Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 23 juli 2011 tot 24 juli 2011

Robert Graves, Johan Andreas der Mouw, Banana Yoshimoto, Rosemarie Schuder

De Engelse dichter en schrijver Robert Graves werd geboren in Londen (Wimbledon) op 24 juli 1895. Zie ook mijn blog van 24 juli 2007 en ook mijn blog van 24 juli 2008 en ook mijn blog van 24 juli 2009 en ook mijn blog van 24 juli 2010.

 

 

The Naked And The Nude

 

For me, the naked and the nude

(By lexicographers construed

As synonyms that should express

The same deficiency of dress
Or shelter) stand as wide apart

As love from lies, or truth from art.

 

Lovers without reproach will gaze

On bodies naked and ablaze;

The Hippocratic eye will see

In nakedness, anatomy;

And naked shines the Goddess when

She mounts her lion among men.

 

The nude are bold, the nude are sly

To hold each treasonable eye.

While draping by a showman's trick

Their dishabille in rhetoric,

They grin a mock-religious grin

Of scorn at those of naked skin.

 

The naked, therefore, who compete

Against the nude may know defeat;

Yet when they both together tread

The briary pastures of the dead,

By Gorgons with long whips pursued,

How naked go the sometime nude!

 

 

 

Symptoms of Love

 

Love is universal migraine,

A bright stain on the vision

Blotting out reason.

 

Symptoms of true love

Are leanness, jealousy,

Laggard dawns;

 

Are omens and nightmares -

Listening for a knock,

Waiting for a sign:

 

For a touch of her fingers

In a darkened room,

For a searching look.

 

Take courage, lover!

Could you endure such pain

At any hand but hers?

 

 

 

Smoke-Rings

 

BOY

 

Most venerable and learned sir,

Tall and true Philosopher,

These rings of smoke you blow all day

With such deep thought, what sense have they?

 

PHILOSOPHER

 

Small friend, with prayer and meditation

I make an image of Creation.

And if your mind is working nimble

Straightway you’ll recognize a symbol

Of the endless and eternal ring

Of God, who girdles everything—

God, who in His own form and plan

Moulds the fugitive life of man.

These vaporous toys you watch me make,

That shoot ahead, pause, turn and break—

Some glide far out like sailing ships,

Some weak ones fail me at my lips.

He who ringed His awe in smoke,

When He led forth His captive folk,

In like manner, East, West, North, and South,

Blows us ring-wise from His mouth.

 

 

 959031-dea350cce2f1f36337271cfd61762efb.jpg

Robert Graves (24 juli 1895 - 7 december 1985)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Johan Andreas dèr Mouw (Adwaita) werd  geboren op 24 juli 1863 in Westervoort Zie ook mijn blog van 24 juli 2010 en eveneens alle tags voor Johan Andreas dèr Mouw op dit blog.

 

 

Soms vraag ik nuchter

 

I

 

Soms vraag ik nuchter: Is 't misschien een waan,

Wanneer ik denk, ik ben Brahman's profeet -?

Herleeft in mij, zonder dat 'k zelf het weet,

Een zon- en regentov'rende shamaan?

 

Of doe ik aan mystiek, noem 'k mij brahmaan,

Omdat het literair staat en gekleed?

En preek ik koketterend van mijn leed,

Omdat het hoort bij 't dichterlijk bestaan?

 

Dat 'k zelf dit vraag, is dat al geen bewijs?

Ja, zeg ik daarom, dat 'k oud ben en grijs,

Opdat 't zal schijnen: Wat hij zegt, is waar?

 

Of knaagt de twijfel na mijn wetenschap

Hong'rig 't geloof stuk in mijn dichterschap? -

Ik meende altijd, ik was geen huichelaar.

 

 

 

Soms vraag ik nuchter

 

II

 

'K dacht vaak te drijven in de Brahmanzee:

Maar was 't geen plasje, dat herinn'ring liet

Aan wat 'k gelezen had? Of was 't verdriet,

Dat schijngeluk zocht, toen me 't echte ontglee?

 

Vraagt nu: 'Ben ik 't?' 't verstand, dat mij verried?

Is deze twijfel mijn Gethsemané?

IN DEN BEGINNE WAS BRAHMAN'S IDEE -

Lama Sabachtani - Of is Hij niet?

 

Maar toen 'k een kind was, zag 'k de Grote Beer:

Was dat gevoel niet echt? - Ik weet 't niet meer.

Zei grootmoe niet, dat God 't sterrengewelf

 

Geschapen had - ORION! - O, daar is 't,

Daar is 't! Nu weet 'k weer, wat ik altijd wist:

Ja, Ja, Ja, Ja: Ik ben het wereld-Zelf.

 

 

 

'k Zie nu al

 

'k Zie nu al hoe 'k, als jij gestorven bent,

Zal zitten, kijkend naar je stil gezicht;

Wel vol verleden, toch pijnlijk verlicht,

Dat jij ten minste geen verdriet meer kent.

 

Mijn handen zullen, vroeger lang gewend,

Van zelf aaien je haar, waar levend ligt,

Als vroeger, nog het diep glanzende licht,

Dat uit de dood mij jouw vergeving zendt.

 

't Is alles tevergeefs: nu weet ik al,

Dat 'k dan, mijn hartje, niet begrijpen zal,

Hoe 'k jou geen liefde gaf, mijzelf geen rust;

 

Zelfkwellend zal 'k je, herrezen, zien staan,

Jong, als toen ik 't geluk voorbij liet gaan,

Die ene nacht, toen 'k je niet heb gekust.

 

 

959031-ba9add6bba05e4acb824c63ca86667e3.jpg
Johan Andreas dèr Mouw (24 juli 1863 – 8 juli 1919)

 

 

 

 

De Japanse schrijfster Banana Yoshimoto werd geboren op 24 juli 1964 inTokyo. Zie ook mijn blog van 24 juli 2007  en ook mijn blog van 24 juli 2008 en ook mijn blog van 24 juli 2009 en ook mijn blog van 24 juli 2010.

 

Uit: Federkleid (Vertaald door Thomas Eggenberg)

 

„Ich begegnete ihm wieder, als ich eines Nachts ziellos durch die Straßen streifte.

Ich hatte schlecht geträumt und war schwitzend und mit zusammengepreßten Zähnen aufgewacht.

Die Kartonkisten umzingelten mich im Mondschein wie Grabsteine. Ich schnappte nach Lu∫ und richtete mich auf. Am Fußende schlummerte zusammengerollt die Katze. Die Decke war schwer

und mein Körper heiß, im Zimmer jedoch war es eiskalt. Ich stellte den Ofen an und kochte mir einen

Tee.

Obwohl ich nichts Schlechtes getan hatte, fühlte ich mich wie eine Schuldige.

Obwohl niemand gestorben war, fühlte ich mich, als hätte ich jemanden verloren. Durch das kleine Fenster schaute ich zum Mond hinauf. Er war da, wie immer. Der gleiche Mond, den ich so oft mit meinem Geliebten angeschaut hatte. Aber jetzt war ich allein in diesem jämmerlichen Verschlag, irgendwo in der Provinz, ohne richtige Arbeit, ohne irgend etwas … Es gab Momente, in denen ich das als befreiend empfand, aber es waren schmerzliche Momente. Wo war bloß mein Leben? Wo gehörte ich hin? Jedesmal, wenn mir die Frage durch den Kopf geisterte, verspürte ich ein he∫iges Verlangen nach jener Zeit, die mir alles bedeutet hatte. Gäbe es nur ein Zurück!

Schon wieder begannen sich meine Gedanken im Kreis zu drehen. Ich öΣnete das Fenster. Die klirrendkalte, frische Lu∫ strömte in meine Lungen – eine Luft, von der man in Tokyo nur träumen

konnte. Im Nu fühlte ich mich besser, als hätte sie meinen bösen Traum verscheucht und mich wieder

in die Gegenwart zurückgeholt.“

 

 

 959031-f09eae62fffec19fbdbd763c46f6113d.jpg

Banana Yoshimoto (Tokyo, 24 juli 1964)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Rosemarie Schuder werd geboren op 24 juli 1928 in Jena. Zie ook mijn blog van 24 juli 2009 en ook mijn blog van 24 juli 2010.

 

Uit: Hochverrat oder: Seltsame Wege zu Ferdinand Freiligrath

 

„Der Präsident des Schwurgerichts, Ritter von Mücke, wollte sich den Abend nicht verderben lassen: "Wir haben einen anstrengenden Prozesstag hinter uns. Lassen wir die alten Geschichten ruhen. Wir müssen nach vorne schauen. Wir hatten heute genug zu tun mit dem Heraufbeschwören des Christlichen durch den angeklagten Wilhelm Liebknecht."

Nein, es war wirklich kein glücklicher Einfall des Staatsanwalts Carl Theodor Hoffmann gewesen, gleich zu Beginn des heutigen vierten Verhandlungstags zu konstatieren, das gestern verlesene "Kommunistische Manifest" sei unter den Papieren von Wilhelm Liebknecht gefunden worden. Natürlich hatte er, von Mücke, unverzüglich den Schlussruf: Proletarier aller Länder, vereinigt euch, als anstössig erklären müssen. Und folgerichtig kam auch Liebknechts Erwiderung, was dieser Satz bedeute: "Ihr Arbeiter in Süd und Ost, in Ost und West, auf dem ganzen Erdenrund, Ihr alle, die ihr mühselig und beladen seid, Ihr Elenden und Ausgestossenen, für die kein Platz ist am Tische der Gesellschaft, die Ihr im Schweisse Eures Angesichts die Reichtümer schafft, die andere geniessen, erkennt, dass trotz der Grenzpfähle, die Euch trennen, Eure Sache überall dieselbe ist, dass überall Eure Not denselben Ursachen entspringt.“

Nein, er hatte ihn nicht unterbrochen, doch selten hatte er sich so unbehaglich gefühlt wie bei diesen von Wilhelm Liebknecht vorgetragenen Passagen aus dem Bericht über den Kongress der Internationalen Arbeiter-Assoziation in Basel. Immer wieder musste er dagegen ankämpfen, dass seine Gedanken nicht abschweiften und zu den Orten in dieser Stadt wanderten, die er liebte.“

 

 

959031-110b4cf3767e9e95fcc7252709f2aceb.jpg
Rosemarie Schuder (Jena,  24 juli 1928)




Zie voor nog schrijvers van de 24e juli ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:12 Reageer op dit bericht

Katia Mann, Junichirō Tanizaki, Frank Wedekind, Hermann Kasack

De Duitse schrijversvrouw Katia Mann, steun en toeverlaat van de Duitse schrijver Thomas Mann, werd geboren als Katharina Pringsheim op 24 juli 1883 in Feldafing. Zie ook mijn blog van 24 juli 2007 en ook mijn blog van 24 juli 2008 en ook mijn blog van 24 juli 2009 en ook mijn blog van 24 juli 2010.

 

Uit: Katia Mann: Meine ungeschriebenen Memoiren

 

“Der Boykott der Nazis war schon 1930 offenkundig, und seine Unbeliebtheit in diesen Kreisen hatte Thomas Mann schon damals augenscheinlich dokumentiert bekommen.
Er hielt im Oktober 1930 im Berliner Beethovensaal einen Vortrag namens "Deutsche Ansprache. Ein Appell an die Vernunft". Er war eigens hingefahren, um auf dieser Veranstaltng vor den Nazis zu warnen und gegen sie aufzutreten. Der Abend ist mir, mit all dem Aufruhr und all der Aufregung, die er beschwor, unvergeßlich. Von einem wohlmeinenden Publikum war der Saal halb ausverkauft, oben auf der Galerie jedoch saß Herr Arnolt Bronnen mit einigen anderen Gesinnungsgenossen, Pro-Nazi, aggressiv, und sie hätten am liebsten die Ansprache gesprengt. Sie haben furchtbaren Krach gemacht, Thomas Mann immer wieder unterbrochen und: Unsinn! Schluß! und ähnliches von der Galerie gerufen, daß mein Mann für eine Weile zu sprechen aufhören mußte. Es herrschte große Aufregung im Saal.
Da drehte sich das gesamte Publikum gegen die Galerie und rief: Wir wollen Thomas Mann hören. Ruhe da oben!
Es ging daraufhin ziemlich ungestört weiter. Ich saß in der ersten Reihe, auf dem Podium saß Frau Fischer, und Frau Fischer flüsterte immer: Recht bald Schluß machen. Möglichst bald Schluß machen! Aber mein Mann ließ sich gar nicht stören und führte den Vortrag vollständig zu Ende.
Dann kam Bruno Walter zu uns in das Künstlerzimmer und sagte: Wissen Sie, ich würde jetzt nicht die Haupttreppe hinuntergehen. Da kann man nicht wissen, was passiert. Ich bin ja hier zu Hause, im Beethovensaal. Ich führe Sie auf der Hintertreppe hinunter. So geschah es denn auch. Über die Hintertreppe und einige Verbindungsgänge gelangten wir ins Freie, und Bruno Walter führte uns zu seinem Wagen, den er in einem Hof abgestellt hatte, und brachte uns sicher fort.”

 

 

959024-1280a2e2aef1a059e4c53b0eebcbb190.jpg
Katia Mann (24 juli 1883 – 25 april 1980)

Thomas en Katia Mann

 

 

 

De Japanse schrijver Junichirō Tanizaki werd geboren in Tokio op 24 juli 1886. Zie ook mijn blog van 24 juli 2009 en ook mijn blog van 24 juli 2010.

 

 Uit: In Praise of Shadows (Vertaald door Thomas Harper en Edward Seidensticker)

 

“Whenever I see the alcove of a tastefully built Japanese room, I marvel at our comprehension of the secrets of shadows, our sensitive use of shadow and light…. The “mysterious Orient” of which Westerners speak probably refers to the uncanny silence of these dark places. And even we as children would feel an inexpressible chill as we peered into the depths of an alcove to which the sunlight had never penetrated. Where lies the key to this mystery? Ultimately it is the magic of shadows.”

(…)

 

“But what produces such differences in taste? In my opinion it is this: we Orientals tend to seek our satisfactions in whatever surroundings we happen to find ourselves, to content ourselves with things as they are; and so darkness causes us no discontent, we resign ourselves to it as inevitable. If light is scarce then light is scarce; we will immerse ourselves in the darkness and there discover its own particular beauty. But the progressive Westerner is determined always to better his lot. From candle to oil lamp, oil lamp to gaslight, gaslight to electric light—his quest for a brighter light never ceases, he spares no pains to eradicate even the minutest shadow.”

 

 

 959024-05fcc2e55dfe716e2c218c1a5566640d.jpg

Junichirō Tanizaki (24 juli 1886 – 30 juli 1965)

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en acteur Frank Wedekind werd geboren in Hannover op 24 juli 1864. Zie ook mijn blog van 24 juli 2007 en ook mijn blog van 24 juli 2008 en ook mijn blog van 24 juli 2009 en ook mijn blog van 24 juli 2010.

 

 

Sommer - Konfession

 

Freudig schwör'  ich es mit jedem Schwure

Vor der Allmacht,  die mich züchtigen kann:

Wie viel lieber wär'  ich eine Hure 

Als an Ruhm und Glück der reichste Mann! 

 

Welt,  in mir ging dir ein Weib verloren,

Abgeklärt und jeder Hemmung bar.  

Wer war für den Liebesmarkt geboren

So wie ich dafür geboren war?

 

Lebt'  ich nicht der Liebe treu ergeben  

Wie es andre ihrem Handwerk sind?

Liebt'  ich nur ein einzig Mal im Leben

Irgendein bestimmtes Menschenkind?

 

Lieben?  -  Nein,  das bringt kein Glück auf Erden.

Lieben bringt Entwürdigung und Neid.

Heiß und oft und stark geliebt zu werden,

Das heißt Leben,  das ist Seligkeit!

 

Oder sollte Schamgefühl mich hindern,  

Wenn sich erste Jugendkraft verliert, 

Jeden noch so seltnen Schmerz zu lindern,

Den verwegne Phantasie gebiert?

 

Schamgefühl?  -  Ich hab es oft empfunden;

Schamgefühl nach mancher edlen Tat; 

Schamgefühl vor Klagen und vor Wunden; 

Scham, wenn endlich sich Belohnung naht.

 

Aber Schamgefühl des Körpers wegen, 

Der mit Wonnen überreich begabt?  

Solch ein Undank hat mir fern gelegen,

Seit mich einst der erste Kuss gelabt!

 

Und ein Leib, vom Scheitel bis zur Sohle

Allerwärts als Hochgenuss begehrt...

Welchem reinern, köstlichern Idole

Nachzustreben, ist dies Dasein wert?

 

Wenn der Knie leiseste Bewegung

Kraft erzeugend wirkt wie Feuersglut,

Und die Kraft,  aus wonniger Erregung,

Sich zu überbieten, nicht mehr ruht;

 

Immer unverwüstlicher und süßer,

Immer klarer im Genuss geschaut,

Dass es statt vor Ohnmacht dem Genießer

Nur vor seiner Riesenstärke graut... 

 

Welt, wenn ich von solchem Zauber träume,

Dann zerstiebt zu nichts,  was ich getan;  

Dann preis'  ich das Dasein und ich bäume

Zu den Sternen mich vor Größenwahn!  

 

Unrecht wär's,  wollt'  ich der Welt verhehlen,

Was mein Innerstes so wild entflammt,   

Denn vom Beifall vieler braver Seelen 

Frag' ich mich umsonst, woraus er stammt.  

 

 

 959024-fde6806611f2f26b3f2b992ec88faa02.jpg

Frank Wedekind (24 juli 1864 - 9 maart 1918)

In 1883 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Kasack werd geboren op 24 juli 1896 in Potsdam. Zie ook mijn blog van 24 juli 2007 en ook mijn blog van 24 juli 2010.

 

Uit: Mechanischer Doppelgänger

 

„Ein Herr wünscht Sie zu sprechen", meldete die Sekretärin. Ich las auf der Besuchskarte: Tobias Hull, D. A. – Keine Vorstellung. Auf meinen fragenden Blick: „Ein Herr in den besten Jahren, elegant." Anscheinend ein Ausländer. Immer diese Störungen. Irgendein Vertreter. Oder? Was weiß man. – „Ich lasse bitten."

Herr Tobias Hull tritt mit vorsichtigen Schritten ein. Er setzt Fuß vor Fuß, als fürchte er, zu stark aufzutreten. Ob er leidend ist? Ich schätze sein Alter auf Mitte vierzig. Eine große Freundlichkeit strahlt aus seinem glatt rasierten, nicht unsympathischen Gesicht. Sehr korrekt angezogen, beinahe zu exakt in seinen verbindlichen Bewegungen, scheint mir. Nun, man wird sehen. Mit der Hand zum Sessel weisend:

„Was verschafft mir die Ehre Ihres Besuches?"

„Oh! Ich wollte mich Ihnen nur vorstellen."

„Sehr angenehm", sagte ich.

„Oh! Sie verstehen!" Dieses mit einem leicht jaulenden Ton vorgebrachte Oh! ist unnachahmlich. Seine müde, etwas monotone Stimme hat einen kleinen fremden Akzent. Er sieht mich mit freundlicher Erwartung an.

Über das Benehmen seines Besuches doch ein wenig erstaunt, wiederhole ich:

„Sehr angenehm. Aber darf ich Sie fragen –"

Da werde ich sogleich mit einem Oh! unterbrochen: „Bitte fragen Sie mich nicht." Und dann beginnt er, seine Geschichte zu erzählen, die er anscheinend schon hundertmal vorgebracht hat: „Ich bin nämlich ausgestopft!" „Aber – erlauben Sie mal!"

Das eigentümliche Wesen, das mich überlegen fixiert, beachtet den Einwurf nicht, sondern fährt unbeirrt fort: „Erschrecken Sie nicht, weil ich eine Art Automat bin, eine Maschine in Menschenform, ein Ersatz sozusagen, Mr. Tobias Hull existiert wirklich. Der Chef einer großen Fabrik zur Herstellung von mechanischen Doppelgängern. Ich bin, wie sagt man, sein Projekt, ja, Agent in Propaganda. Ich kann Ihnen natürlich meinen Mechanismus im Einzelnen nicht erklären – Sie verstehen: Fabrikationsgeheimnis!

 

 

 959024-bd0c58fe54445b04af25fe48b8294971.jpg

Hermann Kasack (24 juli 1896 – 10 januari 1966)

Hier met vlinderdas op een vergadering van het Pen-Zentrum Deutschland, 1949

Geschreven door Romenu om 19:05 Reageer op dit bericht

Alexandre Dumas père, E. F. Benson, Betje Wolff, Willie Verhegghe

De Franse dramaturg en schrijver Alexandre Dumas père werd geboren in (Villers-Cotterêts (Aisne) op 24 juli 1802. Zie ook mijn blog van 24 juli 2007  en ook mijn blog van 24 juli 2008 en ook mijn blog van 24 juli 2009 en ook mijn blog van 24 juli 2010.

 

Uit: The Three Musketeers (Vertaald door William Barrow)

 

“In those times panics were common, and few days passed without some city or other registering in its archives an event of this kind. There were nobles, who made war against each other; there was the king, who made war against the cardinal; there was Spain, which made war against the king. Then, in addition to these concealed or public, secret or open wars, there were robbers, mendicants, Huguenots, wolves, and scoundrels, who made war upon everybody. The citizens always took up arms readily against thieves, wolves or scoundrels, often against nobles or Huguenots, sometimes against the king, but never against cardinal or Spain. It resulted, then, from this habit that on the said first Monday of April, 1625, the citizens, on hearing the clamor, and seeing neither the red-and-yellow standard nor the livery of the Duc de Richelieu, rushed toward the hostel of the Jolly Miller. When arrived there, the cause of the hubbub was apparent to all.

A young man--we can sketch his portrait at a dash. Imagine to yourself a Don Quixote of eighteen; a Don Quixote without his corselet, without his coat of mail, without his cuisses; a Don Quixote clothed in a woolen doublet, the blue color of which had faded into a nameless shade between lees of wine and a heavenly azure; face long and brown; high cheek bones, a sign of sagacity; the maxillary muscles enormously developed, an infallible sign by which a Gascon may always be detected, even without his cap--and our young man wore a cap set off with a sort of feather; the eye open and intelligent; the nose hooked, but finely chiseled. Too big for a youth, too small for a grown man, an experienced eye might have taken him for a farmer’s son upon a journey had it not been for the long sword which, dangling from a leather baldric, hit against the calves of its owner as he walked, and against the rough side of his steed when he was on horseback.”

 

 

 959017-bbf65a71061ad333d443fd3cc014c00c.jpg

Alexandre Dumas père (24 juli 1802 - 5 december 1870)

Portret door Ernestine Philippain

 

 

 

 

De Engelse schrijver E. F. Benson werd geboren in Berkshire op 24 juli 1867. Zie ook mijn blog van 24 juli 2009 en ook mijn blog van 24 juli 2010.

 

Uit: Trouble for Lucia

 

"Those are trophies of yours at Grebe, then," said Miss Leg. "I consider tiger shooting a manly pursuit. That's what I mean by sport, taking your life in your hand instead of sitting in an armchair and firing into flocks of hand-reared pheasants. That kind of 'sportsman' doesn't even load his own gun, I believe. Butchers and poulterers; that's what I called thim in one of my books."

"Withering! Scathing!" cried Elizabeth. "And how well deserved. Benjy gave such a wonderful lecture here the other day about his hairbreadth escapes. You could have heard a pin drop."

"Ah, that's an old story now," said Benjy. "My shikari days are over. And there's not a man in Tilling who's even seen a tiger except through the bars at the Zoo. Georgie Pillson, for instance--"

"Whom I presented to you at tea yesterday, Miss Leg," put in Elizabeth. "Husband of our dear Mayor. Pointed beard. Sketches quite prettily, and does exquisite needlework. My wicked Benjy once dubbed him Miss Milliner Michael-Angelo."

 

 

 959017-ae1f55211326addb2d2210ecdbc43f11.jpg

E. F. Benson (24 juli 1867 – 29 februari 1940)

 

 

 


De Nederlandse schrijfster
Betje Wolff (eig. Elizabeth Bekker) werd geboren in Vlissingen op 24 juli 1738. Zie ook mijn blog van 24 juli 2007 en ook mijn blog van 24 juli 2008 en ook mijn blog van 24 juli 2009 en ook mijn blog van 24 juli 2010.

 

  

De eerlyke bedelaar

Wys: Ce n'est que dans le retraite.

 

Wensch ik beedelend te leven?

Neen zo laag ben ik nog niet!

Schoon gy my hier beedlen ziet,

Schoon ik smeek, wilt my wat geven,

Dank ik voor die gift met smart:

Zy doet my zeer aan 't eerlyk hart.

 

Mogt ik voor myn kostje wroeten,

Slooven, wurmen, dag en nagt!

'k Heb de luiheid steeds veracht,

Dit zou nog myn ramp verzoeten!

‘Werkt dan’, roept er een vergramt,

Goed, myn vriend; maar ik ben verlamt!

 

 

 

De verstandige aandoening.

Wys: Contente, je chante.

 

'k Ontdek wat, en is dat

Niet iets schoons, en een schat?

Ik lees iets, 't geen ik bevat.

Deez schoone Roman is

Voor my ook gewis

Geschreven,

Gegeven,

Op dat ik in 't weldoen niet mis.

Een kind geeft zyn goedje,

Aan een zieklyk bloedje,

En schreit om 't geen hy verricht.

Wat is het verhe ...... ven,

Ach, hoe behaagt my deeze pligt!

 

 

 

 959017-0678c35793c7683409395ab1686a047b.jpg

Betje Wolff (24 juli 1738 - 5 november 1804)

Beeld van Aagje Deken en Betje Wolff door Hans Bayens, Nes aan de Amstel

 

 

 

 

En bij het slotakkoord van de Tour de France:

 

De Belgische dichter en schrijver Willie Verhegghe werd op 22 juni 1947 te Denderleeuw geboren. Zie ook mijn blog van 22 juni 2011.

 

 

Maître Mart Smeets

 

Koers en woordsouplesse zitten bij hem ingebakken,
er draaien duizend wielen in zijn grijzend hoofd en
in de hitte van de Tour glinsteren zijn ogen
als wentelende spaken onder een Pyreneeënzon.

 

Hij is een te hoge boom in deze Lage Landen,
alle wind van Holland waait hem tegemoet
en zit hem zelfs op de huid tot ver over de grenzen.
Maar niets kan deze Gulliver doen buigen.

 

Mart haalt uit renners wat veel anderen
zelfs niet vermoeden dat het er is:
een stuk ziel, een flard verdriet en pijn
maar ook de torenhoge jubel om de zege.

 

Ik ken zijn bewondering voor Lance,
daarin zijn wij onbuigzame brothers in arms,
laatst stonden we in Lugano nog zij aan zij en
stralend naar de zich opwarmende Boss te kijken.

 

Kijk ook hoe hij tussen de renners wandelt,
neen: schrijdt, als opgepoetste spiegel van zijn klasse.
In deze man zit zowaar de grandeur van grote wijnen,
spreken doet hij steeds met zilver in de woorden.

 

Of hij hanteert het discrete goud van de stilte
wanneer ware emoties op zijn lippen bloeien
en hij plots een man wordt van vlees en bloed.
Met als het even kan een zingende Dalida op de schoot.

 



 

 959017-c0a2bd1c26b051979fda746406745650.jpg

Willie Verhegghe (Denderleeuw, 22 juni 1947)

Hier met Mart Smeets (links)

Geschreven door Romenu om 19:00 Reageer op dit bericht

Frans Erens, Thea Dorn, Lisa Alther, Irina Liebmann, Kai Meyer

De Nederlandse schrijver Frans Erens werd geboren op 23 juli 1857 in Schaesberg. Zie ook mijn blog van 23 juli 2007 en ook mijn blog van 23 juli 2008 en ook mijn blog van 23 juli 2009 en ook mijn blog van 23 juli 2010.

 

Uit: Vervlogen jaren

 

Jongensjaren

Mijn ouderlijk huis stond aan den weg, die loopt van Heerlen over Nieuwenhagen door Waubach naar de Duitsche grens, waarvan de afstand tot bij ons maar een halfuur was. Tegenover ons aan de andere zijde van den weg was een hooge haag van beukenhout, stokken, die over de honderd jaar oud waren en waaronder kippen hun eieren legden. Naast het huis was een langwerpige poel, waaruit het water voor het vee werd gehaald, beschaduwd door een reusachtigen kastanje, een paar oude knotwilgen en eenige kwetsenboomen. Daarnaast stond een hooge plataan, waarvan ik het omhakken nooit zal vergeten door het gekraak en den smak, waarmee hij op den grond viel. Vóór het huis stonden twee zware lindeboomen in waaiervorm. Zij moeten wel zeer oud zijn geweest; als kind heb ik daar nooit aan gedacht, maar in latere jaren heb ik ze geschat op ongeveer driehonderd jaar.

Een man en zijn vrouw, afkomstig uit Zaandam, die in Indië geld hadden verdiend, waren in de achttiende eeuw daar gaan rentenieren. Zij hadden er het woonhuis laten bouwen en waarschijnlijk hetgeen zij op die plaats vonden, laten afbreken. Zekerheid daaromtrent heb ik uit de traditie niet kunnen achterhalen, maar de twee groote lindeboomen wijzen er op dat er reeds vroeger op die plaats een huis moet hebben gestaan. Volgens de traditie zouden die twee Zaanlanders Schrek hebben geheeten en ik heb altijd hooren vertellen, dat zij Zondagsmiddags op een bank vóór het huis zaten thee te drinken, waarbij de man een lange Goudsche pijp rookte en de vrouw thee schonk met een mooie zijden japon aan. De herinnering aan de thee en de Goudsche pijp was bewaard gebleven, omdat in die streken deze twee dingen in dien tijd onbekend waren.

Het Zaanlandsche echtpaar was te vroeg gaan rentenieren en er kwam voor hen een moment, dat zij hun huis niet konden blijven bewonen. Het werd door mijn grootvader gekocht en mijn grootmoeder heeft mij verteld, dat de Schrekken, zooals ze bij ons werden genoemd, daarna in een klein huisje waren gaan wonen opzij van onze wei en dat zij er zoo slecht aan toe waren geweest, dat zij hun iederen dag het eten had laten brengen, zoolang zij nog hadden geleefd.“

 

 

 

 958379-2f0398c60b553902d4655557e9cb1e55.jpg

Frans Erens (23 juli 1857– 5 december 1936)

In 1931

 

 

 

De Duitse schrijfster en televisiepresentatrice Thea Dorn (peudoniem van Christiane Scherer) werd geboren op 23 juli 1970 in Offenbach am Main. Zie ook mijn blog van 23 juli 2008 en ook mijn blog van 23 juli 2009 en ook mijn blog van 23 juli 2010.

 

Uit: Ach, Harmonistan

 

„In einer gemeinsamen Presseerklärung haben das Museum Ludwig in Köln und die Pinakothek der Moderne in München bekannt gegeben, dass sie die Werke des Malers Jörg Immendorff aus ihren Sammlungen entfernen werden. Man wolle keine Kunst ausstellen, die unter dem Einfluss verbotener Substanzen wie Kokain entstanden sei.
Diese Meldung erscheint Ihnen bizarr? Sie ist erfunden.
Nicht erfunden hingegen ist die Meldung, dass der belgische Radstar Tom Boonen von der diesjährigen Tour de France ausgeladen wurde, weil er bei einer Trainingskontrolle positiv auf Kokain getestet worden war.
Sicher besteht ein Unterschied zwischen einem Maler, der zum weißen Pulver greift, um seinem von einer tödlichen Nervenkrankheit gezeichneten Körper Kreativität zu entlocken, und einem kraftstrotzenden Radrennfahrer, der hin und wieder eine Linie zieht, um letzte Reserven zu mobilisieren. Aber worin besteht der Unterschied genau?
Warum fühlt sich der Sportzuschauer »betrogen«, wenn er erfährt, dass sein Idol gedopt hat, wohingegen kein halbwegs ernsthafter Kunstfreund dem Meister die Gunst entziehen würde, nur weil dieser kifft und kokst, um sich auf Touren zu halten? Warum haben sich die meisten Fans »enttäuscht« von Jan Ullrich abgewandt, als bekannt wurde, dass dieser Kunde des spanischen Eigenblutdoktors Eufemiano Fuentes gewesen ist, während Pete Dohertys Fangemeinde mit jeder Entziehungskur, die der Rocker abbricht, wächst? Eine wesentliche Differenz liegt darin, dass der Künstler schon immer den Ruf des Lasterhaften genoss, wohingegen wir uns unsere Sportler so durch und durch rein wünschen, wie es die glatten Oberflächen der antiken Speer- und Diskuswerfer suggerieren.“

  

 958379-1b0853422ed75ebaa74197005656eeac.jpg

Thea Dorn (Offenbach am Main, 23 juli 1970)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Irina Liebmann werd geboren op 23 juli 1943 in Moskou. Zie ook mijn blog van 23 juli 2009 en ook mijn blog van 23 juli 2010.

 

Uit: Wäre es schön? Es wäre schön!

 

„Es ist gewagt, über seinen Vater zu schreiben, wenn man sechzig ist, aber vorher ist es mir nicht eingefallen. Da wollte ich ein eigenes Leben führen, selbst gebaut und selbst verantwortet,

und nicht die Tochter eines berühmten Mannes sein, nur das nicht!

Es ist ein sogenanntes emanzipiertes Leben geworden, aber nun, wo ich auf Eigenes zurückblicken könnte, sehe ich zu ihm. Mehr noch – alles, was ich geschrieben habe, die Bücher, die Dramen, die Lieder mit ihren unterschiedlichen Themen erscheinen mir wie Stückchen, abgebrochen von dem Ganzen, das ich ausgelassen habe, und in der Mitte davon steht er.

Das ist natürlich auch das Bild eines psychischen Schadens: Vaterkomplex. Auch deswegen, weil ich davon immer wusste, unterließ ich es, sein Leben in meiner Arbeit zu beschreiben, ich führte auch gern einen anderen Namen, aber manchmal erwähnte ich ihn imGespräch, undwenn dann ein in der jüngsten deutschen Geschichte gebildeter Mensch gerade dabeistand, dann kam dieses: »Ach!«

Und sofort war er wieder da, dieser Mann, den eine Zeit lang alle gekannt hatten und über den sie nichts wussten oder zu wenig, der aber Beunruhigung hinterlassen hatte, eine Spur in der Luft sozusagen, die nur langsam verebbte. Aber tat sie das überhaupt?

Bei einem meiner letzten Umzüge geriet mir wieder ein Kinderbild in die Hände: Ich selber im Sommerkleid, etwa vier Jahre alt. Dieses Foto steckte in einem ordentlichen Passepartout, Seidenpapier war drubergelegt und hinten auf der Pappe ein Stempel der Fotografin: EVA KEMLEIN PRESSEFOTOS.

Da ich oft umzog, war mir der Name der Fotografin mit den Jahren gelaufig, also horte ich hin, als einmal im Radio ein Gesprach mit ihr angekundigt wurde. Sie lebt noch, dachte ich, es gibt sie also wirklich. Ich suchte den Namen im Telefonbuch und fand ihn. Rief sie an und sie war da. Wir verabredeten einen Besuch.“

 

 

958379-1bcf58359e6073cfe7453d4b77f24f7d.jpg
Irina Liebmann (Moskou, 23 juli 1943)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Lisa Alther werd geboren op 23 juli 1944 in Kingsport, Tennessee. Zie ook mijn blog van 23 juli 2009 en ook mijn blog van 23 juli 2010.

 

Uit: Kinfolks: Falling Off the Family Tree

 

„Many people are born believing they know who they are. They're Irish or Jewish or African-American or whatever. But some of us with culturally or ethnically mixed backgrounds don't share that enviable luxury.

My mother was a New Yorker and my father a Virginian, and the Civil War was reenacted daily in our house and in my head. My Tennessee playmates used to insist that Yankees were rude, and my New York cousins insisted that southerners were stupid. I knew I was neither, but I had no idea what I might be instead. Hybrids have no communal templates to guide them in defining themselves.

In my life since, I've often lain awake at night trying to figure out how to fool the members of some clique into believing that I'm one of them. For a long time I lived with one foot in the PTA and the other in Provincetown. I also moved to several different cities, hoping to find a homeland. But each time I discovered that joining one group required denying my allegiances to other groups. In Boston, New York, and Vermont, I pretended not to hear the slurs against the South. And in London and Paris, I remained silent during anti-American rants.

But I have gradually become grateful for this chronic identity crisis because it has fostered my career. Everything I've ever written has been an attempt to work out who I am, not only culturally but also sexually, politically, and spiritually.“

 

 

958379-9ce71e09d2fa29854e0c329e6e3b82af.jpg
Lisa Alther (Kingsport, 23 juli 1944)





 

De Duitse schrijver Kai Meyer werd geboren op 23 juli 1969 in Lübeck. . Zie ook mijn blog van 23 juli 2007 en ook mijn blog van 23 juli 2008 en ook mijn blog van 23 juli 2009 en ook mijn blog van 23 juli 2010.

 

Uit: Die Wellenläufer

 

“Bis zu dem gegnerischen Schiff, einem spanischen Dreimaster mit zwei Kanonendecks und dreimal so vielen Geschützen wie auf der Mageren Maddy, waren es noch fünfzig Schritt. Die Galeone war rundherum mit prachtvollen Verzierungen geschmückt, geschnitzten Gesichtern, die dann und wann wie vorwitzige Fabelwesen durch die Rauchwände lugten. Manche wirkten selbst auf die Entfernung so echt, dass sie jeden Augenblick zum Leben erwachen mochten. Die Beiboote des Spaniers befanden sich an den Seiten des Rumpfes; eines war von den Kugeln der Maddy gestreift worden, ein Teil der Aufhängung war zerfetzt, und nun schaukelte das kleine Boot bei jeder Erschütterung gegen den mächtigen Rumpf und erzeugte dunkle, hohle Laute.

Die Strömung war auf Jollys Seite und trieb sie während ihres Laufs noch schneller auf die Galeone zu. Jolly musste nur einen Fuß auf das Wasser setzen, um zu spüren, in welche Richtung sich die See bewegte, manchmal gar, ob hinterm Horizont Unwetter aufzogen oder Stürme tobten. Nie im Leben hätte sie sich vorstellen können, längere Zeit an Land zu verbringen. Sie brauchte die Vertrautheit des Ozeans, das Gefühl des bodenlosen Abgrunds unter ihren Füßen. So wie andere in großen Höhen Schwindel packte, so wurde Jolly von Panik ergriffen, wenn sie sich allzu weit vom Meer und seiner tosenden Brandung entfernte.

Inzwischen lief sie ein wenig geduckt, auch wenn auf dem Deck des Spaniers noch niemand auf sie aufmerksam geworden war. Sonderbarerweise entdeckte sie hinter den gedrechselten Geländern der Reling keine Menschenseele. Eine Galeone wie diese trug mindestens zweihundert Mann an Bord, und alle mussten damit rechnen, dass die Piraten von der Mageren Maddy versuchen würden, das spanische Schiff zu entern. Warum also zeigte sich niemand an Deck ? Normalerweise hätte Captain Bannon, der Anführer der Freibeuter und Jollys bester Freund, sich von einem Schiff wie diesem fern gehalten: zu groß, zu stark, zu schwer bewaffnet. Ganz zu schweigen davon, dass auf der Mageren Maddy gerade einmal siebzig Piraten Platz fanden und sie den Spaniern im Kampf Mann gegen Mann zahlenmäßig weit unterlegen waren.”

 

 

 958379-10f2f1ef8dc1515309f4b4cbc6a27147.jpg

Kai Meyer (Lübeck, 23 juli 1969)



Zie voor nog meer schrijvers van de 23e juli ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 18:52 Reageer op dit bericht

Hubert Selby jr., Raymond Chandler, Matthias Spiegel, Thomas Frahm, Jean Nelissen

De Amerikaanse schrijver Hubert Selby jr. werd op 23 juli 1928 in Brooklyn, New York geboren. Zie ook mijn blog van 23 juli 2007 en ook mijn blog van 23 juli 2008 en ook mijn blog van 23 juli 2009 en ook mijn blog van 23 juli 2010.

 

Uit: Last Exit to Brooklyn

 

“... She didn't need any goddamn skell to buy her a drink. She could get anything she wanted in Willies. She had her kicks. Shed go back to Willies where what she said goes. That was the joint. There was always somebody in there with money. No bums like these cruds. Did they think shed let any goddamn bum in her pants and play with her tits for a few bucks. Shit! She could get a seamans whole payoff just sittin in Willies. ...“
(...)

“... Afterwards the kids who were watching and waiting to take a turn took out their disappointment on Tralala and tore her clothes to small scraps put out a few cigarettes on her nipples pissed on her jerked off on her jammed a broomstick up her snatch then bored they left her lying amongst the broken bottles rusty cans and rubble of the lot and Jack and Fred and Ruthy and Annie stumbled into a cab still laughing and they leaned toward the window as they passed the lot and got a good look at Tralala lying naked covered with blood urine and semen and a small blot forming on the seat between her legs as blood seeped from her crotch and Ruth and Annie happy and completely relaxed now that they were on their way downtown.“

 

 

 958377-465fb35477753b3ecc84ee97a8c7eaef.jpg

Hubert Selby jr. (23 juli 1928 – 26 april 2004)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Raymond Thornton Chandler werd geboren in Chicago op 23 juli 1888. Zie ook mijn blog van 23 juli 2007 en ook mijn blog van 23 juli 2009 en ook mijn blog van 23 juli 2010.

 

Uit: The Big Sleep

 

„There were French doors at the back of the hall, beyond them a wide sweep of emerald grass to a white garage, in front of which a slim dark young chauffeur in shiny black leggings was dusting a maroon Packard convertible. Beyond the garage were some decorative trees trimmed as carefully as poodle dogs. Beyond them a large greenhouse with a domed roof. Then more trees and beyond everything the solid, uneven, comfortable line of the foothills.

On the east side of the hall, a free staircase, tile-paved, rose to a gallery with a wrought-iron railing and another piece of stained-glass romance. Large hard chairs with rounded red plush seats were backed into the vacant spaces of the wall round about. They didn't look as if anybody had ever sat in them. In the middle of the west wall there was a big empty fireplace with a brass screen in four hinged panels, and over the fireplace a marble mantel with cupids at the corners. Above the mantel there was a large oil portrait, and above the portrait two bullet-torn or moth-eaten cavalry pennants crossed in a glass frame. The portrait was a stiffly posed job of an officer in full regimentals of about the time of the Mexican war. The officer had a neat black imperial, black moustachios, hot hard coal-black eyes, and the general look of a man it would pay to get along with. I thought this might be General Sternwood's grandfather. It could hardly be the General himself, even though I had heard he was pretty far gone in years to have a couple of daughters still in the dangerous twenties.

I was still staring at the hot black eyes when a door opened far back under the stairs. It wasn't the butler coming back. It was a girl.“

 

 

 958377-afa6aa07fc3792a836c21eb996f8166b.jpg

Raymond Chandler (23 juli 1888 – 26 maart 1959)

 

 

 


Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Duitse schrijver Matthias Spiegel werd geboren in 1970 in Bad Dürkheim / Pfalz en woont tegenwoordig in Kaiserslautern. Na zijn opleiding tot leraar in Ludwigshafen am Rhein maakte hij uitgebreide reizen naar Zuidoost-Azië en Latijns-Amerika. Sinds 2004, schrijft hij korte verhalen en verhalen. Zijn werk is verschenen in diverse literaire tijdschriften. In 2008 verscheen de roman „Die Unbeugsamen“.

 

Uit: Die Klette

 

“Die Leute, mit denen ich sprach, sagten es sei heißer als in Havanna. Dazu diese Schwüle.

Ich atmete Wasser statt Luft. Und im Parque de Céspedes den Duft billigen Parfüms, den die Señoritas verströmten. Frauen jeden Alters. Aufgereiht wie eine Perlenkette. Schwarze und Mulattinnen mit ausladenden Hintern, manche herausgeputzt wie beim Karneval. Kaum hatte ich eine abgewimmelt, kam die nächste auf mich zu. Mit säuselnder Stimme und Gesten, die keinen Zweifel ließen.

Vor dem Hotel Casa Grande heftete sich ein Kerl an meine Fersen. Er war vielleicht Ende zwanzig. Er trug Jeans und, soweit ich aus den Augenwinkeln sehen konnte, ein weißes T-Shirt mit einer Aufschrift. An einer Kreuzung blieb ich stehen. Ich drehte mich um. Mein Verfolger nahm seine Sonnenbrille ab, und setzte ein Lächeln auf.

"Brauchen Sie einen Führer, Señor?"

"Nein", sagte ich mit fester Stimme.

"Sie werden keinen besseren finden", sagte er, "fragen Sie die Leute nach Ernesto, die werden es Ihnen schon sagen."

Ich wollte zum Meer. Es konnte nicht weit sein. Die Luft roch salzig und am Himmel glaubte ich einen Schwarm Möwen gesehen zu haben. Ich kam an Bretterbuden vorbei, in denen Salsa und Merengue lief. Die Musik plärrte aus Megaphonen. Die Händler hatten sie mit ihren Kassettenrekordern verdrahtet. Der Lärm war kaum auszuhalten. Ich musste mich schreiend verständigen.

"Diese hier?"

"Nein, die andere."

"Welche? Die hier?"

"Ja, diese."

Ich gab dem Händler das Geld für die Kassette. Ernesto wartete am Straßenrand. Er ließ mich nicht aus den Augen. Als ich weiterging, trottete er wie ein Hund hinterher. Der Strand war fast menschenleer. Eine Gruppe Kinder bewarf sich gegenseitig mit Algen. Als ihre Mütter dazwischen gingen, wurden sie selbst zur Zielscheibe.”

 

 

 958377-85bc7eca41c07188748244964fdd8dfa.jpg

Matthias Spiegel (Bad Dürkheim, 1970)

 

 

 

 

De Duitse schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren in 1961 in Homberg. Hij woont sinds de vroege jaren 2000 in Bulgarije. Thomas Frahm studeerde geografie, stedenbouw en filosofie aan de universiteit van Bonn. Zijn eerste poëziebundels werden gepubliceerd in 1987 en 1991 bij de Verlag Irene Kuron, een uitgeverij van wetenschappelijke en culturele publicaties in Bonn. Frahm begon rond 1993 in Sankt Augustin bij Bonn een uitgeverij, de Avlos-Verlag. De kleine uitgeverij richt zich in het bijzonder op interculturele literatuur (migranten literatuur), literaire werken van schrijvers en dichters uit de Balkan, met name Bulgarije, evenals "regionale literatuur" uit de regio Niederrhein. Sinds 2000 werkt Frahm als freelance schrijver. Hij publiceert verhalen, essays en poëzie.

 

Uit: Schafskäse aus Kuhmilch. Eine Heimfahrt

 

„Unser Bus stand schon geschlagene acht Stunden in der Warteschlange vor der Zollbaracke. Genug Zeit, um rauchend zuzusehen, wie sich Kleinbusse, Reisebusse, T.I.R.-Transporter und Personenkraftwagen im schmutziggrauen Asphaltstrom der Grenzstation Kalotina im Takt des Schlagbaums langsam voranwälzten. Die Luft war diesig. Alles schien bloß ein Film zu sein, gedreht auf einem viel zu lichtempfindlichen Zelluloidband, so dass die Bilder körnig ausflockten. Vielleicht hatte ich auch nur vor lauter Angst, der Bus könnte ohne mich abfahren, zu wenig geschlafen. Diese Nervosität kannte ich aus Deutschland nicht. Damit hatte ich mich in Bulgarien angesteckt, wo das Leben eines Menschen nicht von einem Terminplan abhing, sondern von dem Verhältnis zwischen mehreren, so dass kein Termin wirklich feststand. Es roch nach Benzin und Kohlensäure, so, als würde es bald schneien. Links befanden sich die Buden mit der zollfreien Ware, den Dixi-Toilettenhäuschen und der Trinkhalle, an der es Kaffee, Snacks und Zeitungen gab, rechts begrenzte ein Maschendrahtzaun den Grenzkontrollpunkt. Dahinter lag ein Grünstreifen, von dem ich nicht wusste, ob er schon zu Serbien gehörte oder noch bulgarisch war. Ich fühlte mich wie eine hastig hingepfuschte Übersetzung – schlecht. Komisch, jetzt schon nach Deutschland abfahren zu müssen, bevor ich innerlich richtig in Bulgarien angekommen war. Ich hätte nicht sagen können, ob es nun eine Hin- oder eine Rückfahrt war.
In einem der Busse vor uns hatte offenbar ein Fahrergespann Mitleid mit mir und half mir dabei, nicht so rasch Abschied nehmen zu müssen: Sie hatten den Whisky oder die Zigaretten für die Zöllner vergessen, die die Abwicklung der Formalitäten zuverlässig beschleunigten. Die Beamten verstanden den Wink und reagierten sensibel. Sie schauten zum Ende der Busschlange, wo ich gequält von einem Fuß auf den anderen trat, und ordneten an: „Alle Reisenden aussteigen, bitte!“ Die Reisenden stiegen aus. „Bitte öffne mal den Gepäckraum!“ (Man kennt sich, man duzt sich.)“

 

 

 958377-d06ffdca7745a2a4765cee046774d6ef.jpg

Thomas Frahm (Homberg, 1961)

 

 

 

 

En bij het slotweekend van de Tour de France:

 

 

De Nederlandse sportjournalist en schrijver Jean Nelissen werd geboren in Geleen op 2 juni 1936.

Zie ook mijn blog van 2 juni 2011.

 

Uit: Een bewogen dag in 1968: ‘Papa heeft de Tour gewonnen’

 

“Maastricht, 25 juli. Het is 21 juli 1968, een zondag in Parijs. Bij het krieken van de dag klimt het licht traag omhoog langs de Arc de Triomphe, de Eiffeltoren, de Obelisk op de Place de la Concorde, het Louvre, de Notre Dame, de Sacré Coeur en het Grand Palais. Ik word met een onbestendig gevoel wakker in het Marignan, Avenue Franklin D. Roosevelt, op twee passen van de Champs Elysées. Hartje Parijs.

De avond ervoor heb ik met twee Nederlandse collega’s vlakbij gedineerd in Fouquets, de huiskamer van Parijs op de hoek van de Champs en de Avenue George V. In het toegangspad naar het restaurant met z'n twee verdiepingen hebben ooit Gracia van Monaco, Sophia Loren, Marilyn Monroe en Edith Piaf hun handdrukken achterlaten. Het is een beroemde plek in Parijs. In het George V heb ik koningin Beatrix in een hoekje van Le Galerie met zijn 18de-eeuwse stijlvolle interieur geheel alleen en heel bescheiden een kopje thee zien drinken.

Het is 1968, de Nederlandse journalistieke presentie in de Tour is minimaal en wij vormen met z'n drieën de helft van de in de Tour aanwezige Nederlandse journalisten. We bestellen een sabayon à la truffe blanche d’Álba en daarna een grote geroosterde turbot getrancheerd aux epices, dus met speciale kruiden. En we drinken een fles Chapoutel en ten slotte koffie en cognac. We praten onophoudelijk over Jan Janssen, die in een werkelijk unieke uitgangspositie Parijs heeft bereikt, 32 jaar nadat de eerste Nederlandse wielrenners in de Tour hun opwachting maakten.

Het is mijn tweede Tour. Een jaar eerder, bij mijn debuut, rijd ik met mijn Volkswagentje op de Ventoux langs de stervende Tom Simpson, die met zijn hoofd op de rotsen ligt en die ik ’s ochtends bij de start in het bloedhete Marseille om negen uur bij het zich nimmer te definiëren fenomeen dat wij toeval noemen als laatste journalist heb geïnterviewd. En dan nu de hectiek, die enorme opwinding rond Jan Janssen.”

 

 

 958377-9a8c833bf13b7370f22c9d4553edafd3.jpg

Jean Nelissen (2 juni 1936 - 1 september 2010)

Geschreven door Romenu om 18:45 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten