Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 2 mei 2011 tot 3 mei 2011

Jehuda Amichai, Erik Lindner, Ben Elton, Johan de Boose

De Duits-Israëlische dichter en schrijver Jehuda Amichai werd op 3 mei 1924 geboren in Würzburg. Zie ook mijn blog van 3 mei 2007 en ook mijn blog van 3 mei 2008 en ook mijn blog van 3 mei 2009 en ook mijn blog van 3 mei 2010.

 

 

A Jewish Cemetery In Germany 

 

On a little hill amid fertile fields lies a small cemetery,

a Jewish cemetery behind a rusty gate, hidden by shrubs,

abandoned and forgotten. Neither the sound of prayer

nor the voice of lamentation is heard there

for the dead praise not the Lord.

Only the voices of our children ring out, seeking graves

and cheering

each time they find one--like mushrooms in the forest, like

wild strawberries.

Here's another grave! There's the name of my mother's

mothers, and a name from the last century. And here's a name,

and there! And as I was about to brush the moss from the name--

Look! an open hand engraved on the tombstone, the grave

of a kohen,

his fingers splayed in a spasm of holiness and blessing,

and here's a grave concealed by a thicket of berries

that has to be brushed aside like a shock of hair

from the face of a beautiful beloved woman.

 

 


Vertaald door Chana Bloch en Chana Kronfeld

 

 

 

Het eeuwige mysterie

 

Het eeuwige mysterie van roeiriemen

die naar achteren slaan, en de boot vaart naar voren,

zo slaan onze handelingen en woorden naar het verleden,

zodat het lichaam, met de mens erin, vooruit beweegt.

Ik zat een keer bij de kapper, in een stoel, vlak aan de straat

en ik zag in de grote spiegel mensen op me af komen,

en opeens waren ze er niet meer, opgeslokt door de leegte

naast de grote spiegel.

 

 

En het eeuwige mysterie van zonsondergang in zee:

zelfs een natuurkundige, die beter weet, zegt:

kijk, de zon gaat onder in de zee, rood en prachtig.

 

Of het mysterie van woorden als,

'Ik zou je vader wel kunnen zijn', of

'Wat was ik aan het doen, vandaag een jaar geleden?'

en andere dergelijke woorden.

 

 

Vertaald door Tamir Herzberg

 

 

 

DIR

 

Wie ein Säugling, der sich mit Essen beschmiert,

will ich mich beschmieren mit den Problemen der Welt.

Mein ganzes Gesicht, meine Augenbrauen,

mein Hemd, meine Hosen, das Tischtuch.

Das Kleid meiner Geliebten. Meine Mutter.

Die Berge. Die Himmel. Die Leute.

Die Füße der Engel.

 

 

 

Vertaald door Lydia en Paulus Böhmer

 

 

 

 905933-c0701258ac4d7ad7cd1691758170d33c.jpg

Jehuda Amichai (3 mei 1924 – 22 september 2000)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Erik Lindner werd geboren op 3 mei 1968 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 3 mei 2010.

 

 

Ik, omdat jij

 

Als er geen weg is zullen we gaan.

 

Verschuif iets. Zo, ja. Pas op, anders vallen we.
Ruik het hout, de verse lengtes. Elk uitzicht

een toekomstig blauw, van vlaktes laag of hoog.

Wie niet meegeeft beschadigt zich. Vlucht. Angst

is statisch, onverplaatsbaar. We manoeuvreren.

Toch. Altijd, maar langzaam, onzichtbaar haast.

Duwen. Een wolkig gebergte onder een maan.

Verder niets te zien of te horen. Schurk ertegen.

Een voorwerp laat zich enkel gelijkmatig verplaatsen.

 

Strand. Korrels, eindeloos stukgeslagen steentjes.

Onmogelijk te zeggen waar we zijn. De zee is

enkel de zee. Schuim over land. Zet het neer,

laat het tussen ons in. Er is geen terug of heen.

Alles is onbepaald. Blijf erbij. Concentreer je.

We zijn hier op een bepaalde manier gekomen.

Camoufleer die. We kunnen niets vernietigen.

Hoor je me nog? We lijken net elkaars schaduw.

Dezelfde bewegingen. We volgen, leiden niet.

Stilstand oogt immer dreigend, ontoelaatbaar.

De golfslag is harder hier, althans zo lijkt het.

We willen telkens wegspringen voor het voorbij.

 

Als er geen weg is kunnen we gaan.

 

 

 

905933-a71479f21dde192c8bf8cfaf0a8482df.jpg
Erik Lindner (Den Haag, 3 mei 1968)

 





De Belgische dichter en schrijver
Johan de Boose werd geboren in Gent op 3 mei 1962. Zie
en ook mijn blog van 3 mei 2010.

 

 

Niemand hoort het graag: dat dit als sterven is
Maar in de vorm van een geboorte.

Je verlaat het ene weefsel voor een ander,
Een engte voor een ruimte, warmte voor pijn.
Je verlaat het, gaat alleen, je gaan is als zingen,

Er is geen ander heenkomen dan het gaan,
Geen andere vorm van zingen
dan zwijgen.

De vrijheid van zwijgen:
Ouden, boeken, doden.
Wie spreekt, voegt weinig toe.

 

 

 

 905933-05f76df2226b50172ca11bc69d552cba.jpg

Johan de Boose (Gent, 3 mei 1962)

 

 

 

 

De Britse schrijver en komiek Ben Elton werd geboren in Londen op 3 mei 1959. Zie ook mijn blog van 3 mei 2009 en ook mijn blog van 3 mei 2010.

 

Uit: Blind Faith

 

‘Go, go! Run, Trafford!’ Barbieheart said with exaggerated cheeriness. ‘It’s a brand new day, praise the Love.’

Trafford left his apartment and began to descend the many litter-strewn, rat-infested staircases to the street below. The lift worked but Trafford never used it. He claimed he liked to walk down for the exercise but really it was so that he could enjoy a few brief moments away from communitainment screens. He could never admit that, of course: it would look dangerously weird. After all, what was not to like about a news and entertainment video on the wall of a boring lift?

Out on the pavement Trafford headed for the tube station, picking his way carefully through the cellophane, the filthy pink ribbons, the rotting blooms, the little photographs, the scribbled-on scraps of paper and the gilt-edged cards:

Gathered unto the Lord.

One more star in the zodiac.

A new heartbeat in Heaven.

He knew better than to tread on a single kiss-laden message or wilted flower; he had seen men beaten senseless for less. They missed nothing, those keening women who gathered on the pavements in the heat of the morning to mourn their dead and broadcast to the street the age-old songs of grief.

I will always love you.

The heart must go on.

One foot wrong, one petal defiled, and that weeping, hugging huddle would without doubt consider themselves to have been shown disrespect. And disrespect was something for which, even in their grief, these women were constantly vigilant. Even a suspicion of disrespect would turn public sorrow instantly to public rage. The fuse was short, the tinder dry, it took almost nothing to summon forth the mob from the surrounding apartment buildings and spark an orgy of People’s Justice which the police would regret but not condemn.“

 

 

905933-1182c5f74f4b2c20a91f2aeec8262151.jpg
Ben Elton (Londen, 3 mei 1959)



Zie voor nog meer schrijvers van de 3e mei ook
mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:04 Reageer op dit bericht

Jens Wonneberger, Klaus Modick, Tatjana Tolstaja, Agnès Desarthe

De Duitse schrijver Jens Wonneberger werd in Großröhrsdorf geboren op 3 mei 1960. Zie ook mijn blog van 3 mei 2007 en ook mijn blog van 3 mei 2008 en ook mijn blog van 3 mei 2009 en ook mijn blog van 3 mei 2010.

 

Uit: Der Kohlenhändler

 

“Er könne sich keine besseren Briketts vorstellen als seine Lungen, habe der Kohlenhändler einmal gesagt, erinnerte sich eine der Frauen, bei seiner Feuerbestattung, habe der Kohlenhändler gesagt, könne man sich jede Zufeuerung sparen. Es sei völlig unverständlich, dass man den Kohlenhändler beerdigt habe, waren sich die drei Frauen einig, schließlich habe man den Wunsch eines Verstorbenen, also auch des verstorbenen Kohlenhändlers, zu respektieren. Was denn nun werden solle, haben sich die alten Frauen immer wieder gefragt, nun, da der Kohlenhändler tot sei, nie habe man daran gedacht, dass der Kohlenhändler eines Tages tot sein könnte. Schließlich sei er nie krank gewesen, solange man denken könne habe der Kohlenhändler des Kohlenhändlers Aufgabe zur Zufriedenheit aller erfüllt, wie schon vorher der Vater des Kohlenhändlers, ja es sei nicht auszuschließen, erwogen die Frauen, dass der Karren mit den eisenbeschlagenen Rädern sogar schon dessen Vater treue Dienste geleistet habe. Nun aber sei durch den plötzlichen Tod des Kohlenhändlers der gesamte Kohlenhandel von einem Tag auf den anderen zusammengebrochen. Auch als der Sarg endlich in der Grube war sei die Erinnerung an den Kohlenhändler keineswegs erloschen, denn als die Erde auf den Sarg polterte, habe man sich sofort und unweigerlich an das Leeren der Kohlensäcke erinnert gefühlt. Der Kohlenhändler habe die Säcke über der Schütte geleert, der Kohlenhändler habe sich dabei umgesehen und in das Grollen der Kohlen hinein zu den Frauen gesprochen.”

 

 

 905927-8ba4c24655808427d49a528434c2b22e.jpg

Jens Wonneberger (Großröhrsdorf, 3 mei 1960)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Klaus Modick werd geboren in Oldenburg op 3 mei 1951. Zie ook mijn blog van 3 mei 2007 en ook mijn blog van 3 mei 2008 en ook mijn blog van 3 mei 2009 en ook mijn blog van 3 mei 2010.

 

Uit: Vierundzwanzig Türen

 

„1. Dezember
Adventskalender sind ja so was von megaout, befand Miriam, verzog dabei das Gesicht zu einer Grimasse aus Abscheu und Verachtung und stülpte sich wieder den Kopfhörer ihres Walkman über die Ohren. Geräuschbrei flirrte durch den Raum, BeatlesRecycling der Gruppe Oasis der dritte Aufguß. Uncool sind die!
Schrei nicht so, sagte ich. Wir sind doch nicht schwerhörig.
Was hast du gesagt? Sie lüftete überm linken Ohr den Kopfhörer.
Daß du nicht so brüllen sollst.
Muß ich doch. Sie ließ den Kopfhörer wieder ans Ohr flappen. Sonst versteh ich nicht, was ich sage.
Auch gut, sagte Stacy, dann gibt's dies Jahr wenigstens keinen Streit, wer die Türchen aufmachen darf. Sie nickte Laura aufmunternd zu. Du kannst jetzt Nummer Eins aufklappen.
Doch Laura zog die Nase kraus, dachte also intensiv nach, und ließ wie abwägend noch etwas von dem an der Kerze herunter gelaufenen und erstarrten Wachsstrang in die Flamme tropfen. Dann schaute sie zweifelnd zu ihrer großen Schwester hinüber, legte sogar die glatte Stirn in grüblerische Falten und sagte schließlich entschlossen: Nö.
Was heißt denn hier nö? Sollen Mama und ich etwa die Türchen aufmachen?

Von mir aus, sagte Laura, mehr melancholisch als patzig, und hielt ein Zweigende des Adventskranzes in die Kerzenflamme. Es prasselte und zischte und roch nach meiner eigenen Kindheit. Möglich, daß mich mit knapp fünfzehn, in Miriams Alter also, Adventskalender auch nicht mehr so recht vom Hocker gerissen hatten. Aber mit dreizehn? Mit den zarten dreizehn meiner kleinen Laura?“

 

 

 905927-a470d21baad4c662c5a0b295acb232a4.jpg

Klaus Modick (Oldenburg, 3 mei 1951)

 

 

 

 

De Russische schrijfster Tatjana Tolstaja werd geboren op 3 mei 1951 in Leningrad. Zie ook mijn blog van 3 mei 2007 en ook mijn blog van 3 mei 2008 en ook mijn blog van 3 mei 2009 en ook mijn blog van 3 mei 2010.

 

Uit: See the other side

 

„A hot day in May in Ravenna, the small Italian city where Dante is buried. Once upon a time—right at the start of the fifth century A.D.—the Emperor Honorius transferred the capital of the Western Roman Empire to this city. There was a port here then, but the sea has since receded, and in its place are swamps, roses, dust, and vineyards. Ravenna is famous for its mosaics; hordes of tourists move from one church to another, craning their necks to glimpse the dim lustre of tiny multicolored smalti high up under dusky vaults. It is possible to make out something in those vaults, but not very much. The glossy postcards, though terribly bright, flat, and cheap-looking, will give you a better view.

I’m suffocating and hot. I’m depressed. My father died, and I loved him so much! Once, long, long ago, almost forty years back, he passed through Ravenna and sent me a postcard of one of these famous mosaics. On the back—in pencil, for some reason; he must have been in a hurry—he wrote, “Sweetheart! I have never seen anything so sublime (see the other side) in my life! Makes you want to cry! Oh, if only you were here! Your Father!”

Each sentence ends with a silly exclamation point—he was young, he was cheerful, maybe he’d had a glass of wine. I can see him with his felt hat cocked in the manner of the late fifties, a cigarette between his white teeth—which were still his own then—beads of sweat on his forehead. Tall, slim, handsome: his eyes shine happily behind the glass circles of his spectacles.…“

 

 

 905927-49d0e234a13276b0dd420c6eb92c9b02.jpg

Tatjana Tolstaja (Leningrad, 3 mei 1951)

 

 

 

 

De Franse dichteres en schrijfster Agnès Desarthe werd geboren op 3 mei 1966 in Parijs. Zie ook mijn blog van 3 mei 2007 en ook mijn blog van 3 mei 2008 en ook mijn blog van 3 mei 2009 en ook mijn blog van 3 mei 2010.

 

Uit: Mangez-moi

 

„Nous avons terminé un peu avant minuit. Mes paupières se craquellent au contact des iris. Je rêve d'une chambre. Une chambre simple, carrée, avec juste un lit et deux tables de chevet, des draps, une couverture, un couvre-lit en crochet ; Je rêve d'une salle d'eau, douche ou bain, ça m'est égal, entièrement carrelée, avec un lavabo en faïence.J'aurais aussi une petite penderie où ranger mes vêtements ; pour l'instant ils sont roulés en boule dans une valise glissée derrière le bar. Mes habits ne sentent jamais la lessive. Même propre, il sentent Chez moi. Cela fait six ans que je n'ai plus de maison. A Santo Salto, c'était pareil, la précarité permanente. A l'arrivée d'un nouveau, d'une nouvelle, il fallait déménager dare-dare et s'installer dans la caravane d'une copine, laisser la place.

(...)

 

Mon restaurant sera petit et pas cher. je n'aime pas les chichis. Il s'appellera Chez moi, carj'y dormirai aussi ; je n'ai pas assez d'argent pour payer le bail et un loyer.

On y mangera toutes les recettes quej'ai inventées, celles quej'ai transformées, celles quej'ai déduites. Il n'y aura pas de musique - je suis trop émotive - et les ampoules qui pendront du plafond seront orangées.J'ai déjà acheté un réfrigérateur géant avenue de la République. Ils m'ont promis un four et une table de cuisson bon marché. 'C' est pas grave si c'est rayé ? - Pas grave du tout ! Je suis moi-même assez rayée.' Le marchand ne rit pas. Il ne sourit pas. Les hommes n'aiment pas les femmes qui se dévaluent.“

 

 

 905927-21a9632ec0057f450ec5eaa34c259936.jpg

Agnès Desarthe (Parijs, 3 mei 1966)

Geschreven door Romenu om 18:57 Reageer op dit bericht

Paul Bogaert, Juan Gelman, Soma Morgenstern, Nélida Piñon, Dodie Smith, Pierre Emmanuel, August von Kotzebue

De Vlaamse dichter en schrijver Paul Bogaert werd geboren in Brussel op 3 mei 1968. Zie ook mijn blog van 28 mei 2006 en ook mijn blog van 3 mei 2010.

 

 

Goed schudden

 

Ik ben ouder in het water.

De lucht die op mijn schouders slaat,
de sneeuw die valt in mij
en die niet smelt maar droesem is.

En wat er uit mijn handen glijdt.
Ik wacht als berg.

Het is de zwaartekracht.
Dat ik niet houdbaar blijf.
Was je handen. Spoel mij uit.

 

 

 

Men is jong

 

Men is jong en krijgt de nadelen
van batterijen uitgelegd. Men spreekt dan
over opwinding. Alles tikt dan om
u heen. Men krijgt een kinetic watch,
vraagt wat als men niet beweegt.
Men beweegt altijd. Dat ziet men in.
Het minste polsbloed zorgt voor
tijdverdrijf, minutenland.
In een la of aan een lijk:
los van een mens valt het stil.

 

 

 905915-6d616023b9438e3f993cba44a0397be0.jpg

Paul Bogaert (Brussel, 3 mei 1968)

 

 

 

 

De Argentijnse dichter Juan Gelman werd geboren op 3 mei 1930 in Buenos Aires. Zie ook mijn blog van 3 mei 2009 en ook mijn blog van 3 mei 2010.

 

 

lament for sim simmon’s weeping

one autumn morning sim simmons
woke without eyes as if they had fallen in favor of the season
“but no matter” he said
and smoothed his memory

“no matter no matter at all” sim simmons would say
placing empty trees in eye sockets
trees he fed with stampedes
cries forgetfulness silent parts

nocturnal insects death’s bearers
made their rounds through the trees
“no matter” sim would say
spreading his tender wings

and circling the sky
“if I were a cloud” he would say “if I were a falcon or catastrophe
what my heart eats away at” he would say
“you have quenched yourself dove” sim simmons would say without weeping

“I have no eyes to cry” he would say “but I should”
he would say remembering everything vegetable
water weeping rain or river needs
a tender nest to guard against the cold

and so sim simmons began to weep
the trees flew all around him
and once again he had eyes to watch or to see or to suffer
and to weep without feeding anyone


“I deserve it” sim simmons would say late
“I quite deserve it” he would say with his eyes now dry
hard brilliant as the sun
beneath the Alabama land

two rivers were born where they buried him
one toward the north the other toward the south
for memory for oblivion
and everyone had water

but sim simmons did not:
he looked downward
now deserving or dead or sad
without trees without trees

 

 

 

Vertaald door Katherine Hedeen en Víctor Rodríguez Núñez

 

 

 905915-8e7d5724b1f606eaa69cc724f9b747f3.jpg

Juan Gelman (Buenos Aires, 3 mei 1930)

 

 

 

 

De Duits-joodse schrijver Soma Morgenstern (eig. Salomo) werd geboren op 3 mei 1890 in Budzanów in Oostgalicië. Zie ook mijn blog van 3 mei 2007 en ook mijn blog van 3 mei 2008 en ook mijn blog van 3 mei 2009 en ook mijn blog van 3 mei 2010.

 

Uit: The Third Pillar

 

“Now the accusation can begin. But I perceive that a judge has not yet assumed his seat. Where is the seventh judge?” “The seventh seat was destined for Zacharia Hakohen, the Torah scribe.” Thus spoke the Ab Beth-Din, the leading judge. “But he seems to be delaying. Since danger is imminent, another judge must serve as a substitute.” “What danger do you see in delay?” asked the narrating judge. “The procedure must not be interrupted,” said the Ab Beth-Din, “because Higher Court, as we know from the Messenger, is waiting for the result of these proceedings. This publican will take the seventh seat as a substitute for judge.” Therewith he pointed to the taciturn one among the publicans and said to him: “Reb Senderl ben Hayim, the water carrier, known as Havryluk the publican, you have been found worthy to sit on this court as the seventh judge and to pass judgment.”

This appointment came upon the taciturn publican with such grievousness, that he had to hold on the arm of the Messenger in order not to faint on the stairs. Then he broke into sobs and lamented aloud in order to be heard by the other judges and Almemor. And in his lamentation he accused himself: “I have denied the Name of the Creator. For four years I have not lived according to the Law. For four years I hid myself under the name of Havryluk when the true Havryluk disappeared. I wanted to live, rather live under a false name than die with my brethren. And I am to be a judge, I?”

 

 

 

 905915-8b9a07a27453bce22a6e0342bde65036.jpg

Soma Morgenstern (3 mei 1890 – 17 april 1976)

 Budzanów

 

 

 

 

De Braziliaanse schrijfster Nélida Piñon werd geboren op 3 mei 1937 in Rio de Janeiro als dochter van Spaanse immigranten. Zie ook mijn blog van 3 mei 2009 en ook mijn blog van 3 mei 2010.

 

Uit: An Interview with Nélida Piñon

 

Paul Sneed One of the most provocative aspects of your works, in my opinion, is the presence of multiple narrative voices that often leap in time both backward and forward. How is this technique related to your view of the possibility of representing human life in art?

Nélida Piñon
Well, this is exactly my intention. Look, I have learned through the years that one voice alone is insufficient. And I have realized that fiction tells a farce, a great lie of humanity. We lie in order to tell the truth. We lie, and when I say lie, it’s not a moral problem, we lie in order to tell many things at the same time, and, sometimes, just one voice is a collective voice. Depending on the abilities of the writer, in his or her art of narrating, he or she can make just one narrator speak as if that narrator were a Greek chorus. This is an artifice. It is a literary resource. One can still multiply these voices and make them appear individual, but in reality this voice represents a human group; that is, you can multiply these voices infinitely in search of the universality of the voices. In the end it’s all a choral movement, with all of us speaking at the same time.
But one must give order to the voices, discipline the voices, so that people understand what the voices are saying. So, when you tell a story, when you use these voices, you must impose some discipline, some order, because art is born of chaos, fortunately, because chaos is rich and fertile.

 

 

 905915-a92eb8501ae2a7a5470f58c0e136ec9b.jpg

Nélida Piñon (Rio de Janeiro, 3 mei 1937)

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Dodie Smith werd geboren op 3 mei 1896 in Whitefield. Zie ook mijn blog van 3 mei 2009 en ook mijn blog van 3 mei 2010.

 

Uit: I Capture the Castle

 

„It is comforting to look away from the windows and towards the kitchen fire, near which my sister Rose is ironing though she obviously can't see properly, and it will be a pity if she scorches her only nightgown. (I have two, but one is minus its behind.) Rose looks particularly fetching by firelight because she is a pinkish person; her skin has a pink glow and her hair is pinkish gold, very light and feathery. Although I am rather used to her I know she is a beauty. She is nearly twenty one and very bitter with life. I am seventeen, look younger, feel older. I am no beauty but have a neatish face.

I have just remarked to Rose that our situation is really rather romantic two girls in this strange and lonely house. She replied that she saw nothing romantic about being shut up in a crumbling ruin surrounded by a sea of mud. I must admit that our home is an unreasonable place to live in. Yet I love it. The house itself was built in the time of Charles II, but it was grafted on to a fourteenth century castle that had been damaged by Cromwell. The whole of our east wall was part of the castle; there are two round towers in it. The gatehouse is intact and a stretch of the old walls at their full height joins it to the house. And Belmotte Tower, all that remains of an even older castle, still stands on its mound close by. But I won't attempt to describe our peculiar home fully until I can see more time ahead of me than I do now.“

 

 905915-4b12112d15273d32af35ef746296226e.jpg

Dodie Smith (3 mei 1896 – 24 november 1990)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Pierre Emmanuel (eig. Noël Mathieu) werd geboren op 3 mei 1916 in Gan (Pyrénées-Atlantiques). Zie ook mijn blog van 3 mei 2007 en ook mijn blog van 3 mei 2008 en ook mijn blog van 3 mei 2009 en ook mijn blog van 3 mei 2010.

 

 

Hymne de la Liberté (fragmentt)

 

…

Ô mes frères dans les prisons vous êtes libres
Libres les yeux brûlés les membres enchaînés
Le visage troué les lèvres mutilées
Vous êtes ces arbres violents et torturés
Qui croissent plus puissants parce qu’on les émonde
Et sur tout le pays d’humaine destinée
Votre regard d’hommes vrais est sans limites
Votre silence est la paix terrible de l’ éther.(
1
)
Par-dessus les tyrans enroués de mutisme
Il y a la nef silencieuse de vos mains
Par-dessus l’ordre dérisoire des tyrans
Il y a l’ordre des nuées et des cieux vastes
Il y a la respiration des monts très bleus
Il y a les libres lointains de la prière
Il y a les larges fronts qui ne se courbent pas
Il y a les astres dans la liberté de leur essence
Il y a les immenses moissons du devenir
Il y a dans les tyrans une angoisse fatale
Qui est la liberté effroyable de Dieu.

 

 

 

 905915-ab8a32f4ff2eeead4f1e0ea6c82f578d.jpg

Pierre Emmanuel (3 mei 1916 – 24 september 1984)

 

 

 

 

De Duitse dichter en toneelschrijver August Friedrich Ferdinand von Kotzebue werd in Weimar geboren op 3 mei 1761. Zie ook mijn blog van 3 mei 2007 en ook mijn blog van 3 mei 2009 en ook mijn blog van 3 mei 2010.

 

 

Bundeslied

(In bekannter Weise)

 

Es kann ja nicht immer so bleiben

Hier unter dem wechselnden Mond;

Es blüht eine Zeit und verwelket,

Was mit uns die Erde bewohnt.

 

Es haben viel fröhliche Menschen

Lang vor uns gelebt und gelacht;

Den Ruhenden unter dem Rasen

Sey fröhlich dies Gläschen gebracht!

 

Es werden viel fröhliche Menschen

Lang nach uns des Lebens sich freun,

Uns Ruhenden unter dem Rasen

Den Becher der Fröhlichkeit weihn.

 

Wir sitzen so traulich beisammen

Wir haben einander so lieb,

Erheitern einander das Leben;

Ach, wenn es doch immer so blieb'!

 

Doch weil es nicht immer so bleibet,

So haltet die Freunde recht fest;

Wer weiß denn, wie bald uns zerstreuet

Das Schicksal nach Ost und nach West!

 

Und sind wir auch fern von einander,

So bleiben die Herzen doch nah!

Und Alle, ja Alle wird's freuen,

Wenn Einem was Gutes geschah.

 

Und kommen wir wieder zusammen,

Auf weise verhüllter Bahn,

So knüpfen an's fröhliche Ende
Den fröhlichen Anfang wir an!

 

 

 905915-338f6f526b1cbdec754cce9bda40487e.jpg

August von Kotzebue (3 mei 1761 - 23 maart 1819)

 

Geschreven door Romenu om 18:47 Reageer op dit bericht

Gottfried Benn, Esther Freud, Novalis, James Holmes, Georges-Arthur Goldschmidt

De Duitse dichter en schrijver Gottfried Benn werd geboren in Mansfeld op 2 mei 1886. Zie ook mijn blog van 2 mei 2007 en ook mijn blog van 2 mei 2008 en ook mijn blog van 2 mei 2009 en ook mijn blog van 2 mei 2010.

 

 

Blaue Stunde

 

Ich trete in die dunkelblaue Stunde -
da ist der Flur, die Kette schließt sich zu
und nun im Raum ein Rot auf einem Munde
und eine Schale später Rosen - du!

Wir wissen beide, jene Worte,
die jeder oft zu anderen sprach und trug,
sind zwischen uns wie nichts und fehl am Orte:
Dies ist das Ganze und der letzte Zug.

Das Schweigende ist so weit vorgeschritten
und füllt den Raum und denkt sich selber zu
die Stunde - nichts gehofft und nichts gelitten -
mit ihrer Schale später Rosen - du.

Dein Haupt verfließt, ist weiß und will sich hüten,
indessen sammelt sich auf deinem Mund
die ganze Lust, der Purpur und die Blüten
aus deinem angeströmten Ahnengrund.

Du bist so weiß, man denkt, du wirst zerfallen
vor lauter Schnee, vor lauter Blütenlos,
todweiße Rosen Glied für Glied - Korallen
nur auf den Lippen, schwer und wundergroß.

Du bist so weich, du gibst von etwas Kunde,
von einem Glück aus Sinken und Gefahr
in einer blauen, dunkelblauen Stunde
und wenn sie ging, weiß keiner, ob sie war.

Ich frage dich, du bist doch eines andern,
was trägst du mir die späten Rosen zu?
Du sagst, die Träume gehn, die Stunden wandern,
was ist das alles: er und ich und du?

"Was sich erhebt, das will auch wieder enden,
was sich erlebt - wer weiß denn das genau,
die Kette schließt, man schweigt in diesen Wänden
und dort die Weite, hoch und dunkelblau."

 


Rosen

 

Wenn erst die Rosen verrinnen
aus Vasen oder vom Strauch
und ihr Entblättern beginnen,
fallen die Tränen auch.

Traum von der Stunden Dauer,
Wechsel und Wiederbeginn,
Traum - vor der Tiefe der Trauer:
blättern die Rosen hin.

Wahn von der Stunden Steigen
aller ins Auferstehn,
Wahn - vor dem Fallen, dem Schweigen:
wenn die Rosen vergehn.




905296-e743e27601304a77e28dc2b7674c88e2.jpg
Gottfried Benn (2 mei 1886 - 7 juli 1956)

Buste door Bernd Streiter

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Esther Freud werd geboren in Londen op 2 mei 1963. Zie ook mijn blog van 2 mei 2009.en en ook mijn blog van 2 mei 2010.

 

Uit: Hideous Kinky

 

“As promised, Bilal took us to visit his family in the mountains. We travelled through a whole day on a bus packed with people and then shared a taxi with a man Bilal knew and was happy to see. We had presents of a large packet of meat and three cones of white sugar for Bilal's mother.

The whole village was waiting to greet us at the end of a narrow track that joined the road. 'They welcome you like a wife,' Bilal whispered as Mum stepped out of the taxi. She was dressed in a swirling bulue cloak of material that covered her hair and swathed her body in folds that reached the floor. when she walked she drew up the cloth and let it hang over her shoulder.

Bilal introduced us to his mother. She was a large lady with a throaty voice tha tbillowed out from under her veil. Bilal's father was really an old man and half her size.

The women threw flower petals into the air and sang a low lilting song as we walked back along the path. From time to time they let their fingers brush against my hair. I held tightly on to my mother's hand.

The village was a cluster of low white houses at the foot of a hill that was almost a mountain. We followed Bilal into the dark inside of his family's house. Bilal's family trooped in afer us, and we all stood about smiling. Bea nudged Mum and she remembered and handed over the meat and the sugar.

'You see, she likes the presents,' Bilal whispered as his mother nodded, unwrapping and rewrapping her gifts. I had tried to convince him that she might prefer a Tintin book or a clay drum.”

 

 

 905296-e97f3852fd1daccfb7cb2aec184ed7d6.jpg

Esther Freud (Londen, 2 mei 1963)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Novalis werd geboren in Oberwiederstedt op 2 mei 1772. Zie ook mijn blog van 2 mei 2007. en ook mijn blog van 2 mei 2006 en ook mijn blog van 2 mei 2008 en ook mijn blog van 2 mei 2009 en ook mijn blog van 2 mei 2010.

 

 

 

An den Tod

 

Wie den Seraph himmlische Lust erfüllet,

Kommt der Brüder einer, auch selger Engel,

Den des Himmels Freundschaft mit ihm verwebte

Zu dem unsterblichen Bunde,

 

Wieder von der fernesten Welten einer

Wo er Glück und Segen die Fülle ausstreut

Heitre Ruhe mit friedlicher Palme über

Tausend Geschöpfe ergossen,

 

Und nun fällt in Engels Entzücken seinem

Freunde an die himmlische Brust und dann im

Kusse, unaussprechbare Freundschaftswonne

Einet die Seelen der Seraphs.

 

So werd ich mich freuen wenn du einst holder

Todesengel meine geengte Seele

Zu dem selgen Anschaun Jehovas durch die

Trennung vom Körper beflügelst.

 

Und sich dann die neidische Hülle abstreift

Gleich der Puppe welche den Schmetterling hält

Und zerplatzet kommet die Zeit der Reife,

Jener befreit dann entfliehet.

 

So wird sie auch fliehen die edle Seele

Aus dem Erdenstaube entlastet dort zu

Jenen höhern, bessern Gefilden reich an

Seliger Ruhe und Freiheit.

 

Wo ein ewger Frühling die Wangen kleidet

Und ich voll unsterblicher Kraft die Schöpfung

Sehe, staune, himmlische Freundschaft mich un-

sterblichen Geistern vereinet.

 

 

 

Armenmitleid

 

Sag an, mein Mund, warum gab dir zum Sange

Gott Dichtergeist und süßen Wohlklang zu,

Ja wahrlich auch, daß du im hohen Drange

Den Reichen riefst aus träger, stumpfer Ruh.

 

Denn kann nicht Sang vom Herzen himmlisch rühren,

Hat er nicht oft vom Lasterschlaf erweckt;

Kann er die Herzen nicht am Leitband führen,

Wenn er sie aus der Dumpfheit aufgeschreckt.

 

Wohlauf; hört mich ihr schwelgerischen Reichen,

Hört mich doch mehr noch euren innren Ruf,

Schaut um euch her, seht Arme hülflos schleichen,

Und fühlt, daß euch ein Vater nur erschuf.

 

 

 

 905296-821da52f69e5c9f4f72b0d94090c80fc.jpg

Novalis (2 mei 1772 -  25 maart 1801)

Portret door Franz Gareis, rond 1799

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en vertaler James Stratton Holmes werd geboren in Collins, Iowa, op 2 mei 1924. Zie ook mijn blog van 2 mei 2007 en ook mijn blog van 2 mei 2009 en ook mijn blog van 2 mei 2010.

 

 

Ad infinitum

 

The servant girl throws out the slaughtered lamb's

blood from the bowl. You lay new wood beside

the hearth, women whose womb my voice preserves.

The mirror gleams. The meat hangs in the flame.

 

Deep in the woods a bearing she-wolf cries,

and my forefather who came in the door

lifts up what he took from the lair as whelp

and has become a child, pale, without hair.

 

We stand one moment, he, I, and the tot

leaning on his shoulder, and gaze at this

familiar scene: a white room, filled with light,

 

filled with the smell of meat and new-sawn wood,

filled with brief joy constantly formed anew,

a homestead on a clearing in the woods.

 

 

 

Martinus Nijhoff, vertaald door James S Holmes

 

 

 905296-dc4c0de288c692423ec5071c0e75dd46.jpg

James Holmes (2 mei 1924 - 6 november 1986)

 

 

 

 

De Frans-Duitse schrijver, essayist en vertaler Georges-Arthur Goldschmidt werd geboren op 2 mei 1928 in Reinbek bij Hamburg. Zie ook mijn blog van 2 mei 2007 en ook mijn blog van 2 mei 2009 en ook mijn blog van 2 mei 2010.

 

Uit: Die Aussetzung

 

“Er ließ die Arme baumeln und hinter ihm lag der längliche holzgetäfelte Raum, stand der runde Tisch am Fenster mit dem rotkarierten Wachstuch. An der Wand hinter die Monstranz unter einer Glashaube und auf dem Bord der Radioapparat. Im ganzen Haus waren es die einzigen glattglänzenden Gegenstände, sonst war alles rauh, hart, hölzern, abgeschabt von altem Gebrauch, die Tonteller blasenüberzogen. Im Schrank der Bäuerin lag ein seidenes Tuch, über welches sie manchmal mit der Hand strich, als wolle sie auch Regelmäßiges, Glattes, Sanftes fühlen.
Der Radioapparat war aus braunlackiertem Holz, in der Mitte eine runde stoffüberspannte Öffnung mit Goldfäden durchwoben. Wenn man leise mit dem Finger darauf trommelte, durchzuckte die Leere dahinter den Körper. Zum Radiohören lehnte sich der Bauer an die Holzwand mit dem Bord in Kopfhöhe, er hörte das Schweizer Radio, Radio Sottens, Radio London und Radio Paris, den Sender des verratenen Frankreichs, da sprachen immer mit krächzenden, heiseren Stimmen die Kollaborateuere, von denen der Knabe, obgleich er doch Deutscher war und noch ein Kind, wußte, daß sie sich nur aus Feigheit dem Nazisieger ausgeliefert hatten.
Am liebsten hörte er Radio London, zur vollen Stunde, die von einem motorradähnlichen Geknatter immer wieder überdeckt wurde, er wußte, daß da Freunde sprachen und jedesmal, wenn die breite, ein wenig belegte und belustigte Männerstimme den Singsang: »Radio Paris ment, Radio Paris ment, Radio Paris est allemand« anstimmte, fühlte er sich wohl.

 

 

905296-d19f3f84f1499a73e16014e2b5ca87b0.jpg
Georges-Arthur Goldschmidt (Reinbek, 2 mei 1928)



Zie voor nog meer schrijvers van de 2e mei ook
mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:07 Reageer op dit bericht

Jurgis Baltrusaitis, Gisela Elsner, Franz Innerhofer, Jamal Abro

De Litouwse schrijver en vertaler Jurgis Baltrušaitis werd geboren op 2 mei 1873 in Paantvardys. Zie ook mijn blog van 2 mei 2007 en ook mijn blog van 2 mei 2008 en ook mijn blog van 2 mei 2009 en ook mijn blog van 2 mei 2010.

 

 

 

TESTAMENT OF GRIEF

 

When pain assails your heart to tear it,

Your naked heart, its helpless prey,

Receive the gift of grief and bear it,

Soul of my dark departing day.

 

When times of torment strike unbidden,

With weeping eyes, through pain and stress,

You peer at mistery, dimly hidden:

God's ways are ways of deep distress...

 

We take the tasks that life enforces,

Grope to light its drabness bars

And raise the load of mundane courses

Up to the festival of stars.

 

And he, and only he, can sever

His ties with dust in throes of birth

Who loves the crown of thorns, forever

Renouncing all he owned on earth.

 

 

Vertaald door Ants Oras

 

 

 

MORNING SONGS

 

I

 

The dawn has caught fire ere the coming of day!

Night calls back her shadows to the ravines,

And in a pearly throng, in girdles of fire,

The caravans of the clouds depart...

 

Space is laid bare amid dewy valleys,

Distances have been moved aside into infinity, –

As though from God's heights, from deeps forbidden,

All the veils have fallen over all the world...

 

The bay has been aroused, the wave is growing,

It has thundered in wild fury,

And the stillness has been shattered like a resonant vessel,

In the great triumph of morning...

 

 

 

Vertaald door W. Edward Brown

 

 

 

 905294-1aa3eea028e287ffbe9dfa618c3e9aae.jpg

Jurgis Baltrušaitis (2 mei 1873 – 3 januari 1944)

Portret door Leonid Osipovich Pasternak

 

 

 

 
De Duitse schrijfster Gisela Elsner werd geboren op 2 mei 1937 in Nürnberg. Zie ook mijn blog van 2 mei 2007 en ook mijn blog van 2 mei 2008 en ook mijn blog van 2 mei 2009 en ook mijn blog van 2 mei 2010.

 

Uit: Otto der Großaktionär

 

„Mit einer rauhbeinigen Herzlichkeit pflegte der Wirt der Gaststätte ZUM TRÖPFCHEN seinen Stammgast Otto Rölz zu begrüßen, den jedermann in diesem Stadtviertel Otto den Großaktionär nannte. Denn Otto der Großaktionär hatte sich bereits allzu oft damit gebrüstet, daß er, obwohl er lediglich zu den Arbeitern einer Ungeziefervertilgungsmittelfabrik des Chemie-Konzerns FATA zählte, von diesem Mammutkonzern, der eine Firma nach der anderen schluckte, fünf Aktien besaß. Auf Bescheidenheit abgerichtet, wie er es als Sohn eines Werkzeugmachers von Kindesbeinen an geworden war, konnte er es nämlich noch immer nicht fassen, daß er, wenn auch bloß mit einem alles andere als erwähnenswerten Sümmchen an den Gewinnen des FATA-Konzerns in Form von Dividenden beteiligt wurde.

Da werd ich genauso behandelt, als wenn ich ein Vorstandsmitglied wär, pflegte er im TRÖPFCHEN zu behaupten.

Trotz seiner Prahlereien, trotz des ätzenden Ungeziefervertilgungsmittelgestanks, den er ausströmte, und trotz des bonbonrosa Ausschlags, der sich bedingt durch seinen täglichen Umgang mit Ungeziefervertilgungsmitteln tief in sein kantiges Gesicht eingefressen hatte, war Otto der Großaktionär bei seinen Kollegen, bei seinen Nachbarn und vor allem bei den Gästen des TRÖPFCHEN so beliebt, daß niemand an seinem Ausschlag und an seinem Gestank Anstoß nahm. Es gab in diesem Stadtviertel keinen, der ihm Unreinlichkeit unterstellt hätte. Vielmehr war es allgemein bekannt, daß er sich nach der Arbeit fast die Haut von den Knochen zu schrubben pflegte.“

 

 

 

 905294-29c22b30f5b11e5414479ee5cd4465e2.jpg

Gisela Elsner (2 mei 1937 – 13 mei 1992)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Franz Innerhofer werd geboren op 2 mei 1944 in Krimml. Zie ook mijn blog van 2 mei 2007 en ook mijn blog van 2 mei 2008 en ook mijn blog van 2 mei 2009 en ook mijn blog van 2 mei 2010.
 

Uit: Schöne Tage

 

“Arbeiten, das Beherrschen von Arbeitsgängen und das Lernen und Beherrschen von Arbeitsgängen und der völlige Verzicht auf sich selbst waren das Um und Auf. Dazu gehörte das Bescheidwissen, das Wissen um jedes Gerät, das Wissen um alle Aufbewahrungsorte, im Haus, in der Machkammer, in den Geräteschuppen um das Haus, auf dem Zulehen auf den Almen, das Im-Kopf-haben von Grundstückslagen, von Hängen, Nocken, Steinen, Pfützen, Gräben, das Im-Kopf-Haben von Viehbeständen, das Wissen um Viehverahlten, um Mensch-Vieh und um Vieh-Mensch-Verhalten.

Nur indem Holl gelernt hatte, in der ärgsten Sommerhitze, Nachmittag für Nachmittag den übelsten Launen ausgesetzt, barfuß die schwierigsten Situationen zu meistern oder nicht zu meistern und dann noch zu meistern, war es ihm nun möglich, trotz Arbeit seine Welt mit etwas Licht zu beschicken.”

 

 

 905294-e96088b60780d567a685cf125dd62910.jpg

Franz Innerhofer (2 mei 1944 – 19 januari 2002)

Boekcover

 

 

 

 

De Sindi schrijver Jamal Abro werd geboren op 2 mei 1924 in in Sangi, een klein dorpje in Mehar Dholka. Zie en ook mijn blog van 2 mei 2010.

 

Uit: Pirani

 

“They sold the ropes and bamboo sticks.

Sometimes, they starved by turn. The winter was over. It was time to return to the hills. The poor children went without good things. Pirani's father looked at his wife's face meaningfully. There was anger and desolation in the glances they exchanged. The wife felt scared and looked at Pirani's shirt which she had washed only that morning. There was no defiance in her silent, miserable eyes. Pirani's father approached the neighboring village and greeted the people with a loud, Salamalaikum. He asked, Brothers, does any body need a girl for marriage? He meant to sell his little daughter: For the Sindhi peasant it is not easy to get a wife. Many girls are pledged as soon as they are born. It costs money to have a wife.

Lalu's father looked at his adolescent son who had a husky voice and the bare trace of a beard. Both Lalu and his father accompanied the Brohi to his hamlet. The Brohi dogs barked as they saw the Sindhi strangers approaching. Pirani, her hair loose and her back uncovered, ran and held her mother tightly by the shirt. Lalu's father felt her body. Pirani's father, anxious to strike a good bargain, exhorted: She has lots of flesh. she is no weakling!”

 

 

 905294-df90e1ee9e082c47eecc22550a7ee65e.jpg

Jamal Abro (2 mei 1924 – 30 juni 2004)

Geschreven door Romenu om 19:00 Reageer op dit bericht

Angela Krauß, Clyde Fitch, John Galt, Jerome K. Jerome, Udo Steinke, Klaus Konjetzky

De Duitse dichteres en schrijfster Angela Krauß werd geboren op 2 mei 1950 in Chemnitz. Zie ook mijn blog van 2 mei 2007 en ook mijn blog van 2 mei 2008 en ook mijn blog van 2 mei 2009 en ook mijn blog van 2 mei 2010.

 

Uit: Ich muß mein Herz üben

 

 

Im Osten Weidezäune im rechten Winkel zum Hang,

auch Vieh in der Stellung.

Im Süden die Alpen, scharf wie vom Faustkeil behauen.

Im Westen Rosetten von Autobahnen aus rosa Schaum,

hoch im Norden das Eis.

 

Ein blitzschnelles Abbild muß reichen.

 

 

 

Die Stoffe sind es,

Partikel mit Oberflächen,

dort beginnt es.

Fäden, Wimpern, Tentakel, Gräten.

Was schwindet, fasert aus –

Haare im All !

Selbst Kunststoffe zerfallen, vermehren

die Fasern des Erdmantels.

In Intervallen

schweben die Seekühe der Sehnsucht heran.

Sodann, nach hundert Millionen Jahren

(innerhalb eines einzigen Tages)

dreht sich das Ganze, es wechseln die Pole.

Gott steht auf der Spitze –

Hitze !

 

 

 905285-1ae5538bcad2f8e658e4078f80d99563.jpg

Angela Krauß (Chemnitz, 2 mei 1950)

 

 

 

 

De Amerikaanse (toneel) schrijver Clyde Fitch werd geboren op 2 mei in 1865 in Elmira, New York. Zie ook mijn blog van 2 mei 2010.

 

Uit: Beau Brummell

 

“BEAU: I heartily congratulate you, my dear Miss Vincent, on having escaped a scene. Nothing but the regard I bear you could have persuaded me to so nearly incur a possible fracas. Lord Manly was born with a silver spoon in his mouth, and he has thought it necessary to keep that spoon full ever since. But now that we have found one another, may I not be permitted to continue the conversation where it was broken off? I desire to speak with you seriously. I wish to make a confession. I want to tell you what perhaps you know--when I first sought your hand, I did not bring my heart. I admired you, 'tis true, but I did not love you--not then--not madly! I was--I am so deeply in debt, so hemmed in by my creditors, so hard pressed on every side, it was necessary for me to do something to find the wherewithal to satisfy their just demands, or sink under my misfortunes and give up forever the life of the world which had become my very breath and being. The one means at my disposal to free myself from my difficulties was a marriage. I knew your fortune and I sought you out. The admiration I entertained for you the first few days deepened into esteem, and finally expanded into love--mad love! That is why I have rehearsed this to you. At first it was your fortune which allured me--but now it is yourself! Yet, were you penniless, I would not wed you. Because I would not drag you down to share this miserable, uncertain lot of mine. No! I would seek you once to tell you of my love, and then step aside out of your path, and never cross it again.”

 

 

 905285-5e279c41f2573e94a7d289c6902c81c3.jpg

Clyde Fitch (2 mei in 1865 – 4 september 1909)

 

 

 


De Schotse schrijver
John Galt
werd geboren in Irvine op 2 mei 1779. Zie ook mijn blog van 2 mei 2010.

 

Uit: The Stolen Child

 

„It is not requisite to tell when Mr. Mordant, the barrister, flourished ; few of his years and of his age promised to excel him in ability; all his friends looked forward to his attainment of the most splendid eminences of the profession ; and he was not more admired for his talents than beloved for his virtues. The only fault that could be ascribed to him was an occasional absence of mind, which wiped out from his memory impressions which to others would have been indelible.

He married early in life a lady to whom he was as much attached as it was possible for an ambitious man to be; and to his studies be was devoted. He had no enjoyment but in her company, out of his library, and in it he was wholly absorbed in the most recondite researches of the law. With her the cup of domestic felicity could hold no more; but in the long bright vista of his professional career he saw before him every thing to stir emulation, and he studied in the lives of his predecessors those incidents in their conduct crowned with renown and success.

While he was yet a young man, his lady bore him two sons, in whom the fondest affections of both parents were wrapped up ; but before the youngest was a year old, the health of the mother began to break, and she became so delicate as to be often confined to the house. But for her delicate state the happiness of Mr. Mordant was unmingled with alloy : it is not, however, ordained for man to taste of unadulterated pleasure.“

 

 

 905285-92b4b08a3044ba3af295af975f98118e.jpg

John Galt (2 mei 1779 - 11 april  1839)

 

 

 

De Engelse schrijver Jerome Klapka Jerome  werd geboren op 2 mei 1859 in Walsall, in het toenmalige graafschap Staffordshire. Zie ook mijn blog van 2 mei 2009 en ook mijn blog van 2 mei 2010.

 

Uit: Three Men on a Boat

 

„I remember going to the British Museum one day to read up the treatment  for some slight ailment of which I had a touch - hay fever, I fancy it  was. I got down the book, and read all I came to read; and then, in an  unthinking moment, I idly turned the leaves, and began to indolently  study diseases, generally. I forget which was the first distemper I  plunged into - some fearful, devastating scourge, I know - and, before I  had glanced half down the list of "premonitory symptoms," it was borne in  upon me that I had fairly got it.
I sat for awhile, frozen with horror; and then, in the listlessness of  despair, I again turned over the pages. I came to typhoid fever - read  the symptoms - discovered that I had typhoid fever, must have had it for  months without knowing it - wondered what else I had got; turned up St.  Vitus's Dance - found, as I expected, that I had that too, - began to get  interested in my case, and determined to sift it to the bottom, and so  started alphabetically - read up ague, and learnt that I was sickening  for it, and that the acute stage would commence in about another  fortnight. Bright's disease, I was relieved to find, I had only in a  modified form, and, so far as that was concerned, I might live for years.
Cholera I had, with severe complications; and diphtheria I seemed to have  been born with. I plodded conscientiously through the twenty-six  letters, and the only malady I could conclude I had not got was
housemaid's knee.“

 

 

 905285-332f7951de8ce9dcf831b40652027ada.jpg

Jerome K. Jerome (2 mei 1859 – 14 juni 1927)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 2 mei 2007.

 

De Duitse schrijver en dichter Klaus Konjetzky werd geboren op 2 mei 1943 in Wenen.

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 2 mei 2010.

 

De Duitse schrijver Udo Steinke werd geboren op 2 mei 1942 in Łódź. Zie ook mijn blog van 2 mei 2009.

Geschreven door Romenu om 18:52 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten