Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 15 november 2011 tot 16 november 2011

José Saramago, Craig Arnold, Renate Rubinstein, Danny Wallace

De Portugese schrijver José Saramago werd geboren op 16 november 1922 in het dorpje Azinhaga in de provincie Ribatejo. Zie ook alle tags voor José Saramago op dit blog.

 

Uit: Die portugiesische Reise (Vertaald door Karin en Nicolai von Schweder-Schreiner)

 

„Der Grenzbeamte kann sich nicht erinnern, so etwas schon einmal erlebt zu haben. Dieses ist der erste Reisende, der mitten auf dem Weg den Wagen anhält, mit dem Motor schon in Portugal, aber dem Tank noch in Spanien, und auf genau dem Zentimeter aus dem Fenster sieht, auf dem die unsichtbare Grenze verläuft. Und nun hört man über den dunklen, tiefen Wassern, zwischen den hohen Felswänden, die das Echo hin und her werfen, die Stimme des Reisenden, der zu

den Fischen im Fluss predigt:

«Kommt her, Fische, ihr vom rechten Ufer, die ihr aus dem Rio Douro stammt, und ihr vom linken Ufer aus dem Rio Duero, kommt alle her und sagt mir: Welche Sprache sprecht ihr, wenn ihr die Unterwassergrenzen kreuzt? Und habt auch ihr dort unten Pass und Stempel? Hier stehe ich

und blicke von der Talsperre hier oben zu euch herab, und ihr hinauf zu mir, die ihr in diesen sich mischenden Wassern lebt und bald auf der einen, bald auf der anderen Seite seid, eine große Bruderschaft von Fischen, die einander fressen, weil sie hungrig sind, und nicht, weil es der Patriotismus verlangt.

Erteilt mir, Fische, eine klare Lektion, auf dass ich sie nicht beim zweiten Schritt, den ich auf dieser meiner Reise nach Portugal tue, vergesse, denn ihr müsst wissen: Von Ort zu Ort will ich darauf achten, was gleich ist und was verschieden, mit der Einschränkung, die nur allzu menschlich und

auch euch Fischen nicht fremd ist, dass auch der Reisende Vorlieben und Sympathien hat und nicht der universellen Liebe verpflichtet ist, welche das auch nicht von ihm verlangt.

Von euch schließlich, Fische, möchte ich mich verabschieden, bis irgendwann einmal, lebt euer Leben, solange die Fischer nicht vorbeikommen, schwimmt glücklich umher und wünscht mir eine gute Reise, auf Wiedersehen, Adieu.»

 

 

 

1033163-0f927e4ff1861124be63f4afb8b51d6c.jpg
José Saramago (Azinhaga, 16 november 1922)

 

 

 


De Amerikaanse dichter
Craig Arnold werd geboren op 16 november 1967 in Temple,Californië. Zie ook mijn blog van 16 november 2008 en ook mijn blog van 16 november 2009 en ook mijn blog van 16 november 2010.

 

Made Flesh

 

FALL creeps like a slow flame
over a maple   limb by limb
leaves that once fanned their hands
open   wanting to put themselves
all over everything   begin to glow
brave vermillion and lively yellow
let at last their fingers curl
into the palm   and let go

The same fire is touching us
around the edges   licking wrinkles
into the corners of our eyes
making the skin inside our elbows
silky as old coins
      And when we lie
together   and I feel your bones
blaze    and the rose of your face unfolds
and the incandescence of your skin
crackles   like the paper at the tip
of a drawn-on cigarette   and dies
in a final fluttering of ash

Then   then we feel death
as the deepest coming   then we ease unhurried
into the bud of body   then we learn
little by little   to relinquish
gracefully   and less afraid
each time   to let each other slip
slowly out of our clasp   made
fire   made flower   made flesh.

 

 

 

1033163-09d2ab94b39f1c75856aeda86e16ca0e.jpg
Craig Arnold (16 november 1967 – 27 april 2009)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Renate Rubinstein werd geboren op 16 november 1929 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Renate Rubinstein op dit blog.

 

Uit: Van Geel

 

„Ik ben natuurlijk geneigd te denken dat speciaal ik te dom ben om niet uit mijzelf te begrijpen wat Vasalis zo goed toelicht. Maar ik zie, ik ben de enige niet. Anthonie Donker, toch zelf eens een dichter, meent in zijn stuk dat in RAAM staat, dat Van Geel zozeer alleen over de natuur schrijft dat hij zelf wel natuur geworden lijkt. Hij citeert van Van Geel:

 

Ik hoorde lopen in de bladeren

 of vechten om elkander vast te houden?

 Stilzwijgende ronde nooit buiten adem.

 

En schrijft dan: ‘Er is in deze verzen geen verkeer meer met mensen en zelfs nauwelijks meer met zichzelf’. Het kost mij, na wat Vasalis schreef, geen moeite meer om te zien dat ook deze regels weer over mensen gaan en over een toestand in de dichter zelf.

Voor een vrolijke noot in dit nummer zorgt Wiel Kusters, in een stuk dat, ongewild, een Nabokoviaanse pastiche op de poëzieduider lijkt: een man die, koste wat koste, elk gedicht en bij voorkeur het minst toepasselijke, interpreteren wil naar zijn eigen idee fixe. Want Van Geel heeft bij uitzondering ook eens een gedicht geschreven dat niet over een dier of plant gaat, maar over een vrouw. Het heet dan ook ‘Portret’. ‘Een zangeres uit volle borst’, ‘Een gouden bromtol is ze die de lucht omspint, een egel van muziek’, etc. En juist van dit gedicht toont Kusters nu aan, met eindeloze weerlegging van elke tegenstrijdigheid, dat het helemaal niet over een vrouw gaat, maar alweer over een plant, de Lange Zonnedauw of Drosera angelica, een insektenetend heideplantje. Intussen houd je, als toeschouwer van deze merlijnse akrobatiek wel je hart vast, want de vrouw uit dit Portret, wordt ook nog genoemd ‘een vrolijk spinrok’ (wat Kusters ziet als een bevestiging van zijn duiding, omdat een spin immers insekten eet) en de bundel waar het gedicht in staat heet ‘Spinroc en andere verzen’ en is tot overmaat van ramp ook nog opgedragen aan Thérèse Cornips, wat omgekeerd gelezen Spinroc is. Dat is pijnlijk voor die man, straks wijst iemand hem erop. Overbodige fijngevoeligheid. Want in een voetnoot aan het eind van zijn stuk, geeft Kusters er blijk van dit nu ook te weten, omdat iemand van het Limburgs Dagblad het hem verteld heeft, maar het kan hem niet bommen: ‘Het is echter niet mijn bedoeling biografische gegevens, wanneer dit hier al zou kunnen, in mijn interpretatie te betrekken’. Sommige mensen zijn wel erg moeilijk te ontmoedigen.“

 

 

 1033163-4735ab0d73222a4b6b8bc79769ab70d6.jpg

Renate Rubinstein (16 november 1929 – 23 november 1990)

 

 

 

 

De Schotse schrijver, humorist, radio-en televisie presentator Daniel Frederick Wallace werd geboren op 16 november 1976 in Dundee. Zie ook mijn blog van 16 november 2008 en ook mijn blog van 16 november 2009 en ook mijn blog van 16 november 2010.

 

Uit: Yes Man

 

"Ian...I'm trying to tell you about my life-changing moment, and you're going on about Jesus in a pound shop."

"Sorry, go on. So there was this bloke on a bus last week, who wasn't a deity or a son of God, and then there was also your diary?"

Yes. There was also my diary. High up on the list, right under the bus, was my diary. A diary I had only started because I was afraid I would forget all the wonderful things I was doing. All the dazzling, crazy, hazy times. The important times, the carefree times, the times I'd look back on as the times of my life. Only when I flicked through it did I realise there was nothing to forget. Or, rather, nothing worth remembering.

Things had been different last year. Last year was a year of adventure. Of fun. Of friends. Six months into a new year I'd slowly begun to realise that all my stories were about last year. All my memories, too. I'd been cruising on past glories, dining out on better times. Well, that's not strictly true. Not true at all. I'd been dining in on them.

For a number of months I'd been labouring under the impression that everything in my life was fine. I was a single man in his midtwenties, living in one of the most exciting cities in the world. Turns out I was a single man in his pants, sitting in his flat.

It had happened to me once before, this strange sense of midtwenties crisis, but it had happened when I'd lacked direction. These days I had direction. Plenty of it. But the direction was down.

In my mind I was one of London's young, thrusting urbanites. In my mind I was always on the go, always had somewhere to be, always in the thick of things. I thought I was like something out of an advert. I probably even thought I had a moped.

I couldn't have been more wrong. Especially about the moped.

And this is what I would finally realise after I got home from talking to the man on the bus.

I'd ended up talking to the man on the bus quite by chance.

It was, until that moment, just another day working in the West End, followed by just another dash to the Tube station in what was just another hopeless attempt to beat the rush hour and get home without spending an hour on a crowded train with my cheeks pressed up against a stranger's nipples, receiving severe paper cuts every time they turned a page of their book.

 

 

 

 1033163-40f0e525d7a873b2f2d0d438dd8cab7f.jpg

Danny Wallace (Dundee, 16 november 1976)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e november ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 21:11 Reageer op dit bericht

Anton Koolhaas, Chinua Achebe, Hugo Dittberner, Andrea Barrett, Henri Charrière, Jónas Hallgrímsson, Max Zimmering, Birgitta Arens

De Nederlandse schrijver Anton Koolhaas werd op 16 november 1912 in Utrecht. Zie ook alle tags voor Anton Koolhaas op dit blog.

 

Uit: Alle dierenverhalen

 

„Nu greep hij toe en op hetzelfde ogenblik was het water van de rivier van bodem tot oppervlakte in heftige beweging.

Hij greep Strilnok krakend en schurend in een zij, zodat dit beest, als zat het aan een staaldraad die hem zegevierend boven water trok, met een wrikkende beweging van zijn staart zich naar boven stootte. Uit het water schoot recht omhoog een groot deel van het lijf van Strilnok met de muil van Stroenil in de geelachtige flank gebeten. Zo hoog schoot het beest uit het water, dat ook van Stroenil een goed deel boven de oppervlakte verscheen, midden in het wilde golvende en spattende water. Van Stroenil stak echter nog een groter stuk onder water dan van het beest dat hij klem had, zodat hij met een wervelende beweging van zijn staart groter kracht kon zetten dan de ander. Hij boog zich vlug met zijn kop weer naar het water toe en wendde daarbij het lijf van zijn tegenstander met de andere zijkant naar onderen in het water terug en begon nu met zijn kop te schudden om

de flank van Strilnok open te scheuren, intussen zijn kaken klemmend met een verschroeiende kracht.

Nu wierp Strilnok zich opnieuw op en hij schudde het lijf om de kaken van Stroenil te verwrikken. Hij kon ineens gebruik maken van het feit dat op die manier de ogen van Stroenil binnen het bereik van zijn voorpoten kwamen. Hij plantte een nagel met zoveel kracht in een oog van Stroenil dat deze nu

los moest laten, wilde hij het niet verspelen. Strilnok wendde zich snel en dook omlaag om toe te bijten en nu grepende twee muilen in elkaar en begon een meting van rukken en schudden en bijten en doorklemmen van die beesten, die vervaarlijke kolkingen in de rivier tevoorschijn riep en ineens de hele omgeving met een sissend en daverend lawaai vervulde, alsof er twee brokken gloeiend staal werden gekoeld.“

 

 

 1033158-c189f305c6ab3b8c10e7903d1c25dae4.jpg

Anton Koolhaas (16 november 1912 – 16 december 1992)

Hier met Mies Bouwman in Mies en scène in 1968




 

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver Chinua Achebe werd geboren op 16 november 1930 in Ogidi. Zie ook alle tags voor Chinua Achebe op dit blog.

 

Butterfly

Speed is violence
Power is violence
Weight is violence

The butterfly seeks safety in lightness
In weightless, undulating flight

But at a crossroads where mottled light
From trees falls on a brash new highway
Our convergent territories meet

I come power-packed enough for two
And the gentle butterfly offers
Itself in bright yellow sacrifice
Upon my hard silicon shield.

 

 

 1033158-e034b51e03af88a21a23786a0b97b1e7.jpg

Chinua Achebe (Ogidi, 16 november 1930)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Hugo Dittberner werd geboren op 16 november 1944 in Gieboldehausen. Zie ook alle tags voor Hugo Dittberner op dit blog.

 

 

In Märkischer Schweiz?

Mit dem Kalauer Altbrecht
zum Gipfel gebracht
such ich Blumen und Wolken
im schön gehaltenen Ausblick

Das Ich ist noch da
und gedenkt der Expeditionen
mit großen Verwandten
Namen klirren im Off

Ein Leider nimmt Maß
das erbärmliche Telefon
Sofort kommt die Laune
ins Finale Schlägt sich zum Wind

Ich hätte abnehmen müssen
sagt wer Den Hörer und all das
In einer Welt ohne Geschwister
vertraut er Gewässern

Jetzt lockt Wiederholung
die Schönheit vom Steg.

 

 

 

1033158-f5464dd3c2c5d357b2d59b6d0d4db59f.jpg
Hugo Dittberner (Gieboldehausen, 16 november 1944)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 16 november 2010.

 

 


De Amerikaanse schrijfster Andrea Barrett werd geboren in Cape Cod, Massachusetts op 16 november 1954. Zie ook mijn blog van 16 november 2008
en ook mijn blog van 16 november 2009.

 

De Franse schrijver Henri Charrière werd geboren op 16 november 1906 in Saint-Étienne-de-Lugdarès. Zie ook mijn blog van 16 november 2008.

 

De IJslandse dichter en natuurwetenschapper Jónas Hallgrímsson werd geboren op 16 november 1807 in Öxnadalur. Zie ook mijn blog van 16 november 2008.

 

De Duitse dichter en schrijver Max Zimmering werd geboren op 16 november 1909 in Pirna (Sachsen). Zie ook mijn blog van 16 november 2006. 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 16 november 2008.

De Duitse schrijfster Birgitta Arens werd geboren op 16 november 1948 in Oeventrop.



Geschreven door Romenu om 21:01 Reageer op dit bericht

80 Jaar Jan Terlouw, 75 Jaar Wolf Biermann, Gerhard Hauptmann, Heinz Piontek, J. G. Ballard, Liane Dirks


80 Jaar Jan Terlouw


De Nederlandse schrijver, fysicus en voormalig politicus voor Democraten 66
Jan Terlouw werd geboren in Kamperveen op 15 november 1931. Jann Terlouw viert vandaag zijn 80e verjaardag. Zie ook mijn blog van 15 november 2010.


Uit: Oorlogswinter


„Wat was het toch allemachtig donker.

Voetje voor voetje, met één hand tastend voor zich uit, zocht Michiel zijn weg over het verharde fietspad, dat naast het karrenpad liep. In zijn andere hand droeg hij een katoenen tas, met twee flessen melk erin. ‘Nieuwe maan én zwaar bewolkt,’ mompelde hij. ‘Hier moet de boerderij van Van Ommen zijn.’ Hij tuurde naar rechts, maar hoe hij zich ook inspande, hij zag niets. De volgende keer gá ik niet meer als ik de knijpkat niet mee krijg, dacht hij. Dan zorgt Erica maar, dat ze om halfacht thuis is. ’t Is geen doen zo.

De gebeurtenissen gaven hem gelijk. Hoewel hij niet sneller liep dan een halve kilometer per uur, stootte hij met de tas tegen een van de paaltjes die hier en daar stonden, zodat de boerenwagens

niet over het fietspad konden rijden. Verdorie! Voorzichtig voelde hij met zijn hand. Nat! Een van de flessen was gebroken. Wat zonde van die kostelijke melk. Danig uit zijn humeur, maar nog behoedzamer dan eerst, ging hij verder. Mensenlief, wat zie je weinig als het zo donker is. Vijfhonderd meter van huis was hij en hij kende bij wijze van spreken iedere steen. En toch zou hij de grootste

moeite hebben om voor achten binnen te zijn.

Wacht eens even, daar zag hij een uiterst flauw lichtschijnsel. Juist, het huis van Bogaard. Die namen het niet zo nauw met de verduistering. Jammer genoeg hadden ze niet veel meer om te verduisteren

dan het licht van een kaars. Enfin, er waren nu geen paaltjes meer tot de straatweg, wist hij, en als hij eenmaal daar was, ging het gemakkelijker. Daar waren meer huizen en op de een of andere manier kwam er toch meestal wel wat licht uit. Jasses, er droop melk in zijn klomp. Liep daar iemand? Onwaarschijnlijk, ’t was op slag van achten. En om acht uur mocht er niemand meer op straat zijn. Hij voelde dat hij ander wegdek onder zijn voeten kreeg. De straatweg. Nu rechtsaf en oppassen dat hij niet in de sloot terechtkwam. Zoals hij al gedacht had, ging het nu beter. Heel, heel vaag zag hij de omtrekken van de huizen. De Ruiter, juffrouw Doeven, Zomer, de smederij, het gebouwtje van het

Groene Kruis, hij was er bijna.“



1032497-d28e0c6d67b078e9f3560b3ff5be13c8.jpg
Jan Terlouw (Kamperveen, 15 november 1931)






75 Jaar Wolf Biermann


De Duitse zanger, dichter en schrijver
Wolf Biermann werd geboren op 15 november 1936 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Wolf Biermann op dit blog.
Wolf Biermann viert vandaag zijn 75e verjaardag.



Warte nicht auf beßre Zeiten


Manchen hör ich bitter sagen
"Sozialismus - schön und gut
Aber was man uns hier aufsetzt
Das ist der falsche Hut!"
Manchen seh ich Fäuste ballen
In der tiefen Manteltasche
Kalte Kippen auf den Lippen
Und in den Herzen Asche

Wartest du auf beßre Zeiten
Wartest du mit deinem Mut
Gleich dem Tor, der Tag für Tag
An des Flusses Ufer wartet
Bis die Wasser abgeflossen
Die doch ewig fließen

Manche raufen sich die Haare
Manche seh ich haßerfüllt
Manche seh ich in das Wolltuch
Des Schweigens eingehüllt
Manche hör ich abends jammern
"Was bringt uns der nächste Tag
An was solln wir uns noch klammern
An was? An was? An was?"

Wartest du auf beßre Zeiten
Wartest du mit deinem Mut
Gleich dem Tor, der Tag für Tag
An des Flusses Ufer wartet
Bis die Wasser abgeflossen
Die doch ewig fließen

Manche hoffen, daß des Flusses
Wasser nicht mehr fließen kann
Doch im Frühjahr, wenn das Eis taut
fängt es erst richtig an
Manche wollen diese Zeiten
wie den Winter überstehn
Doch wir müssen Schwierigkeiten
Bestehn! Bestehn! Bestehn –

Warte nicht auf beßre Zeiten
Warte nicht mit deinem Mut
Gleich dem Tor, der Tag für Tag
An des Flusses Ufer wartet
Bis die Wasser abgeflossen
Die doch ewig fließen

Viele werden dafür sorgen
daß der Sozialismus siegt
Heute! Heute, nicht erst morgen!
Freiheit kommt nie verfrüht
Und das beste Mittel gegen
Sozialismus (sag ich laut)
Ist, daß ihr den Sozialismus
AUFBAUT!!! Aufbaut! (aufbaut)

Wartet nicht auf beßre Zeiten
Wartet nicht mit eurem Mut
Gleich dem Tor, der Tag für Tag
An des Flusses Ufer wartet
Bis die Wasser abgeflossen
Die doch ewig fließen
die doch ewig fließen




1032502-dda99ab7362380c41a5ecc187400813c.jpg
Wolf Biermann (Hamburg, 15 november 1936)





De Duitse schrijver
Gerhart Hauptmann werd geboren in Obersalzbrunn (Neder-Silezië) op 15 november 1862. Zie ook mijn blog van 15 november 2008 en ook mijn blog van 15 november 2009 en ook mijn blog van 15 november 2010.


Uit:
Bahnwärter Thiel


„Allsonntäglich saß der Bahnwärter Thiel in der Kirche zu Neu-Zittau, ausgenommen die Tage, an denen er Dienst hatte oder krank war und zu Bette lag. Im Verlaufe von zehn Jahren war er zweimal krank gewesen; das eine Mal infolge eines vom Tender einer Maschine während des Vorbeifahrens herabgefallenen Stückes Kohle, welches ihn getroffen und mit zerschmettertem Bein in den Bahngraben geschleudert hatte; das andere Mal einer Weinflasche wegen, die aus dem vorüberrasenden Schnellzuge mitten auf seine Brust geflogen war. Außer diesen beiden

Unglücksfällen hatte nichts vermocht, ihn, sobald er frei war, von der Kirche fernzuhalten.

Die ersten fünf Jahre hatte er den Weg von Schön-Schornstein, einer Kolonie an der Spree, herüber nach Neu-Zittau allein machen müssen. Eines schönen Tages war er dann in Begleitung eines schmächtigen und kränklich aussehenden Frauenzimmers erschienen, die, wie die Leute meinten, zu seiner herkulischen Gestalt wenig gepaßt hatte. Und wiederum eines schönen Sonntag Nachmittags reichte er dieser selben Person am Altare der Kirche feierlich die Hand zum Bunde fürs Leben. Zwei Jahre nun saß das junge, zarte Weib ihm zur Seite in der Kirchenbank; zwei Jahre blickte ihr hohlwangiges, feines Gesicht neben seinem vom Wetter gebräunten in das uralte Gesangbuch --; und plötzlich saß der Bahnwärter wieder allein wie zuvor.

An einem der vorangegangenen Wochentage hatte die Sterbeglocke geläutet: das war das Ganze.

An dem Wärter hatte man, wie die Leute versicherten, kaum eine Veränderung wahrgenommen. Die Knöpfe seiner sauberen Sonntagsuniform waren so blank geputzt als je zuvor, seine roten Haare so wohl geölt und militärisch gescheitelt wie immer, nur daß er den breiten, behaarten Nacken ein wenig gesenkt trug und noch eifriger der Predigt lauschte oder sang, als er es früher getan hatte. Es war die allgemeine Ansicht, daß ihm der Tod seiner Frau nicht sehr nahe gegangen sei; und diese Ansicht erhielt eine Bekräftigung, als sich Thiel nach Verlauf eines Jahres zum zweiten Male, und zwar mit einem dicken und starken Frauenzimmer, einer Kuhmagd aus Alte-Grund, verheiratete.



1032497-63c4bb7b438d024b6b2b0d3a4ecb0eab.jpg
Gerhart Hauptmann (15 november 1862 - 6 juni 1946)

Portret door Lovis Corinth, 1900





De Duitse dichter en schrijver
Heinz Piontek werd geboren op 15 november 1925 Kreuzburg (Opper-Silezië). Zie ook mijn blog van 15 november 2009 en en ook mijn blog van 15 november 2010.



Bäume

für Alfred Focke


Ihr ja ihr.

Ruhig auf der dunklen
Erde fußend.

Doch verwundbar
wie wir,

die wir uns vorwärts-

kämpfen müssen.

Nützlich oder
einfach schön

und immer etwas
Neues bedeutend.

So wachsen:

in die Höhe,
in die Tiefe

und mit

ausgebreiteten Armen.




1032497-7fdc1a630c238af0815181f9faa190f5.jpg
Heinz Piontek (15 november 1925 – 26 oktober 2003)






De Britse dichter en schrijver
James Graham Ballard werd geboren in Shanghai op 15 november 1930. Zie ook
mijn blog van 15 november 2008 en ook mijn blog van 15 november 2009 en ook mijn blog van 15 november 2010.


Uit:
The Dying Fall


„Three years have passed since the collapse of the Tower of Pisa, but only now can I accept the crucial
role that I played in the destruction of this unique landmark. Over twenty tourists died as the thousands of tons of marble lost their grasp on the air and collapsed to the ground. Among them was my wife Elaine, who had climbed to the topmost tier and was looking down at me when the first visible crack appeared in the tower's base. Never were tragedy and triumph so intimately joined, as if Elaine's pride in braving the worn and slippery stairs had been punished by the unseen forces that had sustained this unbalanced mass of masonry for so many centuries.

I realise now that another element — farce — was present on that day. By chance a passing tourist on the steps of the cathedral had taken a photograph of the tower as the crack reached the third floor and a tell-tale section of cornice began its fall to earth. The photograph, endlessly published throughout the world, clearly shows the four startled tourists on the uppermost deck. Three of them are leaning back on their heels, hands raised to grip the sky, aware that the ancient campanile has moved under their feet.

Elaine, alone, has already seized the rail, and is staring at the grass waiting for her nearly two hundred feet below. Using a magnifying glass, one can see that, true to her quirky and mocking character, she shows almost no alarm. Her eyes have noticed the falling cornice, and I like to think that she is already planning to sue the municipality of Pisa for neglecting the safety of its tourists, and is collecting evidence that in due course she will present to her lawyers.

The dozen or so tourists visible on the lower floors are still making their way around its canted decks, groping past the narrow columns as they climb the 300 steps to the roof. A father and his young daughter wave to the tourists below them, two Italian sailors in uniform play the fool for their girl-friends, feigning an attack of giddiness, and an elderly couple pause to rest after climbing to the first floor, determined to complete the ascent. None of them sees the falling cornice and the fine cascade of powdered mortar.“



1032497-02d0e4df763cf7692a0331244b4a68c9.jpg
J. G. Ballard (15 november 1930 - 19 april 2009)





De Duitse dichteres en schrijfster
Liane Dirks werd geboren op 15 november 1965 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Liane Dirks op dit blog.


Uit:
Und die liebe?frag ich sie


“Nun hab ich schon so viel gefragt, all die langen Nächte.

Sie ist müde darüber geworden und grau, der Körper sackt zusammen.

An ihren Händen trägt sie noch immer die bunten Ringe und Reifen aus Silber und künstlichem Gold. Ihr Haar ist glatt und gepflegt. Sie hat wie immer Puder aufgelegt.

Auf dem Tisch stehen ein Tee- und ein Cognacglas, mein kleines schwarzes Tonband dazwischen.

Die Vorhänge sind offen, noch ist es hell.

Die Liebe, wiederholt sie.

Ja, sage ich.

Wir werden aufhören danach, nicht wahr?

Ja, sage ich. Bitte! Noch die Liebe. Es wird das letzte sein.

Sie strafft sich, spannt die Muskeln an. Sie stöhnt erneut.

Gut, sagt sie, es gab sie. Und ich drücke den roten Aufnahmeknopf vom Tonband.

Es gab eine Nacht, ich erzähl sie dir, aber es wird unser letztes Band.

Es gab eine Nacht. Ich habe es noch nie erzählt, und ich mache es nur einmal.

Der Anfang war leicht.

Ich kam durch einen Tunnel und sah sie in der Ferne sitzen. Wie eine junge Frau auf einem Mäuerchen, die Beine übereinandergeschlagen, der linke Fuß wippte. Sie trug einen Plisseerock in den Farben Sand und Grau. Ihr Haar war kinnlang, dick und schwer, neben ihr stand ein Mann, mit dem sie kokettierte.

Das Licht war klar an jenem Tag, als hätte ich es mitgebracht von meiner Reise, und warme Luft umstrich noch meinen Körper, der mager war, und meine Seele, die wußte, daß etwas begann.

Darf ich euch vorstellen? fragte der Mann.

Sie lächelte, ich habe schon von Ihnen gehört.

Das wunderte mich, denn von mir gab es noch nicht so viel zu hören.

Wir lasen gemeinsam Texte in einer Schule vor.

Sie von einem Arbeitslosen, der sich bei der Stellenvermittlung als Schwein bewarb, ich irgend etwas in meiner Erinnerung eher Pathetisches von einer Frau, die für immer wegfahren wollte. Was ja schon ein Widerspruch in sich ist, »immer« und »weg«, weil man nicht immer weg sein kann, höchstens und bestenfalls immer da. Den Text hab ich später zerrissen.”



1032497-5a14d195661c06837c8168e0c91685b9.jpg
Liane Dirks (Hamburg, 15 november 1965)




Zie voor nog meer schrijvers van de 15e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:46 Reageer op dit bericht

Marianne Moore, Antoni Słonimski, Elizabeth Arthur, Carlo Emilio Gadda, Janus Secundus, Richmal Crompton, Emmy von Rhoden, Madeleine de Scudéry, José de Lizardi

De Amerikaanse dichteres Marianne Moore werd geboren op 15 november 1887 in Kirkwood, Missouri. Zie ook mijn blog van 15 november 2008 en ook mijn blog van 15 november 2009 en ook mijn blog van 15 november 2010.

 

 

Roses Only

 

You do not seem to realize that beauty is a liability rather

than

an asset - that in view of the fact that spirit creates form

we are justified in supposing

that you must have brains. For you, a symbol of the

unit, stiff and sharp,

conscious of surpassing by dint of native superiority and

liking for everything

self-dependent, anything an

 

ambitious civilization might produce: for you, unaided, to

attempt through sheer

reserve, to confuse presumptions resulting from

observation, is idle. You cannot make us

think you a delightful happen-so. But rose, if you are

brilliant, it

is not because your petals are the without-which-nothing

of pre-eminence. Would you not, minus

thorns, be a what-is-this, a mere

perculiarity? They are not proof against a worm, the

elements, or mildew;

but what about the predatory hand? What is brilliance

without co-ordination? Guarding the

infinitesimal pieces of your mind, compelling audience to

the remark that it is better to be forgotten than to be re-

membered too violently,

your thorns are the best part of you.

 

 

 1032489-01550674d88514cae211321527f3da8a.jpg

Marianne Moore (15 november 1887 – 5 februari 1972)

 

 

 

 

De Poolse dichter en schrijver Antoni Słonimski werd geboren op 15 november 1895 in Warschau. Zie ook mijn blog van 15 november 2009 en ook mijn blog van 15 november 2010.

 

Uit: On Jewish Sensivity (Vertaald door Mariusz Wesolowski)

 

“One of the cardinal and predominant characteristics of the Jewry is the contempt for the greatest achievements of the human spirit. The Jews disdain everything: they butcher the language they speak, they ignore the purity of speech, body and heart, while attaching an irrational value to money. "An important difference!" - one hears this silly phrase from every other Israelite in the street. To say "Rataj cigarettes" instead of "Seraj cigarettes" is a detail not worth the slightest attention. This disdain for language precipitates the disdain for literature. A realistically thinking merchant says to a non-realistically thinking salesman, "Go read Sienkiewicz!"

A similar attitude is also noticeable in the Polish society, but among the Jews it is significantly more pronounced. I doubt if one can find in any other milieu the type of a poet who does not believe in the existence of poetry and thinks that writing good poems is just a matter of flashy technique and conforming to current fashions. A certain young writer of this kind quite seriously asked me to tell him the secret of creating poems that would be easy to publish and which would be "much talked about later".

The Jewish indifference to physical insults - I have witnessed Jews in coffee shops slapping one another's faces and then resume their business without even getting up - is related to their contempt for physical labour. Hard manual work is good only for the "roughnecks". Physical laborers are almost non-existent among the Jews, because theirs is a non-productive nation, active by and large in commerce and middlemanship. Ninety per cent of the white-slave traffickers are Jewish. In reply to such accusations they typically state that it is the result of the conditions in which they are forced to live. Perhaps the Jews are oppressed and barred from many positions of employment but certainly not to such a degree that they would have to engage in white slavery.”

 

 

 1032489-60dddefbbd1aa107375a54353064052b.jpg

Antoni Słonimski (15 november 1895 – 4 juli 1976)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Elizabeth Arthur werd geboren op 15 november 1953 in New York. Zie ook mijn blog van 15 november 2009 en ook mijn blog van 15 november 2010.

 

Uit: Bring Deeps

 

„I walked, and thought. Tried not to think of Bastian, although I thought of little else. Though I was angry, still, I longed for him, and wanted him beside me as I walked the streets of Kirkwall. I felt defenseless in the face of all these new impressions, which I drew in as if I were a sponge, attached to firth-bound rocks, and water-hungry. On doors and windows, I saw notices of funerals. And not just on the doors of flower shops, or undertakers, but on the windows of the grocers, bakers. On the same windows, there were notices of celebrations, revels; the daily paths of life announced the dying. I longed for Bastian to explain, to point things out, to bring me fully to this place he'd brought me. As he was not there in his body, I tried to think what he might say about these things. I thought of how the people whom Sebastian studied had had no fuels like coal and peat; in that way, too, their time was different. They had no written language, no notices announcing death, and as for fuel, just wood which drifted onto Orkney's shores, or oil derived from whales and seals and fishes. All surface things, however. Nothing to burn which came from down below them.

And what had that been like? To live upon an earth whose skin had never once been torn? Where only shallow plows had tickled it, and little spades had nudged it, to let it take into itself the seed of things to come? The world had been, I thought, quite like an infant child, kept dry by its earth swaddling cloths, and those who'd walked upon it had never dreamed that this would change, any more than they had dreamed that after they were gone there would be written language. Then everything had changed. Then bronze had come, not quite as strong as iron, but still drawn forth out of the body of the earth as copper. And no coincidence, perhaps, that as the bronze had come, the climate changed, and peace and plenty vanished. As people tried to move to better land, the people who lived already on that land built stone towers — brochs — to stand within and fight, and those stone brochs, signs of the age when neighbor had fought neighbor, still stood in many places in Orkney. All that because of changing winds, and bronze, torn out of secret places in the virgin body of the earth, just like the peat and coal that blew above me.“

 

 

 1032489-88e0f7c59aca4e2136e46508eda61dcf.jpg

Elizabeth Arthur (New York, 15 november 1953)

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Carlo Emilio Gadda werd geboren op 15 november 1893 in Milaan. Zie ook mijn blog van 15 november 2008 en ook mijn blog van 15 november 2009 en ook mijn blog van 15 november 2010.

 

Uit: That Awful Mess on the via Merulana (Vertaald door William Weaver)

 

„The tight garters, curled slightly at the edges, with a clear, lettuce-like curl: the elastic of lilac silk, in that hue that seemed in itself to give off a perfume, to signify at the same time the frail gentleness both of the woman and of her station, the spent elegance of her clothing, of her gestures, the secret manner of her submission, transmuted now into the immobility of an object, or as if of a disfigured dummy. Taut, the stockings, in a blond elegance like a new skin, given to her (above the created warmth) by the fable of our years, the blasphemy of the knitting machines: the stockings sheathed the shape of the legs with their light veil, modeling of the marvelous knees: those legs slightly spread, as if in horrible invitation. Oh! the eyes! where, at whom were they looking? The face! . . . Oh, it was scratched, poor object! Under one eye, on the nose! Oh that face! How weary it was, weary, poor Liliana, that head in the cloud of hair that enfolded it, those strands performing a final work of mercy. Sharpened in its pallor, the face: worn, emaciated by the atrocious suction of Death.

A deep, a terrible red cut opened her throat, fiercely. It had taken half the neck, from the front toward the right, that is, toward her left, the right for those who were looking down: jagged at its two edges, as if by a series of blows, of the blade or point: a horror! You couldn't stand to look at it. From it hung red strands, like thongs, from the black foam of the blood, almost clotted already; a mess! with some little bubbles still in the midst. Curious forms, to the policemen: they seemed holes, to the novice, like red-colored little maccheroni, or pink. "The trachea," murmured Ingravallo, bending down, "the carotid, the jugular! . . . God!"


 
1032489-245c39357ab3843996b7eb5f52724ff2.jpg
Carlo Emilio Gadda (15 november 1893 – 21 mei 1973)

 


 

 

 

De Nederlandse humanistische dichter Janus Secundus (eigenlijk Jan Everaerts) werd geboren in werd geboren in Den Haag op 15 november 1511. Zie ook mijn blog van 15 november 2009 en ook mijn blog van 15 november 2010.

 

Het II. kvsken

Bij Douza

 

Mocht ick (o liefsten) eens uw welgedrongen hals

In mijnen armen zulx bestricken,

Oft ghij mij met de uw zo nauw bekruypen, als

Men om den Elst het loof ziet quicken

Des wijngarts, oft de klijf wutwendich om zijn micken

Nieu wegen met zijn telgen sporen,

Zo wild' ick zonder rust, deed kuskens stadich slicken

Oick deur gheen lust van dranck oft koren,

Oft, dat de zoete vaeck ons d'oghen mocht bekoren,

Mij van uw keel niet laten rucken

Och oft mij Venus eens in dezen wou verhoren,

End ons zodaenen bandt mocht lucken,

Bandt, welck noch Hel, noch Doot konst ummer slaen in stucken

Maer kleevend' aen malcander zouwen,

Zulx als wij zyn gemaickt, een ewighe vreucht plucken,

End' onbeschreumt van Charons snauwen

Met d'algemeijne Schuijt ons over laten stauwen

De swarte Phlegetonsche Veeren.

Van waer wij wouden voorts de zalighe Landouwen

Des Elysijnsche Velts passeren.

Aldaer heur' oude liefd noch naer haer doot hanteren

De vorighe Amoreuze Hanßen

Elck met zyn bruijt gepairt; niet doende dan hoveeren,

Met zoenen, zinghen, ende danßen.

 

 

 1032489-af50c4ece77c54123c40d1b2db2d5970.jpg

Janus Secundus (15 november 1511 - 1536)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 15 november 2010.

 

 

De Engelse schrijfster Richmal Crompton Lamburn werd geboren op 15 november 1890 in Lancashire. Zie ook mijn blog van 15 november 2008.

 

De Duitse schrijfster Emmy von Rhoden (eig. Emilie Auguste Karoline Henriette Friedrich geb. Kühne)  werd geboren op 15 november 1829 in Magdeburg. Zie ook mijn blog van 15 november 2009.

 

De Franse schrijfster Madeleine de Scudéry werd geboren op 15 november 1607 in Le Havre. Zie ook mijn blog van 15 november 2008 en ook mijn blog van 15 november 2009.

 

De Mexicaanse dichter en schrijver José Joaquín Fernández de Lizardi werd geboren in Mexico-stad op 15 november 1776. Zie ook mijn blog van 15 november 2008.

Geschreven door Romenu om 19:33 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten