Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 11 januari 2012 tot 12 januari 2012

Cees van der Pluijm, Jacques Hamelink, Kamiel Verwer, Haruki Murakami, Alain Teister, Jakob Lenz, Fatos Kongoli

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

 

1969


We lagen bij het avondlijke water
We waren 15, 16, en dan gaat er
Geen prikkeling voorbij aan jonge lijven

Wat loos gestoei en dan opeens, dan staat er
Iets strak, een bijna pijnlijk hard verstijven –
Iets wat voorbij moet gaan maar ook moet blijven

De zomeravond valt, je explodeert
Je hebt je teder aan elkaar bezeerd

Apollo daalde zachtjes naar de maan
Diezelfde nacht waarin jij had beslist
Dat jij die dag je zaad niet had verkwist

Wat daar begon, zou nooit meer overgaan
Jij kon de mensen en de toekomst aan
Je was geland en wist nu wat je wist

 

 

 

 

DE DOKTER EN DE DOOD


I

 

Awater was de naam die Nijhoff hoorde
Bij dokter Koch (de vader) op bezoek
Een naam die zich door diepe lagen boorde -
Als twee maal water was dit woord een bron

 

Een klein geschenk, uit onverwachte hoek
Awater was de naam, de man was ziek
Het ging niet goed, of dokter komen kon
Maar die had net de dichter bij hem thuis...

 

"Awater," dacht de dichter "hoe uniek
Een man met twee maal water in zijn naam
Met twee maal leven toch de dood in huis"

 

De dichter staarde peinzend uit het raam
En zag in Beek de allereerste geest
Van water dat de aanvang was geweest

 

 

 

DE NACHT


De nacht is maanloos, een gerezen kilte
Trekt langs je koude botten naar omhoog
Je stapt door nevelslierten. Hard als steen
Voelt aan je voet de aarde, hard en droog

Het kraakt nu en het krast, je hoort de stilte
Je kijkt met beide oren om je heen
Je proeft beweging, mist het katteoog
Maar tastbaar ben je meer dan niet alleen

Het park geeft zijn geheimen moeizaam prijs
Aan wie het duister niet als taal verstaat –
Toch hangt hier jachtlust, hunker en verlangen

En laat het prooidier zich gewillig vangen
Wanneer de roes het hazehart verslaat –
De nacht wordt dan trofee en eerbewijs

 

 

 

 1071294-5fd0e1691a399fd81ebf19fea0307ba0.jpg

Cees van der Pluijm (Radio Kootwijk, 12 januari 1954)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jacques Hamelink werd geboren op 12 januari 1939 in Driewegen, bij Terneuzen. Zie ook alle tags voor Jacques Hamelink op dit blog.

 

 

Sonnet van de Jacobstoren

 

De ultiem hoogzeegeboren
favoriet Michieltje beklom
de trap van de Jacobstoren
en hij ging bij de spits buitenom.

Zijn rug naar alle folklore
en het complete koedierendom
blaast het knechtje de horen.
Hei nu ik Jacob de bruidegom.

Na de horkig horlogerader
werk is plaveidiepgeplet alree
het bijbelschooltje vergaderd

en naar hare hoogheid in het kader
van Okeanos gaat mijn hoezee
uit van de konijnegrootvader.

 

 

 

 

Geste van stervende

 

(in trance zijn zoons hand vasthoudend)

Nadat ik gestorven ben moet je zien dat je benoemd wordt
tot officieel historicus en na je benoeming niet vergeten

het Boek te schrijven dat ik zelf schrijven wilde. Er waren
onophoudelijk oorlogen. Nu echter heeft Han het rijk herenigd

maar ik, de officieel historicus, heb de daden van onze grandes
nog niet vastgelegd; en het land heeft derhalve geen Geschiedboek.

Dit is de hartpijn van mijn leven. Je moet dit altijd in gedachten
houden, mijn kind, en mijn onverwezenlijkte ambitie verwezenlijken.

 

 

 

 1071294-7c5130b9f4e9cd001be7a0e127fe4ac8.jpg

Jacques Hamelink (Terneuzen, 12 januari 1939)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Kamiel Verwer werd op 12 januari 1979 in Tilburg geboren. Zie ook mijn blog van 12 januari 2011.

 

 

Le vieillard

 

Angstwekkend nauwkeurig ratelen uit zijn mond               

de woorden de prothesen van zijn ingrijpen

gerijpt als de rimpels onder zijn huid

 

Gezeten in zijn uiteindelijke zetel

heeft alles wat hij bezigt

iets definitiefs

 

Ogen die nog priemen door hun eigen waas

O eigenaardige laatste traan

 

Ik kan mij niet verplaatsen

in de wereld achter dat gestaar

want zinloos schijnt de levensavond

mij, die verstoten blijft in zichzelf

onder een traag gebaar

 

 

 

Schlußstück

Der Tod ist groß.
Wir sind die Seinen
lachenden Munds.
Wenn wir uns mitten im Leben meinen,
wagt er zu weinen
mitten in uns.

 

 

Rainer Maria Rilke

 

 

Slotstuk

 

De dood is groot.

Wij zijn van hem de

lachende mond.

Als we ons midden in het leven menen,

waagt hij het te wenen

midden in ons.

 

 

 

 1071294-9b92b17f9f2ce4787366c5ac238d0db0.jpg

Kamiel Verwer (Tilburg, 12 januari 1979)

 

 

 

 

 

De Japanse schrijver en vertaler Haruki Murakami werd geboren op 12 januari 1949 in Kyoto. Zie ook alle tags voor Haruki Murakami op dit blog.

 

Uit: De olifant verdwijnt (Vertaald door Jacques Westerhoven)

 

"Ik waste me met extra zorg, scheerde me, roosterde een snee brood, en zette koffie. Ik voerde de kat, verschoonde zijn bak, deed mijn stropdas om, en poetste mijn schoenen. Daarna stapte ik op de bus en ging naar de fabriek. Daar maakten we olifanten.
Natuurlijk is het maken van een olifant geen eenvoudig werk. Zo’n beest is enorm groot en zit heel ingewikkeld in elkaar. Het is wel iets anders dan het maken van haarspelden of kleurpotloden. De fabriek staat op een uitgestrekt terrein en bestaat uit verschillende gebouwen, allemaal even groot. Elke sectie heeft zijn eigen codekleur. Ik was die maand bijvoorbeeld te werk gesteld op de orenafdeling, dus ik werkte in een gebouw met gele plafonds en pilaren. Mijn helm en broek waren ook geel. Daar maakte ik continu olifantsoren. De maand daarvoor werkte ik in een groen gebouw, met een groene helm op en een groene broek aan, om olifantskoppen te maken. Elke maand worden we als zigeuners doorgestuurd naar een andere sectie. Dat is voorschrift, op onze fabriek. Op deze manier leren we allemaal begrijpen hoe de hele olifant in elkaar zit. Je leven lang oren maken, of je leven lang nagels – dat is bij ons niet toegestaan. De kopstukken maken een doorstroomschema, en wij stromen netjes door.
Het maken van een olifantskop is heel bevredigend. Het is een vreselijk priegelwerk, en als de dag erop zit ben je zo bekaf dat je je mond nauwelijks kunt roeren. Na één maand was ik drie kilo afgevallen. Maar het geeft je echt zo’n gevoel van: ik doe iets. Daarbij vergeleken zijn oren eigenlijk doodeenvoudig. Je maakt een stuk of wat dunne, platte dingen, brengt een paar rimpeltjes aan, en klaar is Kees. Als we de orenafdeling worden overgeplaatst, heet dat bij ons: ‘met orenverlof gaan’. Na een maand orenverlof stroom ik door naar Slurven, en dáár moet je juist weer ontzettend zorgvuldig te werk gaan. De slurf moet natuurlijk heen en weer kunnen zwaaien, en de neusgaten moeten helemaal doorlopen, anders kan de voltooide olifant weleens woest worden. Nee, slurven maken is een slopende bedoening."

 

 

 1071294-2530bcf0502d5f4ceca7b25476874247.jpg

Haruki Murakami (Kioto, 12 januari 1949)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en schilder Alain Teister (eig. Jacob Martinus Boersma werd geboren in Amsterdam op 12 januari 1932. Zie ook mijn blog van 12 januari 2009 en ook mijn blog van 12 januari 2010 en ook mijn blog van 12 januari 2011.

 

 

De kunstcriticus 4

 

De schilderijen van Karel zijn
sterk. Ruimtelijk, Decoratief.
Mooi van kleur. En met fijn,
met echt beeldend vermogen
geborsteld en gepenseeld.
En wat is er met de composiite?
De compositie is origineel.
En de etsen van Gerrit en Japik zijn
mooi in zwart wit verdeeld,
gevoelig van lijn,
hun droge naalden zijn als fluweel.
En wat is er met de compositie?
De compositie is origineel.
En de aquarellen van Hoereboer,
de beelden van Kees, de litho's van Neel,
de mozaïeken van Keesje zijn stoer
van aanpak, tansparant, sterk en beeldend,
verrassend opmerkelijk veel
belovend.
En de compositie is
jezus natuurlijk de compositie is
origineel.

 

 

 1071294-902b3b070cc3929f4fe18c56d6ce680e.jpg

Alain Teister (12 januari 1932 – 6 februari 1979)

Hier zich bukkend, met baard Simon Vinkenoog 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Jakob Michael Reinhold Lenz werd geboren op 12 januari 1751 in Seßwegen. Zie ook alle tags voor Jakob Michael Reinhold Lenz op dit blog.

 

Uit: Der Landprediger

 

“Ich will die Geschichte eines Menschen erzählen, der sich wohl unter allen möglichen Dingen dieses zuletzt vorstellte, auf den Flügeln der Dichtkunst unter die Gestirne getragen zu werden.

Mannheim ward von seinem Vater, einem Geistlichen im Thüringischen, auf die Universität geschickt. Er hatte sich dem geistlichen Stande gewidmet, nicht sowohl um seinem Vater Freude zu machen, als weil er sich dazu geboren fühlte. Von Kindheit an waren alle Ergötzungen, die er suchte, die Ergötzungen eines alten Mannes und ihm nicht besser als in einer Gesellschaft, wo Tabak geraucht und über gelehrte Sachen disputiert wurde. Seines Vaters Predigten schrieb er aus eigenem Trieb nach und hielt sie insgeheim bei verschlossenen Türen, nachdem er seines Vaters Perücke aufgesetzt und seinen Mantel umgetan, dem Perückenstock und Kleiderschrank wieder vor. Er fiel halb ohnmächtig nieder, als sein Vater mit einer großen Gesellschaft von Landpfarrern ihn einmal belauscht hatte und die Tür plötzlich mit dem Hauptschlüssel aufmachte.

Diese Freude aber ward dem guten alten Mann sehr versalzen. Er war ein großer Freund der Dogmatik und der Orthodoxie und hatte sich deswegen mit seinem kleinen Johannes sehr viel Mühe gegeben. Bei unsern leichtsinnigen Zeiten fürchtete er nichts so sehr, als daß sein Sohn, sobald er dem väterlichen Auge entrückt würde, auf den hohen Schulen von herrschenden freigeisterischen und sozinianischen Meinungen angesteckt werden möchte. Denn ob er gleich den Sozinus nie gelesen und nur aus Walchs Ketzerliste kannte, so hatte er doch einen solchen Abscheu vor ihm, daß er alle Meinungen, die mit seinen nicht übereinstimmten, sozinianisch nannte. Er nahm demzufolge alle mögliche Präkautionen und empfahl ihn zum strengsten den Lehrern, die er selbst gehabt hatte, oder von denen er wenigstens mit Überzeugung wußte, daß sie in die Fußstapfen ihrer Vorgänger getreten waren. Zugleich warnte er ihn, mit allen Schreckbildern, die in seiner Imagination waren und damals auf den jungen Zögling großen Eindruck machten, vor nichts so sehr als vor allen Gesellschaften junger Leute, besonders derer, die die Modewissenschaften trieben, empfahl ihm den Umgang seiner Professoren, malte ihm die Aussicht seiner Wiederkunft mit den reizendsten Farben, worunter sogar den schönen Augen der Tochter seines Propstes eine Stelle vergönnet wurde, die sich so oft nach dem kleinen Johannes wollte erkundigt haben und ihm beim Abschiede einen schönen rotseidenen Geldbeutel strickte, dem zu Gefallen er, seit der Zeit bis zu seiner Beförderung, immer in den Hosen geschlafen hat.“

 

 

1071294-45cfbde9ab3226ed64a21a3d1b3874e9.jpg
Jakob Michael Reinhold Lenz (12 januari 1751- 24 mei 1792)



 

De Albanese schrijver Fatos Kongoli werd geboren op 12 januari 1944 in Elbasan. Zie ook mijn blog van 12 januari 2009 en ook mijn blog van 12 januari 2010 en ook mijn blog van 12 januari 2011.

 

Uit: Hundehaut (Vertaald door Joachim Röhm)

 

„Das ist unerhört, dachte der Mensch, das ist eine Niedertracht. Und ohne lange zu zögern, beseitigte er sämtliche steinernen Platzhalter. Dieser Zwischenfall hatte zur Folge, daß man sich auf folgenden Grundsatz verständigte: ein Platz galt nur dann als reserviert, wenn man seinen Korb oder seine Tasche mit den Flaschen darauf hinterlassen hatte. Später reichte auch das nicht mehr, weil immer noch Raum für Tricks und Schliche blieb. Jetzt wurde eine eherne Regel eingeführt: ein belegter Platz wurde nur respektiert, wenn es außer dem Flaschenkorb auch eine dazugehörige Person gab, die ständigen Sichtkontakt zu ihrem Vordermann respektive Vorderfrau hielt, um dem Eindringen von Spitzbuben entgegenwirken zu können.
Ich betrog Marga zum ersten Mal zu einer Zeit, als die Milch nur noch tröpfchenweise floß, die Schlangen besonders gedrängt standen, Marga mit Irma schwanger und Tom sechs Jahre alt war.
Um zwei Uhr morgens weckte mich das Scheppern des mechanischen Weckers chinesischer Herkunft, den ich auf dem Nachttisch stehen hatte. Mir ein wenig Wasser ins Gesicht zu spritzen, mich anzuziehen und die Treppe hinunterzugehen, kostete knappe fünfzehn Minuten. Damit schaffte ich es gewöhnlich unter das erste Dutzend der Wartenden in der Männerschlange. Ich befand mich also, die Frauenschlange mitgerechnet, unter den ersten zwei Dutzend Kunden und hatte folglich gute Chancen, schnell an meine Milch zu kommen. Da ab halb vier verkauft wurde, reichte es nach der Rückkehr in die Wohnung wohl noch zu zwei Stunden Schlaf, ehe ich zur Arbeit mußte.
Seit damals leide ich unter einer Unverträglichkeit, was Schellen und Klingeln aller Art angeht, mechanische oder elektrische. Wenn sie losgehen, ist mir, als bohre sich etwas in meinen Schädel, und meine Nerven beginnen zu glühen. Am liebsten würde ich vor Schmerzen brüllen, um mich herum wird es Nacht, und Nebel beginnt zu wabern. Durch den Nebel hindurch erkenne ich in der Ferne eine schattenhafte Gestalt, die sich entfernt. Ich kann sie nicht erreichen. Dann löst sich die Gestalt in der Dunkelheit auf und macht einer grotesken Schar von Männern und Frauen Platz.
Ich vermag nicht mehr genau zu sagen, wann mir Dolores’ Anwesenheit zum ersten Mal auffiel.“

 

 

 1071294-9f6f5fc011b370c746163c3e16e3a6fb.jpg

Fatos Kongoli (Elbasan, 12 januari 1944)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e januari ook mijn blog van 12 januari 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 19:17 Reageer op dit bericht

Jasper Fforde, Katharina Hacker, Marc Acito, Nikos Kavvadias, Mart Smeets, Oswald de Andrade, Eduardo Mendoza

De Britse schrijver en cameraman Jasper Fforde werd geboren op 11 januari 1961 in Londen. Zie ook alle tags voor Jasper Fforde op dit blog.

 

Uit: Something Rotten


“Bradshaw looked across at me and raised an eyebrow quizzically. As the Bellman—the head of Jurisfiction—I shouldn't really be out on assignment at all, but I was never much of a desk jockey, and capturing the Minotaur was important. He had killed one of our own, and that made it unfinished business.
During the past week, we had searched unsuccessfully through six Civil War epics, three frontier stories, twenty-eight high-quality westerns and ninety-seven dubiously penned novellas before finding ourselves within Death at Double-X Ranch, right on the outer rim of what might be described as acceptably written prose. We had drawn a blank in every single book. No Minotaur, nor even the merest whiff of one, and believe me, they can whiff.
"A possibility?" asked Bradshaw, pointing at the PROVIDENCE sign.
"We'll give it a try," I replied, slipping on a pair of dark glasses and consulting my list of potential Minotaur hiding places. "If we draw a blank, we'll stop for lunch before heading off into The Oklahoma Kid."
Bradshaw nodded and opened the breech of the hunting rifle he was carrying and slipped in a cartridge. It was a conventional weapon, but loaded with unconventional ammunition. Our position as the policing agency within fiction gave us licensed access to abstract technology. One blast from the eraserhead in Bradshaw's rifle and the Minotaur would be reduced to the building blocks of his fictional existence: text and a bluish mist—all that is left when the bonds that link text to meaning are severed. Charges of cruelty failed to have any meaning when at the last Beast Census there were over a million almost identical Minotaurs, all safely within the hundreds of books, graphic novels and urns that featured him. Ours was different—an escapee.“

 

 

 1070688-4865a036408f788cce8e3fabcbc6b5a6.jpg

Jasper Fforde (Londen, 11 januari 1961)

 

 

 


De Duitse dichteres en schrijfster
Katharina Hacker werd geboren op 11 januari 1967 in Frankfurt am Main.
Zie ook alle tags voor Katharina Hacker op dit blog.

 

Uit: Eine Dorfgeschichte

 

„Die Vorratskeller im Dorf fanden sich nicht unter den Häusern, sondern, vom Hof getrennt, oft auf der anderen Straßenseite, als wolle man sicher sein, dass ein Brand nicht gleich die Vorräte - Kartoffeln, Eingemachtes, Apfelwein - mit vernichtete. Es waren  gemauerte, kalte Gewölbe, wie Verliese dunkel, man konnte dort ohne Licht nicht hinein,  und wo keines da war, musste man die Taschenlampe nehmen oder eine Kerze. Als Kinder  wurden wir manchmal geschickt von unserer Nachbarin, Kartoffeln, Äpfel, Sprudel zu holen,  in Fässern gab es Apfelwein, die Keller waren furchteinflößend, man hörte Mäuse oder anderes Getier; zwar haben wir nie Ratten gesehen, aber wie sollten in einem solchen  Kerker nicht Ratten sein oder Gerippe, die Reste von Gefangenen. Sie lagen auf dem  Lehmboden, auf dem man ausrutschte, wenn man nicht achtgab, die Beine konnte man sich brechen und würde im Dunkeln liegenbleiben, lange, denn hören konnte einen niemand, wenn man von dort unten rief.
Mit der Zeit bekamen die Kartoffeln Augen, die Äpfel faulten, die Krüge brachen. Wo das  Gewölbe endete, ­kamen aus der nackten Erde Maden und Engerlinge - Gewürm, das auch  die Toten fraß, sagte mein Bruder Simon. Ich klammerte mich an das Licht, an die alte  Taschen­lampe aus Kriegszeiten, die sich auf Rot und Grün einstellen ließ, ging trotzdem in  den Keller, füllte den Krug mit Apfelwein, füllte die Körbe mit Kartoffeln. Ein Mal traf ich  etwas, ein Tier oder einen Toten, hinter den im Herbst aufgetürmten Äpfeln verborgen, kam  nicht hervor, rief nur, ganz leise, duckte sich wieder, vielleicht war es bloß ein Dieb. Ich wagte vor Entsetzen nicht, der Bäuerin etwas zu sagen, ich fürchtete, sie würde nach­sehen und nie wiederkommen, sie ging am Sonntag in die Kirche, trug das Gebetbuch unterm Arm, vor  Toten war sie aber wahrscheinlich doch nicht sicher.“

 

 

1070688-9e32fd5eb93d0766e32d9e33cc3ef2d5.jpg
Katharina Hacker (Frankfurt am Main, 11 januari 1967)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en columnist Marc Acito werd geboren op 11 januari 1966 in Bayonne, New Jersey. Zie ook mijn blog van 11 januari 2009 en ook mijn blog van 11 januari 2010 en ook mijn blog van 11 januari 2011.

 

Uit: How I Paid for College

 

„I step out of the pool. “You’re looking at this Grease thing all wrong, Sis. Think of us as guest stars, like Eve Arden and Frankie Avalon in the movie.” (Fully aware that I wouldn’t make a convincing Danny Zuko, I opted to play Teen Angel instead.) “Let everyone else knock their brains out learning the frigging Hand Jive; in the end you and I are still going to come in and steal the show with our finely wrought comic interpretations.”
Paula sighs. She knows I’m right.
“Besides, I, for one, have more important things to deal with.” I’m speaking, of course, about my audition for Juilliard.
Juilliard.
Now in case you live in Iowa or something and don’t know anything about it, perhaps I should explain that Juilliard is the finest institution for acting in the entire country, the Tiffany’s of drama school. Everybody famous went there — Kevin Kline, William Hurt, Robin Williams — and ever since I starred in The Music Man in the ninth grade I’ve known I wanted to go there, too. I’ve already got one surefire contemporary audition monologue (Mozart in Amadeus, a prankish man-boy I was born to play), but I need to come up with a classical one, too. So I’ve bought myself a brand-new Complete Works of Shakespeare — a really nice one, with a velvet cover and gold leaf on the ends of the pages — and I’m going to spend my entire summer reading it. Plus work on my tan.
Paula parks her inflatable barge in the shallow end and extends her hand for me to help her up. She frowns at me, like I’m a dress she’s trying to decide whether or not to buy.“

 

 

1070688-1a2197054904f7df9032898fe6fc8554.jpg 

Marc Acito (Bayonne, 11 januari 1966)

 

 

 

 

De Griekse dichter, schrijver en zeeman Nikos Kavvadias werd geboren op 11 januari 1910 in Nikolski Ousouriski. Zie ook mijn blog van 11 januari 2009 en ook mijn blog van 11 januari 2010 en ook mijn blog van 11 januari 2011.

 

 

 

A bord de L'"Aspasia

 

Hunted by fate, you travelled towards

Switzerland, the pure-white but grieving;

always oon deck, in a chaise-longue, skin yellow

foor that dreadful but all too well-known reason.

 

Your people uneasily fussed around you;

indifferent, you gazed out to sea. All they said

raised only a bitter laugh, for you knew

your journey would lead to the land of the dead.

 

One evening, as we were passing Stromboli,

you turned to someone, laughing, to speak:

"How my sick body, here, as it burns,

is like that volcano's flaming peak!"

 

Later I saw you in Marseilles,

lost, without looking back, as you left.

And I, who loved only the watery waste –

you were someone I could have loved.

 

 

 

 1070688-895906315f553fc27730af25b0a5b508.jpg

Nikos Kavvadias (11 januari 1910 – 10 februari 1975)

 

 

 

 

 

De Nederlandse (sport)journalist, schrijver en radio- en televisiepresentator Martinus Jan (Mart) Smeets werd geboren in Arnhem op 11 januari 1947. Mart Smeets viert vandaag zijn 65e verjaardag. Zie ook mijn blog van 11 januari 2011.

 

Uit: Op de fiets lukte het Hamilton niet (Column in Trouw)


„Hij draait en liegt, zijn Tour-film wordt razendsnel uit de roulatie gehaald. Hamilton heeft een verklaring: het komt door resthoeveelheden bloed van zijn ooit in de buik van zijn moeder overleden tweelingbroer.
De wereld moet dat geloven.
Hij wordt een pathetische leugenaar, maar dat lijkt het vaste patroon van 'pakkers' in het peloton.
Zijn 'derde slag = uit' komt later. Een middel om depressies tegen te gaan; het was meer dan cri de couer.van een dan getormenteerd mens. Hij had niets meer; geen naam, geen faam, geen geld en zijn vrouw was ook al weggelopen. Hem restte bitterheid. Hij was drie maal positief bevonden en zocht een wissel in het leven.
Hij vond die in het geven van fietsclinics en later door zijn ziel aan de duivel te verkopen.
Zoals zovelen zeggen nadat hij de ormertaschelp even heeft opengetrokken: waarom? Waarom, Tyler Hamilton, kom je, zes jaar na dato, met die reeks aan beschuldigingen tegenover vroegere ploeggenoten en mensen die je vrienden waren.
Wat brandt er bij je, wat brengt je tot deze daad?
Ik zie hem nog in de Tour, de kleine, spichtige man met een hoge pijngrens en een smalle lach. Hij zou die Armstrong er wel eens onder krijgen.
Op de fiets lukte het niet, maar de revanche kwam pas in 2011. Vanuit het achterland rukte hij op voor een vernietigende uithaal. Voor alles wat The Boss, ooit zijn vriend, hemaangedaan had, wist hij nog wel wat vertellingen.
Hier kwam de waarheid.
En de sportwereld keek toe en velen vroegen zich af: waarom? Opluchting heeft toch ook scherpe randen. En een ziel heeft een bodem. En vriendschap heeft, zo blijkt, een houdbaarheidsdatum.“

 

 

 1070688-5f66f401cda45fff25826dd34f6444bc.jpg

Mart Smeets (Arnhem, 11 januari 1947)

 

 

 

 

 

De Braziliaanse schrijver Oswald de Andrade werd geboren op 11 januari 1890 in São Paulo. Zie ook alle tags voor Oswald de Andrade op dit blog.

 

 

MISTAKE OF THE PORTUGUESE

 

When the Portuguese arrived

In a heavy storm

He clothed the Indian

What a pity!

If it had been a sunny morning

The Indian would have undressed

The Portuguese

 

 

 
DITHYRANB

 

My love taught me to be  simple

Like a churche square

Where there is even a bell

Or a pencil

Or any sensuality

 

 

ESCAPED BLACK

 

Geronimo was on another farm

Grinding flour in the kitchen

They came in

They got him

The pestle fell

He tripped

And fell

They got on top of him



Vertaald door Jean R. Longland

 

 

 1070688-f157923f440437f001b96ce70fa61e42.jpg

Oswald de Andrade (11 januari 1890 – 22 oktober 1954)

 

 

 

 

De Spaanse schrijver Eduardo Mendoza werd geboren in Barcelona op 11 januari 1943. Zie ook alle tags voor Eduardo de Mendoza op dit blog.

 

Uit: The Olive Labyrinth (Vertaald door Nick Caistor)

 

 "Ladies and gentlemen, on behalf of Captain Flippo, who is returning to his post today following a recent cataract operation, we would like to welcome you on board this Flight 404 to Madrid, and wish you a pleasant journey. Flying time will be fifty minutes, and we will be cruising at an altitude of etc, etc, etc,”
More experienced than me, the few other passengers on the Air Shuttle at that time of day did up their seat belts and stuck their stubbed-out cigarettes behind their ears for later. The engines roared into life, and the plane lurched along the runway, swaying so much I began to worry that if this was what it was like on the ground, what might we expect in the skies over Spain? I peered out of the window to see if by some miracle we had already arrived at Madrid, but caught only a hazy glimpse of Barcelona airport in the distance. As I watched the terminal disappear in the darkness, I could not help asking myself the question that an avid reader may perhaps also by now be pondering: in other words, what a wastrel like me was doing on board the Air Shuttle, why was I heading for the capital of our realm, and why I was giving such a detailed description of this Golgotha that thousands of Spaniards put themselves through every day? To which I will respond that Madrid was the starting-point for one of the most dangerous, complex, and for anyone willing to learn the lesson of this story, most edifying adventures I have ever embarked upon. However, to say that everything began on an aeroplane would not be the honest truth: it had all started the night before, and for the sake of chronological accuracy I must go back and relate the disturbing events which took place at that time.“

 

 

 1070688-ba00bbb075db68bb25b89621c5b115d2.jpg

Eduardo Mendoza (Barcelona, 11 januari 1943)

 

 



Zie voor nog meer schrijvers van de 11e januari ook mijn blog van 11 januari 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:31 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten