Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 12 oktober 2011 tot 13 oktober 2011

Herman Franke, Colin Channer, Migjeni, Arna Wendell Bontemps, Conrad Richter, Edwina Currie, Peter Buwalda

De Nederlandse schrijver Herman Franke werd geboren op 13 oktober 1948 in Groningen. Zie ook mijn blog van 13 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Herman Franke op dit blog.

 

Uit: De ironie van de romantiek (Kellendonk lezing 2000)

`Er waren eens een vader en een zoon'. Zo begint een van de ontroeren­dste verhalen die ik ken. Het gaat over de dagelijkse omgang tussen een vader en een zoon. Zij voeren opgewekte, leven­dige gesprekken met elkaar, hoewel ze erg zwaarmoedig zijn. Beiden geloven dat ze schuld dragen aan het verdriet van de ander, zonder dit ooit uit te spreken. Maar heel af en toe blijft de vader voor de zoon staan, laat een bekom­mer­de blik op hem rusten en zegt: arm kind, jij leeft in een stille ver­twijfe­ling. Dan sterft de vader. En de zoon ziet veel, hoort veel, beleeft veel en wordt be­proefd in velerlei verzoe­kingen, maar er is maar één ding waar hij naar verlangt, maar één ding dat hem zou kunnen ontroeren: dat zijn die woor­den, en de stem van zijn vader die ze spreekt. En de enige troost die hij op zijn eigen oude dag heeft is dat zijn stem zo sterk op die van zijn vader is gaan lijken, dat hij tot zich­zelf kan zeg­gen: arm kind, jij leeft in een stille vertwijfe­ling. De schrij­ver van dit verhaal is de Deense filosoof Soren Kierkegaard die leefde in de eerste helft van de negentiende eeuw. Hij zag eruit als Jannes van der Wal, was zeker zo excentriek, werd op straat in Kopenhagen uitgelachen om zijn spillebenen en bouwde een bizar maar indruk­wekkend oeuvre op zijn existen­tieel getob over de verbreking van zijn verlo­ving met de 18-jarige Regine Olsen. Dat was in 1841 nog iets waar­van iedereen schande sprak. Op internet zijn portret­jes van Regine te vinden. Het is een wreedheid van de tech­nische voor­uit­gang dat honderden mil­joe­nen mensen nu kunnen zien hoe lief het meisje eruit zag dat hij hardhandig maar ook vol rijk gescha­keerd schuldge­voel van zich afstootte, nadat genade­loos zelfon­derzoek hem tot de conclusie had ge­bracht dat hij niet voor het huwe­lijk geschikt was en een andere taak had te volbren­gen, te weten het eenzaam leren leven met ver­twij­feling en angst en het zoeken naar een reli­gieuze uitweg, zeg maar troost.

Het verhaal over die vader en zoon is opgenomen in zijn Stadia op de levensweg dat in 1845 verscheen. In mijn herinne­ring was het veel langer dan de ene bladzijde die het in werke­lijkheid beslaat. Het is zo'n verhaal dat pas in de ver­beelding van de lezer een echt verhaal wordt, wat misschien wel de mooiste verhalen zijn. Ik las het bijna tien jaar geleden. Het was een zomerse dag en ik zat drie hoog achter op mijn balkon onder een bont­ge­kleurde para­sol.“

 

 

 1011204-3754d556d77584ba192d275672d42ee3.jpg

Herman Franke (13 oktober 1946 – 14 augustus 2010)

 

 

 

 

De Jamaicaanse schrijver Colin Channer werd geboren op 13 oktober 1963 in Kingston. Zie ook mijn blog van 13 oktober 2008 en ook mijn blog van 13 oktober 2009 en ook mijn blog van 13 oktober 2010

 

Uit: Waiting in Vain

 

„He didn't know where he'd take it. He didn't understand poetry really. He'd never studied it. He believed in it as an act of faith.

Bird. He began to think of Ian now. They used to call him Bird for his hawkish nose and pelican legs. What will it be like to see him again? He checked his watch. It was eleven. Air Jamaica was leaving at three; they were always on time. He would be in New York at seven.

Blanche came out and joined him. She was wearing one of his shirts. It was a soft tangerine with a broad camp collar and flaps on the pleated pockets. A few months short of fifty, she moved with the angular vim of a teenager. She leaned against the banister, a Rothman's between her lips.

Age had refined her beauty, streaking her hair silver and adding lines and accents to the poetry of her face--commas that made him pause at her eyes, dashes that framed her mouth. She had brows like Frida Kahlo, and lips like Chaka Khan.

"New York," she began. "How long are you going to be there?"

"Just the weekend," he said.

"Then you go to London. And you're coming back when?"

"The end o' August."

"Three months."

As she watched him pick up the mango, she marveled anew at his face. Like reggae, it was a New World hybrid, a genetic melange of bloods that carried in their DNA memories of the tribes that fought and fucked on the shores of the Americas--Chinese and Arab, English and Scotch from his father's side; Dutch and Portuguese Sephardic Jew from his mother's. But the final combination--brown like sun-fired clay; cheeks high and spread apart; nose narrow with a rounded tip; lips wide and fluted--was a vibrant African presence, Yoruba and Akan.

Last night was wrong, she said to herself. But she'd been holding back for months now . . . had even thought she would get through it. But last night, knowing he'd be leaving today just made her desperate. Or was it angry? Three months is a long time for a woman, she thought, especially with a man like this, one who makes love from the inside out--from the core of her soul where she hides her fears, to the taut muscles on the back of her neck. And the way he was eating that mango--the flesh becoming slush and dripping down his arm.“

 

 1011204-27fc32b37f965c121fea8f1ac0c75260.jpg

Colin Channer (Kingston, 13 oktober 1963)

 

 

 

De Albanese dichter Migjeni (eigen. Millosh Gjergj Nikolla) werd geboren op 13 oktober 1911 in Shkodra. Zie ook mijn blog van 13 oktober 2008 en ook mijn blog van 13 oktober 2009 en ook mijn blog van 13 oktober 2010

 

 

The themes

 

Is there the theme of a poem among fading memories,
Among the happy memories of childhood innocence,
When the heart was full of worldly pleasures,
Desires, hopes and ever-sweet dreams?
Is there the fiery theme of a poem of love
Among the lingering memories of eager youth,
With sonorous rhymes and ardent vows,
Full of the lust for life and shouts of mirth?

 

On the pallid faces of fallen women
Loitering in doorways to sell themselves,
On their faces a tragic poem is carved
In tears and grief that rise to the heavens,

 

In dark corners where derision reigns
In disgust, and the insane jeer
At their wives and children,
There in revolt great themes await creation.

 

In hidden corners where fear dwells
And passivity lurks to smother life,
There in betrayal does the theme take its source
And with it, the poet pens his verse.

 

Throughout man's life do themes of all kinds
Come and go. Now the ultimate of themes has come,
Frightening in our fantasy - the paling of the face,
An ominous shadow, and the death knell tolls.

 


Vertaald door Robert Elsie

 

 

 1011204-f8d06f12e821c886b2505d092aa04da8.jpg

Migjeni (13 oktober 1911 – 26 augustus 1938)

In 1932 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Arna Wendell Bontemps werd geboren op 13 oktober 1902 in Alexandria in Louisiana. Zie ook mijn blog van 13 oktober 2008 en ook mijn blog van 13 oktober 2009 en ook mijn blog van 13 oktober 2010
 

 

God Give to Men


God give the yellow man
an easy breeze at blossom time.
Grant his eager, slanting eyes to cover
every land and dream
of afterwhile.


Give blue-eyed men their swivel chairs
to whirl in tall buildings.
Allow them many ships at sea,
and on land, soldiers
and policemen.


For black man, God,
no need to bother more
but only fill afresh his meed
of laughter,
his cup of tears.


God suffer little men
the taste of soul's desire.

 

 

 1011204-815b8e2731b11acb8f04d4edfb763a60.jpg

Arna Wendell Bontemps (13 oktober 1902 – 4 juni 1973)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Conrad Richter werd geboren op 13 oktober 1890 in Pine Grove, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 13 oktober 2008 en ook mijn blog van 13 oktober 2009 en ook mijn blog van 13 oktober 2010

 

Uit: The Light in the Forest

 

"Now go like an Indian, True Son," he said in a low, stern voice. "Give me no more shame."

He left almost at once and the boy heard his footsteps in the leaves. The rustling sound grew farther and farther away. When he sat up, his father was gone. But never before or since was the place his father was going back to so clear and beautiful in the boy's mind. He could see the great oaks and shiver-bark hickories standing over the village in the autumn dusk, the smoke rising from the double row of cabins with the street between, and the shining, white reflection of the sky in the Tuscarawas beyond. Fallen red, brown and golden leaves lay over roofs and bushes, street and forest floor. Tramping through them could be made out the friendly forms of those he knew, warriors and hunters, squaws, and the boys, dogs and girls he had played with. Through the open door of his father's cabin shone the warm red fire with his mother and sisters over it, for this was the beginning of the Month of the First Snow, November. Near the fire heavy bark had been strewn on the ground, and on it lay his familiar bed and the old worn half-grown bearskin he pulled over himself at night. Homesickness overwhelmed him, and he sat there and wept“.

 

 

1011204-0e00eaeb225890c809f31d6392e82a47.jpg
Conrad Richter (13 oktober 1890 – 30 oktober 1968)

In 1912

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 13 oktober 2010.

 

De Britse romanschrijfster en gewezen politica Edwina Currie werd geboren in Liverpool op 13 oktober 1946.

 

  

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Nederlandse schrijver, journalis en redacteur Peter Buwalda werd geboren in Blerick in 1971. Hij was medeoprichter van het tijdschrift WAH WAH. Daarnaast schreef hij essays en verhalen voor tijdschriften als Bunker Hill, De Gids, Hollands Maandblad en Vrij Nederland. In september 2010 debuteerde hij met de roman Bonita Avenue, uitgegeven door De Bezige Bij. Het boek kreeg een nominatie voor de Libris Literatuur Prijs 2011. Ook is hij in de race om de Gouden Strop. Op 22 september 2011 werd bekend dat hij de Academica Debutantenprijs heeft gewonnen.

 

Uit: Bonita Avenue

 

“Toen Joni Sigerius hem op een zondagmiddag in 1996 meenam naar de woonboerderij van haar ouders om hem officieel voor te stellen, gaf haar vader hem een hand die hem aan de stevige kant leek. ‘Jij hebt die foto gemaakt,’ zei de man. Of was het een vraag?

    Siem Sigerius was een gedrongen, donkerbehaarde kerel met een stel oren waarnaar je meteen moest kijken; ze waren kroppig, ze leken gefrituurd, en omdat Aaron gejudood had wist hij dat het bloemkooloren waren. Je kreeg ze van stugge mouwen van ruig katoen die er almaar langs schuurden, door de schelpen steeds weer te laten opfrommelen tussen harde lichamen en ruwe matten, er hoopte zich bloed en pus op tussen het kraakbeen en de babyzachte huid. Wie daar niets aan deed bleef zitten met verharde zwellingen en bulten. Aan Aarons eigen hoofd zaten twee doodgewone, ongeschonden perzikoortjes; bloemkooloren waren voorbehouden aan kampioenen, aan monomane kerels die avond aan avond over de tatami schoven. Je moest zo’n kropoor verdienen, er verdwenen manjaren in. Het leed geen twijfel dat Joni’s vader ze als eretekens droeg, als een bewijs van werklust en mannelijkheid. Wanneer Aaron vroeger tijdens toernooien tegenover zo’n geoormerkt dier kwam te staan, sloeg de angst hem om het hart; voor hem was een bloemkooloor aan de einder slecht nieuws, hij was een waardeloze wedstrijdjudoka. Om te verbergen dat hij onder de indruk was, antwoordde hij: ‘Ik maak aan de lopende band foto’s.’

    Sigerius’ oren bewogen kort. Zijn kroezende haar zat viltig kortgeknipt op zijn platte, brede hoofd. Hoewel hij gekleed ging in kostuums of corduroy broeken en poloshirts van Ralph Lauren, de tuniek van de werkgever, van de arrivé, zou je hem op grond van die oren en dat buffelachtige lichaam niet inschalen als iemand die leiding gaf aan een universiteit, laat staan dat je zou geloven dat hij gold als de grootste Nederlandse wiskundige sinds Luitzen Brouwer. Een man met zijn fysiek verwachtte je in de bouw, of ’s nachts aan de snelweg in een fluorescerend hesje achter een bak met teer. ‘Je weet best welke foto ik bedoel,’ zei hij.”

 

 

 1011204-8068b911a586c11f1dc893836de800d6.jpg

Peter Buwalda (Blerick, 1971)
Geschreven door Romenu om 18:52 Reageer op dit bericht

Stefaan van den Bremt, Eugenio Montale, Robert Fitzgerald

De Vlaamse dichter en essayist Stefaan van den Bremt werd geboren in Aalst op 12 oktober 1941. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2009 en ook mijn blog van 12 oktober 2010.

 

 

Ode aan de mus

 

Schuim onder de vogels,
schuim dat wegstuift en
weer aanwuift als een
kwetterende stofwolk,
schorem dat vecht om
elke kruimel, stof-
badend plebs, honk-
vaste landloper,
Jan Rap die doodgaat
zonder maat, brutale
bek die stinkt naar
paardenvijgen, gespuis
dat vliegt.

 

 

 

Moissac

 

Hoe moeten we door dit portaal
naar binnen? Ik kan niet verder
en blijf staan. Tussen de sleutels
die Petrus peinzend koestert
en Jesaja's neergeslagen blik
rekken zich leeuw en leeuwin
staande op leeuwin en leeuw.
Naast Jeremias, rug aan rug met
Paulus, starend naar de voorhal
van een kerk vol heidenen.
Ik kijk omhoog en zie de deur
die is geopend in de hemel.
Ik zie de troon en op die troon
versteent hij die tot leven wekt;
zijn linkerhand rust op een boek.
Hoe kom ik onder dit visioen
vandaan? Wat te beginnen
met de vierentwintig oudsten
en die vier dieren vol ogen,
die elk zes vleugels hebben,
en die twee sterke engelen
die zwijgen?
Wat moeten wij
met deze beelden, ontleend
aan een vergeten boek?

 

 

 

 1010648-b9e5eb7432f848568ac3c7f679398e0b.jpg

Stefaan van den Bremt (Aalst, 12 oktober 1941)

 

 

 

 

De Italiaanse dichter Eugenio Montale werd geboren in Genua op 12 oktober 1896. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Eugenio Montale op dit blog.

 

 

De citroenen

 

Luister naar mij, gelauwerde poëten

bewegen zich alleen maar tussen planten

met vreemde namen: buxussen ligusters of acanthen.

Maar ik, ik hou van wegen uitkomend bij dichtbegroeide

waterlopen waar in halfopgedroogde

modderpoelen soms kleine jongetjes

een schrale paling vangen;

van paadjes die de oeverranden volgen

en door gepluimde rietbosschages afdalen

naar groentetuinen tussen bomen vol citroenen.

 

Wanneer 't gekwetter van de rappe vogels

verstomt en opgaat in het diepe luchtblauw

beluister je beter het zacht gefluister

van de bevriende takken, daar waar bijna niets beweegt,

en deze zinnelijke geur

die niet van de aarde los kan komen

en in het hart een zoete onrust wekt.

Daar zwijgen als bij toverslag de passies

ver van de strijd die hen beheerste,

dan valt ook ons, armzaligen, ons deel van rijkdom toe,

de milde geur van de citroenen.

 

In deze stilten, waarin alle dingen

zich overgeven en bereid lijken

hun uiterste geheim te openbaren,

verwacht je soms wel eens

een fout van de Natuur op 't spoor te komen,

het dode punt der wereld, de schakel die niet houdt,

de te ontwarren knoop die ons uiteindelijk

in 't hart zal voeren van een waarheid.

De blik speurt om zich heen,

de geest gaat na verbindt en scheidt

in het parfum dat zich verspreidt

wanneer de dag haast wegdoezelt.

Dit zijn de stilten waarin je iedre

menselijke schim die zich verwijdert

als een verstrooide Godheid ziet.

           

Maar als de illusie wijkt, brengt ons de tijd

weer terug in steden vol lawaai waar 't hemels blauw

zich maar met mondjesmaat laat zien tussen de daken.

Regen maakt dan de aarde moe, en vol verveling

druppelt de dichte winter op de huizen,

het licht wordt schriel - bitter de ziel.

Maar op een dag zien we eensklaps door een poort

tussen de bomen van een binnenplaats

de gelen der citroenen oplichten;

dan smelt de kilte in ons binnenste

en heel ons hart wordt overstelpt

door 't feestgeschetter

van de gouden trompetten van het zonnelicht.

 

 
Vertaald door Frans van Dooren

 

 

 1010648-fdc985ef359cf9c29666f872ccb300ee.jpg

Eugenio Montale (12 oktober 1896 - 12 september 1981)

Zelfportret 

 

 

 


De Amerikaanse dichter, criticus en vertaler
Robert Stuart Fitzgerald werd geboren op 12 oktober 1910 in Springfield, Illinois. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2008 en ook mijn blog van 12 oktober 2009 en ook mijn blog van 12 oktober 2010.

 

 

Et Quidquid Aspiciebam Mors Erat

 

“In this and whatever days to come  

The transparent world and its motions  

Compose a sheer void. How could  

That be removed upon which every  

Animate joy was founded? What   

Thrives now but the vile face of nature  

Made up by the sun to idiot glory?  

Let it sway and blow its intrinsic  

Monotony of vapors, seasons,  

Tumblebugs and blind men; let me  

Weep and curse those begetting fools,  

And honorably weep my life long.

 

“You would not cover me over  

With the dropping indecent clods,  

You sanctimonious bastards: take  

Such of my hatred as is left

When I have cursed the aspergent  

Water shaker with his stole, his  

Sotto voce Latin sing song;

You craving, self-important ghouls,  

Let me alone, or I will show you  

The savage green sprouting

Through the obscene holes of your eyes.

 

“Gone out of the air, not gone

Out of my nightly vision, yet

With desperate years to be corrupted  

There too, wasted, thinned

To the damned ghost of your convention—

You win in the end—he who was

So distinguished for patience,

For suffering, for valor,

Of such sensible pale fingers,  

A humorous, wise man.

 

“Hereby I curse this hard city  

And its whoring, golfing, political   

Poker-playing men, all those
Who were schoolfellows or friends  

In the old time, and never,

Though good churchgoers, visited him.  

And I engrave here my small blessing  

On that large silent decent one  

Who thought it friendliness to do so;  

Him and few others would I spare,  

But let the rest go rot in a worse  

Hell than even their own world is.  

Yet their unawareness is his grace,  

If grace be in this charnel progress:  

His ten-year sickroom I say

Shames with life their death forever,   

And all is death elsewhere.”

 

 

 

 1010648-a7d4ca81b0ecbad59bf433c3dc1efcac.jpg

Robert Fitzgerald (12 oktober 1910 – 16 januari 1985)





Zie voor nog meer schrijvers ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:12 Reageer op dit bericht

Paul Engle, Ann Petry, Louis Hemon, Paula von Preradović

De Amerikaanse dichter en schrijver Paul Engle werd geboren op 12 oktober 1908 in Cedar Rapids. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2008 en ook mijn blog van 12 oktober 2009 en ook mijn blog van 12 oktober 2010.

 

 

Hero

 

I

I have heard the horn of Roland goldly screaming

In the petty Pyrenees of the inner ear

And seen the frightful Saracens of fear

Pour from the passes, fought them, brave in dreaming.

 

But waked, and heard my own voice tinly screaming

In the whorled and whirling valleys of the ear,

And beat the savage bed back in my fear,

And crawled, unheroed, down those cliffs of dreaming.

 

II

I have ridden with Hannibal in the mountain dusk,

Watching the drivers yell the doomed and gray

Elephants over the trumpeting Alps, gone gay

With snow vivid on peaks, on the ivory tusk.

 

But waked, and found myself in the vivid dusk

Plunging the deep and icy floor, gone gray

With bellowing shapes of morning, and the gay

Sunshaft through me like an ivory tusk.

 

III

I have smiled on the platform, hearing without shame

The crowd scream out my praise, I, the new star,

Handsome, disparaging my bloody scar,

Yet turning its curve to the light when they called my name.

 

But waked, and the empty window sneered my name,

The sky bled, drop by golden drop, each star

The curved moon glittered like a sickle's scar,

The night wind called with its gentle voices: Shame!

 

 

 1010646-6401b6e374cb6ca55f94a8c18730d9b0.jpg

Paul Engle (12 oktober 1908 – 25 maart 1991)

Hier in 1957 met Writers’ Workshop studenten

 

 

 

 

De Amerkaanse schrijfster Ann Petry werd geboren op 12 oktober 1908 in Old Saybrook, Connecticut. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2009 en ook mijn blog van 12 oktober 2010.

 

Uit: In Darkness and Confusion

 

„He looked out toward the lobby of the hotel, attracted by the sound of voices. A white cop was arguing with a frowzy-looking girl who had obviously had too much to drink.
"I got a right in here. I'm mindin' my own business," she said with one eye on the bar.
"Aw, go chase yourself." The cop gave her a push toward the door. She stumbled against a chair.
William watched her in amusement. "Better than a movie," he told himself.
She straightened up and tugged at her girdle. "You white son of a bitch," she said.
The cop's face turned a furious red. He walked toward the woman, waving his nightstick. It was then that William saw the soldier. Tall Straight. Creases in his khaki pants. An overseas cap cocked over one eye. Looks like Sam looked that one time he was home on furlough, he thought.
The soldier grabbed the cop's arm and twisted the nightstick out of his hand. He threw it half the length of the small lobby. It ratted along the floor and came to a dead stop under a chair.
"Now what'd he want to do that for?" William said softly.“

 

 

1010646-6da777278cdcb28e9201489e7b1f3e1e.jpg
Ann Petry (12 oktober 1908 – 28 april 1997)

 

 

 

 

De Franse schrijver Louis Hemon werd geboren op 12 oktober 1880 in Brest in Bretagne. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2010.

 

Uit: Maria Chapdelaine

 

«Ite missa est.»

La porte de l'église de Péribonka s'ouvrit et les hommes commencèrent à sortir.

Un instant plus tôt elle avait paru désolée, cette église, juchée au bord du chemin sur la berge haute, au-dessus de la rivière Péribonka, dont la nappe glacée et couverte de neige était toute pareille à une plaine. La neige gisait épaisse sur le chemin aussi, et sur les champs, car le soleil d'avril n'envoyait entre les nuages gris que quelques rayons sans chaleur et les grandes pluies de printemps n'étaient pas encore venues. Toute cette blancheur froide, la petitesse de l'église de bois et des quelques maisons, de bois également, espacées le long du chemin, la lisière sombre de la forêt, si proche qu'elle semblait une menace, tout parlait d'une vie dure dans un pays austère. Mais voici que les hommes et les jeunes gens franchirent la porte de l'église, s'assemblèrent en groupes sur le large perron, et les salutations joviales, les appels moqueurs lancés d'un groupe à l'autre, l'entrecroisement constant des propos sérieux ou gais témoignèrent de suite que ces hommes appartenaient à une race

pétrie d'invincible allégresse et que rien ne peut empêcher de rire.

Cléophas Pesant, fils de Thadée Pesant le forgeron, s'enorgueillissait déjà d'un habillement d'été de couleur claire, un habillement américain aux larges épaules matelassées; seulement il avait gardé pour ce dimanche encore froid sa coiffure d'hiver, une casquette de drap noir aux oreillettes doublées en peau de lièvre, au lieu du chapeau de feutre dur qu'il eût aimé porter.

À côté de lui Égide Simard, et d'autres qui, comme lui, étaient venus de loin en traîneau, agrafaient en sortant de l'église leurs gros manteaux de fourrure qu'ils serraient à la taille avec des écharpes rouges. Des jeunes gens du village, très élégants dans leurs pelisses à col de loutre, parlaient avec déférence au vieux Nazaire Larouche, un grand homme gris aux larges épaules osseuses qui n'avait rien changé pour la messe à sa tenue de tous les l'ours: vêtement court de toile brune doublé de peau de mouton, culottes rapiécées et gros bas de laine gris dans des mocassins en peau d'orignal.“

 

 

 1010646-0a74bdda8d02dd2898e3e7d80ea93283.jpg

Louis Hemon (12 oktober 1880 - 8 juli 1913)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Paula von Preradović werd geboren op 12 oktober 1887 in Wenen. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2008.

 

Ein Grab

 

Vater, ach wie lange bist du tot.

Aber diese nun ist deine Stunde.

Wunde, die dir floß, ward meine Wunde,

Not, die einst dich schlug, ward meine Not.

 

Frühzerbrochner Stimme krankes Läuten

Und das Scharfe deiner Schläfenfalten,

Heute wüßt ich, wem die Runen galten

Und den schrillen Ton wüßt ich zu deuten.

 

Die in Hoffart sich von dir entfernte,

Lieblos eilig deinen Weg gemieden,

Heut erschreit sie deinen bittern Frieden

Und das Licht, das deine Nacht besternte.

 

Heute, Vater, liegst du herrscherlich.

Denn der Gott, dem du gefront in Treue,

Des ich mich entschlagen sonder Reue,

Vielen Leides überwand er mich.

 

 

 

1010646-598fe4f982bfb38fca152b3f06206d2c.jpg
Paula von Preradović (12 oktober 1887 – 25 mei 1951)

Geschreven door Romenu om 19:07 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten