Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 9 november 2011 tot 10 november 2011

Friedrich Schiller, Rick de Leeuw, Jan van Nijlen, Arnold Zweig, Jacob Cats

De Duitse dichter en schrijver Johann Christoph Friedrich von Schiller werd geboren op 10 november 1759 in Marbach. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Friedrich Schiller op dit blog.

 

Uit: Der Verbrecher aus verlorener Ehre

 

„In der ganzen Geschichte des Menschen ist kein Kapitel unterrichtender für Herz und Geist als die Annalen seiner Verirrungen. Bei jedem großen Verbrechen war eine verhältnismäßig große Kraft in Bewegung. Wenn sich das geheime Spiel der Begehrungskraft bei dem matteren Licht gewöhnlicher Affekte versteckt, so wird es im Zustand gewaltsamer Leidenschaft desto hervorspringender, kolossalischer, lauter; der feinere Menschenforscher, welcher weiß, wie viel man auf die Mechanik der gewöhnlichen Willensfreiheit eigentlich rechnen darf und wie weit es erlaubt ist, analogisch zu schließen, wird manche Erfahrung aus diesem Gebiete in seine Seelenlehre herübertragen und für das sittliche Leben verarbeiten.

Es ist etwas so Einförmiges und doch wieder so Zusammengesetztes, das menschliche Herz. Eine und eben dieselbe Fertigkeit oder Begierde kann in tausenderlei Formen und Richtungen spielen, kann tausend widersprechende Phänomene bewirken, kann in tausend Charakteren anders gemischt erscheinen, und tausend ungleiche Charaktere und Handlungen können wieder aus einerlei Neigung gesponnen sein, wenn auch der Mensch, von welchem die Rede ist, nichts weniger denn eine solche Verwandtschaft ahndet. Stünde einmal, wie für die übrigen Reiche der Natur, auch für das Menschengeschlecht ein Linnäus auf, welcher nach Trieben und Neigungen klassifizierte, wie sehr würde man erstaunen, wenn man so manchen, dessen Laster in einer engen bürgerlichen Sphäre und in der schmalen Umzäunung der Gesetze jetzt ersticken muß, mit dem Ungeheuer Borgia in einer Ordnung beisammen fände.

Von dieser Seite betrachtet, läßt sich manches gegen die gewöhnliche Behandlung der Geschichte einwenden, und hier, vermute ich, liegt auch die Schwierigkeit, warum das Studium derselben für das bürgerliche Leben noch immer so fruchtlos geblieben. Zwischen der heftigen Gemütsbewegung des handelnden Menschen und der ruhigen Stimmung des Lesers, welchem diese Handlung vorgelegt wird, herrscht ein so widriger Kontrast, liegt ein so breiter Zwischenraum, daß es dem letztern schwer, ja unmöglich wird, einen Zusammenhang nur zu ahnden. Es bleibt eine Lücke zwischen dem historischen Subjekt und dem Leser, die alle Möglichkeit einer Vergleichung oder Anwendung abschneidet und statt jenes heilsamen Schreckens, der die stolze Gesundheit warnet, ein Kopfschütteln der Befremdung erweckt.“

 

 

 

 1029225-3255f4fedf15de83fe3ee1c59e3dcc43.jpg

Friedrich Schiller (10 november 1759 - 9 mei 1805)

Anton Graff werkte tussen 1786 en 1791 aan dit portret: „Er hatte kein Sitzfleisch,“ zei hij over Schiller.

 

 

 

 


De Nederlandse dichter
schrijver, zanger en producer Rick de Leeuw werd geboren in Haarlem op 10 november 1960. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Rick de Leeuw op dit blog.

 

 

Van dichtbij

 

van dichtbij is alles anders
niet noodzakelijk mooier
of beter
lelijker
of meer of minder interessant
maar anders

of dat op zich niet
- man, wat kan jij zeuren -
al meer dan voldoende is

 

 

 

Aan tafel

thuis aan tafel
schaamteloos weemoedig
breng ik mezelf terug naar de bossen
om hand in hand te wandelen
met de herinnering aan wat je zei
en wat ik zei en hoe je lachte
en hoe ik lachte en toen al wist
hoe ik later thuis aan tafel
zou denken aan nu
aan hoe we leven in flarden en
altijd op weg naar wat komt
achterlaten wat ons thuis aan tafel
zo schaamteloos weemoedig maakt

 

 

 

 1029225-df02e6a58df96d4ac1d2f3acce6c9fa5.jpg

Rick de Leeuw (Haarlem, 10 november 1960)

 

 

 

 


De Vlaamse dichter en schrijver Jan van Nijlen werd geboren op 10 november 1884 in Antwerpen. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Jan van Nijlen op dit blog.

 

 

Ziekenhuis

 

Van zorgen kan ik deze nacht niet slapen.
Ik staar door 't venster doelloos voor mij uit...
Werd zó de wereld van eerstaf geschapen
Met maan en wolken, zonder een geluid

En zonder licht? Waar ik vanmorgen zag
De bomen met hun gele en groene verven
Raad ik het ziekenhuis, waar dag aan dag
Gemartelden in duizend angsten sterven.

't Is anders, overdag, een rustge buurt,
Mijn buren hebben tuinen met veel peren,
Maar met mijn woning heb ik niet gehuurd
De vrede die ik immer moet ontberen.

Nu glimt alleen het lage, doffe licht
Van 't somber huis waar altijd wordt gewaakt,
En 'k vraag mij af, bij dit verdoemd gezicht,
Wat mij zo week en zo lafhartig maakt.

 

 


De cactus

 

Kaal staat hij voor de blankheid der gordijnen,
verschrompeld in wat kiezel en wat zand
en mist zijn ziel: het alverschroeiend schijnen
der eeuwge zomers van zijn vaderland.

Maar aan het einde van zijn lijdzaam dulden,
spruit op een lichte morgen, als een vlam
van 't heet verlangen dat hem gans vervulde,
een bloem van heimwee uit zijn dorre stam.

Hij bloeit; en in die onverwachte droom
laat hij een stond zijn heimlijk wezen blinken
in 't graf van broze bloembad en aroom,

zoals de dichter die, na harde strijd,
zijn innigst voelen in een lied doet klinken
en weerkeert tot zijn oude eenzelvigheid.

 

 

 

 

's Mensen begin en einde

 

Wij eindigen zoals wij zijn begonnen:
Kaal en onmondig en sentimenteel.
Alles wat leeft keert weer naar de oude bronnen
Van 't paradijs. En dan? Ach, weet ik veel.

 

 

 

1029225-c5ddc7d77396a92519e072f5317ef9ca.jpg
Jan van Nijlen (10 november 1884 – 14 augustus 1965)

Rond 1912

 

 

 

 

De Duitse schrijver Arnold Zweig werd op 10 november 1887 in een gematigd religieuze joodse familie geboren in Glogau, Neder-Silezië (nu Głogów, Polen). Zie ook mijn blog van 10 november 2008 en ook mijn blog van 10 november 2009 en ook mijn blog van 10 november 2010

 

Uit: Komm her, wir lieben dich. Briefe einer ungewöhnlichen Freundschaft zu dritt (Briefwisseling van het echtpaar Zweig mit Helene Weyl)

 

27. August 1914

„Wir, Menschen die so gerne achten und das Achtbare und Echte überall suchten, sehen uns mit einem manchmal wahrhaft heißen Glück plötzlich, über Nacht, aus einem Volk ichsüchtiger Krämer und patriotisch-politischer Phrasendrescher das große tüchtige deutsche Volk erwachen; der fette Bürger, unser Antagonist, lernt plötzlich wieder sich einordnen, opfern, echt fühlen – er verliert seine moralische Hässlichkeit, er wird schön! Dies schon beglückt; und so genügt es zu sagen, dass die Haltung des Heeres, des Einzelnen wie der Gesamtheit, des Gemeinen wie der Leitung, der Zurückgebliebenen wie derer in der Front, ganz herrlich ist – ein jauchzendes, tollkühnes Entzücken vibriert in mir, wenn ich die Zeitungen lese,“

 

28. März 1918

Ich bin der Überzeugung 1) dass schon vor dem Kriege alle Tendenzen des internationalen Lebens stetig wachsend auf Ausschaltung der blutigen Gewalt hinwirkten, 2) dass der Krieg einen Hass gezeitigt hat, der nur in einem Jahrhundert besiegbar sein wird, 3) dass der Friedensschluss, der diesen Krieg beendet, nicht jene neue Lage schaffen wird, die das neue Europa ermöglicht und 4) dass ethische, rechtliche, aesthetische, und religiöse Kultur und dass alle Zivilisation – Reise-, Wohnungs-, Kleidungs-, Nahrungs-, Reinigungsmittel – auf den Stand von 1850 ohne die sichere Kulturtradition jener Biedermeierzeit zurückgeworfen ist.“

 

 

 1029225-4bc9fd699fc92410808aeade4dffd4ef.jpg

Arnold Zweig (10 november 1887 – 26 november 1968)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jacob Cats werd geboren op 10 november 1577 in Brouwershaven. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Jacob Cats op dit blog.

 

 

Sorgh-vliet

 

Ik wil hier mijnen geest in vrijheid laten zweven,
En laat, al die het lust, bij vorst of prinsen leven;
Want die een hoge staat, of wichtig ambt bekleedt,
Is nimmer buiten zorg, en zelden buiten leed.
Ik neme deze plaats tot afkeer van de zorgen,
Om daar bevrijd te zijn, om daar te zijn verborgen
Voor streken van het hof, voor steken van de haat,
En wat er in den Haag niet zelden ommegaat.
O! waar mij dit vertrek, en volle macht gegeven,
Om daar met stille geest mijn dagen af te leven,
Ja, om nooit met een Haag voortaan te zijn gemoeid,
Als met de haag alleen, die hier bijwijlen bloeit.

 

 

 

De netten van de spin

 

De netten van de spin, die in de vensters hangen,
En kunnen maar alleen de kleine muggen vangen:
De wespe met de bij, en al wat hoger zweeft,
Maakt dat het broze rag op hen geen vat en heeft.

Wat kan een moedig hart zijn goede weg beletten?
Al wat de wereld spint en zijn maar boze netten.
En acht, o waarde ziel! en acht geen losse waan,
De wind verstrooit het kaf, maar niet het wichtig graan.



 

 

 1029225-c5060601501fdbd5fe99160c7d456e0a.jpg

Jacob Cats (10 november 1577 – 12 september 1660)

Portret door Michiel Jansz van Mierevelt, 1634


Zie voor nog meer schrijvers van de 10e november ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:42 Reageer op dit bericht

Aka Morchiladze, August De Winne, Oliver Goldsmith, Alejandro Zambra, Werner Söllner, Willem Penning, Pieter Frans van Kerckhoven

De Georgische schrijver Aka Morchiladze werd geboren op 10 november 1966 in Tbilisi. Zie ook mijn blog van 10 november 2008 en ook mijn blog van 10 november 2010

 

Uit: Santa Esperanza

 

„As I had saved a considerable sum of money long beforehand, and had a strong intention to visit the Isles once more, I decided to avoid the "human bondage" of getting the British visa, then going to London and suffering a lot more from getting the Johnish visa, and found a shorter and safer way: I planned an easier trip to Istanbul, where I would search for the Office of the third Supreme Commissioner.
The Commissioner hated Georgians… Or rather didn't very much approve of them (to put it mildly to sound more European). He might have had some serious reasons for his disapproval, but he didn't trouble much to reveal those to me. Strangely enough, he was a Georgian himself, but spoke exceptionally English.
In the course of our conversation, I inserted a couple of Georgian words into my speech, as I felt rather short of my English. But the man replied in English, saying he didn't understand my Georgian (he himself spoke the Johnish variety of the language). In the end, he ordered me to come back three hours later.
When I was back to his office, he kept inquiring, for good twenty minutes, about my occupation and the reasons for my need of a six-month visa. I did my best to make my answers sound impressive. The whole procedure felt like being at an exam, a rather stiff one. He made me answer numerous questions from the history of his own country. My answers must have sounded too ambiguous, for the only information I had about the past of the country had been obtained from a tiny brochure by a Mr. Nebieridze. I was quite certain though, that the Commissioner had already given me the visa, and even stamped it in my passport, but he hated to tell me about it.
In the end he somehow managed to give the passport to me, and advised me to go by sea. That was a really good piece of advice, for it proved to be much cheaper that way.
So, this is how I went to John's Isles for the second time and stayed there for half a year.
During the last two months of my stay, I had been living in a rented apartment in the coastal quarter.
February was already there, and I had to return home. The winters are generally very mild on those Isles, and one doesn't actually have to think about the frost at all. On the other hand, it's rather damp all around, especially for those who dwell near the sea, but it's always dry downtown. The sea is often stormy, and along the shore, twenty feet into the land, it seems to be drizzling non-stop. The sun is very rare in this season, but very welcome and very lovely. Such is the winter in Santa City.“

 

 

 1029214-c2d42695a5a6b74ec9ad02cb9daa5679.jpg

Aka Morchiladze (Tbilisi, 10 november 1966)

 

 

 

 

 

De Belgische schrijver August De Winne werd geboren in Brussel op 10 november 1861. Zie ook mijn blog van 10 november 2008 en ook mijn blog van 10 november 2010

 

Uit: Door arm Vlaanderen (De werklieden van St-Nikolaas)

 

„Beerblock en ik, wij bevinden ons te Sint-Nikolaas, zeer belangrijk vlasdistrikt en groote markt der voortbrengselen van het Land van Waas. De werkersbevolking is er talrijk, en de meest verschillende nijverheden worden er uitgeoefend. In de vlas- en katoenspinnerijen worden talrijke werklieden, bereiders van stoffen, gebruikt. Daarenboven vindt men er kousen- en lintenfabrieken, sigarenmakerijen, laken- en kantweverijen, potten- en steenbakkerijen, ververijen, houtzagerijen en werkhuizen van klompenmakers.

De twee socialisten der stad, die ons vergezellen, leiden ons eerst de breisters te huis bezoeken. Deze werksters arbeiden op onderneming, Zij zegden ons gemiddeld tien tot elf franken per week te winnen, voor ongeveer 72 uren arbeid. In de fabriek bedraagt het loon slechts acht of negen franken.

Terwijl wij aldus van huis tot huis gingen, zegde ik tot de twee werklieden die ons begeleidden:

De meesten der patroons, hier ter plaats, moeten katholieken zijn?

Bijna allen, en dan nog dweepzuchtige katholieken. Bij M. Janssens, gewezen afgevaardigde der christen-democraten, zijn de werklieden verplicht te bidden alvorens het werk te beginnen. In vele fabrieken komen de pastoors binnen, evenals in hun huis. Gedurende de kiesstrijden geven zij er voordrachten, terwijl wij er menigmaal zelfs niet in gelukken, eene zaal te vinden om onze vergaderingen te houden. Zij verplichten de werklieden de klerikale kringen en patroonschappen te bezoeken, op straf van wegzending. De socialistische, of van socialisme verdachte werklieden zouden ergeen werkkunnen vinden.“

 

 

 1029214-eeda9cba437273943d63236d55135925.jpg

August De Winne (10 november 1861 – 23 mei 1935)

“Een doodende nijverheid”, illustratie uit het boek

 

 

 

 

De Ierse dichter en schrijver Oliver Goldsmith werd geboren in Pallas (Ierland) op 10 november 1730. Zie ook mijn blog van 10 november 2008 en ook mijn blog van 10 november 2010

 

 

An Author's Bedchamber

 

WHERE the Red Lion flaring o'er the way,

Invites each passing stranger that can pay;

Where Calvert's butt, and Parsons' black champagne,

Regale the drabs and bloods of Drury-lane;

There in a lonely room, from bailiffs snug,

The Muse found Scroggen stretch'd beneath a rug;

A window, patch'd with paper, lent a ray,

That dimly show'd the state in which he lay;

The sanded floor that grits beneath the tread;

The humid wall with paltry pictures spread:

The royal game of goose was there in view,

And the twelve rules the royal martyr drew;

The seasons, fram'd with listing, found a place,

And brave prince William show'd his lamp-black face:

The morn was cold, he views with keen desire

The rusty grate unconscious of a fire;

With beer and milk arrears the frieze was scor'd,

And five crack'd teacups dress'd the chimney board;

A nightcap deck'd his brows instead of bay,

A cap by night--a stocking all the day!

 



 

1029214-0d121a5bc1296149d395b886ef99763a.jpg
Oliver Goldsmith (10 november 1730 - 4 april 1774)

Standbeeld van John Henry Foley uit 1864, Trinity College, Dublin

 

 



Onafhankelijk van gebooortedata:

 

De Chileense schrijver Alejandro Zambra werd in 1975 geboren in Santiago de Chile, waar hij  ook opgroeide. Zie ook mijn blog van 10 november 2010

 

Uit: The Private Lives of Trees (Vertaald door Megan McDowell).

 

„Verónica was studying for an Art degree—she was in her second year—when Daniela arrived and threw everything off course.
Anticipating the pain was her way of experiencing it—a young pain that grew and grew and sometimes, throughout certain especially warm hours, tended to disappear. During the first weeks of her pregnancy, she decided to keep the news to herself; she didn’t even tell Fernando or her best girlfriend, although she didn’t have, exactly, a best friend. That is, she had many girlfriends who inevitably came to her for advice, but their confidence was never entirely reciprocated. That time of silence was one last luxury that Verónica could give herself, an addedon privacy, a space in which to construct her decisions with an uncertain calm. “I don’t want to be a student/pregnant woman. I don’t want to be a mother/student,” she thought; she definitely didn’t want to find herself, in a few months time, wrapped in a wide and flowery dress, explaining to the professor that she hadn’t been able to study for the test, or later, two years on, leaving the baby in the librarians’ care. Imagining the faces of the librarians, enraptured with their role as the faithful guardians of other people’s children, sent her into a panic.
During that time she went to dozens of art galleries, shamelessly questioned her professors, and lost many hours to letting herself be pursued by upper-level students, who, as was to be expected, turned out to be insufferable nice guys—nice guys who claimed to be bad and nevertheless found success faster than their civil engineer brothers or their educational psychologist sisters.
Sooner rather than later, Verónica found the resentment she was looking for: this was not a world she wanted to be a part of—this wasn’t a world, not even close, she could be a part of. From then on, every time she was knocked down by a dark thought about her abandoned vocation, she retrieved the counter-examples she had hoarded away. Instead of thinking about the healthy disdain some of her professors felt for artistic fads, she remembered the classes she took from two or three charlatans of the type that always seem to hover around art departments. And instead of thinking about the honest, true works of some of her classmates, she preferred to return to the naïve galleries where the advanced members of the class exhibited their discoveries.“

 

 

1029214-cafa416ce891d543aa01a471eebbdbee.jpg
Alejandro Zambra (Santiago de Chile, 1975)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 10 november 2010.

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Werner Söllner werd geboren op 10 november 1951 in Arad, Roemenië.

 

De Nederlandse schrijver en dichter Willem Levinus Penning werd geboren in Schiedam op 10 november 1840. Zie ook mijn blog van 10 november 2008.

 

De Vlaamse schrijver Pieter Frans van Kerckhoven werd geboren in Antwerpen op 10 november 1818. Zie ook mijn blog van 10 november 2008.

Geschreven door Romenu om 19:37 Reageer op dit bericht

In Memoriam F. Springer

In Memoriam F. Springer

 

De Nederlandse schrijver en oud-diplomaat F. Springer, pseudoniem van Carel Jan Schneider, is maandagavond op 79-jarige leeftijd in Den Haag overleden. Dat heeft uitgeverij Querido dinsdag bekend gemaakt.  F. Springer debuteerde in 1962 met de verhalenbundel Bericht uit Hollandia. Daarna schreef hij onder meer de romans Bougainville (1981), Bandoeng-Bandung (1993) en Kandy (1998). In 1990 schreef hij het Boekenweekgeschenk Sterremeer. Voor zijn gehele oeuvre ontving Springer in 1995 de Constantijn Huygensprijs. Zie ook mijn blog van 15 januari 2011.

 

Uit: Bougainville

 

“Ze ging door. Haar stralende herinnering aan die vierentwintig uur in het Marriott Hotel veranderde na enige tijd in irritatie. De heer Vaulant was zijn streken dus nog niet kwijt. Waarom had zij kunnen denken dat wij op ons vijfenveertigste anders handelen dan wanneer we twintig zijn. Les jeux sont faits, nietwaar? Ze dacht, barst Tommie Vaulant, minnaars genoeg, bewonderaars bij het dozijn, jawel, niet lachen Bo (ik lachte niet), dus een hele drukke tijd, veel reizen, veel aanloop van buitenlandse relaties op het kantoor in Amsterdam, hij kon barsten, Tommie Vaulant. Dagen achtereen dacht ze geen seconde aan hem, arrogante big shot van de Verenigde Naties.

Maar die vierentwintig uur: als ze een enkele keer alleen thuis zat, omdat er werkelijk niets meer te verzinnen was aan werk, uitgaan, weg zijn, dan kwamen die vierentwintig uur glashelder terug, minuut na minuut. Er waren ogenblikken dat ze het zo allemaal had kunnen opschrijven. (O god, ook zij, dacht ik, en misschien zou zij haar opstel dan ook wel bij haar vriendje Bo inleveren.) Maar het zou er nooit van komen. September vorig jaar, vlak na een teleurstellende ervaring met een zogenaamd begripvolle minnaar had ze, eigenlijk toch nijdig op zich zelf, toegegeven aan haar verlangen en een brief naar New York geschreven, naar Mr Vaulant in het hoofdkwartier van de VN. Er kwam een briefje terug. De inhoud kende ze uit haar hoofd. ‘Dear Madam, I sincerely regret to inform you that Mr Thomas Vaulant met with a fatal accident while on a recent official mission in South East Asia. I herewith duly return your letter.’

Haar auto stond op de Gevers Deynootweg. Ik zoende haar wangen. Tak Tong Hie, bonsde het belachelijk in mijn hoofd. Tak Tong Hie.

‘Madeleen,’ zei ik, ‘wat ik nog...’

‘Je bent lief, Bo,’ zei ze, een vinger tegen mijn lippen leggend, ‘je bent altijd lief geweest en jij kunt er ook niets aan doen. Ik weet zeker dat je van onze reünie vanavond een heel mooi verhaal zult maken.’

Ze stapte in, startte de motor, draaide het raampje open. ‘Good luck, Bo,’ zei ze. Ik streelde haar nog even over haar haren. Ze gaf al gas voordat ik nog iets kon zeggen om haar tegen te houden.

‘Bougainville,’ had ik willen zeggen, ‘Bougainville, Bougainville.’

 

 

 

 1028930-c1ec551a3960bc23d4f8584494c8cc6b.jpg

F. Springer (15 januari 1932 –  7 november 2011)

Geschreven door Romenu om 11:48 Reageer op dit bericht

Ivan Toergenjev, Erika Mann, Jan Decker, Velemir Chlebnikov, Anne Sexton, Karin Kiwus

De Russische schrijver Ivan Sergejevitsj Toergenjev werd geboren op 9 november 1818 in Orjol, in de Oekraïne. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Ivan Toergenjev op dit blog.

 

Uit: Faust (Vertaald door Dorothea Trottenberg)

 

“Von Pavel Aleksandrovič B… an
Semjon Nikolaevič V…
Landgut M., 6.Juni 1850
Vor drei Tagen bin ich hier angekommen, lieber Freund, und wie versprochen, greife ich zur Feder und schreibe Dir. Seit dem Morgen geht ein leichter Sprühregen nieder: Man kann nicht nach draußen; außerdem will ich mit Dir plaudern. Da bin ich nun wieder in meinem alten Nest, wo ich – ich getraue mich kaum, es zu sagen – neun ganze Jahre nicht gewesen bin. Was ist nicht alles geschehen in diesen neun Jahren! Wahrhaftig, wenn man so überlegt, ist es, als sei ich ein anderer Mensch geworden. Und tatsächlich, ich bin ein anderer: Erinnerst Du Dich noch an den kleinen, angelaufenen Spiegel meiner Urgroßmutter im Salon, den mit den seltsamen Schnörkeln in den Ecken– Du hast immer überlegt, was er wohl vor hundert Jahren gesehen haben mag – ; gleich nach meiner Ankunft stellte ich mich davor und war unwillkürlich betroffen. Plötzlich sah ich, wie alt ich geworden bin und wie ich mich in letzter Zeit verändert habe. Im übrigen bin nicht nur ich älter geworden. Mein Häuschen, schon lange baufällig, steht gerade eben noch, es ist krumm und schief und in den Boden eingesunken. Meine gute Vasiljevna, die Beschließerin (Du hast sie sicher nicht vergessen: Sie hat Dich immer mit so feiner Konfitüre bewirtet), ist ganz mager geworden und hat einen krummen Rücken bekommen; als sie mich sah, konnte sie nicht einmal rufen oder weinen, sondern sie ächzte und hustete nur, setzte sich erschöpft auf einen Stuhl und winkte ab. Der alte Terentij ist noch ganz munter, er hält sich gerade, wie früher, und stellt beim Gehen die Füße nach außen, die Beine noch immer in die gleichen gelblichen NankingHosen gekleidet, die Füße noch immer in den gleichen knarzenden Ziegenlederschuhen mit dem hohen Spann und den Schleifen, über die Du oftmals ganz gerührt warst… Aber mein Gott! Wie diese Hosen jetzt um seine mageren Beine schlottern! Wie weiß sein Haar geworden ist! Und sein Gesicht ist auf Faustgröße zusammengeschrumpft; aber als er anfing, mit mir zu sprechen, als er anfing, im Nachbarzimmer Anweisungen und Befehle zugeben, da mußte ich über ihn lachen, und gleichzeitig tat er mir leid. Alle Zähne sind ihm ausgefallen, und er nuschelt pfeifend und zischend vor sich hin. Dafür ist der Garten wunderschön geworden: Die kleinen bescheidenen Sträucher, der Flieder, die Akazien, das Geißblatt (weißt Du noch, wir haben sie zusammen gepflanzt) sind zu prachtvollen, dichten Büschen herangewachsen; die Birken, die Ahornbäume – sie alle sind in die Höhe geschossen und in die Breite gegangen; die Lindenalleen sind besonders schön geworden.”

 

  

 

 1028515-db229dbc8aad6106a80214a446611c3e.jpg

Ivan Toergenjev (9 november 1818 – 3 september 1883)

Borstbeeld in Baden-Baden

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Erika Mann werd geboren op 9 november 1905 in München als oudste dochter van de Duitse schrijver Thomas Mann. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Erika Mann op dit blog.

 

Uit: Erika Mann (Biografie door Irmela von der Lühe)

 

„Über die erste Begegnung zwischen Thomas Mann und Katia Pringsheim, über das alltägliche Leben im Hause der Thomas-Mann-Familie, über Kindheitserlebnisse und jugendliche Abenteuer im München der Weltkriegsjahre haben nicht nur die Thomas-Mann-Biographen viel und häufig ähnlich geschrieben. Klaus Manns Autobiographien, zahlreiche Interviews Erika Manns aus späteren Jahren und auch Katia Manns Ungeschriebene Memoiren haben ein Bild vom Leben in der Poschingerstraße und in Bad Tölz entstehen lassen, das harmonisierende, verklärende Züge trägt; gerade dann, wenn von extravaganten Streichen und verrückten Unternehmungen der Geschwister Erika und Klaus die Rede ist.

Die Biographin steht vor der Schwierigkeit, all diese Geschichten, die Kennern der Mann-Familie bis zum Überdruss geläufig sein mögen, noch einmal zu erzählen. Zur fehlenden Originalität gesellt sich ein zweiter Mangel: Verlässliche Quellen, Aufzeichnungen gar oder zuverlässige mündliche Mitteilungen darüber, wie es im Hause des häufig schweigsamen, stets auf Etikette und bürgerliches Wohlleben bedachten Vaters denn wirklich zuging, finden sich nur selten. Einiges ist den 1931 einsetzenden Tagebüchern Klaus Manns zu entnehmen, der selbst indes durch seine in wissenschaftlichen und populären Darstellungen immer wieder ausgeschriebene Autobiographie Kind dieser Zeit (1932) nicht unerheblich zur Legendenbildung beigetragen hat. Es fällt nicht schwer, sich auch die Gegenseite der im Folgenden wiederholten Schilderungen vorzustellen: familiäre Zwänge, autoritäre Reaktionen, kränkende Erlebnisse und wohl auch bedrückend öde Tage, die vom vornehmen Desinteresse des Vaters an seiner Familie bestimmt waren.

Als «Audienz» hat Hans Sahl einen Besuch im Hause Thomas Manns während des Exils in der Schweiz empfunden und hinzugefügt:

«Es schien mir, als ob Thomas Mann Wert darauf legte, sogar ein Gespräch mit seiner Familie wie eine Buchseite zu komponieren. Da wurde nicht durcheinandergeredet, jeder kam an die Reihe zu gegebener Zeit.»

  

 

 1028515-642513528c5de667539442d7bffeaf8a.jpg

Erika Mann (9 november 1905 - 27 augustus 1969)

Katia, Thomas en Erika Mann in Stockholm

 

 

 

 

De Duitse schrijver Jan Decker werd geboren op 9 november 1977 in Kassel. Zie ook mijn blog van 9 november 2010

 

 

Der Abdecker

 

Sie fanden den Abdecker nach drei Tagen. An einem Ort, der als der naheliegendste und zugleich entfernteste erschien: in der Grube bei den Tieren. Die Lage seines Körpers, so der Gastwirt, eingebettet in einen Stoß Gemsen, von einer Tanne bedeckt, habe ein früheres Auffinden ungleich erschwert.

Ich hatte den Abdecker nur flüchtig gekannt: flüchtig, was Anzahl und Inhalt unserer Gespräche zukam. In letzteren erwähnte er stets das Wort Verwesungsprozess – er sprach genauer von einem geistigen Prozess der Verwesung, in dessen Verlauf sich der Mensch unweigerlich dem Tier zusenke. Dem Tier, das ihm ja von Natur aus das Nächste sei.

Einmal zeigte er mir in seinem Haus, was er als sein Lebenswerk bezeichnete: Dunkel beschriebene Manuskriptseiten in loser Ordnung, die, so der Abdecker, nichts weniger als die Summe aller Philosophie darstellten, indem sein Lebenswerk gleichsam die Geschichte, schlicht die Notwendigkeit jeder Philosophie verneine.

Es dürfe mich nicht verwundern, fügte er an, dass gerade er, der Abdecker, sich mit den höchstgeistigsten Dingen beschäftige, hätten doch diese Dinge ihre natürliche Entsprechung in seinem täglichen Tun, dem Schächten und Verwerten von Kadavern. Es seien schließlich beide nur Ausfällungen der geistigen wie körperlichen Verwesung, und von daher nichts als nichtig.

Am vierten Tag hoben sie den Abdecker aus der Grube. Wie der Gastwirt schilderte, habe der Frost eine schnelle Grablegung des Leichnams vereitelt. Selbst die Schusswaffe konnte erst nach Stunden

der Lagerung im Totenhaus aus der Hand des Abdeckers befreit werden. Dennoch, so der Gastwirt, haben sich Totenschau und Grablegung noch am selben Tag abwickeln lassen können.“

 

 

 

 1028515-5719971ba226ffc5c5d915bf84064237.jpg

Jan Decker (Kassel, 9 november 1977)

 

 

 

 


De Russische dichter en schrijver
Velemir Chlebnikov werd geboren op 9 november 1885 in Tundotovo. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Velemir Chlebnikov op dit blog.

 

 

Die Wolkichtigen zogen und weinten

 

Die Wolkichtigen zogen und weinten
Über den hohen Fernen der Weiten.
Den Wolkichtigen Schatten enteilten
Über den traurigen Fernen der Weiten.
Die Wolkichtigen Schatten verstreuten
Über den traurigen Fernen der Weiten.
Die Wolkichtigen zogen und weinten
Über den hohen Fernen der Weiten.

 

 

 

Finsteres

 

Ich werfe zu Zeiten der inneren Öde
Mich in die glänzende goldene Sonne.
Mein Flügeln mischt rauschend in lichter Höhe
Hiesigen Hohn mit heiliger Wonne.
Ich starb, ich starb, in reißendem Strome
Bedeckte die Rüstung mein blutiger Schrecken.
Manchmal dann, wenn ich erneut zu mir komme,
Mustert euch kritisch das Auge des Recken.

 

 

 

 

Und ich schallte gemein mit meiner Schalmei

                       

Und ich schallte gemein mit meiner Schalmei
Und holte die Welt in mein Hotel.
Mir gehorsam zogen Sterne im ruhigen Kreis.
Ich schallte gemein mit meiner Schalmei, zu erfüllen das Schicksal der Welt.

 

 


Vertaald door Eric Boerner

 

 

 

1028515-0f576c3d47ec5a816e21ed59186b8129.jpg
Velemir Chlebnikov (9 november 1885 - 28 juni 1922)

 

 

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Anne Sexton werd geboren op 9 november 1928 in Newton, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 9 november 2008 en ook mijn blog van 9 november 2009 en ook mijn blog van 9 november 2010

 

 

Courage

 

It is in the small things we see it.
The child's first step,
as awesome as an earthquake.
The first time you rode a bike,
wallowing up the sidewalk.
The first spanking when your heart
went on a journey all alone.
When they called you crybaby
or poor or fatty or crazy
and made you into an alien,
you drank their acid
and concealed it.

 

Later,
if you faced the death of bombs and bullets
you did not do it with a banner,
you did it with only a hat to
cover your heart.
You did not fondle the weakness inside you
though it was there.
Your courage was a small coal
that you kept swallowing.
If your buddy saved you
and died himself in so doing,
then his courage was not courage,
it was love; love as simple as shaving soap.

 

Later,
if you have endured a great despair,
then you did it alone,
getting a transfusion from the fire,
picking the scabs off your heart,
then wringing it out like a sock.
Next, my kinsman, you powdered your sorrow,
you gave it a back rub
and then you covered it with a blanket
and after it had slept a while
it woke to the wings of the roses
and was transformed.

 

Later,
when you face old age and its natural conclusion
your courage will still be shown in the little ways,
each spring will be a sword you'll sharpen,
those you love will live in a fever of love,
and you'll bargain with the calendar
and at the last moment
when death opens the back door
you'll put on your carpet slippers
and stride out.

 

 

 

1028515-a0a9d5d4847a7b576e124e8b5e2d20c8.jpg
Anne Sexton (9 november 1928 – 4 oktober 1974)

Gefotografeerd rond 1970 door Elsa Dorfman

 

 

 

 

 Zie voor nog meer schrijvers van de 9e november ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 18:56 Reageer op dit bericht

Roger McGough, Mohammed Iqbal, Karin Kiwus, Imre Kertész, Carl Sagan, Raymond Devos

De Engelse dichter en schrijver Roger Joseph McGough werd geboren op 9 november 1937 in Litherland, Lancashire. Zie ook mijn blog van 9 november 2008 en ook mijn blog van 9 november 2009 en ook mijn blog van 9 november 2010

 

 

The Leader

 

I wanna be the leader

I wanna be the leader

Can I be the leader?

Can I? I can?

Promise? Promise?

Yippee I'm the leader

I'm the leader

 

 

 

The Identification

 

So you think its Stephen?

Then I'd best make sure

Be on the safe side as it were.

Ah, theres been a mistake. The hair

you see, its black, now Stephens fair ...

Whats that? The explosion?

Of course, burnt black. Silly of me.

I should have known. Then lets get on.

 

The face, is that the face mask?

that mask of charred wood

blistered scarred could

that have been a child's face?

The sweater, where intact, looks

in fact all too familiar.

But one must be sure.

 

The scoutbelt. Yes thats his.

I recognise the studs he hammered in

not a week ago. At the age

when boys get clothes-conscious

now you know. Its almost

certainly Stephen. But one must

be sure. Remove all trace of doubt.

Pull out every splinter of hope.

 

Pockets. Empty the pockets.

Handkerchief? Could be any schoolboy's.

Dirty enough. Cigarettes?

Oh this can't be Stephen.

I dont allow him to smoke you see.

He wouldn't disobey me. Not his father.

But that's his penknife. Thats his alright.

And thats his key on the keyring

Gran gave him just the other night.

Then this must be him.

 

I think I know what happened

... ... ... about the cigarettes

No doubt he was minding them

for one of the older boys.

Yes thats it.

Thats him.

Thats our Stephen.

 

 

 1028509-559055e5bb958ddd34e004a8b6aaffe7.jpg

Roger McGough (Litherland, 9 november 1937)





De Indische dichter en schrijver Mohammed Iqbal werd geboren op 9 november 1877 in Sialkot in het tegenwoordige Pakistan. Zie ook mijn blog van 9 november 2006 en ook mijn blog van 9 november 2008 en ook mijn blog van 9 november 2010

 

Uit: Javid Nama (Book of Eternity, vertaald door Arthur J. Arberry)


Life out of the delight of absence and presence

fashioned forth this world of near and far;

 so snapped asunder the thread of the moment

and mixed the hues of Time’s house of amazement.

On all sides, out of the joyous yearning for habitude

arose the cry: ‘I am one thing, you are another.’

The moon and the stars learned the way to walk,

a hundred lamps were kindled in the firmament.
In the azure heavens the sun pitched

its gold-cloth tent with its silver ropes,

 raised its head over the rim of the first dawn

and drew to its breast the new-born world.

Man’s realm was a heap of earth, no more,

an empty wilderness, without a caravan;

not a river wrestled in any mountain,

not a cloud sprinkled on any desert,

no chanting of birds among the branches,

no leaping of deer amidst the meadow.

Sea and land lacked the spirit’s manifestations,

a curling vapour was the mantle of earth’s body;

the grasses, never having known the breeze of March,

still slumbered within the depths of earth.

The azure sky then chided the earth, saying:

‘I never saw anyone pass so miserable a life!

In all my breadth what creature is so blind as you?

What light is yours, save that drawn from my lamp?

Be earth high as Alvand, yet it is only earth,

it is not bright and eternal as the skies.

 

 

 1028509-8ae0aa8a4c406f92b16627879b12a876.jpg

Mohammed Iqbal (9 november 1877 – 21 april 1938)

 

 


 

De Duitse dichteres en schrijfster Karin Kiwus werd geboren op 9 november 1942 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 9 november 2008 en ook mijn blog van 9 november 2009 en ook mijn blog van 9 november 2010



Phantom


Wenn nichts mehr

Übrigbleibt außer

Einer Müdigkeit,

Die sich wortlos,

Allein

Zurückziehen will von allem

Dann wäre es vielleicht

Doch gut, manchmal

Wenigstens

Einen Namen

Zu wissen, den man

Murmeln könnte,

Ohne im Geringsten

Eine Erscheinung

Noch zu erwarten.




Schon genug


Unterwegs pickt der Spatz

Schnell noch mal

An der Bananenschale herum,

Setzt mit drei Sprüngen,

Von der Bahnsteigkante zur nächsten Pfütze

Trinkt ein paar Schluck,
Wartet den Schnabel erhoben

Bis die Kurswagen vorbei ziehn,

Schwingt sich dann

Leicht über die Gleise,

Landet in Fahrtrichtung

Und scheißt

Auf eine blanke Schiene




1028509-adac439620204283a1a50d6ff99716e5.jpg
Karin Kiwus (Berlijn, 9 november 1942)

Berlijn, Unter den Linden




De joods-Hongaarse schrijver Imre Kertész werd geboren op 9 november 1929 in Boedapest. Zie ook mijn blog van 9 november 2006 en ook mijn blog van 9 november 2008 en ook mijn blog van 9 november 2010

 

Uit: Fateless

 

„I know of three means of escape from a concentration camp, because I either saw, heard, or experienced them. I lived by the first one, the most modest, perhaps: there is one aspect of human nature that, I had learned in school, is also a person's inalienable right. It is true that our imagination remains free even in captivity. I could, for instance, achieve this freedom while my hands were busy with a shovel or a pickax — with a moderate exertion, limiting myself to the most essential movements only. I myself was simply not there. But still, imagination is only free within certain boundaries . . . .

Everybody knew full well what could result when a wake-up call in a concentration camp failed to wake up those who no longer wanted to be wakened. And there were those. This was the second route of escape. Who was not tempted — once, at least once — to do this? . . .

Finally there is the third, the most literal meaning of escape to consider. It seems there had been one example of that, only once, in our camp. There were three real escapees, all three Latvians, who were experienced and versed in the geography of the area and the German language, secure in what they were doing — so the rumor went. . . . The next evening on their return I tried not to look to the right. For there stood three chairs, and on them were three men, or rather three manlike creatures. . . . I also saw some kind of a construction . . . with three looped ropes hanging down from them, and I understood that this was a gallows...

Here three months sufficed for my body to desert me. I can say for certain that nothing is more awkward, nothing more discouraging, than noticing day after day, keeping track day after day, of how much we have rotted away. . . .

Let's not exaggerate things, for this is precisely the hurdle: I am here, and I know full well that I have to accept the prize of being allowed to live. Yes, as I look around me in this gentle dusk in this square on a storm-beaten yet full-of-thousands-of-promises street, I already begin to feel how readiness is growing, collecting inside me. I have to continue my uncontinuable life. My mother is waiting for me.“

 

 

 1028509-6690c6f4f965084af34f1deb3180b955.jpg

Imre Kertész (Boedapest, 9 november 1929)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 9 november 2010.

 

De Amerikaanse schrijver, astronoom en populariseerder van de wetenschap Carl Edward Sagan werd geboren in New York op 9 november 1934. Zie ook mijn blog van 9 november 2008.

 

De Belgische humorist, cabaretier en schrijver Raymond Devos werd geboren in Moeskroen op 9 november 1922. Zie ook mijn blog van 9 november 2008.

 

Geschreven door Romenu om 18:46 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten