Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 29 december 2011 tot 30 december 2011

Ida Gerhardt, Rainer Maria Rilke, Friedrich von Schiller T.S. Eliot


Wegens omstandigheden, zoals dat heet, even iets anders:

 

 


Lof van het onkruid
 

 

Godlof dat onkruid niet vergaat.

Het nestelt zich in spleet en steen,

breekt door beton en asfalt heen,

bevolkt de voegen van de straat.

 

Achter de stoomwals valt weer zaad:

de bereklauw grijpt om zich heen.

En waar een bom zijn trechter slaat

is straks de distel algemeen.

 

Als hebzucht alles heeft geslecht

straalt het klein hoefblad op de vaalt

en wordt door brandnetels vertaald:

 

‘gij die miljoenen hebt ontrecht:

zij kòmen - uw berekening faalt.’

Het onkruid wint het laatst gevecht.

 

 

 

 1063334-7bb524f6f278f1bbc1d7e05eaba6d41b.jpg

Ida Gerhardt (11 mei 1905 - 15 augustus 1997)

 

 

 

 

Die Hoffnung

Stille Stunden gibt’s, da ranken
leicht sich um des Lebens Baum
Wünsche, Hoffnung, Gedanken,
Bild um Bild und Traum um Traum.

Stunden gibts, wo Stürme wüten
um den Stamm gar wild entfacht,
daß der Hoffnung junge Blüten
sterben müssen über Nacht.

Aber bald - schon morgen ranken
um den kahlen Lebensbaum
Wünsche, Hoffung, Gedanken,
Bild um Bild, Traum um Traum.

 

 

 

 1063334-6693d953fbde61e9e03cbfdc5632f1c7.jpg

Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)

 

 

 

 

Hoffnung

 

Es reden und träumen die Menschen viel
Von bessern künftigen Tagen,
Nach einem glücklichen goldenen Ziel
Sieht man sie rennen und jagen.
Die Welt wird alt und wird wieder jung,
Doch der Mensch hofft immer Verbesserung.

 

Die Hoffnung führt ihn ins Leben ein,
Sie umflattert den fröhlichen Knaben,
Den Jüngling locket ihr Zauberschein,
Sie wird mit dem Greis nicht begraben,
Denn beschließt er im Grabe den müden Lauf,
Noch am Grabe pflanzt er – die Hoffnung auf.

 

Es ist kein leerer schmeichelnder Wahn,
Erzeugt im Gehirne des Toren,
Im Herzen kündet es laut sich an:
Zu was Besserm sind wir geboren!
Und was die innere Stimme spricht,
Das täuscht die hoffende Seele nicht.

 

 

 

 1063334-605d00e3c29d72e388382af7a3c3055b.jpg

Friedrich von Schiller (10 november 1759 – 9 mei 1805)

 

 

Uit The Four Quartets

 

I said to my soul, be still, and wait without hope
For hope would be hope for the wrong thing; wait without love
For love would be love of the wrong thing; there is yet faith
But the faith and the love and the hope are all in the waiting.
Wait without thought, for you are not ready for thought:
So the darkness shall be the light, and the stillness the dancing.

 

 

1063334-347476254b434198b9234a938c661ea7.jpg 

T.S. Eliot  (26 september 1888 – 4 januari 1965)



Zie voor mijn blog van de 30e december ook mijn blog van 30 december 2010.
Geschreven door Romenu om 19:39 Reageer op dit bericht

Peter Buwalda

De Nederlandse schrijver, journalis en redacteur Peter Buwalda werd geboren in Blerick op 30 december 1971. Hij was medeoprichter van het tijdschrift WAH WAH. Daarnaast schreef hij essays en verhalen voor tijdschriften als Bunker Hill, De Gids, Hollands Maandblad en Vrij Nederland. In september 2010 debuteerde hij met de roman Bonita Avenue, uitgegeven door De Bezige Bij. Het boek kreeg een nominatie voor de Libris Literatuur Prijs 2011. Ook is hij in de race om de Gouden Strop. Op 22 september 2011 werd bekend dat hij de Academica Debutantenprijs heeft gewonnen. Zie ook mijn blog van 13 oktober 2011.

 

Uit: Bonita Avenue

 

“Joni, Joni’s zusje Janis, zijn vrouw Tineke, iedereen in de grote herenkamer wist welke foto Sigerius bedoelde. Het ging om de foto die ongeveer een jaar eerder op groot formaat was afgedrukt in het blad van Tubantia University, de kleine campusuniversiteit in de bossen tussen Hengelo en Enschede waarvan Sigerius rector magnificus was. Hij stond erop aan de oever van het Amsterdam- Rijnkanaal, zonder kleren op een stropdas na, wijdbeens met zijn blote voeten in modderig, platgetreden gras, met onder zijn voorzichtig bollende vijftigersbuik duidelijk zichtbaar zijn geslachtsdelen. De foto werd de dagen erna overgenomen door vrijwel alle landelijke dagbladen, van NRC tot De Telegraaf , en uiteindelijk zelfs door Bild en een dagblad in Griekenland.
    ‘Ik heb een vermoeden,’ gaf Aaron toe, zich afvragend of Joni haar vader had bijgepraat of dat Sigerius hem gewoon herkende: de lange kale fotograaf van Tubantia Weekly die tijdens zijn publieke optredens als een paardenvlieg met een spiegelreflex om de rector heen zoemde. De laatste mogelijkheid vond hij vleiender, zoals iedereen het op de campus vleiend zou vinden opgemerkt te worden door de charismatische man die nu zijn hand stond fijn te knijpen.
    Siem Sigerius was sinds zijn aantreden in 1993 het blakende middelpunt van Tubantia University, een hete zon waaromheen achtduizend studenten en hardwerkende academici hun kalme ellipsjes draaiden, verbaasd maar dankbaar dat hij juist hun campus verwarmde, en niet het Binnenhof waar hij een staatssecretarisschap had laten lopen, of een van de grote Amerikaanse universiteiten die naar zijn gunsten dongen. De eerste keer dat hij Joni’s vader zag was op de televisie, ettelijke jaren eerder, hij woonde nog bij zijn ouders in Venlo. De augustus na zijn eindexamen voer er iets in hem en zijn broer dat hen tot fanatieke Zomergasten-kijkers maakte, en tijdens een van die enerverende, studieuze zondagavonden zat er een wiskundige judoka tegenover Peter van Ingen, of misschien een judoënde wiskundige, een man in elk geval die fragmenten van Wim Ruska, rusteloze jazz, Tokio 1964 en André van Duin afwisselde met documentaires over priemgetallen en de laatste stelling van Fermat.”

 

 

 1254812-37d4587aabc0c1294b6bd562ba460a75.jpg

Peter Buwalda (Blerick, 30 december 1971)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Job Degenaar, James L. Dickey, Max Dauthendey, Evelyn Scott

Wegens omstandigheden, zoals dat heet, even iets anders:

 

 

 

Vaders nipte terugkeer

 

Moment waarop hij z'n ogen
opslaat en ziet 'het is
er nog, ik ben er nog'

en weer wegvalt als
een zwakke zender

De machinerie van toe- en
afvoerslangen ruist, zoemt,
flitst codes van onmacht

maar stuurt hem in
z'n zachte landing bij

Buiten de kliniek hangt
behaagziek voorjaar

 

 

 

1062606-fb4f2215e455c8e720f5cc8108d9eadf.jpg
Job Degenaar (Dubbeldam, 1 november 1952)

 

 

 

 

The Hospital Window

 

I have just come down from my father.

Higher and higher he lies

Above me in a blue light

Shed by a tinted window.

I drop through six white floors

And then step out onto pavement.

 

Still feeling my father ascend,

I start to cross the firm street,

My shoulder blades shining with all

The glass the huge building can raise.

Now I must turn round and face it,

And know his one pane from the others.

 

Each window possesses the sun

As though it burned there on a wick.

I wave, like a man catching fire.

All the deep-dyed windowpanes flash,

And, behind them, all the white rooms

They turn to the color of Heaven.

 

Ceremoniously, gravely, and weakly,

Dozens of pale hands are waving

Back, from inside their flames.

Yet one pure pane among these

Is the bright, erased blankness of nothing.

I know that my father is there,

 

In the shape of his death still living.

The traffic increases around me

Like a madness called down on my head.

The horns blast at me like shotguns,

And drivers lean out, driven crazy—

But now my propped-up father

 

Lifts his arm out of stillness at last.

The light from the window strikes me

And I turn as blue as a soul,

As the moment when I was born.

I am not afraid for my father—

Look! He is grinning; he is not

 

Afraid for my life, either,

As the wild engines stand at my knees

Shredding their gears and roaring,

And I hold each car in its place

For miles, inciting its horn

To blow down the walls of the world

 

That the dying may float without fear

In the bold blue gaze of my father.

Slowly I move to the sidewalk

With my pin-tingling hand half dead

At the end of my bloodless arm.

I carry it off in amazement,

 

High, still higher, still waving,

My recognized face fully mortal,

Yet not; not at all, in the pale,

Drained, otherworldly, stricken,

Created hue of stained glass.

I have just come down from my father.

 

 

 

1062606-c185bebf781f6caff0f7796f875cc09a.jpg
James L.  Dickey
(2 februari 1923 – 19 januari 1997)

 

 

 

 

Ich dulde stumm

 

Die Welt um mich ist ein Krankenzimmer
Mit geschlossenen Läden im Zwielichtschimmer.
Ich möchte nur leise Schritte machen,
Meine Augen schmerzen vor nächtlichem Wachen.
Meine Brust ist von Sorgen eng umbunden,
Inwendig bluten mir stechende Wunden.
Ich kann noch kein Ende der Krankheit sehen.
Werd ich je froh auf den Füßen stehen?
Das Fieber des Krieges, Heimweh und Sehnen, -
Ich dulde stumm mit verbissenen Zähnen.

 

 

 

1062606-ab346454ae8e3af07e55073be08d9c94.jpg
Max Dauthendey (25 juli 1867 – 29 augustus 1918)

 

 

 

 

Hospital Night

 

I am Will-o'-the-Wisp.

I float in a little pool of delirium,

Phosphorescent velvet.

My fire is like a breath

That blows my illness in circles,

Widening it so far

That I cannot see the edge.

It is one with the night sky.

My fire has blown this vastness,

But I strain and flicker trying to escape from it.

I want to exist without the darkness

That makes my breath so bright.

I want the morning to thin my light. 

 

 

 1062606-85d94650e6b4e647e3e6431db1666cfa.jpg

Evelyn Scott (17 januari 1893 - 3 augustus 1963)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 29e december ook mijn blog van 29 december 2010.

Geschreven door Romenu om 18:36 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten