a fire. In the  distance one  could see the towers,  Pokrovsky Tower on  one  bank, Spassky  on the other. When the war broke out they were used  as  army leather goods depots.  Pyotr Sko-vorodnikov used  to say that devils  once  dwelt  in Spassky Tower and that he had actually  seen  them ferrying over to our side, after which they had scuttled their boat and made their home Pokrovsky Tower.”

 

  897123-3a4ca1911c8dd5f13ccfec6f9140b6f2.jpg

Veniamin Kaverin (19 april 1902 – 4 mei 1989)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver van liedteksten Pierre-Jean de Béranger werd geboren op 19 april 1780 in Parijs. Zie ook mijn blog van 19 april 2007 en ook mijn blog van 18 april 2009 en ook mijn blog van 19 april 2010.

 

 

BEAUCOUP D'AMOUR

 

Malgré la voix de la sagesse,

Je voudrais amasser de l'or:

Soudain aux pieds de ma maîtresse

J'irais déposer mon trésor;

Adèle, à ton moindre caprice

Je satisferais chaque jour.

Non, non, je n'ai point d'avarice,

Mais j'ai beaucoup, beaucoup d'amour.

Pour immortaliser Adèle

Si des chants m'étaient inspirés,

Mes vers, où je ne peindrais qu'elle,

À jamais seraient admirés.

Puissent ainsi dans la mémoire

Nos deux noms se graver un jour!

Je n'ai point l'amour de la gloire,

 

Que la providence m'élève

Jusqu'au trône éclatant des rois;

Adèle embellira ce rêve:

Je lui cèderai tous mes droits.

Pour être plus sûr de lui plaire,

Je voudrais me voir une cour.

D'ambition je n'en ai guère,

Mais quel vain desir m'importune?

Adèle comble tous mes voeux.

L'éclat, le renom, la fortune,

Moins que l'amour rendent heureux.

À mon bonheur je puis donc croire,

Et du sort braver le retour!

Je n'ai ni bien, ni rang, ni gloire.

 

 

 

 897123-1953a39c82b8c55906b3f533d95a4c44.jpg

Pierre-Jean de Béranger (19 april 1780 – 16 juli 1857)

Standbeeld in Parijs

 

 

 

 

De Franse schrijver Louis Amédée Achard werd geboren op 19 april 1814 in Marseille. Zie ook mijn blog van 18 april 2009 en ook mijn blog van 19 april 2010.

 

Uit: Madame Rose

 

„Parmi les villages que les jeux de la fantaisie et de la spéculation ont élevés aux environs de Paris, il n'en est peut-être pas de plus joli et de plus frais que Maisons. La mode l'a un peu gâté en multipliant les jardins et les cottages ; mais elle n'a pu détruire ni la beauté de la Seine qui le côtoie, ni la majesté royale des avenues qui l'entourent. De longues allées bordées de grands arbres percent le parc dans toutes les directions, et laissent voir, derrière un rideau tremblant de feuillage, des pavillons et des villas dans lesquels le luxe des propriétaires, gens de finance pour la plupart, a prodigué mille recherches coûteuses ; mais aux premiers souffles de la bise, les hôtes frileux de ces habitations coquettes disparaissent : on ne voit plus personne à Maisons, si ce n'est dans le village, qu'un pli de terrain dérobe aux oisifs de l'été.

Cependant une de ces villas était encore habitée vers la fin du mois de novembre 184... Cette villa, située en plein champ à l'extrémité du parc et du côté de la Seine, se composait d'un seul corps de logis bâti au milieu d'un jardin clos de haies vives. Tout blanc et percé de fenêtres à persiennes vertes, ce corps de logis était élevé d'un étage sur rez-de-chaussée. Il avait l'air propre et honnête, et semblait destiné au logement de quelque bon rentier retenu à Maisons par l'énergie de ses goûts champêtres. Le jardin, planté de légumes et d'arbres fruitiers assez mal venus, était divisé en petits compartiments, dont le buis dessinait les contours anguleux. Une tonnelle, un banc de bois et quelques peupliers encore jeunes, en complétaient la décoration.“

 

 

 

 897123-d7836d1c166ebedabf2cdc3dde380f10.jpg

Louis Amédée Achard (19 april 1814 – 24 maart 1875)

 

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Duitse schrijfster Katharina Hartwell werd geboren in 1984 in Keulen. Zie ook mijn blog van 19 april 2010.

 

Uit: Im Eisluftballon

 

„Ich habe große Angst vor Grashüpfern.
  Ich denke andauernd an Grashüpfer und habe große Angst, und die Mutter will es nicht verstehen, kann es nicht verstehen und sagt: Grashüpfer, sagt sie, Mensch, stell dich nicht so an. Die haben doch mehr Angst vor dir, sagt sie noch. Dann aber glaube ich ihr kein Wort mehr, denn zufällig weiß ich, dass Grashüpfer überhaupt vor niemandem Angst haben.
 Besonders in der Nacht fürchte ich mich sehr, weil ich weiß, dass alle bereits schlafen und die Mutter sehr ärgerlich wäre, würde ich sie wecken und bitten, einen Grashüpfer zu entfernen. Dem Vater würde es wohl endgültig reichen, wahrscheinlich würde er sagen: Nun reicht es mir aber wohl endgültig. Und dann stünde ich schön dumm da, weil ich in mein dunkles Zimmer zurückgehen und mich zwischen all die Grashüpfer legen müsste, und wahrscheinlich würden sie noch anfangen zu zirpen.
 Wenn ich von den Grashüpfern erzählen will, wie sie von grellem Grün sind und kleine schwarze Augen haben, die einen ge­mein anschauen, sagt die Mutter: Denk mal an die Sarah. Die hat wirkliche Probleme. Ich denke dann mal an die Sarah und an die wirklichen Probleme, die sie hat, und muss der Mutter Recht geben, solche wirklichen Probleme wie die Sarah habe ich tatsächlich nicht. Aber wer hat schon solche wirklichen Probleme? Sogar die Sarah hat sie erst seit kurzer Zeit, seit ihr Vater gestorben ist, hat sie solche wirklichen Probleme. Seitdem sagt die Mutter häufig: Die Sarah ohne Vater und du mit deinen Grashüpfern, verrückt werden kann man da. Mensch.“

 

 


897123-efa1c854f5e23849e263c5f4af6801ed.jpg
Katharina Hartwell (Keulen, 1984
)

Geschreven door Romenu om 18:46 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten