Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 30 maart 2012 tot 31 maart 2012

Marga Minco, Octavio Paz, Nichita Stănescu, Enrique Vila-Matas, Hartmut Lange

De Nederlandse schrijfster en journaliste Marga Minco, pseudoniem van Sara Minco, werd geboren in Ginneken op 31 maart 1920. Zie ook alle tags voor Marga Minco op dit blog.

 

Uit: Kampeerbekers

 

„In de winter van 1942-1943 zeiden ze tegen ons: ‘Jullie hadden al lang weg moeten zijn’. Maar we haalden onze schouders op. We bleven. Ik mocht nu ook iedere dag langer op. Het was maanden geleden dat ik buiten gewandeld had. Ik ging achter ons huis om, de landweg in, die op het bos uitkwam. Omdat we tijdens mijn kuur in een andere plaats waren gaan wonen, was ik hier nog niet eerder geweest. Het was er heel stil. Af en toe kwam een boer voorbij met melkkannen. Hij groette schuw, maar dat zou hij iedereen gedaan hebben. Een magere hond wandelde met me mee. De schelle roep van een vrouw klonk in de verte. Vliegtuigen vlogen zacht zoemend over.

Op een dag kwam ik van een wandeling thuis en vond drie brieven in de bus. Het waren lange, gele enveloppen. Onze namen stonden er voluit op en ook de datum van onze geboorte. Het waren de oproepen.

‘We moeten ons melden’, zei mijn broer.

‘Ik voel er weinig voor’, zei zijn vrouw. Ze waren pas getrouwd en alles was nog erg nieuw in het huis.

‘We zullen iets van de wereld zien, het lijkt me wel avontuurlijk’, zei mijn broer.

‘Het zal een enorme reis zijn’, zei ik, ‘ik ben nog nooit over de grens geweest’.

We kochten rugzakken en voerden onze kleren met bont en flanel. We stopten overal doosjes vitaminen in. Ze hadden ons gezegd dat we dat doen moesten. Op de oproep stond ook nog dat we kampeerbekers moesten meenemen. Mijn broer ging ze in de stad kopen. Toen hij al bijna de straat uit was, kwam ik hem snel achterop.

‘Ik ga even mee’, zei ik, ‘ze zullen niet gemakkelijk te krijgen zijn’.

‘Denk je?’ vroeg mijn broer, ‘we zullen zien’.

In een bazar, waar we eerst voorbij kwamen, zagen we alleen maar stenen bekers. ‘Die breken te gauw onderweg’, zei mijn broer. In een volgende winkel hadden ze wel kampeerbekers, maar die vond mijn broer te klein. ‘Daar kan niks in’, zei hij.“

 

 

 1125833-d810035430d5801a0910bfda3a48d1e0.jpg

Marga Minco (Ginneken, 31 maart 1920)

 

 

 

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, en diplomaat Octavio Paz werd geboren op 31 maart 1914 in Mixcoac, tegenwoordig een deel van Mexico-stad. Zie ook alle tags voor Octavio Paz op dit blog.

 


Water en wind

 

Uitgestrekt water, jij flonkert
onder een sensuele bliksemflits
mijn gedachten blauw en zwart

 

Jij loopt door het bos van mijn bloed
witte bomen zwarte bomen
bomen met de geur van zaad

 

Jij woont in een robijn
flelgloeiend ogenlik
druppel van vuur
ingelegd in de nacht

 

Grenzeloos lichaam
in een kleine alkoof

 

De zee tilt je op tot de witste schreeuw
de klimop van kreten slaat zijn nagels in mijn nek
de zee scheurt je open, rukt je ogen uit
toren van zand die inzakt
je zuchten ontploffen en verdwijnen
zwarte hanen
bezingen je dood en je verrijzenis

 

Boven het verkoolde bos
gaat de zon voorbij met een bijl

 

 


Vertaald door K. Michel

 

 

 

Last Dawn

 

Your hair is lost in the forest,
your feet touching mine.
Asleep you are bigger than the night,
but your dream fits within this room.
How much we are who are so little!
Outside a taxi passes
with its load of ghosts.
The river that runs by
is always
running back.
Will tomorrow be another day?

 

 

 

 1125833-cc7ce1de6dd9601d575c85887b7e0704.jpg

Octavio Paz (31 maart 1914 – 19 april 1998)

 

 

 

 

De Roemeense dichter en essayist Nichita Stănescu werd geboren op 31 maart 1933 in Ploieşti. Zie ook alle tags voor Nichita Stănescu op dit blog.

 

 

The golden age of love

My hands are in love,
alas, my mouth loves -
and see, I am suddenly aware
that things are so close to me
I can hardly walk among them
without suffering.

It is a sweet feeling
of waking, of dreaming,
and I am here now, without sleep -
I clearly see the ivory gods,
I take them in my hands and
thrust them, laughing, in the moon
up to their sculpted hilts -
the wheel of an ancient ship, adorned
and spun by sailors.

Jupiter is yellow, Hera
the magnificent shades to silver.
I strike the wheel with my left hand and it moves.
It is a dance of sentiments, my love,
many a goddess of the air, between the two of us.
And I, the sail of my soul
billowed with longing,
look for you everywhere, and things come
ever closer,
crowding my chest, hurting me.


 
Vertaald door Thomas Carlson en Vasile Poenaru.

 

 

 

 1125833-84b78fff0eaf3ce7f685ec8dc67976e9.jpg

Nichita Stănescu (31 maart 1933 – 13 december 1983)

 

 

 

 

 

De Spaanse schrijver Enrique Vila-Matas werd geboren in Barcelona op 31 maart 1948. Zie ook alle tags voor Enrique Vila-Matas op dit blog.

 

Uit: Bartleby & Co. (Vertaald door Jonathan Dunne)

 

„I chuckled softly to myself. It is difficult to imagine Bartleby in a meeting with somebody, immersed, for example, in the heavy atmosphere of an assembly of directors. But it is not so difficult - it is what I propose to do in this diary or book of footnotes - to assemble a good number of Bartlebys, that is to say a good number of writers affected by the disease, the negative impulse.

Of course I heard "Bartleby" where I should have heard my boss's surname, which is very similar. But undoubtedly this mistake could not have been more propitious, since it made me strike out and decide, after twenty-five years of silence, finally to start writing again, writing about the last secrets of some of the most conspicuous cases of creators who gave up writing.

It is my intention, therefore, to make my way through the labyrinth of the No, down the roads of the most disquieting and attractive tendency of contemporary literature: a tendency in which is to be found the only path still open to genuine literary creation; a tendency that asks the question, "What is writing and where is it?" and that prowls around the impossibility of the same and tells the truth about the grave, but highly stimulating, prognosis of literature at the end of the millennium.

Only from the negative impulse, from the labyrinth of the No, can the writing of the future appear. But what will this literature be like? Not long ago a work colleague, somewhat maliciously, put this question to me.

"I don't know," I said. "If I knew, I'd write it myself."

 

 

 1125833-16da201df6c33c44d0e677fa416219f9.jpg

Enrique Vila-Matas (Barcelona, 31 maart 1948)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Hartmut Lange werd geboren op 31 maart 1937 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Hartmut Lange op dit blog.

 

Uit: Der Abgrund des Endlichen

 

„Ich hatte die Gegend, nachdem wir dort weggezogen waren, nie wieder gesehen, erinnerte mich

aber noch an die Schrebergarten und dass da ein groseres Waldstuck gewesen war, und dies wenigstens hatten die beiden Briefe, was auch immer sie bedeuteten, erreicht: Ich nahmmir vor, in den sudostlichen Teil Berlins, namlich nach Johannisthal, zu fahren, griff nach dem Faltplan, um herauszufnden, wie man von Wilmersdorf aus auf dem kurzesten Weg dorthin gelangen konnte. Es gab zwei Moglichkeiten. Entweder man durchquerte die Innenstadt in Richtung Treptow und bog, sowie man Niederschoneweide erreicht hatte, in die Sudostallee ein, oder man benutzte die Autobahn in RichtungNeukolln bis zurNeuen Spathstrase und fuhr dann weiter in Richtung Konigsheideweg.

Das Wetter war kuhl, es begann zu regnen, und nachdem ich ein Arboretum und einen kleinen See

passiert hatte, bog ich in jene Chaussee ein, hinter der die Schrebergarten lagen. Ich erkannte einiges

wieder: Da war das Restaurant diesseits der Chaussee, und wenn man, ich hatte den Wagen geparkt,

die Chaussee uberquerte, stand man vor einem Tor mit der Aufschrifft ≫Kolonie Blumenhain≪.

Ein breiter Weg fuhrte an Holzlauben vorbei, die man links und rechts inmitten von Strauchern und

Obstbaumen aufgestellt hatte, und da es Herbst war und uberall das Laub fehlte, wirkten sie armselig

und ungeschutzt. Die Fenster waren winzig, hier und dort mit Pappe und Plastikfolie ausgebessert.

Ich fror bei dem Gedanken, dass ich hier oder weiter dort, wo die nachste Laubenkolonie begann,

jahrelang gewohnt haben sollte, und nun fiel mir auch die Adresse wieder ein.“

 

 

 1125833-695e31bae29c6777bbc3a14a9cade2e5.jpg

Hartmut Lange (Berlijn, 31 maart 1937)



Zie voor nog meer schrijvers van de 31e maart ook
mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:06 Reageer op dit bericht

Marge Piercy, Angela Kreuz, Peter Motte, Judith Rossner, Rob Boudestein

De Amerikaanse schrijfster en feministe Marge Piercy werd geboren op 31 maart 1936 in Detroit.  Zie ook alle tags voor Marge Piercy op dit blog.

 

 

My Mother's Body

 

1.
The dark socket of the year
the pit, the cave where the sun lies down
and threatens never to rise,
when despair descends softly as the snow
covering all paths and choking roads:

then hawkfaced pain seized you
threw you so you fell with a sharp
cry, a knife tearing a bolt of silk.
My father heard the crash but paid
no mind, napping after lunch

yet fifteen hundred miles north
I heard and dropped a dish.
Your pain sunk talons in my skull
and crouched there cawing, heavy
as a great vessel filled with water,

oil or blood, till suddenly next day
the weight lifted and I knew your mind
had guttered out like the Chanukah
candles that burn so fast, weeping
veils of wax down the chanukiya.

Those candles were laid out,
friends invited, ingredients bought
for latkes and apple pancakes,
that holiday for liberation
and the winter solstice

when tops turn like little planets.
Shall you have all or nothing
take half or pass by untouched?
Nothing you got, Nun said the dreydl
as the room stopped spinning.

The angel folded you up like laundry
your body thin as an empty dress.
Your clothes were curtains
hanging on the window of what had
been your flesh and now was glass.

Outside in Florida shopping plazas
loudspeakers blared Christmas carols
and palm trees were decked with blinking
lights. Except by the tourist
hotels, the beaches were empty.

Pelicans with pregnant pouches
flapped overhead like pterodactyls.
In my mind I felt you die.
First the pain lifted and then
you flickered and went out.

 

 

 

 1125831-a13c4d16b6e808a8a2d4b0be042daa3b.jpg

Marge Piercy (Detroit, 31 maart 1936)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Angela Kreuz werd geboren in Ingolstadt op 31 maart 1969. Zie ook alle tags voor Angela Kreuz op dit blog.

 

Uit: Ein Paar rote Schuhe

 

„Heute mache ich es, dachte ich. Ich saß bei MäcDoof an einem Tisch vor der Fensterfront und starrte in die Auslage des Schuhladens gegenüber. Ein rotes Paar Schuhe, um das ich schon seit Tagen herumgeschlichen war, stand in der Mitte auf einem Stufengestell und leuchtete verführerisch aus dem Schaufenster heraus. Wenn ich genau hinhörte, flüsterte es: Hole mich, zieh mich an, geh mit mir in die Disko, egal, was es dich kostet. Und wenn es dich nichts kostet, umso besser.

‚Warum-warum‘ fragst du? Gott, wie ich diese Frage hasse. Die Frage ist falsch, falsch ist sie. Ich weiß nicht, was richtig ist, will es gar nicht wissen. Soll ich mir lieber mein Gesicht anschauen, das sich in der Scheibe spiegelt? Mich in seine pickelige Trostlosigkeit vertiefen und mir über den trotzig verzogenen Mund Gedanken machen?

Ich gehe jetzt rüber, dachte ich, doch als ich eine Frau um die fünfzig mit einem kleinen Scheißer an der Leine auf das Geschäft zusteuern sah, wartete ich noch ein bisschen. Sie hatte einen Pelzmantel an und trug ihre dunklen Haare hochgesteckt; ich tippte auf viel Goldschmuck, was ich von hier aus ja nicht sehen konnte. Die Alte parkte ihren Hund vor dem Fahrradständer und trat sich hinter der Glastüre den Schnee von den hochhackigen Schuhen ab. Man kann zu gut von der Straße aus in den Laden reinsehen, dachte ich, der ist eigentlich keine gute Wahl.“

 

 

1125831-157b754ef6584e8e4e0c260c20780b1e.jpg
Angela Kreuz (Ingolstadt, 31 maart 1969)

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver, vertaler en publicist Peter Motte werd geboren in Geraardsbergen op 31 maart 1966. Zie ook alle tags voor Peter Motte op dit blog.

 

 

Het ding


Het was niet eens een ding.

Het was een hoop,

een rest,

neergedruipt van rond de kaarsvlam.

Maar het werd

autootjes,

en bootjes,

en hondjes

‑ onze nukkige hond dwong ons tot de schuine kop ‑

en boompjes en zelfs bomen,

en huisjes

‑ want onze zus wou haar poppen onder dak.

En, ja, ook poppen.

Maar we noemden ze

politieagenten,

en bakkers,

en brandweerlieden.

Maar geen calavera,

want dat kenden we niet

‑ en kerkhoven negeerden we nog.

En iemand probeerde uit het gele druipsel de zon te kneden,

maar we vonden alledrie de witte maan mooier.

 

En toen kwam een keuze.

Het ding zonder vorm,

de rest,

het afval,

moest weg,

als we iets anders wilden.

Iets beters.

We schoven de hoop naar zijn uitgestelde rustplaats,

en ontvingen een ding,

een pakje,

met letters in regenboogkleuren,

die hobbelend 'boetseerklei' spelden.

 

De nieuwe auto's reden niet,

de boten voeren niet,

er werd niets meer gebouwd,

er kon niets meer groeien,

en niets leek nog echt

 

Alleen de hoop had dat gekund:

alles tonen

wat wij verzonnen

- in de pauze van zijn bestaan.

 

 


1125831-4833b25e9ff326cb09797722689d68eb.jpg
Peter Motte (Geraardsbergen, 31 maart 1966)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Judith Rossner werd geboren als Judith Perelman op 31 maart 1935 in New York. Zie ook alle tags voor Judith Rossner op dit blog.

 

Uit: Perfidia

 

„She said he didn't love me or anybody, but I don't think I could tell when I was little. For a long time I thought of him sweetly. By the time my mother and I settled in Santa Fe, his study was the only part of the house I remembered. Book-lined walls, huge desk with orderly stacks of paper, maroon-background Oriental rug. When she was busy, I would stay in there with him, drawing, looking at picture books, being read to, taking my nap. (I could read by the time I was four but I still wanted him to read to me.) Someone gave me a wooden puzzle map of the United States. Each state was one piece. I think my mother learned where the different states were from doing that puzzle with me. I don't know how much more she knew about any of them when she picked me up and left.
In the months that we were on the road, I would dream that I was in my  father's study, but it was all right when I awakened because my mother  was next to me in bed. Once we got to Santa Fe, my mother was in bed with  Wilkie, and when I awakened, nobody was there.“

 

 

 1125831-70b0b2f8d19649400fc4b17752cd2545.jpg

Judith Rossner (31 maart 1935 – 9 augustus 2005)

New York

 

 

 

De Nederlandse dichter Rob Boudestein werd geboren op 31 maart 1947 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 31 maart 2010 en ook mijn blog van 31 maart 2011.

 

 

Kwatrijn

Was ik Rimbaud, ik zag kalessen, draken
tamboers, een mijnstreek, galerijen, staken.
Maar nu zie ik wat weiland met een koe,
meer kan ik er waarachtig niet van maken.

 

 

 

Aftelversje
 

Ze hadden heel de wereld klop gegeven
en lazen Holland nou eens mooi de les:
vier Belgen, inclusief reserves zeven.
 
Een heeft maar kort plezier van het succes:
Pierre Bellemans. Zijn levenloze lijf
vond men in bed. Toen waren er nog zes.
 
Dan sneuvelt in dit bikkelhard bedrijf
Louis Verreydt. Zijn hart had op papier
nog vijftig jaar. Toen waren er nog vijf.
 
Een nieuwe prooi in Knekelman’s vizier:
Demeyer, Marc stapt af. Bij autopsie
bleek hartstilstand. Toen waren er nog vier.
 
En Ludo Vanderlinden? Ook fini.
Zijn hart. What else? Nu zijn er dus nog drie.

 

 

 

 1125831-aa792e42d8ffcbda0f059a777021549f.jpg

Rob Boudestein (Den Haag, 31 maart 1947)

 

Geschreven door Romenu om 18:59 Reageer op dit bericht

Andrew Marvell, John Fowles, Edward FitzGerald, Andrew Lang, Robert Brasillach

De Engelse dichter Andrew Marvell werd geboren in Winestead, Yorkshire op 31 maart 1621 in Londen. Zie ook alle tags voor Andrew Marvell op dit blog.

 

 

The Character Of Holland (Fragment)

 

Holland, that scarce deserves the name of Land,
As but th'Off-scouring of the Brittish Sand;
And so much Earth as was contributed
By English Pilots when they heav'd the Lead;
Or what by th' Oceans slow alluvion fell,
Of shipwrackt Cockle and the Muscle-shell;
This indigested vomit of the Sea
Fell to the Dutch by just Propriety.
Glad then, as Miners that have found the Oar,
They with mad labour fish'd the Land to Shoar;
And div'd as desperately for each piece
Of Earth, as if't had been of Ambergreece;
Collecting anxiously small Loads of Clay,
Less then what building Swallows bear away;
Transfursing into them their Dunghil Soul.
How did they rivet, with Gigantick Piles,
Thorough the Center their new-catched Miles;
And to the stake a strugling Country bound,
Where barking Waves still bait the forced Ground;
Building their watry Babel far more high
To reach the Sea, then those to scale the Sky.

 

 

 1125825-8428070754451437c5e466fd97e9ebbe.jpg

Andrew Marvell (31 maart 1621 - 16 augustus 1678)

 

 

 

 

De Engelse schrijver en essayist John Fowles werd geboren in Leigh-on-Sea (Essex) op 31 maart 1926. Zie ook alle tags voor John Fowles op dit blog.

 

Uit: The Journals

 

“Oxford, 6 October
Reread some early poems. All bad. It is like seeing oneself in a film walk naked through a crowded street.
But then to feel oneself unfolding, like a flower.

7 October
Lunch with Guy Hardy and Basil Beeston and a serious Pole.1 In the Kemp. I cannot concentrate on those with whom I happen to be. Always there are more interesting people at the next table. Beautiful women to be watched. G and BB seem so set up in the world - they sit on a terrace by the sea and I drift past, watching them, jealous, unhappy. Yet I have the jewel. I may drift to even-more-to-be-coveted terraces, and land.
*
Immortality is a convention, a white elephant. A futility. There is no logic in planning for it. No enjoyment, no beauty can come out of it. All life should be designed to be contained within life. Within the closed circle. Outside the theatre, the bouquets won't be seen. The turnip who gains fame in his life, and lives, has an immense superiority over the poet who becomes famous after his death, and obscurely exists. Immortality is the gravestone of the spirit. What use is the gravestone?“

 

 

 

1125825-666a253418e5c0f49de16f80c1719357.jpg
John Fowles (31 maart 1926 - 5 november 2005)

 

 

 

 

De Engelse dichter, schrijver en vertaler Edward FitzGerald werd geboren in Woodbridge, Suffolk, op 31 maart 1809. Zie ook alle tags voor Edward FitzGerald op dit blog.

 

 

From Omar Khayyam

 

I
A BOOK of Verses underneath the Bough,
A Jug of Wine, a Loaf of Bread--and Thou
   Beside me singing in the Wilderness--
O, Wilderness were Paradise enow!

Some for the Glories of This World; and some
Sigh for the Prophet's Paradise to come;
   Ah, take the Cash, and let the Credit go,
Nor heed the rumble of a distant Drum!

Look to the blowing Rose about us--'Lo,
Laughing,' she says, 'into the world I blow,
   At once the silken tassel of my Purse
Tear, and its Treasure on the Garden throw.'

And those who husbanded the Golden grain
And those who flung it to the winds like Rain
   Alike to no such aureate Earth are turn'd
As, buried once, Men want dug up again.

 

 

 1125825-c10e3166b221c2a4cbf8405dba0209f1.jpg

Edward FitzGerald (31 maart 1809 - 14 juni 1883)

 

 

 

 

De Schotse dichter, schrijver en journalist Andrew Lang werd geboren op 31 maart 1844 in Selkirk. Zie ook alle tags voor Andrew Lang op dit blog.

 

 

Ballade Of The Bookworm

 

Far in the Past I peer, and see
A Child upon the Nursery floor,
A Child with books upon his knee,
Who asks, like Oliver, for more!
The number of his years is IV,
And yet in Letters hath he skill,
How deep he dives in Fairy-lore!
The Books I loved, I love them still!

One gift the Fairies gave me: (Three
They commonly bestowed of yore)
The Love of Books, the Golden Key
That opens the Enchanted Door;
Behind it BLUEBEARD lurks, and o'er
And o'er doth JACK his Giants kill,
And there is all ALADDIN'S store, -
The Books I loved, I love them still!

Take all, but leave my Books to me!
These heavy creels of old we bore
We fill not now, nor wander free,
Nor wear the heart that once we wore;
Not now each River seems to pour
His waters from the Muses' hill;
Though something's gone from stream and shore,
The Books I loved, I love them still!

ENVOY.

Fate, that art Queen by shore and sea,
We bow submissive to thy will,
Ah grant, by some benign decree,
The Books I loved--to love them still.

 

 

 1125825-2e13b5bd48a947a92c6bd312e667cb5e.jpg

Andrew Lang (31 maart 1844 – 20 juli 1912)

Portret door Sir William Blake Richmond, 1855

 

 

 

 

De Franse schrijver, dichter en journalist Robert Brasillach werd geboren in Perpignan op 31 maart 1909. Zie ook alle tags voor Robert Brasillach op dit blog.

 

 

Paysage de prison

Voici nos biens qui surgissent des brumes,
Voici Paris dans la nuit qui s'allume.
Voici la ville où dorment nos trésors.
Tout est caché derrière les barreaux,
Les arbres roux sont ceux du parc de Sceaux.
Ceux que l'on aime y respirent encor.

Comme un signal au bout de la jetée,
Comme un fanal sur la phare agité,
Voici la Tour, grande fille de fer.
Elle surmonte au-dessus des nuages
Nos diamants, notre or et nos images,
Les cargaisons englouties depuis hier.

O ma jeunesse au fond de ce brouillard,
Reviendras-tu avant qu'il soit trop tard
Pour conjurer les tempêtes encor ?
Ce n'est qu'à toi que je crois et confie
En cet automne où court sans fin la pluie
Mon pauvre coeur menacé par la mort.

 

 

 1125825-d1448f5b943cd15a0c72d35c6ff92d06.jpg

Robert Brasillach (31 maart 1909 - 6 februari 1945)

Geschreven door Romenu om 18:54 Reageer op dit bericht

100e Sterfdag Karl May, Gerrit Komrij, Uwe Timm, Paul Verlaine, Milton Acorn

Vandaag precies 100 jaar geleden overleed de Duitse schrijver Karl May. Karl May werd geboren op 25 februari 1842 in Hohenstein-Ernstthal. Zie ook alle tags voor Karl May op dit blog.

 

Uit: Winnetou

 

„Winnetou zeigte schon jetzt, trotz seiner Jugend, die Umsicht, welche ich später so oft an ihm bewundert habe. Er sagte sich, daß wir uns noch in der Nähe befinden müßten und die an dem Feuer stehenden, also beleuchteten Apachen im Nachteile seien, weil sie uns für unsere Gewehre ein sicheres Zielen gestatteten. Darum rief er:

»Tatischa, tatischa!«

   Dieses Wort heißt, sich entfernen. Er setzte auch schon zum Sprunge an, doch ich kam ihm zuvor. Vier, fünf schnelle Schritte hatten mich an den Kreis gebracht, welcher ihn umgab. Rechts und links die mir im Wege stehenden Apachen auseinander werfend, drang ich hindurch, und Hawkens, Stone und Parker folgten mir auf dem Fuße. Eben als Winnetou sein lautes "Tatischa, tatischa!" gerufen hatte und sich zum Fortspringen umwendete, stand er vor mir und wir sahen uns einen Moment lang in die Gesichter. Seine Hand fuhr blitzschnell in den Gürtel, um das Messer zu ziehen, da aber traf ihn schon mein Faustschlag gegen die Schläfe. Er wankte und brach auf die Erde nieder. Zugleich sah ich, daß Sam, Will und Dick seinen Vater gepackt hatten.

   Die Apachen heulten vor Wut auf; aber ihr Geheul war nicht zu hören, denn es wurde übertönt von dem schrecklichen Brüllen der Kiowas, welche sich nun auf sie warfen.

   Ich stand, da ich den Kreis der Apachen durchbrochen hatte, mitten in dem kämpfenden und heulenden Knäuel von Menschen, welche miteinander rangen. Zweihundert Kiowas gegen vielleicht fünfzig Apachen, also vier gegen einen! Aber die braven Krieger Winnetous wehrten sich aus allen Kräften. Ich hatte zunächst alles aufzubieten, mehrere von ihnen von mir abzuhalten, und mußte mich darum, da ich mich in ihrer Mitte befand, wie ein Kreisel im Kreise drehen. Dabei gebrauchte ich nur meine Fäuste, denn ich wollte keinen verwunden oder gar töten. Als ich noch vier oder fünf niedergeschlagen hatte, bekam ich Luft, und zu gleicher Zeit wurde der allgemeine Widerstand schwächer. Nach fünf Minuten seit unserm Angriffe war der Kampf zu Ende. Fünf Minuten nur! Aber in einem solchen Falle bedeuten sie doch eine lange Zeit!“

   

 

1125252-4999d7fe14de2106de4552733d728f27.jpg
Karl May
(25 februari 1842 – 30 maart 1912)

Winnetou (Pierre Brice) op zijn paard Iltschi

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook alle tags voor Gerrit Komrij op dit blog.

 

 

De zwijgzaamheid

 

Eer maakt men lakens wit met inkt,
Eer spreekt men schaak met bezemstelen,
Eer vindt men nog een roos die stinkt,
Eer ruilt men stenen voor juwelen,

Eer breekt men ijzer met zijn handen,
Eer zal men stijgen in valleien,
Eer legt en een garnaal aan banden,
Eer leert men geiten kousen breien,

Eer plant men bomen op de weg,
Eer zal men kakken in zijn hoed,
Dan dat ik u mijn ziel blootleg
En zeg wat ik thans lijden moet.

 

 

 

City Lights

 

De ruimte van een plein. Het is al nacht.
De hele dag liep ik door nauwe stegen
Waar ik verdwaasd mijn leven overdacht:
As, stof en zaagsel om bijeen te vegen.

De ruimte, eindelijk. Een klok die luidt.
Het is het stadsplein van een oude prent.
Tientallen stegen komen er op uit.
Poort, boog en standbeeld, alles is present.

Traag loop ik op het stralend marmer af.
Het is, hoe kan het anders, volle maan.
Een uil roept. In de verte klinkt geblaf.
Ik zie mijn moeder op de sokkel staan.

 

 

 

Fietstocht

 

Het verre postkantoor was de magneet.
Niet om de luchtpostzegels of de taal
Van overzeese stempels – nee, het deed
Op tweehoog ’s middags dienst als jeugdleeszaal.
Tweemaal, op dinsdag en donderdag,
Verdween ik in het ruime trapportaal
En kwam weer buiten met een brede lach.
Ik had mijn voorraad boeken andermaal.

Met in mijn hoofd een eerste regel die
Ik vluchtig had gezien bij een verhaal
Werd, fietsend, al naar het vervolg gegist.

Toch geselde ik vervaarlijk het pedaal
Om sneller thuis te zijn, omdat ik wist:
Het boek is beter dan de fantasie.

 

 

 

 1125252-5475b55576ca4c3111fd11b950a6ef6f.jpg

Gerrit Komrij (Winterswijk, 30 maart 1944)

Hier met de componist Louis Gauthier (links)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Uwe Timm werd geboren op 30 maart 1940 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Uwe Timm op dit blog.

 

Uit:  Die Entdeckung der Currywurst

 

„Sie hantierte an einer großen gußeisernen Pfanne.
Hin und wieder drückte eine Bö den Sprühregen unter das schmale Vordach: eine Feldplane, graugrün gesprenkelt, aber derartig löchrig, daß sie nochmals mit einer Plastikbahn abgedeckt worden war.
Hier geht nix mehr, sagte Frau Brücker, während sie das Sieb mit den Pommes frites aus dem siedenden Öl nahm, und sie erzählte, wer inzwischen alles aus dem Viertel weggezogen und wer gestorben sei. Namen, die mir nichts sagten, hatten Schlaganfälle, Gürtelrosen, Alterszucker bekommen oder lagen jetzt auf dem Ohlsdorfer Friedhof. Frau Brücker wohnte noch immer in demselben Haus, in dem früher auch meine Tante gewohnt hatte.
Da! Sie streckte mir die Hände entgegen, drehte sie langsam um. Die Fingergelenke waren dick verknotet. Is die Gicht. Die Augen wollen auch nicht mehr. Nächstes Jahr, sagte sie, wie jedes Jahr, geb ich den Stand auf, endgültig. Sie nahm die Holzzange und griff damit eine der selbst eingelegten Gurken aus dem Glas. Die haste schon als Kind gern gemocht: Die Gurke bekam ich jedesmal gratis. Wie hältste das nur in München aus?
Imbißstände gibts dort auch.
Darauf wartete sie. Denn dann, und das gehörte mit zu unserem Ritual, sagte sie: Jaa, aber gibts da auch Currywurst?
Nein, jedenfalls keine gute.
Siehste, sagte sie, schüttete etwas Curry in die heiße Pfanne, schnitt dann mit dem Messer eine Kalbswurst in Scheiben hinein, sagte Weißwurst, grausam, und dann noch süßer Senf. Das veddelt einen doch. Sie schüttelte sich demonstrativ: Brrr, klackste Ketchup in die Pfanne; rührte; gab noch etwas schwarzen Pfeffer darüber und schob dann die Wurstscheiben auf den gefältelten Pappteller: Das is reell. Hat was mitm Wind zu tun. Glaub mir Scharfer Wind braucht scharfe Sachen.
Ihr Schnellimbiß stand wirklich an einer windigen Ecke. Die Plastikbahne war dort, wo sie am Stand festgezurrt war, eingerissen, und hin und wieder, bei stärkeren Böen, kippte eine der großen Plastik-Eistüten um. Das waren Reklametische, auf deren abgeplattetem Eis man die Frikadellen und, wie gesagt, diese ganz einmalige Currywurst essen konnte.“

 

 

 1125252-fc96ae7f93522dcadd261ed54e662818.jpg

Uwe Timm (Hamburg, 30 maart 1940)

 

 

 

 

De Franse dichter Paul Marie Verlaine werd geboren in Metz op 30 maart 1844. Zie ook alle tags voor Paul Verlaine op dit blog.

 

 

Art poétique

 

De la musique avant toute chose,

Et pour cela préfère l'Impair

Plus vague et plus soluble dans l'air,

Sans rien en lui qui pèse ou qui pose.

 

Il faut aussi que tu n'ailles point

Choisir tes mots sans quelque méprise :

Rien de plus cher que la chanson grise

Où l'Indécis au Précis se joint.

 

C'est des beaux yeux derrière des voiles,

C'est le grand jour tremblant de midi,

C'est, par un ciel d'automne attiédi,

Le bleu fouillis des claires étoiles !

 

Car nous voulons la Nuance encor,

Pas la Couleur, rien que la nuance !

Oh ! la nuance seule fiance

Le rêve au rêve et la flûte au cor !

 

Fuis du plus loin la Pointe assassine,

L'Esprit cruel et le Rire impur,

Qui font pleurer les yeux de l'Azur,

Et tout cet ail de basse cuisine !

 

Prends l'éloquence et tords-lui son cou !

Tu feras bien, en train d'énergie,

De rendre un peu la Rime assagie.

Si l'on n'y veille, elle ira jusqu'où ?

 

O qui dira les torts de la Rime ?

Quel enfant sourd ou quel nègre fou

Nous a forgé ce bijou d'un sou

Qui sonne creux et faux sous la lime ?

 

De la musique encore et toujours !

Que ton vers soit la chose envolée

Qu'on sent qui fuit d'une âme en allée

Vers d'autres cieux à d'autres amours.

 

Que ton vers soit la bonne aventure

Eparse au vent crispé du matin

Qui va fleurant la menthe et le thym...

Et tout le reste est littérature.

 

 

 

 

Le poète et la muse

 

La Chambre, as-tu gardé leurs spectres ridicules,

O pleine de jour sale et de bruits d'araignées ?

La Chambre, as-tu gardé leurs formes désignées

Par ces crasses au mur et par quelles virgules ?

 

Ah fi! Pourtant, chambre en garni qui te recules

En ce sec jeu d'optique aux mines renfrognées

Du souvenir de trop de choses destinées,

Comme ils ont donc regret aux nuits, aux nuits d'Hercules !

 

Qu'on l'entende comme on voudra, ce n'est pas ça :

Vous ne comprenez rien aux choses, bonnes gens.

Je vous dis que ce n'est pas ce que l'on pensa.

 

Seule, ô chambre qui fuis en cônes affligeants,

Seule, tu sais! mais sans doute combien de nuits

De noce auront dévirginé leurs nuits, depuis !

 

 

 

1125252-79c549b4b6b57bf5d1a95f89b48fd6cc.jpg
Paul Verlaine (30 maart 1844 - 8 januari 1896)

Portret door Gustave Courbet

 

 

 

 

De Canadese dichter Milton James Rhode Acorn werd geboren op 30 maart 1923 in Charlottetown, Prince Edward Island. Zie ook alle tags voor Milton Acorn op dit blog.

 

 

The natural History Of Elephants (Fragment)

 

In the elephant's five-pound brain
The whole world's both table and shithouse
Where he wanders seeking viandes, exchanging great farts
For compliments. The rumble of his belly
Is like the contortions of a crumpling planetary system.
Long has he roved, his tongue longing to press the juices
From the ultimate berry, large as
But tenderer and sweeter than a watermelon;
And he leaves such signs in his wake that pygmies have fallen
And drowned in his great fragrant marshes of turds.

In the elephant's five-pound brain
The wind is diverted by the draughts of his breath,
Rivers are sweet gulps, and the ocean
After a certain distance is too deep for wading.
The earth is trivial, it has the shakes
And must be severely tested, else
It'll crumble into unsteppable clumps and scatter off
Leaving the great beast bellowing among the stars.

In the elephant's five-pound brain
Dwarves have an incredible vicious sincerity,
A persistent will to undo things. The beast cannot grasp
The convolutions of destructqon, always his mind
Turns to other things - the vastness of green
And of frangibility of forest. If only once he could descend
To trivialities he'd sweep the whole earth clean of his tormentors
In one sneeze so mighty as to be observed from Mars.

 

 

 

 1125252-959eb438532272291b20eb0f14a51a01.jpg

Milton Acorn (30 maart 1923 – 20 augustus 1986)

Charlottetown 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e maart ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:24 Reageer op dit bericht

Erika Mitterem, Christine Wolter,Tom Sharpe, Gert Heidenreich, Theo Breuer

De Oostenrijkse schrijfster en dichteres Erika Mitterer werd geboren op 30 maart 1906 in Wenen. Zie ook alle tags voor Eika Mitterer op dit blog.

 

 

Nichts für ungut!

 

Lieber Herr Wolf,

sagte der Hirte,

Sie wissen, daß ich nichts gegen Sie habe,

Sie sind ein harmloser Spaziergänger,

selbstverständlich.

 

Aber da einige Schafe

in meinem Pferch sich durch Ihr

wertes Erscheinen beunruhigt fühlen,

 

ersuche ich Sie höflich,

sich zu entfernen.

 

Ich habe aber Hunger,

erwiderte der Wolf.

 

Ach so... Ja, dann...

stammelte der Hirte.

 

Nichts für ungut!

 

 

 

Wie alle

 

"Wenn ich sagen könnte, was ich wirklich denke!"

seufzte der geistreiche Mann. Er sagte es dann

unter vier Augen.

"Aber ich muß Rücksicht nehmen auf die Medien,

um meiner Arbeit willen."

 

So ist er also, der flammende Streiter

für Nächstenliebe und Fernstenliebe –

Allseits bewundert, weil er nicht salbungsvoll

redet, sondern mit funkelnder Intelligenz –

so ist er also

ein Opportunist, wie wir alle.

 

Aus edlen Motiven, natürlich.

Wer nicht?

 

 

 1125248-fa0ad9a0ce52640fcca89d4a64aaee9d.jpg

Erika Mitterer (30 maart 1906 – 14 oktober 2001)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en vertaalster Christine Wolter werd geboren op 30 maart 1939 in Königsberg. Zie ook alle tags voor Christine Wolter op dit blog.

 

Uit: Das Herz, diese rastlose Zuneigungs- und Abneigungsmaschine

 

„Das Mädchen hat die Pelzkappe abgenommen und den Koffer ins Gepäcknetz geschwungen, bevor der Reisende aufspringen kann. Das Mädchen sitzt ihm gegenüber mit blauen Augen, einem Blau, das er noch nie gesehen hat. Einem Vergißmichnieblau, einem Mittelmeerblau, das er erst kurz darauf sehen wird, in Italien, in Genua, und das ihm dann nur noch als ein Augenblau erscheinen wird. Unglaublich. Da sitzt sie, die Angeblickte, ihm ganz ruhig gegegenüber.

 Während sie mir die staubgrauen Beine in der Schüssel abseifte, dabei die verkrusteten Knie vorsichtig ausließ, schaute ich auf ihr Haar im selbstgehäkelten Netz, feines, dunkelblondes Haar. Ihre Geschichte hatte den Titel: Wie sich dein Vater in mich verliebte. Denn er, der Bekannt-Berühmte hatte sich in sie, das Mädchen am Zug, verliebt. Er, nicht sie. Sie hatte nichts dazu getan. Hatte einfach dagestanden. War ihm nicht nachgelaufen, hatte ihn um nichts gebeten, nichts geboten. Er, nicht sie.“

 

 

1125248-cc9d5ac60fb03c36b84c2d35c7a5caaa.jpg 

Christine Wolter (Königsberg, 30 maart 1939)

Königsberg

 

 



De Engelse schrijver
Tom Sharpe werd geboren op 30 maart 1928 in Londen. Zie ook alle tags voor Tom Sharpe op dit blog.

 

Uit: Lauter Irre (Vertaald door Marie-Luise Bezzenberger)

 

„Es ist eine der verblüffenderen Tatsachen, dass es in England auch heute noch Familien gibt, die in Häusern wohnen, die ihre Vorfahren vor Jahrhunderten erbaut haben, auf Land, das ihnen bereits vor der Zeit der normannischen Eroberungszüge gehörte. Die Gropes aus Grope Hall sind eine solche Familie. Sie sind weder reich noch adlig und haben auch niemals den Neid ihrer mächtigeren oder einflussreicheren Nachbarn erregt.

Die Gropes haben sich vielmehr aus allem herausgehalten und sich nie auch nur im Geringsten für Politik, Religion oder irgendetwas anderes interessiert, was ihnen Ärger hätte eintragen können. Stattdessen haben sie brav ihre Felder bestellt, die noch immer dieselben Namen tragen wie im 12. Jahrhundert. Es steckte keine gezielte Strategie dahinter. Im Gegenteil, meist geschah es aus Trägheit und in dem Bestreben, sich nicht mit ehrgeiziger, tüchtiger Nachkommenschaft zu belasten.

Die Gropes aus Grope Hall sind in der Grafschaft Northumberland zu Hause. Es heißt, sie können ihre Herkunft bis zu einem dänischen Wikinger zurückverfolgen, einem gewissen Awgard dem Bleichen, der auf der Überfahrt über die Nordsee so seekrank gewesen war, dass er sich von seinem Stoßtrupp absetzte, während dieser das Nonnenkloster zu Elnmouth plünderte. Anstatt Nonnen zu schänden, wie es eigentlich von ihm erwartet wurde, lieferte er sich auf Gedeih und Verderb einer Dienstmagd aus, auf die er in der Backstube gestoßen war.“

 

 

 1125248-6c6590e4afb0e16a51af9362a7bdf64e.jpg

Tom Sharpe (Londen, 30 maart 1928)

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en (radio)journalist Gert Heidenreich werd geboren op 30 maart 1944 in Eberswald. Zie ook alle tags voor Gert Heidenreich op dit blog.

 

Uit: Abschied von Newton

 

“Aufregender wäre New York gewesen, Kairo oder Rom, aber es geschah in München, einem sich selbst fremden Vorort der Alpen, den sich die Weltgeschichte zuweilen für die Anfänge folgenreicher Verwerfungen aussucht.

Wie jedes Jahr waren Bürger und Behörden vom Wintereinbruch überrascht worden. Als der erste Schnee aus dem Nachthimmel auf die Schienenstränge hinter dem Hauptbahnhof rieselte, kam es sofort zu erstaunlichen Verspätungen im Nah- und Fernverkehr. Auf den Bahnsteigen breitete sich unter den Wartenden eine Geduld aus, die nur Fremde verwirrte, weil ihnen nicht bewußt war, daß sie sich weit im Südosten befanden, wo slawische und katholische Ergebenheit eine nirgends sonst zu findende Legierung bilden.

Glänzend wie Rinnsale entsprangen die Geleise dem kühlen Licht der Bahnhofshalle. Sie unterquerten nach geradem Lauf drei weitgespannte Brücken und verzweigten sich, die Stadt verlierend, zu einem düsteren, da und dort von glimmenden Signalen bestandenen Flußdelta. Über die Schotterinseln und Dämme wuchs langsam der Schimmel der Stille, und die Schläge und Klagen von Eisenbahnrädern und Bremsklötzen glätteten sich zu einem leisen, fließenden Rauschen.”

 

 

 1125248-17312a43ec35341bf9dcb2dc11b1188f.jpg

Gert Heidenreich (Eberswald, 30 maart 1944)



 

De Duitse schrijver en dichter Theo Breuer werd geboren op 30 maart 1956 in Zülpich. Zie ook alle tags voor Theo Breuer op dit blog.

 

 

auf der straße

ein sehr heißer maimorgen
der himmel: wolkenlos, tiefblau

kanalarbeiter haben die straße aufge-
rissen

mit dem preßlufthammer
birst der tag – – –

dazwischen (gleichwohl)
das titititititi der goldammer —

so geht jeder
an sein geschäft

(meines ist das wort)

 

 

 

sosososo

keine ente –
selbst sonette
(jede wette)
bloß fragmente

leben ohne poesie
ohne po
einfach so
(frage: wie)

alle wetter
versefügen
(also lügen)

ist
kein mist
(um so better)

 

 

 

1125248-fb33d021780200100f878c8b29a6ac3b.jpg
Theo Breuer (Zülpich, 30 maart 1956)

Geschreven door Romenu om 19:16 Reageer op dit bericht

Jean Giono, Gabriela Zapolska, Luise Hensel, Anna Sewell, Sean O'Casey, Herbert Asmodi

De Franse schrijver Jean Giono werd geboren op 30 maart 1895 Manosque in het Département Alpes-de-Haute-Provence. Zie ook alle tags voor Jean Giono op dit blog.

 

Uit: Ennemonde et autres caractères

 

“Les routes font prudemment le tour du Haut Pays. Certaines fermes sont à dix ou vingt kilomètres de leur voisin le plus proche; souvent, c'est un homme seul qui devrait faire ces kilomètres pour rencontrer un homme seul, il ne les fait pas de toute sa vie; ou bien c'est une tribu d'adultes, d'enfants et de vieillards qui devrait aller vers une autre tribu d'adultes, d'enfants et de vieillards pour y voir quoi ? des femmes démantelées par les grossesses répétées, des hommes rouges et des vieillards faisandés (les enfants aussi d'ailleurs) et sefaire regarder de haut ? on s'en fiche. Si on veut se faire voir, ça se fera aux foires. Trente ou quarante kilomètres séparent les villages qui restent soigneusement sur les pourtours où passe la route.Dans les terres : hêtres, châtaigniers, chênes rouvres, hêtres de plus en plus énormes et hauts à mesure qu'on pénètre plus profond, rouvres de plus en plus millénaires; loin de tout commerce avec les hommes, des familles de bouleaux, très belles en été, et qui disparaissent, blanc sur blanc, dans la neige; sur les landes, des lavandes, des genêts, de l'alpha, du carex, de la dendelion, puis des pierres, des pierres roulées, comme si jadis, dans ce hauteurs, passaient des fleuves; enfin, au grand large, des pieres plates, sonores comme des cloches, reproduisant le moindre bruit; le saut d'un criquet, le trot d'une souris, le glissement d'ne vipère, ou le vent qui prend appui sur ces tremplins telluriques.”

 

 

 1125244-d2408eddc1d53d757e29b501fb51011b.jpg

Jean Giono (30 maart 1895 – 9 oktober 1970)

 

 

 

 

De Poolse schrijfster Gabriela Zapolska werd geboren op 30 maart 1857 in Podhajce bij Łuck. Zie ook alle tags voor Gabriela Zapolska op dit blog.

 

Uit: Sommerliebe (Vertaald door Karin Wolff)

 

„Als ihre Schar um ein weiteres Wesen wuchs, nahm man es mit einer gewissen Courtoisie auf, rückte nur ein bißchen zusammen. «So ist es wohl am besten, schön still und friedlich», schienen sich alle zu sagen, wenn sie sich bei Tisch versammelten oder beim Abendtee. Sie unterhielten sich dann, aber es war eine Unterhaltung, die niemals tiefer an ihre Seelen rührte. Es mochte scheinen, als geschähe dies aus Zartgefühl, dabei war es wohl Befangenheit, die Furcht, nur nicht plötzlich die ihnen eigentümlichen Rüstungen zu erblicken. Die Fehler und Schwächen der Kinder, obschon unter dem Mäntelchen höflichen Betragens verborgen, existierten nichtsdestoweniger, gefährlich und tragisch. Ihre Probleme wurden niemals angesprochen, man überging sie, genauso wie die Anfälligkeit ihrer Körper für Skrofulose. «So ist es wohl am besten.»
Bedächtig ächzten die städtischen Uhren neun. Und wieder setzte hoch oben der hejnal ein und durchschnitt die Luft, rief, klagte, zerriß einsame, in sich oder Erinnerungen versunkene Herzen.
Tuska kam der Gatte in den Sinn: dieser schmächtige, allmählich kahle Mann - schwächlich, höflich, unscheinbar -, der in Haus und Leben so wenig Platz zu beanspruchen schien. Seit Jahren hatte sie ihn kaum wahrgenommen. Selbst im Moment der Annäherung blieb er ihr fremd. Doch ihn dabei anzusehen, wäre ihr nicht eingefallen. Nun, bei der Abfahrt, gönnte sie ihm endlich einen Blick.
Er stand auf dem Bahnsteig in seinem grünlichen abgetragenen Paletot. Um sie und Pita an den Zug zu bringen, hatte er das Büro verlassen. Er kam ihr seltsam kümmerlich und gealtert vor.“

 

  

1125244-e5d1b73721421488ddbb420344892377.jpg 

Gabriela Zapolska (30 maart 1857 – 17 december 1921)

Portret door Julian Falat, 1898 

 

 

 

 

De Duitse dichteres Luise Hensel werd geboren op 30 maart 1798 in Linum nabij Fehrbellin (Brandenburg). Zie ook alle tags voor Luise Hensel op dit blog.

 

 

Sursum Corda!
 
Was verlangst du, warum bangst du,
Armes, unruhvolles Herz?
Sei zufrieden, denn hienieden
Ist nur eitel Gram und Schmerz.
 
Willst du Gaben gerne haben,
Die kein Wurm noch Rost verzehrt?
Laß die Erde, daß dir werde,
Was da unvergänglich währt.
 
Willst du lieben? Suche drüben
Den, der liebenswürdig ist;
Alles leide, alles meide,
Bis du Ihm einst ähnlich bist.
 
Ringe, meide, bis die Freude
Dieser Welt vorüber ist;
Schau zur Höhe, bis das Wehe
Dieser Welt dein Herz vergißt.
 
O der Schmerzen, bis im Herzen
Treu' und Demut endlich siegt
Und die Taube, frommer Glaube,
Selig Ihm entgegenfliegt!
 
Stille, stille! Herr, Dein Wille,
Der geschehe auch an mir!
Amen, Amen! und Dein Namen
Sei gepriesen dort und hier!

 

 

1125244-bd979e46e34a7de7d4f83a4404aa566e.jpg 

Luise Hensel (30 maart 1798 – 18 december 1878)

Het Luise Hensel huis in Paderborn 

 

 

 


De Engelse schrijfster
Anna Sewell werd geboren op 30 maart 1820 in Great Yarmouth, Norfolk. Zie ook alle tags voor Anna Sewell op dit blog.

 

Uit: Black Beauty

 

„Before I was two years old a circumstance happened which I have never forgotten. It was early in the spring; there had been a little frost in the night, and a light mist still hung over the woods and meadows. I and the other colts were feeding at the lower part of the field when we heard what sounded like the cry of dogs. The oldest of the colts raised his head, pricked his ears, and said, "There are the hounds!" and cantered off, followed by the rest of us, to the upper part of the field, where we could look over the hedge and see several fields beyond. My mother and an old riding horse of our master's were also standing near, and seemed to know all about it. "They have found a hare," said my mother, "and if they come this way we shall see the hunt."

And soon the dogs were all tearing down the field of young wheat next to ours. I never heard such a noise as they made. They did not bark, nor howl, nor whine, but kept on a "yo! yo, o, o! yo, o, o!" at the top of their voices. After them came a number of men on horseback, all galloping as fast as they could. The old horses snorted and looked eagerly after them, and we young colts wanted to be galloping with them, but they were soon away into the fields lower down; here it seemed as if they had come to a stand; the dogs left off barking and ran about every way with their noses to the ground.

"They have lost the scent," said the old horse; "perhaps the hare will get off."

  

 

 1125244-dfcaef43043ddf2cff19517ffe915869.jpg

Anna Sewell (30 maart 1820 – 25 april 1878)

Cover

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 30 maart 2009.


De Duitse dichter, schrijver en draaiboekauteur Herbert Asmodi werd geboren op 30 maart 1923 in Heilbronn.

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 30 maart 2010.

 

De Ierse dichter en toneelschrijver Sean O'Casey werd geboren in Dublin op 30 maart 1880. Zie ook mijn blog van 30 maart 2009.

Geschreven door Romenu om 19:12 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten