Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 27 juni 2011 tot 28 juni 2011

Florian Zeller, Marlene Streeruwitz, Fritzi Harmsen van Beek, Juan José Saer, Anton van Wilderode

De Franse schrijver Florian Zeller werd op 28 juni 1979 in Parijs geboren. Zie ook mijn blog van 28 juni 2007 en ook mijn blog van 28 juni 2008 en ook mijn blog van 28 juni 2009 en ook mijn blog van 28 juni 2010.

 

Uit: Julien Parme

 

„Ce jour-là, le jour du train, je me répétais que c'était la dernière fois que je voyais ma mère. Je me répétais ça pour bien réaliser. Pour m'imprégner de l'idée que c'était la fin de quelque chose. La première partie de ma vie. Le temps des cerises. Bref. Sur le coup, ça m'a ému. Comme pour le jour d'un enterrement, si vous voulez une comparaison. Je voyais déjà quej'allais en faire un chapitre dans un de mes romans futurs. Un chapitre bien cruel, qui arrache les larmes et tout. Je l'appellerais L' adieu. Ca serait l'histoire du héros qui déciderait de ne plus rentrer chez lui pour se venger de la cruauté de sa mère. Un truc qui déchire. Un jour, une journaliste y verrait la clé de toute mon oeuvre. Elle viendrait me voir pour m'interviewer. Moi avec mon cigare, et elle, un peu intimidée, forcément.

(...)

 

Ce qui est embêtant, avec les gens, c'est qu'ils vous poussent toujours à inventer n'importe quoi. Vous, vous auriez envie de dire la vérité, mais ils font toujours en sorte de vous contrarier. Sans rire, ils vous poussent toujours à inventer n'importe quoi. Parce qu'ils vous demandent en permanence des explications sur tout. Seulement, c'est pas possible de tout expliquer tout le temps. Vous leur dites par exemple que vous pouvez pas aller à une soirée, tout de suite ils vous demandent des explications interminables, genre certificat médical, au lieu de juste comprendre que vous allez pas pouvoir venir. Alors du coup, vous simplifiez un peu, vous arrangez, vous transformez légérement pour pas rentrer dans les détails, presque rien, un petit lifting, et après on vous accuse de mentir. C'est ça qui est embêtant avec les gens. Le manque de logique.“

 

 

 941961-a750b8dfdde901b1f95755fdb80d86b2.jpg

Florian Zeller (Parijs, 28 juni 1979)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijfster Marlene Streeruwitz werd geboren op 28 juni 1950 in Baden bij Wenen. Zie ook mijn blog van 28 juni 2007 en ook mijn blog van 28 juni 2008 en ook mijn blog van 28 juni 2009 en ook mijn blog van 28 juni 2010.
 

Uit: Entfernung

 

“Niemand kannte sie. Ein Widerwille stieg ihr auf. Das war doch alles blöd. Das war doch alles seltsam. Und sie hatte keine Berechtigung. Wenn sie ein Ticket bekommen hätte.

Einen solchen Stempel. Dann hätte sie etwas vorweisen können. Sie hatte nichts. Und ihre dumme Tasche. Diese unmodische Tasche. Niemand in der ganzen Welt ging noch

mit so einer Tasche herum. Businesswoman, dachte sie. Powerwoman be blasted. An ihrer Tasche konnte man ihr Alter ablesen. Und ihre Probleme. Jeder, der ihre Tasche sah.

Der sie sah, wie sie ihre Tasche umklammert hielt. Unter die Achsel geklemmt. Man konnte ihre ganze Geschichte ablesen, wenn man sie mit dieser Tasche sah. Sie stand da. Der Bass war leiser geworden. Das Stampfen vorsichtiger. Sie schob die Tasche auf den Rücken. Sie zog die Riemen nach vorne und schob die Tasche mehr nach hinten. Sie hatte Angst. Sie hatte vollständige Angst vor dieser Tür. Vor dem Eintreten. Durch diese Tür. Das. So etwas. Das hatte es nie gegeben. Sie war überall hineingegangen. Sie hatte sich alle Türen aufgemacht. Sie durfte das nicht zulassen. Und wann hatte sie sich ernster genommen. Wichtiger. Als sie gedacht hatte, dass sie überall hingehen konnte. Weil sie so wichtig war. Oder jetzt. Wo sie dachte, dass sie so unwichtig war. Und sie sich selber so wichtig nehmen musste. In diesem Gedanken. Sie ging zur Tür. Die Musik zu Ende. Sie hörte Applaus. Gejohle. Pfiffe. Und dann wieder Rhythmus. Jagend. Noch gejagter. Wütend nervös. Sie stieß die Tür auf. Die Stimme hatte sie nicht gehört. Draußen. Die Stimme. Eine Frau. Ein Mädchen. Lieblich. Eine zarte Stimme. Vorsichtig. Sehnsüchtig. Weit über dem Bass. Weit über der Bassgitarre.”

 

 

941961-bb503aef7eeec02cf5ef4e021f851a26.jpg
Marlene Streeruwitz (Baden, 28 juni 1950)

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Fritzi Harmsen van Beek werd geboren in Blaricum op 28 juni 1927. Fritzi Harmsen van Beek overleed op 4 april van dit jaar. Zie ook mijn blog van 28 juni 2008 en ook mijn blog van 28 juni 2009 en ook mijn blog van 28 juni 2010. 

 

Geachte Muizenpoot,

Hoe gaat het met U, met mij goed. Wel is alles heel
vervelend, als ik voorover lig gebed in mijn gedachten

aan U en ben ik ook heel eenzaam. En onderga de lente
als een flauwte. Dit is mij nu zo vaak al overkomen dat

ik er de klad van in mijn wezen heb en dat tussen het
afgerukte vlees der hyacinten de verplegers van die

bloemen knielen voor vreemdelingen. (Dit heb ik zelf gezien
vanuit de trein naar Haarlem.) Zoiets zondigs en krank-

zinnigs U te schrijven, maar omdat lente van liefde een
aberratie is -en niet omgekeerd- opdat U daar niet in

zal trappen, in een vreemd land en zo eenzaam te dwalen.
(Bepalend voor het lot van zwervelingen enkel herkomst.)

Nu, met mijn hart gaat het wel beter, maar de tuin is
verwoest mijn lam, verwoest. En sta ik radeloos onder

onzuiver groen in dit en komende seizoenen: mijn hoofd
tot hatens toe, mijn hout tot bladeren bedorven en

schrijven wij pas mei. Dat hebt U er nu van, mij
's winters te beminnen en 's zomers te dwingen onder

raar lover humorloos en onchinees te wezen, mij, lief
hebbend evenwichtig als een oude man, genegenheid bed-

weterig doen zien ontaarden in het teer, vraatzuchtig zeuren
der libelle-achtige dames, want ik weet mijn plek.

Een teer punt. Een voordeel zo te zien, maar wezenlijker
reden om over in te zitten dan de onbenulligheden die

van onderhonden het gedachtenleven leiden tot in priëlen
van zelfbeklag: zulk lijden slecht gemotiveerd maar zinvol,

want wie, wie vreet mijn spijt? Neem dan de bomen maar, die
bloeiend blind tot vaderloos afvallige vruchten, bederf en

winterkou: en nooit een klacht! Want tot verstommens toe is
liefde hun te moede. Te moede is. Liefde mij te moede, is

liefde mij... etc. (handtekening onleesbaar)

 



941961-cdeae5cf64bc3c21f6626400ab31544a.jpg
Fritzi Harmsen van Beek (28 juni 1927 – 4 april 2009)

 

 

 

 

De Argentijnse schrijver Juan José Saer werd geboren in Serodino op 28 juni 1937. Zie ook mijn blog van 28 juni 2009 en ook mijn blog van 28 juni 2010.

 

Uit: The Sixty-Five Years of Washington (Vertaald door Steve Dolph)

 

“They’ve left behind the wide, residential section of the street and are now walking down a narrow, treeless sidewalk where more and more frequently the windows and doors of businesses sit open. Bringing the stem of the unlit pipe to his lips, the Mathematician distractedly starts stroking them with the tip, its bowl hidden in his closed hand. He doesn’t say anything now. Above his eyebrows, on his smooth forehead, his skin wrinkles a little, into horizontal furrows, and be–tween the two little blonde brushes appear two oblique fissures, forming a vertex at the bridge of his nose. Leto, meanwhile, remembers: Isabel, the past year, Lopecito, the wake, the closed casket, etc.—and five days before all that, that is, before the wake, Lopecito, etc. no?—as we were, or rather I, yours truly, no?, was saying: green wheat, already so tall, from the bus window. He has left Rosario Norte an hour before, with his mother. They’re on their way to Andino, to his maternal grandparents’ house, to spend the weekend. It’s a Friday in late spring. They left Rosario at 1:00. When they leave behind the San Lorenzo industrial complex, the land fills with tall green wheat, fields of flax, and, sometimes, yellow sunflowers right up to the shoulders of the road. Every once in a while they pass a farmhouse, with its windmill and eucalyptus, which interrupts, as they say, the fields, the same way stations divide the scant towns in two like a river or a railroad would in other places in the world. A parallel dirt path separates, in the country, the geometrical grains from the road—and on that path, every once in a while, a solitary carriage travels, hardworking and unreal, which the bus, as slow as it is, leaves behind with ease.”

 

 

941961-e610401277d33db49da56f10ca280f60.jpg 

Juan José Saer (28 juni 1937 - 11 juni 2005)

 

 

 

 

Rectificatie.

 

De Vlaamse schrijver dichter, vertaler en scenarist Anton van Wilderode (pseudoniem van Cyriel Paul Coupé werd geboren in Moerbeke op 28 juni (en niet 18 juni) 1918. Zie ook mijn blog van 18 juni 2007 en ook mijn blog van 18 juni 2008 en ook mijn blog van 18 juni 2009.

 

 

De akker

 

Ik zal die zondagmiddag met mijn vader
op wandel door het land niet licht vergeten
al is het vijftig jaar en méér geleden,
zo dicht bij hem als bijna nooit meer later.

 

Wij kwamen bij een akkerstuk, door bossen
die aan vier kanten stonden, ingesloten, –
door varens een verwoestend spoor gestoten
dan verend verder over vedermossen.

 

Wij vonden er een hof. Het hoge koren
met ritselingen rijpgestookt van boven
stond in de palle juli onbewogen
tegen mijn open ogen en mijn oren.

 

Ik zág niets anders, hóórde niets dan droge
verdorde zoemgeluiden van insecten
onzichtbaar kevertjes en rode plekken
papavers door veel bijen aangevlogen.

 

Een wereld die bestond en aan den lijve
ervaarbaar vaderlijk, een nieuwe aarde
met ademing en aanvangen van klaarte
waarin ik wilde blijven en verblijven.

 

 

 

Aandachtig

 

De vogelen verzamelen zonder tal.
Het bos wordt grijs, het water diep en zuiver.
Ik ben een eenzaam man die huivert
van heimwee, in de duizelende bladerval.

 

 

 

 941961-633ac78cff9794b57d451a272cf7aeb1.jpg

Anton van Wilderode (28 juni 1918 - 15 juni 1998)

Portret door Yolanda De Bock



Zie voor nog meer schrijvers van de 28e juni ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:03 Reageer op dit bericht

Ryszard Krynicki, Mark Helprin, Luigi Pirandello, Jean-Jacques Rousseau, Otto Julius Bierbaum, A. E. Hotchner, Eric Ambler, Jürg Federspiel

De Poolse dichter, vertaler en uitgever Ryszard Krynicki werd geboren op 28 juni 1943 in St.Valentin, Lager Wimberg, Oostenrijk. Zie ook mijn blog van 28 juni 2007 en ook mijn blog van 28 juni 2008 en ook mijn blog van 28 juni 2009 en ook mijn blog van 28 juni 2010.

 

 

The tounge, that wild meat

for Zbigniew Herbert & Mr. Cogito

 

the tongue, that wild meat, that grows in the wound,

in the open would of the mouth, that feeds on deceitful truth,

the tongue, that externally beating, bared heart, that naked blade,

a defenseless weapon, that gag, stifling

defeated uprisings of words, that animal tamed daily

by human teeth, that inhuman thing which grows in us and

outgrows us, that animal fed with the poisoned flesh of the body,

that red flag we swallow and spit out together with the blood, that

split in two surrounding us, that real lie that deceives,

that child, while learning the truth, truly lies

 

 

 

Vertaald door Boguław Rostworowski

 

 

 

Save Me, Guide Me

 

Save me, shield me, faithful journey,

from my own lies and from our era.

Protect me, you, Angel and Guardian,

but you, White Cloud, guide me.

 

Keep me from thunder, hurricane,

immaculate truth, give me light.

Don't overlook me, little dove,

when you send us a sign from the heights.

 

Forgive me, twilight,

don't pierce me, spear of nightmares.

Don't bless me with madness,

 

wake me, morning star.

 

 

 

Vertaald door Alissa Valles

 

 

941958-c6aae29a3be8092783e78a9bcb292568.jpg
Ryszard Krynicki (St.Valentin, 28 juni 1943)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en journalist Mark Helprin werd geboren in New York op 28 juni 1947. Zie ook mijn blog van 28 juni 2007 en ook mijn blog van 28 juni 2008 en ook mijn blog van 28 juni 2009 en ook mijn blog van 28 juni 2010.

 

Uit: Refiner's Fire

 

„RIDING IN a new 1938 Ford through the March countryside of North Carolina, Paul Levy was astonished by the tranquillity and depth of the blue above. Every tree and field was sheathed in gentle, clear, warm light. Smoke from clearing fires rose straight and slow, and the speed and air were perfect as the car wound through the back roads, sounding like a perpetual chain of little firecrackers. He was sixteen, the son of a Norfolk ship provisioner, and in love with the Navy and its ships. His father saw them as delivery points for canned tomatoes and brass polish, but his father's son was struck as if by lightning at the sight of one steaming up the roads, bent forward, pressing on-a squinting bridge, high black masts and angled guns, smoke, wake, urgency, and water pulsing off the bows. And when they turned, with claxons and bells, and the stern seeming to sweep like a skater over mottled ice, he saw in them the history for which his tranquil boyhood had been created. And in the North Carolina countryside, joyriding in his father's car solo for the first time, he could not help glancing through the windows at the sky and thinking of the sea.

By darkness when he returned to Norfolk he had decided to join the Navy, which, after a year or so of arguments and heated wanderings in and out of the dance places at Virginia Beach, he did. At first he went to sea as almost a child, and the little experience he had he used badly, awkwardly, making more mistakes than he could count. But at nineteen he was an ensign in the Battle of the Atlantic. He used to come home every few months or weeks, and each time he was more solid, stronger, wiser. Being on the sea was miserable, especially in winter, and it wore him down. But it developed into his calling and during the war he had been off Africa, Normandy, and Japan. Because he learned fast and loved the sea he became a lieutenant-commander by the end of 1946, taking a year's leave of absence to rest and prepare: he intended upon a career in the Navy, but did not want to be entirely brought up in it. He thought that a year of peace-maybe some farming, a trip across the country to San Francisco, a month at home-would do it. His father had become prosperous, especially since the fleet had not been decimated and would not be dismantled as had been the custom after other wars. They lived in a big house and it was planned that the younger sister and brother would go to college.“

 

 

 941958-60d70f8026e42265badd362251609a14.jpg

Mark Helprin (New York, 28 juni 1947)

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Luigi Pirandello werd op 28 juni 1867 geboren in de villa 'Caos' (chaos) in de buurt van Agrigento. Zie ook mijn blog van 28 juni 2007 en ook mijn blog van 28 juni 2008 en ook mijn blog van 28 juni 2009 en ook mijn blog van 28 juni 2010.
 

Uit:  Besuch (Vertaald door Ina-Maria Martens)

 

“Hundert Mal habe ich gesagt, dass er niemand Unangemeldeten einlassen soll.

Eine Dame, schöne Entschuldigung:

« Wie? Sagte sie­ Wheil?»

«Vàil, jawohl Herr, genau. »

«Signora Wheil ist gestern in Florenz gestorben. »

«Sie sagt, dass sie Sie an etwas erinnern muss. »

(Jetzt weiß ich nicht mehr, ob ich diesen Wortwechsel mit meinem Diener geträumt habe oder ob er wirklich stattgefunden hat.

Unangemeldete Leute hereingebracht hat er schon viele; aber dass er jetzt auch noch eineTote vorließ,scheint mir unglaubhaft. Noch dazu, wo ich sie im Traum dann gesehen habe, diese Signora Wheil, immer noch so jung und schön. Nachdem ich, kaum aufgewacht, in der Zeitung die Nachricht von ihrem Tod in Florenz gelesen habe, erinnere ich mich jedenfalls, wiedereingeschlafen zu sein. Ich habe sie im Traum gesehen, völlig verwirrt und lächelnd aus Verzweiflung darüber, dass sie nicht wusste, wie sie sich bedecken sollte; sie war eingehüll tin eine weiße Frühlingswolke, die sich nach und nach auflöste, bis sie die rosa Nacktheit ihres ganzen Körpers durchschimmern ließ, und zwar genau dort, wo die Schicklichkeit gebot, dass er verborgen bliebe; sie zupfte etwas −aber wie zupft man an einem schwindenden Zipfel Wolke?)

Mein Arbeitszimmer befindet sich zwischen Gärten. Fünf große Fenster, drei nach einer Seite und zwei nach der anderen; erstere breiter, bogenförmig; letztere Glastüren, zumu nendlichen Licht einer herrlichen Südterrasse; und anallen fün fFenstern ein ständiges Wehen von blauen Seidenvorhängen. Aber das Licht im Raum ist grün durch den Widerschein der Bäume, die davor wachsen.”

 

 

 

 941958-2c0e43da45095e323b38a02c62f655fd.jpg

Luigi Pirandello (28 juni 1867 - 10 december 1936)

 

 

 

 

 De Franse schrijver, filosoof en componist Jean Jacques Rousseau werd geboren in Genève op 28 juni 1712. Zie ook mijn blog van 28 juni 2006 en ook mijn blog van 28 juni 2007 en ook mijn blog van 28 juni 2008 en ook mijn blog van 28 juni 2009 en ook mijn blog van 28 juni 2010. 

Uit: Les Confessions

 

„Quoique mon commerce avec Mlle de Vulson fût moins vif, il était plus attachant peut-être. Nos séparations ne se faisaient jamais sans larmes, et il est singulier dans quel vide accablant je me sentais plongé après l'avoir quittée. Je ne pouvais parler que d'elle, ni penser qu'à elle: mes regrets étaient vrais et vifs; mais je crois qu'au fond ces héroïques regrets n'étaient pas tous pour elle, et que, sans que je m'en aperçusse, les amusements dont elle était le centre y avaient leur bonne part. Pour tempérer les douleurs de l'absence, nous nous écrivions des lettres d'un pathétique à faire fendre les rochers. Enfin j'eus la gloire qu'elle n'y put plus tenir, et qu'elle vint me voir à Genève. Pour le coup, la tête acheva de me tourner; je fus ivre et fou les deux jours qu'elle y resta. Quand elle partit, je voulais me jeter dans l'eau après elle, et je fis longtemps retentir l'air de mes cris. Huit jours après, elle m'envoya des bonbons et des gants; ce qui m'eût paru fort galant, si je n'eusse appris en même temps qu'elle était mariée, et que ce voyage dont il lui avait plu de me faire honneur, était pour acheter ses habits de noces. Je ne décrirai pas ma fureur; elle se conçoit. Je jurai dans mon noble courroux de ne plus revoir la perfide, n'imaginant pas pour elle de plus terrible punition. Elle n'en mourut pas cependant; car vingt ans après étant allé voir mon père, et me promenant avec lui sur le lac, je demandai qui étaient des dames que je voyais dans un bateau peu loin du nôtre. Comment! me dit mon père en souriant, le cœur ne te le dit il pas? ce sont tes anciennes amours; c'est Mme Christin, c'est Mlle de Vulson. Je tressaillis à ce nom presque oublié: mais je dis aux bateliers de changer de route; ne jugeant pas, quoique j'eusse assez beau jeu pour prendre ma revanche, que ce fût la peine d'être parjure, et de renouveler une querelle de vingt ans avec une femme de quarante.“

 

 

 941958-599ad3853e22bf54c6e437e1fbccb26d.jpg

Jean-Jacques Rousseau (28 juni 1712 - 2 juli 1778)

Standbeeld in Chambéry

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 28 juni 2010  .

 

De Duitse dichter en schrijver Otto Julius Bierbaum werd geboren op 28 juni 1865 in Grünberg. Zie ook mijn blog van 28 juni 2007 en ook mijn blog van 28 juni 2009.

 

De Amerikaanse schrijver, en biograaf Aaron Edward Hotchner werd geboren op 28 juni 1920 in St. Louis. . Zie ook mijn blog van 28 juni 2007 en ook mijn blog van 28 juni 2009.

 

De Engelse schrijver Eric Ambler werd geboren op 28 juni 1909 in Londen. Zie ook mijn blog van 28 juni 2009.

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 28 juni 2007.

 

De Zwitserse dichter en schrijver Jürg Federspiel werd geboren op 28 juni 1931 in Kemptthal.

Geschreven door Romenu om 18:55 Reageer op dit bericht

Lucille Clifton, Rafael Chirbes, Marcus Jensen, E. J. Potgieter, Kees Ouwens, Dawud Wharnsby

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Lucille Clifton overleed op 13 februari van dit jaar. Zie ook mijn blog van 27 juni 2009 en ook mijn blog van 27 juni 2010.

 

 

My Mama Moved Among the Days 

 

My Mama moved among the days

like a dreamwalker in a field;

seemed like what she touched was here

seemed like what touched her couldn't hold,

she got us almost through the high grass

then seemed like she turned around and ran

right back in

right back on in.  

 

 

There is a girl inside 

 

There is a girl inside.

She is randy as a wolf.

She will not walk away and leave these bones

to an old woman.

 

She is a green tree in a forest of kindling.

She is a greeen girl in a used poet.

 

She has waited patient as a nun

for the second coming,

when she can break through gray hairs

into blossom

 

and her lovers will harvest

honey and thyme

and the woods will be wild

with the damn wonder of it.

 

 

 941313-ac461fcde4e0609a215a77bb65f439cc.jpg

Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

 

 

 

 

De Spaanse schrijver Rafael Chirbes werd geboren op 27 juni 1949 in Tabernes de Valldigna bij Valencia. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007 en ook mijn blog van 27 juni 2008 en ook mijn blog van 27 juni 2009 en ook mijn blog van 27 juni 2010.

 

Uit: Krematorium (Vertaald door Dagmar Poetz)

 

„Das Geräusch des Radios, des Motors, rücken dich in die Ferne, werfen mich auf mich selbst zurück, auf meine Hände, die jetzt das Lenkrad umfassen, auf meinen rechten Fuß, mit dem ich aufs Gaspedal trete. Die Räder knirschen im Sand, der hier, in Strandnähe, den Asphalt bedeckt. Sand liegt auch auf den Gehsteigen, die von Zäunen und Gittern gesäumt sind, dahinter zeigt sich eine üppige Vegetation: Jenseits der Wagenscheibe ziehen langsam Hibiskusbüsche an mir vorbei, Oleander, Bougainvilleen, grüne Thujenhecken und aufgereihte Zypressen. Die Müllsäcke,

schwarz, blau oder rosa; sie hängen von den Gittern der Apartments, häufen sich um die Müllcontainer, und es sieht so aus, als blühe auch da etwas. Mit ihren schweren Ausdünstungen durchsetzen sie die matte Jodluft, die das Meer verströmt. Der Wagen rollt langsam weiter, während ich dich vergesse, Matías. Ich sehe dich nicht mehr. Es ist sehr heiß trotz der frühen Stunde. Ich

drücke den Knopf, der die Fenster schließt, und schotte mich im Inneren des Wagens ab. Ich bin jetzt mit mir allein. Es ist fünf nach zehn und die grünen Leuchtziffern auf dem Display am Arma turenbrett zeigen bereits vierunddreißig Grad an. Nach mehreren Tagen, an denen der Morgennebel für hohe Luftfeuchtigkeit und drückende Hitze – das was die Franzosen marais thermique nennen – gesorgt hat, kam am Dienstag ein unruhiger Westwind auf, der das Quecksilber in den Thermometern noch mal um mehrere Grad steigen ließ und eine Trockenheit brachte, die einem den Atem nahm. Gegen Abend wird dieser glühende Wind stärker. Da biegen sich die Zweige der Büsche, angeschoben von den Flammen eines offenen Backofens hinter den Bergen, deren Leuchten bei jedem Sonnenuntergang zu erahnen ist. Von der Hitze ist auch gerade im Lokalsender die Rede. Von den Messungen der Wetterstation von Misent, demnach hat es seit den fünfziger Jahre keine vergleichbare Hitzeperiode gegeben. Es ist die zweite Hitzewelle des Jahres. Die erste (keine Hitze-Welle, eher eine Episode, sagten damals die Behörden) erreichte uns Ende Juni: Die Thermometer stiegen jäh und erreichten acht oder neun Tage lang Höchstwerte von über 36 Grad und das bei einer Luftfeuchtigkeit von mehr als 80 Prozent, dann stürzten die Quecksilbersäulen ab, und es blieb mehrere Wochen kühl.“

 

 

941313-bb42521aa5fb8c043412a2958ac4fa30.jpg
Rafael Chirbes (Tabernes de Valldigna, 27 juni 1949)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Marcus Jensen werd geboren op 27 juni 1967 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007 en ook mijn blog van 27 juni 2008 en ook mijn blog van 27 juni 2009 en ook mijn blog van 27 juni 2010.

 

Uit: Oberland

 

„Nach dem Abzählen sprengen sie auseinander, lassen sich gegen beide Seiten der Bugreling prallen, federn zurück, als wär’s ein Boxring, bis sie übereinanderstürzen, je nasser desto besser, sie kommen hoch und lachen immer noch. Ein gemütliches Plätzchen haben sie gewählt. Ich rutsche auf sie zu. Die vier stellen sich mir in den Weg, schirmen den Wind ab. Links, der Busen-Umriss, hebt einen Zeigefinger, als wolle sie Achtung sagen, schon leuchtet der nächste Blitz vom Heck her, bitte schön, und die Gesichter gleißen elektrisch.
Die Frau. Schwarzbraunes Haar quillt unter ihrer blauen Kapuze hervor. Mitte zwanzig, schlank, volle Lippen, dunkle Augen, hohe Wangenknochen, man hätte sie als apart bezeichnet, apart, da lächelt sie selbst. Die beiden Gelben daneben sind Zwillinge, sommersprossige hagere Jungs, etwa dreißig, dürre Körper in schlotternder Regenhaut. Und Orange, der gedrungene Dicke, vielleicht vierzig Jahre alt: Ihm fehlt nur ein Hörnerhelm, dann wäre er mit seinem roten Vollbart ein passabler Aushilfswikinger. Er löst sich von den anderen und geht geduckt auf mich zu, seine Nickelbrille ist facettenartig dicht mit Tropfen benetzt:
»Jens!«
Er kniet vor mir, fasst meine Arme und zieht mich in die Gerade. Ich starre ihm auf das besprühte Kassengestell. Er dreht seinen Kopf so, dass unsere Kapuzen ein nasses Zelt bilden, sein Seeräuberbart müsste korrekterweise herunterhängen wie vollgesogene Wolle. Vermutlich besteht er aus Synthetik, man kann ja nicht an jedes Detail denken. Er holt Luft gegen den Wind:
»Du machst Sachen! Bist noch nicht mal sechs!«

 

 941313-5cd06955dfe628fb1962778d49bdc592.jpg

Marcus Jensen (Hamburg, 27 juni 1967)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Everhardus Johannes Potgieter werd geboren in Zwolle op 27 juni 1808. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007 en ook mijn blog van 27 juni 2008 en ook mijn blog van 27 juni 2009 en ook mijn blog van 27 juni 2010.

 

Uit: Jan, Jannetje en hun jongste kind

 

„En geen wonder!

Jan is zoo dikwijls opgehemeld, en Jan is zoo dikwijls uitgescholden, dat hij eindelijk heeft leeren inzien, hoe hij barsten zou als de kikvorsch, of de geelzucht krijgen als de nijd, indien hij eene hooge borst ging zetten bij ieder:

‘Aap, wat heb je mooije jongen!’ van zijne vrienden; of zich kwaad bloed wou maken, bij elk:

‘Fij, wat een goore paai is dat!’ van zijne vijanden.

Het is mij of ik Jan in deze ure hoor redeneren, zittende in zijnen leuningstoel, met de Courant van morgen, 1 Januarij 1842, vóór zich:

‘Mijne talenten en mijne vernuften, - en ik heb er eene zoô onder mijne jongens! - mijne verhandelaars en mijne dagbladschrijvers, - wie drommel van beide zou wel de knapste wezen? - allemaal prijzen ze mij om het zeerst, en dat hoort niet anders: - al lees ik ze niet, ik betaal ze toch!’

‘Wijfje!’ - laat hij er op volgen, - ‘reik mij vast een' schoonen Goudenaar uit die lâ, ik zal er den brand maar eens insteken. Wat komen de kinderen weêr laat, het is al over achten! Het is waar, de Synode van het jaar Zestien heeft ingevoerd, oudejaars-avond kerk te houden, - ge hebt immers wel gezorgd, dat er tabak in de doos is?’

Jannetje knikt en reikt hem die toe, en hij stopt zijne pijp met eene pruik, - eene verkwisting, welke zij Jan nooit heeft kunnen afleeren, - en hij knort op de meid, die geen geglommen kooltje in het komfoor bragt - eene huishoudelijkheid, die Jan eere aandoet, - en de lof walmt weg als de damp, en laat als deze - niets achter.“

 

 

941313-56bedc8a5867637e08285593c175a1ac.jpg 

Potgieter (27 juni 1808 – 3 februari 1875)

Borstbeeld op de De Nieuwe Oosterbegraafplaats, Amsterdam

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Kees Ouwens werd geboren op 27 juni 1944 in Zeist. Zie ook mijn blog van 27 juni 2006 en ook mijn blog van 27 juni 2007 en ook mijn blog van 27 juni 2008 en ook mijn blog van 27 juni 2009 en ook mijn blog van 27 juni 2010. 

 

Avond

 

Soms klonk over de vallei het denkbeeld van een stem ten tijde van het avonduur

als de lucht al leeg was, het onderworpen land

waarin niets sprak, de weg die met de ogen volgbaar

liep in alle stilte langs loofbos van het buiten

en in de ruimte boven aarde - klokslag negen uit de toren van het gat

dat naast zijn akkers ligt en weiden

en zijn bongerd teelt -

sprak mensloos avond.

 

 

 

Ik ging wandelen

 

Ik ging wandelen.

Mijn keurige regenjas stond

mij goed.

Met mijn verzorgde uiterlijk

stonden

vele deuren voor mij open.

Maar ik wandelde.

Ik was mijzelf genoeg.

 

Vele straten verder stokte

mijn adem.

Mijn prettige voorkomen

vertrok

van angst.

Wat ging mij nu gebeuren?

Ik wist het niet.

 

En eens ging ik uit

wandelen.

Er heerste volslagen duisternis.

Mijn decente verschijning

glipte langs

de gevels.

Ik was ongetwijfeld zeer bang.

 

 

 941313-08442089fec7af062dcd33852f50ad2e.jpg

Kees Ouwens (27 juni 1944 – 24 augustus 2004)

 

 

 

 

De Canadese dichter, singer-songwriter, performer en sociale activist. Dawud (David) Wharnsby Ali werd geboren op 27 juni 1972 in Kitchener, Ontario. Zie ook mijn blog van 27 juni 2009 en ook mijn blog van 27 juni 2010.

 

 

What Did I Do Today?

 

Oh the moon has come, the day is done,

the night has covered up the sun,

I have stood so often before you to pray,

but I wonder Allah, tell me, what did I do today?

Did I remember the words of Al-Fatihah?

Did I take time to thank you for all that I have?

Did I call on you to guide my way?

Tell me what did I do today?

 

I have whispered to you as I made Ruku

Subhana Rabey'yal Adheem.

But was my faith bright or grey?

Oh Allah, tell me, what did I do today?

Did I smile at my brother?

Was I kind to my Mother?

Did I teach another something I know?

Or did my love of this world lead me astray?

Tell me what did I do today?

 

Sami Allah hu liman hamida

Rabbana Lakal Hamd.

Sami Allah hu liman hamida

Rabbana Lakal Hamd.

 

Though I'?ve bowed to you with my face in the dust,

Subhana Raby'yal a`la.

The blessings you give I could never repay.

Oh Allah, tell me, what did I do today?

Did I use my time?

Did I use my mind?

If I search my heart what will I find?

The light of your guidance is a glimmering ray,

Tell me, what did I do today?

Oh Allah, Tell me what did I do today?

 

 

 941313-10cbf3f10cf60921b21a2fb275069f65.jpg

Dawud Wharnsby (Kitchener, 27 juni 1972)



Zie voor nog meer schrijvers van de 27e juni ook
mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:53 Reageer op dit bericht

Zsuzsanna Gahse, João Guimarães Rosa, Catherine Cookson, Gaston Bachelard, James Woodforde, Helen Keller

De Duitse schrijfster en vertaalster Zsuzsanna Gahse werd op 27 juni 1946 in Boedapest geboren. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007 en ook mijn blog van 27 juni 2008 en ook mijn blog van 27 juni 2009 en ook mijn blog van 27 juni 2010.

 

 

 

DRITTER WÜRFEL

1.
Schon mit Siebzehn war er auf dem Schiff, fing
als Schiffsjunge an, war bald braun gebrannt,
auf dem Kopf eine Schildmütze, und die
Uniformhose trug er ohne Hemd,
sobald es warm war, im Sommer immer.
Am Landungssteg – wobei das Schiff ständig
zu halten hatte – warf er die Taue,
und man sah seinen Rücken, den schönen
glatten Rücken, die Schulterblätter in
Bewegung. Gleich darauf drehte er sich

2.
um, schaute einen mit braunen Augen
an und sagte, aussteigen bitte. Den
Sommer lang jede Viertelstunde die
dicken Taue werfen, ziehen, um die
Poller wickeln, warten, weiterfahren,
in die Sonne schauen oder tief ins
Wasser und unabhängig bleiben. Die
älteren Matrosen mochten ihn auch.
Der Stefan, sagten sie, der Junge bringt
es noch weit, und er kam bis zum Schwarzen

3.
Meer, dann war er verschollen

 

 

 

Uit: Instabile Texte. zu zweit

 

Gestern: Licht, heute: Licht, morgen: Licht. Eine ganz eindeutige Zugehörigkeit hat das Licht,

es gehört dem Tag.

 

Alle Augen glänzen, alle Leute haben Haut am Sommerabend, und die Hauswände,

die Markisen, die Tische, die Gläser, die künstlichen Kakteen haben sich

vollgetrunken mit dem rotorangenen Abend, der flach und groß aus dem See steigt.

 

Es ist gleich neunzehn Uhr, und ich weiß, dass die Leute, die auf der Straße und am

Seeufer in Richtung Westen gehen, ein auffallendes Liebeslicht in ihren Gesichtern

haben, bis weit nach neun Uhr abends.

 

 

 941310-9fbad68df972291d9ede4420e9bc159d.jpg

Zsuzsanna Gahse (Boedapest, 27 juni 1946)

 

 

 

 

De Braziliaanse schrijver João Guimarães Rosa werd geboren op 27 juni 1908 in Cordisburgo, Minas Gerais. Zie ook mijn blog van 27 juni 2009 en ook mijn blog van 27 juni 2010.

 

Uit: Diadorim (Vertaald door Maryvonne Lapouge-Petorelli)

 

“Nous étions tous, à ce moment-là, en train de nous servir à manger, et c'était de tout en abondance. De la bouillie de farine de maïs et du chou, de la courge cuite, des lardons frits, et on faisait griller des pièces de viande sur tous les feux. Pour qui voulait de la soupe, il suffisait d'aller s'en chercher une portion à la porte de la cuisine. C'est le grand nombre d'assiettes qui manquait. Et l'on but également son content de cachaça, car Joca Ramiro ordonna de nous servir tous à volonté - une cachaça de première. Cela vous aurait plu de voir cette foule de gens, les choses qu'ils faisaient et disaient, la façon dont on pouvait rire, et faire la bringue, ayant tous bien mangé, bu à la régalade. Puis, la nuit arriva.”

 

 

 941310-462ef0a21a7fc7a0489842a24f0c2e37.jpg

João Guimarães Rosa (27 juni 1908 – 19 november 1967)

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Catherine Cookson (pseudoniem van Kate McMullen) werd geboren in Tyne Dock, County Durham op 27 juni 1906. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007 en en ook mijn blog van 27 juni 2009 en ook mijn blog van 27 juni 2010.

 

Uit: The Fifteen Streets

 

'Hannah, drop that an' come an' see. The O'Briens are at it again...blue murder! Come on. Come upstairs, you can see better from our top window.'

Wiping the soap suds from her arms, Hannah Kelly hastily lifted the lid of the wash-house boiler, scooped off the grey scum with an enamel mug, dabbed the contents of the boiler with a stick, then ran out of the wash-house and across the backyard, thinking as she did so, 'Eeh, I haven't got time for this...And our Joe warned me.'

She caught up with her neighbour as she was opening the stair door.

'Who is it this time? The old man?'

'Yes.'

'Who's he at? Dominic!'

'Aye.'

'Are they drunk?'

'Are they ever owt else?'

They scurried across the kitchen to the front room, and automatically took up their stations, one at each side of the window, bodies close to the wall, heads held slightly to the side against the mesh of the Nottingham lace curtains, their arms wound tightly in their aprons.

'My God, what a mess, Bella!'

'He must have thrown them two pictures out since I came down for you.'

'Eeh, God Almighty! It's a shame. Just as Mary Ellen was getting things pulled together again.'

'Look' — there was glee in Bella's voice — 'there they are at the window throttling each other. Christ!' she exclaimed as something came hurtling through the window into the street, 'which one missed that, I wonder?'

'Eeh! he's thrown the pot through the window. Oh, Bella, that'll bring the pollis. God Almighty, it's awful! It's enough to bring on the bairn...she's at the worst time, on eight months.'

 

 

 941310-7c86ad8deb7a8e11ae4e0ad28ff00cee.jpg

Catherine Cookson (27 juni 1906 – 11 juni 1998)

 

 

 

 

De Franse filosoof en dichter Gaston Bachelard werd geboren op 27 juni 1884 in Bar-sur-Aube. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007 en en ook mijn blog van 27 juni 2009 en ook mijn blog van 27 juni 2010.

 

Uit: La flamme d'une chandelle

 

„Seul, la nuit, avec un livre éclairé par une chandelle - livre et chandelle, double îlot de lumière, contre les doubles ténèbres de l'esprit et de la nuit.
J'étudie ! Je ne suis que le sujet du verbe étudier.
Penser je n'ose.
Avant de penser, il faut étudier.
Seuls les philosophes pensent avant d'étudier.“

 

 

 941310-ffe31105346f625624c99b321aeacc3b.jpg

Gaston Bachelard (27 juni 1884 – 16 oktober 1962)

 

 

 

 

De Engelse dagboekschrijver en geestelijke James Woodforde werd geboren in Ansford op 27 juni 1740. Zie en ook mijn blog van 27 juni 2009 en ook mijn blog van 27 juni 2010.

 

Uit: The Diary of a Country Parson 1758 – 1802

 

“ 1776

My tooth pained me all night, got up a little after 5 this morning and fent for one Reeves a man who draws Teeth in this Parifh and about 7 he came and drew my tooth but shockingly bad indeed, he broke away a great Piece of my Gum & broke one of the Fangs of the Tooth it gave me exquifite Pain all the Day after and my Face was fwelled prodigiously in the Evening & much Pain. Very bad in much Pain the whole Day long – Gave the old Man who drew it however – 0: 2: 6 He is too old I think to draw teeth, can’t fee very well.“

 

 

 941310-a8bdd8c64ef34c18ec3c3d166a582e73.jpg

James Woodforde (27 juni 1740 – 1803)

Buste door Linda Preece

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Helen Keller werd geboren in Tuscumbia, Alabama op 27 juni 1880. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007 en ook mijn blog van 27 juni 2009 en ook mijn blog van 27 juni 2010.

 

Uit: The Story of My Life

 

“My father, Arthur H. Keller, was a captain in the Confederate Army, and my mother, Kate Adams, was his second wife and many years younger. Her grandfather, Benjamin Adams, married Susanna E. Goodhue, and lived in Newbury, Massachusetts, for many years. Their son, Charles Adams, was born in Newburyport, Massachusetts, and moved to Helena, Arkansas. When the Civil War broke out, he fought on the side of the South and became a brigadier-general. He married Lucy Helen Everett, who belonged to the same family of Everetts as Edward Everett and Dr. Edward Everett Hale. After the war was over the family moved to Memphis, Tennessee.

I lived, up to the time of the illness that deprived me of my sight and hearing, in a tiny house consisting of a large square room and a small one, in which the servant slept. It is a custom in the South to build a small house near the homestead as an annex to be used on occasion. Such a house my father built after the Civil War, and when he married my mother they went to live in it. It was completely covered with vines, climbing roses and honeysuckles. From the garden it looked like an arbour. The little porch was hidden from view by a screen of yellow roses and Southern smilax. It was the favourite haunt of humming-birds and bees.

The Keller homestead, where the family lived, was a few steps from our little rose-bower. It was called "Ivy Green" because the house and the surrounding trees and fences were covered with beautiful English ivy. Its old-fashioned garden was the paradise of my childhood.”

 

 

 941310-bb102cf64872d346684c7388a5ca959b.jpg

Helen Keller (27 juni 1880 – 1 juni 1968)

Portret door Robert Shetterly

Geschreven door Romenu om 18:45 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten