Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 6 mei 2011 tot 7 mei 2011

Willem Elsschot, Almudena Grandes, Christoph Marzi, Edgar Cairo, Volker Braun, Horst Bienek

De Vlaamse schrijver en dichter  Willem Elsschot  werd in Antwerpen geboren op 7 mei 1882. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007 en ook mijn blog van 7 mei 2008 en ook mijn blog van 7 mei 2009. en ook mijn blog van 7 mei 2010.

 

Uit: Tsjip

 

“Opdracht

Voor de zooveelste maal kom ik thuis van de reis en weer staat mijn stoel gereed, tafel en bed gedekt, pantoffels bij 't vuur, alsof ik iederen dag verwacht werd. Mijn kinderen hebben heel gewoon ‘Pa’ gezegd en mijn vrouw heeft gevraagd wat ik verkoos, lever of haring. Ik heb niet geantwoord omdat ik den moed niet had mijn eigen stem aan te hooren, heb de hand uitgestoken naar wat het dichtst bij stond en zwijgend mijn maag gevuld. Hun gerustheid, hun zekerheid dat ik ook ditmaal terugkeeren zou heeft mij beschaamd en diep gegriefd. Maar was ik aan 't bulderen gegaan dan had er niets op overgeschoten dan met weerzin weer op te staan. En het trekken lokt mij niet meer.

Ben ik vermoeid of kan ik het licht van gindsche land niet meer verdragen? Ik voel in ieder geval dat van een volgenden tocht niets meer terecht komt. En dat is maar goed ook, want mij rest nog maar net de tijd om eindelijk met vrouw en kinderen wat mee te leven, mij te koesteren aan de warmte van den haard en te werken voor onzen ouden dag die voor de deur staat. Zoolang ik ginder dwaalde heb ik mijn kinderen niet opgevoed maar met hen gespeeld, voor mijn vrouw niet gezorgd maar van haar genoten.

Die Meimaandjes zijn nu voorbij. Hier bij 't vuur, in onze kooklucht, komt het er op aan mijn plicht te doen als een doodgewoon mannetje dat ik tenslotte ben. Want hun oogen zijn op mij gericht. Doet mijn vrouw haar plicht niet als zij wascht en plast, als zij op griezelige regendagen op de vischmarkt loopt te dwalen zonder acht te slaan op haar aderspatten noch op haar slechten stoelgang? Doen niet die kinderen eveneens hun plicht wanneer zij achter schoolmuren hun zonnigste dagen slijten?

Dit is mijn laatste kans want zij groeien als kool en steken de koppen bijeen. Een heeft al een snor en een ouwelijke trek om den mond. Als ik mij nu niet aanpas word ik uitgestooten door die uit mij zijn ontstaan, want zij zien in mijn dolen een verraad en scharen zich zwijgend om hun moeder. En zij hebben gelijk. Als ooit het huis vuur vat dan worden zij door haar gewekt en niet door mij.

 

 908430-12db6fa6a5be8ac9cc6494ed478c8aa7.jpg

Willem Elsschot (7 mei 1882 – 31 mei 1960)

 

 

 

 

De Spaanse schrijfster Almudena Grandes Hernández werd geboren op 7 mei 1960 in Madrid. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007 en ook mijn blog van 7 mei 2008 en ook mijn blog van 7 mei 2009.

 

Uit: Le coeur glacé

 

„Les femmes ne portaient pas de bas. Leur genoux larges, bombés, charnus, soulignés par l'élastique des chaussettes, dépassaient parfois de leurs robes, qui n'étaient pas des robes, mais des sortes de housses en toile légère, sans forme et sans revers, auxquelles je n'aurais jamais su donner un nom. Ce fut ce qui attira mon attention sur elles, plantées comme des arbres étiques dans l'herbe négligée du cimetière, sans bas, sans bottes, sans rien d'autre pour se couvrir qu'une veste en gros tricot qu'elles serraient contre leur poitrine avec leurs bras croisés.

Les hommes ne portaient pas de manteau non plus, mais ils avaient boutonné leurs vestes, en laine épaisse elles aussi, plus sombres, pour dissimuler leurs mains dans leurs poches de pantalon. Ils présentaient entre eux la même ressemblance que les femmes. Ils avaient tous une chemise boutonnée jusqu'au cou, la peau rêche, rasée de frais, et les cheveux très courts. Certains avaient coiffé un béret, d'autres non, mais leur posture était la même, les jambes écartées, la tête très raide, les pieds bien campés sur le sol, des arbres comme elles, courts et massifs, capables de supporter des calamités, très vieux et très robustes à la fois.

Mon père méprisait lui aussi le froid, et les frileux.“

 

 

908430-21f9169e128733f55a21812420e5fbe1.jpg
Almudena Grandes (Madrid, 7 mei 1960 )

 

 

 


De Duitse schrijver
Christoph Marzi werd geboren op 7 mei 1970 in Mayen. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007 en ook mijn blog van 7 mei 2008 en ook mijn blog van 7 mei 2009.

 

Uit: Lyra

 

„Die meisten Lügen sind wie Träume, die ein Kind sich singt, um nicht allein zu sein. Sie sind wie fremde Länder, die zu erforschen keinen Sinn hat, weil niemand wirklich die Sprache spricht, die einen dort sicher reisen lässt. Keiner wusste das besser als Danny Darcy. Hat man erst einmal einen Schritt in diese Gefilde getan, dann ziehen einen die kunstvoll gesponnenen Geschichten in einen Sumpf aus spinnennetzartigen Erinnerungen, die alles an sich binden, was einem jemals Leben war. Und die Lieder, die man fortan singt, werden schwer wie der Regen, der an warmen Sommertagen zu weißem Dampf über den Wassern wird, jenen Wassern, in denen sich noch immer zitternd Gewitterwolken spiegeln.
Dessen eingedenk fühlte sich Danny Darcy an jenem Tag wie eine Gitarre, deren Saiten fast alle gerissen waren. Nichts war mehr so, wie es sein sollte. Das Leben, das ihm wie ein kostbares Lied gewesen war, hatte seine Stimme verloren.
Alles, was seit Tagen schon in ihm klang, war dumpf und schal geworden. Die Welt war ein müder Blues mit einer Stimme, die von Rauch und Whiskey krächzte wie ein Gebäude, dessen Wände dem Sturm nicht länger standzuhalten vermögen.
"Oh, Sunny." Das waren die einzigen Worte, die ihm über die Lippen kamen. Er dachte an den Song, den er damals geschrieben hatte, als ihm Sunny über den Weg gelaufen war. Die wunderbare Suzanna Sutcliffe, die sich Soozie nannte und von denen, die ihren Sonnenschein erkannten, allzeit Sunny gerufen wurde.“

 

 

 908430-759e658fe96a2217c3d56f8cbe806c0a.jpg

Christoph Marzi (Mayen, 7 mei 1970)

 

 

 

 

 

De Surinaamse schrijver Edgar Eduard Cairo werd geboren in Paramaribo op 7 mei 1948. Zie ook mijn blog van 7 mei 2009.

 

Uit: Koewatra Djodjo. In de geest van mijn kultuur

 

Zo wil ik sterven: groots en glorieus!
Een stokoude neger, die mij het hout dat tot grafsteen zal dienen,
voorziet van een geheim motief, zijn inkerving!
Een vogel, anaki, zal opvliegen, met in zijn oog een liefdeblik, die mij wellicht zal overzien.
Dan zal er duisternis zijn, Jij die Alles bent voor ik er was! In jouw gevouwen armen zal ik liggen,
stil alleen..., misschien, mijn dak van duisternis!
Mijn liefde van het Al, zonder een zucht, zonder enig gegeven..."

 

 

 908430-3e4d0ab99d3a568c4ffb17cffb43ba8e.jpg

Edgar Cairo (7 mei 1948 – 16 november 2000)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Volker Braun werd geboren op 7 mei 1939 in Dresden. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007 en ook mijn blog van 7 mei 2009.

 

 

Hingebung

 

Wie der Sommer kommt!

Die Abende sind warm und lang.

Ich bin ganz ruhig. Wir sitzen im Gesträuch

Reden uns aus uns heraus.

In seinen Gedanken plötzlich

Finde ich meine.

 

Die Wiesen liegen in ihrem Duft

Der strömt durch uns durch.

Die Bäume stehen in seltsamen Gruppen

Wie Liebende. Sie werden ganz dunkel.

Ich küß ihn, er küßt mich vom Fuß zur Stirn

Meinen ganzen Leib

Nehm ich nun ein.

 

Alle Natur

Ist mit dem gleichen beschäftigt.

Das zu denken ist schön.

Ich geb mich ihm hin

Und gehör doch mir. Nach meinem Sinn

Geht nun mein Tag.

 

 

 908430-ed4dfc85e5cf0b708bddb4fc7c92f43d.jpg

Volker Braun (Dresden, 7 mei 1939)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Horst Bienek werd geboren op 7 mei 1930 in Gleiwitz. Zie ook mijn blog van 7 mei 2009.

 

 

Gartenfest

 

Spät in der Nacht

wenn die Kerzen

in den Lampions abgebrannt sind

wenn die aufgehängten Gesichter

im Dunkel verschwinden

die Musiker mit dem Bus weggefahren sind

die Kellner die Tische abräumen

und die leeren Worthülsen zusammenkehren

wenn die letzten Grillfeuer erlöschen

 

Stürzen lautlos gefällt

im Park die Bäume

Schatten füllt die Gläser

der Zurückgebliebenen

wir trinken daraus

Gelächter steigt in uns auf

wir gehn ein paar Schritte

wir tanzen

 

Verwundert schaun die Lebenden uns zu

 

 

 

 908430-726502e36d095a8b092444f252c9bd9c.jpg

Horst Bienek (7 mei 1930 – 7 december 1990)



Zie voor nog meer schrijvers van de 7e mei ook
mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:44 Reageer op dit bericht

Robert Browning, Archibald MacLeish, Peter Carey, Rabindranath Tagore, Joseph Joubert

De Engelse dichter en schrijver Robert Browning werd geboren op 7 mei 1812 in Londen. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007 en ook mijn blog van 7 mei 2008 en ook mijn blog van 7 mei 2009 en ook mijn blog van 7 mei 2010.

 

 

Two in the Campagna    

 

I

 

I wonder do you feel to-day

        As I have felt since, hand in hand,

We sat down on the grass, to stray

        In spirit better through the land,

This morn of Rome and May?

 

 

II

 

For me, I touched a thought, I know,

        Has tantalized me many times,

(Like turns of thread the spiders throw

        Mocking across our path) for rhymes

To catch at and let go.

 

 

III

 

Help me to hold it! First it left

        The yellowing fennel, run to seed

There, branching from the brickwork’s cleft,

        Some old tomb’s ruin: yonder weed

Took up the floating weft,

 

 

IV

 

Where one small orange cup amassed

        Five beetles,—blind and green they grope

Among the honey-meal: and last,

        Everywhere on the grassy slope

I traced it. Hold it fast!

 

 

V

 

The champaign with its endless fleece

        Of feathery grasses everywhere!

Silence and passion, joy and peace,

        An everlasting wash of air—

Rome’s ghost since her decease.

 

 

VI

 

Such life here, through such lengths of hours,

        Such miracles performed in play,

Such primal naked forms of flowers,

        Such letting nature have her way

While heaven looks from its towers!

 

 

 

 908426-e5bdf0570cd8538ada06c81bef7e70dd.jpg

Robert Browning (7 mei 1812 – 12 december 1889)

Portret door Dante Gabriel Rossetti, 1855

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en politicus Archibald MacLeish werd geboren op 7 mei 1892 in Glencoe, Illinois. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007 en ook mijn blog van 7 mei 2008 en ook mijn blog van 7 mei 2009 en ook mijn blog van 7 mei 2010.

 

 

The Too-Late Born

 

We too, we too, descending once again
The hills of our own land, we too have heard
Far off --- Ah, que ce cor a longue haleine ---
The horn of Roland in the passages of Spain,
The first, the second blast, the failing third,
And with the third turned back and climbed once more
The steep road southward, and heard faint the sound
Of swords, of horses, the disastrous war,
And crossed the dark defile at last, and found
At Roncevaux upon the darkening plain
The dead against the dead and on the silent ground
The silent slain---

 

 

 

The End Of The World

 

Quite unexpectedly, as Vasserot
The armless ambidextrian was lighting
A match between his great and second toe,
And Ralph the lion was engaged in biting
The neck of Madame Sossman while the drum
Pointed, and Teeny was about to cough
In waltz-time swinging Jocko by the thumb---
Quite unexpectedly the top blew off:

And there, there overhead, there, there hung over
Those thousands of white faces, those dazed eyes,
There in the starless dark the poise, the hover,
There with vast wings across the cancelled skies,
There in the sudden blackness the black pall
Of nothing, nothing, nothing --- nothing at all.

 

 

908426-e57ddaaf88bb99071bc0d4187725d826.jpg 

Archibald MacLeish (7 mei 1892 – 20 april 1982)

Buste in het  Memorial Library Building in Deerfield, Massachusetts

 

 

 

 

De Australische schrijver Peter Carey werd geboren in Bacchus Marsh, Victoria, op 7 februari 1943. Zie ook mijn blog van 7 mei 2009.

 

Uit: Parrot and Olivier in America

 

„I had no doubt that something cruel and catastrophic had happened before I was even born, yet the comte and comtesse, my parents, would not tell me what it was. As a result my organ of curiosity was made irritable and I grew into the most restless and unhealthy creature imaginable — slight, pale, always climbing, prying into every drain and attic of the Château de Barfleur.

But consider this: Given the ferocity of my investigations, is it not half queer I did not come across my uncle's célérifère?

Perhaps the célérifère was common knowledge in your own family. In mine it was, like everything, a mystery. This clumsy wooden bicycle, constructed by my uncle Astolphe de Barfleur, was only brought to light when a pair of itinerant slaters glimpsed it strapped to the rafters. Why it should be strapped, I do not know, nor can I imagine why my uncle — for I assume it was he — had used two leather dog collars to do the job. It is my nature to imagine a tragedy — that loyal pets have died for instance — but perhaps the dog collars were simply what my uncle had at hand. In any case, it was typical of the riddles trapped inside the Château de Berfleur. At least it was not me who found it and it makes my pulse race, even now, to imagine how my mother might have reacted if I had. Her upsets were never predictable. As for her maternal passions, these were not conventionally expressed, although I relished those occasions, by no means infrequent, when she feared that I would die. It is recorded that, in the year of 1809, she called the doctor on fifty-three occasions. Twenty years later she would still be taking the most outlandish steps to save my life.“

 

 

 908426-4cfc3e232b051ab651a56c2001fac602.jpg

Peter Carey (Bacchus Marsh, 7 mei 1943)

 

 

 

 

De Bengaalse dichter en schrijver Rabindranath Tagore werd op 7 mei 1861 in Calcutta (tegenwoordig: Kolkata) geboren. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007 en ook mijn blog van 7 mei 2008 en ook mijn blog van 7 mei 2009 en ook mijn blog van 7 mei 2010.

 

 

Unending Love

 

I seem to have loved you in numberless forms, numberless times…

In life after life, in age after age, forever.

My spellbound heart has made and remade the necklace of songs,

That you take as a gift, wear round your neck in your many forms,

In life after life, in age after age, forever.

 

Whenever I hear old chronicles of love, it's age-old pain,

It's ancient tale of being apart or together.

As I stare on and on into the past, in the end you emerge,

Clad in the light of a pole-star piercing the darkness of time:

You become an image of what is remembered forever.

 

You and I have floated here on the stream that brings from the fount.

At the heart of time, love of one for another.

We have played along side millions of lovers, shared in the same

Shy sweetness of meeting, the same distressful tears of farewell-

Old love but in shapes that renew and renew forever.

 

Today it is heaped at your feet, it has found its end in you

The love of all man’s days both past and forever:

Universal joy, universal sorrow, universal life.

The memories of all loves merging with this one love of ours –

And the songs of every poet past and forever.

 

 


908426-353b1ae20f885a7c6d979def88a97ff8.jpg
Rabindranath Tagore (7 mei 1861 – 7 augustus 1941)

 

 

 

 

De Franse schrijver en essayist Joseph Joubert werd geboren in Montignac op 7 mei 1754. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007 en en ook mijn blog van 7 mei 2009 en ook mijn blog van 7 mei 2010.

 

Uit: Pensées

 

„Le plus beau des courages, celui d'être heureux.

 

*

 

Il est indigne des grandes âmes de faire part des tourments qu'elles éprouvent.

 

*

 

Quiconque s'agenouille devant Dieu se façonne à se prosterner devant un roi. »

 

 

 908426-643f053d7f6a3a23adec02f0204cda45.jpg

Joseph Joubert (7 mei 1754 - 4 mei 1824)

Geschreven door Romenu om 14:38 Reageer op dit bericht

Stanisław Przybyszewski, Karl Gustav Vollmõller, A. E. W. Mason, Therese Huber, Dorit Zinn, Angela Carter, André du Bouchet

De Poolse dichter en schrijver Stanisław Przybyszewski werd geboren op 7 mei 1868 in Łojewo. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007 en ook mijn blog van 7 mei 2008 en ook mijn blog van 7 mei 2009 en ook mijn blog van 7 mei 2010.

 

Uit: De Profundis

 

„In ein paar Wochen gedenk' ich ein Buch herauszugeben: »De profundis«, dem ich jetzt schon einige Begleitworte an Stelle der Vorrede vorausschicke.

Ich möchte das Buch nur in wenigen Händen wissen – es ist kein Buch für das Volk – und diesen Zweck glaub' ich dadurch zu erreichen, daß ich es nur in einer sehr beschränkten Anzahl von Exemplaren drucken lasse.

Ich habe in diesem Buche das Gebiet des sogenannten »normalen Denkens«, also das Gebiet des »logischen Gehirnlebens«, des Lebens in der »Realität« (!) gänzlich verlassen. Alle, die sich auch nur ein wenig mit dem Seelenleben beschäftigt haben, wissen, was das »freisinnige Bürgertum« unter dem normalen Denken versteht: Alles, was über die Begriffssphäre des ehrbaren Müller und Schulze hinausgeht, ist natürlich verrückt. Selbstverständlich ist für diese Menschen Goethe der Maßstab des »normalen« Empfindens, wobei natürlich übersehen wird, daß er in seinen Epigrammen Proben von einer schon ganz schön vorgerückten sexuellen Perversität abgegeben hat.

Nun ja: dies ehrbare Gehirnleben, dies uniforme Gehirnleben, dessen Denkgesetze sowohl für den niedrigsten Bildungsplebejer von der Sorte Max Nordau wie für den entwickeltsten und scharfsinnigsten Gehirnaristokraten von der Art Nietzsche im gleichen Maße gelten, fängt an, furchtbar langweilig zu werden. Das hat auch Nietzsche eingesehen, und so schrieb er sein »verrücktes« Buch, d. h. sein seelischestes Buch: »Also sprach Zarathustra« ...

In »De profundis« handelt es sich um die Manifestation des reinen Seelenlebens, der nackten Individualität, des Zustandes der somnambulen Ekstase, oder wie die zahllosen Worte auch heißen mögen, die eine und dieselbe Tatsache ausdrücken, die Tatsache nämlich, daß es noch etwas Anderes gebe außer dem dummen Gehirn, ein au delà vom Gehirn, eine unbekannte Macht mit seltsamen Fähigkeiten begabt, nämlich: die Seele – die Seele, die Ekel empfand, in der fortwährenden Berührung mit der lächerlichen Banalität des Lebens zu stehen und sich das Gehirn geschaffen hatte, um sich nicht jeden Tag prostituieren zu müssen ...“

 

 

 908424-258b20cb8bcc8eaba7d6f015fa7f02c9.jpg

Stanisław Przybyszewski (7 mei 1868 – 23 november 1927)

Dagny and Stanisław Przybyszewski in 1897/1898

 

 

 

 

De Duitse schrijver Karl Gustav Vollmõller werd geboren op 7 mei 1878 in Stuttgart. . Zie ook mijn blog van 7 mei 2009 en ook mijn blog van 7 mei 2010.

 

 

YPERN

 

I

Im Scherenfernrohr steht das brennende Ypern

Wie eine ausgehöhlte Film-Dekoration.

Querschläger drehn sich klatschend in der weichen

Lehmigen Grabenwand.

Fluchwinde wehn. Es riecht süßlich nach Leichen.

Und unten im muffigen Unterstand

Wimmert bei Tag und Nacht

Wie ein böser Säugling bei Tag und Nacht

Das Feldtelefon.

 

Von hinten feuert eine sächsische Batterie

Die Kanadier, die so schön Fußball spielten,

Antworten übelgelaunt. Weiter westlich im Sektor

Unterhalten sich tratschend ein paar Maschinengewehre.

– War das ein Tier das da vorne schrie?

Zwei Leuchtraketen lautlos dem Nichts entschwebt

Erklären das wesenlose Wesen,

Die leere Leere. . .

Und Menschen blicken als hätten sie nie gelebt,

Und Jahre sind als seien sie nie

Nie gewesen.

 

 


908424-74df01b050bb12a5281a54714f100d77.jpg
Karl Gustav Vollmõller (7 mei 1878 – 18 okrober 1948)

Hier met Samuel Fischer links van hem en Thomas en Katja Mann rechts

 

 

 

 

De Britse schrijver Alfred Edward Woodley Mason werd geboren op 7 mei 1865 in Londen. Zie ook mijn blog van 7 mei 2009 en ook mijn blog van 7 mei 2010.

 

Uit: Clementina

 

„The landlord, the lady, and Mr. Charles Wogan were all three, it seemed, in luck's way that September morning of the year 1719. Wogan was not surprised, his luck for the moment was altogether in, so that even when his horse stumbled and went lame at a desolate part of the road from Florence to Bologna, he had no doubt but that somehow fortune would serve him. His horse stepped gingerly on for a few yards, stopped, and looked round at his master. Wogan and his horse were on the best of terms. "Is it so bad as that?" said he, and dismounting he gently felt the strained leg. Then he took the bridle in his hand and walked forward, whistling as he walked.

Yet the place and the hour were most unlikely to give him succour. It was early morning, and he walked across an empty basin of the hills. The sun was not visible, though the upper air was golden and the green peaks of the hills rosy. The basin itself was filled with a broad uncoloured light, and lay naked to it and extraordinarily still. There were as yet no shadows; the road rose and dipped across low ridges of turf, a ribbon of dead and unillumined white; and the grass at any distance from the road had the darkness of peat. He led his horse forward for perhaps a mile, and then turning a corner by a knot of trees came unexpectedly upon a wayside inn. In front of the inn stood a travelling carriage with its team of horses. The backs of the horses smoked, and the candles of the lamps were still burning in the broad daylight. Mr. Wogan quickened his pace. He would beg a seat on the box to the next posting stage.

Fortune had served him. As he came near he heard from the interior of the inn a woman's voice, not unmusical so much as shrill with impatience, which perpetually ordered and protested. As he came nearer he heard a man's voice obsequiously answering the protests, and as the sound of his footsteps rang in front of the inn both voices immediately stopped. The door was flung hastily open, and the landlord and the lady ran out onto the road.“

 

 

 908424-b2115a6d5937b98815c9938ecc420da2.jpg

A. E. W. Mason (7 mei 1865 – 22 november 1948)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Therese Huber werd geboren als Marie Therese Heyne op 7 mei 1764 in Göttingen. Zie en ook mijn blog van 7 mei 2009 en ook mijn blog van 7 mei 2010.

 

Uit: Die Frau von vierzig Jahren

 

»Nun wäre es doch Zeit,« sagte der Major von Helm zur Präsidentin von Helm; »nun wäre es doch Zeit, gute Mutter, daß Sie etwas Ruhe genössen. Sie haben sich auf mehr als eine Art angegriffen, ungewohnt angegriffen; Tochter und Enkel schlummern, beide in ihrer neuen Existenz; schlummern Sie auch einen Augenblick.«

»Nein, lieber Sohn,« erwiederte die Präsidentin, »daraus wird nichts. Sie wollen mich mit der Wartefrau und der Bademutter wegschicken, weil ich ihre Gehülfin gewesen bin, so lange es Noth that; meinen Sie denn aber, wenn ich mich in diesen peinlichen Stunden wirklich abmattete, daß ich mich nicht hier am besten erholen werde?«

»Unsere liebe Mutter mag Recht haben,« fiel Feldberg ein, »und ich glaube, sie weiß, welche Seelendiät ihr zuschlägt.«

Das Trio ward also nun einig, an dem duftenden Sommermorgen bei aufgehender Sonne in der lieblichen Gartenlaube beisammenzubleiben, um ein Frühstück oder Abendessen zu genießen: zum Frühstück machte [122] es die Tageszeit; aber keines aus der kleinen Gesellschaft hatte sich in der vergangenen Nacht zur Ruhe begeben, weil während derselben eines von den Geschöpfen, welche so unmerklich langsam emporkeimen, um dann in einem Augenblick plötzlich wie der zu verschwinden, dieses räthselhafte Dasein zum ersten Mal schreiend begrüßt hatte. Der neue Weltbürger war Sohn des Majors von Helm, ehemals Offiziers in französischen Diensten, und Stiefgroßsohn der Präsidentin. Feldberg, ein Freund vom Hause, hatte jene Stunden des Schmerzes, der Hoffnung und Furcht mit seinen Lieben theilen wollen. »Sie weiß,« sagte er, »welche Seelendiät ihr zuschlägt. Von Ermüdungen dieser Art – versteht sich, so oft Ihr Weibchen, lieber Helm, sie ihr verursachen kann – fürchte ich nichts für das warme Herz, für die unruhige Thätigkeit meiner Freundin. Was Ihrer ersten Jugend fehlte, um sie zu beglücken,« setzte er mit einem bedeutenden Blick hinzu und küßte der Frau von Helm achtungsvoll die Hand, »fanden Sie späterhin, um eine zweite, schönere Jugend zu beleben.«

 

 

 

 908424-91f955caaabeaee792fda67fcdf76878.jpg

Therese Huber (7 mei 1764 – 15 juni 1829)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 7 mei 2009.

 

De Duitse schrijfster Dorit Zinn werd geboren in Dessau op 7 mei 1940

 

De Britse schrijfster en journaliste Angela Carter werd geboren in Eastbourne op 7 mei 1940.

 

De Franse dichter André du Bouchet werd op 7 mei 1924 geboren in Parijs.

Geschreven door Romenu om 14:32 Reageer op dit bericht

Willem Kloos, Ariel Dorfman, Erich Fried, Yasushi Inoue

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Kloos werd geboren in Amsterdam op 6 mei 1859. Zie ook mijn blog van 6 mei 2010 en eveneens de tags voor Willem Kloos op dit blog.

 

 

Laat mij nog éénmaal...

 

Laat mij nog éénmaal, in gedachten, kussen
Die warme lippen, door mijn kus ontbloeid;
Laat mij nog éénmaal aan die boezem sussen
Mijn arme hoofd, waarin de koorts-pijn gloeit.

Laat mij nog eens, klein kindje, rusten tussen
Die armen, waar mijn hart aan was geboeid,
In die zo lieve tijd, toen, zonder blussen,
’t Vereend gelaat door passie werd verschroeid.

Mijn lippen kussen wild, mijn oog staat droef –
Niet waar? gij lief! nu er geen lief meer wezen,
Geen arm zich om mijn hals bewegen zal:

Maar ik heb haast: mijn trekken worden stroef,
Als in de koû des doods, mijn armen vrezen
In beven, hangende op hun laatste val.

 

 

 

Ik kan niet lachen

 

Ik kan niet lachen, ik kan niet wenen,

Ik ben zo vreemd te moe,

De zomer-pracht gaat henen, -

Ik doe mijn ogen toe.

 

Daar-binnen is het donker,

Daarbuiten is het kil…

Wat of dat flauw geflonker

Van vèr beduiden wil?

 

Zou dát het doods-uur wezen,

Waar alles op zijn best,

Verheerlijkt opgerezen

Verschemert voor het lest?

 

 

 

Licht

 

Er stroomt door mijn gemoed in stormend klateren

Een wilde zee, waarop ik rijs en daal, -

Een drup... een englen-blik, maar elke straal

Danst als het springen van bezeten sateren.

 

Ik hoor demonen uit de diepten schateren,

Schel door der serafijnen rein koraal,

En hel-geloei dooreen met hemel-taal

Mengt zich in 't ziedende geklots der wateren.

 

O, lust! daar over mij de branding slaat,

Bij 't doffe bruisen der ontroerde baren,

Te zien hoe 't Leven om mij heen vergaat, -

 

Maar Liefde niet, en midden in het staren

Op 't rustig stralen van uw klaar gelaat,

Vereend met u, ter eeuwigheid te varen...

 

 

 

 908018-bc1c1b4c12b766e7822d3f409617787a.jpg

Willem Kloos  (6 mei 1859 – 31 maart 1938)

 

 

 

 


De Chileens-Amerikaanse toneelschrijver, essayist, dichter, novellist, cartoonist
Ariel Dorfman werd op 6 mei 1942 in Buenos Aires geboren. Zie ook mijn blog van 6 mei 2010 en eveneens de tags voor Ariel Dorfman op dit blog.

 

Uit: Der Tod und das Mädchen (Vertaald door Ulli Stephan en Uwe B. Carstensen)

 

„1. Akt - 1. Szene

Meeresgeräusche. Nach Mitternacht. Das Strandhaus der Escobars. Eine Terrasse und ein großzügiger Wohn-Eß-Bereich. Der Tisch mit zwei Stühlen ist für das Abendessen gedeckt. Auf einer Kommode stehen ein Kassettenrekorder und eine Lampe. Große Glaswände trennen die Terrasse von dem Zimmer. Die Vorhänge flattern im Wind. Eine Tür führt von der Terrasse zum Schlafzimmer.
Paulina Salas sitzt auf einem Stuhl auf der Terrasse. Es sieht aus, als würde sie im Mondlicht einen Drink nehmen.
Die Geräusche eines herannahenden Autos sind zu hören. Sie steht schnell auf, geht in das Zimmer, schaut aus dem Fenster. Das Auto bremst, der Motor läuft noch. Die Lichter blenden sie. Sie geht zu der Kommode, nimmt eine Pistole heraus, hält inne; als der Motor ausgeschaltet wird, hört sie Gerardos Stimme.

GERARDO Off Wollen Sie wirklich nicht kurz mit reinkommen? Auf einen Drink?
Murmelnde Antwort aus dem Auto
... Also gut, dann holen wir das aber bald nach... Muß Montag wieder zurück sein. Wie wär's mit Sonntag?
Murmelnde Antwort aus dem Auto
...Meine Frau macht Margaritas, das haut Sie vom Hocker... Ich muß Ihnen noch mal sagen, wie sehr ich zu schätzen weiß...
Murmelnde Antwort aus dem Auto
Also, dann bis Sonntag.
Er lacht. Paulina versteckt schnell die Pistole. Sie steht hinter dem Vorhang. Das Auto fährt weg, und die Scheinwerfer gehen noch einmal durch das Zimmer. Gerardo betritt den Raum... „

 

 

908018-f1c6ba4d2214573d042d13aac2b835c7.jpg
Ariel Dorfman
(Buenos Aires, 6 mei 1942)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Erich Fried werd geboren op 6 mei 1921 in Wenen. Zie ook mijn blog van 6 mei 2007 en ook mijn blog van 6 mei 2008 en ook mijn blog van 6 mei 2009 en ook mijn blog van 6 mei 2010

 

 

Aber die Lauen

 

Die da eintreten
für Kriege
ohne Greuel
für Hinrichtungen
ohne Grausamkeiten
für Verurteilungen
ohne Hinrichtung
für Strafvollzug
ohne Schläge
für Verhöre
ohne Folter
für Folter
ohne bleibende Schädigungen
für Ausbeutung
ohne zumutbare Härten
sollen gesegnet sein
ohne Segen
oder sollen verflucht sein
ohne Fluch.

 

 

 

Als ich mich nach dir verzehrte

 

Ich liege auf dem Rücken

und mir zugleich am Herzen

im Magen und mit mir selbst in den Haaren

 

Ich muss mich also zuerst gefressen haben

mit Herz und Haaren um jetzt

im Magen liegen zu können

 

Tatsächlich fand ich unter meinen Nachrufen einen

in dem es heißt: "Er verzehrte sich

angesichts unserer Welt"

 

Daraus erhellt dass unsere Welt dabei war

und als Augenzeugin die Verzehrung bestätigen kann

 

Nun wüsste ich gerne wessen Inhalt mein Magen

j e t z t ist wenn i c h dessen Inhalt er war

jetzt s e i n Inhalt bin

 

Wenn ich mich n a c h dir verzehre

heißt das ich habe zuerst als Hauptgericht

d i c h verzehrt und m i c h dann als Nachtisch

oder warst d u die Suppe und i c h

bin das Fleisch



 

 908018-1bbcf1e5bd86a45bca3d125f1adb8574.jpg

Erich Fried (6 mei 1921 – 22 november 1988)

 

 

 

 

De Japanse schrijver Yasushi Inoue werd geboren op 6 mei 1907 in Asahikawa. Zie ook mijn blog van 6 mei 2007 en ook mijn blog van 6 mei 2009 en ook mijn blog van 6 mei 2010

 

Uit: Der Tod des Teemeisters (Vertaald door Ursula Gräfe)

 

»He, Ihr da, vom Tempel Mii-dera! He, Mii-dera!« rief mir jemand nach.

Ich beschloß zu tun, als hätte ich nichts gehçrt, und ging einfach weiter. Der Mann hatte zwar ganz deutlich den Namen meines Tempels Mii-dera gerufen, aber meinen schien er vergessen zu haben. Als er abermals rief, beschleunigte ich meine Schritte.

Erstaunlicherweise schritt der Rufer ungeachtet seiner altersbrüchigen Stimme so zügig aus, daß er mich binnen kurzem eingeholt hatte.

»Ihr seid doch Bruder Honkaku vom Mii-dera?«

Nun gab es kein Entrinnen mehr. Ich blieb stehen und erkannte Herrn Toyobo, den ich seit sechs Jahren nicht gesehen hatte. Ein starkes Gefühl von Wehmut ergriff mich. Er muß inzwischen dreiundachtzig sein, aber man sieht ihm sein Alter nicht an. Er ist noch ganz der alte Toyobo und hat sich seit den Tagen Meister Rikyus überhaupt nicht verändert.

»Kommt mit!«

Dieser Aufforderung konnte ich nicht widerstehen.

Ich hatte mir nach all den Jahren, in denen ich nicht dort war, ohnehin wieder einmal das bunte Herbstlaub im Tempel Shinnyodo ansehen wollen und war gerade dabei gewesen, durch das Haupttor zu schlendern.

Es war um die Stunde des Widders*, als ich in seinem Teezimmer Platz nahm, und ich blieb, bis die Pflanzen im Garten schon mit der Dunkelheit verschmolzen. Es war so angenehm dort, daß ich die Zeit vergaß und der Nachmittag mir wie im Fluge verging. Ich bin schon einmal in diesem Raum gewesen. Als Meister Rikyu noch lebte, ging ich ihm dort bei einer Teezeremonie zur Hand.”

 

 

 908018-f0609ec3c491f84e67a1cb05b9dcdfdd.jpg

Yasushi Inoue (6 mei 1907 – 29 januari 1991)

Yasushi Inoue Museum in Nagaizumi



Zie voor nog meer schrijvers van de 6e mei ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:33 Reageer op dit bericht

Harry Martinson, Carl Ludwig Börne, Christian Morgenstern, Ferdinand Sauter, Eugène Labiche

De Zweedse dichter en schrijver Harry Martinson werd geboren op 6 mei 1904 in Jämshög in het zuidoosten van Zweden. Zie ook mijn blog van 6 mei 2007 en ook mijn blog van 6 mei 2008 en ook mijn blog van 6 mei 2009 en ook mijn blog van 6 mei 2010

 

 

The great trouble

 

Nature's laws are already on the way
to stand us all against the wall.
That wall is law's own nature.
It is missing an evangel.
That great trouble all of us must share.
Then it will be possible to bear.
The great trouble is to take great trouble.
That is what all of us must learn.

 

Amid all shoulds and should have beens
there is one must for all.
All must learn to take great trouble with the world.

 

Now that man has gotten power enough
to bring about the trouble of the world
the time is now
to heal the trouble of the world in time
before all nature has become
everybody's troubled child.

 

This is called taking trouble in time.
True trouble
which sees in time to what it sees.

 



Vertaald door
Stephen Klass en Carolyn Skantz


 

 

 908016-b91c183abd5de89dab5b5bd08fd5f657.jpg

Harry Martinson (6 mei 1904 – 11 februari 1978)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver,  journalist en criticus Carl Ludwig Börne werd in Frankfurt geboren als Juda Löb Baruch op 6 mei 1786. Zie ook mijn blog van 6 mei 2009 en ook mijn blog van 6 mei 2010

 

Uit: Aus meinem Tagebuch

 

„Du närrisches weißes Buch, ich dachte nicht, dich je wieder zu sehen. Da bin ich, und jetzt plaudere ich wieder mit dir von alten und von neuen Sachen, und du hörst mich geduldig an und gibst mir recht wie immer.

Krank sein, gefangen und gefesselt schmachten und alles geduldig ertragen, bis der Tyrann müde geworden! Nein. Ein Mann von Ehre sollte sich schämen, krank zu sein länger als vier Wochen. Ich war es länger als ein Jahr. Wie lieben wir das Leben, das uns doch so wenig liebt und das wie ein gezähmtes wildes Tier seinen Herrn vergißt und hinausspringt ins Freie, sobald es den Käfig offen findet.

Und was gewinnt man dabei? Späte Leiden erfrischen die Seele nicht mehr. Es ist kein Gewitter, das den Durst der jugendglühenden Natur löscht – es ist der Herbstwind, der herabjagt, was noch grün an den Bäumen war; alles raschelt und ächzt wie die Brust eines Sterbenden, und die welke Erinnerung wird im Sturme zerstreut.

Einst in schönern Jahren ... ich hatte mich einer Rose genaht und mich tief verwundet an ihren Dornen – da rettete eine Krankheit meine Seele. Und als ich aufstand, war auch die Natur genesen. Weggeschmolzen war der Schnee, mein Schmerz und der Zorn. Ich hatte alles vergeben, alles vergessen. Meine Brust war offen, wie die Säulenhalle eines Tempels, und der Frühling lustwandelte in mir, wie ich in ihm. Und jetzt! die Genesung und der Frühling haben sich wieder begegnet; aber es ist ganz anders. Ich bin nur etwas munterer geworden, weil ich ein verdrüßliches Geschäft beendigt.“

 

 

908016-b13a5fe673cc08d8dd7c0078eca99320.jpg
Ludwig Börne (6 mei 1786 – 12 februari 1837)

Portret door Moritz Oppenheim, 1827

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Christian Morgenstern werd geboren in München op 6 mei 1871. Zie ook mijn blog van 6 mei 2007 en ook mijn blog van 6 mei 2008. en ook mijn blog van 6 mei 2009 en ook mijn blog van 6 mei 2010

 

 

An die Wolken

 

Und immer wieder,  
wenn ich mich müde gesehn,
an der Menschen Gesichtern, 
so vielen Spiegeln
unendlicher Torheit, 
hob ich das Aug
über die Häuser und Bäume
empor zu euch,  
ihr ewigen Gedanken des
Himmels.

 

Und eure Größe und Freiheit
erlöste mich immer wieder, 
und ich dachte mit euch 
über Länder und Meere hinweg
und hing mit euch  
überm Abgrund Unendlichkeit
und zerging zuletzt
wie Dunst, 
wenn ich ohn´ Maßen
den Samen der Sterne
fliegen sah
über die Acker
der unergründlichen Tiefen. 

 

 

908016-cae7e95913304a239c896f0b192eb655.jpg
Christian Morgenstern (6 mei 1871 – 31 maart 1914)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter Ferdinand Sauter werd geboren op 6 mei 1804 in Wenen. Zie ook mijn blog van 6 mei 2007 en ook mijn blog van 6 mei 2009 en ook mijn blog van 6 mei 2010

 

 

Am Blumenbeet

 

Blüht und duftet holde Kinder,
Aus dem lockern Gartengrund;
Dünkt mich doch das Weh' gelinder,
Das mir preßt die Seele wund.

 

Trinkt den Thau; nicht will ich brechen,
Was so schön emporgeblüht,
Nicht an euch das Leben rächen,
Wie gebrochen mein Gemüth.

 

Weiß ich doch, ihr müßt euch neigen
Vor dem Mittagstrahl des Lichts;
Blüht nur fort, und laßt mich schweigen,
Denn ihr wißt vom Sterben nichts!

 

 

 908016-2a2fc14bf932393a498ab35acd25baea.jpg

Ferdinand Sauter (6 mei 1804 – 30 oktober 1854)

Wenen

 

 

 

 

De Franse (blijspel)schrijver Eugène Marin Labiche werd geboren op 6 mei 1815 in Parijs. Zie ook mijn blog van 6 mei 2009 en ook mijn blog van 6 mei 2010

 

Uit: J'ai compromis ma femme

 

„Au lever du rideau, madame Désaubrais et Henriette sont assises à gauche, près d’une table. Madame Désaubrais fait de la tapisserie, et Henriette attache des rubans à son chapeau de paille. Hector est debout près du piano et feuillette un album; Galinois, assis, lit le journal.

MADAME DÉSAUBRAIS, à Galinois. — Est-ce tout, monsieur?

GALINOIS. — Absolument tout, madame... Ah! non, il y a encore la dernière page, la liste des voyageurs arrivés cette semaine à Bagnères.

HENRIETTE. — Y sommes-nous, monsieur?

GALINOIS. — En tête, mademoiselle.

HENRIETTE, bas à madame Désaubrais. — Mademoiselle!... Si mon mari l’entendait!

HECTOR, à part, regardant Henriette. — Comme elle est jolie sans chapeau!

GALINOIS, lisant. — «Madame Désaubrais et sa nièce, de Paris...»

MADAME DÉSAUBRAIS. — C’est bien cela.

HECTOR. — Et moi, monsieur?

GALINOIS. — Vous y êtes aussi, jeune homme. (Lisant.) «M. Hector Marbeuf... de Paris.»

HECTOR. — Comment, Marbeuf? Ils n’ont pas mis de?

GALINOIS. — Si, ils ont mis: «de Paris.»

HECTOR. — Non; ils n’ont pas mis: «de Marbeuf»?

GALINOIS. — Non, ils ont économisé la particule.

HECTOR. — Ca ne m’étonne pas... J’ai des ennemis dans la presse... mais je réclamerai.

GALINOIS. — Tiens! ils m’ont estropié aussi. (Lisant.) «M. Gatinois, ancien notaire.» (Parlé.) Je m’appelle Galinois... mais je ne réclamerai pas.“

 

 

 

 908016-4ffb74fd962db6c16c8b8ca729e79b7c.jpg

Eugène Labiche (6 mei 1815 – 22 januari 1888)

Buste in Souvigny-en-Sologne

Geschreven door Romenu om 19:26 Reageer op dit bericht

Júlio César de Mello e Souza, Gaston Leroux, Marie-Aude Murail, Erik Bindervoet, Paul Alverdes

De Braziliaanse schrijver Júlio César de Mello e Souza werd geboren op 6 mei 1895 in Rio de Janeiro. Zie ook mijn blog van 6 mei 2009 en ook mijn blog van 6 mei 2010

 

Uit: Beremís' Welt (Vertaald door Elfriede Kirchner)

 

„Dem zweiten Erben, sagte er: "Dir, Hammed Namir, stand ein Drittel der 35, nämlich etwas über elf Kamele zu. Statt dessen bekommst du zwölf; dagegen kannst du keinen Einspruch erheben, weil auch du dabei einen sichtbaren Gewinn gemacht hast." Dem jüngsten der drei Brüder sagte er schließlich:
"Und du, Jüngling Harim Namir, dem letzten Willen deines Vaters gemäß solltest du ein Neuntel von 35 bekommen, etwas über drei also. Nun wirst du aber ein Neuntel der 36, nämlich vier Kamele erhalten. Dein Gewinn ist ebenso überzeugend! Für solch ein Ergebnis kannst du dich bei mir nur bedanken!" Darauf schloss Beremis in seiner bedächtigen und sicheren Art: "Gemäß dieser vorteilhaften Aufteilung der Kamele unter die Brüder Namir, die jedem der drei einen Gewinn eingebracht hat, sind achtzehn Kamele dem Ersten, zwölf dem Zweiten und vier dem Dritten zugeteilt worden, was 18 + 12 + 4 = 34 Kamele ergibt. Von den 36 bleiben also zwei übrig. Eines davon, wie ihr wohl wisst, gehört dem Bagdali, meinem Freund und Gefährten; das andere gehört billigerweise mir, weil ich euer Problem mit der Erbschaft zur allgemeinen Zufriedenheit gelöst habe."

 

 

908015-2bf396969a1da426dd9ff6fc9e6d85c0.jpg
Júlio César de Mello e Souza (6 mei 1895 – 18 juni 1974)

 

 

 


De Franse schrijver
Gaston Leroux werd geboren op 6 mei 1868 in Parijs. Zie ook mijn blog van 6 mei 2007 en ook mijn blog van 6 mei 2010

 

Uit: Le fantôme de l'Opéra

 

„Est-ce le fantôme ?

Ce soir-là, qui était celui où MM. Debienne et Poligny, les directeurs démissionnaires de l’Opéra, donnaient leur dernière soirée de gala, à l’occasion de leur départ, la loge de la Sorelli, un des premiers sujets de la danse, était subitement envahie par une demi-douzaine de ces demoiselles du corps de ballet qui remontaient de scène après avoir « dansé » Polyeucte. Elles s’y précipitèrent dans une grande confusion, les unes faisant entendre des rires excessifs et peu naturels, et les autres des cris de terreur.

La Sorelli, qui désirait être seule un instant pour « repasser » le compliment qu’elle devait prononcer tout à l’heure au foyer devant MM. Debienne et Poligny, avait vu avec méchante humeur toute cette foule étourdie se ruer derrière elle. Elle se retourna vers ses camarades et s’inquiéta d’un aussi tumultueux émoi. Ce fut la petite Jammes, –le nez cher à Grévin, des yeux de myosotis, des joues de roses, une gorge de lis, – qui en donna la raison en trois mots, d’une voix tremblante qu’étouffait l’angoisse :

« C’est le fantôme ! »

Et elle ferma la porte à clef. La loge de la Sorelli était d’une élégance officielle et banale. Une psyché, un divan, une toilette et des armoires en formaient le mobilier nécessaire. Quelques gravures sur les murs, souvenirs de la mère, qui avait connu les beaux jours de l’ancien Opéra de la rue Le Peletier.“

 

 

 908015-61c0011de25b79806e7abd83a2d528be.jpg

Gaston Leroux (6 mei 1868 – 15 april 1927)

 

 

 

 

De Franse schrijfster Marie-Aude Murail werd geboren op 6 mei 1954 in Le Havre. Zie ook mijn blog van 6 mei 2007 en ook mijn blog van 6 mei 2010

 

Uit: Jésus comme un roman

 

“Le lendemain, il y avait tant de monde dans les rues menant au Temple et les gens nous interpellaient si souvent que nous nous arrêtâmes un moment.

Nous en profitâmes, Philippe et moi[1][1], pour acheter des galettes. J’avais juste payé le marchand quand je vis s’avancer vers nous une troupe d’hommes très bruyants. Je portai la main à mon épée. J’étais toujours sur le qui-vive. Ces hommes poussaient entre eux une femme à demi nue et les cheveux flottants. Elle avait été blessée, peut-être par une pierre, car du sang coulait de sa tempe.

-  Que lui voulez-vous ? demandai-je à un homme qui tenait un bâton.

-  Tu es Galiléen ? me dit-il en reconnaissant mon accent. Tu dois savoir qui est ce Jésus dont on parle. Montre-le moi.

Je gardais la main à l’épée, de plus en plus méfiant. Mais Jésus s’approchait déjà.

-  Quel mal a fait cette femme ? demanda-t-il .

-  On l’a surprise avec son amant, répondit un des hommes qui était peut-être le mari. Lui, il s’est enfui. Mais elle, on la tient !

Avec brutalité, il attrapa la femme par le bras et la poussa devant notre Maître.

-  Moïse a dit qu’il faut tuer les femmes infidèles à coups de pierre ! s’écria-t-il. Toi, rabbi, que dis-tu ?

-  Je regardai les gens massés autour de nous. Si Jésus pardonnait, ils seraient indignés.”

 

 

 

 908015-52bc167d7013d06c646a30e00a1f8fea.jpg

Marie-Aude Murail (Le Havre, 6 mei 1954)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Nederlandse dichter, schilder en vertaler Erik Bindervoet werd geboren in het jaar 1962 in Oostzaan. Zie ook mijn blog van 6 mei 2009 en ook mijn blog van 6 mei 2010

 

 

Buik

 

Toen ik vanmiddag je buik had geaaid
Een beetje onnadenkend, liep meteen
Een koud ontroerde rilling door me heen.
De tijd werd vastgezet, toen teruggedraaid,

Gestopt op dat moment, de eerste keer
Dat ik je buik ooit zien of voelen mocht,
De vrijgevochten zachtheid die ik zocht,
Verlangend steeds naar alsmaar meer en meer.

Toch leek het tegelijk wel voor het laatst,
Alsof bevroren tijd werd teruggekaatst,
Een boemerang van eigen makelij,

Die zwaaiend door het blote luchtruim klieft,
Koala's kelend, schijnbaar smoorverliefd,
En ondertussen vliegt hij ons voorbij.

 

 

 

 908015-84c6cc6d28782e1f9c825fa32897d602.jpg

Erik Bindervoet (Oostzaan, 1962)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Paul Alverdes werd geboren op 6 mei 1897 in Straatsburg. Zie ook mijn blog van 6 mei 2009.

 

Uit: Tagebuch

 

“Am 31. Dezember 1941
Wetterumschlag, Schneetreiben. Null Grad. Abends Eugen Roth und Frau, Braun und Frau, Britting.
Gemeinschaftsessen, da bei schwindenden unersetzbaren Vorräten jeder Gast etwas mitbringen mußte. Gedrückte, trübselige Stimmung, die Gedanken quälen sich bei jedermann um das Zukünftige, das finster droht. Die verworrene hilflose Neujahrsbotschaft kein Trost, eher tiefer besorgter herabstimmend.
1.1.1942
[...] ich müßte blödsinnig sein und von allen guten Geistern verlassen, wenn mich das Lesen dieser Neujahrsbotschaft, dieses unklare, hilflose Gestammel, dieses platte  Pöbeldeutsch nicht vor dem Abgrund schaudern machte, der sich da auftut, wo dieser Mann [Hitler] steht, - ist das auf der Bank gesessen, wo die Feinde Deutsch-lands und die Spötter sitzen?[...]”

 

  

908015-41032aa7f0a11daa24fd0425a3106b93.jpg
Paul Alverdes (6 mei 1897 – 28 februari 1979)

Geschreven door Romenu om 19:18 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten