Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 15 oktober 2011 tot 16 oktober 2011

Günter Grass, Oscar Wilde, Guðbergur Bergsson, Gerold Späth

De Duitse dichter en schrijver Günter Grass werd geboren in Danzig (tegenwoordig Gdansk, Polen) op 16 oktober 1927. Zie ook mijn blog van 16 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Günter Grass op dit blog.

 

Uit: De bot (Vertaald door Peter Kaaij)

 

„Het tribunaal nam er kennis van en zou naar alle waarschijnlijkheid wel tot een mild vonnis zijn gekomen als niet de aanklaagster, Sieglinde Huntscha, puntige, voor de bot provocerende vragen had gesteld. De zelfs op een stoel nog heroïsch uitziende vrouw sprong op, werd rood tot aan haar haarwortels, gaf haar stem, nog voordat zij sprak, een rijke dosis verachting mee, richtte een magere wijsvinger op de container van kogelvrij glas, waarin de bot, misschien wel geanimeerd door de rapporten van de literatuurhistorici, enige handbreedtes boven zijn zandbed speels alle vinnen liet bewegen, sprak toen, nee, vuurde (ineens met een Saksisch accent) vraag na vraag af in de richting van de beklaagde platvis en boekte meteen een eerste succesje: schijnbaar getroffen liet de bot zich vallen. Hij woelde zich in het Oostzeezand, wierp met zijn staartvin zand op zijn oeroude knobbelhuid en vertroebelde het water van zijn weliswaar kogelvrije maar niet tegen gericht afgevuurde vragen gepantserde glazen huisje: hij leek wel van de aardbodem verdwenen, in het niets opgelost, scheen ontsnapt te zijn, bleef ongrijpbaar.
En dat terwijl er aan de vragen van de aanklaagster niet eens intellectuele weerhaken zaten. De bot werd niet principieel geattaqueerd. Met ongekunstelde directheid wilde Sieglinde Huntscha weten: ‘Is het mogelijk dat, gesteld dat een vrouw van beroep muze is, ook mannen in staat zijn dat beroep uit te oefenen? En zo ja, welke mannen hebben als muze, dat wil zeggen: de kunst indirect dienend, bekende kunstenareesen aan inspiratie geholpen? Of is de verdachte soms van mening dat vrouwen in hun relatie tot de kunst slechts middel tot het doel kunnen zijn, vruchtbare akkergrond, willoos werktuig? Is dat onze enige bestaansreden: jullie koude schoorstenen weer te laten roken? Verdien je als vrouw een uurloon voor je werk als muze? Wil de bot ons soms eerdaags in zijn goedertierenheid de status van loonafhankelijke thuiswerksters verlenen en ons aanraden een vakbond op te richten en c.a.o.-besprekingen te beginnen? En is het toegestaan, zo vraag ik, dat vrouwen op hun beurt mannelijke muzen in goedbetaalde dienst hebben? Of wil de verdachte met al die door hem gehuurde deskundige zwetsers alleen maar zijn ware intentie verbergen? Want tussen de regels door wil hij zeggen: Okay, de brave meisjes kunnen soms heel leuk piano spelen, en ze doen als pottenbaksters, net als ook in de kunstnijverheidssector, behoorlijk hun best, zijn vindingrijk in het decoratieve en daarom geschapen voor de binnenhuisarchitectuur, en nauwelijks zijn ze down, in extase of Ophelia’s schizofrene zuster, of moeiteloos schrijven ze met hartebloed, vissop of zwartgallige inkt aangrijpende, sponzige, zwaarmoedige verzen; maar Händels
Messias, de categorische imperatief, de Dom van Straatsburg, Goethes Faust, Rodins Denker en Picasso’s Guernica, dat sublieme meesterschap, de hoogste top, daar kunnen ze niet aan tippen. Is dat zo, bot?’

 

 


1012897-232678b99817ad4ae2e5f248c878aaea.jpg
Günter Grass (Danzig, 16 oktober 1927)




De Iers-Engelse schrijver Oscar Wilde werd geboren op 16 oktober 1854 in Dublin. Zie ook mijn blog van 16 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Oscar Wilde op dit blog.

 

Uit De profundis

 

. . . Suffering is one very long moment. We cannot divide it by
seasons. We can only record its moods, and chronicle their return.
With us time itself does not progress. It revolves. It seems to
circle round one centre of pain. The paralysing immobility of a
life every circumstance of which is regulated after an unchangeable
pattern, so that we eat and drink and lie down and pray, or kneel
at least for prayer, according to the inflexible laws of an iron
formula: this immobile quality, that makes each dreadful day in
the very minutest detail like its brother, seems to communicate
itself to those external forces the very essence of whose existence
is ceaseless change. Of seed-time or harvest, of the reapers
bending over the corn, or the grape gatherers threading through the
vines, of the grass in the orchard made white with broken blossoms
or strewn with fallen fruit: of these we know nothing and can know
nothing.

For us there is only one season, the season of sorrow. The very
sun and moon seem taken from us. Outside, the day may be blue and
gold, but the light that creeps down through the thickly-muffled
glass of the small iron-barred window beneath which one sits is
grey and niggard. It is always twilight in one's cell, as it is
always twilight in one's heart. And in the sphere of thought, no
less than in the sphere of time, motion is no more. The thing that
you personally have long ago forgotten, or can easily forget, is
happening to me now, and will happen to me again to-morrow.
Remember this, and you will be able to understand a little of why I
am writing, and in this manner writing. . . .

 

 

 

 1012897-da9b7d06e3640b61ed1ad674b2dbcb0b.jpg

Oscar Wilde (16 oktober 1854 – 30 november 1900)






De IJslandse schrijver
Guðbergur Bergsson werd geboren op 16 oktober 1932 in Grindavik. Zie ook mijn blog van 16 oktober 2008 en ook mijn blog van 16 oktober 2009 en ook mijn blog van 16 oktober 2010

 

Uit: The Swann (Vertaald door Bernard Scudder)

 

„Her mother wrote letters to her regularly, every fortnight, generally about how healthy it was for her body and mind to stay in the countryside until autumn. She said she could tell from her letters how quickly she had grown up and learned lots of manners – ‘and now you’ll never do anything naughty ever again’.

Just before she ended the letter with ‘All the best, Yours, Mother’ she somehow began to ramble, probably feeling obligated to soar a little to show how genuine her emotions were and how much maternal love was contained in her words. For this reason she mixed them with the word of God. She only did that in letters. She also told her that the country people never stole from shops, since they cultivated the land and their souls at the same time, just as they did the fields, so that the innocent lambs would have hay to eat in the winter: ‘The sweet-scented angelica-green hay from the meadows in our souls: all the teachers and vicars say this is integrity and healthy thought for our nation.’

Then she told her how everyone knew that a mixture of sea air and country air was by far the healthiest air in Iceland, the health books said so. ‘There are two vitamins from the lap of nature that God has mixed and can be used to improve weaknesses in little girls and their behaviour. Here there is no countryside outside town, just heahtland, and that must be what turns people into thieves. Everyone robs everyone else.

‘Dear daughter, you have been apprehended twice for having stolen sandwiches from eight shops, but without going uot into the street with your booty, you were caught in the act, you were found gobbling them down behind the shelves. As if you never get a bite to eat from your father and me . . . “

Did you polish everything off from those empty marmalade jars that were found under the shelves too? I think it’s bad enough stealing sandwiches without you going off straight afterwards to eat your booty in secret, right in front of the customers. My darling, proper thieves never do that. You just set a bad example. What would happen if people just stormed into shops when they were hungry, grabbed sandwiches from the fridge and opened the tins on the spot, because you don’t need tin openers any more, and gorged themselves secretly between the shelves, then left with innocent expressions and didn’t buy anything? . . .“

 

 

 1012897-99254b23820fc4017bb0fa7ad5527dc2.jpg

Guðbergur Bergsson (Grindavik, 16 oktober 1932)

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver Gerold Späth werd geboren op 16 oktober 1939 in Rapperswil. Zie ook mijn blog van 16 oktober 2008 en en ook mijn blog van 16 oktober 2010

 

Uit: Angela Sutter-Ein Lebenslauf

 

„Ich bin jetzt 17, bald 18. [...] Ich stelle nur fest: Wir Jungen haben je länger, je weniger eine Chance. Die Chancen der Jungen waren noch nie so gering, entegegn all dem Anschein. Es heißt: Die Welt steht euch offen! Man bildet euch aus, man fördert euch, man hat tausenderlei Gesetze zu eurem Wohl erkämpft, noch nie hat es eine Jugend so leicht gehabt, noch nie ist eine Jugend so verwöhnt worden, noch nie war die Welt so jung! Was man nicht alle sagen kann!
Ich sehe die Zukunft so zugemauert, wie die Landschaft hier zugemauert worden ist. Es ist alles durchorganisiert.Die Wände sind zwar nicht mehr kerkerfeucht, die sind augenfreundlich. Eingesperrt und isoliert bist du aber mehr denn je. Wie zum Hohn heißt es noch, man werde uns dereinst eine Welt übergeben, die besser sei als damals, als man sie seinerseits von den Alten übernommen habe.[...]Erstens übergibt man uns rein gar nichts, wir müssen kriechen, sonst sind wir out. Und zweitens ist das keine Welt mehr, sondern ein Berufssklavengewimmel. [...] Ich brauche mir nur meine Schule in ihrer verheerenden Leerlauffreudigkeit anzusehen. Die Reportagen über [...] die Sauerein mit dem Wal, mit dem Erdöl, mit Südamerika[...] brauche ich gar nicht. Ich muss nur den Lehrern ins Gesicht sehen, wenn sie uns, weil sie dafür bezahlt werden, den Unflat verkaufen, an dem sie selbst ersticken[...]. Was ist "die Welt"? Diese kontinuierlich von Flachkopftechnoranten und perversen Hochleistungsfetischisten im Kreis herumjagende Irrwitzgesellschaft?[...] Ich bin mir trotz aller Zwänge und des idiotischen Drucks zu schade für den Schuss, für die totale Verweigerung, noch zu schade und hoffentlich lange noch.“

 

 

 

1012897-e122e5d5548a41b1c52ac931ea6e2b0a.jpg
Gerold Späth (Rapperswil, 16 oktober 1939)

Rapperswil


 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e oktober ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Geschreven door Romenu om 18:53 Reageer op dit bericht

Eugene O’Neill, Dino Buzzati, Albrecht von Haller, Gottfried Kölwel, Gustaaf Peek

De Amerikaanse schrijver Eugene Gladstone O’Neill werd op 16 oktober 1888 in New York City geboren. Zie en ook mijn blog van 16 oktober 2010

 

Uit: The Iceman Cometh

 

„ROCKY--(in a low voice out of the side of his mouth) Make it fast. (Larry pours a drink and gulps it down. Rocky takes the bottle and puts it on the table where Willie Oban is.) Don't want de Boss to get wise when he's got one of his tightwad buns on. (He chuckles with an amused glance at Hope.) Jees, ain't de old bastard a riot when he starts dat bull about turnin' over a new leaf? "Not a damned drink on de house," he tells me, "and all dese bums got to pay up deir room rent. Beginnin' tomorrow," he says. Jees, yuh'd tink he meant it! (He sits down in the chair at Larry's left.)

LARRY--(grinning) I'll be glad to pay up--tomorrow. And I know my fellow inmates will promise the same. They've all a touching credulity concerning tomorrows. (a half-drunken mockery in his eyes) It'll be a great day for them, tomorrow--the Feast of All Fools, with brass bands playing! Their ships will come in, loaded to the gunwales with cancelled regrets and promises fulfilled and clean slates and new leases!

ROCKY--(cynically) Yeah, and a ton of hop!

LARRY--(leans toward him, a comical intensity in his low voice) Don't mock the faith! Have you no respect for religion, you unregenerate Wop? What's it matter if the truth is that their favoring breeze has the stink of nickel whiskey on its breath, and their sea is a growler of lager and ale, and their ships are long since looted and scuttled and sunk on the bottom? To hell with the truth! As the history of the world proves, the truth has no bearing on anything. It's irrelevant and immaterial, as the lawyers say. The lie of a pipe dream is what gives life to the whole misbegotten mad lot of us, drunk or sober. And that's enough philosophic wisdom to give you for one drink of rot-gut.

ROCKY--(grins kiddingly) De old Foolosopher, like Hickey calls yuh, ain't yuh? I s'pose you don't fall for no pipe dream?

LARRY--(a bit stiffly) I don't, no. Mine are all dead and buried behind me. What's before me is the comforting fact that death is a fine long sleep, and I'm damned tired, and it can't come too soon for me.

ROCKY--Yeah, just hangin' around hopin' you'll croak, ain't yuh? Well, I'm bettin' you'll have a good long wait. Jees, somebody'll have to take an axe to croak you!“

 

 

 

 1012895-2a36ce462873390f1d5c655bda2bf030.jpg

Eugene O’Neill (16 oktober 1888 – 27 november 1953)

Bij een repetitie op Briadway in 1946 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Dino Buzzati werd geboren op 16 oktober 1906 in San Pellegrino. Zie ook mijn blog van 16 oktober 2008 en ook mijn blog van 16 oktober 2009 en ook mijn blog van 16 oktober 2010

 

Uit: Wie die Bären Sizilien eroberten (Vertaald door Heide Ringe)

 

Jetzt seid still und muckst euch nicht und hört die berühmte Geschichte, wie in Sizilien die Bären einfielen. Es geschah vor undenklich vielen Jahren, als die Tiere gut – und böse die Menschen

waren. Die Insel Sizilien zu jener Zeit sah noch ganz anders aus als heut. Zum Himmel ragten strahlend weiß hohe Berge voll Schnee und Eis, und mittendrin Vulkane, hohe Schlote, die sahen aus wie große Brote. Und einer besonders, mit seiner Fahne aus Rauch, den er fortwährend blies aus seinem Bauch, und der nachts dann wie besessen heulte, den sieht und hört man so bis heute. In den dunklen Höhlen dieser Berge saßen also Bären, die Kastanien aßen, Pilze, Flechten, Trüffel, Beeren, manches Blatt, und sie aßen davon, bis sie waren satt. Also gut. Vor vielen Jahren ging Leonzio, der König der Bären, mit seinem Söhnchen Tonio in den Bergen Pilze suchen. Da raubten ihm zwei Jäger das Kind. Der Vater hatte sich für einen Augenblick hinter eine Felswand entfernt, als sie den kleinen Bären allein und schutzlos überraschten. Sie schnürten ihn wie ein Paket zusammen und brachten ihn über die Abgründe tief hinunter ins Tal.

»Tonio! Tonio!«, schreit er ganz bang, die Stunden dauern ewig lang und nur das Echo streift herum, sonst ringsum Totenstille, alles stumm. Wo ist er?, fragt sich der König verwirrt: Haben die ihn in die

Stadt entführt? Endlich kehrte der König zu seiner Behausung zurück und erzählte, sein Sohn sei von einem Felsen gestürzt. Er sei tot. Er hatte nicht den Mut, die Wahrheit zu sagen. Die Geschichte wäre für jeden Bären eine Schmach gewesen, erst recht für den König. Schließlich hatte er den Raub nicht verhindert. Seit jenem Tage fand er keinen Frieden mehr. Und wie oft überlegte er sich, zu den Menschen hinunterzusteigen, um seinen kleinen Sohn zu suchen. Aber wie sollte er es alleine schaffen?“

 

 

 1012895-1da8d39c3480cb27dad44480c4ead9bf.jpg

Dino Buzzati (16 oktober 1906 – 28 januari 1972)

 

 



De Zwitserse dichter, arts, en natuurwetenschapper
Albrecht von Haller werd geboren in Bern op 16 oktober 1708. Zie ook mijn blog van 16 oktober 2008
en ook mijn blog van 16 oktober 2009 en ook mijn blog van 16 oktober 2010

 

 

Der beste König


Die Thiere wollten einen König wählen. Es warfen sich viele zur Wahl auf, worunter auch der Löwe und der Hirsch war. An diesem pries man das unschädliche Gemüthe und die prächtige Gestalt. Am Löwen war die Tapferkeit und die ungemeine Stärke der Vorzug. Ein schlauer Affe rieth auf den Elephanten. Er ist stark, sagt er, wie der Löwe und dennoch so gütig als der Hirsch.

Ein Fürst ist allzu schwach, der nicht zu zürnen weiß,
Sein unbeschütztes Volk steht fremder Herrschsucht preis;
Ein Landbezwinger ist ein allgemeiner Würger,
Der Nachbarn Straf und Furcht, doch weit mehr seiner Bürger.
Der ist vollkommen groß, der, recht an Gottes Statt,
Zum Frieden Huld und Recht und Muth zum siegen hat.

 

 

 

1012895-dfb8a87a7fd59bdb9ee077e90bcc9693.jpg
Albrecht von Haller (16 oktober 1708 – 12 december 1777)

Portret door Emanuel Handmann, 1757

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Gottfried Kölwel werd geboren op 16 oktober 1889 in Beratzhausen. Zie ook mijn blog van 16 oktober 2009 en ook mijn blog van 16 oktober 2010

 

 

Silvesterlied

 

Seht, vor den Fenstern, gleich Dämonennestern,

grau, drohend, in des Jahres altem Raum,

hängt Wolke noch an Wolke, tief wie gestern,

es glückt kein Tag, kein Stern der Nacht, kein Traum.

 

Wann kommt der Wind, der diese Kriegsgespenster

wie wehe Masken aus den Räumen reißt

und unsern Himmel blank fegt, blank wie Fenster,

daß Licht herabkann, Friede, Heiliger Geist?

 

Wenn dann das neue Jahr, das wir erhoffen,

sich selig über alle Schmerzen reckt,

für Reinheit haltet eure Herzen offen,

weh, welches Volk sich abermals befleckt!

 

Nur mörderische Rache denkt an gestern.

Verflucht, wem nicht der Sinn nach Liebe steht,

wärmt, trinkt vom Wein und stärkt euch, Brüder,

Schwestern,

und euer Trinkspruch sei wie ein Gebet.

 

 

 

1012895-31f6f882d5c7bac78a4b256861e521c1.jpg
Gottfried Kölwel (16 oktober 1889 – 21 maart 1958)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Nederlandse schrijver Gustaaf Peek werd geboren in Haarlem in 1975. Peek studeerde Engelse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit Leiden. Na zijn studie richtte hij zich in eerste instantie op het schrijven van poëzie. Gedichten van zijn hand, evenals enkele korte verhalen, zijn onder meer verschenen in Lava, De Tweede Ronde, Tzum en Nymph. In 2006 verscheen zijn debuutroman Armin. Deze titel verwijst naar de romanpersonage Armin Immendorff, een jonge SS'er die als verloskundige aangesteld is in een ziekenhuis van Lebensborn. In 2008 verscheen zijn volgende roman Dover. In dit boek is de Chinese vluchteling Tony de hoofdfiguur van een drama dat zich begin deze eeuw ook werkelijk heeft afgespeeld, toen 58 illegale Chinezen per vrachtschip in Dover aankwamen maar gestikt bleken te zijn in een tomatencontainer. In september 2010 publiceerde Querido zijn derde roman Ik was Amerika die (net als het debuut Armin) zich deels afspeelt ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.

 

Uit: Ik was Amerika

 

Ze zagen elkaar, van een afstand. Ze zeiden goedemorgen, zwaaiden naar elkaar tijdens schafttijd. De zakken van de Duitser werden zwaarder en zwaarder, tot Harris hem waarschuwde dat het op deze manier zou gaan opvallen. Hij raadde aan om meer afgebroken katoenstelen de zakken in te smokkelen, die waren minder zwaar, maar rinkelden niet, zoals losse stenen.
Hij liet toe dat de gevangene hem soms hielp met stapelen. Na een lading bood de Duitser hem een sigaret aan.

(...)

 

‘Naar zijn eerste kaart aan Lilly had hij lang gezocht. De keuze was overweldigend, bloemen, dieren, impressionisten, portretten van filmsterren, auto’s, verre landen. Maar het werd een foto van Hoover Dam, het uitzicht over de rand, de duizelende diepte daar beneden. De volgende dag sprak Lilly hem hierover aan in de winkel.
– Een foto van een afgrond, Harris. En we zijn nog niet eens uit geweest.
Zijn eerste foto was bedoeld als voorzichtige introductie, een achteloze uiting van algemene interesse en een kleine herinnering aan zijn bestaan. Een beroemd Amerikaans monument leek hem net die universele toon aan te slaan.“

 

 

 1012895-a7e191155605e3cc32f72abc52b60d48.jpg

Gustaaf Peek (Haarlem, 1975)

Geschreven door Romenu om 18:47 Reageer op dit bericht

A. F.Th. van der Heijden, Friedrich Nietzsche, Michail Lermontov, P.G. Wodehouse

De Nederlandse schrijver A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober 1951. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2010 en eveneens alle tags voor A. F.Th. van der Heijden op dit blog.

 

Uit: Das Scherbengericht (Vertaald door Helga van Beuningen)

 

1.

Der Bart brannte ihm im Gesicht. Es fühlte sich an, als stäche jedes der harten Haare einzeln. Warum seine Haut so glühte, ob vor Juckreiz oder Scham, wußte er nicht. An einen Bart war er nicht gewöhnt. Wenn die Aufseher mal einen Augenblick nicht auf ihn achteten, wagte er es, sich mit zwei Fingern gleichzeitig zu kratzen, wobei er die Nägel tief zwischen die Haarwurzeln grub. Doch jedesmal, wenn er den Juckreiz geortet zu haben glaubte, sei es am Kinn, sei es an der Wange, hatte sich das Kribbeln rasend schnell woandershin bewegt und tauchte in der Nähe eines Ohrs auf, unter der

Nase oder im Bereich des Adamsapfels. Am liebsten hätte er mit beiden Händen in seinem Gestrüpp gewühlt – hätten Scham und Handschellen es ihm nicht verwehrt.

 

2.

Vor zwei Monaten hatte sein Anwalt, Douglas Dunning von der Kanzlei Dunning & Hendrix, ihm geraten, vorsorglich etwas an seinem Äußeren zu ändern. »Für eine graue Maus, die mein und dein verwechselt hat, ist Choreo schon kein Ferienparadies. Geschweige denn für eine Berühmtheit wie

dich. Und dann noch bei einer solchen Anschuldigung.«

Dunnings Stimme klang noch hohler und trockener als gewöhnlich. Seine langen Hände, sonst immer hackend in Bewegung, um seiner eintönigen Rede Profil zu verleihen, hingen ihm schlaff zwischen den Oberschenkeln. Genauso viele schlechte Zeichen, wie Finger an ihnen saßen.

»Ach, Doug, diese angebliche Berühmtheit … das empfinde ich überhaupt nicht so. Schauspieler, die auf dem Strip erkannt werden, ja, klar. Meine Tätigkeit habe ich immer als dienenden Beruf betrachtet. Agieren im Off … Im Schatten.«

»Kann man wohl sagen.«

»Nach Choreo werde ich völlig unsichtbar.«

»Ich wei߫, sagte der Anwalt müde. »Das olympische Feuer vor dem Grab des Unbekannten … sag’s noch mal. Aber nicht: Soldaten.«

»Ich bin reif für ein inneres Exil.«

»Verbannt wirst du jetzt erst mal nach Choreo. Äußerst sichtbar. Um nicht zu sagen … ins Auge springend. Du mit deinem tragischen Hintergrund. Dein Leben ist noch viel mehr Allgemeinbesitz als das deiner Kollegen. Und dazu gehört ein Gesicht.«

»Hört das denn nie auf ? Vor acht Jahren hat man mein eigenes Unglück auch schon gegen mich verwandt. Undjetzt …«

 

 

 1012358-309118d662c5dc2b1705814f44f59c07.jpg

A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

 

 

 

 

De Duitse dichter, filosoof, filoloog en schrijver Friedrich Nietzsche werd geboren op 15 oktober 1844 in Röcken ten zuidwesten van Leipzig. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2008 en ook mijn blog van 15 oktober 2009 en ook mijn blog van 15 oktober 2010

 

Uit: Wo immer ich gehe, folgt mir ein Hund namens Ego.

 

„Was man versprechen kann. – Man kann Handlungen versprechen, aber keine Empfindungen;

denn diese sind unwillkürlich. Wer jemandem verspricht, ihn immer zu lieben oder immer zu hassen oder ihm immer treu zu sein, verspricht etwas, das nicht in seiner Macht steht; […] Das Versprechen, jemanden immer zu lieben, heißt also:

So lange ich dich liebe, werde ich dir die Handlungen der Liebe erweisen; liebe ich dich nicht

mehr, so wirst du doch dieselben Handlungen, wenn auch aus anderen Motiven, immerfort von mir empfangen: so daß der Schein in den Köpfen der Mitmenschen bestehenbleibt, daß die Liebe unverändert und immer noch dieselbe sei. – Man verspricht also die Andauer des

Anscheines der Liebe, wenn man ohne Selbstverblendung jemandem immerwährende Liebe gelobt.

 

Intellekt und Moral. – Man muß ein gutes Gedächtnis haben, um gegebene Versprechen

halten zu können. Man muß eine starke Kraft der Einbildung haben, um Mitleid haben zu

können. So eng ist die Moral an die Güte des Intellekts gebunden.

 

In der Moral behandelt sich der Mensch nicht als Individuum, sondern als Dividuum.

 

Inhalt des Gewissens. – Der Inhalt unseres Gewissens ist alles, was in den Jahren der

Kindheit von uns ohne Grund regelmäßig gefordert wurde, durch Personen, die wir verehrten

oder fürchteten. Vom Gewissen aus wird also jenes Gefühl des Müssens erregt (»dieses muß ich tun, dieses lassen«), welches nicht fragt: Warum muß ich? – In allen Fällen, wo eine Sache mit »weil« und »warum« getan wird, handelt der Mensch ohne Gewissen; deshalb aber noch nicht wider dasselbe. – Der Glaube an Autoritäten ist die Quelle des Gewissens:

Es ist also nicht die Stimme Gottes in der Brust des Menschen, sondern die Stimme einiger Menschen im Menschen.“

 

 

1012358-0299db60c01e6c128ddb21232a5ceff9.jpg
Friedrich Nietzsche (15 oktober 1844 – 25 augustus 1900)

 

 

 

 

De Russische dichter en schrijver Michail Joerjevitsj Lermontov werd geboren op 15 oktober 1814 in Moskou. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Michail Lermontov op dit blog.

 

 

The Angel

 

The angel was flying through sky in midnight,

And softly he sang in his flight;

And clouds, and stars, and the moon in a throng

Hearkened to that holy song.

He sang of the garden of God's paradise,

Of innocent ghosts in its shade;

He sang of the God, and his vivacious praise

Was glories and unfeigned.

The juvenile soul he carried in arms

For worlds of distress and alarms;

The tune of his charming and heavenly song

Was left in the soul for long.

It roamed on earth many long nights and days,

Filled with a wonderful thirst,

And earth's boring songs could not ever replace

The sounds of heaven it lost.

 

 

 

The Sail

 

The sail is whitening alone
In blue obscurity of sea:
What did it leave in country own?
What does it want so far to see.

The wind is strong, the mast is creaking,
The wave is playing with the wave ...
But not a fortune is it seeking,
Nor from this fortune is its way.

By it a stream is bright as azure,
By beams of sun it's warmed and blessed
But it is seeking gales as treasure,
As if the tempests give a rest.

 



Vertaald door Yevgeny Bomver

 

 


1012358-4facace1301306878062872deacf6156.jpg
Michail Lermontov (15 oktober 1814 -  27 juli 1841)

Portret door Nikolai Pavlovich Ulyanov

 

 

 

 

De Brits-Amerikaanse schrijver Grenville Wodehouse werd geboren op 15 oktober 1881 in Guildford. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2010 en eveneens alle tags voor P.G. Wodehouse op dit blog.

 

Uit: Jeeves and the Old School Chum

 

„I'm beginning to understand this business of matrimony. I'm beginning to see how the thing works. Would you care to hear how I figure it out, Jeeves?"

"Extremely, sir."

"Well, it's like this. Take a couple of birds. These birds get married, and for a while all is gas and gaiters. The female regards her mate as about the best thing that ever came a girl's way. He is he king, if you know what I mean. She looks up to him and respects him. Joy, as you might say, reigns supreme. Eh?"

"Very true, sir."

"Then gradually, by degrees - little by little, if I may use the expression - disillusionment sets in. She seems him eating a poached egg, and the glamour starts to fade. She watches him mangling a chop, and it continues to fade. And so on and so on, if you follow me, and so forth."

"I follow you perfectly, sir."

(...)

 

It's rummy how people differ in this matter of selecting the beverage that is to touch the spot. It's what Jeeves would call the psychology of the individual. Some fellows in my position might have voted for a tankard of ale, and the Pyke's idea of a refreshing snort was, as I knew from what she had told me on the journey out, a cupful of tepid pip-and-peel water or, failing that, what she called the fruit-liquor. You make this, apparently, by soaking raisins in cold water and adding the juice of a lemon. After which, I suppose, you invite a couple of old friends in and have an orgy, burying the bodies in the morning.

(...)

 

To this, Mrs. Bingo's reply was long and eloquent and touched on the fact that in her last term at St. Adela's a girl named Simpson had told her (Mrs. Bingo) that a girl named Waddesley had told her (the Simpson) that the Pyke, while pretending to be a friend of hers (Mrs. Bingo's), had told her (the Waddesley) that she (the Bingo) couldn't eat strawberries and cream without coming out in spots, and, in addition, had spoken in the most catty manner about the shape of her nose. It could all have been condensed, however, into the words "Right ho".

 

 

 

 1012358-cefdaf36a3aa0c7d33d580cabe16fddf.jpg

P.G. Wodehouse (15 oktober 1881 – 14 februari 1975)



Zie voor nog meer schrijvers van de 15e oktober ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:54 Reageer op dit bericht

Italo Calvino, Tessa de Loo, Mario Puzo, Vergilius, Kees Beekmans

De Italiaanse schrijver Italo Calvino werd geboren in Santiago de las Vegas op Cuba op 15 oktober 1923. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2008 en ook mijn blog van 15 oktober 2009 en ook mijn blog van 15 oktober 2010

 

Uit: Invisible Cities (Vertaald door William Weaver)

 

“Whether Armilla is like this because it is unfinished or because it has been demolished, whether the cause is some enchantment or only a whim, I do not know. The fact remains that it has no walls, no ceilings, no floors: it has nothing that makes it seem a city except the water pipes that rise vertically where the houses should be and spread out horizontally where the floors should be: a forest of pipes that end in taps, shouwers, spouts, overflows. Against the sky a lavabo's white stands out, or a bathtub, or some other porcelain, like late fruit still hanging from the boughs. You would think that the plumbers had finished their job and gone away before the bricklayers arrived; or else their hydraulic systems, indestructable, had survived a catastrophe, an earthquake, or the corrosion of termites.

Abandoned before or after it was inhabited, Armilla cannot be called deserted. At any hour, raising your eyes among the pipes, you are likely to glimpse a young woman, or many young women, slender, not tall of stature, luxuriating in the bathtubs or arching their backs under the showers suspended in the void, washing or drying or perfuming themselves, or combing their long hair at a mirror. In the sun, the threads of water fanning from the showers glisten, the jets of the taps, the spurts, the splases, the sponges' suds.

I have come to this explaination: the streams of water channeled in the pipes of Armilla have remained in th posession of nymphs and naiads. Accustomed to traveling along underground veins, they found it easy to enter the new aquatic realm, to burst from multiple fountains, to find new mirrors, new games, new ways of enjoying the water. Their invasion may have driven out the human beings, or Armilla may have been built by humans as a votive offering to win the favor of the nymphs, offended at the misuse of the waters. In any case, now they seem content, these maidens: in the morning you hear them singing.”

 

 

1012353-68a262f8ce67716690c8f7aab78879cd.jpg
Italo Calvino (15 oktober 1923 - 19 november 1985)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Tessa de Loo (pseudoniem van Tineke Duyvené de Wit) werd op 15 oktober 1946 in Bussum geboren. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2008 en ook mijn blog van 15 oktober 2009 en ook mijn blog van 15 oktober 2010

 

Uit: De Tweeling

 

“Luister, luister,’ zei ze, ‘u komt toch uit Keulen. Dan wil ik u toch vragen in welke straat u woonde.’ Lotte zocht steun bij een van de pilaren, de ribbels drukten door de badstof heen haar rug in. ‘Dat weet ik niet meer, ik was zes jaar
toen ze mij naar Nederland haalden.’ ‘Zes jaar.’ herhaalde de vrouw opgewonden, ‘zes jaar!’ ‘Ik herinner mij alleen,’ zei Lotte
aarzelend, ‘dat we in een Casino woonden... of in een gebouw dat ooit een casino was geweest.’‘Het is niet waar! Het is niet waar!’ De stem van de Duitse sloeg over, ze bracht haar handen naar haar hoofd en drukte haar vingertoppen tegen haar slapen. ‘Het is niet waar!’ Haar gebrul vulde oneerbiedig de gewijde ruimte, het kaatste over de marmeren vloer, steeg op om het vreedzame tafereel op het plafond te verstoren. Met wijd open ogen staarde ze Lotte aan. Vol ontzetting? Vol vreugde? Was ze waanzinnig geworden?
Ze spreidde haar armen, kwam recht op Lotte af en omhelsde haar. ‘Lottchen,’ kreunde ze, ‘begrijp je het dan niet? Begrijp je het niet?’ Lotte, fijngedrukt tussen de pilaar en het lichaam van de Duitse,
werd door een duizeling bevangen. Ze voelde een hevig verlangen aan deze ongerijmde intimiteit te ontsnappen, in damp op te gaan, te vervluchtigen.
Maar ze zat knel tussen haar oorsprong en haar selectieve geheugen, die al lang geleden een vijandig bondgenootschap waren aangegaan.
‘Du... meine Liebe,’ zei de vrouw in haar oor, ‘ ik ban het toch, Anna!’

 

 

 1012353-509ee1ab07f244782b79a924a968a07d.jpg

Tessa de Loo (Bussum, 15 oktober 1946)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Mario Puzo werd geboren in New York op 15 oktober 1920. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2008 en ook mijn blog van 15 oktober 2009 en ook mijn blog van 15 oktober 2010

 

Uit: The Last Don

„PROLOGUE
QUOGUE 1965
On Palm Sunday, one year after the Great War against the Santadio, Don Domenico Clericuzio celebrated the christening of two infants of his own blood and made the most important decision of his life. He invited the greatest Family chiefs in America, as well as Alfred Gronevelt, the owner of the Xanadu Hotel in Vegas, and David Redfellow, who had built up a vast drug empire in the United States. All his partners to some degree.
Now the most powerful Mafia Family head in America, Don Clericuzio planned to relinquish that power, on the surface. It was time to play a different hand; obvious power was too dangerous. But the relinquishing of power was dangerous in itself. He had to do it with the most skillful benignity and with personal goodwill. And he had to do it on his own base.
The Clericuzio estate in Quoque comprised twenty acres surrounded by a ten-foot-high redbrick wall armed by barbed wire and electronic sensors. It held, beside the mansion, the homes for his three sons as well as twenty small homes for trusted Family retainers.
Before the arrival of the guests, the Don and his sons sat around the white wrought-iron table in the trellised garden at the back of the mansion. The oldest, Giorgio, was tall, with a small, fierce mustache and lanky frame of an English gentleman, which he adorned with tailored clothes. He was twenty-seven, saturnine, with savage wit and closed face. The Don informed Giorgio that he, Giorgio, would be applying to the Wharton School of Business. There he would learn all the intricacies of stealing money while staying within the law.
Giorgio did not question his father; this was a royal edict; not an invitation to discussion. He nodded obedience.
The Don addressed his nephew, Joseph "Pippi" De Lena, next. The Don loved Pippi as much as he did his sons, for in addition to blood -- Pippi being his dead sister's son -- Pippi was the great general who had conquered the savage Santadio.
"You will go and live permanently in Vegas," he said. "You will look after our interest in the Xanadu Hotel. Now that our Family is retiring from operations, there will not be much work for you here to do. However you will remain the Family Hammer."


1012353-7b1b24c909920d49189c2e5c3f28d7ec.jpg

















Mario Puzo (15 oktober 1920 – 2 juli 1999)

 

 

 

De biografische data zijn onzeker en berusten op verhalen en legenden, maar de internationale internet encyclopedie Wikipedia geeft 15 oktober 70 v. Chr. als geboortedatum van Publius Vergilius Maro. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Vergilius op dit blog.

 

Uit: Aeneis II (Vertaald door Ben Bijnsdorp) 

 

Na zo gesproken te hebben verdween ze in de stikdonkere nacht.

Maar mij bleef voor ogen de afschuwelijke aanblik

van het Troje-vijandige godengeweld.

- Toen zag ik pas echt Ilium in vlammen opgaan

en het Troje van Neptunus totaal te gronde gaan:

zoals boeren wel op een bergtop een oude berg-es,

al ingekapt, door frenetiek hakken met bijlen om het hardst

proberen te rooien, zij steekt nog dreigend omhoog,

maar wankelt al en schudt het lover in haar getroffen kruin,

tot ze, allengs bezweken aan haar wonden,

tenslotte neerkraakt en op de bergkam een gapende vernieling aanricht.

Ik ga naar beneden en geleid door de godin kom ik heelhuids

door tussen vijand en vuur: speren wijken af en vlammen houden zich in.

- Maar wanneer ik dan bij de deur van mijn vaderlijk huis kom,

die vertrouwde woning, weigert mijn vader, die ik het eerst

naar de bergen wilde brengen en naar wie ik het eerste toega,

zijn leven te rekken en een veiliger heenkomen te zoeken,

nu Troje verwoest is. 'Jullie, die nog vers bloed in je aderen hebt,

zijn zijn woorden, 'en nog in de kracht van je leven bent,

vluchten jullie maar snel.

Als de hemelbewoners mij in leven hadden willen laten,

zouden zij deze plaats wel voor mij gered hebben. Meer dan genoeg

was het zicht op deze éne slechting van de stad waarvan we de inname overleefden.

Zeg mijn lichaam, hier zo gezeten, vaarwel en ga heen.

Door mijn eigen hand zal ik sterven; de vijand kijkt op zijn neus

en zal mij mijn wapens ontnemen; het gemis van een graf is te dragen.

 

 

1012353-e7e7d966155d1a8244aaa5e236800e40.jpg 

Vergilius (15 oktober 70 v. Chr. - 21 september 19 voor Chr.)

Federico Barocci, Aeneas' vlucht uit Troje, 1598

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Nederlandse schrijver Kees Beekmans werd geboren in 1961. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2010.

 

Uit: Tussen hoofddoek en string

 

„Ik spreek graag met Brahim, die tweeÎntwintig jaar is en geneeskunde studeert. Brahim heeft gevoel voor humor, lacht graag, hij heeft de neiging de dingen licht te nemen, wat niet betekent dat hij geen serieus mens is, integendeel, dat hij dat wel degelijk is zie je onmiddellijk aan hem. Wat niet meteen blijkt, is hoe Marokkaans Brahim eigenlijk nog is – onder dat westerse uiterlijk, dat ringbaardje, die spijkerbroek, dat hippe getailleerde overhemd. Vanavond, terwijl we koffie drinken op het terras van hotel Balima, middenin Rabat – het is daar nog niet te koud voor, hoewel we onze jassen aan houden – merk ik voor het eerst dat onder de grappenmaker Brahim ook een tobber verborgen zit.

Ik heb Brahim op dit terras ontmoet, hij zat alleen aan een tafeltje, er was nergens plaats, ik vroeg of ik bij hem mocht gaan zitten en we raakten aan de praat. Ik heb Brahim nu een paar keer gesproken en het is duidelijk dat we elkaar liggen, er begint iets als een vriendschap te groeien. Vaak merk ik niet eens dat hij twee keer zo jong is als ik, misschien omdat hij als Marokkaan geboren en getogen in Rabat zoveel meer van Marokko en Rabat weet dan ik en hij het doorgaans is die mij het een of ander uitlegt. Doorgaans is hij het ook die zich vrolijk maakt over mijn onwetendheid, mijn naÔviteit zelfs – maar vanavond ben ik het die de rol van mentor kan aannemen. Brahim tobt. Het is voor het eerst dat hij dat laat zien. Hij twijfelt aan zijn studie – wil hij wel arts worden, doet hij dat eigenlijk niet voor zijn vader? – en hij twijfelt aan zijn vriendin, die ik ook heb ontmoet, Souad. Het is een mooi meisje, levendig, spontaan, slim ook, ze studeert iets als bedrijfskunde, en ze is niet op haar mondje gevallen. Brahim heeft nu een half jaar wat met Souad en vraagt zich af of hij wel met haar moet doorgaan, en ik zeg tegen hem, luchtigjes, dat het mij een heel goed idee lijkt dat hij breekt met Souad, dat hij dat zo snel mogelijk moet doen en of hij er bezwaar tegen heeft mij haar telefoonnummer te geven?“

 

 

1012353-aeb83139c356aaea16828041a5554e7e.jpg
Kees Beekmans (1961)

Geschreven door Romenu om 19:54 Reageer op dit bericht

Boualem Sansal

De Franstalige Algerijnse schrijver Boualem Sansal werd geboren op 15 oktober 1949 in El Teniente-Had. Na het gymnasium studeerde hij in de jaren 1970 techniek en economie en promoveerde in dat laatste vak. Vanaf 1992 werkte hij als hoge functionaris voor het Algerijnse ministerie van Industrie. Pas in 1999 werd in Parijs zijn eerste roman gepubliceerd, Le serment the Barbarian, waarvoor hij twee prijzen, de Prix Tropiques en de Prix du Premier Roman, ontving. Tot 2006 volgden vier romans en in 2003 het Journal intime et politique, 40 ans après Algerie. Na de publicatie van dit boek met zijn kritiek op de Algerijnse staat werd Sansal door het ministerie ontslagen. Sinds hij uitsluitend werkzaam is als schrijver werkt Sansal vaker met historisch materiaal. In 2008 verscheen de roman Le village de l'anglais ou Le Journal des Frères Schiller, waarin hij vertelt over de betrokkenheid van een voormalige Duitse nazi bij de vorming van de bevrijdingsbeweging FLN in de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog en beschrijft de effecten van de burgeroorlog op een dorp in de jaren 1990,

 

Uit: Harraga (Vertaald door Riek Walther)

 

„Meine Haustür gibt ein beängstigendes Geräusch von sich. Sie macht nicht klopf klopf, sondern päng päng. Sie ist gepanzert, das ist das Eine, aber trotzdem denkt man heutzutage an andere Dinge.
Beim Öffnen halte ich mich im Schutz des Türrahmens. Ein Reflex. „Chkoun? Wer da?“ Es ist weder die Patrouille noch ein Prediger noch ein Verfechter der Wahrheit noch die Nachbarin aus der Rue Marengo, eine pausbäckige alte Medusa mit tausend abgedroschenen Überzeugungen, die immer wieder auf die Neuigkeiten zurückkommt, noch sonst etwas derart Böses. Zum Glück ist es nicht unser Briefträger, der gute Moussa, der Galeerensklave von Rampe Valée, ein entsetzlich geschwätziges altes Schlachtross, das auf seinem Weg Tag für Tag, ausgenommen während Unruhen oder Streiks, papierne Schrecknisse und Viren aussät, sondern ein junges Mädchen von der lustigsten Sorte. Sie antwortet: „Ich bin’s!“ Völlig unbekannt. Schmächtig, Kleidung à la Star Academy, allerdings mit den hauseigenen Mitteln. Rechenfehler oder reine Erfindung, allein der Spitzenkragen eignet sich als Verkleidung für einen Tross von närrischen Weibern. Ganz adrett, bis auf die Kakophonie der Farben. Ihre Frisur hat sie bei verschiedenen Bräuchen geklaut, sowohl uralten als auch solchen vom letzten Schrei. Geschminkt bis zum Anschlag. Die Augen, schwarz, weiß und lebhaft, schwimmen in einer Lache Wimperntusche, die von reichlich Grün umgeben ist. Es fehlt nichts, ein Haarwirbel, ein Gerstenkorn vielleicht, und man könnte meinen, der kleine Dreckspatz käme aus einem fernen Landstrich. Ihr Parfum steht der Wolke von Tschernobyl in nichts nach. Ein wandelnder Skandal, der auf unerklärliche Weise Allahs Zorn entgangen ist. Eine geringelte Reisetasche macht ihre sechzehn, siebzehn Wanderjahre komplett. Sie liegt zu ihren Füßen wie die Hülle einer frisch gehäuteten Schlange. Die ausgesprochen vollen Lippen zu einem blutroten Schmollmund verzogen, zwischen Ärger und Frage. Eine Miene, als gäbe es hinter dem hochnäsigen Lächeln keinerlei Zweifel. Und als Krönung, ein dicker Babybauch mit freiliegendem Nabel.
„Tante Lamia?“, sagt sie entschlossen von der ganzen Höhe ihrer Einsfünfzig herab.“

 



1013108-7eb88524d03b2551acd96b668826b3e4.jpg
Boualem Sansal (El Teniente-Had, 15 oktober 1949
)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten