Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 7 juli 2011 tot 8 juli 2011

Maria van Daalen, Walter Hasenclever, Richard Aldington, Jean Ray, Julius Mosen

De Nederlandse dichteres Maria van Daalen werd geboren op 8 juli 1950 in Voorburg. Zie ook mijn blog van 8 juli 2010 en eveneens alle tags voor Maria van Daalen op dit blog.

 

 

Rozen

 

voor je verjaardag koop ik 42 rozen
ik zet ze op mijn altaar neer ik geef ze water
en dan laat ik ze drinken en verwelken later
nog wacht ik tot de cirkel van verdorde loze

blaadjes bruin en knisperend is ik tel hun broze
stiltes dat weet je niet je viert het niet je gaat er-
van uit dat ik er niet meer ben de waarheid staat er
te lezen blad na rozenblad tijd die gekozen

is nu ga ik weg ga jij weg als ik dood kus ken
ik verlangen het blijft over in krullend rood en
geur het verwelkt nog niet het is ingehouden meer

van mij als alle stelen kaal zijn leg ik ze neer
in een vuilniszak in een krant voorzichtig dorens
niet scheuren ik mag vergeten ik ben geboren.

 

 

 

 

Nieuwsdienst

 

Hij staat met een plastic tas in zijn hand
en weet niet welke kant hij uit moet.
Linksonder loopt de klok met grote snelheid door.

Later zie ik hem met geopende mond
achterover liggen: een paardebloem
bloeit tot pluis toe tussen zijn lippen.

Het is diep geworteld: werkelijkheid,
verval, eierdoppen die krakend
barsten onder schoenzolen.

Van karton ben ik, bespat aan twee kanten,
met druppels die kleurstof achterlaten.
Ik kan nat worden, en zachtjes gaan liggen.

 

 

 

 

Knekel

 

hoofd dat mijn beenderas bevat voor later
spreek met een mond vol aarde van het leven
ik voel de zon en ja, ik blijf nog even
mijn ogen tranen maar ook dat is water

woorden bewogen door de wind - dat staat er
in elke beendervel volop geschreven -
vormen de liefste zin aan mij gegeven
zolang mijn schedelmond nog praat - ik schater

mij schuimend, bottend, brandend, stormend naar de
vier elementen die zich zingend mengen
met mij, de lichtste, aether, als hun hemel

die schedeldak mag vullen met gewemel
van wormen, rijmend kronkelend in strengen
ten slotte is mijn vruchtbaarheid mijn waarde

 

 

 948620-3bae108938b069e31481db8be6485da1.jpg

Maria van Daalen (Voorburg, 8 juli 1950)

 

 

 

 

De expressionistische Duitse schrijver en dichter Walter Hasenclever werd op 8 juli 1890 in Aken geboren. Zie ook mijn blog van 8 juli 2007 en ook mijn blog van 8 juli 2008 en ook mijn blog van 8 juli 2009 en ook mijn blog van 8 juli 2010

 

 

Auf den Tod einer Frau

 

Wenn Du Dich neigst am Saum des Himmels,
Sommerentlaubt:
Wir bleiben zurück,
Wir öffnen die Augen,
Wir sehen Dein ewiges Bild.
Nun weißt Du alles,
Träne und Hoffnung,
Die Welt des Leides, die Welt des Glücks.
Erlöste Seele, geliebte Seele,
Schwester unser,
Die Heimat ist da!

 

 

 

Mein Jüngling, du

 

Mein Jüngling, du, ich liebe dich vor allen,
Du bist mein eigen Bild, das mir erscheint!
Ich sehe dich in manchen Teufelskrallen;
Gewiss, du bist nicht glücklich, hast geweint.
Du liebst zu schmerzlich oder harrst vergebens,
Dein Vater, deine Wirtin macht dir Qual,
Du zuckst in der Verwildrung deines Lebens,
Dein Geist wird bürgerlich, dein Kopf wird kahl.
Willst du nicht mit mir gehn und mich erhören!
Sieh, auf die gleichen Klippen schwimm ich ein.
Einst auf Prärien, jetzt in Geisterchören
Will ich dich rufen und will bei dir sein!

 

 

 948620-1961080153a21e4aa8bbe16ea72ec749.jpg

Walter Hasenclever (8 juli 1890 – 21 juni 1940)
Lithografie door Oskar Kokoschka, 1918

 

 

 

 

De Engelse schrijver en dichter Richard Aldington werd geboren op 8 juli 1892 in Portsmouth. Zie ook mijn blog van 8 juli 2007 en ook mijn blog van 8 juli 2008 en ook mijn blog van 8 juli 2009 en ook mijn blog van 8 juli 2010

 

 

Childhood

 

I

 
The bitterness. the misery, the wretchedness of childhood

Put me out of love with God.

I can't believe in God's goodness;

I can believe

In many avenging gods.

Most of all I believe

In gods of bitter dullness,

Cruel local gods

Who scared my childhood.

 

II

 

I've seen people put

A chrysalis in a match-box,

"To see," they told me, "what sort of moth would come."

But when it broke its shell

It slipped and stumbled and fell about its prison

And tried to climb to the light

For space to dry its wings.

 

That's how I was.

Somebody found my chrysalis

And shut it in a match-box.

My shrivelled wings were beaten,

Shed their colours in dusty scales

Before the box was opened

For the moth to fly.



 

 

 948620-d1293cdf80af2bbbc8ca8c029d91fd68.jpg

Richard Aldington (8 juli 1892 – 27 juli 1962)

Foto door Man Ray 

 

 

 

 

De Frans- en Nederlandstalige Belgische schrijver Jean Ray (bekendste pseudoniem van Raymond de Kremer) werd geboren op 8 juli 1887 in Gent. Zie ook mijn blog van 8 juli 2007 en ook mijn blog van 8 juli 2009 en ook mijn blog van 8 juli 2010

 

Uit: La choucroute

 

„Sur ces entrefaites, le train, qui avait déjà fait d’assez nombreuses haltes, ralentit de nouveau et je me levai.
— Je descends ici ; bien du plaisir, Monsieur, et au revoir !
Je lui tendis la main.
Il la retint avec force, et je vis que son gros et cordial visage avait soudainement blêmi.
— Ce n’est pas possible ! balbutia-t-il, vous ne pouvez pas descendre… pas descendre… ici.
— Mais si… Adieu !
J’avais ouvert la portière et sauté sur le quai.
Il fit un geste inutile et, à ce qui me semblait, désespéré, pour me retenir.
— Vous ne pouvez descendre… ici ! hurla-t-il.
Le train se remettait en marche ; je vis le visage de mon compagnon de route se coller, tordu d’angoisse, contre la vitre de la portière. Le train prit de l’allure et ne fut qu’une ombre fuyante piquée d’un œil flamboyant de cyclope.“

 

948620-d92cc69347feb18a500a0c0bf9719c11.jpg
Jean Ray (8 juli 1887 – 17 september 1964)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Julius Mosen (eig. Julius Moses) werd geboren op 8 juli 1803 in Marieney in het Vogtland. Zie ook mijn blog van 8 juli 2007 en ook mijn blog van 8 juli 2009 en ook mijn blog van 8 juli 2010

 

 

Der Zecher - Als Mystiker

 

Im Pokal, im klaren Weine

Ruht ein Gnadenbild

Wie in goldnem Heil'genscheine

Sonnenhell und mild.

 

Und es wird ein altes Wähnen

Drinnen wieder jung,

Und es stießen meine Thränen

Der Erinnerung.

 

Immer tiefer muß ich nippen

In die süße Flut,

Küsse suchen da die Lippen,

Und es wallt mein Blut.

 

Welch ein überirdisch Klingen

Wehet um mich her?

Zu dem Herzen will es dringen:

Und mein Haupt wird schwer!

 

Ei, du Traumbild im Pokale

Wie geschieht's mit dir,

Daß du nun mit einem Male

Bist im Herzen hier?

 

Alte Zeiten leben wieder

In der tiefsten Brust,

Und es kehren alte Lieder

Und die alte Lust.

 

Der ist nicht ein wackrer Zecher

In dem deutschen Land

Der noch nicht im tiefen Becher

Gleiche Wunder fand.

 

 

 948620-89fd04b4af6a9169dfad74145c134194.jpg

Julius Mosen (8 juli 1803 – 10 oktober 1867)

Beeld in Oldenburg



Zie voor nog meer schrijvers van de 8e juli ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:35 Reageer op dit bericht

Jean de La Fontaine, Martin Jankowski, Wouter van Heiningen, Thijs Zonneveld, Mart Smeets, Eva Roman, Hanns Johst

De Franse dichter en schrijver Jean de La Fontaine werd op 8 juli 1621 geboren in Château-Thierry in Champagne. Zie ook mijn blog van 8 juli 2010 en eveneens alle tags voor Jean de La Fontaine op dit blog.

 

 

De twee muilezels

 

Muilezels, twee. Haver droeg 't eerre dier,

Belastinggeld droeg d'andre van de muilen.

Het rijksbeest had, op 't rijksvertrouwen fier,

Voor nog zoo veel zijn last niet willen ruilen.

Het stapte, rink'lend met zijn bellen van pleizier.

Tot plotsling een troep oorlogslién,

Die 't op het rijksgeld had voorzien,

Den ezel overvalt, hem bij den teugel pakt,

Hem tegenhoudt, met knuppels op hem hakt.

Het arme dier, mishandeld, half gesmoord,

Zucht: „Dat is anders, dan 'k had kunnen drooment

Mijn makker, die mij volgde, is aan 't gevaar ontkomen,

Ik loop erin en word vermoord."

 

„Vriend," riep zijn kameraad hem tegen,

„Een hooge post brengt niet altoos geluk. voorwaar;

Was jouw baas, als de mijne, een simpel molenaar,

je hadt 't niet zóó te kwaad gekregen."

 

 

 

948618-33b38117cc201ba2ad32fd481aac6e54.jpg
Jean de La Fontaine (8 juli 1621 – 13 april 1695)

Beeld van Pierre Julien in het Louvre, Parijs

 

 



Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Duitse dichter en schrijver Martin Jankowski werd in 1965 in Greifswald geboren. Zie ook mijn blog van 8 juli 2009 en ook mijn blog van 8 juli 2010

 

MALARIA

 

zuerst kommen die kleinen durchsichtigen
geister weben einen kokon aus geduld
schützender zeit und wispernden geschichten
und dann tanzen sie mit den träumen durch
dein blut

 

und dein blut beginnt ganz neu dich zu zeichnen
plötzlich erkennst du die vielfalt der wege in deinem
innern begreifst all deine farben und gewinnst an
gestalt und beginnst zu pulsieren und nicht mehr
es dich

 

und das einverständnis im puls erhöht die
bewegung es beginnt das aufundabfest mit gästen
in deinen adern mit besuchern die neugierig
nach interessanten gelegenheiten ausschau halten
in dir

 

und dann bricht schon im süden der krakatau dein
herz und im norden stürmen die wogen die sterne
insekten schwärmen aus im grellen licht des bluts
milliarden wesen sehn dich an und schweigen laut

 

das auf und ab von liebe überdruß und schmerz
raubt dir den sinn für fragen des geschmacks
und deine prall gefüllten adern tanzplatz der äonen
umarmen dich im übermut es mangelt nicht

 

dies ist ein dies ist ein dies ist ein über
fluß an leben

 

 

948618-cb65cb24383eca5023031f53db66d31f.jpg
Martin Jankowski (Greifswald, 1965)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Wouter van Heiningen werd geboren op 23 januari 1963 in Leidschendam. Zie ook mijn blog van 23 januari 2011.

 

 

Voor mijn vader

 

In de herfst van je leven
doe je warme schoenen aan
en een stevige jas
tegen het guur


Je trekt nog eenmaal
een beschutting op
in oude woorden
om vroegere dromen


Zilverwit blad dwarrelt
oneindig langzaam
maar onvermijdelijk
naar de koude harde grond


Je merkt de zachte
landing op
en beseft
dat in berusting
waarheid wordt gevonden

 

 

 

 948618-a9a29ebc1c9a2687d813bd190c554ae0.jpg

Wouter van Heiningen (Leidschendam, 23 januari 1963)

 

 

 

 

En twee extraatjes vanwege de Tour de France:

 

De Nederlandse schrijver, journalist en columnist Thijs Zonneveld werd geboren op 28 september 1980 in Sassenheim. Zie ook mijn blog van 28 september 2010.

 

Uit: Benen scheren (Column)

 

„Nee, over deze smaak valt niet te twisten. Benen zijn glad. Punt uit. En zo denken alle renners in het peloton erover. Noem het meelopers, noem het meefietsers, noem het een subcultuur - maar het verandert nooit.

Wielrenners hebben een volledig op zichzelf staand gevoel voor schoonheid ontwikkeld. Ze willen ieder spiertje, ieder adertje en ieder peesje op hun benen kunnen zien. En wie een bos haar op zijn benen heeft, die ziet de bomen eronder niet meer.

 

Pannenkoek

Ongeschoren poten, dat is iets voor recreanten. Voor bierbuiken die één zondag per jaar hun fiets uit de schuur halen voor een rondje van een kilometer of twintig.

Voor kerels met bellen op hun stuur en zadeltasjes ter grootte van een strandbal. Voor onbehouwen ploerten die de pedalen niet aaien, maar ze mishandelen met hun gestamp.

Geschoren benen moet je eigenlijk verdienen. Het is een beloning als je de grens tussen pannenkoek en wielrenner bent overschreden. Als je genoeg hebt getraind. Als je genoeg over wielrennen hebt gedroomd. Als je genoeg met je beenhaar in je kettingbladen verstrikt bent geraakt. Wanneer genoeg genoeg is, mag je overigens volledig zelf bepalen.“

 

 

948618-bc7b11d71d5f5d7e069356bdcae9071e.jpg
Thijs Zonneveld (
Sassenheim, 28 september 1980)

 

 

 

 

De Nederlandse (sport)journalist, schrijver en radio- en televisiepresentator Mart Smeets werd geboren in Arnhem op 11 januari 1947. Zie ook mijn blog van 11 januari 2011.

 

Uit: De afrekening

 

Het was druk op straat en Stijn raakte bijna zijn vader kwijt. In het gedrang van de mensen voelde hij zich heel even onzeker en alleen, maar twee meter voor hem herkende hij de rug van zijn pa, die inhield en zijn linkerhand naar hem uitstak: kom, houd vast.

Het was een regenachtige julimiddag. Stijn had in de klas stoer zitten vertellen dat hij met zijn vader mee mocht om naar de wielrenners op het Stadionplein te gaan kijken. Hij zou tot in het Olympisch Stadion mogen komen en hij zou misschien wel Wim van Est en Wout Wagtmans te zien krijgen, die de Tour de France gingen rijden. Tenminste, dat had zijn vader hem die ochtend aan het ontbijt nog verteld.

De klas luisterde aandachtig, een van de jongens riep dat hij ook ging kijken en toen juffftouw Telkamp vroeg wie wist wat nou precies de Tour de France was, had Stijn zijn vinger opgestoken en was hij mooi en stram gaan zitten zodat ze hem niet kon missen: juf…juf!

‘Nou Stijn, vertel het de anderen dan maar, wat is dat precies…de Tour de France?’

En hij had verteld wat hij wist: een wielerwedstrijd die in Frankrijk verreden werd en die voor de eerste maal in Amsterdam startte, mannen die wel drie weken van huis waren om door heel Frankrijk te fietsen.

De lerares had hem lachend toegekikt: heel goed, Stijn, en weet je ook wat de gele trui is?

Stijn had trots geantwoord dat de beste wielrenner in een gele trui moest rijden…dan konden de mensen langs de weg hem goed herkennen. Dat had zijn vader verteld en dan was het ook zo.”

 

 

 948618-258cdd8b4ba83da28826e070380c2db1.jpg

Mart Smeets (Arnhem, 11 januari 1947)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 8 juli 2007.

 

De Duitse schrijver en nationaalsocialist Hanns Johst werd geboren op 8 juli 1890 in Seerhausen.

 

Zie voor onderstaande schrijfster ook mijn blog van 8 juli 2010

 

De Duitse schrijfster Eva Roman werd in 1980 geboren in Aken en groeide op in Augsburg.

Geschreven door Romenu om 19:26 Reageer op dit bericht

Lion Feuchtwanger, Vladimir Majakovski, Jeff VanderMeer, Reinhard Baumgart, Kuno Bärenbold, János Székely

De Duitse schrijver Lion Feuchtwanger werd geboren in München op 7 juli 1884. Zie ook mijn blog van 7 juli 2007 en ook mijn blog van 7 juli 2008 en ook mijn blog van 7 juli 2009 en ook mijn blog van 7 juli 2010.

 

Uit: Die Geschwister Oppermann

 

“Plötzlich wurde die Tür aufgerissen. Stürmisch, in breiter Front, brach Donnerwölkchen in den Raum ein. Gewaltig kam sie auf den schmalen François zu, umbauscht von ihrem Schlafrock. So erfüllt war sie von dem, was sie zu sagen hatte, daß es ihr die Sprache verschlug. Wortlos knallte sie ein großes, entfaltetes Zeitungsblatt auf den Schreibtisch, so daß es das Manuskript, die Bände der alten Klassiker, den Klopstock fast völlig überdeckte.

Es war die heutige Ausgabe des Berliner Organs der Völkischen. „Da“, brachte Frau Emilie François heraus, nichts weiter, uind stand da, dasleibgewordene Verhängnis. François las. Es war ein Artikel über die Zustände am Königin-Luise-Gmnasium. Diese Schule, längst eine Züchtungsanstalt von Landesverrätern, hieß es, sei jetzt vollends verrottet. Ein jüdischer Schüler, ein hoffnungsvoller Sproß der Familie Oppermann, habe in einem Schulvortrag vor versammelter Klasse Hermann den Befreier aufs wüstete geschmäht, ohne daß es bis jetzt seinem nationalen Klassenlehrer geglückt wäre, das Früchtchen zur Rechenschaft zu ziehen. Beschützt von dem verwelschten Vorstand der Anstalt, einem typischen Vertreter des Systems, spreitzte sich noch immer der freche Judenjunge in der

Glorie des Landesverrats. Wann endlich werde die nationale Regierung diesen unerhörten

Zuständen ein Ende bereiten?

François nahm die Brille ab, blinzelte. Er fühlte sich sehr elend. „Nun?“ fragte drohend Donnerwölkchen.

François wußte nicht, was antworten. „Was für ein entsetzliches Deutsch“, sagte er

nach einer Weile.

Er hätte es besser nicht gesagt. denn diese Äußerung endlich entfesselte Donnerwölkchen. Was? Der Mann hat sich und seine Familie durch seine ewige, phlegmatische Unentschlossenheit ruiniert, und jetzt hat er gegen den Angreifer nichts vorzubringen, als daß sie schlechtes Deutsch sprachen? War er wahnsinnig?

Die Portiersfrau hat ihr den Artikel gebracht, morgen werden ihr zehn Freundinnen den Artikel bringen. Sieht er denn nicht, daß es aus ist? Mit Schmach und Schande wird man ihn aus dem Amt jagen.

Fraglich, ob man ihm Pension zuerkennt. Was dann? Zwölftausendsiebenhundert Mark haben sie auf der Bank. Die Papiere stehen nicht mehr ihre vollen Hundert. Wovon soll man leben? Er, sie und die Kinder? „Von dem da?“ fragte sie und schlug mit der Hand auf sein Manuskript; sie erreichte aber nur das Zeitungsblatt.“

 

 

 947935-6ec6158fb1ccd8c173a72c26ac49df38.jpg

Lion Feuchtwanger (7 juli 1884 – 21 december 1958)

Hier met de schrijver Bertolt Brecht (links) 

 

 

 

 

De Russische dichter Vladimir Majakovski werd op 7 juli 1893 in Georgië geboren. Zie ook mijn blog van 7 juli 2010 en eveneens alle tags voor Vladimir Majakovski op dit blog.

 

Ich

 

3. Einige Worte über meine Mama

Ich habe eine Mama auf Kornblumentapeten.
Doch ich spaziere inmitten bunter Pfaue
und quäle, abgemessnen Schritts, die haarigen Kamillen.
Der Abend spielt auf rostigen Oboen,
ich gehe zum Fenster
im Glauben,
dass ich sie wiedersehe:
die aufs Haus
gestreute
Wolke.
Doch bei der kranken Mama
läuft das Rascheln vorbei des Volkes
vom Bett bis hin zur leeren Ecke.
Mama weiß –
dies sind die Gedanken des wahnsinnigen Haufens,
der unter dem Dach der Weinhandlung Schustow hervorkriecht.
Und während meine Stirn, die vom Filzhut gekrönte,
den verlöschenden Rahmen blutig bespritzt,
sage ich,
mit dem Brummbass das Heulen des Windes eröffnend:
“Mama.
Wenn ich die Vase eures Martyriums,
die tanzende Wolken mit Stöcken zerschlugen,
zu bedauern anfinge, –
wer soll dann die goldenen Hände liebkosen,
die ans Blechschild geschlagen wurden bei Avanzos Vitrinen? … „

 

 

 

Und könntet ihr?

 

Die Farbe direkt aus dem Becher verspritzend
hab ich die Karte des Alltags bestrichen;
aus einer Schüssel Sülze gezogen,
zeig ich des Meeres Wangenbogen.
Von Blechfischschuppen las ich viele
Rufe neuer Lippen vor.
Und ihr?
Könnt ihr Nocturne spielen
auf einer
Flöte aus Wasserrohren?

 

 

 

Vertaald door Eric Boerner

 

 

 

947935-b58cbe81791be22800e0f80740f43ad6.jpg
Vladimir Majakovski (7 juli 1893 - 14 april 1930)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Jeffrey Scott VanderMeer werd geboren op 7 juli 1968 in Belfont, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 7 juli 2007  en ook mijn blog van 7 juli 2008 en ook mijn blog van 7 juli 2009.

 

Uit: City of Saints and Madme

 

„The question that most intrigued Dradin, that guided his thoughts and bedeviled his nights, was this: Would Cadimon Signal take pity on a former student and find a job for him? He hoped, of course, for a missionary position, but failing that a position which would not break his back or tie him in knots of bureaucratic red tape. Dad was an unlikely ally in this, for Dad had recommended Dradin to Cadimon and also recommended Cadimon to Dradin.

Before the fuzzy beginnings of Dradin's memory, Dad had, when still young and thin and mischievous, invited Cadimon over for tea and conversation, surrounded in Dad's study by books, books, and more books. Books on culture and civilization, religion and philosophy. They would, or so Dad told Dradin later, debate every topic imaginable, and some that were unimaginable, distasteful, or all too real until the hours struck mid night, one o'clock, two o'clock, and the lanterns dimmed to an ironic light, brackish and ill-suited to discussion. Surely this bond would be enough? Surely Cadimon would look at him and see the father in the son?

After breakfast, necklace and map in hand, Dradin wandered into the religious quarter, known by the common moniker of Pejora's Folly after Midan Pejora, the principal early architect, to whose credit or discredit could be placed the slanted walls, the jumble of Occidental and accidental, northern and southern, baroque and pure jungle, styles. Buildings battled for breath and space like centuries-slow soldiers in brick-to-brick combat.“

 

 

 

 947935-0ed3865a4a2651b00bb1ec02c08c8b72.jpg

Jeff VanderMeer (Belfont, 7 juli 1968)

 

 

 

 

De Duitse schrijver, essayist en literatuurcriticus Reinhard Baumgart werd geboren op 7 juli 1929 in Breslau. Zie ook mijn blog van 7 juli 2007 en ook mijn blog van 7 juli 2009 en ook mijn blog van 7 juli 2010.

 

Uit: Damals, ein Leben in Deutschland

 

„Gemischte Herkunft also: ein Kleinbürgersohn aus dem schlesischen Osten hatte die höhere Tochter, Kind eines Gutsherrn aus alter Braunschweiger Familie, zur Ehe gewonnen. Die Spur der Vaterfamilie verliert sich rasch im Dunkel. Schon von seinem Großvater wußte er selbst nicht viel mehr, als daß der Streckenarbeiter bei der Reichsbahn gewesen war. Um so weiter ließen sich die Vorfahren meiner Mutter verfolgen, in direkter Linie über die beiden Maler Lucas Cranach bis ins 15. Jahrhundert, auf einer Nebenlinie sogar ins Fürstenhaus der Askanier und also, weil diese Hochfeudalen im Mittelalter sich alle miteinander vermischten, weiter bis auf Karl den Großen.
Das alles lernte ich, beklommen und stolz, wenn ich bei meiner Großtante Stapelfeld bäuchlings auf dem düsteren Perser lag und ihre Ahnentafeln studierte. Diese Tante Helene, jung verwitwet, inzwischen schlohweiß und etwas versponnen, hatte viel Zeit für Familiengeschichte und für mich, schwärmte für den Führer und die große deutsche Vergangenheit und tauschte sich über unsere Ahnen mit einem eifrig und pedantisch forschenden Vetter aus. Da sie für mich außer den Stammbäumen auch alle von ihr abonnierten Illustrierten bereithielt, radelte ich oft und gern zu ihr hinüber ins Reihenhaus nach Stabelwitz. Obwohl sie seltsam war, ein bißchen unheimlich. Nicht nur, weil die alte Dame sich so herzlich begeisterte für die neue, junge braune Zeit und ihre Führer, sondern weil sie immer, wenn ein Gewitter anrückte, verlegen kichernd in ihren Kleiderschrank stieg, aus Angst vor Donner und Blitzen: Mach du nur weiter!“

 

 

 

 947935-40ddea94d2ab2fd62cb4e9cfe578da29.jpg

Reinhard Baumgart (7 juli 1929 – 2 juli 2003)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Kuno Bärenbold werd geboren op 7 juli 1946 in Pfullendorf. Zie ook mijn blog van 7 juli 2009 en ook mijn blog van 7 juli 2010.

 

Uit: Kältegrade

 

“Die Plastiktüte stellte ich vor mir auf den Boden. Ab und zu tat ich so, als würde ich einen kräftigen Zug aus der Rotweinflasche nehmen. Über eine Stunde war ich neugierigen Blicken und verächtlichem Grinsen ausgeliefert. Einige Leute machten einen weiten Bogen um mich und tuschelten. Zeigten mit dem Finger auf mich. Andere blieben kurz stehen. Sie wollten wissen, was auf dem Pappschild stand:

Ex-Gefangener bittet um keine Spende, sondern um weniger Vorurteile gegenüber Inhaftierten. Bitte nehmen Sie ein Gedichtblatt.

Arbeitskollegen und Bekannte beachteten mich so wenig wie der Oberlehrer des Knastes, der mit finsterer Miene in einem Steh-Café verschwand.

"Wollen Sie ein Gedichtblatt haben?"

"Ist das von Ihnen?"

"Ja."

"Hier, nehmen Sie das."

"Nein, ich nehme kein Geld."

"Aber einen Flachmann."

"Auch nicht."

"Wovon leben Sie denn?"

"Ach, ich komm schon über die Runden."

"Na, dann geht's Ihnen ja prächtig."

Um mich warm zu halten, wechselte ich den Standort. Der Hut verursachte Schmerzen. Als Nicht-Brillenträger wurde es mir schwindlig. Vermummte Gestalten huschten vorüber. Ich konnte nur noch erahnen, was um mich herum geschah. Wurde angerempelt und gestoßen. Ich setzte mich auf eine Bank und wartete, bis es mir wieder besser ging.”

 

 

 947935-5750b96c768def1726c6a7e253bfb33c.jpg

Kuno Bärenbold (7 juli 1946 – 6 mei 2008)

 

 

 

 

De Hongaarse schrijver en draaiboekaureur János Székely werd geboren op 7 juli 1901 in Boedapest. Zie ook mijn blog van 7 juli 2009 en ook mijn blog van 7 juli 2010.

 

Uit: Der arme Swoboda (Vertaald door Leon Scholsky)

 

„Zugegeben, er war auch ein seltenes Exemplar: ein Hüne, an die zwei Meter groß, muskulös und massig wie ein Ochse, mit baby blauen Kinderaugen, die treuherzig aus den tiefen Augenhöhlen guckten wie ein fröhliches Sperlingspärchen, das sein Nest hoch oben in eine gefährliche Klippe gebaut hat. Die stark hervorstehenden Wangenknochen fi elen im rechten Winkel steil bis zum klobigen Kinn ab; darüber wucherte ein dichter, zausiger, brandroter Haarschopf. Swoboda hätte seine verfi lzten Locken niemals einem Haarschneider anvertraut. Er stutzte sie selbst alle drei Monate mit der großen Schere des Bahnhofsvorstehers.

Eigentlich hieß er gar nicht Swoboda. Man hatte ihn mal zum Spaß so genannt, als vor vielen Jahren

in der Gegend ein Mörder namens Swoboda gesucht wurde. Der Name war an ihm haften geblieben, was als zusätzlicher Beweis seiner Beschränktheit gedeutet wurde.

Er war in der tiefsten Slowakei geboren worden, wo sich die Bauern jahraus, jahrein von Kartoffeln

ernähren und Tuberkulose und Kropf üppig gedeihen wie winterharte Pfl anzen in fetter Ackerkrume.

Er war in einem Runkelfeld gezeugt worden und hatte seinen Vater nie gesehen, auch wenn seine

Mutter immer beteuerte, er würde sie bestimmt eines Tages besuchen kommen. Er war kein schlechter Mann, seufzte sie dann, aber er war Flußschiffer, und die Strömung hatte seine Zille weit-weit in die Ferne getrieben. Swoboda liebte seine Mutter über alles – »meine Mamiiinka«, wie er sie in seiner breiten Mundart nannte. Er redete ständig von »Mamiiinka« – und hatte ein ganzes Repertoire von wirren Geschichten über sie auf Lager. Zwar wurde niemand klug daraus, aber sie waren bestimmt herzergreifend, die Geschichten, denn er fügte jeweils schniefend hinzu: »Arme Mamiiinka, ohne die Zugluft tät sie heut noch leben.«

Seine Angst vor Zugluft machte ihn zur Zielscheibe ständigen Spotts. Wenn der Bahnhofsvorsteher

nicht da war, ließen die trödelnden Angestellten Türen und Fenster sperrangelweit offenstehen und

riefen nach Swoboda, nur um ihn Hals über Kopf davonrennen zu sehen.“

 

 


947935-bfcd73b93b84b30ac33d9ef162fcae1d.jpg
János Székely (7 juli 1901 – 16 december 1958)

Boedapest



Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juli ook
mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:49 Reageer op dit bericht

Miroslav Krleza, Clemens Haipl, Ludwig Ganghofer, Joseph Winckler, Hasan Abidi

De Kroatische schrijver Miroslav Krleza werd geboren op 7 juli 1893 in Zagreb. Zie ook mijn blog van 7 juli 2007 en ook mijn blog van 7 juli 2008 en ook mijn blog van 7 juli 2009 en ook mijn blog van 7 juli 2010.

 

Uit: The Banquet in Blitva (Vertaald door Edward Dennis Goy and Jasna Levinger)

 

„But who are we who live while our Blitva has not perished? I, Nielsen, and that Blitvinian they've arrested and whom they're leading in chains across the empty square, under the monument of the Blitvinian genius. In a rubber raincoat that poor bugger passed by, pale and upright, defiant, surrounded by a patrol of cuirassiers, and from under his left shoulder blade, as though drawn in bright red lipstick (almost cadmium), over the muddy and drenched rubber flowed perpendicularly an intensely red stream of fresh human blood. It was morning. A gray, dark, guttering, slimy, antipathetic, muddy Blitvinian morning, and in the distance, from around the corner, where stood the frowning scaffolding of a new five-story building, from the new Blitvinian corso came the sound of "Tango-Milango" from the Hotel Blitvania. That the Hotel Blitvania, as Barutanski's headquarters, had served as a central torture chamber during the years '17, '18, and '19 and that in the cellars of that accursed hotel several hundred people had been slaughtered was known to all in the city and over the whole of Blitva, and for years people made a detour around it in silence and with bowed heads, but today, on that very same place of execution, they were dancing the Tango-Milango.

In the newspapers of that mythical period, when Barutanski ruled from that accursed hotel as the first Protector, one might read in some texts consisting of cleverly infiltrated lines, between two or three words, timidly and cautiously, hints that once again someone had been massacred in the Hotel Blitvania, that someone had given evidence in court from a stretcher, that someone had been blinded, that someone had had needles stuck under his nails, and another with broken joints, but today it was all forgotten, today the Hotel Blitvania had been renovated as a first-class hotel. Today the Hotel Blitvania was a center for tourist traffic. Today rich foreigners and foreign diplomats of high rank stayed there. Today, for whole nights, they danced the Tango-Milango. And in general, in all Europe there wasn't a square centimeter on which somebody had not been blinded or had his joints broken or been beaten to death like a dog.“



 947927-1b54e7d68ed970f7880e78e7c88f88a9.jpg

Miroslav Krleza (7 juli 1893 – 29 december 1981)

Buste in Pecs

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver, cabaretier, tekenaar en muziekproducent Clemens Haipl werd geboren op 7 juli 1969 in Wenen. Zie ook mijn blog van 7 juli 2009 en ook mijn blog van 7 juli 2010.

 

Uit: Sind wir bald da?

 

“Nach der Lesung war ich noch ein wenig unterwegs. Ein Freund von mir ist ein, ich möchte fast sagen: international lässiger DJ und hat in Wien aufgelegt. Er hat mich auf die Gästeliste des Clubs geschrieben, was mich natürlich extrem stolz gemacht hat. Ich als aufstrebender Literat auf der Gästeliste des etablierten DJs und Musikproduzenten. Ich bin dabei, ich bin hip. Besonders gefreut hat mich das mit der Gästeliste, weil an dem Abend überhaupt kein Eintritt verlangt wurde. Es gab keinen Türsteher, niemanden, den ich mit einem beiläufig hingeworfenen »Ich bin auf der Liste« beeindrucken hätte können.

Ich habe kurz überlegt, ob ich jemand Wildfremdem erklären soll, dass ich auf der »Liste« bin. Möglicherweise hätte er oder sie mich dann aber für sehr blöd, eventuell sogar für gefährlich gehalten. Und das will ich ja wirklich nicht. Genauso gut könnte man jemanden ansprechen und ihm wissend »Ich habe mir gerade ein Bier gekauft« ins Ohr raunen oder »Ich habe mir heute die Schuhe selbst gebunden, ich, ich selbst!« Man sollte nicht allzu überrascht tun, wenn man dann von anderen für seltsam gehalten wird. Mein Gott, ist halt so.

Wie auch immer: Ich war also in diesem Club und habe ansatzweise verstanden, warum im Zusammenhang mit Pop immer wieder von »Jugendkultur« die Rede ist und nicht von »Lebenssituationen- jeglichen-Alters-Kultur«. Kurz, ich bin mir sehr alt vorgekommen. Ich glaube schon, dass ich mich mit all den zwanzigjährigen Damen wunderbar unterhalten könnte, geistreiche

Gespräche führen, lachen, philosophieren usw., das Übliche halt.”

 

 

947927-495efecd4659a0f33545820827e76874.jpg
Clemens Haipl (Wenen, 7 juli 1969)

 

 

 


De Duitse schrijver
Ludwig Albert Ganghofer werd op 7 juli 1855 geboren in Kaufbeuren. Zie ook mijn blog van 7 juli 2007 en ook mijn blog van 7 juli 2009
en ook mijn blog van 7 juli 2010.

 

Uit: Der Ochsenkrieg

 

„In den großen Zelten, die auf der Wiesenhöhe der Nürnberger Straße für das Königspaar und sein Gefolge errichtet standen, hatten Herr Sigismund und Frau Barbara die verstaubten Reisekleider abgelegt und für den Einzug in Regensburg sich angetan mit dem Schmuck der Herrscherwürde.

Während die Königin, die immer geraumer Zeit bedurfte, um sich schön zu machen, noch vor dem silbernen Reisespiegel saß, hatte der König schon das Zelt verlassen und stand in der milden Sonne. Noch trug er die Krone nicht. Doch seine hohe Gestalt, in der sich Majestät und Anmut paarten, war schon umflossen von den starren Falten des schwer mit Gold bestickten und mit Hermelin verbrämten Purpurmantels. Darunter schimmerte der lange, bis zum Gürtel geschlitzte Reitrock von mattgrüner, mit Perlenblumen benähter Seide. An den Füßen glitzerten die goldgespornten Schnabelschuhe; und die großen, bunten Emailglieder des Gürtels trugen das breite Schwert, an dessen Knauf ein grüner Smaragd von der Größe einer Welschnuß funkelte – ein Stück geschliffenen Glases – den echten kostbaren Schwertstein hatte Herr Sigismund zu Nürnberg verpfänden müssen, um Geld für die Regensburger Reise zu beschaffen. Dieses Geld war auch schon wieder ausgegeben, war auf der langen Reisestrecke in die flehenden Hände des verarmten Volkes geflossen, das überall in hoffendem Glauben die Straße des schönen, hilfreichen Königs belagert hatte. Er kam zu seiner treuen Reichsstadt Regensburg mit einer Tasche, die so leer war wie ein junges Grab, aus dem der Schaufelmann soeben herausgestiegen.

Von den widerlichen Sorgen, die seine häusliche Wirtschaft bedrückten, war in seinen hellen, heiteren Augen kein Schatten zu gewahren. Er schwatzte munter und stand unter dem reinen Himmel wie ein menschgewordener Sonnenstrahl.“

 

 

 947927-feebfb72f523bb6f04eeadcdc00d6e7c.jpg

Ludwig Ganghofer (7 juli 1855 – 24 juli 1920)

Standbeeld in Rottach-Egern

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Alfred Josef Werner Winckler werd op 7 juli 1881 in Bentlage bij Rheine geboren. Zie ook mijn blog van 7 juli 2007 en ook mijn blog van 7 juli 2009 en ook mijn blog van 7 juli 2010.

 

Uit: Eiserne Sonette

 

Es summt der Dynamo, an Uhr und Skalen

Gehn geisterleis die Zeiger, rasend drehn

Die Räder; allgewaltig, zauberschön

Des Stahlkolosses Kolben schwirrn und mahlen.

Selbsttätig wacht es, nährt sich, rechnet Zahlen,

Kühlt die Gelenke, bleibt wie denkend stehn

Und rast aufs neu; lautlos die Meister gehen

Und sehn nur nach den Zeichen und Signalen.

Maschinen, summende Arbeitsbienen,

Ihr Wunderwesen, ihr Gnome und Hünen,

Formen heißt Fronen;

Weltgebundene, weltumgestaltende,

Geisterfundene, geisterhaft schaltende,

Murmelnde Mütter neuer Äonen.

 

*

 

Ich fron wie ihr täglich um Lohn und Brot
Und steh nicht abseits in der Weltbetrachtung

Wie Lenau in hochmütiger Verachtung;

Ich tu mein Teil, denn Pflicht tut jedem not.

Und blühn mir Kränze, sät' ich selbst sie ein;

Ich wusch mich hart und blank in Zorn und Zähren,

Aus heißer Notdurft lernt ich euch verklären –

Des Werktags Stirn geb ich den Heiligenschein.

Dies schenkt kein Weib – sei Mann! Nach

Männern schreit

Die Zeit; Tod aller Weichlichkeit!

Und lockten uns mit Pfaun und Papageien

Granatbäume auf goldsmaragdner Wiese,

Wir könnten uns der Muße nicht mehr freuen,

Wir bauten einen Schacht im Paradiese.

 

 

 947927-266d8e6a8d308fe6d58401a6b78811f7.jpg

Josef Winckler (7 juli 1881 – 29 januari 1966)

 

 


De Pakistaanse dichter, schrijver en journalist Hasan Abidi werd geboren op 7 juli 1929 in Jaunpur in Uttar Pradesh. Zie ook mijn blog van 7 juli 2009
en ook mijn blog van 7 juli 2010.

Uit: Life spent in madness was not in vain / though many a pain the heart endured. (Bespreking van zijn biografie door Murtaza Razvi)

 

„Born into a waning feudal setup in a small town of Zafarabad in district Jaunpur, UP, India, Hasan Abidi learnt at a very early age to live without the care and warmth of parents: his mother passed away while he was only a child, the father remarried, and it was up to his grandfather and uncles and aunts who took turns to raise him. Schooling and then life at college followed; it was during the latter period that he got enamoured by literature, rubbed shoulders with learned professors, writers and critics, completed his degree and was almost inadvertently told by his elders to go try his luck in the new state of Pakistan.
That journey proved to be a one-way fare. Abidi sahib spent the early years of his professional life in the Lahore of the 50’s, a time when a whole conglomerate of writers, poets and political activists graced the city with their presence. The word from those who knew Abidi sahib in those years was that he was known to carry messages to and from Syed Sajjad Zaheer, wearing a burqa to avoid suspicion by the authorities that had dubbed the communist leader as a threat to Pakistan.
A considerable portion of a chapter in the book is devoted to the Sajjad Zaheer episode, but there is no mention of a burqa in it — a detail that Abidi sahib probably thought was frivolous and not worthy of recording. Then came the confinement, first in the infamous Lahore Fort’s dungeon and then in prison, where Abidi sahib was kept in the cell that had also served as a death cell for freedom-fighter Sardar Bhagat Singh. Here the famous couplet summed up the poet’s feelings:

“Ik ajab bu-i-nafas aati hai deevaron se / Haai zindaan mein bhi kya loag the ham se pehle”.

(The walls breathe out a unique fragrance / What people were in prison before us.)“

 

 

 947927-7501753e538102cfecfc74a265afbbac.jpg

Hasan Abidi (7 juli 1929 – 6 september 2005)

Geschreven door Romenu om 19:40 Reageer op dit bericht

Ivo Victoria

De Vlaamse schrijver Ivo Victoria (pseudoniem van Hans van Rompaey) werd op 7 juli 1971 geboren in Edegem (Antwerpen) Hij studeerde communicatiewetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven. Als zanger van de inmiddels ter ziele gegane popband Kamino bracht hij diverse albums uit en toerde hij door de Benelux. Hij werkte bij verschillende Belgische platenmaatschappijen en was betrokken bij de organisatie van het Lowlands-festival. Tegenwoordig werkt hij als freelanceprojectmanager om meer tijd te kunnen maken voor zijn ware passie: schrijven.

 

Uit: Gelukkig zijn we machteloos

 

`Billie was door het dolle heen. Regenwater en modder spatten op haar broek en shirt iedere keer wanneer haar voeten in het gras landden. Ze kronkelde als een bergrivier, haar handen gleden als vissen langs haar gezicht over haar kleine boezem en haar gladde buik, over haar buik naar haar voeten tot ze opgekruld als een egel dicht tegen de grond zat en dan sprong ze weer op en spreidde haar armen en benen, strekte haar lichaam zo ver ze kon en het leek alsof ze minutenlang in de lucht bleef hangen, gedragen door de wind en de regen - en ze zong.`

(...)

 

De waarheid is een schuinsmarcheerder. Een hypocriet. Zo eentje die lacht en beweert dat hij het alleen maar zegt in mijn eigen belang. De waarheid heeft geen belang. Ze bestaat niet eens echt, ze sluipt door ons leven als een dief, een stille zucht- niemand heeft haar ooit gezien. We kennen haar van horen zeggen: dat is de basis van elk geloof.


 

 

1114570-adc3026bfd1c7ff3c294491ad053fcd8.jpg
Ivo Victoria (Edegem, 7 juli 1971)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten