Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 15 maart 2012 tot 16 maart 2012

Bredero, P.C. Hooft, Zoë Jenny, Dirk von Petersdorff, Francisco Ayala

De Nederlandse dichter en toneelschrijver Gerbrand Adriaensz. Bredero werd geboren op 16 maart 1585 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Bredero op dit blog.

 

 

Klink-Rijm

 

Margriete Lief! mijn hart en wense van mijn leven!
Zo gij alleen niet zijt mijn hoop en mijn vriendin,
Of zo mijn harte brandt van iemand anders min,
Of zo ik heb mijn trouw aan andere gegeven,

Zo moet ik nummermeer so lukkig zijn verheven,
Of mijn vreugd’ zij vol pijn en mijn begeert vol smart;
Maar ben ik u geheel met lijf, met ziel, met hart,
Met wense en met wil tot u alleen gedreven,

En zo mijn zinnelijkheid op niemand anders ziet
Als op ons hoogste roem, d’eerwaarde Margariet,
En zo mijn lust en goed zij al in u gelegen,

Zo aanschouw en beken, dat mijn levens geniet
Bestaat door uwe gunst, Goddin, die mij gebiedt.
Gij zijt mijn oog, mijn kracht; tot u ben ik genegen.

 

 

 

 

Het elfde sonnet van de schoonheid

 

O rijpe boezem wit die voor mijn ogen stadig
Zo liefelijke zweeft, gelijk de wederschijn
Van d'allerwitste sneeuw aan d'oorsprong van de Rijn -
Maar uwe schimmering, o zwakke ogen schadig!

Met maagdelijke melk verschijnen daar beladig
Twee zilver dopkens rond, op elk staat een robijn,
't Zijn appelkens gelijk, daarop twee kerskens zijn,
Wiens rode rijpigheid een lust baart ongestadig.

Och, die 't eens weten mocht, wat Hemels zuigelink
Daar nog aanleggen zal, hoe met de gouden rink,
Zijns Moeders echtsieraad, het dertelijk zal spelen,

En zitten op haar schoot, verslaan zijn kinderpraat,
Dan waar' het zeggen uit, Appeles schoonst sieraad
Is 't liefelijkste kind van al des werelds delen!

 

 

 

Hoop voedt de minnaars

 

Gelijk de zeelui en de vissers aan der strangen
Op hoop van goede vangst gaan wagen lijf en goed,
Zo werden de minnaars met innerlijk verlangen
Ook van de zoete hoop geleid en steeds gevoed.

 

 

 

 1115991-887ebf34a54d4b5706fc7e44f4c77f4a.jpg

Gerbrand Bredero (16 maart 1585 - 23 augustus 1618)

 

 

 

 

 

De geschiedkundige, dichter en toneelschrijver Pieter Cornelisz. Hooft werd geboren in Amsterdam op 16 maart 1581. Zie ook alle tags voor P. C. Hooft op dit blog.

 

 

Veldtdeuntjen

 
Haesjen op het loopen stelde
Bej haer voetjens vlug, soo gauw,

Dat se met haer soolen, nauw

Kreuckte 't kruitjen van den velde,

Dat gelaen was met den dauw.
Denckt of 't binnenst haerder sielen

Was, van vrees, in swaere smart:

Gerart was haer op haer hielen;

Welhem lach haer in haer hart.

 

 

 

Noodlot

 

Gelukkig die d' oorzaken van de dingen

Verstaat: en hoe zij vast zijn onderlingen

Geschakeld zulks dat gene levendheên,

(God uitgezegd) ooit iets van zelven deên

Of leen, maar al door ander oorzaaks dringen.

 

Door oorzaaks kracht men al wat schiedt ziet drijven.

Waar’ die te flauw, geen werking zou beklijven,

En oorzaak zijn geen oorzaak. Wat gewracht

Ter wereld wordt, is dan te weeg gebracht

Door kracht zo groot dat het niet na kan blijven.

 

Elke oorzaak heeft haar moederoorzaak weder.

't Gaat al zo 't moet: en daalt van Gode neder.

Zijn goedheid wijs vermogen is de bron

Waar 't al uit vliet als stralen uit de Zon.

Hij kon en zou, waar’ 't nutst, ons helpen reder.

 

 

 

 

Nijdige Tijd, waarom is 't dat gij u versnelt

 

Nijdige Tijd, waarom is 't dat gij u versnelt

Meer dan gij zijt gewoon? Laat gij het u verdrieten

Dat ik de Hemel van Liefs bijzijn mag genieten?

Wat schaadt u mijn geluk dat gij u daar in kwelt?

 

Een grijsaard zijt gij, Tijd, en proefde nooit 't geweld,

Van 'tgene, dat ze Liefde en zoete Weerliefd' hieten.

Helaas, de tranen blank over mijn wangen vlieten

Als ik aan't uurwerk denk dat kwalijk was gesteld.

 

Och Meester, die de tijd met uren af kunt meten,

Gistr'avond miste gij en had uw kunst vergeten:

Wel vier maal sloeg de klok in min dan een kwartier.

 

 

 

1115991-6d8b3ff4e8a8c4be8a173ddb69d84545.jpg
Pieter Cornelisz. Hooft (16 maart 1581 – 21 mei 1647)

Portret door Joachim von Sandrart, ca 1640

 

 

 

 

De Zwitserse schrijfster Zoë Jenny werd geboren op 16 maart 1974 in Basel. Zie ook alle tags voor Zoë Jenny op dit blog.

 

Uit: Der Ruf des Muschelhorns

 

„Eliza sah, wie sich ihr kleiner gelber Wagen in den Schaufenstern der Geschäfte spiegelte, dicht gefolgt von den Fahrzeugen hinter ihnen, als wären sie nur ein Glied einer langen Kette, die sich löste, sobald die Abzweigungen und Ausfahrten kamen und die Wagen wie ein plötzlich aufgeklappter Fächer in verschiedene Richtungen fuhren.
Großmutter Augusta wohnte nur wenige Kilometer außerhalb der Stadt in einem Haus, das früher einmal als Vorratsspeicher gedient hatte. Der alte Speicher, umgeben von Bergen und Wäldern, lag in der Nähe eines kleinen Dorfes, von dem aus man die Stadt weder sehen noch hören konnte.
Schon von weitem erkannte Eliza die an einem Waldrand dicht zusammengedrängten Häuser, die hinter den Kurven und Hügeln auf- und abtauchten, als versteckten sie sich vor ihren Blicken. Eine kaum befahrene Schnellstraße hatte in das Dorf eine Schneise geschlagen und es in seiner Mitte geteilt. An den Straßenseiten reihten sich die Bauernhäuser. Als sie das Dorf erreichten, bemerkte Eliza, wie ein Mann, die Ellbogen auf das Fensterbrett gestützt, laut mit einer Frau sprach, die im gegenüberliegenden Haus die Blumen am Fenster goss. Der Motorenlärm riss gewaltsam ihre einander von Fenster zu Fenster zugeworfenen Sätze entzwei, sie verstummten einen Augenblick und schauten beide dem gelben Wagen nach, der beim Lebensmittelgeschäft an der Ecke in die abschüssige Straße bog.
Der Speicher lag etwas außerhalb des Dorfes auf einer Anhöhe. Ein Laubengang führte um das ganze Haus herum. Eliza erkannte Großmutter, die rauchend in der Laube stand, als habe sie ihre Ankunft erwartet. Auf einer steilen Außentreppe stieg Eliza zur Laube hoch und fiel in Augustas ausgebreitete Arme. Großmutter drückte Eliza an ihre Brust, wo es nach Hafer und Rauch roch. Eliza hätte gerne noch lange so an Großmutter geschmiegt dagestanden, aber Mutter, die bereits hineingegangen war, rief ungeduldig aus dem Wohnzimmer.“

 

 

 1115991-ba06b6376cd5905659eac2893ac719fc.jpg

Zoë Jenny (Basel, 16 maart 1974)

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en literatuurwetenschapper Dirk von Petersdorff werd geboren op 16 maart 1966 in Kiel. Zie ook alle tags voor Dirk von Petersdorff op dit blog.

 

 

Alte Kleider

 

Ein Pullover, für Dich gestrickt,
ein Tuch, das riecht nach Protest,
der schwarze Mantel, oft geflickt,
von Jahren so ein Rest.
Gefunden aus Versehen,
beim Umzug, nebenbei,
nur so ein kurzes Wehen,
ein Ich ist schnell entzwei.
 

 

 

Raucherecke

Ihr Langen, wo seid ihr? Ich hab
nicht mal mehr eure Nummern.
Gibt es denn Besseres als am Morgen
eine Schar,
eng zusammen,
frierend;
ich glaube, wir froren fast immer.
Damals sprach keiner zu viel,
sondern stand, den Rücken zur Welt,
in Mänteln aus Stoff,
ihr Dünnen.
Nur der verhangene Blick
sieht tief, kennt sein Schicksal,
das traurige Pochen
ferner Hügel,
sieht freudig erschreckt
sich am seligen Busen erwachen.
Wie ihr den Rauch
ausstoßen konntet,
ihr Edlen, ach,
alles war gut, als ich mit euch
sah sich röten den Tag, viertel vor acht.

 

 

 1115991-210c74203bd957369b4d6c9cc2ef9032.jpg

Dirk von Petersdorff (Kiel, 16 maart 1966)


 

 

 

De Spaanse schrijver Francisco Ayala werd geboren op 16 maart 1906 in Granada. Zie ook alle tags voor Francisco Ayala op dit blog.

 

Uit: Wie Hunde sterben (Muertes de perro, vertaald door Erna Brandenberger) 

 

Es gibt sie in der Tat in jeglicher Ausführung und für jeden Geschmack; dennoch ist mir keines so kostbar und so unverhofft zugeflattert - ich muß es gestehen -, wie die Memoiren, die insgeheim Tag für Tag mit größter Sorgfalt auf offiziellem Papier des Präsidialamtes und nicht ohne ein gewisses literarisches Geschick geschrieben wurden, und zwar vom selben undurchschaubaren, launenhaften und heimtückischen Kerl, der die tragischen Ereignisse auslösen und deren erstes Opfer er dann selbst werden sollte: vom Privatsekretär Tadeo Requena. Leicht kann man sich vorstellen, wie aufschlußreich und gewichtig gewisse Schlüsselstellen in dem ausführlichen und bisweilen auch unverschämten Bericht sind - in gewisser Hinsicht die Autobiographie dieser verqueren Persönlichkeit, die aus der zweiten Reihe so entscheidend in das Geschehen eingriff, daß ihr Schriftstück Eckstein eines jeden künftigen historischen Gebäudes sein wird.

Ich verheimliche nicht, daß mir die Aussicht schmeichelt, ich selbst könnte, sofern wir in sicherem Hafen landen, der Architekt dieses großartigen Werks werden. Es ist eine würdige Aufgabe; und ich spüre, sie ist mir vorbehalten. Vorläufig will ich Zeit gewinnen und mich den Vorbereitungen widmen, will Material sichten und ordnen, die verstreuten Quellen zusammentragen, die eine oder andere Erläuterung, Klarstellung oder Randbemerkung anbringen, die die Ereignisse zueinander in Beziehung setzen, will Tatsachen und Gerüchte auseinanderhalten und so den wahren Stellenwert und den eigentlichen Sinn des Geschehens bestimmen.

 

 

 1115991-903cad9dd44e408346947d3de3e54c3f.jpg

Francisco Ayala (16 maart 1906 – 3 november 2009)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e maart ook mijn vorige blog van vandaag

Geschreven door Romenu om 18:56 Reageer op dit bericht

Hooshang Golshiri, Alice Hoffman, César Vallejo, Sully Prudhomme

De Iraanse schrijver Hooshang Golshiri werd geboren op 16 maart 1938 in Isfahan. Zie ook alle tags voor Hooshang Golshiri op dit blog.

 

Uit: Black Parrot, Green Crow (Introductie door Heshmat Moayyad)

 

“He was one of the prominent members of the Writers Association of Iran that was formed in 1968 but soon fell apart under the unacceptable demands and conditions set by the government to hold tight control over their activities. In 1977, on the eve of the Islamic Revolution of 1978–79, the Writers Association of Iran was revived, this time more vigorous in its aspirations and enjoying greater support from academic and professional anti-regime circles. The so-called “Ten Nights” of reading poems and delivering provocative speeches against the system of suppression and censorship by fifty-nine poets and speakers, sponsored by the Writers Association of Iran and was hosted by the German Goethe Institute in Tehran from October 10 to 19, 1977, an unprecedented occasion for the Iranian intelligentsia to air their grievances and celebrate their victory. According to all accounts, Golshiri played a significant role at different stages of this successful event.4
The joyous mood of freedom following the revolution did not last more than a few months, if not only a few weeks, at least for the young anti-reactionary and modernist segments of the population. The anticipated freedom failed to materialize. The enthusiasm of the masses was dashed all too soon. Persecutions and the mechanism of censorship reappeared more fiercely and less compromising than ever before, only this time blasphemously, in the name of religion and God.”

 

 

 1115984-6f60cd4792a4cde8c288ed888765f266.jpg

Hooshang Golshiri (16 maart 1938 – 5 juni 2000)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Alice Hoffman werd geboren op 16 maart 1952 in New York. Zie ook alle tags voor Alice Hoffman op dit blog.

 

Uit: Seventh Heaven

 

“Late in August, three crows took up residence in the chimney of the corner house on Hemlock Street. In the mornings they set up a racket that could wake the dead. They picked up stones in their beaks and tossed them down at picture windows; they plucked out their feathers, which would surface all day long in odd places, in bowls of Cheerios, in the pockets of shirts drying on laundry lines, inside glass milk bottles delivered at dawn.
This corner house was the only one to have been vacated since the subdivision was carved out of a potato farm, six years earlier. Before the builders began working, the town was nothing more than a post office up on Harvey’s Turnpike, surrounded by farms. All that first spring renegade potatoes were unearthed when the men on Hemlock Street put down their lawns and planted mimosas and poplars; on trash day there would be heaps of potatoes alongside the aluminum cans. Everything in the neighborhood was brand new, the elementary school, the high school, the A&P, the police station on the Turnpike. The air itself seemed new; it could make you dizzy if you weren’t used to it, and relatives visiting from Brooklyn or Queens often had to lie down on a couch with a damp handkerchief pressed to their temples. The bark on the trees left fresh, green patches on your hands if you dared to climb the thin, wavering branches. Each house in the subdivision was the same, and for the longest time husbands pulled into the wrong driveways after work; children wandered into the wrong houses for cookies and milk; young mothers who took their babies out for walks in their new carriages found themselves wandering past identical houses, on identical streets, lost until twilight, when the ice-cream man’s truck appeared, and they could follow the sound of his bell, which traced his reliable route past their doorsteps.”

 

 

 1115984-19d01c4b163a2bd6c923a6795db139e6.jpg

Alice Hoffman (New York, 16 maart 1952)

 

 

 

 

De Peruaanse dichter César Vallejo werd geboren op 16 maart 1892 in Santiago de Chuco, Peru. Zie ook alle tags voor César Vallejo op dit blog.

 

 

Guitar

 

The pleasure of suffering, of hating, dyes my
throat with plastic venoms,
but the bristle that implants its magic order,
its taurine grandeur, between the first string
and the sixth
and the mendacious eighth, suffers them all.

 

The pleasure of suffering… Who? Whom?
who, the molars? whom society,
the carbides of rage in the gums?
How to be
and to be here, without angering one's neighbor?

 

You are worthier than my number, man alone,
and worthier than all the dictionary,
with its prose in poetry,
its poetry in prose,
are your eagle display,
your tiger machinery, bland fellow man.

 

The pleasure of suffering,
of hoping for hope at the table,
Sunday with all its languages,
Saturday with Chinese, Belgian hours,
the week, with two hockers.

 

The pleasure of waiting in slippers,
of waiting contracted behind a stanza,
of waiting empowered with a sick pintle;
the pleasure of suffering: hard left by a female
dead with a stone on her waist
and dead between the string and the guitar,
crying the days and singing the months.

 

 

 

Vertaald door Clayton Eshleman

 

 


1115984-e285c1014d043df7a24438bb189d8f40.jpg
César Vallejo
(16 maart 1892 – 15 april 1938)

Omslaf biografie

 

 

  

 

De Franse schrijver en dichter Sully Prudhomme (eig. René François Armand Prudhomme) werd geboren op 16 maart 1839 in Parijs. Zie ook alle tags voor Sully Prudhomme op dit blog.

 

 

Pluie

 

Il pleut. J'entends le bruit égal des eaux ;
Le feuillage, humble et que nul vent ne berce,
Se penche et brille en pleurant sous l'averse ;
Le deuil de l'air afflige les oiseaux.

La bourbe monte et trouble la fontaine,
Et le sentier montre à nu ses cailloux.
Le sable fume, embaume et devient roux ;
L'onde à grands flots le sillonne et l'entraîne.

Tout l'horizon n'est qu'un blême rideau ;
La vitre tinte et ruisselle de gouttes ;
Sur le pavé sonore et bleu des routes
Il saute et luit des étincelles d'eau.

Le long d'un mur, un chien morne à leur piste,
Trottent, mouillés, de grands boeufs en retard ;
La terre est boue et le ciel est brouillard ;
L'homme s'ennuie : oh ! que la pluie est triste !

 

 

 

1115984-4569dc3bbfd98fdc27b1f0b765c46542.jpg
Sully Prudhomme (16 maart 1839 – t september 1907)
 



 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e maart ook mijn blog van 16 maart 2011 deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:50 Reageer op dit bericht

Louis Paul Boon, Ben Okri, David Albahari, Gerhard Seyfried, Kurt Drawert, Andreas Okopenko

De Vlaamse dichter, schrijver en kunstschilder Louis Paul Boon werd geboren in Aalst op 15 maart 1912. Zie ook alle tags voor Louis Paul Boon op dit blog.

 

Uit: Chapel Road  (Vertaald door Adrienne Dixon)

 

“The old hunchback meets you in chapel road, he stops, because I want to have a word with you, he says: I hear you’ve written a story about our chapel road and that now you want to leave us and live in a cottage in the country; well now, your life’s all wrong, just as your story is bound to be all wrong as well … living in a cottage far from the world is no life … and a book about chapel road is no book … if I were to write a book it would be like this: it’s something very old which my late mother told me when I was a child: a poor but beautiful girl is orphaned and the workhouse sends her to be fostered with a farmer, as they used to do, and she grows up and becomes even more beautiful than she was before, and the son of the notary or the burgomaster falls in love with her but he’s got to go and study at the youniversity, to be a doctor, and he becomes a doctor and he marries a rich lady and the beautiful girl has a child from him and is held in contempt by everyone and she gives her child away at the convent, she puts it on a plank and the plank moves away and she’s lost her child forever, maybe she sheds a tear or two, and goes outside, and then begins her life as a poor but beautiful fallen girl; later she gets The Disease and she’s got to go to hospital and she’s going to die and at her death bed are the priest and the doctor and the doctor is her lover, he can tell from the ring he put on her finger long ago, and he asks what happened to our child and she replies that she left it at the convent of the sisters of saint dromedary, and the priest says: I’m your son because I was the child that was left in the convent of the sisters of saint dromedary. Here the hunchback stops and looks at you, because this is the novel he would write; of course, a bit spun out and padded to make it longer he says. You see? that dying woman who was a poor but beautiful girl, and at her deathbed the doctor and the priest who should have been her husband and her son … that would have been a proper book, but your book won’t be a proper book, there’ll be nothing in it about life AS IT REALLY IS.”

  

 

 1115282-754a1764d2869792e27bb4f44501b60b.jpg

Louis Paul Boon (15 maart 1912 - 10 mei 1979)

 

 

 

 

 

De Nigeriaanse dichter en romanschrijver Ben Okri werd geboren op 15 maart 1959 in Minna, Nigeria. Zie ook alle tags voor Ben Okri op dit blog. 

 

 

Little girl

 

Little girl
In the green river
I watch you
Bathing away the last
Smiles of initiation
With ripples of the water's cruelty
Catching
The wondrous light
From the sky.

 

Little girl
In the savage river
I marvel that you float
In silvery state
Amongst the riverweed
And fishes:
I marvel more
At seeing you smiling across
To the boatman
Whirling in the currents
Who drowned while sleeping
Who dreamed of the source
And of you.

 

I see the gashes on your face
The marks you can't explain
Or wonder at
For the river gives off no reflections;
The fever in your eyes
Calls me
From my watchpost
In this time of drought;
I descend
And find the waves
Are raging
A new fear, a terrible understanding.

 

The fishes have all gone
The weeds have gathered themselves away
I see you startled
At the stillness that comes
When the animals plunge
Into the river
To remain with you:
And I understand your terror.

 

Little girl
In the flowering river
You have found
An alcove in the whirlpool:
It seemed such a neutral place
For your last rites
Before the howls in the air
Discover your secrets.

 

And now that it is all over
And the animals bulk the shoreline
And the pillows of the riverbed
Whisper a great unease
And the river has reversed its current
And now that you can float
To all the cities
Under the darkening sky
There is one thing I have to tell you:

 

On my way back up
The watchpost had been destroyed
And a crumbling new tower erected.

 

There was a feast of madmen
And many tongues sang of abundant chaos
In the orgies
While there has been
So much water
From your eyes
In the river.

 

 

 

 1115282-108f80a824aed89714874f06755f67da.jpg

Ben Okri (Minna, 15 maart 1959)

 

 

 

 

De Servische schrijver David Albahari werd op 15 maart 1948 geboren in Pec in Sevie.  Zie ook alle tags voor David Albahari op dit blog.

 

Uit: Leeches (Vertaald door Ellen Elias-Bursać)

 

“Now, six years after the fact, I realize things might have gone differently, but back then, on Sunday, March 8, 1998, when it all began, it was impossible to imagine any other way for events to unfold. Also perhaps I made no effort to imagine something different, believed I had no choice, no choice at all, but was instead looking at the inevitable, which I could not have influenced even if I had wanted to. It no longer matters, because what was happening, whether I chose it or not, became destiny, which nothing will ever be able to change. The apple drops from the tree, red and firm, and is nearly hidden in the dense grass, but the ants, snails, and wasps find their way to it, and in the end nothing is left of the apple; the grass will right itself in time. I must be mentioning an apple now because that Sunday, six years ago, I left the house holding an apple, not a red one, true, but yellow, which I later ate, all of it, even the seeds and the stem. To be fair, I didn't actually eat the stem, I held it between my teeth for a time, mashing and nibbling at it slowly, until it finally came apart. I always took a walk on Sundays along the Danube, no matter what the weather, in rain or the blustering kosava winds. Not even the snow stopped me. It wasn't snowing that day though, nor was there much of a wind blowing: the clouds tumbled across the sky, the sun gleamed from time to time, then slipped again behind a cloud; all in all, it was an ordinary, though chilly, March day. I went out after lunch, at about two in the afternoon. I took the first bite of my apple when I crossed the square, and choosing the shortcut between the new high-rises, came out onto the quay. As I bit into it, the yellowish peel, dotted with golden freckles, resisted for a moment, then burst. Three drops of apple juice sprayed my face: one on the forehead, two on the left cheek. I moved my hand to brush them off, and between my fingers as I was touching my forehead I caught sight of a young man and woman standing at the water's edge.”

 

 

 1115282-f98ad5770f5bb7246a1f8157b8d1d144.jpg

David Albahari (Pec, 15 maart 1948)

 

 

 

 

De Duitse schrijver, tekenaar en karikaturist Gerhard Seyfried werd geboren op 15 maart 1948 in München. Zie ook mijn blog van 15 maart 2009 en ook mijn blog van 15 maart 2010 en ook mijn blog van 15 maart 2011.

 

Uit: Der schwarze Stern der Tupamaros

 

„REPUBLICA ORIENTAL DEL URUGUAY

DIRECCION NAL. DE MIGRACION

- 8 ABR. 1985

ENTRADA COLONIA 85

So steht das frisch gestempelt auf der Seite neben dem Visum der Republica  Argentina. Fred Richter klappt den Paß wieder zu und schiebt ihn in die  Hemdtasche. Er sitzt auf der steinernen Balustrade und schaut über die weite,  graubraune Wasserfläche des Rio de la Plata, dorthin, wo unsichtbar im hellen  Dunst Buenos Aires liegen muß. Zu seinen Füßen klatschen die Wellen an die  Mauer. Außer den Wellen regt sich nichts. Nirgends ein Mensch, keine Möwen im  Himmel, kein Schiff auf dem Strom.

Fred ist heute morgen von Buenos Aires herübergekommen, 55 km mit dem nagelneuen  Tragflügelboot über den Rio de la Plata. lsabel und Alfredo hatten zwar  bedenkliche Gesichter gemacht wegen des Ausflugs nach Uruguay, Bord-aberrys  finstere Militärdiktatur war schließlich erst vor einem Jahr zu Ende gegangen,  aber er wollte eben einmal hierher, und wenn es nur für ein paar Stunden wäre.

Dabei weiß er gar nicht recht, was er eigentlich hier sucht, hier in Colonia del  Sacramento, dieser kleinen Provinzhauptstadt. Den Ursprung einer Geschichte, die  hier nicht angefangen und hier auch nicht geendet hat? Und doch irgendwie hier  begann, hier in Südamerika, wo weder er noch Jenny jemals waren.“

 

 

 1115282-cc4e99001b4516df1305081d0b3680ec.jpg

Gerhard Seyfried (München, 15 maart 1948)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Kurt Drawert werd geboren op 15 maart 1956 in Henningsdorf. Zie ook alle tags voor Kurt Drawert op dit blog. 

 

 

Engel Idylle, rückwärts

 

Eben noch war es der Leichtsinn
des Frühlings, und schon pfeifen die Vögel
im Innenohr weiter, ununterscheidbar
vom Rauschen des Blutes,
oder was sonst noch passiert

jenseits der Herrlichkeiten.
Man beschäftigt die Fachwelt
mit seinem Körper, nervt,
weil die Geheimnisse wechseln,
und wird auf die Zukunft verwiesen.

Dabei ist das alles, von einem Moment
auf den andern, sehr einfach:
die Idylle spult rückwärts,
wie ein Film am Anschlag der Rolle.
Die Geschichte der Geschichte beginnt,

das andere Leben, als Homunkulus
im Sprechstundenzimmer
mit gebürstetem Schädel
und Stich in die Vene.
Sehr privat auch erkennbar als Schwäche

des Phallus, dieser Knick einer Blume,
bevor sie zum Kraut fällt.
Es ist der Anfang vom Abgang.
Es ist die Stunde der Hunde.
Und so geht es zu nach den Höhepunkten:

Beckett, mein Teckel, vierjährig –
wegen Aufruhr geschlachtet;
die Arktis mit ihren Eiskremreserven -
leergepickelt. Schöne Maschinen
fallen vom Himmel wie Schuppen

der kranken Kopfhaut. Überall Brände,
alle U-Boote sinken. Das Arbeitsamt online
(keine Chance mehr für Fahrradfahrer).
Nietzsche auch tot, mehrfach. Von oben
betrachtet – das reine Wissenschaftschaos.

Doch hosianna, ihr Börsianer!
In den Chat-Rooms der Hölle
pokern wir weiter.
Die Adressen der Unsterblichkeit leuchten.
Die fröhlichen Toten winken uns zu.

 

 

1115282-de4b2cf6407fdb4c15d254eb0b072c48.jpg 

Kurt Drawert (Henningsdorf, 15 maart 1956)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Andreas Okopenko werd in Košice (Slowakije) geboren op 15 maart 1930. Zie ook alle tags voor Andreas Okopenko op dit blog.

 

 

Das sanfteste Gefängnis der Welt

 

Das sanfteste Gefängnis der Welt

hab ich für mich gebaut.

Man wird darin nur auf Wunsch gequält

und hat sogar eine Braut.

Der Quäler bin ich und die Braut bin ich

und das Bett bin ich und das Brot.

Und wenn ich als Bäcker mich mal verspät,

so fress ich den eigenen Kot.

 

 

 

Relativität

 

Die Affen singen in den Bäumen:
„Wir wollen wie die Menschen träumen.“
Wie einfältig seid ihr geschaffen!
ich möchte träumen wie die Affen.

 

Verbranntes Liebespaar

 

Wir wohnen jetzt zusammen –
das ist der Vorteil der Flammen.

 

 

 

 

Epitaph

 

Pardon, ja ich stinke, ich bin eine Leiche.
Ich bin Okopenko, doch nicht mehr der Gleiche.

 

 

 1115282-c68313ab0b1b362bc4c709fd95809152.jpg

Andreas Okopenko (15 maart 1930 – 27 juni 2010)



 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e maart ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:21 Reageer op dit bericht

An Rutgers van der Loeff, Lionel Johnson, Paul Heyse, Franz Schuh, Ángelos Sikeliános, Wolfgang Müller von Königswinter

De Nederlandse schrijfster An Rutgers van der Loeff werd geboren in Amsterdam op 15 maart 1910. Zie ook alle tags voor An Rutgers van der Loeff op dit blog.

 

Uit: Rossy, dat krantenkind

 

‘Twee verpleegsters voor één zo'n klein ding,’ zei zijn vrouw dromerig, starend naar het groene dak daar verderop. Toen schoof zij haastig het doekje, dat zij over haar krullen droeg, wat steviger naar voren, want er ging een trilling door het Reuzenwiel. ‘We gaan weer,’ zei ze. Maar tegelijkertijd riep een machtige stem door een luidspreker naar boven dat ze geduld moesten hebben en zich niet ongerust moesten maken. Er werd even iets verholpen aan de machinerie.

‘We hangen hier dus toch niet voor de aardigheid; valt me van ze tegen,’ zei Ricky.

‘Ik vind het hier boven prettiger dan beneden in al die drukte. En het is hier koeler,’ zei het meisje. Zij heette Mary, maar hij noemde haar altijd Baby. En zijn echte baby noemde hij bij al die mooie lange namen, die hij had verzonnen omdat dat het enige was wat ze hun dochtertje hadden kunnen geven bij haar geboorte. En ook omdat hij het leuk vond dat de ambtenaar van de Burgerlijke Stand zo veel moest opschrijven. Want Ricky Carlotto was óók nog erg jong. Hij was negentien en zij achttien.

‘We zijn een mooie vader en moeder,’ zei Ricky, terwijl hij door zijn zwarte haren streek. Zijn strooien hoed lag op Mary's schoot. ‘Hier zitten wij lekker in het Reuzenwiel, terwijl onze dochter beneden in het tentoonstellingsgebouw door duizenden mensen wordt bekeken en ons geld opbrengt, zo klein als ze is.’

‘Honderd dollar,’ zei Mary ernstig. ‘Honderd dollar verdient ze voor ons, en zij weegt nog geen twee en een half pond. En we krijgen duizend dollar,’ zei ze langzamer, ‘duizend dollar, als ze dood gaat ...’

‘Gebeurt niet,’ zei Ricky vastberaden. ‘Gebeurt absoluut niet. Bedenk maar eens even: zij krijgt de beste, de allerbeste, de allerfijnste verzorging die er bestaat. Millionnairs- en senatorenkinderen krijgen het niet beter. Het gebéúrt niet, Baby. Ze is klein, maar taai. Zul je zien. 't Zit in de familie. Mijn grootmoeder is óók honderd jaar geworden. Wel vijf dokters hebben ons verteld dat dit de beste kans is die er voor haar bestaat!’

 

 

 1115276-7a3f30b9ad8fdcfbf9adaf0640433a01.jpg

An Rutgers van der Loeff (15 maart 1910 – 19 augustus 1990)

 

 

 

 

De Engelse dichter, essayist en criticus Lionel Pigot Johnson werd geboren op 15 maart 1867 in Broadstairs. Zie ook mijn blog van 15 maart 2009 en ook mijn blog van 15 maart 2010 en ook mijn blog van 15 maart 2011.

 

 

July

To More Adey

 

SUMMER lightning, and rich rain:

Roses perfume the hot air.

All the breathless night is faint,

All the flowery night is fair.

Philomel her joy or plaint

Sings, and sings, and sings again.

 

What comes now? The earth awaits

What fierce wonder from the skies?

Thunder, trampling through the night?

Morning, with illustrious eyes?

Morning, from the springs of light:

Thunder, round Heaven's opening gates.

 

 

 

1115276-f2c66f4127e2757e65c9c872aea0ba8c.jpg 

Lionel Johnson (15 maart 1867 – 4 oktober 1902)

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en essayist Paul Heyse werd geboren in Berlijn op 15 maart 1830. Zie ook alle tags voor Paul Heyse op dit blog.

 

 

Siesta

Lieb, o lieb war die Nacht
Mitten am hellen Tag,
Als wir die Läden geschlossen,
Als durch die schützenden Sprossen
Goldige Dämmerung brach.

Kühl, o kühl war der Saal,
Drinnen die Welt uns verging,
Da wir in seligem Schmachten
Wandelten, flüsterten, lachten,
Bis uns der Schlummer umfing.

Süß, o süß war der Traum,
Herz am Herzen geträumt!
Über uns schwebend im Kreise
Flattert’ ein Schmetterling leise,
Dunkel die Schwingen umsäumt.

 

 

 

 1115276-1e8b7dc23cdb7aa848aed2ded7646e7a.jpg

Paul Heyse (15 maart 1830 - 2 april 1914)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver en essayist Franz Schuh werd geboren op 15 maart 1947 in Wenen. Zie ook alle tags voor Franz Schuh op dit blog.

 

Uit: Schwere Vorwürfe, schmutzige Wäsche

 

„Mein Vater war Ringer, das heißt, er ging am Sonntag immer ringen, und zwar ins Gasthaus Maderl. Mein Vater hielt mich an der Hand, stellte sich an die Theke, trank ein wenig vom Seidel, während Maderl, der Wirt, bereits unruhig wurde; er wußte ja von vielen Sonntagen her, was kommen mußte. Da ich noch klein war, hatte ich nicht den Überblick, aber wenn mein Vater meine Hand losließ, war es wieder soweit. Gleich rang er irgendeinen Gast nieder, der frech geworden war. »Soll ich mir ein altes Gwand anziehen«, hatte zum Beispiel einer einmal gesagt, nachdem ihn mein Vater eindringlich gemustert, also auf seine Eignung für den Kampf geprüft hatte. Der Mann hatte danach immer noch sein neues Gewand an, das aber so gut war wie ein altes, wie ein sehr altes, in Fetzen hängendes. »Soll ich mir ein altes Gewand anziehen«, bedeutet nämlich, daß einer sich erst umziehen muß, bevor er einen anderen anrührt und sich an ihm dreckig macht. So dialektisch formulierte man damals, als ich noch klein war.

Ich bin im Beisl aufgewachsen. Allmählich, mit den Jahren, wuchs ich dort zur nötigen Größe heran, um alles zu durchschauen: den abgetretenen, ölig schwarzen Fußboden, die dunkelgelben Tische, die verchromten Wasserhähne, den großen Kasten hinter dem Rücken des Wirtes.“


 1115276-c1e616cec2b361079e05a17c32bc4fc8.jpg

Franz Schuh (Wenen, 15 maart 1947)

 

 

 

 

De Griekse dichter Ángelos Sikeliános werd geboren op 15 maart 1884 op het eiland Lefkas. Zie ook alle tags voor Ángelos Sikeliános op dit blog.

 

 

Village Wedding

 

To my beloved, who breaks my heart

O Isaiah, dance for joy, for the Virgin is with child.

Do you listen within your veil, silent, God-quickened heart?

O Isaiah,

O depth and stillness of virginity! Follow your man.

O Isaiah,

Let them throw white rice like a spring shower.

O Isaiah,

Like a spring cloud, let her now tenderly spread her bridal veil.

O Isaiah,

O the peace of the bridal dawn.

O Isaiah,

And he listens, and he listens.

O Isaiah,

 

And, as in front of a fount of crystal water,

Let the girls pass in front of the bride,

Observing her look from the corner of their eyes,

As though balancing pitchers on their heads.

O Isaiah,

O, like Leto giving birth to Apollo,

Do you listen within your veil?

O Isaiah,

When standing, her hands slight and pale,

Let them throw white rice like a spring shower.

O Isaiah,

She clasped the ethereal palm tree on Delos,

Like a spring cloud.

O Isaiah,

May you her mystical image …

O the peace of the bridal dawn.

O Isaiah,

Held by your husband’s strong heart,

And he listens.

O Isaiah,

Bring into the world with a single cry your child,

As the poet brings forth his creation.

 

 

 1115276-0406e4f1b25cbd5c9ed72d98db48ce15.jpg

Ángelos Sikeliános (15 maart 1884 – 9 juni 1951)

 

 

 

 

De Duitse dichter, arts en politicus Wolfgang Müller von Königswinter (eig. Peter Wilhelm Karl Müller) werd geboren op 15 maart 1816 in Königswinter. Zie ook mijn blog van 15 maart 2009 en ook mijn blog van 15 maart 2010 en ook mijn blog van 15 maart 2011.

 

 

O klingender Frühling

 

O klingender Frühling, du selige Zeit!

Und bist du vorüber, uns tut es nicht leid;

wir liebten uns gestern, wir liebten uns heut',

Wir lieben uns morgen, wir glückliche Leut'!

 

Einst holten wir Burschen die Birke voll Mut,

Und zogen zum Dorfe, die Maien am Hut;

Da traten die Mädchen aus jeglichem Haus,

Wie lachtest du, Herzlieb, verstohlen heraus!

 

Das Fest ging vorüber, da gabst du zur Stund'

Die Hand mir zum Drucke, zum Kuß mir den Mund;

Mein warst du, o Schatz, und, o Schatz, ich war dein:

Wir wollten verbunden in Ewigkeit sein.

 

Und sieh, nicht umsonst stand die Ros' auf der Heid',

Ich brachte den Strauß dir, du wonnige Maid;

Wir teilten zur Ernte den Tanz und das Lied,

Wir schnitten die Trauben und wurden's nicht müd'.

 

Jetzt stürmet der Winter so kalt durch die Welt,

Wir können nicht jubeln durch Berge und Feld,

Wir sitzen zu Hause, ein Herz und ein Sinn.

Im Herzen ist Sommer, blüht Liebe darin.

 

O klingender Frühling, du selige Zeit!

Und kehrst du, für ewig vereint sind wir beid':

Wir liebten uns gestern, wir lieben uns heut',

Wir lieben uns morgen, wir glückliche Leut'!

 

 

 

 1115276-48d50e64338700ab7c1e2855753b99ea.jpg

Wolfgang Müller von Königswinter (15 maart 1816 – 29 juni 1873)

Met zijn gezin

Geschreven door Romenu om 19:15 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten