Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 4 september 2011 tot 5 september 2011

Marcel Möring, Herman Koch, Rachid Boudjedra, Daniela Danz, Christoph Wieland

De Nederlandse dichter en schrijver Marcel Möring werd geboren in Enschede op 5 september 1957. Zie ook mijn blog van 5 september 2008.en ook mijn blog van 5 september 2009 en ook mijn blog van 5 september 2010.

 

 

Laat-Puberale Gedichten 6

 

Ik heb haar Maria genoemd,

want haar ogen. Ik heb haar

Maria genoemd, want blauw

en dunne jurken, strijkend

langs haar benen in de wind,

heb ik haar genoemd - en zij

zegt mij haar naam en ik

draai mij om: de dansers

de voeten tot de grond -


en zacht

sambaritmes in de avond,

glijdende blue notes, geen

akkoord te veel, harmonieën,

wegdrinken langs de muren

van de luwte en een fruitmes

in een porseleinen schaal,


zo heb ik haar genoemd.

 

 

 

 

Reinigingsadvies

 

Vergeet mij was mij uit je kleren kam je haren onthaar je kam

schrob de hoeken van de badkamer met een tandenborstel

borstel je kleren laat de kranen lopen gooi chloor

in de toiletten zeem de ramen haal wattenstaafjes door je oren

snuit je neus en reinig je nagels borstel het huis stofzuig waar ik was.

 

 

 

 987769-84fc967c2220796d024e167fc6e0552a.jpg

Marcel Möring (Enschede, 5 september 1957)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en acteur Herman Koch werd geboren in Arnhem op 5 september 1953. Zie ook mijn blog van 5 september 2008. en ook mijn blog van 5 september 2009 en ook mijn blog van 5 september 2010.

 

Uit: Zomerhuis met zwembad

 

 ‘Soms gaan dingen te snel.

‘Wist je het?’ vroeg Caroline toen we veel later die avond nog een laatste glaasje wijn dronken buiten voor de tent. Julia en Lisa waren al in slaap. ‘Ja, je wist het,’ zei ze zonder mijn antwoord af te wachten. Het was donker. Ik was blij dat ik haar niet aan hoefde te kijken. ‘Waarom, Marc? Waarom?’

Ik zei niets. Ik speelde met mijn glas in mijn hand en nam toen een snelle slok. Maar het glas was leeg.We zaten in onze verlaagde klapstoeltjes, met onze benen voor ons uitgestrekt tussen de dennennaalden. Soms voelde ik iets kriebelen bij mijn enkels. Een mier. Een spin. Maar ik bewoog me niet.

‘Ik dacht dat je die Ralph zo ver mogelijk bij mij vandaan wilde houden,’ zei Caroline. ‘Ik heb het toch ook zelf nog tegen je gezegd. Dat ik er niet heen wilde. En dan zoek jij een camping uit op een steenworp van hun zomerhuis.’

Caroline had een kaarsenhouder opgehangen aan de uitstekende tentstok van de voortent. Een kaarsenhouder met glazen ruitjes. Maar de kaars was opgebrand en we zaten in de duisternis. Boven onze hoofden schitterden duizenden sterren tussen de bomen. In de diepte hoorde je zacht het dreunen van de branding.

‘Ja, ik wist het,’ zei ik. ‘Maar ik vond dat ook geen reden om dan juist niet hiernaartoe te gaan. Alsof het een soort plek is waar je niet mag komen, alleen omdat je er mensen tegen het lijf kunt lopen die je liever niet wilt zien.’

Maar Marc! Er zijn honderden van zulke plekken aan deze kust. Honderden andere strandjes waar de familie Meier geen zomerhuis heeft gehuurd.’

 

 

 987769-de1575ad105d822684fe62f9cdd73076.jpg

Herman Koch (Arnhem, 5 september 1953)

 

 

 

 

De Algerijnse dichter, schrijver en draaiboekauteur Rachid Boudjedra werd geboren op 5 september 1941 in Aïn Beïda. Zie ook mijn blog van 5 september 2008.en ook mijn blog van 5 september 2009 en ook mijn blog van 5 september 2010.
 

Uit: Les Figuiers de Barbarie

 

„Lui, toujours avec cet air froissé, cette peau chiffonnée, ce teint jaunâtre et ces yeux tellement tristes ! Avec ce visage absent posé sur des costumes de grandes marques, mais jamais de cravate. Des chemises, plutôt à col ouvert, l’été, et des pulls en cachemire l’hiver. Me rappelant cette élégance vestimentaire, ces fameux placards, pendant notre enfance et notre adolescence, qui contenaient une dizaine de costumes luxueux. Et puis, en bas des placards, une dizaine de paires de chaussures italiennes, aux couleurs assorties à celles des costumes, des chemises et des pulls, comme éternellement neuves et dont il émanait une odeur de cuir brut qui me faisait tourner la tête et me laissait jaloux mais surtout étonné devant ce luxe. Ces vêtements venus de là-bas, d’un quelque part fascinant, un monde que l’on connaissait à travers ses journaux, ses livres, ses films d’une façon très vague, mystérieuse et surtout hostile.

 D’autant plus que son père possédait une penderie beaucoup plus importante, que je n’avais jamais vue, mais devinée à travers celle du fils et matérialisée à travers le père qui portait ses costumes d’une façon sobre, militaire, presque figée. Jamais le même costume, à la différence de son fils, avec des cravates de très belle qualité assorties, souvent, à la couleur de ses yeux. Ces yeux bleu. Topaze ? Turquois ? selon la lumière et la qualité de l’atmosphère. Tous ces costumes, qui lui donnaient un air efféminé, timide presque. Et cette gueule, pas du tout un visage ! mais une gueule dont les traits fins, la chevelure blonde coiffée avec une raie à gauche, explosaient littéralement à la face de ses interlocuteurs, tant il était beau, et silencieux, comme si sa beauté le rendait susceptible avec les hommes et maladroit avec les femmes.“

 

 

 987769-20e67776c6b8c0a5f29cd887a7a7534e.jpg

Rachid Boudjedra (Aïn Beïda,  5 september 1941)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Daniela Danz werd op 5 september 1976 in Eisenach geboren. Zie ook mijn blog van 5 september 2010.

 

 

Passage

 

Spätabends sind deine Schritte
noch im hellen Hof
worüber man spricht
hinter den Fenstern
das weißt du nicht

Je dunkler es wird je schwerer
die Luft die aus dem
Hauseingang fällt
wie die gezählten Stufen
riechen je und je anders
das wußtest du einmal

Was du weißt ist wenig vieles ist
alt geworden manches
ungültig ob die Robinien
im Mai blühen oder im
Juni hat einige Gründe
sie sind dir alle bekannt

Also setzt du dich auf die
Schwelle so still daß
das Licht ausgeht
wenn einer fragen würde
würdest du es erklären

 

 

 

 987769-f6d22404c7a1b79d27024a32b7853a82.jpg

Daniela Danz (Eisenach, 5 september 1976)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Christoph Martin Wieland werd geboren in Oberholzheim op 5 september 1733. Zie ook mijn blog van 5 september 2007 en ook mijn blog van 5 september 2008. en ook mijn blog van 5 september 2009 en ook mijn blog van 5 september 2010.

 

Uit: Der goldne Spiegel

 

„Glorwürdigster Sohn des Himmels!

Ihrer Majestät lebhaftestes Verlangen ist Ihre Völker glücklich zu sehen. Dies ist das einzige Ziel Ihrer unermüdeten Bemühungen; es ist der große Gegenstand Ihrer Beratschlagungen, der Inhalt Ihrer Gesetze und Befehle, die Seele aller löblichen Unternehmungen, die Sie anfangen und – ausführen, und das, was Sie von allem Bösen abhält, welches Sie nach dem Beispiel andrer Großen der Welt tun könnten, und – nicht tun.

Wie glücklich müßten Sie selbst sein, Bester der Könige, wenn es gleich leicht wäre, ein Volk glücklich zu wünschen, und es glücklich zu machen! wenn Sie, wie der König des Himmels, nur wollen dürften, um zu vollbringen, nur sprechen, um Ihre Gedanken in Werke verwandelt zu sehen!

Aber wie unglücklich würden Sie vielleicht auch sein, wenn Sie wissen sollten, in welcher Entfernung, bei allen Ihren Bemühungen, die Ausführung hinter Ihren Wünschen zurück bleibt! Die unzählige Menge der Gehilfen von so mancherlei Klassen, Ordnungen und Arten, unter welche Sie genötiget sind Ihre Macht zu verteilen, weil auch den unumschränktesten Monarchen die Menschheit Schranken setzt; die Notwendigkeit, sich beinahe in allem auf die Werkzeuge Ihrer wohltätigen Wirksamkeit verlassen zu müssen, macht Sie – erschrecken Sie nicht vor einer unangenehmen aber heilsamen Wahrheit! – macht Sie zum abhänglichsten aller Bewohner Ihres unermeßlichen Reiches. Nur zu oft steht es in der Gewalt eines Ehrgeizigen, eines Heuchlers, eines Rachgierigen, eines Unersättlichen, – doch, wozu häufe ich die Namen der Leidenschaften und Laster, da ich sie alle in Einem Worte zusammen fassen kann? eines Menschen – in Ihrem geheiligten Namen gerade das Gegenteil von Ihrem Willen zu tun! An jedem Tage, in jeder Stunde, beinahe dürft ich sagen in jedem Augenblick Ihrer Regierung, wird in dem weiten Umfang Ihrer zahlreichen Provinzen irgend eine Ungerechtigkeit ausgeübt, ein Gesetz verdreht, ein Befehl übertrieben oder ihm ausgewichen, ein Unschuldiger unterdrückt, ein Waise beraubt, ein Verdienstloser befördert, ein Bösewicht geschützt, die Tugend abgeschreckt, das Laster aufgemuntert.“

 

 

 987769-0e5be3f53922ae7a3ae285e15e05c38c.jpg

Christoph Wieland (5 september 1733 - 20 januari 1813)

Portret door Franz Berhard Kugelgen (1808)



Zie voor nog meer schrijvers van de 5e september ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:00 Reageer op dit bericht

Jos Vandeloo, Peter Winnen, Heimito von Doderer, Margaretha Ferguson, Goffredo Mameli

De Belgische schrijver Jos Vandeloo werd geboren op 5 september 1925 in Zonhoven, Belgisch-Limburg. Zie ook mijn blog van 5 september 2006 Zie ook mijn blog van 5 september 2008. en ook mijn blog van 5 september 2009 en ook mijn blog van 5 september 2010.

 

Uit: De vijand

 

„Je voelt dat het nu stilaan naar zijn einde loopt. Er is alleen maar een penode van windstilte in het strijdgewoel. Weldra zal het geweld weer losbarsten. Vliegtuigen zullen laag en onheilspellend over de velden scheren, soldaten zullen angstig wegkruipen onder hun helmen, ales zal weer vol geraas zijn en vervuld van dood en verschrikking. Het is een eindeloze, helse herhaling van afschuwelijke gebeurtenissen, van dorp tot dorp, in de steden even haperend aan de puinhopen en dan weer naar voren springend over de grenzen heen. Ik blijf nog wat rondhangen en ga dan weer naar beneden.
'Voorzichtig,' zegt Paps vaderlijk, 'de ladder is erg glibberig.' Dat wist ik al maar het doet me goed, dat hij het nog eens speciaal zegt. Ik zal Karl nog even gaan groeten in de tent, dat zal hem zeker plezier doen. Misschien wandelt Bea met me terug naar huis, dan kan ik onderweg nog wat met haar praten. Als ik beneden kom, "zuigen mijn schoenen zich dadelijk vast in de modderen als ik voortstap laten ze telkens met een flappend geluid weer los. Ik ga naar de tent en trek het zeil opzij voor de ingang. Het is er donker. Een klad licht valt naar binnen en ik hoor Karl Ontstemd vloeken. Ik zie het meisje Bea op het veldbed. Haar schoenen liggen op de grond. Er liggen ook nog andere kledingstukken. De regenjas van haar moeder en de kap en nog meer. Haar rok is opgeschort. Ze heeft een heeft witte huid. Karl hangt gebogen over haar heen met zijn mager, ongezond lichaam. Haar buik is een zeldzame witte schelp, hij moet zeer zacht zijn, van fluweel. En hij is vooral zeer blank. Een glanzende vlek in het halve duister.
Karl maakt een boos gebaar omdat ik zo plots en onverwacht in de opening van de tent sta. Bea wendt het hoofd af. Ik laat het zeil voor de opening vallen. Het is een bliksemschicht geweest, een weerlicht, één ondeelbaar ogenblik. De onsplitsbare kern van de tijd. Nu is het binnen weer donker. Ik heb nog net gezien hoe Karl op haar neerstreek. Behoedzaam en geruisloos als een grote vogel. Buiten regent het nog altijd. Het verbaast me een beetje, dat het nog altijd regent. zo lang. zo zonder ophouden.”

 

 

987763-77136a1b33236f93eccc11f6f47e2867.jpg
Jos Vandeloo (Zonhoven, 5 september 1925)

Portret door Ann de Bode, 2006

 

 

 


De Nederlandse schrijver en wielrenner
Peter Winnen werd geboren op 5 september 1957 in Ysselsteyn. Zie ook mijn blog van 5 september 2006 Zie ook mijn blog van 5 september 2008. en ook mijn blog van 5 september 2009 en ook mijn blog van 5 september 2010.
 

Uit: De pedaalridder

 

“De tragiek van de ex-topsporter schuilt hem hierin dat hij voor de rest van zijn leven zal moeten blijven bewegen. Hij bezit een lichaam dat tot in den dood wenst te worden afgemat. Het blijft knagen, het blijft de geest dicteren.

(...)

 

Wie ooit op professioneel niveau sport heeft bedreven kan niets anders dan met weemoed terugdenken aan een lichaam dat tot op het uiterste randje van het kunnen heeft gefunctioneerd. Hij (of zij) weet dat zo’n lichaam ergens in de tijd is achtergebleven, en dat het onbegonnen werk is een fractie van de oude glorie terug te vinden.“

 

 

 987763-899d0b5f63e4317af3236ef7f6394006.jpg

Peter Winnen (Ysselsteyn, 5 september 1957)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Franz Carl Heimito von Doderer werd geboren op 5 september 1896 in Weidlingau, Oostenrijk. Zie ook mijn blog van 5 september 2006 Zie ook mijn blog van 5 september 2008. en ook mijn blog van 5 september 2009 en ook mijn blog van 5 september 2010. 

Uit: Ein Mord den jeder begeht

 

„Jeder bekommt seine Kindheit über den Kopf gestülpt wie einen Eimer. Später erst zeigt sich, was darin war. Aber ein ganzes Leben lang rinnt das an uns herunter, da mag einer die Kleider oder auch Kostüme wechseln wie er will.

Der Mann, dessen Leben hier erzählt werden soll – sein Fall hat innerhalb der deutschen Grenzen und noch darüber hinaus einige Neugier erregt, als hintennach die Sachen genauer bekannt wurden – dürfte fast einen Beleg dafür abgeben, daß man des bewußten Eimers Inhalt nimmer abzuwaschen vermag.

Als Kind rief man ihn „Kokosch“, seiner eigenen ersten und stammelnden Aussprache des Namens Conrad folgend. Was er schon als Knabe „sein Reich“ nannte – und später, in gehobener und angelesener Ausdrucksweise, „mein Knabenreich“ oder „mein Kinderland“ – das war der eine auslaufende Flügel einer Großstadt, welcher seine Häusermasse jenseits eines breiten und von Schiffen befahrenen Kanales unter dem Dunst bis an den Himmelsrand hinstreute. In der Tat war diese Häusermasse nicht in allen ihren Teilen zu geschlossenen Zeilen und Gassen gestockt, sondern vielfach aufgespalten, von unverbauten Feldern und Wiesenplänen unterbrochen, auf denen alte Bäume des Auwalds, Gebüsch und Jungholz standen. Manche Straße hatte nur auf der einen Seite Häuser, die schon in einer geschlossenen Reihe hinliefen, die andere Seite war jedoch leer. Hier sah man über Schotterhaufen, Holzstapel und das Geländer welches sich rückwärts vor der absinkenden Böschung des Kanals hinzog, über diesen selbst weit hinüber zu der vielgeteilten Stadtmasse jenseits des Wassers, und auch entlang, wo dieses langsam und glitzernd zwischen seinen zurückgelehnten Uferböschungen sich in einem Bogen nach links wandte. Dort stand der graugrüne Schaum der Baumkronen und dort traten die Wiesen heran.“

 

 

987763-486a9ca71a82828ed4d53d043cce25ec.jpg
Heimito von Doderer (5 september 1896 – 23 december 1966)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Margaretha Ferguson wered geboren op 5 september 1920 in Arnhem. Zie ook mijn blog van 5 september 2006.  Zie ook mijn blog van 5 september 2008. en ook mijn blog van 5 september 2009 en ook mijn blog van 5 september 2010.

 

Uit: Margaretha Ferguson (Herdenkingsartikel door Kester Freriks)

 

“Eén ding wilde Margaretha Ferguson niet: zich op de vlakte houden. Ik ga nu voorbij aan allerhande politieke strubbelingen die ze in haar leven heeft meegemaakt en aan de vijanden die ze onmiskenbaar heeft gehad, ik wil me zoveel mogelijk beperken tot haar literatuur: haar werk is altijd op een bepaalde manier polemisch. Het is alsof ze, wanneer ze schrijft, onophoudelijk met zichzelf en anderen in dialoog verkeert, bijvoorbeeld in Elias in Batavia en Jakarta (1977, derde, herziene druk 1992) of Angst op Java (1991). Veelkleurig zijn die boeken, opgebouwd uit verschillende lagen, en er zijn vooral veel stemmen in te horen, heftige stemmen. Ze zocht de confrontatie, ze wilde voortdurend haar ideeën aan die van anderen toetsen. Ze was zich bewust van haar ongebreidelde energie; meteen in haar tweede brief aan mij schreef ze: ‘Ik moet u wel waarschuwen: ik laat mezelf gaan, zeker in brieven, en ook in contacten met mensen. Ik heb ontzaglijke behoefte aan gezelschap, aan uitwisseling, maar ik merk ook tot mijn eigen verbazing dat ik steeds minder geduld heb. Mijn eigen behoefte gaat uit (denk ik, denk ik) naar mensen bij wie ik kan en durf zeggen wat ik echt vind en voel.’

In dat herhaalde ‘denk ik, denk ik’ zit bijna haar hele literaire opvatting besloten. Ten eerste door de herhaling, die zonder pathetiek is overigens, waarvan ze veel gebruik maakt; ten tweede door het verlangen dat eruit spreekt naar menselijk contact om de kloof te overbruggen, die ze node moest dichten. Door te schrijven. Maar schrijven is een harde, egocentrische bezigheid. Op die manier bevindt een literair auteur als Margaretha Ferguson zich voortdurend in een paradoxale situatie: met schrijven proberen de eenzaamheid op te heffen en tegelijk is die eenzaamheid weer de noodzaak tot het schrijven. Het is niet zonder betekenis dat ze zich verwant voelde met Maria Dermoût, een schrijfster die weliswaar ‘daar’ is geboren maar die, na terugkeer in Nederland, zich hier te lande even ontheemd en vereenzaamd voelde als zij.

 

 

 987763-f6224f1f1255675a25648ef5608297d9.jpg

Margaretha Ferguson (5 september 1920 -  8 mei 1992)

 

 

 

 

De Italiaanse dichter en patriot Goffredo Mameli werd geboren op 5 september 1827 in Genua. Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 5 september 2008.

 

 

Brüder Italiens (Fragment)

 

Brüder Italiens,

Italien hat sich erhoben,

Und hat mit dem Helm des Scipio

Sich das Haupt geschmückt.

Wo ist Viktoria [die Siegesgöttin]?

Sie möge Italien ihr Haupt zuneigen,

Denn als eine Sklavin Roms

Hat Gott sie erschaffen.

 

Fratelli d’Italia,

L’Italia s’è desta,

Dell’elmo di Scipio

S’è cinta la testa.

Dov’è la Vittoria?

Le porga la chioma,

Che schiava di Roma

Iddio la creò.

 

 

 

Brüder Italiens,

Italien hat sich erhoben,

Und hat mit dem Helm des Scipio

Sich das Haupt geschmückt.

Wo ist Viktoria [die Siegesgöttin]?

Sie möge Italien ihr Haupt zuneigen,

Denn als eine Sklavin Roms

Hat Gott sie erschaffen.

 

 

 987763-0289eb514e9d370691a441ae808501ed.jpg

Goffredo Mameli (5 september 1827 - 7 juli 1849)

Geschreven door Romenu om 18:53 Reageer op dit bericht

Helga Ruebsamen, Antonin Artaud, Mary Renault, Richard Wright, René de Chateaubriand, Constantijn Huygens

De Nederlandse schrijfster Helga Ruebsamen is op 4 september 1934 geboren in Batavia, in Nederlands lndië. Zie ook mijn blog van 4 september 2006 en ook mijn blog van 4 september 2008 en ook mijn blog van 4 september 2009 en ook mijn blog van 4 september 2010.

 

Uit: Billy Holiday (Column)

 

Plotseling zag ik haar weer, na jaren. 't Was laat op de avond en laat in de zomer en daar was ze, op teevee, Billie Holiday. Zo vaak gebeurt dat gelukkig niet.

't Kwam hard aan, deze onverwachte confrontatie met mijn idool.

Het sneed door mijn ziel, zoals alle keren gebeurde dat ik het aandurfde haar met open oren te beluisteren en met open ogen te bekijken, haar elegante verschijning, haar hulpeloos schijnende gebaartjes, maar vooral haar stem. En ik had me niet kunnen wapenen, want ze kwam binnen gevaren als een verstekeling in het programma Zomergasten, daar in gesmokkeld door Henk van Os. Wat moet die kunstprofessor met mijn Billie, dacht ik pissig, laat-ie zich bij zijn Madonna's houden. In plaats van blij te zijn dat zo'n geachte medebewonderaar de zangeres eventjes uit de vergetelheid tilde, voelde ik me alsof hij haar uit mijn wagentje had gekidnapt. Hey man, wat doe jij met mijn baby? Het vervulde mij met afschuw dat ik mijn liefde voor Billie ineens moest delen met honderdduizenden mensen die ik niet kende, dat deze Jan en Alleman onverschillig naar haar keken en naar haar luisterden alsof ze een Imca Marina was, of een Corrie van de Rekels, wisten al die mensen veel. Ze praatten er misschien lustig doorheen of zaten zelfs smakkend te vreten of nog erger, ze stonden almaar op om tussendoor naar de keuken te gaan en nog meer bier en kaas te halen.

Iedereen mag jazz-zangeressen laten opdraven bij de vleet, Billie's voorgangsters bijvoorbeeld, Bessie Smith en Ma Rainey, nog liever Ella Fitzgerald wat mij betreft, een lust voor oor en oog, in haar heerlijke poffertjestentjurken en een en al stemacrobatiek, wat een geweldige dames, allemaal, ik hoor ze graag en durf best met ze mee te neuriën ook. Pompompomperdepom.

Maar Billie Holiday is hors concours. Iedereen moet van haar afblijven.

Bij mijn eerste kennismaking met haar, wel een jaar of veertig geleden, op een 78 toeren-plaat, kon en wilde ik niet geloven wat ik hoorde. Die stem, de voordracht, het effect, onbeschrijflijk, met niets te vergelijken. Als Billie zingt klinkt het niet alleen maar, zoals wel eens is geschreven, als het gekerm van een gevallen engel en evenmin koert en kreunt zij als een gekwelde duivelin, want dit mag dan allemaal waar zijn, het is toch meer en nog mooier.

 

 

 987092-03b4ae3fb3409d0d81333670b8d7e2d6.jpg

Helga Ruebsamen (Batavia, 4 september 1934)

 

 

 

 

De Franse schrijver Antonin Artaud werd geboren op 4 september 1896 in Marseille. Zie ook mijn blog van 4 september 2006 en ook mijn blog van 4 september 2008 en ook mijn blog van 4 september 2009 en ook mijn blog van 4 september 2010.

 

La rue

 

La rue sexuelle s’anime
le long de faces mal venues,
les cafés pepiant de crimes
deracinent les avenues.

 

Des mains de sexe brûlent les poches
et les ventres bouent par-dessous;
toutes les pensees s’entrechoquent,
et les tetes moins que les trous.

 

 

 

Le Navire Mystique

 

Il se sera perdu le navire archaïque
Aux mers où baigneront mes rêves éperdus ;
Et ses immenses mâts se seront confondus
Dans les brouillards d’un ciel de bible et de cantiques.

 

Un air jouera, mais non d’antique bucolique,
Mystérieusement parmi les arbres nus ;
Et le navire saint n’aura jamais vendu
La très rare denrée aux pays exotiques.

 

Il ne sait pas les feux des havres de la terre.
Il ne connaît que Dieu, et sans fin, solitaire
Il sépare les flots glorieux de l’infini.

 

Le bout de son beaupré plonge dans le mystère.
Aux pointes de ses mâts tremble toutes les nuits
L’argent mystique et pur de l’étoile polaire.

 

 

 

 987092-3aad8a1d49f1a26f89de6cf08bc50c90.jpg

Antonin Artaud (4 september 1896 - 4 maart 1948)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Mary Renault werd op 4 september 1905 geboren als Mary Challans in Forest Gate in Essex. Zie ook mijn blog van 4 september 2006 en ook mijn blog van 4 september 2008 en ook mijn blog van 4 september 2009 en ook mijn blog van 4 september 2010.
 

Uit: The Praise Singer

 

“Then came the wedding from which my life was born.

The bridegroom was Laertes, our neighbor Milon's eldest son. He was a sea-captain, his rich father having bought him a ship when he came of age. He had grown rich in his turn, by boldness, shrewdness and luck, trading about lonia and as far as Egypt, and had stayed unmarried till thirty, mostly for lack of time. There was always a stir when he put in with his foreign goods, his outlandish men and his tales. Theas, who was taken to call with our father, used to save the tales for me.

I had never thought they would take me to the wedding. Any treats I had as a child came always from Theasides. This time they could hardly leave me behind, because my five-year-old sister was going. She was pretty, though, with hair as soft as cobweb and red as fire. Once she had asked me gravely how I came to be so ugly, not believing such a thing could happen without a reason her elders would understand. I told her I had been cursed by a raven from whom I had taken a lamb, which left her satisfied. Hearing her crying as her hair was combed, I wondered they should be troubled with either of us at a feast, forgetting that weddings beget weddings and are times for looking ahead.

At all events, my best tunic came out of the chest; a castoff of Theasides's though there were five years between us; quite good, but I was outgrowing it in my turn. I looked dismayed at my lean thighs with their dark pelt of hair. But I would have to show enough to frighten the women, before I would get a new one. Keos is stern.

Before the house of the bride was a gently sloping meadow, where the bridesmaids stood with their garlands, waiting to sing. The thrones of the bride and groom were decked with flowers. My parents greeted their hosts, and sought out their friends among the guests, taking Theasides with them. He was plainly dressed (there are laws in Keos against extravagance), but the cloth was fine, and if he had been in rags his beauty would have graced them. I, knowing what my parents would have wished of me, lost myself in the crowd. There was more in this than filial duty. I had marked down the slab of rock where the bard would stand to sing, and the clump of brush near by where I could listen undisturbed. I meant not to miss a word.”

 

 

 987092-4b5ebc9ed4089276f3caffc5628655c2.jpg

Mary Renault (4 september 1905 - 13 december 1983)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Richard Nathaniel Wright werd geboren in Roxie, Mississippi op 4 september 1908. Zie ook mijn blog van 4 september 2007  en ook mijn blog van 4 september 2008 en ook mijn blog van 4 september 2009 en ook mijn blog van 4 september 2010.

 

Uit: The Ethics of Living Jim Crow: An Autobiographical Sketch (Uncle Tom's Children)

 

“ I sat brooding on my front steps, nursing my wound and waiting for my mother to come from work. I felt that a grave injustice had been done me. It was all right to throw cinders. The greatest harm a cinder could do was leave a bruise. But broken bottles were dangerous; they left you cut, bleeding, and helpless.

When night fell, my mother came from the white folks' kitchen. I raced down the street to meet her. I could just feel in my bones that she would understand. I knew she would tell me exactly what to do next time. I grabbed her hand and babbled out the whole story. She examined my wound, then slapped me.

 "How come yuh didn't hide?" she asked me. "How come yuh awways fightin'?"

 I was outraged, and bawled. Between sobs I told her that I didn't have any trees or hedges to hide behind. There wasn't a thing I could have used as a trench. And you couldn't throw very far when you were hiding behind the brick pillars of a house. She grabbed a barrel stave, dragged me home, stripped me naked, and beat me till I had a fever of one hundred and two. She would smack my rump with the stave, and, while the skin was still smarting, impart to me gems of Jim Crow wisdom. I was never to throw cinders any more. I was never to fight any more wars. I was never, never, under any conditions, to fight white folks again. And they were absolutely right in clouting me with the broken milk bottle. Didn't I know she was working hard every day in the hot kitchens of the white folks to make money to take care of me? When was I ever going to learn to be a good boy? She couldn't be bothered with my fights. She finished by telling me that I ought to be thankful to God as long as I lived that they didn't kill me.

All that night I was delirious and could not sleep. Each time I closed my eyes I saw monstrous white faces suspended from the ceiling, leering at me.

 

 

 987092-97c495975da026c15b503307502fbd63.jpg

Richard Wright  (4 september 1908 – 28 november 1960)

 

 

 

 

De Franse schrijver François René de Chateaubriand werd geboren op 4 september 1768 in Saint Malo. Zie ook mijn blog van 4 september 2006 en ook mijn blog van 4 september 2008 en ook mijn blog van 4 september 2009 en ook mijn blog van 4 september 2010.

 

Uit: Le Génie du christianisme

 

„Le coeur ému par ces conversations pieuses, je portais souvent mes pas vers un monastère voisin de mon nouveau séjour  ; un moment même j'eus la tentation d'y cacher ma vie. Heureux ceux qui ont fini leur voyage sans avoir quitté le port, et qui n'ont point, comme moi, traîné d'inutiles jours sur la terre !
        Les Européens, incessamment agités, sont obligés de se bâtir des solitudes. Plus notre coeur est tumultueux et bruyant, plus le calme et le silence nous attirent. Ces hospices de mon pays, ouverts aux malheureux et aux faibles, sont souvent cachés dans des vallons qui portent au coeur le vague sentiment de l'infortune et l'espérance d'un abri  ; quelquefois aussi on les découvre sur de hauts sites où l'âme religieuse, comme une plante des montagnes, semble s'élever vers le ciel pour lui offrir ses parfums.
        Je vois encore le mélange majestueux des eaux et des bois de cette antique abbaye où je pensai dérober ma vie au caprice du sort  ; j'erre encore au déclin du jour dans ces cloîtres retentissants et solitaires. Lorsque la lune éclairait à demi les piliers des arcades et dessinait leur ombre sur le mur opposé, je m'arrêtais à contempler la croix qui marquait le champ de la mort et les longues herbes qui croissaient entre les pierres des tombes. Ô hommes qui, ayant vécu loin du monde, avez passé du silence de la vie au silence de la mort, de quel dégoût de la terre vos tombeaux ne remplissaient-ils pas mon coeur !
        Soit inconstance naturelle, soit préjugé contre la vie monastique, je changeai mes desseins, je me résolus à voyager. Je dis adieu à ma soeur  ; elle me serra dans ses bras avec un mouvement qui ressemblait à de la joie, comme si elle eût été heureuse de me quitter  ; je ne pus me défendre d'une réflexion amère sur l'inconséquence des amitiés humaines.“

  


987092-5ee1e9ec20ba7fc574f611593ba3567a.jpg
René de Chateaubriand (4 september 1768 –  4 juli 1848)

Portret door Henri Félix Emmanuel Philippoteaux

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Constantijn Huygens werd geboren op 4 september 1596 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 4 september 2006 en ook mijn blog van 4 september 2008 en ook mijn blog van 4 september 2009 en ook mijn blog van 4 september 2010.
 

 

Haerlem

 

Al heb ick t'mijner tijd der Vorsten Hof gevoedt,

 't Is mijn geringste roem, mijn hooghste staet in 't bloed,

 Der Goddeloosen bloed; van doen mijn' Staele kielen

 Haer Ys'ren Haven-touw aenvaerdden te vernielen.

 

t'Huys heb ick oock voor God, voor goed en vryigheit

 Mijn' Borgeren gewaeght, en Spagnen noyt gevleidt.

 Zijn 't koele wonderen, en hoorens' and're meer toe;

 Van 't allerwonderste komt my alleen de eer toe,

 

Geen ongesiener naem, geen aengenamer stuck;

'k Heb konst en konstenaers geholpen in den Druck.

 

 

 

Edam

 

De Dam die 't Zuyderdiep het binnen Y onthiel

Gaf my d'Ydammer naem; dien ick niet langer hiel

Dan tot het vett gerucht van mijn' gewilde Kaesen

De wereld had gevult, en naer mijn aes doen raesen:

 

Sints noemden sy 't Eet-dam daer soo veel etens groeyt.

Maer dat men mijner melt soo verr het ebt en vloeyt,

Is elders op gevest: hoort, Hollander, de wielen

Van uw' Victori-koets zijn uw' bezeilde kielen;

 

Dat zijn de mijne meest: Behoort niet meest de danck

Den Raden-maker toe van 's wagens gladden ganck?

 

 

 987092-161ade5f7463fd722c0f5da0d865a01b.jpg

Constantijn Huygens (4 september 1596 — 28 maart 1687)
Edam

Geschreven door Romenu om 18:51 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten