Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 1 februari 2012 tot 2 februari 2012

Hella Haasse, Norbert Bugeja, Esther Gerritsen, Kees Torn, James Joyce, Eriek Verpale

De Nederlandse schrijfster Hella Haasse werd geboren op 2 februari 1918 in Batavia. Zie ook alle tags voor Hella Haasse op dit blog.

 

Uit: Inkijk

 

“De hoofdpersoon van Het martyrium (Die Blendung), dr. Peter Kien, ‘geleerde en bibliothecaris’, een sinoloog van wereldreputatie, dwangmatig ordelievend en punctueel, een mensenhater, altijd op zijn hoede ten opzichte van hen die hij ‘de mensen der menigte’ noemt, de massa, die hij gevaarlijk acht omdat zij geen ontwikkeling en geen verstand heeft, leeft letterlijk verschanst binnen de Chinese muur van zijn boeken, zijn prive-bibliotheek. Zijn blindzijn voor de werkelijkheid is de zwakke plek waardoor duivelse hardnekkige domheid zijn wereld binnen dringt in de gedaante van Therese, de huishoudster, belichaming van de materie, de grove zinnelijkheid, de gevreesde massa. Kien loopt te pletter op de Chinese muur van haar cirkelvormig gesteven rok. Haar hebzucht en nieuwsgierigheid en zijn volstrekt subjectieve interpretatie van het begrip ‘leren’ brengen hen tot elkaar. Voor Therese is leren identiek aan ‘mores leren’ volgens fatsoens. en gezagsnormen die de domme massa regeren, en voor Kien is ‘leren’ alleen kennis vergaren uit boeken. Hij geeft aan deze beginnelinge in de cultuur, de draagster van de voor hem zo angstwekkende rok, het enige boek te leen waarvoor hij zich heimelijk schaamt, De broek van Herr von Bredow. Voor Therese is de broek echter symbool van het heiligste, van hem die de broek aanheeft, de door de hysterische oude juffrouw zo vurig begeerde man. Als een priesteres aan een altaar legt zij de beduimelde roman op een fluwelen leeskussen, trekt zij witte handschoenen aan voor zij de bladzijden omslaat. Deze magie-rondom-de-broek legt Kien uit als uitzonderlijke eerbied-voor-het-boek, met verschrikkelijke gevolgen. Het huwelijk met Therese zal regelrecht leiden tot zijn ondergang en die van zijn geliefde bibliotheek. Kien, de eenling, die geen contact, geen aanraking duldt, wil noch kan overgaan tot ‘gemeenschap hebben’. Het is hem niet om een vrouw te doen, maar om een moeder voor zijn boeken. Therese kent nu zijn zwakke plek, zij gaat zijn angst voor hem letterlijk te gelde maken. Kien roept de bescherming in van de conciërge van het flatgebouw, de ex-politieman Benedikt Pfaff, een sentimentele sadistische bruut die zijn vrouw en dochter misbruikt en doodgeranseld heeft, en zich nu uitleeft op bedelaars en op huurders die in gebreke blijven.”

 

 

 1089142-e308d3c8ffed834e94b0b5df55340b10.jpg

Hella Haasse (2 februari 1918 - 29 september 2011)

 

 

 

 

 

De Maltese dichter Norbert Bugeja werd geboren in Siġġiewi op 2 februari 1980. Zie ook alle tags voor Norbert Bugeja op dit blog.

 

 

The Sun is Setting upon Andalusian Waters

 

Twenty-seven oranges;
your heart can only take so much.

 

Twenty-seven oranges looking down
upon the Guadalquivir careening, languid,
drinking up the tears of this city which suckles
from the orange death cheering in the beast’s maw.
Twenty-seven oranges bartering
on the yellow thoughts caught up in our hands
as we drink up the froth of a setting sun –
olé, la muerte alegre. A fleeting glance –
twenty-seven oranges raise their hands
and as lewd drunks bore their eyes into ours:
a pair of sinners sharing the last pint,
a couple of dark bulls, as one, strewn on the sand.

 

Twenty-seven oranges.

 

These verses can only take so much.

 

 

 

Vertaald door Mark-Anthony Fenech

 

 

 

 1089142-6f1a31b74eb80698f677565e47ac1257.jpg

Norbert Bugeja (Siġġiewi, 2 februari 1980)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Esther Gerritsen werd op 2 februari 1972 geboren in Nijmegen. Zie ook ook alle tags voor Esther Gerritsen op dit blog.

 

 

Uit: De Afscheidsmonologen

 

“Accepteren

Mijn chirurg, die vorige week zei dat hij niets meer voor mij kon doen,

zei in datzelfde gesprek: “U moet het wel accepteren.”

Ik vroeg hem of er iemand anders was die wel iets voor mij kon doen.

Hij gaf geen antwoord op mijn vraag.

Hij herhaalde: “U moet het accepteren.”

Alsof hij mij een cadeau overhandigde en ik niet ondankbaar mocht zijn.

Ik voelde me onbeleefd toen ik mijn eigen vraag herhaalde.

Of er niet iemand anders was die… misschien… wel iets… iets anders kon…

Iets nieuws… iets in het buitenland… iets… alternatiefs… iets…

‘Sorry,’ wilde ik bijna zeggen.

‘Sorry, dat ik maar door blijf gaan over mezelf, over mijn verlangens, over mijn …’

Hij schudde zijn hoofd.

Blijkbaar was dat het antwoord op mijn vraag.

Hij zei opnieuw: “U moet het accepteren.”

Ik durfde niets meer te vragen.

Mijn vriend zat naast mij, en legde een hand op mijn been.

Dat doet hij ook als hij vindt dat ik in gezelschap iets ongepasts zeg.

De chirurg bleef mij aankijken. Verwachtingsvol.

Blijkbaar was het gesprek nog niet afgelopen.

Ook al kon hij niets meer voor mij doen.

Ik kon nog wel iets voor hem doen.

Ik moest zijn cadeau nog aannemen.

Het was heel duidelijk dat het onbeschoft zou zijn, als ik nu op zou staan en weg zou lopen.

We hebben tenslotte al een hele geschiedenis samen, mijn chirurg en ik.

Of: mijn chirurg en mijn lichaam.

Dit was de eerste keer dat mijn chirurg zich met iets anders dan mijn lichaam bemoeide.”

 

 

 1089142-6f0a7e8effa2ff6eac50a34325f9fc61.jpg

Esther Gerritsen (Nijmegen, 2 februari 1972)

 

 

 

 

 

De Ierse schrijver James Joyce werd geboren in Dublin op 2 februari 1882. Zie ook ook alle tags voor James Joyce op dit blog.

 

Uit: Finnegans Wake

 

  „Sir Tristram, violer d'amores, fr'over the short sea, had passen- core rearrived from North Armorica on this side the scraggy isthmus of Europe Minor to wielderfight his penisolate war: nor had topsawyer's rocks by the stream Oconee exaggerated themselse to Laurens County's gorgios while they went doublin their mumper all the time: nor avoice from afire bellowsed mishe mishe to tauftauf thuartpeatrick: not yet, though venissoon after, had a kidscad buttended a bland old isaac: not yet, though all's fair in vanessy, were sosie sesthers wroth with twone nathandjoe. Rot a peck of pa's malt had Jhem or Shen brewed by arclight and rory end to the regginbrow was to be seen ringsome on the aquaface.
The fall (bababadalgharaghtakamminarronnkonnbronntonnerronntuonnthunntrovarrhounawnskawn-toohoohoordenenthurnuk!) of a once wallstrait oldparr is retaled early in bed and later on life down through all christian minstrelsy. The great fall of the offwall entailed at such short notice the pftjschute of Finnegan, erse solid man, that the humptyhillhead of humself prumptly sends an unquiring one well to the west in quest of his tumptytumtoes: and their upturnpikepointandplace is at the knock out in the park where oranges have been laid to rust upon the green since devlinsfirst loved livvy.
      What clashes here of wills gen wonts, oystrygods gaggin fishy- gods! Brékkek Kékkek Kékkek Kékkek! Kóax Kóax Kóax! Ualu  Ualu Ualu! Quaouauh! Where the Baddelaries partisans are still
out to mathmaster Malachus Micgranes and the Verdons catapelting the camibalistics out of the Whoyteboyce of Hoodie  Head. Assiegates and boomeringstroms. Sod's brood, be me fear!“

 

 

 1089142-ad2ff5771acf30f5de404283dc0c654d.jpg

James Joyce (2 februari 1882 – 13 januari 1941)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, tekstschrijver en cabaretier Kees Torn werd geboren in Oostburg op 2 februari 1967. Zie ook alle tags voor Kees Torn op dit blog.

 

 

 

Echt gebeurd


Mijn opa, een voormalig soldaat
Gaf mij een oude Duitse handgranaat
"Die zie je tegenwoordig bijna nooit
Maar vroeger werd je ermee doodgegooid"

 

 

 

Tien cent

 

Ontving ik tien cent

Voor ieder moment

Dat jij in mijn gedachten bent

 

Dan had ik per dag

Een aardig bedrag

En dacht aan jou uit winstbejag...

 

 

 

De wonderen der natuur

 

Dolfijnen redden drenkelingen

Vlooien kunnen prima springen

Vogels kunnen zingen en ze komen uit een ei

Piranhas hebben sterke kaken

Bijen kunnen honing maken

Herten lekker smaken en ze hebben een gewei

 

Pantoffeldiertjes eten weinig

En ze kijken nooit chagrijnig

En ze sloffen geinig met zijn allen in het rond

Parkieten hebben scherpe klauwen

Bevers kunnen dammen bouwen

Runderen herkauwen, maar mijn broertje wil een hond...

 

 

 

 1089142-bbdb5415f9e7e058158617739dac2469.jpg

Kees Torn (Oostburg, 2 februari 1967)

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Eriek Verpale werd geboren op 2 februari 1952 te Zelzate. Zie ook ook alle tags voor Eriek Verpale op dit blog.

 

 

Something Rotten

 

Er is iets niet in orde met het geluid
dat uit de stenen komt.
Iets vreemds en onverwachts en onverwachts horen wij daarin:
de stap van de vertwijfelde wandelaar
of eindeloze regen op verandaruiten.
Er is iets onbekends aan de hand, denken wij,
een meer verfijnde weemoed als bij zieke kinderen.
Heel zeker zullen wij het toch nooit weten.

 

 

 

Dressuur

 

En dan? Na al die jaren.

Na werelddelen, oceanen van tijd:

eensklaps weer dicht en samen.

Halsreikende paarden die schichtig

met hun sterke koppen willen slaan.

Of als bejaarden in een streng gesticht

met geen ander uitzicht dan kijk,

dit, ooit, waren wij. Geen spijt. Nooit.

Zo verschrikkelijk medeplichtig.

 

Ik toon je trots de foto van een zoon:

had jij daarginds dan geen dochter

kunnen krijgen? Zodat zij met hem,

zoals ìk destijds met jou?

En dat je vraagt om dààrover nu

te zwijgen. Maar even later, je gaat weg:

 

hoe mijn hand dan toch naar jou,

hoe jouw lippen ook nog steeds naar mijn mond.

Zo vatten wij elkaar weer eens treffend samen:

elkanders hond. Met liefde afgericht.

 

 

 

 1089142-cbe9cd61c3d9049cae01ee00c59bb7c7.jpg

Eriek Verpale (Zelzate, 2 februari 1952)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e februari ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Monica Camuglia, Michel Marc Bouchard, James Dickey, Santa Montefiore, Xuân Diệu

De Zwitserse schrijfster Monica Camuglia werd geboren op 2 februari 1960 in St. Gallen. Zie ook ook alle tags voor Monica Camuglia op dit blog.

 

Uit: Irrtum 2012

 

»Verzeihung, ich möchte Sie nicht stören«, seine graublauen Augen sahen müde aus, sein Blick war weich und eindringlich zugleich.

»Mami, darf ich mit Nathan spielen?«, funkte Lia in ihrem bestimmenden Ton dazwischen, die kleinen Ärmchen in die Hüften gestützt, bevor ich auf ihn eingehen konnte. Diese Haltung hat sie sich von ihrem Vater abgeschaut und setzt sie ein, wenn sie unbedingt etwas will. Das ist ihre Art, mir den Krieg zu erklären, sollte ich ihren Wunsch nicht respektieren. Nathan wurde verlegen, das war mir nicht entgangen.

»Von mir aus«, rutschte es mir spontan über die Lippen. Im gleichen Atemzug meldete sich mein schlechtes Gewissen, unverzüglich ballte sich eine Kugel in meinem Magen zusammen. Setze ich meine Tochter einer Gefahr aus, nur um meine Neugierde zu befriedigen? Doch das sanfte, entschuldigende Lächeln von Nathan löschte diesen mütterlich besorgten Gedanken

umgehend aus.

»Lia, ich muss noch etwas erledigen. Aber dann können deine Mami, du und ich zum Hafen spazieren und ein Eis essen, sofern deine Mami einverstanden ist.« Er blickte mich unsicher an. Na ja, ein Aufreißer war er nicht, aber interessant allemal, zudem einfühlsam und geschickt. Ich nickte schmunzelnd; Lia fiel mir um den Hals, und ich drückte sie mit beiden Armen an mich. Wir beide wussten genau, dass wir gerade einem weiteren Duell zwischen Tochter und Mutter ausweichen konnten und waren vermutlich in gleichem Maße erleichtert darüber. So begann unsere Geschichte vor drei Jahren und sieben Monaten, an einem sommerlichen Tag auf Filicudi.“

 

 

 1089135-ed2cb6a4d7fda5bab52264f5b3f908ab.jpg

Monica Camuglia (St. Gallen, 2 februari 1960)

 

 

 

 

De Canadese toneelschrijver Michel Marc Bouchard werd geboren op 2 februari 1958 in Saint Coeur-de-Marie, Quebec. Zie ook ook alle tags voor Michel Marc Bouchard op dit blog.

 

Uit: Les Muses orphelines

 

« ISABELLE : …Une belle famille ! Un malade, une mongole pis une guedoune ! »

 « LUC : …pis a’les a crachées dans face à meman en y disant que ça prenait rien qu’une femme de mauvaise vie qui couchait avec des importés pour aller crier OLE quand un cultivateur tuait son beu. »

« CATHERINE : …Faut-tu dire la vérité à une femme de vingt-sept ans qui agit comme une enfant de onze ans qui pique des crises qu'on peut pas contrôler? Y faut-tu s'excuser de s'être dévouée pendant vingt ans à y laisser croire que sa mère était morte en Espagne? Y faut-tu y avouer qu'est encore vivante pis qu'a nous a tout simplement abandonnés? ... Ben le jour oùsque je comprendrai pourquoi une mère abandonne ses enfants, j'y expliquerai. »

« ISABELLE : Que c’est que ça veut dire « repentir » ?
MARTINE : Ca veut dire quelqu’un qui revient à quatre pattes en lichant le plancher pour se faire excuser ! Non on ne se tapera pas l’apothéose du pardon ! « Apothéose », ça veut dire la cerise sur l’sundae ! Prends ton dictionnaire ! »

« ISABELLE : J’aime assez ça parler des histoires de fesses. Ca m’fait tellement de bien. C’est ça « parler en adulte », hein ?
MARTINE : Ca dépend des adultes. »

Chanson : « Le soir, ma mère me chantait que j’étais enfant,
L’histoire d’un bateau perdu et d’un oiseau blanc.
Un jour le bateau s’en va droit vers l’océan,
Et seule, le cœur plein d’amour, une fille attend… »

 

 

 

 1089135-9255de901a57a5e09a7f0a1851a344de.jpg

Michel Marc Bouchard (Saint Coeur-de-Marie, 2 februari 1958)




 

De Amerikaanse dichter en schrijver James Dickey werd geboren op 2 februari 1923 in Atlanta, Georgia. Zie ook alle tags voor James Dickey op dit blog. 

 

 

The Heaven of Animals

 

Here they are. The soft eyes open.

If they have lived in a wood

It is a wood.

If they have lived on plains

It is grass rolling

Under their feet forever.

 

Having no souls, they have come,

Anyway, beyond their knowing.

Their instincts wholly bloom

And they rise.

The soft eyes open.

 

To match them, the landscape flowers,

Outdoing, desperately

Outdoing what is required:

The richest wood,

The deepest field.

 

For some of these,

It could not be the place

It is, without blood.

These hunt, as they have done,

But with claws and teeth grown perfect,

 

More deadly than they can believe.

They stalk more silently,

And crouch on the limbs of trees,

And their descent

Upon the bright backs of their prey

 

May take years

In a sovereign floating of joy.

And those that are hunted

Know this as their life,

Their reward: to walk

 

Under such trees in full knowledge

Of what is in glory above them,

And to feel no fear,

But acceptance, compliance.

Fulfilling themselves without pain

 

At the cycle’s center,

They tremble, they walk

Under the tree,

They fall, they are torn,

They rise, they walk again.

 

 

1089135-c185bebf781f6caff0f7796f875cc09a.jpg
James Dickey (2 februari 1923 – 19 januari 1997)

 

 

 

 

 

De Britse schrijfster Santa Montefiore (eig. Santa Palmer-Tomkinson) werd geboren op 2 februari 1970 in Hampshire. Zie ook alle tags voor Santa Montefiore op dit blog. 

 

Uit: The French Gardener

 

„Hartington House, Dorset
October 2005

Gus crept up to his mother's study door and put his ear to the crack. He inhaled the familiar smell of Marlboro Lites and felt his frustration mount at the sound of her husky voice speaking on the telephone. He knew she was talking to his teacher, Mr. Marlow. He assumed, correctly, that she wasn't on his side. Gus was a problem no one wanted to take the trouble to solve. "I don't believe it!" she exclaimed. "I'm so sorry, Mr. Marlow. It won't happen again. It really won't. His father will be down tonight from London. I'll make sure he talks to him...You're right, it's absolutely not on to bite another child...I'll find him and send him straight back to school." Then her tone softened and Gus heard her chair scrape across the wooden floorboards as she stood up. "I know he can be a bit aggressive, but we only moved from London a couple of months ago. It's been difficult for him. He's left all his friends behind. He's only seven. He'll settle in. Just give him time, Mr. Marlow? Please. He's a good boy, really."

Gus didn't hang around to hear more. He tiptoed back down the corridor and out the garden door onto the terrace. The lawn was a rich, wet green, sparkling in the pale morning light. He took a deep breath and watched mist rise into the air. He shoved his hands into his trouser pockets and shivered. He'd left his coat at school. Swallowing his resentment, he wandered across the terrace and up the thyme walk lined with shaggy round topiary balls. His shoulders hunched, his feet kicking out in front of him, his eyes searched for some small creature upon which to vent his anger.

At the end of the thyme walk was a field full of sheep belonging to their neighbor Jeremy Fitzherbert. Among the sheep was a disheveled old donkey called Charlie. Gus enjoyed nothing more than bullying the beast, chasing him around the field with a stick until his braying grew hoarse and desperate. He climbed the fence. Sensing danger, Charlie pricked his ears. He spotted the little boy jumping down and his eyes widened with fear. He stood frozen to the ground, nostrils flaring, heart turning over like a rusty engine.“

 

 

 1089135-2596651f5cce3e622aa491b5d09cea37.jpg

Santa Montefiore (Hampshire, 2 februari 1970)

 

 

 



De Viëtnamese dichter
Xuân Diệu werd geboren op 2 februari 1916 in Gò Bồi, gemeente Tùng Giản. Zie ook
ook alle tags voor Xuân Diệu op dit blog. 

 

 

 

Offerings

Here is a bundle of longing, a fascicle of love;
And here the bud of dream waiting for the foggy light;
Here too the unquiet leaves fluttering in the wind
And here the twig of coyness with the shoot of love.

My whole garden is in a holding mode,
For you have such a touch of poetry.
Come here to pick a pair of fortune flowers
And save my heart from its ill-fated hope.

Your feet have hardly treaded round this way
Than birds burst out chirping, willows singing.
Open your arms to clasp the spring,
Then from your hand let there be light.


Vertaald door Thomas D. Le

 

 

 

 1089135-b500b5d519f1659af7d89f7601997340.jpg

Xuân Diệu (2 februari 1916 - 18 december 1985)

 

  

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e februari ook mijn blog van 2 februari 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

In Memoriam Wislawa Szymborska


In Memoriam
Wislawa Szymborska

 

 

De Poolse dichteres Wislawa Szymborska is op 88-jarige leeftijd overleden. Dat is gisteren bekendgemaakt. Szymborska won in 1996 de Nobelprijs voor de Literatuur. Wisława Szymborska werd geboren op 2 juli 1923 in Bnin. Zij is volgens haar woordvoerder 'vredig, in haar slaap, overleden'. De dichteres was al lange tijd ziek. Ze woonde in de Zuid-Poolse stad Krakau. Zie ook alle tags voor Wislawa Szymborska op dit blog.

 

 

Hier

 

Ik weet niet waar nog meer,
maar hier op aarde is genoeg van alles.
Hier maakt men stoelen en verdriet,
schaartjes, violen, tederheid, transistors,
stuwdammen, grappen, kopjes.

 

Misschien dat elders van alles meer is,
alleen ontbreken daar om bepaalde redenen schilderijen,
kinescopen, noedels, tranendoekjes.

 

Hier is een overvloed aan plekken met omgeving.
Op sommige kun je bijzonder gesteld raken,
ze op jouw manier benoemen
en behoeden voor het kwade.

 

Misschien zijn elders soortgelijke plekken,
alleen vindt niemand die mooi.

 

Misschien als nergens anders of zelden ergens
heb je hier een eigen romp,
en daarbij de nodige attributen
om bij kinderen van anderen die van jezelf te voegen.
En verder handen, benen en een verbaasd hoofd.

 

Onwetendheid hier is aldoor in de weer,
telt voortdurend iets, vergelijkt, meet,
trekt daaruit conclusies en wortels.

 

Ik weet het, ik weet wat je denkt.
Niets hier is blijvend,
want voor eeuwig en altijd in de macht der elementen.
Maar zie — elementen raken snel vermoeid
en moeten soms lang rusten
tot de volgende keer.

 

En ik weet wat je nog meer denkt.
Oorlogen, oorlogen, oorlogen.
Maar ook daartussen doen zich pauzes voor.
Geef acht — de mensen zijn slecht.
Plaats rust — de mensen zijn goed.
Op geef acht produceert men woestenijen.
Op plaats rust worden in het zweet des aanschijns huizen gebouwd
en raken snel bewoond.

 

Het leven op aarde is tamelijk goedkoop.
Voor dromen bijvoorbeeld betaal je hier geen cent.
Voor illusies — pas als je ze kwijt bent.
Voor het hebben van een lichaam — alleen met dat lichaam.

 

En alsof dat nog niet genoeg is
draai je zonder kaartje mee in een carrousel van planeten,
en samen met haar, zwart, in een storm van melkwegstelsels,
door tijden zo duizelingwekkend,
dat niets hier op aarde daar zelfs maar van trillen kan.

 

Want kijk maar eens goed:
de tafel staat waar hij stond,
op de tafel ligt een briefje, zoals daar neergelegd,
door het open raam een vleugje van enkel lucht,
en in de muren geen vervaarlijke spleten,
waardoor je nergens heen zou kunnen waaien.

 

 

 

Vertaald door Karol Lesma

 

 

 

 1085029-335ca036b8285e11777e9eed6afe2aba.jpg

Wislawa Szymborska (2 juli 1923 – 1 februari 2012)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Hugo von Hofmannsthal, Günter Eich, Dieter Kühn, F. B. Hotz

De Oostenrijkse dichter en schrijver Hugo von Hofmannsthal werd geboren op 1 februari 1874 in Wenen. Zie ook alle tags voor Hugo von Hofmannsthal op dit blog.

 

 

Was ist die Welt?

 

Was ist die Welt? Ein ewiges Gedicht,

Daraus der Geist der Gottheit strahlt und glüht,

Daraus der Wein der Weisheit schäumt und sprüht,

Daraus der Laut der Liebe zu uns spricht

 

Und jedes Menschen wechselndes Gemüt,

Ein Strahl ists, der aus dieser Sonne bricht,

Ein Vers, der sich an tausend andre flicht,

Der unbemerkt verhallt, verlischt, verblüht.

 

Und doch auch eine Welt für sich allein,

Voll süß-geheimer, nievernommner Töne,

Begabt mit eigner, unentweihter Schöne,

 

Und keines Andern Nachhall, Widerschein.

Und wenn du gar zu lesen drin verstündest,

Ein Buch, das du im Leben nicht ergründest.

 

 

 

Siehst du die Stadt?

 

Siehst du die Stadt, wie sie da drüben ruht,

Sich flüsternd schmieget in das Kleid der Nacht?

Es gießt der Mond der Silberseide Flut

Auf sie herab in zauberischer Pracht.

 

Der laue Nachtwind weht ihr Atmen her,

So geisterhaft, verlöschend leisen Klang:

Sie weint im Traum, sie atmet tief und schwer,

Sie lispelt, rätselvoll, verlockend bang ...

 

Die dunkle Stadt, sie schläft im Herzen mein

Mit Glanz und Glut, mit qualvoll bunter Pracht:

Doch schmeichelnd schwebt um dich ihr Widerschein,

Gedämpft zum Flüstern, gleitend durch die Nacht.

 

 

 

Des alten Mannes Sehnsucht nach dem Sommer

 

Wenn endlich Juli würde anstatt März,

 

Nichts hielte mich, ich nähme einen Rand,

Zu Pferd, zu Wagen oder mit der Bahn

Käm ich hinaus ins schöne Hügelland.

 

Da stünden Gruppen großer Bäume nah,

Platanen, Rüster, Ahorn oder Eiche:

Wie lang ists, daß ich keine solchen sah!

 

Da stiege ich vom Pferde oder riefe

Dem Kutscher: Halt! und ginge ohne Ziel

Nach vorwärts in des Sommerlandes Tiefe.

 

Und unter solchen Bäumen ruht ich aus;

In deren Wipfel wäre Tag und Nacht

Zugleich, und nicht so wie in diesem Haus,

 

Wo Tage manchmal öd sind wie die Nacht

Und Nächte fahl und lauernd wie der Tag.

Dort wäre alles Leben, Glanz und Pracht.

 

Und aus dem Schatten in des Abendlichts

Beglückung tret ich, und ein Hauch weht hin,

Doch nirgend flüsterts: »Alles dies ist nichts.«

 

Das Tal wird dunkel, und wo Häuser sind,

Sind Lichter, und das Dunkel weht mich an,

Doch nicht vom Sterben spricht der nächtige Wind;

 

Ich gehe übern Friedhof hin und sehe

Nur Blumen sich im letzten Scheine wiegen,

Von gar nichts anderm fühl ich eine Nähe.

 

Und zwischen Haselsträuchern, die schon düstern,

Fließt Wasser hin, und wie ein Kind, so lausch ich

Und höre kein »Dies ist vergeblich« flüstern!

 

Da ziehe ich mich hurtig aus und springe

Hinein, und wie ich dann den Kopf erhebe,

Ist Mond, indes ich mit dem Bächlein ringe.

 

Halb heb ich mich aus der eiskalten Welle,

Und einen glatten Kieselstein ins Land

Weit schleudernd, steh ich in der Mondeshelle.

 

Und auf das mondbeglänzte Sommerland Fä

Fällt weit ein Schatten: dieser, der so traurig

Hier nickt, hier hinterm Kissen an der Wand?

 

So trüb und traurig, der halb aufrecht kauert

Vor Tag und böse in das Frühlicht starrt

Und weiß, daß auf uns beide etwas lauert?

 

Er, den der böse Wind in diesem März

So quält, daß er die Nächte nie sich legt,

Gekrampft die schwarzen Hände auf sein Herz?

 

Ach, wo ist Juli und das Sommerland!

 

 

 

 1084641-54e631c6c0c510445aa0b0deeed1709d.jpg

Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Eich werd geboren op 1 februari 1907 in Lebus an der Oder. Zie ook alle tags voor Günter Eich op dit blog.

 

 

Latrine

 

Über stinkendem Graben,
Papier voll Blut und Urin,
umschwirrt von funkelnden Fliegen,
hocke ich in den Knien,

 

den Blick auf bewaldete Ufer,
Gärten, gestrandetes Boot.
In den Schlamm der Verwesung
klatscht der versteinte Kot.

 

Irr mir im Ohre schallen
Verse von Hölderlin.
In schneeiger Reinheit spiegeln
Wolken sich im Urin.

 

Geh aber nun und grüße
die schöne Garonne
Unter den schwankenden Füßen
schwimmen die Wolken davon.

 

 

 

 

Abgelegene Gehöfte

 

Die Hühner und Enten treten

den Hof zu grünlichem Schmutz.

Die Bauern im Hause beten.

Von den Mauern bröckelt der Putz.

 

Der Talgrund zeichnet Mäander

in seine Wiesen hinein.

Die Weide birgt Alexander,

Cäsarn der Brennesselstein.

 

Auch wo die Spinnen weben,

der Spitz die Bettler verbellt,

im Rübenland blieben am Leben

die großen Namen der Welt.

 

Die Ratten pfeifen im Keller,

ein Vers schwebt im Schmetterlingslicht,

die Säfte der Welt treiben schneller,

Rauch steigt wie ein feurig Gedicht.

 

 

 

 

Abends am Zaun

 

Am Abend duftet holder die Kamille

vom Feldrain her. Der Posten bläst ein Lied

auf seiner Okarina. Gottes Wille

im Glanz des Abendsternes sich vollzieht.

Wie viele doch sind nun für immer stille,

die gerne sich erfreut an Stern und Lied!

Nun sind sie selbst darin und Gottes Wille

in Glanz und Duft und solcher Abendstille

geschieht.

 

 

 

 1084641-8e2c5c8dc4df5b8c3aa6c1b257824811.jpg

Günter Eich (1 februari 1907 - 20 december 1972)

CD-Cover

 

 

 

 

De Duitse schrijver Dieter Kühn werd geboren op 1 februari 1935 in Keulen. Zie ook alle tags voor Dieter Kühn op dit blog.

 

Uit: Tristan und Isolde des Gottfried von Straßburg

 

Trödelei mit meiner Zeit, obwohl ich reifen Alters bin -
da würd ich dieser Welt nicht so geweltet sein, wie ich es bin.
Ich hab mir für die hohe Welt nun eine Arbeit vorgenommen;
sie sage noblen Herzen zu - den Herzen, die ich herzlich liebe,
der Welt in meinem Herzensblick. Die Welt der Mehrzahl mein ich nicht,
von der ich mir erzählen lasse, dass sie kein Leid ertragen kann
und sich nur Freude machen will -  die lass denn Gott in Freude leben ...
Jener Welt und solchem Leben wird mein Erzählen unbequem -
ihr Leben divergiert von meinem! Ich denk an völlig andre Menschen,
deren Herzen dies umschliessen: ihr süsses Bittres, schönes Leid,
ihr Herzensglück, ihr Liebesleid, und schönes Leben, schweren Tod,
den schönen Tod und schweres Leben. Solches Leben will ich leben,
dieser Welt bleib ich geweltet, ich stehe, falle nur mit ihr.
Ich hab bisher mit ihr gelebt, hab meine Zeit verbracht mit ihr,
die meinem Leben (so bedrückend!) Geleit, Belehrung geben sollte.
tDieser Welt leg ich mein Werk nun vor zur Unterhaltung;
ich will mit dem, was ich erzähle,  halbwegs lindern, was für sie
Schmerz ist, der sie sehr bedrückt, will ihr Leid damit verringern.

 

 

 1084641-6e9d2bfaa2c88bea2aea0e6c467749d6.jpg

Dieter Kühn (Keulen,1 februari 1935)

 

 



De Nederlandse schrijver Frits Bernard Hotz werd geboren op 1 februari 1922 in Leiden. Zie ook alle tags voor F. B. Hotz op dit blog.

 

Uit: Een dubbel incident

 

„Op zomerzondagmiddagen bevond ons gezin zich meestal di­rect achter de hoogopgeschoven ramen van het bovenhuis aan de Leidse Rijnsburgerweg. Geuren van aarde, klinkers, bomen, ver­brande benzine en stoom drongen feestelijk binnen. Mijn vader staarde dan misleidend ernstig naar het fietspad aan de overkant, waar roodverbrande meisjes vanaf een uur of vier begonnen terug te keren van het Katwijkse strand naar de binnenstad. Hij volgde ze soms even met de ogen, maar altijd zo of hij afkeuring in de zin had. Dikwijls uitte hij die ook: ‘Kijk eens éven hoe die daar zich heeft toegetakeld!’ zei hij dan van een niet te mooie meid in won­derlijk geachte strandkledij. Moeder, aan het andere raam, keek mee met schuddend hoofd en vader bleef buiten verdenking.

Ook m’n zus, die in die jaren een fondsbril droeg en niet graag buiten kwam, zat de zondagmiddagen mee uit. Ze staarde mee door vaders raam, even ondoorgrondelijk als hij, en soms vonkte haar bril in de al wat dalende zon. Zelf telde ik doelloos hoeveel auto’s per uur passeerden en ik mompelde monotoon de merken: zesentwintig Fords, veertien Chevrolets, drie Auburns, één Voisin, vier Studebakers, drie Chryslers, één Hotchkiss, enzovoort. Ik had het er druk mee, maar meestal kwam al gauw landerig ongenoegen op om verspilde tijd: ik had beter kunnen gaan tekenen of ‘iets maken’ van het grote karton, dat achter in het weekblad Het Leven lag ter versteviging bij de verzending. M’n werkzame ouders zagen dat ook liever.“

 

 

 1084641-e340fc989271ae51a56e2980ee2e6554.jpg

F. B. Hotz (1 februari 1922 –  5 december  2000)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e februari ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:08 Reageer op dit bericht

Muriel Spark, Langston Hughes, Michel Zevaco, Jevgeni Zamjatin

De Schotse schrijfster Muriel Spark werd op 1 februari 1918 geboren als Muriel Sarah Camberg in Edinburgh. Zie ook mijn blog van 1 februari 2009 en ook mijn blog van 1 februari 2010 en ook mijn blog van 1 februari 2011.

 

Uit: Muriel Spark: The Biography (Biografie door Martin Stannard)

 

„Muriel Sarah Camberg arrived in the middle of the night (3 a.m., 1 February 1918) and immediately became her parents' princess. Later in life, she would occasionally amuse herself with the fantasy that she was a real princess, kidnapped by gypsies (her parents). She saw her life as a Cinderella story – and Rossini's La Cenerentola was not one of her favourite operas for nothing. How she had emerged from that family intrigued her. She was born in a small rented flat at 160 Bruntsfield Place, in the Morningside district of Edinburgh. Her brother, Philip, had made his appearance in the middle of the day five and a half years earlier, in another flat, down the hill and round the corner at 55 Viewforth. He welcomed his new sister guardedly. As they grew up together this emotional distance increased. And they remained night and day to each other for the rest of their lives, uncomplementary (and sometimes uncomplimentary) opposites. 'My brother', she remarked to me, 'is like a Chekhov short story. When you meet him you'll know what I mean.'During April 1962, with the great success of The Prime of Miss Jean Brodie behind her and life as a celebrity ahead, she began to reflect on all this. She was back in Edinburgh, attending her father's deathbed in the Royal Infirmary. What was she doing in the elegant North British Hotel when her mother, brother and son were gathered in the family home? By hitching her legs up on to the window-sill of her room she could prop herself on one side or the other. The broad sash was lifted, opening, to the left, on the craggy outcrop of Arthur's Seat, to the right on Princes Street Gardens, just coming into bloom in cold spring sunshine.

Above everything loured the castle, erupting between the Old Town and the New. This brutal caesura, dividing the tangle of ancient closes from the rational elegance of eighteenth-century town planning, seemed to her somehow symbolic. There was a link, as yet still an abstraction, between the topography of Edinburgh and the topography of her mind. Most people in her circumstances would have been saturated in melancholy. But Muriel was not like most people. Her response to the world was rarely one of self-pity. She was an artist, a channel through which impressions could flow, a cold medium.“

 
1084636-b3aeed9a4a209662b8bdc7c6873a3d63.jpg
Muriel Spark (1 februari 1918 – 13 april 2006)



 
De Amerikaanse schrijver Langston Hughes werd geboren op 1 februari  1902 in Joplin, Missouri. Zie ook alle tags voor Langston Hughes op dit blog.

  

Acceptance

 

God in His infinite wisdom

Did not make me very wise-
So when my actions are stupid

They hardly take God by surprise

 

 

 

Children's Rhymes

 

By what sends

the white kids

I ain't sent:

I know I can't

be President.

What don't bug

them white kids

sure bugs me:

We know everybody

ain't free.

 

Lies written down

for white folks

ain't for us a-tall:

Liberty And Justice--

Huh!--For All?

 

 

 

1084636-748adebee77b65fee9b6d66a1bd330f2.jpg
Langston Hughes (1 februari 1902 – 22 mei 1967)

 

 

 


De Franse schrijver, journalist en anarchistisch activist
Michel Zevaco werd geboren op 1 februari 1860 in Ajaccio. Zie ook mijn blog van 1 februari 2009 en ook mijn blog van 1 februari 2010 

en ook mijn blog van 1 februari 2011.

 

Uit: Les Pardaillan

 

“Lorsque Pardaillan frappa contre le mur les trois coups convenus, le nain s'empressa d'ouvrir et accueillit le chevalier triomphant avec des manifestations d'une joie aussi bruyante que sincère, qui l'émurent doucement.

—J'ai bien cru que vous ne sortiriez pas vivant de là-dedans, dit-il, quand il se fut un peu calmé.

—Bah! répondit Pardaillan en souriant, j'ai la peau trop dure, on ne m'atteint pas aisément.

—J'espère que nous allons nous en aller, maintenant? fit le Chico qui tremblait à la pensée que le Français ne s'avisât de s'exposer encore, bien inutilement, à son sens.

A sa grande satisfaction, Pardaillan dit:

—Ma foi, oui! Ce séjour est peut-être agréable pour des bêtes de nuit, mais il n'a rien d'attrayant et il est trop peu hospitalier pour d'honnêtes gens comme Chico. Allons-nous-en donc!

Le soleil se levait radieux, lorsque Pardaillan, accompagné de Chico, fit son entrée dans l'auberge de la Tour.

Dans la vaste cheminée de la cuisine, un feu clair pétillait, et la gouvernante Barbara, pour ne pas en perdre l'habitude, maugréait et bougonnait contre les jeunes maîtresses qui ne veulent en faire qu'à leur tête, et qui, après avoir passé la plus grande partie de la nuit debout, sont levées les premières et parées de leurs plus beaux atours, gênent les serviteurs honnêtes et consciencieux acharnés à leur besogne.“

 

 

 1084636-01915ef545a9b750d299cb5d1ea7cb37.jpg

Michel Zevaco (1 februari 1860 – 8 augustus 1918)

Les Pardaillan op een Franse postzegel

 

 

 

 

De Russische revolutionair en schrijver Jevgeni Zamjatin werd geboren op 1 februari 1884 in Lebedjan. Zie ook mijn blog van 1 februari 2009 en ook mijn blog van 1 februari 2010 en ook mijn blog van 1 februari 2011.

 

Uit: Wir (Vertaald door Gisela Drohla)

 

„Frühling. Aus der wilden, unbekannten Weite jenseits der Grünen Mauer weht der Wind gelben Blütenstaub herüber. Dieser süßliche Staub macht die Lippen trocken — man muss sie alle Augenblicke mit der Zunge anfeuchten —, alle Frauen, die mir begegnen, haben diese süßen Lippen (die Männer natürlich auch). Das verwirrt das logische Denken ein wenig.
Doch was für ein Himmel! Tiefblau, von keiner einzigen Wolke befleckt (was für einen jämmerlichen Geschmack müssen unsere Vorfahren gehabt haben, wenn diese dummen, unförmigen Dampfklumpen ihre Dichter begeistern konnten). Ich liebe einen sterilen, peinlich sauberen Himmel. Nicht ich allein, wir alle, ich täusche mich nicht, lieben ihn. An einem Tag wie heute ist die ganze Welt aus dem unzerbrechlichen ewigen Glas gegossen, aus dem die Grüne Mauer und alle unsere Gebäude bestehen. An solchen Tagen sieht man die blauste Tiefe dieser Dinge, nimmt unbekannte Größen, wunderbare Gleichungen wahr — man entdeckt sie im Allergewöhnlichsten, Alltäglichsten...
Heute morgen zum Beispiel war ich auf der Werft, wo der Integral gebaut wird. Plötzlich fiel mein Blick auf die Maschinen. Mit geschlossenen Augen, selbstvergessen, drehten sich die Kugeln der Regulatoren. Die blitzenden Hebel neigten sich nach rechts und nach links, stolz wiegte sich die Balancierstange in den Schultern, der Meißel der Stemmmaschine knirschte im Takt einer unhörbaren Musik. Da ging mir die Schönheit dieses prächtigen, von bläulichem Sonnenlicht überfluteten Maschinenballetts auf.
Unwillkürlich fragte ich mich dann: Warum ist das schön? Warum ist der Tanz schön? Die Antwort: Weil er eine unfreie, eine gebundene Bewegung ist, weil sein tieferer Sinn die vollkommene ästhetische Unterwerfung, die ideale Unfreiheit ist. Wenn es stimmt, dass unsere Ahnen in Augenblicken der höchsten Begeisterung sich dem Tanz hingaben (religiöse Mysterien, Militärparaden), dann kann das nur das eine bedeuten: der Trieb zur Unfreiheit ist dem Menschen angeboren, und wir in unserem heutigen Leben tun nur bewusst...“

 

 

 1084636-fab1eda4e5bca76e097c5c3b3de28336.jpg

Jevgeni Zamjatin (1 februari 1884 – 10 maart 1937)

Duitse Cover

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e februari ook mijn blog van 1 februari 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:02 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten