Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 22 juni 2011 tot 23 juni 2011

Pascal Mercier, David Leavitt, Jean Anouilh, Anna Achmatova, Richard Bach

De Zwitserse schrijver en filosoof Pascal Mercier (eig. Peter Bieri) werd geboren op 23 juni 1944 in Bern. Zie ook mijn blog van 23 juni 2007 en ook mijn blog van 23 juni 2008 en ook mijn blog van 23 juni 2009 en ook mijn blog van 23 juni 2010.

 

Uit: Nachttrein naar Lissabon (Vertaald door Gerda Meijerink)

 

“De dag in het leven van Raimund Gregorius, na welke niets meer zo zou zijn als voordien, begon zoals talloze andere dagen. Hij kwam om kwart voor acht van de Staatsstraat en ging de Kerkveldbrug op, die van de stadskern naar het Gymnasium leidt. Dat deed hij elke schoolgaande werkdag, en het was altijd kwart voor acht. Toen de brug eens versperd was, beging hij de eropvolgende Griekse les een vergissing. Dat was nog nooit voorgekomen, en het kwam daarna ook nooit meer voor. De hele school sprak dagenlang over deze fout. Hoe langer de discussie erover duurde, hoe talrijker diegenen, die hem aan een begripsverwarring toedichtten. Uiteindelijk kreeg deze overtuiging ook bij scholieren, die erbij waren geweest, de overhand. Het was eenvoudigweg niet denkbaar, dat Mundus, zoals iedereen hem noemde, in Grieks, Latijns of Hebreeuws een fout maakte.”

(...)

 

‘Ik woon nu in mijzelf als in een rijdende trein. Ik ben niet vrijwillig ingestapt, had geen keus en weet niet waar we heen gaan...Ik kan de spoorbaan en de richting niet veranderen. Ik bepaal niet het tempo. Ik zie de locomotief niet en weet ook niet of de machinist te vertrouwen is...Wat kan ik doen tijdens de reis? De coupé opruimen. De dingen vastzetten, zodat ze niet meer rammelen...De reis duurt lang. Er zijn dagen waarop ik hoop dat de reis eindeloos zal zijn. Dat zijn zeldzame, kostbare dagen. Er zijn andere dagen waarop ik blij ben met de wetenschap dat er een laatste tunnel zal zijn waarin de trein voor altijd tot stilstand komt.’

 

 

938811-f968d6f897ee54e2ee1d3a7b4ab0d570.jpg
Pascal Mercier (Bern, 23 juni 1944)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver David Leavitt werd geboren in Pittsburgh op 23 juni 1961. Zie ook mijn blog van 23 juni 2007 en ook mijn blog van 23 juni 2008 en ook mijn blog van 23 juni 2009 en ook mijn blog van 23 juni 2010.
 

Uit: In de Maremma : leven en wonen in Zuid-Toscane (samen met Mark Mitchell)

 

“Het nuttigste dat je kunt leren als je in Italië woont is hoe je je moet vervelen.
Verveling hoort bij het leven in Europa, en zelfs in Parijs hoor je weleens zeggen: ‘We hebben gevreeën omdat we ons verveelden, en het vrijen verveelde ons ook.’ Maar Italië spant wat verveling betreft wel de kroon van alle Europese landen: verveling is hier als de brandnetel tussen de laurierstruiken.
Zondag is in de stad altijd een vervelende dag omdat de winkels dan dicht zijn (hoewel dat
poco a poco aan het veranderen is). De zomer is vervelend omdat de bioscopen dan allemaal dicht zijn (op een warme middag in het donker van een ijskoude megabioscoop zitten is een genoegen dat ze hier niet kennen), en gedurende minimaal een maand (augustus) is alles hier gesloten. (Echt, het is net een maand vol zondagen.) Hoe vervelend de vaste gang van zaken na het avondeten kan zijn, drong goed tot ons door toen we in Rome een keer in de zomer een reclame zagen: hierin werd een dramatisch alternatief voor het ritueel van eten, wandelen en ijs (cena, passeggiata en gelato) voorgesteld: cena, passeggiata en grattacheccha (schaafijs met limonadesiroop). In januari of februari gaan de Italianen altijd voor hun verplichte ‘witte week’ (settimana bianca) naar de Dolomieten of de Italiaanse Alpen. Kerst breng je altijd door met familie (i tuoi) en Pasen met wie je maar wilt (chi vuoi
). In Rome eet je op donderdag gnocchi en op vrijdag vis. In heel Italië kun je tijdens de carnavalsdagen heerlijke zoete gefrituurde deegwaren krijgen, maar dan ook alléén tijdens de carnavalsdagen. Kortom, dat het Italiaanse leven zo’n grote verveling kent komt niet zozeer door de rituelen als door de vaste gewoontes.
En toch ga je hier van die verveling houden en die zelfs cultiveren; om er niet rusteloos en gefrustreerd door te raken. Als je je kapot verveelt komt dat alleen maar omdat je geen initiatief ontplooit, omdat je je eigen mogelijkheden niet aanspreekt.”

 

 

938811-c6bfb2fd06e8b08380b866fbdaee4a12.jpg
David Leavitt (Pittsburgh, 23 juni 1961)

 

 

 


De Franse (toneel)schrijver
Jean Anouilh werd geboren in Bordeaux op 23 juni 1910. Zie ook mijn blog van 23 juni 2007 en ook mijn blog van 23 juni 2008 en ook mijn blog van 23 juni 2009 en ook mijn blog van 23 juni 2010.
 

 

La cigale

 

« La cigale ayant chanté

Tout l’été,

Dans maints casinos, maintes boîtes

Se trouva fort bien pourvue

Quand la bise fut venue.

Elle en avait à gauche, elle en avait à droite,

Dans plusieurs établissements.

Restait à assurer un fécond placement.

Elle alla trouver un renard,

Spécialisé dans les prêts hypothécaires

Qui, la voyant entrer l’œil noyé sous le fard,

Tout enfantine et minaudière,

Crut qu’il tenait la bonne affaire.

« Madame, lui dit-il, j’ai le plus grand respect

Pour votre art et pour les artistes.

L’argent, hélas ! n’est qu’un aspect

Bien trivial, je dirais bien triste,

Si nous n’en avions tous besoin,

De la condition humaine.

L’argent réclame des soins.

 Il ne doit pourtant pas devenir une gêne.

À d’autres qui n’ont pas vos dons de poésie

Vous qui planez, laissez, laissez le rôle ingrat

De gérer vos économies,

À trop de bas calculs votre art s’étiolera.

Vous perdriez votre génie.

Signez donc ce petit blanc-seing

Et ne vous occupez de rien. »

Souriant avec bonhomie,

« Croyez, Madame, ajouta-t-il, je voudrais, moi,

Pouvoir, tout comme vous, ne sacrifier qu’aux muses ! »

Il tendait son papier. « Je crois que l’on s’amuse »,

Lui dit la cigale, l’œil froid.

Le renard, tout sucre et tout miel,

Vit un regard d’acier briller sous le rimmel.

« Si j’ai frappé à votre porte,

Sachant le taux exorbitant que vous prenez,

C’est que j’entends que la chose rapporte.

Je sais votre taux d’intérêt.

C’est le mien. Vous l’augmenterez

Légèrement, pour trouver votre bénéfice.

J’entends que mon tas d’or grossisse.

J’ai un serpent pour avocat.

Il passera demain discuter du contrat. »

L’œil perdu, ayant vérifié son fard,

Drapée avec élégance

Dans une cape de renard

(Que le renard feignit de ne pas avoir vue),

Elle précisa en sortant :

« Je veux que vous prêtiez aux pauvres seulement... »

(Ce dernier trait rendit au renard l’espérance.)

« Oui, conclut la cigale au sourire charmant,

On dit qu’en cas de non-paiement

D’une ou l’autre des échéances,

C’est eux dont on vend tout le plus facilement. »

Maître Renard qui se croyait cynique

S’inclina. Mais depuis, il apprend la musique.

 

 

 

 938811-b1075772323223269b49448f0f6a371b.jpg

Jean Anouilh (23 juni 1910 – 3 oktober 1987)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Richard Bach werd geboren in Oak Park, Illinois op 23 juni 1936. Zie ook mijn blog van 23 juni 2007 en ook mijn blog van 23 juni 2009 en ook mijn blog van 23 juni 2010.

 

Uit: The Bridge Across Forever

 

““It’s exciting, at first. You think at first that you’re different, that you have something special to offer, and that can even be true. Then you remember you’re the same person you’ve always been; the only change is that suddenly your picture is every­where and columns are being written about who you are and what you’ve said and where you’re going next and people are stopping to look at you. And you’re a celebrity. More accurately, you’re a curiosity. And you say to yourself, I don’t deserve all this attention!”
She thought carefully. “It isn’t you that matters to people when they turn you into a celebrity. It’s something else. It’s what you stand for, to them.”
There’s a ripple of excitement when a conversation turns valuable to us, the feel of new powers growing fast. Listen care­fully, Richard, she’s right!
“Other people think they know what you are: glamour, sex, money, power, love. It may be a press agent’s dream which has nothing to do with you, maybe it’s something you don’t even like, but that’s what they think you are. People rush at you from all sides, they think they’re going to get these things if they touch you. It’s scary, so you build walls around yourself, thick glass walls while you’re trying to think, trying to catch your breath. You know who you are inside, but people outside see something different. You can choose to become the image, and let go of who you are, or continue as you are and feel phony when you play the image.”

 

 

938811-8ca1f356be931f9af65a4f13c2aa7c49.jpg
Richard Bach (Oak Park, 23 juni 1936)

Hier met mentalist en schilder Uri Geller (rechts) 

 

 

 


De Russische dichteres
Anna Achmatova werd geboren in Bolshoi Fontan bij Odessa, 23 juni 1889. Zie ook mijn blog van 23 juni 2010 en eveneens alle tags voor Anna Achmatova op dit blog.

 

 

Tweede lied

 

Hoe scheen daar en zong
Het wonder van onze ontmoeting.
Ik wilde in de tijd blijven staan
En niet meer weggaan daarvandaan.
Bitter en zoet was voor mij
Geluk in plaats van plicht,
Ik heb lang gepraat
Met wie ik niet mocht praten.
Laat hartstochten, de minnaars verstikken,
Een antwoord verlangend.
Wij echter, liefste, zijn slechts zielen
Tegen de rand van het bestaan.

 

 

Vertaald door Hans Boland

 

 

 

Hoe galmend en steil zijn de bruggen

 

Hoe galmend en steil zijn de bruggen,

Wat zijn deze pleinen hier breed!

En boven ons, somber en rustig,

Spreidt 't sterloze duister zijn kleed.

 

Twee sterflijke mensen, zo gaan we

Door 't sneeuwdek, nog maagdelijk rein.

En is het geen wonder hier samen

Op 't uur voor ons scheiden te zijn?

 

Opeens heb ik knikkende knieën,

Mijn adem lijkt moeizaam te gaan ...

Jij -zonlicht van mijn poëzieën,

Jij -zegening van mijn bestaan.

 

Dan deinen de donkere daken,

Ik val met een plofweer omlaag,

Het is niet zo erg te ontwaken

Voor mij in mijn dorpstuin vandaag.

 

 

10 maart 1917, Petersburg

 

 

 

't Allereerste straaltje licht - Gods zegen

 

't Allereerste straaltje licht - Gods zegen -

Gleed 't voorhoofd van mijn lief dat sliep,

En de dromer werd een beetje bleker,

Maar zijn slaap was daarna eens zo diep

 

't Licht dat uit de hemel kwam gegleden

Leek welhaast een kus ... zo teder, warm

Streek ik met lippen lang geleden

Langs zijn lieve mond, zijn bruine arm…

 

Maar vandaag, nu ik nog lichaamlozer,

Troostelozer dan de doden dwaal,

Kom ik slechts als lied naar hem gevlogen,

Streel ik als een vroege zonnestraal

 

 

Vertaald door M. Berg en M. Wiebes

 

 

 

 938811-82aaf5bee91111c93ef83cee9583ed0d.jpg

Anna Achmatova (23 juni 1889 - 5 maart 1966)

Portret door Koezma Petrov-Votkin

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 23e juni ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:11 Reageer op dit bericht

Cornelia Schmerle, Urs Jaeggi, Wolfgang Koeppen, Robert C. Hunter, Philip Weiss

De Duitse dichteres Cornelia Schmerle werd geboren op 23 juni 1973 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 23 juni 2010.

 

 

Aufenthalte

 

»Wenn du abends kommst und mich besuchst,

bring mir immer einen Strang Seide mit.

Ich werde daraus ein Seil flechten.

Wenn es fertig ist, klettern wir beide

daran herunter und fliehen.«

 

aus Rapunzel

 

 

I

 

Hin und wieder gerät Madrid in die Klaue des Tigers;

du zählst es aus, verlangst mich dazu,

mein Beistehen in dieser grauenvollen Stunde

deiner Wolllust, eine Stadt dem Boden gleich zu machen.

 

Es sind die Seminare deines kühlen Kopfes,

von denen ich wenig halte; halten aber muss

in den Puppengelenken, die von vorsichtigen Händen

in einer einzigen Nacht nur gemacht sind,

 

ich weiß es – ich bezahle unser Heim, die Luft,

an der wir gedeihen und verderben: grün, blau und

rot bei Licht; bei Projektur der Tage, die – das glaube mir –

nicht zu zerstören ist, so einfach wie dein Wild.

 

 

II

 

Du brauchst den Anhaltspunkt, dieses:

Halt an! Hier!

Und ich –

vielleicht schwebe oder schwimme ich

dir zu und fort und wieder hin;

das Rückenmark aus Zitrone,

die Essenz einer nicht verdauten Oblate.

 

Mein schwierigstes Unterfangen:

zu bergen, was ich liebe.

Ich beginne mit den Berührungen

an dir, an mir, an den plötzlichen Schnittstellen,

die ausfahrn aus beleidigtem Himmel,

Aufmerksamkeit reißen, natürlich –

das Kindlein ist ausgerückt,

 

entrückt, verrückt mehr als die geschworne Sekunde;

mein Beileid, den neu entdeckten Leberflecken

auf Haut und Wort, dem Kanon

der Naturen, die sich nicht erklärn;

der Ertrag des Zauberhaften

liegt wie mein Kopf schon ungehalten

hier im Korb vor dir, ein Bukett des Ganzen.

 

 

 938806-88449716e65e9a540f152a9c1de824aa.jpg

Cornelia Schmerle (Berlijn, 23 juni 1973)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en essayist Wolfgang Arthur Reinhold Koeppen (eig. Köppen) werd geboren op 23 juni 1906 in Greifswald. Zie ook mijn blog van 23 juni 2007 en mijn blog van 23 juni 2008 en ook mijn blog van 23 juni 2009.

 

Uit: Amerikafahrt und andere Reisen in die Neue Welt

 

„Die Kasernen der geimpften Kreuzritter auf Europas Boden, der erneuerte Limes am Rhein, Raketenrampen im schwarzen Revier, Versorgungsbasen bei der hohen Schule von Salamanca, Bulldozer, Planierungsmaschinen, Höhlenbohrer, Verstecke für die Angst, Unterstände für die Torheit, die alten Weinberge den Göttern und den Heiligen und dem Umsatz geweiht, das deutsche Vorfeld, die germanische Mitte, des Erdteils gebrochenes Herz, Maginots wiedererstandene Illusionen, die Kolonien der Feldoffiziere und Sergeanten mit dem Indianergesicht, Nachbarschaft und Isolierung, die Main Street mitgebracht, die Kirchen aus dem Koffer gepackt und die Jagdflugplätze für den Sturm, den Sand und das Vergessen gebaut am Freienreichs- stadtrand, die Schulbusse der selbstbewußten Kinder mit den Sicherungssprüchen der schon in die Wiege gelegten Zukunft, Weltherrschaftsaspiranten schüchtern und laut in der Altheidelbergschau, das Gentlemandasein der Whiskyreklame bei deutschem Flaschenbier, mitgereist die Einsamkeit der Prärie, mitgereist die heiße und kalte Luft der Nevadawüste, unvergessen im Getto der Herkunft der gute und böse Wind Chicagos, Automaten der Liebe und Automaten des Gesanges für den Traum des Nichtalleinseins,

Viersternegenerale auf den Elyseeischen Feldern, Funksprüche aus dem Pentagon, die Banner des Atlantikpaktes im freundlichen Wald von Marly-le-Roi, tot die christlichen Könige, magistral die Ansprachen des Präsidenten im Weißen Haus, urbi et orbi, Reden zum Schornstein hinaus, zur

Nachrichtenstunde des Rundfunks verbreitete Furcht und Hoffnung, das gute Geld des Marshallplans, der feste Dollar für die unterentwickelten Gebiete, der Scheck für die Freiheit, der Scheck gegen den Hunger, der Scheck für das Öl, die Milliarden für die Forschungen von Peenemünde, der Rauch für den Mond, die stars and stripes über den  Konsulaten und Bibliotheken des american way of life, auf

den abendlichen Leinwänden jedem Dorfjungen vertraut die Lichterschlucht des Broadway, Californiens sonnenblanke Straßen, das Familiengebet vor dem geöffneten Schrein des Kühlschranks, die chromstrahlende Manneskraft der Pferdestärken, die Busen und Beine der handelfördernden Schönheitsköniginnen, entzückte Augen, gezückte Pistolen, der große Krieg von Wildwest und die

große Schlacht in den Dschungeln der Städte, Gestalten aus Kleinbürgersehnsüchten und Unerwachsensein und Triumphe im Lebenskampf, Siege in den Wissenschaften, doch auch die irren Lichter O’Neills, die Durchleuchtungen Tennessee Williams’, Faulkners Genie, die Heldensage von

Little Rock, das fruchtbare Unbehagen der Reklameagenten, und dann die Plakate der Luftfahrtgesellschaften, im Sesselschlaf über den Atlantik, du bist schon angekommen, bevor du abgeflogen, so vieler Verführung ist nicht zu widerstehen, doch auch heute noch sollte man zur ersten Pilgerfahrt nach dem Amerika-du-hast-es-besser die Neue Welt zu Schiff ansteuern, von Wellen getragen, wie der wahrlich bewundernswerte Kolumbus, und nicht durch die Luft gerissen, wie der vom Reisebüro verfrachtete Zeitgenosse, begreift man erst wieder, daß wirklich ein Ozean die

Kontinente trennt, während der Reisende des fliegenden Schaumgummisitzes allzu geneigt ist, New York für einen Vorort von Berlin oder Paris, aber London, Frankfurt, den Flughafen Wahn und was drum herum liegt für Trabantenstädte Manhattans zu halten.

 

 

 

 938806-4f1b80edd2bbae44c42494616b808f05.jpg

Wolfgang Koeppen (23 juni 1906 – 15 maart 1996)

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver, kunstenaar en socioloog Urs Jaeggi werd geboren op 23 juni 1931 in Solothurn. Zie ook mijn blog van 23 juni 2007 en mijn blog van 23 juni 2008 en ook mijn blog van 23 juni 2009.

 

Uit: Wie wir

 

«Als Kind habe ich die schlaflosen Stunden vor dem In-die-Schule-gehenmüssen schätzen gelernt. Dabei ist es geblieben. Ob ich reglos in einem Bett verharre und manchmal am ganzen Körper brenne, oder ob ich, wenn die Spätheimkehrer verschwunden sind, irgendwo auf einer Strasse herumstreune wenn die Müllabfuhr und die Frühlieferanten noch nicht die Stille brechen. Ich kann, wenn ich es will, ganz leicht über die Wirklichkeit oder das, was so genannt wird, hinweg springen. Ich begehre den kommenden Tag und liebe die Restnacht, die ihren schlechten Atem verloren hat. Vergessen die Unentschiedenheit. Die Nacht hat in diesen Stunden nur sich selbst.»

 

 

 938806-f954ec6fa45f85ced5376958e47b0872.jpg

Urs Jaeggi (Solothurn,  23 juni 1931)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, vertaler en tekstschrijver Robert C. Hunter werd geboren op 23 juni 1941 in San Luis Obispo, California. Zie ook mijn blog van 23 juni 2009.

 

 

Boys In The Barroom


Does God look down on the boys in the barroom?
Mainly forsaken but surely not judged
Jacks, Kings and Aces, their faces in wine
Do Lord deliver our kind?

From singin' for whiskey, three strings on a fiddle
Four on the guitar and a song that I love
Many's the night we spent pickin' and singin'
In hopes it be pleasing both here and above

Jack string fiddle to my saw tooth bow
Who loves loneliness, loves it alone
I love the dim lights like some love the dew
The only thing I wonder sometimes

Is does God look down on the boys in the barroom?
Mainly forsaken but surely not judged
Jacks, Kings and Aces, their faces in wine
Do Lord deliver our kind?

 

 

 938806-410ca7a36e90472cef07baad2baf1e08.jpg

Robert C. Hunter (San Luis Obispo, 23 juni 1941)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Oostenrijkse schrijver Philip Weiss werd geboren in 1982 in Wenen. Philip Weiss studeerde Germanistik, filosofie en Duits als vreemde taal aan de Universiteit van Wenen. Als een master's thesis schreef hij een essay over deconstructivist Peter Handke's A Sorrow Beyond Dreams. Na zijn afstuderen, in 2008, doceerde hij aan de universiteit van Bakoe, Azerbeidzjan. Zijn theatertekst “Egon”  verscheen in 2008 bij Passagen Verlag  en werd in het ​​Leopold Museum in Wenen gepresenteerd als een geënsceneerde lezing en performance. Weiss nam met zijn tekst “Blätterliebe” deel aan de Ingeborg Bachmann-prijs in 2009 en verraste met het feit dat hij aan het einde van de lezing een pagina van zijn tekst op at.

 

Uit: Blätterliebe

 

„Ich schreibe mit der linken Hand und streiche mit der rechten durch. Manchmal ist es anders. Ich schreibe dann mit der rechten Hand, die linke dient mir dazu durchzustreichen. An seltenen Tagen schreibe ich beidhändig, streiche beidhändig durch. Weshalb ich beinahe nur durchgestrichene Worte, Texte, Geschichten geschrieben habe, ich mir also eine ständig wachsende Sammlung ausgestellt unhaltbarer Sätze zugelegt habe. Nur in seltenen Fällen, wenn eine der Hände müde wird durch die Arbeit des ständigen Streichens, erschlafft, zuerst nachhinkt, zunehmend erlahmt, schließlich daliegt, auf dem Schreibtisch, und der Stift unberührt daneben, ungeöffnet, ebenso daliegt, sodass die andere, die schreibende Hand, in einer plötzlichen Freiheit, Improvisation, sich über das Papier zu bewegen beginnt, alle Vorsicht ablegt, sich überbietet in Unsinnigkeiten, Verrücktheiten, übermütig wird, immer weiter, wilder, so lange, bis die andere, die ihre Streicharbeit vernachlässigende Hand, sich notgedrungen wieder regt, widerständig wird und eingreift, diesem Spiel ein Ende zu machen versucht, den Füller ergreift, ihn zwischen Daumen und Zeigefinger öffnet und schließlich durchzustreichen beginnt, nur in diesen seltenen Fällen, diesem Fallen des Körpers also entstehen meine Texte. In dieser Nachlässigkeit, dieser Blöße des Körpers entstehen meine Texte. In dieser Reglosigkeit, Starre, nur in diesem Geschlampe des Körpers, in diesem Körpertheater entstehen meine Texte.“

 

 

 

938806-597639a84f8ed197cba2d22196b02b5f.jpg
Philip
Weiss (Wenen, 1982)

Geschreven door Romenu om 19:05 Reageer op dit bericht

Franca Treur

De Nederlandse schrijfster en freelance journaliste Franca Treur werd geboren in Meliskerke op 23 juni 1979. Na de middelbareschooltijd ging ze psychologie studeren aan de Universiteit Leiden. Later switchte ze naar Nederlands en literatuurwetenschap. In Leiden werd ze lid van de reformatorische studentenvereniging Panoplia. Tijdens haar studie kwam ze in aanraking met verhalen uit de Griekse en Romeinse mythologie en de vermeende overeenkomsten tussen deze verhalen en die uit de Bijbel. Ook nam ze kennis van de Schriftkritiek. Daardoor verloor ze uiteindelijk haar geloof.

Treur won in 2006 met „Maak iets van je leven! Maar wat?“ een essaywedstrijd die uitgeschreven was door Contrast Magazine en nrc.next met het thema 'Macht en onmacht'. In oktober 2009 verscheen haar eerste boek, „Dorsvloer vol confetti“. Door onderwerpen en achtergrond wordt zij regelmatig vergeleken met de schrijvers Jan Siebelink en Maarten 't Hart, evenals zij afkomstig uit een streng-gereformeerd milieu waarmee ze eveneens hebben gebroken. In 2010 won Franca Treur de Selexyz debuutprijs. „Dorsvloer vol confetti“ werd meerdere malen genomineerd, waaronder voor de NS Publieksprijs.

 

Uit: Dorsvloer vol confetti:

 

„Het is tweede pinksterdag en Katelijne zit op haar onopgemaakte bed. Met haar vingers volgt ze de bloemen van haar kussensloop. Meegaan, niet meegaan, meegaan, niet meegaan. Ze zijn een paar

uur terug van de kerk en ze gaan een rondje rijden. Het is niet echt wat je noemt een uitstapje; ze gaan niet ver weg, gewoon wat rondrijden, zoals je nu eenmaal doet op een hoogdag. Ze zullen opgestapeld zitten in de stationwagen, de oudste vier op de achterbank, de drie kleinsten met hun rug naar hen toe onder de achterklep. Ze zullen ruzie krijgen, omdat iedereen vindt dat de ander te breed zit, terwijl breed zitten er nu niet bepaald bij is. Katelijne wil eigenlijk thuisblijven, maar je weet nooit wat je dan mist. Misschien krijgen ze wel een ijsje ergens onderweg.

Ze rijden langzaam, met de ramen open, omdat het warm is en om Lourens niet te ruiken, die net voor het vertrek zijn handen heeft geprobeerd te wassen onder de gasoliepomp. Katelijne heeft zijn laarsjes moeten leeggooien. Rogier houdt ze uit het raam om ze te laten drogen.

Ze beoordelen de akkers op de hoeveelheid onkruid die boven de gewassen uitsteekt en schelden op de eigenaar ervan. ‘Die Dommisse, dat is een vuilak, zeg, en kijk daar dan: dat is een vies lapje; dat is van Jaap Geschiere, toch pa? Die zou ook eens een beetje moeten gaan kappen.’

‘Jaapje Geschiere en kappen!’ schampert de vader. ‘Die weet niet eens hoe hij een houweel moet vasthouden.’ Ze moeten er allemaal hard om lachen, behalve Katelijne, die de grap herhaalt voor de kleintjes, die hem achterin niet hadden gehoord.

Bij hun eigen maïsveld aan een smal wegje stoppen ze en stappen ze allemaal uit. De vader en de jongens zwermen over het land om de piepjonge maïsplantjes te bekijken. Katelijne kijkt toe hoe

ze naar de grond duiken om een aangevreten blaadje te inspecteren of om wat melkwiet uit te trekken. Kleine Lourens loopt achter de vader aan en botst met zijn hoofd tegen zijn billen als hij plotseling stopt en bukt om iets van dichtbij te bekijken. De vader wijst hem iets aan wat hij uit de grond kan trekken, wat niet echt snugger is, want het gaat veel sneller als hij het gewoon zelf zou doen.“

 

 

950366-af6be7610698986b477a38680e60db7f.jpg
Franca Treur (Meliskerke,  23 juni 1979)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Nescio, Jaap Robben, Henry Rider Haggard, Erich Maria Remarque, Dan Brown, Xavier Grall

De Nederlandse schrijver Nescio (pseudoniem van Jan Hendrik Frederik Grönloh) werd geboren in Amsterdam op 22 juni 1882. Zie ook mijn blog van 22 juni 2007 en ook mijn blog van 22 juni 2008 en ook mijn blog van 22 juni 2009.

Uit: Titaantjes


„Jongens waren we - maar aardige jongens. Al zeg ik 't zelf. We zijn nu veel wijzer, stakkerig wijs zijn we, behalve Bavink, die mal geworden is. Wat hebben we al niet willen opknappen. We zouden hun wel eens laten zien hoe 't moest. We, dat waren wij, met z'n vijven. Alle andere menschen waren 'ze'. 'Ze', die niets snapten en niets zagen. 'Wat?' zei Bavink, 'God? je praat over God? Hun warme eten is hun God.' Op enkele 'goeie kerels' na werd iedereen door ons veracht. Heel stilletjes zeg ik daar nu bij: 'En niet ten onrechte', maar dat mag niemand hooren. Ik ben nu geen held meer. Je weet niet hoe je de menschen nog eens noodig kunt hebben. En Hoyer vindt ook dat je geen aanstoot moet geven. Van Bekker zie of hoor je niks meer. En Kees Ploeger praat van die rare kerels die 'm op den slechten weg brachten. Maar toen waren we in de dagen onzer dwaasheid, de uitverkorenen Gods, ja God zelf. Verstandig zijn we nu, alweer behalve Bavink, en we kijken mekaar aan en glimlachen en ik zeg tegen Hoyer: 'we zijn er niet op vooruit gegaan.' Maar Hoyer is al te ver heen, hij begint bij de bonzen van de S.D.A.P. te hooren, en maakt een gebaar van twijfel met z'n handen en z'n schouders.“

(…)


938066-b1aa97025e66c5664920b03a2595f02c.jpg
Titaantjes in het Oosterpark,
beeld door Hans Bayens, Amsterdam



“
Schilderen? Wie kon er nog schilderen, als je Bavink hoorde? Alles lieten de lui zich voorzetten, letterlijk alles. Ik moest maar eens een schilderij maken. Dat was ik zelf, Koekebakker. Hij zou me zeggen wat ik doen moest. 'Je schildert twee horizontale banen, onder elkaar, even breed, een blauwe en een goudgele en in 't midden van die blauwe baan maak je een ronde goudgele vlek. En dan zetten we in den catalogus: No.666 De Gedachte, schilderij. En zenden we 't in op mijn naam: Johannes Bavink, 2de Jan Steenstraat, nummer zooveel en we prijzen 't voor
.008 ¦ Je zult een zien wat ze er in ontdekken. Van alles, waar je zelf nooit een flauw benul van gehad hebt.'



938066-412de09e477867589b441cbf974f1f7a.jpg

Nescio (22 juni 1882 – 25 juli 1961)




De Nederlandse dichter en theatermaker
Jaap Robben werd geboren in Oosterhout op 22 juni 1984. Zie ook mijn blog van 21 mei 2009 en ook mijn blog van 21 mei 2010



Meneer

Oma kent mijn naam niet meer,

vroeger spiekte ze nog

op het briefje

naast haar telefoon,

verwisselde mij met mijn

vader, broer of oom.

.

Maar als ik nu

haar kamer binnenkom,

met de klink nog

in de hand,

zegt ze ‘Dag…

meneer.’

.

Oma kent

mijn naam niet meer



Saharazand

Vroeger in de zomer

hing ik bij een

sterke zuidenwind

met een glazen potje

meters uit het raam.

.

Zo spaarde ik korrels

zand van de Sahara.

.

Als ik dan na uren sparen

in mijn potje staarde

was ik toch

een beetje op vakantie.



938066-4e1a05cfb1a7fb2f007e90c45dd7a1e3.jpg
Jaap Robben (Oosterhout, 22 juni 1984)




De Engelse schrijver
Henry Rider Haggard werd geboren in Norfolk op 22 juni 1856. Zie ook mijn blog van 22 juni 2007 en ook mijn blog van 22 juni 2009.

Uit: She


“There are some events of which each circumstance and surrounding detail seems to be graven on the memory in such fashion that we cannot forget it, and so it is with the scene that I am about to describe. It rises as clearly before my mind at this moment as thought it had happened but yesterday.

It was in this very month something over twenty years ago that I, Ludwig Horace Holly, was sitting one night in my rooms at Cambridge, grinding away at some mathematical work, I forget what. I was to go up for my fellowship within a week, and was expected by my tutor and my college generally to distinguish myself. At last, wearied out, I flung my book down, and, going to the mantelpiece, took down a pipe and filled it. There was a candle burning on the mantelpiece, and a long, narrow glass at the back of it; and as I was in the act of lighting the pipe I caught sight of my own countenance in the glass, and paused to reflect. The lighted match burnt away till it scorched my fingers, forcing me to drop it; but still I stood and stared at myself in the glass, and reflected.

"Well," I said aloud, at last, "it is to be hoped that I shall be able to do something with the inside of my head, for I shall certainly never do anything by the help of the outside."

This remark will doubtless strike anybody who reads it as being slightly obscure, but I was in reality alluding to my physical deficiencies. Most men of twenty-two are endowed at any rate with some share of the comeliness of youth, but to me even this was denied. Short, thick-set, and deep-chested almost to deformity, with long sinewy arms, heavy features, deep-set grey eyes, a low brow half overgrown with a mop of thick black hair, like a deserted clearing on which the forest had once more begun to encroach; such was my appearance nearly a quarter of a century ago, and such, with some modification, it is to this day.”



938066-804e04f6bc7265eca7b02060fa5e340a.jpg
Henry Rider Haggard (22 juni 1856 - 14 mei 1925)





De Duitse schrijver
Erich Maria Remarque (pseudoniem van Erich Paul Remark) werd geboren op 22 juni 1898. Zie ook mijn blog van 22 juni 2006 en ook mijn blog van 22 juni 2007 en ook mijn blog van 22 juni 2008 en ook mijn blog van 22 juni 2009.

Uit: Im Westen nichts Neues


„Der am Boden ist ein Rekrut. Seine Hüfte ist blutverschmiert; er ist so erschöpft, dass ich nach
meiner Feldflasche greife, in der ich Rum mit Tee habe. Kat hält meine Hand zurück und beugt sich über ihn: „Wo hat’s dich erwischt, Kamerad?“

Er bewegt die Augen; er ist zu schwach zum Antworten. Wir schneiden vorsichtig die Hose auf. Er stöhnt. „Ruhig, ruhig, es wird ja besser –“. Wenn er einen Bauchschuss hat, darf er nichts trinken. Er hat nichts erbrochen, das ist günstig. Wir legen die Hüfte bloss. Sie ist ein einziger Fleischbrei mit Knochensplittern. Das Gelenk ist getroffen. Dieser Junge wird nie mehr gehen können.

Ich wische ihm mit dem befeuchteten Finger über die Schläfe und gebe ihm einen Schluck. In seine Augen kommt Bewegung. Jetzt erst sehen wir, dass auch der rechte Arm blutet. Kat zerfasert zwei Verbandspäckchen so breit wie möglich, damit sie die Wunde decken. Ich suche nach Stoff, um ihn lose darüberzuwickeln. Kat hat inzwischen aus den Taschen eines Toten noch Päckchen geholt, die wir vorsichtig an die Wunde schieben. Ich sage dem Jungen, der uns unverwandt ansieht: „Wir holen jetzt eine Bahre.“ Da öffnet er den Mund und flüstert: „Hierbleiben–“.

Man kann nicht erkennen, ob er verstanden hat; er wimmert wie ein Kind hinter uns her: „Nicht weggehen –“ Kat sieht sich um und flüstert: „Sollte man da nicht einfach einen Revolver nehmen,

damit es aufhört?“

Der Junge wird den Transport kaum überstehen, und höchstens kann es noch einige Tage mit ihm dauern. Alles bisher aber wird nichts sein gegen diese Zeit, bis er stirbt. Jetzt ist er noch betäubt und fühlt nichts. In einer Stunde wird er ein kreischendes Bündel unerträglicher Schmerzen werden. Die Tage, die er noch leben kann, bedeuten für ihn eine einzige rasende Qual. Und wem nützt es, ob er sie noch hat oder nicht –“.



938066-076708604b8c6a905fe4ede7f977c09b.jpg

Erich Maria Remarque (22 juni 1898 – 25 september 1970)




De Amerikaanse schrijver Dan Brown werd geboren in Exeter, New Hampshire, op 22 juni 1964. Zie ook mijn blog van 22 juni 2007 en ook mijn blog van 22 juni 2008 en ook mijn blog van 22 juni 2009.


Uit:
The Lost Symbol


“
House of the Temple
8:33 P.M.
The secret is how to die.
Since the beginning of time, the secret had always been how to die.
The thirty-four-year-old initiate gazed down at the human skull cradled in his palms. The skull was hollow, like a bowl, filled with bloodred wine.
Drink it, he told himself. You have nothing to fear.
As was tradition, he had begun this journey adorned in the ritualistic garb of a medieval heretic being led to the gallows, his loose-fitting shirt gaping open to reveal his pale chest, his left pant leg rolled up to the knee, and his right sleeve rolled up to the elbow. Around his neck hung a heavy rope noose—a “cable-tow” as the brethren called it. Tonight, however, like the brethren bearing witness, he was dressed as a master.
The assembly of brothers encircling him all were adorned in their full regalia of lambskin aprons, sashes, and white gloves. Around their necks hung ceremonial jewels that glistened like ghostly eyes in the muted light. Many of these men held powerful stations in life, and yet the initiate knew their worldly ranks meant nothing within these walls. Here all men were equals, sworn brothers sharing a mystical bond.
As he surveyed the daunting assembly, the initiate wondered who on the outside would ever believe that this collection of men would assemble in one place . . . much less this place. The room looked like a holy sanctuary from the ancient world.
The truth, however, was stranger still.
I am just blocks away from the White House.
This colossal edifice, located at 1733 Sixteenth Street NW in Washington, D.C., was a replica of a pre-Christian temple—the temple of King Mausolus, the original mausoleum . . . a place to be taken after death. Outside the main entrance, two seventeen-ton sphinxes guarded the bronze doors. The interior was an ornate labyrinth of ritualistic chambers, halls, sealed vaults, libraries, and even a hollow wall that held the remains of two human bodies. The initiate had been told every room in this building held a secret, and yet he knew no room held deeper secrets than the gigantic chamber in which he was currently kneeling with a skull cradled in his palms.”


938066-c0d90d54583d6ee74e93d3dec25670ad.jpg

Dan Brown (Exeter, 22 juni 1964)





De Franse dichter en schrijver Xavier Grall werd geboren op 22 juni 1930 in Landivisiau (Finistère). Zie ook mijn blog van 22 juni 2007 en ook mijn blog van 22 juni 2008 en ook mijn blog van 22 juni 2009.

Solo (Fragment)

Seigneur me voici c’est moi
je viens de petite Bretagne
mon havresac est lourd de rimes
de chagrins et de larmes
j’ai marché
Jusqu’à votre grand pays
ce fut ma foi un long voyage
trouvère
j’ai marché par les villes
et les bourgades
François Villon
dormait dans une auberge
à Montfaucon
dans les Ardennes des corbeaux
et des hêtres
Rimbaud interpellait les écluses
les canaux et les fleuves
Verlaine pleurait comme une veuve
dans un bistrot de Lorraine
Seigneur me voici c’est moi
de Bretagne suis
ma maison est à Botzulan
mes enfants mon épouse y résident
mon chien mes deux cyprès
y ont demeurance
m’accorderez vous leur recouvrance ?
Seigneur mettez vos doigts
dans mes poumons pourris
j’ai froid je suis exténué
O mon corps blanc tout ex-voté
j’ai marché
les grands chemins chantaient
dans les chapelles
les saints dansaient dans les prairies
parmi les chênes erraient les calvaires
O les pardons populaires
O ma patrie
j’ai marché
j’ai marché sur les terres bleues
et pèlerines
j’ai croisé les albatros
et les grives
mais je ne saurais dire
jusqu’aux cieux
l’exaltation des oiseaux
tant mes mots dérivent
et tant je suis malheureux


Seigneur me voici c’est moi
je viens à vous malade et nu
j’ai fermé tout livre
et tout poème
afin que ne surgisse
de mon esprit
que cela seulement
qui est ma pensée
Humble et sans apprêt
ainsi que la source primitive
avant l’abondance des pluies
et le luxe des fleurs


938066-35a032808932bfa18d2fbfe086a31b9d.jpg
Xavier Grall (22 juni 1930 – 11 december 1981)

Hier met de beeldhouwer Dulck-Conventi (rechts) in 1977



Zie voor nog meer schrijvers van de 22e juni ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:30 Reageer op dit bericht

Tadeusz Konwicki, Anne Morrow Lindbergh, Johannes Baader, Ida von Hahn-Hahn, Jacques Delille

De Poolse schrijver en regisseur Tadeusz Konwicki werd geboren op 22 juni 1926 in Nowa Wilejka bij Vilnius. Zie ook mijn blog van 22 juni 2007 en ook mijn blog van 22 juni 2009.

 

Uit: A Minor Apocalypse (Vertaald door Richard Lourie)

 

„Here comes the end of the world. It’s coming, it’s drawing closer, or rather, it’s the end of my own world which has come creeping up on me. The end of my personal world. But before my universe collapses into rubble, disintegrates into atoms, explodes into the void, one last kilometer of my Golgotha awaits me, one last lap in this marathon, the last few rungs up or down a ladder that is without meaning.

...more

I wake at the gloomy hour at which autumn’s hopeless days begin. I lay in bed looking at a window full of rain clouds, but it was really one great cloud resembling a carpet darkened with age. This was the hour for doing life’s books, the hour of daily accounting. At one time people did their accounts at midnight before a good night’s sleep, now they beat their breasts in the morning, woken by the thuds of their dying hearts.
There was blank paper close at hand, in the bureau. The nitroglycerine of the contemporary writer, the narcotic of the wounded individual. You can immerse yourself in the flat white abyss of the page, hide from yourself and your private universe, which will soon explode and vanish. You can soil that defenseless whiteness with bad blood, furious venom, stinking phlegm, but no one is going to like that, not even the author himself. You can pour the sweetness of artificial harmony, the ambrosia of false courage, the cloying syrup of flattery onto the vacant whiteness and everyone will like it, even the author himself.
Which way to turn in this last lap? To the bitter left or sweet right? The same cloud was still outside the window, or a collective of clouds made uniform. On long, thin legs the rain flitted across the rusted windowsill. Once there had been something there. Forms, colors, scraps of emotion in violent movement. My life, or somebody else’s. Most likely some made-up life. A collage of readings, incompletions, old films, unfinished fantasies, legends, dreams which did not come true. My life. A cutlet made of protein and cosmic dust.“

 

 938060-ccc5233af43923cbca08ece83350d257.jpg

Tadeusz Konwicki (Nowa Wilejka, 22 juni 1926)

 

 

 

 


De Amerikaanse schrijfster en luchtvaartpionier
Anne Morrow Lindbergh werd geboren op 22 juni 1906 in   Englewood, New Jersey. Zie
ook mijn blog van 22 juni 2009.

 

Uit: Gift from the Sea

 

“The beach is not the place to work; to read, write, or think. I should have remembered that from other years. Too warm, too damp, too soft for any real mental discipline or sharp flights of spirit. One never learns. Hopefully, one carries down that faded straw bag, lumpy with books, clean paper, long over-due unanswered letters, freshly sharpened pencils, lists, and good intentions. The books remain unread, the pencils break their points, and the pads rest smooth and unblemished as the cloudless sky. No reading, no writing, no thoughts even – at least, not at first.

At first, the tired body takes over completely. As on shipboard, one descends into a deck-chair apathy. One is forced against one’s mind, against all tidy resolutions, back into the primeval rhythms of the sea-shore. Rollers on the beach, wind in the pines, the slow flapping of herons across sand dunes, drown out the hectic rhythms of city and suburb, time tables and schedules. One falls under their spell, relaxes, stretches out prone. One becomes, in fact, like the element on which one lies, flattened by the sea; bare, open, empty as the beach, erased by today’s tides of all yesterday’s scribblings.“

 

938060-d2dc309c032fc40079ae3dde803c4db5.jpg 

Anne Morrow Lindbergh (22 juni 1906 - 7 februari 2001)

 

 

 

 

De Duitse schrijver, dadaïst en architekt Johannes Baader werd geboren op 22 juni 1875 in Stuttgart. Zie ook mijn blog van 22 juni 2009.

 

 

Hölle

 

Die Rune hat recht. Ich kenne die Hölle.
Sie ist des Himmels treibendes Mittel und Herz.
Ohne das Schlagwerk der Hölle bliebe der Himmel
Blutlos und tot.
In Langweil und Müde verliefe die ewig getanzte Lust,
Ohne dass Würzung und Schürzung im Schürgang
Schüfe die Frischungsreihe der Not.
Ich segne die Hölle!
Aber sieghafter wirst du die Folter der Fessel zwingen,
So du gewohnt bist, im Dunkel der Fron zu wissen,
Dass du in der Quelle des Lichts
Und zwischen den Himmeln ruhst!
Wo des göttlichen unfassbare Majestät
Die wogende Heerzahl deiner Weltscharen erfüllt,
Deren eine einzige nur ihre schmale Spanne Bewußtsein
Mit Hölle, Trauer, Qual und Verzweiflung umhüllt.
Erst wenn das Wissen der Dichter,
Und aller Dichtung der Zeit,
In den Tempeln der Himmel den schaffenden Geist geweiht,
Werden ihrer Werke Gebäude Geschmeide und Kostbarkeit,
Und weben den Gliedern
In schimmernd schmiegender Seide
Das Hochzeitskleid.

Ehret die Frauen, sie flechten und weben
Himmlische Rosen ins irdische Leben

 

 

938060-20b68160e58ed1e3a403134ce11c4d87.jpg
Johannes Baader (22 juni 1875 – 15 januari 1955)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Ida von Hahn-Hahn werd geboren op 22 juni 1805 in Tressow (Schlingendorf). Zie ook mijn blog van 22 juni 2009.

 

 

Lebenssonne

 

Kann das Aug' dich nicht erspähen,

Wird es um mich Nacht und trübe,

Nebel um die Stirne wehen,

Es versinkt der Stern der Liebe;

Meine Sonne ist verdürstet,

Meine Rosen sind verblüht,

Und der Wind im Laube flüstert

Dumpf und hohl ein Trauerlied.

 

Kann die Hand dich nicht erreichen,

So verschweben die Gestalten,

Farb' und Form von ihnen weichen,

Seelenlose Schatten walten,

Grau in Grau verschwimmt das Leben!

Ohn' die Stralen meines Lichts,

Die das Weltenall durchbeben,

Ist mir Alles, Alles – Nichts.

 

Doch wenn mir die Gluten starben,

Senke ich den Blick nach innen;

Dort erblüht in tausend Farben

All mein Denken, all mein Sinnen;

Was in äußrer Welt verloren,

Giebt die inn're mir zurück,

Gleich dem Phönix neu geboren,

Grüßt mich ewig neu das Glück.


Denn dein Wunderbild entschwindet

Nimmer aus der tiefsten Seele,

Wenn mein Auge es nicht findet,

Wacht es auf in Zauberhöhle,

Giebt der Phantasie die Pracht; - -

Und ein Traum von deinem Wesen,

Er verklärt die tiefste Nacht.

 

 

 938060-a7e5ce34821a0e7853c9d7c0d3fbb67f.jpg

Ida von Hahn-Hahn (22 juni 1805 – 12 januari 1880)

 

 

 

 

 

De Franse dichter Jacques Delille werd geboren op 22 juni 1738 in Clermont-Ferrand. Zie ook mijn blog van 22 juni 2007 en ook mijn blog van 22 juni 2009.

 

 

Les jardins (Fragment)

 

...Désirez-vous un lieu propice à vos travaux ?
Loin des champs trop unis, des monts trop inégaux,
J'aimerais ces hauteurs où, sans orgueil, domine
Sur un riche vallon une belle colline.
Là, le terrain est doux sans insipidité,
Élevé sans raideur, sec sans aridité.
Vous marchez : l'horizon vous obéit : la terre
S'élève ou redescend, s'étend ou se resserre.
Vos sites, vos plaisirs changent à chaque pas.

Qu'un obscur arpenteur, armé de son compas,
Au fond d'un cabinet, d'un jardin symétrique
Confie au froid papier le plan géométrique ;
Vous, venez sur les lieux. Là, le crayon en main,
Dessinez ces aspects, ces coteaux, ce lointain ;
Devinez les moyens, pressentez les obstacles :
C'est des difficultés que naissent les miracles.
Le sol le plus ingrat connaîtra la beauté.
Est-il nu ? que des bois parent sa nudité :
Couvert ? portez la hache en ses forêts profondes :
Humide ? en lacs pompeux, en rivières fécondes,
Changez cette onde impure ; et, par d'heureux travaux,
Corrigez à la fois l'air, la terre et les eaux :
Aride enfin ? cherchez, sondez, fouillez encore ;
L'eau lente à se trahir, peut-être est près d'éclore.
Ainsi, d'un long effort moi-même rebuté,
Quand j'ai d'un froid détail maudit l'aridité,
Soudain un trait heureux jaillit d'un fond stérile,
Et mon vers ranimé coule enfin plus facile.

 

 

 

938060-72f6e9e9cecfc01fef9bd0dd32d6056b.jpg
Jacques Delille (22 juni 1738 – 1 mei 1813)

Portret door Joseph Ducreux

Geschreven door Romenu om 19:13 Reageer op dit bericht

Willie Verhegghe

De Belgische dichter en schrijver Willie Verhegghe werd op 22 juni 1947 te Denderleeuw geboren. Hij studeerde journalistiek aan het Pershuis te Brussel en was tot 2003 verbonden aan het Departement WVC, afdeling Muziek, Letteren en Podiumkunsten, eveneens te Brussel. Hij was redactiesecretaris van Open Deur, het maandblad van het voormalige Ministerie van Cultuur te Brussel en schreef recensies voor Vooruit, De Morgen, Ons Erfdeel, Knack, Wij, Poëziekrant en Het Volk. Hij is vast medewerker aan het Amsterdamse wielertijdschrift 'De Muur'. Verhegghe werd op Gedichtendag 2004 voor de periode van 2 jaar aangesteld als Stadsdichter van Ninove.

 

 

MAKKER MONGOOL

voor Dirk V.D.S.

 

De kleine dikke hand die hij me drukt

 komt zó uit zijn groot hart

en in zijn verzonken oogjes brandt een licht

 dat aan een trouwe zaklamp denken doet.

 

Naar het volk van Djengis Chan werd hij genoemd, maar zijn

rijk is klein en niet van onze wereld;

het geven van bevelen is hem vreemd,

daarvoor is het te dikwijls kermis in zijn hoofd.

 

Hem helemaal begrijpen doen we niet,

zijn kennis werd in stille eenvoud

en zonder hulp van boeken opgevuld. 

Hij studeerde simpelweg voor mens. 

Doctor Honoris Causa Humana.  

Een klopje op zijn goeie rug

maakt hem nog kleiner dan hij is: 

echte vriendschap doet soms krimpen,

 zéker in een wereld waarin ieder

voor zichzelf versterkte burchten bouwt.

 

 

 

 

Hope rides again

 

Het boek van deze Tour licht definitief dichtgeklapt,
valpartijen, zweet, bloed en de zwoele warmte
van de zegeroes vormen een gele smeltkroes
van verleden en voorgoed voorbij.

 

Maar.
Alles gaat nu gewoon zijn doodgewone gang,
ook na de dag waarop de lynx van the Isle of Man
de grandeur van de Parijse Champs Elysees
met een paar lendenrukken aan splinters sprintte
en Alberto toch even op zijn voetstuk wankelde
nu vriendje Andy voor altijd met een taaie derailleur
op de maag ligt en bij gebrek aan afdoend digestief
een schamele 38 seconden moet ontberen.

 

Mooi toch hoe tot slot the Old Boss bij het overschrijden
van de eindmeet een bemoedigend Katusha-klopje
op de moegestreden scherpe schouders kreeg,
er zijn er die hun klassiekers kennen.
Hope rides again, weet ik,
zeker nu mijn kleinste kleinzoon Vic deze week
en amper 14 maanden jong zijn eerste fietsje
onder het pamperkontje kreeg.

 

 

 

958644-9efcb5cda38c16146c51fdb2273e7da7.jpg 

Willie Verhegghe (Denderleeuw, 22 juni 1947)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Juliën Holtrigter

De Nederlandse dichter Juliën Holtrigter (pseudoniem van Henk van Loenen) werd geboren op 22 juni 1946 in Hilversum. Zie ook mijn blog van 27 juli 2010.

 

 

Kleine pastorale

 

In D. heerst de rust van een nacht op het land.
De inwoners slapen. De schoorstenen stomen
hun zweetlucht naar buiten, het blaffen der honden
verstomt. De lijven draaien zich nog eens om,
hun kleine lusten steken de kop in dromen.

In dit dorp, waar het kwaad niet kan komen,
rust zacht de hand, luiert de pols op de rand van
het bed, sluipt de weemoedige wesp langs
het laken omhoog, bevuilen de luizen
de eens zo blanke agenda.

Lazarus lepelt de wacht zijn eieren uit,
totdat hij zich wakker zal braken.
Aan de muur een verouderde kaart van Europa.

 

 

 

950099-dba5a1b9ade29ce2257bebbaa4225856.jpg
Juliën Holtrigter
(Hilversum, 22 juni 1946)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten