Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 6 november 2011 tot 7 november 2011

Albert Camus, Albert Helman, Pierre Bourgeade, Antonio Skármeta, W. S. Rendra

De Franse schrijver en filosoof Albert Camus werd geboren op 7 november 1913 in Mondovi, Algerije. Zie ook mijn blog van 7 november 2010 en eveneens alle tags voor Albert Camus op dit blog.

 

Uit: Der Fremde (Vertaald door Uli Aumüller)

 

“Heute ist Mama gestorben. Vielleicht auch gestern, ich weiß nicht. Ich habe ein Telegramm vom Heim bekommen: «Mutter verstorben. Beisetzung morgen. Hochachtungsvoll.» Das will nichts heißen. Es war vielleicht gestern.

Das Altersheim ist in Marengo, achtzig Kilometer von Algier entfernt. Ich werde den Bus um zwei nehmen und nachmittags ankommen. Auf die Weise kann ich Totenwache halten und

bin morgen Abend wieder zurück. Ich habe meinen Chef um zwei Tage Urlaub gebeten, und bei

so einem Entschuldigungsgrund konnte er sie mir nicht abschlagen. Aber er sah nicht erfreut aus. Ich habe sogar gesagt: «Es ist nicht meine Schuld.» Er hat nicht geantwortet. Da habe ich gedacht, dass ich das nicht hätte sagen sollen. Ich brauchte mich ja nicht zu entschuldigen. Vielmehr hätte er mir sein Beileid aussprechen müssen. Aber das wird er wahrscheinlich übermorgen tun, wenn er mich in Trauer sieht. Vorläufig ist es ein bisschen so, als wäre Mama gar nicht tot. Nach der Beerdigung allerdings wird es eine abgeschlossene Sache sein, und alles wird einen offizielleren Anstrich bekommen haben.

Ich habe den Bus um zwei genommen. Es war sehr heiß. Ich habe im Restaurant von Céleste

gegessen, wie gewöhnlich. Sie hatten alle viel Mitgefühl mit mir, und Céleste hat gesagt: «Man

hat nur eine Mutter.» Als ich gegangen bin, haben sie mich zur Tür begleitet. Ich war etwas abgelenkt, weil ich noch zu Emmanuel hinaufmusste, um mir einen schwarzen Schlips und eine Trauerbinde von ihm zu borgen. Er hat vor ein paar Monaten seinen Onkel verloren.

Ich bin gelaufen, um den Bus nicht zu verpassen. Diese Hetze, dieses Laufen – wahrscheinlich

war es all das, zusammen mit dem Gerüttel, dem Benzingeruch, der Spiegelung der Straße und

des Himmels, weswegen ich eingenickt bin. Ich habe fast während der ganzen Fahrt geschlafen. Und als ich aufgewacht bin, war ich gegen einen Soldaten gerutscht, der mich angelächelt hat und gefragt hat, ob ich von weit her käme. Ich habe «ja» gesagt, um nicht weiterreden zu müssen.”

 

 

 

 1027185-5c1f96166a15f80baec654da3a6dad52.jpg

Albert Camus (7 november 1913 – 4 januari 1960)

 





De Nederlandse dichter en schrijver
Albert Helman werd geboren op 7 november 1903 in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 7 november 2010 en eveneens alle tags voor Albert Helman op dit blog.

 

Uit: Zuid-Zuid-West

 

„Het feest van de droge tijd begon, als wij het binnenland in konden trekken. De lucht in de stad werd ijl, de boomen wiegelden loom in de lauwe wind, en alles scheen zachtjes in te slapen. Dan was het thuis een vreugde om manden vol te pakken met het hoognoodige, en met het kleine treintje de rijstvelden langs, al die stille plaatsjes voorbij te gaan, met hun mooie namen: Kofiedjompo, Kadjoe, Maäbo, Abontjeman, Djehdjeh!

Na een paar uren kwam de heerlijke sensatie van het uitstappen. Want dit was een groot wonder: ineens te staan in de felle zon die als in een spiegel schijnt op het spierwitte zand van het Paras-district. De korrels van dat zand zijn zoo groot als kleine kiezels, en de spoordijk waarlangs je nog een half uur moet loopen, - omdat de trein onderweg niet stopt, - ligt als een lange, wit-gloeiende stang te branden.

Geen van de planten die groeien in dit zand zijn te zien in de stad. Het is spichtig en draderig gras, bijeengekropen tot stervormigen groeisels met kleine paarse bloemen, en het wondere groene weefsel van bosch-markoesa waarin een zoete, grijze bes verborgen zit!

Ook als de zon pijnlijk op onze koppen brandde is ons de weg naar Koetiri nooit te lang geweest. Het was voortdurend luisteren en lachen naar Neef, die de trots en het ideaal van ons jongens was; want hij was een woudlooper als geen tweede.

Tante Maria, - kennen wij al de oude besognes uit de familie? - had wel twintig jaar geleden midden in 't onbewoonde bosch een concessie genomen om hout te kappen en het land te bebouwen. Tante Maria! Een groote, sterke vrouw, dof-koper van kleur, met een stem die de roem van de bosch-echo was. Een oom hebben we nooit gekend; die was al dood toen voor ons de herinnering begon. Maar er wàs geen oom noodig. Was niet onze Neef - Constantijn was zijn doopnaam - een sterke en vreeslooze man, met een lach als een kind?

Aan een stille bocht van de oude, zwarte Kropina-kreek stonden hun huisjes; één van Tante Maria, één van Neef, één voor de varkens en één voor de kippen. Daarachter lag het bosch, en bij 't bosch was nog een hut op palen, voor de twee koelies die ze in dienst hadden als twee zoons.“

 

 

 1027185-41769ba897e44411515ae91eecfbb95f.jpg

Albert Helman (7 november 1903 - 7 oktober 1996)

Portret door door Anton Faverey in het Surinaams Museum, Fort Zeelandia

 

 

 

 

De Franse schrijver, scenarioschrijver, essayist, dichter, journalist en fotograaf Pierre Bourgeade werd geboren in Morlanne op 7 november 1927. Zie ook mijn blog van 7 november 2009 en ook mijn blog van 7 november 2010

 

Uit: Bloc-notes

 

„J’ai rencontré quatre ou cinq fois, dans les années 70, Peter Handke, soit à la NRF, soit au Flore. Visage d’adolescent, veste et pantalon blancs, manières élégantes et douces – tout ce qu’il faut pour donner l’impression d’une extrême violence, cachée. Il étonna par son journal, par ses romans, par son théâtre, par ses films. Il ouvrait en douceur les portes d’une nouvelle modernité.
Je l’admirais beaucoup, avec, au fond de moi, cette affection secrète que l’on a pour ceux qui ouvrent de telles portes.
Or, il y a quatre ou cinq ans, alors que je n’avais pas entendu parler de lui depuis assez longtemps, mais que je n’avais jamais cessé de le lire, je fus révulsé par ce que je lus dans la presse, qu’il venait de dire, à propos de Haider, ce demi-nazi qui brusquement apparaissait sur la scène européenne.
Mon sang ne fit qu’un tour. J’écrivis quelques lignes que j’envoyai à la page de
Libé
, « Rebonds », où elles furent publiées quelques jours après. J’écrivais, à peu de choses près : « Hitler, en son temps, a trouvé ses Handke (Céline et Drieu en France, par exemple), Handke, lui, a trouvé son Haider. » J’étais enfant pendant la guerre, je ne puis accepter qu’on banalise, si peu que ce soit, l’horreur nazie.
On me dit alors que Handke et Goldschmidt avaient vainement cherché à me joindre… Mais il n’y eut qu’à consulter l’ordinateur pour se rendre compte que Handke avait été beaucoup plus loin, en faveur de Haider, que ce que la presse avait relaté. Le papier parut, donc.
Aujourd’hui je tire le diable par la queue, mais à l’époque je faisais du théâtre, j’avais un peu d’argent,

l’Europe comptait une frontière inconnue jusqu’alors – le Rideau de fer (Handke n’avait-il pas tiré un film de ces confins ?) et on n’avait pas encore instauré en France les limitations de vitesse. J’avais une amie mince et littéraire qui aimait la route, j’achetai une Porsche d’occasion, et nous voilà partis pour un voyage de huit jours ! Programme : 1er jour : Paris-Milan ; 2e jour : Milan-Trieste ; 3e jour : Trieste-Zagreb ; 4e jour : Zagreb-Budapest ; 5e jour : Budapest-Prague ; 6e jour : Prague-Klagenfurt ; 7e jour : Klagenfurt-Gruyère ; 8e jour : Gruyère-Paris. Programme qui fut respecté à la lettre.“

 

 

1027185-0c9a8fa4e595dd6acf2277e28bd44717.jpg
Pierre Bourgeade (7 november 1927 – 12 maart 2009)

 

 

 

 

De Chileense schrijver Antonio Skármeta werd geboren op 7 november 1940 in Antofagasta. Zie ook mijn blog van 7 november 2008 en ook mijn blog van 7 november 2009 en ook mijn blog van 7 november 2010

 

 

Uit: Mit brennender Geduld (Vertaald door Willi Zurbrüggen)

 

„Zwei ebenso glückliche wie gewöhnliche Umstände brachten Mario Jiménez im Juni 1969 dazu, seinen Beruf zu wechseln. Der erste war seine Abneigung gegen die Fischereiarbeit, die ihn schon vor Tagesanbruch aus dem Bett trieb, und das meist mitten in seinen Träumen von verwegenen Liebesabenteuern mit den strahlenden Leinwandheldinnen, die er im Kurbelkino von San Antonio sah. Dieses Talent gestattete ihm, frankiert von seiner beharrlichen Neigung zu - wirklichen oder erfundenen Schnupfenanfällen, derentwegen er sich jeden zweiten Morgen für sein Fehlen bei der Arbeitsvorbereitung am Boot seines Vaters entschuldigte, schnell wieder unter seine warmen Decken aus Chiloé zu schlüpfen und seine Traumromanzen weiterzuspinnen, bis der Fischer José Jiménez hungrig und durchnäßt von hoher See zurückkam. Sein schlechtes Gewissen beschwichtigte Mario damit, dem Vater eine Mahlzeit aus einem anregenden Tomatensalat mit Zwiebeln, Petersilie und Koriander und dazu knuspriges Brot aufzutischen, während er selbst theatralisch ein Aspirin in sich hineinstopfte, wenn ihm die beißende Bitterkeit seines Erzeugers bis in die Knochen fuhr.“

 

 

1027185-3110547bded199e57b13b208fd7f9984.jpg
Antonio Skármeta (Antofagasta, 7 november 1940)

 

 

 


De Indonesische dichter en toneelregisseur
Wahyu Sulaeman Rendra (eig. Willibrordus Surendra Broto Rendra) werd geboren in Surakarta op 7 november 1935. Rendra behoorde als dichter tot de groep "Angkatan '50". Zie ook mijn blog van 7 november 2010

 

 

The Prayer of the Hungry


Hunger is a crow
Sly and black
Millions of crows
Like a black cloud

God!
Frightful crows
And hunger is a crow
Always ghastly
Hunger is a rebellion
An invisible force
From the killing knives
Swung by the hands of the poor

Hunger is a reef
Underneath the sleeping ocean's face
A spring of deception
A betrayal of honor

A gallant young man will sob
See how his own hand
Lays down his honor on the ground
Because of hunger
Hunger is a devil
Hunger is a devil that offers a dictatorship

God!
Hunger is black hands
That put a fistful of alum
Into the stomachs of the poor

God!
We kneel
Our eyes are Your eyes
This too, Your mouth
This too, Your heart
And this is also Your stomach
Your stomach is hungry, O God
Your stomach clenches at alum
And shards of glass

God!
How beautiful is a plate of hot rice
A bowlful of soup and a cup of black coffee

God!
Hunger is a crow
Millions of crows
Like a black cloud
Blocking my view
Of Your heaven

 

 

 

 1027185-6c3769545761449fb114915db731295b.jpg

W. S. Rendra (7 november 1935 - 6 augustus 2009)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e november ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:26 Reageer op dit bericht

Vladimir Volkoff, Auguste Villiers de L'Isle-Adam, Friedrich zu Stolberg-Stolberg, Johann Gottfried Schnabel, Gédéon Tallemant des Réaux

De Franse schrijver Vladimir Volkoff werd geboren in Parijs op 7 november 1932.  Zie ook mijn blog van 7 november 2008 en ook mijn blog van 7 november 2009 en ook mijn blog van 7 november 2010

 

Uit: Chroniques angéliques

 

„À mon ange gardien

Avoue que c’est étrange.

Je ne suis pas tout à fait sûr que tu existes (ne te vexe pas, je ne suis pas tout à fait sûr d’exister moi-même), et pourtant je t’invoque tous les jours. Solennellement. En slavon. Je te dis : " Ange Gardien de par le Seigneur à moi envoyé, pardonne-moi tout ce par quoi je t’ai chagriné la journée passée et aide-moi à commencer la prochaine pour ton réconfort et le salut de mon âme. " Ma mère a composé cette prière : elle m’en remplace une autre que l’Église orthodoxe recommande de dire tous les matins.

C’est que l’Église chrétienne, aussi bien orthodoxe que catholique ou protestante, avec toutes les religions monothéistes, croit fermement en vous autres anges : les juifs croient en vous, les musulmans croient en vous, les bons chrétiens croient en vous. Si certains d’entre eux se permettent de douter de votre existence, c’est respectueusement. Il n’y a que les descendants de M. Homais, civils ou ecclésiastiques, qui vous ont carrément radiés des rôles avec une désinvolture qu’ils prennent pour la marque d’esprits supérieurs.

Mais entre croire en vous et savoir qui vous êtes et comment vous comprendre et comment vous parler et comment vous traiter, il y a du chemin. Si bien que je ne suis pas sûr d’avoir le droit de faire ce que je fais ici en inventant vos chroniques.

Quand j’étais petit, on m’assurait qu’il ne fallait jamais toucher un papillon parce que ses ailes étaient couvertes d’un pollen qui lui permettait de voler. Peut-être la recommandation est-elle valable pour les anges et ferais-je mieux de ne pas transgresser votre intangibilité ?

Mais peut-être aussi n’est-ce qu’une question de tact et, si, nous autres gens soi-disant cultivés, nous nous croyons obligés de prendre un ton amusé à votre sujet, est-ce la faute des savants qui vous ont chloroformés, épinglés et catalogués au lieu de s’inspirer du dicton américain : " Pourquoi les anges volent-ils ? Parce qu’ils se prennent à la légère."

 

 

 1027184-db35a475f7d65d45ce33346762641095.jpg

Vladimir Volkoff (7 november 1932 - 14 september 2005)

 

 

 

 

De Franse schrijver Auguste Villiers de L'Isle-Adam werd geboren op 7 november 1838 in Saint-Brieuc. Zie ook mijn blog van 7 november 2010 en eveneens alle tags voor Auguste Villiers de L'Isle-Adam op dit blog.

 

Uit: Véra

 

„L'Amour est plus fort que la Mort, a dit Salomon : oui, son mystérieux pouvoir est illimité.

C'était à la tombée d'un soir d'automne, en ces dernières années, à Paris. Vers le sombre faubourg Saint-Germain, des voitures, allumées déjà, roulaient, attardées, après l'heure du Bois. L'une d'elles s'arrêta devant le portail d'un vaste hôtel seigneurial, entouré de jardins séculaires ; le cintre était surmonté de l'écusson de pierre, aux armes de l'antique famille des comtes d'Athol, savoir : d'azur, à l'étoile abîmée d'argent, avec la devise « PALLIDA VICTRIX », sous la couronne retroussée d'hermine au bonnet princier.

Les lourds battants s'écartèrent. Un homme de trente à trente-cinq ans, en deuil, au visage mortellement pâle, descendit. Sur le perron, de taciturnes serviteurs élevaient des flambeaux. Sans les voir, il gravit les marches et entra. C'était le comte d'Athol.

Chancelant, il monta les blancs escaliers qui conduisaient à cette chambre où, le matin même, il avait couché dans un cercueil de velours et enveloppé de violettes, en des flots de batiste, sa dame de volupté, sa pâlissante épousée, Véra, son désespoir.

En haut, la douce porte tourna sur le tapis ; il souleva la tenture.

Tous les objets étaient à la place où la comtesse les avait laissés la veille. La Mort, subite, avait foudroyé. La nuit dernière, sa bien-aimée s'était évanouie en des joies si profondes, s'était perdue en de si exquises étreintes, que son coeur, brisé de délices, avait défailli : ses lèvres s'étaient brusquement mouillées d'une pourpre mortelle. A peine avait-elle eu le temps de donner à son époux un baiser d'adieu, en souriant, sans une parole : puis ses longs cils, comme des voiles de deuil, s'étaient abaissés sur la belle nuit de ses yeux.

La journée sans nom était passée.

Vers midi, le comte d'Athol, après l'affreuse cérémonie du caveau familial, avait congédié au cimetière la noire escorte. Puis, se renfermant, seul, avec l'ensevelie, entre les quatre murs de marbre, il avait tiré sur lui la porte de fer du mausolée. -- De l'encens brûlait sur un trépied, devant le cercueil ; -- une couronne lumineuse de lampes, au chevet de la jeune défunte, l'étoilait.”

 

 

1027184-a0ef6d4f3cc553a821d2b8624ce38440.jpg
Auguste Villiers de L'Isle-Adam (7 november 1838 - 18 april 1889)

Buste van Élie Le Goff in Saint-Brieuc

 

 

 

 

De Duitse dichter, vertaler en jurist Graaf Friedrich Leopold zu Stolberg-Stolberg werd geboren op 7 november 1750 in Bramstedt. Zie ook mijn blog van 7 november 2008 en ook mijn blog van 7 november 2009 en ook mijn blog van 7 november 2010

 

 

Sehsucht

 

Flügel! wer giebt mir Flügel! daß ich Ruhe

Finde? Flügel mir her! Des Liedes Fittich

Schweift in Banden, trunken, nicht frei, vergißt der

Dichter die Kette,

 

Aber sie klirret selbst im Schwung geteilter

Lüfte; freiere Schwünge heisch' ich! Ahndung

Hebt und Sehnsucht über den Wolkenkranz des

Schneeichten Pindus;

 

Aber auch da noch lechz' ich! Flügel! Flügel

Wie die Liebe sie heischt! wer giebt mir Flügel,

Daß ich Ruhe find', in der Ruhe Wonne,

Wonne der Liebe!

 

Täuschender Sinnentand, du bunter Kerker,

Wo ich Schemen umarme, selbst ein Schemen,

Einst zerfällst du! Nichtiger Zauber schwindet

Dann vor der Liebe

 

Mächtigen Stabe, dem in Tanz die Geister

Folgen, Schemen nicht mehr! im Tanz des Fluges

Hin zum Urquell ewiger Ruh' und Wonne,

Ewiger Liebe!



 

 

 1027184-0e2b70c0d6a26b72eb310b115839fede.jpg

Friedrich Leopold zu Stolberg-Stolberg (7 november 1750 - 5 december 1819)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Johann Gottfried Schnabel werd geboren op 7 november 1692 in Sandersdorf bij Bitterfeld. Zie ook mijn blog van 7 november 2009 en ook mijn blog van 7 november 2010

 

Uit: Wunderliche Fata einiger Seefahrer absonderlich Alberti Julii

 

„Mein Vater verlangte mich zwar zu seinem Troste auf einige Wochen nach Hause, weiln, wie er schrieb, weder meine eintzige Schwester, noch andere Anverwandte seinen Schmertzen einige Linderung verschaffen könten. Doch da ich zurücke schrieb: daß um diese Zeit alle Collegia aufs neue angiengen, weßwegen ich nicht allein sehr viel versäumen, sondern über dieses seine und meine Hertzens-Wunde ehe noch weiter aufreissen als heilen würde, erlaubte mir mein Vater, nebst übersendung eines Wechsels von 200. spec. Ducaten noch ein halbes Jahr in Kiel zu bleiben, nach Verfliessung dessen aber solte nach Hause kommen über Winters bey ihm zu verharren, so dann im Früh-Jahre das galante Leipzig zu besuchen, und meine studia daselbst zu absolviren.

Sein Wille war meine Richt-Schnur, dannenhero die noch übrige Zeit in Kiel nicht verabsäumete mich in meinen ergriffenen studio nach möglichkeit zu cultiviren, gegen Martini aber mit den herrlichsten Attestaten meiner Professoren versehen nach Hause reisete. Es war mir zwar eine hertzliche Freude, meinen werthen Vater und liebe Schwester nebst andern Anverwandten und guten Freunden in völligen Glücks-Stande anzutreffen; allein der Verlust der Mutter that derselben ungemeinen Einhalt. Kurtz zu sagen: es war kein einziges divertissement, so mir von meinem Vater, so wohl auch andern Freunden gemacht wurde, vermögend, das einwurtzelende melancholische Wesen aus meinem Gehirne zu vertreiben. Derowegen nahm die Zuflucht zu den Büchern und suchte darinnen mein verlohrnes Vergnügen, welches sich denn nicht selten in selbigen finden ließ.

Mein Vater bezeigte theils Leid, theils Freude über meine douce Aufführung, resolvirte sich aber bald, nach meinen Verlangen mich ohne Aufseher, oder wie es zuweilen heissen muß, Hofmeister, mit 300. fl. und einem Wechsel-Briefe auf 1000. Thl. nach Leipzig zu schaffen, allwo ich den 4. Mart. 1725. glücklich ankam.“

   

 

 1027184-8210700827ca9442e48ae460960c6c53.jpg

Johann Gottfried Schnabel (7 november 1692  - tussen 1751 en 1758)

Zijn woonhuis in Stolberg in de Harz

 

 

 

 

De Franse schrijver Gédéon Tallemant des Réaux werd geboren op 7 november 1619 in La Rochelle. Zie ook mijn blog van 7 november 2008 en ook mijn blog van 7 november 2009 en ook mijn blog van 7 november 2010

 

Uit: Le cardinal de Richelieu

 

“La Rivière, qui est mort évêque de Langres, disoit que le cardinal de Richelieu étoit sujet à battre les gens, qu'il a plus d'une fois battu le chancelier Séguier et Bullion. Un jour que ce surintendant des finances se refusoit de signer une chose qui suffisoit pour lui faire faire son procès, il prit les tenailles du feu, et lui serroit le cou en lui disant : « Petit ladre, je t'étranglerai. » Et l'autre répondit : « Etranglez, je n'en ferai rien. » Enfin il le lâcha, et le lendemain Bullion, à la persuasion de ses amis, qui lui remontrèrent qu'il étoit perdu, signa tout ce que le cardinal voulut.
Le cardinal étoit avare ; ce n'est pas qu'il ne fît bien de la dépense, mais il aimoit le bien. M. de Créqui ayant été tué d'un coup de canon en Italie, il alla voir ses tableaux, prit tout le meilleur au prix de l'inventaire, et n'en a jamais payé un sol. Il fit pis, car Gilliers, intendant de M. de Créqui, lui en ayant apporté trois des siens par son ordre, et lui en ayant présenté un qu'il le prioit d'accepter, le cardinal dit : « Je les veux tous trois et les doit encore.»
Il ne payoit guère mieux les demoiselles que les tableaux. Marion de l'Orme alla deux fois chez lui. A la première visite, il la reçut en habit de satin gris de lin, en broderie d'or et d'argent, botté et avec des plumes. Elle a dit que cette barbe en pointe et ces cheveux au-dessus de l'oreille faisoient le plus plaisant effet du monde. Il la baisa due volte. J'ai ouï dire qu'une autre fois elle y entra en homme : on dit que c'étoit un courrier ; elle-même l'a conté”.

 

 

1027184-24ca4b6134044ee3040e8fcdabcff405.jpg
Gédéon Tallemant des Réaux (7 november 1619 – 10 november 1692)

Het château des Réaux bij Chinon dat de schrijver in 1659 kocht

Geschreven door Romenu om 19:18 Reageer op dit bericht

Jan Vercammen

De Vlaamse dichter en schrijver Jan Vercammen werd geboren in Temse op 7 november 1906. Na het lager onderwijs studeerde hij aan de normaalschool te Alsemberg. Hij was onderwijzer te Hamme van 1925 tot 1940. Hij doctoreerde in de pedagogische wetenschappen aan de Rijksuniversiteit te Gent in 1940 en werd inspecteur in het lager onderwijs, later hoofdinspecteur. Hij debuteerde in 1929 met de verzenbundel "Eksode". Tot en met "Getijden te Brugge" (1946) ademen zijn gedichten een katholieke sfeer uit. Daarna wordt zijn dichtwerk beheerst door een religieus-humanistische bezinning op het menselijk bestaan in liefde en dood. Naast dichter was hij ook redactiesecretaris van "De Tijdstroom" (1931-1935), redacteur van "De Gemeenschap" (1935-1941) en "De Schakel" (1936-1940). Hij schreef ook verhalen en gedichten voor kinderen en werkte mee aan verschillende litteraire en pedagogische tijdschriften. Veel van zijn gedichten werden op muziek gezet en/of werden vertaald in het Frans; Duits, Italiaans, Spaans en Russisch. Jan Vercammen overleed te Brugge op 5 augustus 1984.

 

 

Hij bleef alleen

 

Hij bleef alleen met heimwee naar de verre steden,

die hij maar weinige uren had gezien,

verlangde niet naar 't onbezochte Eden:

hem was het weerzien liever dan het zien.

 

Hij hoorde voor zijn kamerdeur het treden

van de geliefde, die de hamel ment

der kudde van het hart: hij heeft gebeden

en zijn gelaat naar de gestalte toe gewend,

 

die niemand dan hijzelf kon zien of weten.

Hij sprak nog eenmaal over 't zuivre licht

der blijheid, dat wij 't wonder heten

van een zeer oud en onbewust gedicht.

 

Slechts enklen schonken hem dat schouwen,

een doel- en oorzaakloos geluk.

Hij kende niets, dat hij zich kon berouwen.

Toen viel het licht in duizend sterren stuk.

 

 

 

 

In Memoriam Rik

 

Wie weet het duistere spel der herinneringen en

het geheim van hun verschijnen?

 

Hij ging ons voor met zijn mondharmonika

en een Duitse lied door de Brabantse bossen,

we volgden hem en onze stap verzonk bijna

geheel in de elastiese mossen.

 

Hij was maar mijn bleke schoolkameraad

en van niemand een vriend. Eens sneed

hij in de bast van een boom een hart om een naam

waar de zon over Hoeilaart en zijn handen gleed.

 

Dat was voor een vriend, die hij niet vergeten kon.

Dan zong weer zijn lied langs zijn ogen.

Hij schuwde de schaduw en zocht de zon:

hoe vaak zijn we zo door de Brabantse bossen getogen!

 

Wat later won hij zijn thuis en een zachte dood.

Met de boom groeit in de bast het hart.

Zijn vriend vindt het niet: de wereld is groot

waar 't net der wegen over scheurt en wart.

 

Maar hij vindt het toch in de hand van de dood.

 

 

 

 1090758-306919b52c43633c5a1a1beda11867c7.jpg

Jan Vercammen (7 november 1906 – 5 augustus 1984)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Robert Musil, Michael Cunningham, Nelleke Noordervliet, Bea Vianen, Bert Vanheste

De Oostenrijkse schrijver Robert Musil werd geboren op 6 november 1880 in Klagenfurt. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Robert Musil op dit blog.

 

Uit: Die Verwirrungen des Zöglings Törleß

 

»Also nicht wahr, lieber Beineberg, Sie geben mir auf meinen Buben acht?« wandte sich Hofrat Törleß an den jungen Baron Beineberg, einen langen, knochigen Burschen mit mächtig abstehenden Ohren, aber ausdrucksvollen, gescheiten Augen.

Der kleine Törleß schnitt ob dieser Bevormundung ein mißmutiges Gesicht und Beineberg grinste geschmeichelt und ein wenig schadenfroh.

»Überhaupt«, -- wandte sich der Hofrat an die übrigen, -- »möchte ich Sie alle gebeten haben, falls meinem Sohne irgend etwas sein sollte, mich gleich davon zu verständigen.«

Dies entlockte nun doch dem jungen Törleß ein unendlich gelangweiltes: »Aber Papa, was soll mir denn passieren?!« obwohl er schon daran gewöhnt war, bei jedem Abschiede diese allzugroße Sorgsamkeit über sich ergehen lassen zu müssen.

Die anderen schlugen indessen die Hacken zusammen, wobei sie die zierlichen Degen straff an die Seite zogen, und der Hofrat fügte noch hinzu: »Man kann nie wissen, was vorkommt, und der Gedanke, sofort von allem verständigt zu werden, bereitet mir eine große Beruhigung: schließlich könntest du doch auch am Schreiben behindert sein.«

 

 

 1026488-a90f87a5d20564deb16eb63287bb98d1.jpg

Scene uit een toneeluitvoering in het Rheinische Landestheater in Neuss, 2010

 

 

 

Dann fuhr der Zug ein. Hofrat Törleß umarmte seinen Sohn, Frau von

Törleß drückte den Schleier fester ans Gesicht, um ihre Tränen zu verbergen, die Freunde bedankten sich der Reihe nach, dann schloß der Schaffner die Wagentür.

Noch einmal sah das Ehepaar die hohe, kahle Rückfront des Institutsgebäudes, -- die mächtige, langgestreckte Mauer, welche den Park umschloß, dann kamen rechts und links nur mehr graubraune

Felder und vereinzelte Obstbäume.

 

                   *       *       *       *       *

 

Die jungen Leute hatten unterdessen den Bahnhof verlassen und gingen in zwei Reihen hintereinander auf den beiden Rändern der Straße, -- so wenigstens dem dicksten und zähesten Staube ausweichend, -- der Stadt zu, ohne viel miteinander zu reden.

Es war fünf Uhr vorbei und über die Felder kam es ernst und kalt, wie ein Vorbote des Abends.

Törleß wurde sehr traurig.

Vielleicht war daran die Abreise seiner Eltern schuld, vielleicht war es jedoch nur die abweisende, stumpfe Melancholie, die jetzt auf der ganzen Natur ringsumher lastete und schon auf wenige Schritte die Formen der Gegenstände mit schweren glanzlosen Farben verwischte.“

 

 

 

 1026488-f519ff7090210418cf06d993f91e50c3.jpg

Robert Musil (6 november 1880 – 15 april 1942)

 

 

 

 


De Amerikaanse schrijver
Michael Cunningham is geboren in Cincinnati, Ohio op 6 november 1952. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Michael Cunningham op dit blog.

.

Uit: By Nightfall

 

„The Mistake is coming to stay for a while.“Are you mad about Mizzy?” Rebecca says.“Of course not,” Peter answers.One of the inscrutable old horses that pull tourist carriages has been hit by a car somewhere up on Broadway, which has stopped traffic all the way down to the Port Authority, which is making Peter and Rebecca late. “Maybe it’s time to start calling him Ethan,” Rebecca says.“I’ll bet nobody calls him Mizzy anymore but us. ”Mizzy is short for the Mistake.Outside the cab, pigeons clatter up across the blinking blue of a Sony sign. An elderly bearded man in a soiled, full-length downcoat, grand in his way (stately, plump Buck Mulligan?), pushes a grocery cart full of various somethings in various trash bags, go-ing faster than any of the cars. Inside the cab, the air is full of drowsily potent air freshener,vaguely oral but not really suggestive of anything beyond a chemical compound that must be called “sweet.” “Did he tell you how long he wants to stay?” Peter asks. “I’m not sure.”Her eyes go soft. Worrying overmuch about Mizzy ( Ethan ) is a habit she can’t break. Peter doesn’t pursue it. Who wants to go to a party in mid-argument?

 He has a queasy stomach, and a song looping through his head.

I’m sailing away, set an open course for the virgin sea . . .

Where would that have come from? He hasn’t listened to Styx since he was in college.“We should set a limit,” he says.She sighs, settles her hand lightly on his knee, looks out the window at Eighth Avenue, up which they are now not moving at all. Rebecca is astrong-featured woman who is often referred to as beautiful but never as pretty. She may or may not notice these small gestures of hers, by which she consoles Peter for his own stinginess.

A gathering of angels appeared above my head.

Peter turns to look out his own window. The cars in the lane beside theirs are inching forward. A slightly battered blue Toyota- ish something creeps abreast, full of young men; raucous twenty- something boys blaring music loudly enough that Peter feels the thump-thump of it enter the cab’s frame as they approach. There are six, no, seven of them crammed into the car, all inaudibly shout-ing or singing; brawny boys tarted up for Saturday night, hair gelled into tines, flickers of silver studs or chains here and there as they roughhouse and bitch-slap. The traffic in their lane picks up speed, and as they pull ahead Peter sees, thinks he sees, that one of them, one of the four clamoring in the backseat, is actually an old man, wearing what must be a spiky black wig, shouting and shoving right along with the others butthin-lipped and hollow- cheeked.“

 

 

 1026488-0834783700832566e2edc26bb81e3649.jpg

Michael Cunningham (Cincinnati, 6 november 1952)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Nelleke Noordervliet werd op 6 november 1945 in Rotterdam geboren. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Nelleke Noordervliet op dit blog. 

 

Uit: Tussen angst en moed

„Veel buitenlanders bezoeken Nederland. Klompen. Molens. Tulpen. Van Gogh. Rembrandt. En weg zijn ze weer. Sommige buitenlanders bestuderen Nederland en schrijven over ons. Dat vinden we leuk. We willen weten wat ze van ons vinden, een nogal morbide neiging tot masochisme. Geef ons slaag! Aan dat verlangen wordt gul tegemoet gekomen. Gebeurt er in Nederland iets waarover een deel van de bevolking zich schaamt dan wordt daaraan meteen de vrees voor het oordeel in het buitenland gekoppeld. Wat zullen ze wel van ons denken. Het buitenland is altijd bereid zout in de wonden te strooien. The Times concludeerde naar aanleiding van de problemen rond het Nederlanderschap van Ayaan Hirsi Magan: ‘Een land dat van deze inzichten [die van Ayaan] geen kennis wil nemen, zet zichzelf niet alleen als onliberaal te kijk, maar heeft het vertrouwen in de veerkracht van zijn eigen democratie verloren.’ Hier wordt iedere nuance uit het oog verloren, maar menig Nederlander ondergaat de kastijding met vreugde.

In veel gevallen lijkt de studie van Nederland op het verslag van Gulliver uit Lilliput. Er wordt een vergrootglas over dat kleine landje gelegd en vol verbazing kijkt men naar het gewemel en de eigenaardige gewoonten. Hoe is het mogelijk: de burgers van Lilliput spelen ‘echt wereldje’. Er staat een streng mevrouwtje met een kroontje op aan het hoofd. In een schattig haventje komen scheepjes vol met een grappig wit goedje aan dat wordt verdeeld onder de kinderen die er hun neusjes mee volstoppen en dan hele weekends doordansen. Er zijn ook mannetjes met geweertjes druk doende elkaar pief-paf-poef in parkjes, plantsoentjes en voor hun eigen villaatjes neer te knallen. Dan is er een heus parlementje in een glazen huisje - ze noemen het de Haagse kaasstolp. En daaronder zitten heel veel muisjes. Het landje is dicht bevolkt en ook wel rijk. En de mensjes maken soms ruzie met elkaar. Dat heb je als je op elkaars lipjes woont. Ze hebben vooral ruzie over de mensjes die erbij zijn gekomen uit verre vreemde landen en die niet eens het taaltje spreken en een heel ander Godje aanbidden. De oorspronkelijke bewonertjes aanbidden Jezus of Mammon. De nieuwe noemen hem Allah. En ze hebben het allemaal over ‘respect’. Dat ze het niet krijgen. Pief-paf-poef. Pimmetje Fortuyn heeft geen respect voor de dieren. Pief-paf-poef. Theootje van Gogh heeft geen respect voor de moslims. Van Gogh? zeggen de Gullivers, die had toch wat met zijn oor?“

 

 

 1026488-7de9bb6f45e434d2f9a9b999f3692bf4.jpg

Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 6 november 1945)

 

 

 



De Surinaamse dichteres en schrijfster
Bea Vianen werd geboren in Paramaribo op 6 november 1935. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Bea Vianen op dit blog. 

 

 

mijn beide handen

 

Mijn beide handen in je vaste greep

Onder mezelf trek ik een dikke streep

in gedachten. De bomen en de stilte weten

wie de grootste leugenaar mag heten

Van mij mogen herinneringen heten

Ik kon je niet vergeten.

Verloren plekjes opgespoord

Weet ik dat jij mij nog toebehoort

Houd mij dan vast in je greep

Maar onder mezelf trek ik een dikke streep!

 

 

 

het is genoeg

 

Het is genoeg, ga maar

Buiten wacht volslagen donker

Voor mij een geheim, voor jou

een hoer, een krotwoning waar

een rat nieuwsgierig zijn snor

steekt door een gat in de vloer

Grauwe kakkerlakken zich wringen

door de naden en meer

wat God alleen kan raden

Maar zij wacht en het is vannacht

belangrijk dat zij wacht

Wat! Hoe weet je dat!

 

 

 1026488-db4dea9874fc4e37ca8b1f9960d00132.jpg

Bea Vianen (Paramaribo, 6 november 1935)

 

 

 

 

 

De Vlaamse literatuurwetenschapper en auteur Gilbert (Bert) Vanheste werd geboren in Pervijze op 6 november 1937. Zie ook mijn blog van 6 november 2008 en ook mijn blog van 6 november 2009 en ook mijn blog van 6 november 2010

 

Uit: Vergeet François Seurel niet. Le grand Meaulnes, tachtig jaar later

 

‘Dit,’ zei de leraar, ‘is het boek over Augustin Meaulnes, de grote Meaulnes.’ Een van de tienduizenden leraren Frans die, van Oude Pekela tot Osaka, Alain-Fourniers in 1913 verschenen Le grand Meaulnes/Het grote avontuur onder de aandacht van hun leerlingen hebben gebracht. Toch een bijzondere leraar, deze Monsieur H. Een romanticus met voelhorens voor de literaire aanleg van een enkele leerling die hij na de les met een wonderlijk glimlachje de Salamander-vertaling van ‘het mooiste boek dat er bestaat’ aanreikt als remedie tegen de liefde. Nog ongewoner is wellicht zijn vermaning Meaulnes' vriend niet uit het oog te verliezen: ‘Vergeet François Seurel niet, want... enfin, dat ontdek je nog wel.’

In Uitgesteld paradijs erkent de leerling - Benno Barnard - dat het hem nog ruim tien jaar heeft gekost om ‘dat’ te ontdekken, om achter de echte betekenis van Seurel te komen. Als zeventienjarige was hij nog niet bij machte zijn gevoelens onder woorden te brengen; wel herkende hij die in Het grote avontuur en dat dank zij ‘een van de geniaalste vondsten uit de geschiedenis van de roman’: Fournier ‘verdeelde zichzelf in twee ongelijksoortige helften, de held en de verteller, die hij beiden in evenredige mate was’. Die perspectiefverschuiving staat de lezer toe het standpunt van de verteller Seurel in te nemen, om zich vervolgens via hem te identificeren met de held Meaulnes. Het schrijverschap echter stelt volwassener eisen: de actieve beoefenaar ervan moet afscheid nemen van Meaulnes; alleen wie als Seurel afstand neemt van het paradijs kan ‘een nieuw paradijs’ creëren, ‘een besloten ruimte waarin alles onderling samenhangt’

 

 

 1026488-630cb5505efb159c438ae8ef5321948c.jpg

Bert Vanheste (6 november 1937 - 23 februari 2007)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e november ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:32 Reageer op dit bericht

Bodenski, James Jones, Galaktion Tabidze, Jonas Lie, Johannes Jörgensen

De Duitse dichter, componist en musicus Bodenski (eig. Michael Boden) werd geboren op 6 november 1965 in Potsdam. Zie ook mijn blog van 6 november 2008 en ook mijn blog van 6 november 2010

 

 

Ein Baum

 

Ich schneide mir das Haar nicht mehr,
horch wie mir Blätter treiben.
Der Wald pflanzt Hölzer in mein Herz,
ich streck die Arme himmelwärts,
um immer hier zu bleiben.

Die Nägel senken sich hinein
ins Reich der Mutter Erde.
Schon krümmt und bricht sich mir die Haut,
hab Sand und Steine viel verdaut,
dass ich so müde werde.

Ein Baum, mit Käfern im Gesicht,
mit Moos in meinem Haar,
die Haut so hart wie Stein.

Durch meine Finger geht der Wind,
war`s gestern, war es heute.
Den Winter lang werd ich nicht wach,
ein Specht klopft an mein Schädeldach
und hofft auf fette Beute.

Mein Haupt wird grün, der Sommer kommt
mit Tautropfen und Regen.
Ein Zittern geht durch meinen Stamm,
ich hör sie schon, sie kommen an
die Männer mit den Sägen.

Ein Baum, mit Käfern im Gesicht
mit Moos in meinem Haar,
die Haut so hart wie Stein.

 

 

 

1026487-d6545dc4c6d8750a9e7c4ab58dc8449d.jpg
Bodenski (Potsdam, 6 november 1965)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver James Jones werd geboren op 6 november 1921 in Robinson, Illinois. Zie ook mijn blog van 6 november 2008 en ook mijn blog van 6 november 2009 en ook mijn blog van 6 november 2010

 

Uit: From Here to Eternity

 

“Lissen,” he said. He stabbed his finger at the big white bulk of Tommy. “You’re queer as a three dollar bill. How did you get to be queer? What made you queer, anyway?”
Tommy’s dark eyes that behind the deep purple circles never seemed to focus on anything at all, were on him now and focused, and they became brighter and brighter as he watched them.
“I’ve always been that way,” Tommy said. “I was born that way.”
“Like to talk about it, don’t you?” Prew grinned. He felt the silence of both Hal and Maggio behind him and knew that they were watching him.
“No,” Tommy said. “I hate to talk about it. It was a tragedy, being born that way.” He was smiling now and breathing fast, smiling painfully the way a broken dog does when you pat him.
“Balls,” Prew said. “Nobody’s born that way. When was the first time you went down on anybody?”
“When I was ten,” Tommy said, talking swiftly now, almost joyously. “I was going to a military school in New York, my parents were divorced and my mother sent me there, a bunch of upperclassmen got,—oh a whole bunch of them, there must have been twelve at least,” Tommy’s eyes were brighter and his voice was going faster, hardly space between the words to breathe, “—they got me out and tied me up, and beat me, they made me go down on all twelve of them, one right after another, and they beat me till I did it.”

 

 1026487-91dcfd8eb0cd793ba5048311d41f15bc.jpg

Burt Lancaster en Deborah Kerr in de film uit 1953

 

 

Prew watched him talking, his big body jerking nervously in the chair, as if under a whip.
“I don’t believe that,” Prew snarled. “I bet that wasn’t the first time. Because lissen, they could of killed me and I wouldn’t of ever done it. If they did it, they did it because you wanted them to do it. No matter how much you tried to fight. You wanted to be beaten, and you wanted to be evil.”
Hal moved from beside Maggio and stepped toward the other two. “That’s a lie,” he said.
“It’s true,” Tommy whispered. “It wasn’t the first time. But it was the first important time. I did want it. Do you hate me?”
“No,” Prew said, contemptuously. “Why should I hate you?”

“But you do. You’re contemptuous of me. Aren’t you? Aren’t you? You think I’m evil.”
“No. You’re the one that thinks you’re evil. That’s what I think. I don’t think you’re evil. I think you like to do anything you think is evil, the eviller the better, and the better you will like it. Maybe it’s because you can show how much you hate the church.”

 

 

1026487-93ee9edce8ee8400579eb38772d87db4.jpg
James Jones (6 november 1921 – 9 mei 1977)

 

 

 

 

De Georgische diichter en schrijver Galaktion Tabidze werd geboren op 6 november 1891 in Chqvishi, in de buurt van Vani. Zie ook mijn blog van 6 november 2008 en ook mijn blog van 6 november 2009 en ook mijn blog van 6 november 2010

 

 

Snow Fell On Winter Gardens

 

Snow fell on winter gardens,

a coffin was brought out

and the standards unfolded

caught by the dishevelled breeze.

The roadway was desolate,

without form and without shape.

One more coffin was brought out…

The raven's exhortation:

Let the bells toll! Bury them!

Snow fell on winter gardens.

 

 

 

Let the Banners Wave on High!

 

The day has dawned: A sun of fire glides up…

                   Let the banners wave on high!

The soul's athirst for Liberty and Right

As wounded deer that seek a streamlet bright.

                   Let the banners wave on high!

 

Glory to those with souls devoid of fear,

Who for the people's cause did bravely die…

Their names shine bright like torches in the night…

                   Let the banners wave on high!

 

Glory to him who fills our hearts with hope,

Braves foes with matchless worth and fearless eye!

The day has dawned! United let us fight!

                 Let Freedom's banner over us wave on high!

 

 

 

Vertaald door PJ Hillery

 

 

 

 1026487-fc728950c488c382bdc1dd725b1764ee.jpg

Galaktion Tabidze (6 november 1891 – 17 maart 1959)

 

 

 

 

De Noorse schrijver Jonas Laurits Idemil Lie werd geboren op 6 november 1833 in Eiker bij Drammen. Zie ook mijn blog van 6 november 2008  en ook mijn blog van 6 november 2010

 

Uit: One of Life's Slaves (Vertaald door J. Muir)

 

„Yet Society has, as we know, a wonderful faculty for making use of, assimilating and reconstructing everything, even the apparently most meaningless and useless, for its own purpose. And the way it took, quickly enough, with poor Barbara was that she became the only thing in which she could be of any service in the town--namely, a nurse.

It was a sad time and a hard struggle while the shame lasted, almost enough to kill her; and after that, she never thought of returning to the Heimdal mountains again.

But things were to be still harder.

The various social claims, which an age of progress increasingly lays upon the lady of the house in the upper classes of society, asserted themselves here in the town by an ever increasing demand for nurses.

"The reason," as Dr. Schneibel explained, "was simply a law of Nature--you can't be a milch-cow and an intelligent human being at the same time. The renovation of blood and nerves must be artificially
conveyed from that class of society which stands nearer to Nature."

And now the thing was to find an extra-healthy, thoroughly strong nurse for Consul-General Veyergang's two delicate, newly-arrived, little ones. Dr. Schneibel had very thoughtfully kept a nurse in reserve for Mrs. Veyergang--"a really remarkable specimen of the original healthiness in the common stock. One might say--h'm, h'm--that if Mrs. Veyergang could not get to the mountains, the mountains were so courteous as to come to her. The girl still had an odour of the cowshed about her perhaps; but
when all's said and done, that was only a stronger assurance of originality. And _that_ is an important factor in our day, madam, when milk is adulterated even from the very cows themselves.--Quite young, scarcely twenty!"

Barbara Högden had not the faintest suspicion, as she carried water and wood, or stood at the edge of the ice beating linen, or did any drudgery she could find to do, in order to earn a little money to pay for herself and her baby at the tinsmith's, that, from her deepest degradation, she had risen at one step to the rank of an exceptionally sought-after and esteemed person in the town.“

 

 

1026487-494b5826e23e283cfb430d5aa5473628.jpg
Jonas Lie (6 november 1833 – 5 juli 1908)

 

 

 

 

De Deense schrijver Johannes Jörgensen werd geboren in Svendborg op 6 november 1866 geboren. Zie ook mijn blog van 6 november 2008  en ook mijn blog van 6 november 2010

 

Uit: St. Francis and His Brethren (Vertaald door T. O'Conor Sloane)

 

„It was April 23, the feast  of the martyr St. George, and the young man betook himself to St. George's church to hear mass. Thence he took  the direct road down to Portiuncula, where he knew that  St. Francis would keep himself. At the hospital of S. Salvatore degli Pareti the road forks, and Giles prayed God that  he might select the right one. His prayer was heard, for  after wandering about a while he approached a wood and saw Francis coming out of it. Giles at once cast himself at  the feet of Francis and begged to be received into the Brotherhood. But Francis looked at Giles' pious young face, raised  him up and said:
" Dearest brother, God has shown you a wonderful favor!  For if the Emperor were to come to Assisi and wished to make  one of the citizens his knight or his chamberlain, then would  the citizen be greatly rejoiced. How much more should you  rejoice, whom God has chosen as his true knight and servant  and to maintain the holy evangelical perfection."
And he took him to the place where the other Brothers were  keeping themselves and presented him to them with these  words: "The Lord our God has sent us a new good Brother.  Let us therefore rejoice in the Lord and eat together in  charity."
But after the meal was ended, Francis and Giles went up to  Assisi to obtain cloth for the new Brother's habit. On the  way an old woman met them and asked for alms. Then  Francis turned around towards Brother Giles and said to  him, as he looked at him "with an angel's expression":

 

 

 1026487-e03efa8e3c39a6c7012e3017c803c5ec.jpg

Johannes Jørgensen (6 november 1866 -  29 mei 1956)

Geschreven door Romenu om 19:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten