Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 14 januari 2012 tot 15 januari 2012

F. Springer, Osip Mandelstam, Mihai Eminescu, Johannes Beilharz, Molière, Franz Grillparzer

De Nederlandse schrijver en diplomaat F. Springer (eig. Carel Jan Schneider werd geboren in Batavia op 15 januari 1932. Zie ook alle tags voor F. Springer op dit blog.

 

Uit: Bougainville

 

‘Je bevindt je samen uitgerekend in zo'n afgelegen pestland en dan gebeurt zoiets. Ik weet dat hij vaak aan mij dacht, en ik heb hem vaak in mijn verhaaltjes gebruikt, zijn uiterlijk, dingen die hij vroeger zei, een paar gemeenschappelijke avonturen... Als ik was meegegaan naar Cox's Bazaar die dag, had ik hem misschien kunnen redden. Weet je, Madeleen, dat ik deze gedachte nog nooit tegenover iemand heb uitgesproken...’

Nu keek ze me aan. Ik pakte haar hand en zo zaten we heel lang en ze huilde geluidloos.

‘Je hoeft je zelf niets te verwijten, Bo.’ Een glimlach door tranen heen. Ik keek naar haar vingers. Heel lichtroze gelakte nagels, geen ringen. Roerloos lagen ze in mijn hand.

‘Niemand weet,’ zei ze, ‘niemand weet dat ik hem nog gezien heb. In Amsterdam. Hij moest naar Wenen, maar eerst waren we nog samen. Vierentwintig uur, Bo, vierentwintig hele uren, Bo! Moet je daarop teren voor de rest van je leven, op vierentwintig uren? Ik dacht, een nieuw begin, en hij ook. Of niet? We hebben die dingen niet besproken. We hebben die dingen vroeger ook nooit besproken. De volgende dag hield ik het thuis niet meer uit, ben in het vliegtuig naar Engeland gestapt. Eerst heb ik nog geprobeerd hem op te bellen in zijn hotel. Hij was er natuurlijk niet. Maar ach, wat gaf dat - ik was blij, Bo! Zo had ik mij nog nooit gevoeld. En wachten, wachten op zijn brieven. Niets niets helemaal niets, nooit meer iets gehoord. Ach, ik nam het hem niet kwalijk. Zo was hij vroeger ook, zei ik tegen me zelf. Wekenlang stond hij dagelijks op de stoep, dan opeens twee maanden zelfs geen groet, dan opeens Amerika. En waarom ook niet? Zo was het tussen ons. We hebben er ook vroeger nooit over gesproken hoe het verder moest, dan krijg je die misverstanden...’

Moest ik nu met opa's oude kasboek op tafel komen? Nú moest ik toch zeggen dat ik alles wist, dat ze niet verder hoefde te gaan, dat Tommie vanuit Wenen had gebeld, elke avond - maar hoe had hij in godsnaam kunnen weten dat ze redeloos van geluk het vliegtuig naar Engeland had genomen, en had ze zélf niet kunnen schrijven? Had ik het recht haar nog verdrietiger te maken dan ze al was door haar erop te wijzen dat ze door die vliegreis alles, alles... Had hij mij die verdomde memoires maar nooit gestuurd.“

 

 

 1073131-8d19a9f77926d7db711e0e5a927b6628.jpg

F. Springer (15 januari 1932 –7 november 2011)

 

 

 

 

 

De Russische dichter Osip Mandelstam werd geboren op 15 januari 1891 in Warschau. Zie ook alle tags voor Osip Mandelstam op dit blog.

 

 

Leningrad

 

Terug in de stad mij tot tranen bekend,

In het merg, in het bloed tot het laatste bekend.

 

Je bent weer terug, dus je vreet je meteen

Door de levertraanmist van de avonden heen.

 

Zorg dat je de dag van december herkent,

Boosaardige teer is met eigeel gemengd.

 

Petersburg! En mijn sterven wordt uitgesteld:

Ik heb nog zovelen niet opgebeld.

 

Petersburg! Ik heb menig adres in mijn boek

Waarmee ik de stem der gestorvenen zoek.

 

Ik woon driehoog achter in kommer en kwel,

En schrik me te pletter bij iedere bel.

 

Terwijl ik mijn dierbare gasten verwacht,

Rammel ik aan mijn deurketting iedere nacht.

 



Vertaald door de Vertaalgroep Leidse Slavisten

 

 

 

Kooi

 

Je gestalte, ijl en tergend,
onttrok zich in de nevel aan mijn greep.
'O God', riep ik onverhoeds,
niet beseffend wat ik zei.

 

Gods naam schoot als een grote vogel
uit mijn borst naar buiten ...
Vóór mij kolkende nevelslierten,
daarachter een lege kooi ...

 

 

 

Vertaald door Kees Verheul

 

 

 

 1073131-ec2ae7d0f14ebc9872542f32825bc862.jpg

Osip Mandelstam (15 januari 1891 – 27 december 1938)

 

 

 



De Roemeense dichter
Mihai Eminescu (eigenlijk Mihail Eminovici) werd geboren op 15 januari 1850 in Botoşani bij Czernowitz Zie ook alle tags voor Mihai Eminescu op dit blog.

 

 

 

Sonnet I

Without 'tis autumn, the wind beats on the pane
With heavy drops, the leaves high upwards sweep.
You take old letters from a crumpled heap,
And in one hour have lived your life again.

Musing, in this sweet wise the moments creep:
You pray no caller will your door attain;
Better it is when dreary falls the rain
To dream before the fire, awaiting sleep.

And thus alone, reclining in my chair,
The fairy Dochia's tale comes to my mind
While round me haze is gath'ring in the air.

Then softly down the passage footsteps wind,
Faint, sound of rustling silk upon the stair...
And now my eyes cold, tapering fingers bind.

 

 



Down Where The Lonely Poplars Grow


Down where the lonely poplars grow
          How often have I erred;
My steps that all the neighbours know
          You only have not heard.

Towards your window lighted through
          How oft my gaze has flown;
A world entire my secret knew
          You only have not known.

A word, a murmur of reply
          How often did I pray!
What matters then if I should die,
          Enough to live that day;

To know one hour of tenderness,
          One hour of lovers' night;
To hear you whisper's soft caress
          One hour, then come what might!

Had you but granted me a glance
          That was not filles with scorn,
Out of its shinning radiance
          A new star hab been born.

You would have lived through lives untold
          Beyond the ends of time;
O deity with arms so cold,
          O marble form sublime!

An idol of some pagan lore
          As now no more is seen,
Come down to us from times yore,
          From times that long have been.

My worship was of ages gone,
          Sad eyes by faith beguiled,
Each generation handed on
          From father unto child.

But now I very little care
          To walk along that lane,
Nor heed the face I found so fair
          Looks out for me in vain;

For you are like them today
          In bearing and in guise,
And I but look on your display
          With cold and lifeless eyes.

You should have known to value right
          With wondering intent,
And lit your candela at night
          To Love that God had sent.

 

 

 

Vertaald door Corneliu M. Popescu)

 

 

 

1073131-a2962a9ec9e917a899fcc543c66b48c3.jpg 

Mihai Eminescu (15 januari 1850 - 15 juni 1889)

Sculptuur in Onesti

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, vertaler en schilder Johannes Beilharz werd geboren op 15 januari 1956 in Oberndorf am Neckar. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010 en ook mijn blog van 15 januari 2011.

 

 

Ein Gemälde

 

Getreidesäcke, die munter tollend durch die Luft fliegen ...

"Cuatro granos de trigo"

Auf welcher Hochebene mag das gewesen sein? Welche Sierra hat da hineingeschnitten?

War eine Abtei dabei, die am blauen Meer oder vor einem blauen Horizont auftaucht wie eine Insel und einen Eindruck von Unbelebtheit hinterläßt?

 

Eine Mühle, war da nicht eine Windmühle?

 

Das größte Bild, das ich jemals gesehen habe. So hoch, daß es nur schräg in die Halle hineinpaßte.

 

Daneben die Insel eines Kunstledersofas mit Wartenden, die nicht einmal vorgaben, das Bild anzuschauen. Ruhe ist die erste Bürgerfreude.

 

Verließ jemand das Sofa, eilte gleich jemand anders herbei, kaum Augenkontakt, jedoch fast Körperkontakt.

 

Manuel de Falla, Andalusien, Stuttgart, Katalonien, Schwäbisch, Hochdeutsch, Französisch, Beine, Kleider, gepflegt paranoisch Kritisches, unparanoisch Kritisches, ungepflegt unparanoisch Unkritisches?

 

¡Viva la asociación muda!

 

 

 

 1073131-b798fae55ab0309271ed86c1c7590216.jpg

Johannes Beilharz (Oberndorf am Neckar, 15 januari 1956)

 

 

 

 

 

De Franse toneelschrijver en acteur Molière (pseudoniem van Jean-Baptiste Poquelin) werd geboren in Parijs op 15 januari 1622. Zie ook alle tags voor Molière op dit blog.

 

Uit: Der Geizige (Vertaald door Wolf Heinrich Graf von Baudissin)

Valère. Elise.

Valère.

Wie, meine teure Elise, ich sehe Euch nachdenklich und sorgenvoll, nachdem Ihr eben die Großmut hattet, mich Eurer Treue zu versichern? Muß ich Euch, – ach! – mitten in meiner Freude seufzen sehn? Ist's Euch leid, mich glücklich gemacht zu haben? Und bereut Ihr das Versprechen, zu dem meine Leidenschaft euch überredet hat? –

Elise.

Nein, Valère, ich kann nichts bereuen, was ich für Euch gethan habe; ich fühle mich durch eine zu sanfte Gewalt dazu hingezogen, und kann nicht einmal wünschen, daß dies alles nicht geschehen wäre. Aber wenn ich Euch die Wahrheit gestehn soll, unser bisheriger Erfolg beunruhigt mich, und ich fürchte zuweilen, ich liebe Euch mehr als ich sollte.

Valère.

Aber, geliebte Elise, was könnt Ihr von Eurer Güte gegen mich besorgen? –

Elise.

Ach, hunderterlei: den Zorn meines Vaters, die Vorwürfe der Familie, das Urteil der Welt: mehr aber als dies alles, Valère, die Wandelbarkeit Eures Herzens, und die schnöde Kälte, mit der ihr Männer so oft die zu warmen Äußerungen einer unschuldigen Neigung vergeltet.

Valère.

Um alles in der Welt, thut mir nicht das Unrecht an, mich nach andern zu beurteilen. Traut mir alles Mögliche zu, teure Elise, nur nicht, daß ich meine Pflicht gegen Euch vergessen könnte. Dazu liebe ich Euch zu sehr, und meine Liebe wird nur mit meinem Leben erlöschen! –

Elise.

Ach, Valère, das sagt jeder. Alle Männer gleichen sich in ihren Reden, und nur ihre Thaten unterscheiden sie.

 

 

 1073131-79c9d864514d15891740953155d19858.jpg

Molière (15 januari 1622 - 17 februari 1673)

Romain Duris als Molière in de film van Laurent Tirard uit 2007

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Franz Grillparzer werd geboren in Wenen op 15 januari 1791. Zie ook alle tags voor Franz Grillparzer op dit blog.

 

Uit: Das Kloster bei Sendomir

 

„Die Strahlen der untergehenden Sonne vergoldeten die Abhänge eines der reizendsten Täler der Woiwodschaft Sendomir. Wie zum Scheidekuß ruhten sie auf den Mauern des an der Ostseite fensterreich und wohnlich prangenden Klosters, als eben zwei Reiter, von wenigen Dienern begleitet, den Saum der gegenüberliegenden Hügelkette erreichten, und, von der Vesperglocke gemahnt, nach kurzem, betrachtendem Verweilen, ihre Pferde in schärfern Trott setzten, taleinwärts, dem Kloster zu.

Die Kleidung der späten Gäste bezeichnete die Fremden. Breitgedrückte, befiederte Hüte, das Elenkoller vom dunklen Brustharnisch gedrückt, die straffanliegenden Unterkleider und hohen Stulpstiefeln erlaubten nicht, sie für eingeborne Polen zu halten. Und so war es auch. Als Boten des deutschen Kaisers zogen sie, selbst Deutsche, an den Hof des kriegerischen Johann Sobiesky, und, vom Abend überrascht, suchten sie Nachtlager in dem vor ihnen liegenden Kloster.

Das bereits abendlich verschlossene Tor ward den Einlaßheischenden geöffnet, und der Pförtner hieß sie eintreten in die geräumige Gaststube, wo Erfrischung und Nachtruhe ihrer warte; obgleich, wie er entschuldigend hinzusetzte, der Abt und die Konventualen, bereits zur Vesper im Chor versammelt, sich für heute die Bewillkommnung so werter Gäste versagen müßten. Die Angabe des etwas mißtrauisch blickenden Mannes ward durch den eintönigen Zusammenklang halb sprechend, halb singend erhobener Stimmen bekräftigt, die, aus dämpfender Ferne durch die hallenden Gewölbe sich hinwindend, den Chorgesang einer geistlichen Gemeine deutlich genug bezeichneten.

Die beiden Fremden traten in das angewiesene Gemach, welches, obgleich, wie das ganze Kloster, offenbar erst seit kurzem erbaut, doch altertümliche Spitzformen mit absichtlicher Genauigkeit nachahmte. Weniges, doch anständiges Geräte war rings an den Wänden verteilt. Die hohen Bogenfenster gingen ins Freie, wo der in Osten aufsteigende Mond, mit der letzten Abendhelle kämpfend, nur sparsame Schimmer auf die Erhöhungen des hüglichten Bodens warf, indes in den Falten der Täler und unter den Bäumen des Forstes sich allgemach die Nacht mit ihrem dunkeln Gefolge lagerte, und stille Ruhe, hold vermischend, ihren Schleier über Belebtes und Unbelebtes ausbreitete.“

 

 

 1073131-3261ebcdc20f1314ee80d253311b9697.jpg

Franz Grillparzer (15 januari 1791 - 21 januari 1872)

Monument in Baden, Kurpark



Zie voor nog meer schrijvers van de 15e januari ook mijn blog van 15 januari 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:00 Reageer op dit bericht

J. Bernlef, Edward St Aubyn, Yukio Mishima, Anchee Min

De Nederlandse schrijver en dichter J. Bernlef werd geboren op 14 januari 1937 in Sint Pancras. Zie ook alle tags voor J. Bernlef op dit blog.

 

Uit: Hersenschimmen

 

”Zakelijke aanpak, Maarten. Die man wil iets van je. Ze beginnen altijd vriendelijk, iets te amicaal. Dat verraadt hen meteen. Dat duidt altijd op achterliggende bedoelingen. Dan is de methode Simic geboden. Simic heeft het me na het werk een keer uitgelegd. We zaten in de cocktaillounge waar Karl na zijn werk altijd heen ging voor hij de ondergrondse naar huis nam. Een chique, wat duistere tent verdeeld in met donkerpaars fluweel beklede boxen met van die kelkvormige melkglaslampjes uit de jaren twintig op de tafeltjes. Simic, Karl Simic. Een Joegoslavische naam geloof ik. Spreek uit: Simmitsj. Daar ging hij iedere dag een paar whisky’s drinken. Ja, hij kon hem soms flink raken, die Karl.
‘Heb je dorst,’ vraagt Vera. ‘Je zit zo met je lippen te smakken.’
‘Whisky on the rocks.’
Er zit een man in de kamer met een boerse vierkante kop, met hangwangen, grote oorlellen en kortgeknipt stug blond haar. Hij is er. Hij lacht. Hij weet niets van de methode Simic. Hij heeft een fotoalbum op zijn schoot waar hij in bladert. Hij bekijkt één foto nauwkeurig en reikt me dan het opengeslagen album aan.
Uitgerekend een trouwfoto. Ben ik totaal niet in de stemming. Maar Simic zou zeggen: stelregel één: herhaal met beleefde glimlach de woorden van je gesprekspartner terwijl je ter ondersteuning vriendelijk met het hoofd knikt.
Tijdwinst is vooral aan het begin van een gesprek alles.
‘Is dat een foto van uw trouwen?’ vraagt de man.
‘Is dat een foto van uw trouwen?’
Kijk schuin omhoog, tussen hen door en geef knikjes met het hoofd. Dan zeg ik vlug achter elkaar zes keer ja. Dat is Simics tweede regel: beleefdheid tot rituele hoogten opgevoerd. Zelfs als je het nergens mee eens bent, begin met alles te bevestigen, maar ontneem door veelvuldige herhaling meteen weer bet bevestigende karakter aan wat je zegt.
‘Jajajajajaja.’

 

 

 1072545-9a0fa479c96ae85691febd6637b8b1aa.jpg

J. Bernlef (Sint Pancras, 14 januari 1937)

 

 

 

 

De Britse schrijver en journalist Edward St Aubyn werd geboren op 14 januari 1960 in Cornwall. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.en ook mijn blog van 14 januari 2011.

 

Uit: At Last

 

“‘Surprised to see me?’ said Nicholas Pratt, planting his walking stick on the crematorium carpet and fixing Patrick with a look of slightly aimless defiance, a habit no longer useful but too late to change. ‘I’ve become rather a memorial-creeper. One’s bound to at my age.
It’s no use sitting at home guffawing over the ignorant mistakes of juvenile obituarists, or giving in to the rather monotonous pleasure of counting the daily quota of extinct contemporaries. No! One has to “celebrate the life”: there goes the school tart. They say he had a good war, but I know better! – that sort of thing, put the whole achievement in perspective. Mind you, I’m not saying it isn’t all very moving. There’s a sort of swelling orchestra effect to these last days. And plenty of horror, of course. Padding about on my daily rounds from hospital bed to memorial pew and back again, I’m reminded of those oil tankers that used to dash themselves onto the rocks every other week and the flocks of birds dying on the beaches with their wings stuck together and their bewildered yellow eyes blinking.’
Nicholas glanced into the room. ‘Thinly attended,’ he murmured, as if preparing a description for someone else. ‘Are those people your mother’s religious friends? Too extraordinary. What colour would you call that suit? Aubergine? Aubergine à la crème d’oursin? I must go to Huntsman and get one knocked up. What do you mean, you have no Aubergine? Everyone was wearing it at Eleanor Melrose’s. Order a mile of it straight away!
‘I suppose your aunt will be here soon. She’ll be an all too familiar face amidst the Aubergines. I saw her last week in New York and I’m pleased to say I was the first to tell her the tragic news about your mother.“

 

 

1072545-5f8204da9f7f54fe3c1f872858389977.jpg
Edward St Aubyn (Cornwall, 14 januari 1960)

 

 

 

 

De Japanse schrijver Yukio Mishima werd geboren op 14 januari 1925 in Tokyo. Zie ook ook alle tags voor Yukio Mishima op dit blog.

 

Uit: Confessions of a Mask (Vertaald door Meredith Weatherby)

 

„I was born two years after the Great Earthquake.  Ten years earlier, as a result of a scandal that occurred while he was serving as a colonial governor, my grandfather had taken the blame for a subordinate's misdeeds and resigned his post.  Thereafter my family began sliding down an incline

... huge debts, foreclosure, sale of the family estate, and then, as financial difficulties multiplied, a morbid vanity blazing higher and higher like some evil impulse.“

(...)

 

My parents lived on the second floor of the house.  On the pretext that it was hazardous to raise a child on an upper floor, my grandmother snatched me from my mother's arms on my forty-ninth day.  My bed was placed in my grandmother's sickroom, perpetually closed and stifling with odors of

sickness and old age, and I was raised there beside her sickbed.

(...)

 

On NY morning just prior to my fourth birthday, I vomited something the color of coffee.  THe family doctor was called.  After examining me, he said he was not sure I would recover.  I was given injections of camphor and glucose until I was like a pincushion.  The pulses of both my wrist and upper arm became imperceptible.

Two hours lapsed.  They stood looking down at my corpse.

A shroud was made ready, my favorite toys collected, and all the relatives gathered. Almost another hour passed, and then suddenly urine appeared.  My mother's brother, who was a doctor, said, "He's alive!"  He said it showed the heart had resumed beating.

   A little later urine appeared again.  Gradually the vague light of life revived in my cheeks.

   That illness, autointoxication - became chronic with me.  It stuck about once a month, now lightly, now seriously, I encountered many crises.  By the sound of the disease's footsteps as it drew near I came to be able to sense whether an attack was likely to approach death or not.“

 

 

 1072545-55e2f578e24d6d546910ada6226848d2.jpg

Yukio Mishima (14 januari 1925 - 25 november 1970)

 

 

 

 

De Chinese schrijfster Anchee Min werd geboren in Shanghai op 14 januari 1957. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010 en ook mijn blog van 14 januari 2011.

 

Uit: Pearl of China

 

“Before I was Willow, I was Weed. My grandmother, NaiNai, insisted that naming me Weed was better. She believed that the gods would have a hard time making my life go lower if I was already at the bottom. Papa disagreed. "Men want to marry flowers, not weeds." They argued and finally settled for Willow, which was considered "gentle enough to weep and tough enough to be made into farming tools." I always wondered what my mother would have thought if she had lived.
Papa lied to me about my mother's death. Both he and NaiNai told me that Mother died giving birth. But I had already learned otherwise from neighbors' gossip. Papa had "rented" his wife to the town's "Baresticks" in order to pay off his debts. One of the bachelors got Mother pregnant. I was four years old when it happened. To rid her of the "bastard seed," Papa bought magic root powder from an herbalist. Papa mixed the powder with tea and Mother drank it. Mother died along with the seed. It broke Papa's heart, because he had intended to kill the fetus, not his wife. He had no money to buy another wife. Papa was angry at the herbalist, but there was nothing he could do — he had been warned about the poison.
NaiNai feared that she would be punished by the gods for Mother's death. She believed that in her next life she would be a diseased bird and her son a limbless dog. NaiNai burned incense and begged the gods to reduce her sentence. When she ran out of money for incense, she stole. She took me to markets, temples, and graveyards. We would not act until darkness fell. NaiNai moved like an animal on all fours.“

 

 

 1072545-92effd8806ad9503b75b2ac9a3dff03b.jpg

Anchee Min (Shanghai, 14 januari 1957)

 

 



Zie voor nog meer schrijvers van de 14e januari ook mijn vorige blog van vandaag.en eveneens mijn blog van 14 januari 2011 deel 2 en eveneens deel 3

Geschreven door Romenu om 19:02 Reageer op dit bericht

Rudolf Hagelstange, Mary Robison, Martin Auer, Isaäc da Costa

De Duitse dichter en schrijver Rudolf Hagelstange werd geboren op 14 januari 1912 in Nordhausen. Dat is vandaag precies 100 jaar geleden. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010 en ook mijn blog van 14 januari 2011.

 

Uit: Venezianisches Credo.

 

Sonett 1


Ich habe lange, lange wie ein Stein geschwiegen
und mehr noch als ein Stein, in dessen Schweigen
Vergangenes fortlebt wie an kahlen Zweigen,
die noch berührt sind von der Vögel Wiegen.

 

Denn noch ist Krieg, und Blut wird ausgegossen.
Wie aus der Wolke stürtzt es aus den Leibern
und wird nicht aufgefangen von den Weibern,
für die es süßer wallend einst geflossen.

 

Vergessen schießt wie Unkraut um die Kinder,
und Sorge wuchert üppig in den Seelen,
und die Zerstörung maßt sich an, Gericht

 

zu sein, und Urteil spricht der Überwinder.
Wie kann man singen, wenn aus allen Kehlen
der Angstschrei und die Klage bricht?

 

 

 

Sonett 3

 

Ihr sollt sie essen lernen wie der Wurm die Erde.
In ihr schwillt süß das Blut von all denen,
die Ihr erschlugt, und beißt das Salz der Tränen,
die Ihr vergießt, der bittere Schweiß der Herde,

 

der großen namenlosen, die geduldig
- und Ihr in ihr - zum großen Opfer drängte.
Ihr habr das Leben, das Euch neu geschenkte.
Ihr steht in der Schuld. Und Ihr seid schuldig.

 

Wohin Ihr geht, in Länder und auf Meere -
Euch wird die bittersüße Frucht begegnen.
Sie wird im Tau vom Frühlingshimmel regnen.

 

Sie gattet sich der reifen Sommerbeere.
Das Wasser, das Ihr trinkt, ja selbst der Kuß
birgt ihren Saft. An ihr ist Überfluß.

 

 

 

 1072535-85d0ee41ee0b7058e34937ba43eedf76.jpg

Rudolf Hagelstange (14 januari 1912 – 5 augustus 1984)





De Amerikaanse schrijfster Mary Robison werd geboren op 14 januari 1949 in Washington D.C. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010 en ook mijn blog van 14 januari 2011.

 

Uit: Yours

 

“Allison struggled away from her white Renault, limping with the weight of the last of the pumpkins. She found Clark in the twilight on the twig-and-leaf-littered porch behind the house.

He wore a wool shawl. He was moving up and back in a padded glider, pushed by the ball of his slippered foot.

Allison lowered a big pumpkin, let it rest on the wide floorboards.

Clark was much older-seventy-eight to Allison's thirty-five. They were married. They were both quite tall and looked something alike in their facial features. Allison wore a natural-hair wig. It was a thick blonde hood around her face. She was dressed in bright-dyed denims today. She wore durable clothes, usually, for she volunteered afternoons at a children's daycare center.

She put one of the smaller pumpkins on Clark's long lap. "Now, nothing surreal," she told him. "Carve just a regular face. These are for the kids."

In the foyer, on the Hipplewhite desk, Allison found the maid's chore list with its cross-offs, which included Clark's supper. Allison went quickly through the daily mail: a garish coupon packet, a bill from Jamestown Liquors, November's pay-TV program guide, and the worst thing, the funniest, an already opened, extremely unkind letter from Clark's relations up North. "You're an old fool," Allison read, and, "You're being cruelly deceived." There was a gift check for Clark enclosed, but it was uncashable, signed as it was, "Jesus H. Christ."

Late, late into this night, Allison and Clark gutted and carved the pumpkins together, at an old table set on the back porch, over newspaper after soggy newspaper, with paring knives and with spoons and with a Swiss Army knife Clark used for exact shaping of tooth and eye and nostril. Clark had been a doctor, an internist, but also a Sunday watercolorist. His four pumpkins were expressive and artful. Their carved features were suited to the sizes and shapes of the pumpkins. Two looked ferocious and jagged. One registered surprise. The last was serene and beaming.”

 

 

 1072535-fce9963cb6aa5c7440aa4917e580d8dd.jpg
Mary Robison (Washington, 14 januari 1949)





De Oostenrijkse dichter en schrijver, musicus en cabaretier Martin Auer werd geboren op 14 januari 1951 in Wenen. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010 en ook mijn blog van 14 januari 2011.

 

 

Uit: 89 Haiku

 

Und zurasen auf
das Gold der Abendsonne.
Halt das Lenkrad fest!

 

          *

 

Letztes Abendlicht
auf dem Fluss. Über der Stadt
leuchten Blitze auf.

 

          *

 

Der Wald ist noch schwarz.
Aus blauem Nebel treten
zwei Stiere hervor.

 

            *

 

Schwüle Augustnacht.
Kühl ist das Wasser des Teichs.
Fern ein Gewitter.

 

 

 1072535-7303805f61cbf1e59ecb61ae5235536c.jpg

Martin Auer (Wenen,14 januari 1951)

 

 

 

 

 
De Nederlandse dichter en schrijver Isaäc da Costa werd geboren in Amsterdam op 14 januari 1798. Zie ook alle tags voor Isaäc da Costa op dit blog.

 

Bidden

 

Des harten binnenst overleg,
gezegd, gezucht, gedacht!
Het trillen van een stille vlam
die naar de wolken tracht.

Het slaken van een ademtocht,
het vallen van een traan
de blik naar boven van een oog
door God-alléén verstaan.

De eenvoudigheid, het kunstloos waar
der kinderlijke taal,
maar aan wie plaats gegeven wordt
bij ’t Englenlofkoraal.

Des Christens kracht, des Christens lust
des Christens levenslucht
zijn levenskracht in ’t uur des doods,
bij dood en hel geducht.

Des zondaars eerste stemgeluid,
die Jesus valt te voet.
Bij aller heemlen vreugd-gejuich
door ’t "ziet hij bidt!" begroet.

Tot ’s Vaders eer, tot lof des Zoons,
in zin en wil en woord
het door de Heilge Geest gewrocht
volzalig zielsakkoord!

Want bidden doet geen hart alléén,
één Geest dringt ze allen door;
en op zijn Priesterlijke troon
gaat Jesus-zelf ze voor.

Gij-zelf, de Waarheid en de Weg!
ziet biddend op ons neer,
hebt biddend onze strijd volstreên, —
leer Gij ons bidden, Heer!

 

 

 1072535-b8f29d1a7d43b86d404bdcb3a7ffb147.jpg

Isaäc da Costa (14 januari 1798 – 28 april 1860)

 

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 14e januari ook mijn blog van 14 januari 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:56 Reageer op dit bericht

Rudolf Hagelstange, Mary Robison, Martin Auer, Isaäc da Costa

De Duitse dichter en schrijver Rudolf Hagelstange werd geboren op 14 januari 1912 in Nordhausen. Dat is vandaag precies 100 jaar geleden. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010 en ook mijn blog van 14 januari 2011.

 

Uit: Venezianisches Credo.

 

Sonett 1


Ich habe lange, lange wie ein Stein geschwiegen
und mehr noch als ein Stein, in dessen Schweigen
Vergangenes fortlebt wie an kahlen Zweigen,
die noch berührt sind von der Vögel Wiegen.

 

Denn noch ist Krieg, und Blut wird ausgegossen.
Wie aus der Wolke stürtzt es aus den Leibern
und wird nicht aufgefangen von den Weibern,
für die es süßer wallend einst geflossen.

 

Vergessen schießt wie Unkraut um die Kinder,
und Sorge wuchert üppig in den Seelen,
und die Zerstörung maßt sich an, Gericht

 

zu sein, und Urteil spricht der Überwinder.
Wie kann man singen, wenn aus allen Kehlen
der Angstschrei und die Klage bricht?

 

 

 

Sonett 3

 

Ihr sollt sie essen lernen wie der Wurm die Erde.
In ihr schwillt süß das Blut von all denen,
die Ihr erschlugt, und beißt das Salz der Tränen,
die Ihr vergießt, der bittere Schweiß der Herde,

 

der großen namenlosen, die geduldig
- und Ihr in ihr - zum großen Opfer drängte.
Ihr habr das Leben, das Euch neu geschenkte.
Ihr steht in der Schuld. Und Ihr seid schuldig.

 

Wohin Ihr geht, in Länder und auf Meere -
Euch wird die bittersüße Frucht begegnen.
Sie wird im Tau vom Frühlingshimmel regnen.

 

Sie gattet sich der reifen Sommerbeere.
Das Wasser, das Ihr trinkt, ja selbst der Kuß
birgt ihren Saft. An ihr ist Überfluß.

 

 

 

 

Rudolf Hagelstange (14 januari 1912 – 5 augustus 1984)





De Amerikaanse schrijfster Mary Robison werd geboren op 14 januari 1949 in Washington D.C. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010 en ook mijn blog van 14 januari 2011.

 

Uit: Yours

 

“Allison struggled away from her white Renault, limping with the weight of the last of the pumpkins. She found Clark in the twilight on the twig-and-leaf-littered porch behind the house.

He wore a wool shawl. He was moving up and back in a padded glider, pushed by the ball of his slippered foot.

Allison lowered a big pumpkin, let it rest on the wide floorboards.

Clark was much older-seventy-eight to Allison's thirty-five. They were married. They were both quite tall and looked something alike in their facial features. Allison wore a natural-hair wig. It was a thick blonde hood around her face. She was dressed in bright-dyed denims today. She wore durable clothes, usually, for she volunteered afternoons at a children's daycare center.

She put one of the smaller pumpkins on Clark's long lap. "Now, nothing surreal," she told him. "Carve just a regular face. These are for the kids."

In the foyer, on the Hipplewhite desk, Allison found the maid's chore list with its cross-offs, which included Clark's supper. Allison went quickly through the daily mail: a garish coupon packet, a bill from Jamestown Liquors, November's pay-TV program guide, and the worst thing, the funniest, an already opened, extremely unkind letter from Clark's relations up North. "You're an old fool," Allison read, and, "You're being cruelly deceived." There was a gift check for Clark enclosed, but it was uncashable, signed as it was, "Jesus H. Christ."

Late, late into this night, Allison and Clark gutted and carved the pumpkins together, at an old table set on the back porch, over newspaper after soggy newspaper, with paring knives and with spoons and with a Swiss Army knife Clark used for exact shaping of tooth and eye and nostril. Clark had been a doctor, an internist, but also a Sunday watercolorist. His four pumpkins were expressive and artful. Their carved features were suited to the sizes and shapes of the pumpkins. Two looked ferocious and jagged. One registered surprise. The last was serene and beaming.”

 

 

 

Mary Robison (Washington, 14 januari 1949)





De Oostenrijkse dichter en schrijver, musicus en cabaretier Martin Auer werd geboren op 14 januari 1951 in Wenen. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010 en ook mijn blog van 14 januari 2011.

 

 

Uit: 89 Haiku

 

Und zurasen auf
das Gold der Abendsonne.
Halt das Lenkrad fest!

 

          *

 

Letztes Abendlicht
auf dem Fluss. Über der Stadt
leuchten Blitze auf.

 

          *

 

Der Wald ist noch schwarz.
Aus blauem Nebel treten
zwei Stiere hervor.

 

            *

 

Schwüle Augustnacht.
Kühl ist das Wasser des Teichs.
Fern ein Gewitter.

 

 

 

Martin Auer (Wenen,14 januari 1951)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Isaäc da Costa werd geboren in Amsterdam op 14 januari 1798. Zie ook alle tags voor Isaäc da Costa op dit blog.

 

Bidden

 

Des harten binnenst overleg,
gezegd, gezucht, gedacht!
Het trillen van een stille vlam
die naar de wolken tracht.

Het slaken van een ademtocht,
het vallen van een traan
de blik naar boven van een oog
door God-alléén verstaan.

De eenvoudigheid, het kunstloos waar
der kinderlijke taal,
maar aan wie plaats gegeven wordt
bij ’t Englenlofkoraal.

Des Christens kracht, des Christens lust
des Christens levenslucht
zijn levenskracht in ’t uur des doods,
bij dood en hel geducht.

Des zondaars eerste stemgeluid,
die Jesus valt te voet.
Bij aller heemlen vreugd-gejuich
door ’t "ziet hij bidt!" begroet.

Tot ’s Vaders eer, tot lof des Zoons,
in zin en wil en woord
het door de Heilge Geest gewrocht
volzalig zielsakkoord!

Want bidden doet geen hart alléén,
één Geest dringt ze allen door;
en op zijn Priesterlijke troon
gaat Jesus-zelf ze voor.

Gij-zelf, de Waarheid en de Weg!
ziet biddend op ons neer,
hebt biddend onze strijd volstreên, —
leer Gij ons bidden, Heer!

 

 

 

Isaäc da Costa (14 januari 1798 – 28 april 1860)

 

 

 
Zie voor nog meer schrijvers van de 14e januari ook mijn blog van 14 januari 2011 deel 2 en eveneens deel 3.



1072533-85d0ee41ee0b7058e34937ba43eedf76.jpg

1072533-fce9963cb6aa5c7440aa4917e580d8dd.jpg

1072533-7303805f61cbf1e59ecb61ae5235536c.jpg

1072533-b8f29d1a7d43b86d404bdcb3a7ffb147.jpg
Geschreven door Romenu om 18:55 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten