Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 18 mei 2012 tot 19 mei 2012

Karel van het Reve, Gijs Ijlander, Jodi Picoult, Ruskin Bond

De Nederlandse letterkundige, vertaler, essayist, schrijver en columnist Karel van het Reve werd geboren in Amsterdam op 19 mei 1921. Zie ook alle tags voor Karel van het Reve op dit blog.

 

Uit: In die doos zat weer een doos. De artistieke functie van het kader-procédé

 

„Bovendien kan door de soort verteller die men kiest de achtergrond van het verhaal naar believen veranderd worden. C.F. Meyer vertelt de geschiedenis van Thomas Becket ‘nicht in unmittelbarer Darstellung (...), wo sie durch ihre Rätselhaftigkeit leicht verwirren könnte, sondern legt sie in den Mund eines schlichten und trauherzigen Schweizers, der sich von seinem unbeirrbaren Sittlichkeitsgefühl nicht ablenken lässt’. Zo noemt Thomas Mann de figuur van Serenus Zeitblom, die hij de geschiedenis van Adrian Leverkün laat vertellen ‘bitter notwendig, um eine gewisse Durchheiterung des düsteren Stoffes zu erzielen und mir selbst, wie dem Leser, seine Schrecknisse erträglich zu machen. Das Dämonische durch ein exemplarisch undämonisches Mittel gehen zu lassen, eine humanistisch fromme und schlichte, liebend verschreckte Seel mit seiner Darstellung zu beauftragen, war an sich eine komische Idee, entlastend gewissermassen, denn es erlaubte mir, die Erregung durch alles Direkte, Persönliche, Bekenntnishafte, das der unheimlichen Konzeption zu Grunde lag, ins Indirekte zu schieben und sie in der Verwirrung, dem Händezittern jener bangen Seele travestierend sich malen zu lassen’.

Nog een ander voordeel, dat met dit alles samenhangt: de auteur die zijn verhaal zelf vertelt wordt wel ‘de alles wetende schrijver’ genoemd. Gedachten, die de held nimmer aan enig levend wezen heeft toevertrouwd, zijn de auteur bekend. Het doosprocédé nu geeft de auteur gelegenheid zijn alwetendheid af te schuiven. De lezer kan op dit gebied geen eisen meer aan hem stellen. De auteur kan als hij dat wil zaken die door de lezer als zeer belangrijk worden gevoeld (beslissende gebeurtenissen in het leven van de held, zijn reacties daarop etc.) niettemin onbeschreven laten omdat de ‘ik’ er niet bij geweest is.

Deze groep technische voordelen vindt men bij vele varianten van het doosprocédé, al zijn ze niet overal gerealiseerd: de stijl van de vertellende Odysseus verschilt niet van die van de vertellende Homerus, de vertellers in de Decamerone hebben dezelfde stijl; menige ‘ik’ zegt dingen die wel degelijk de mening van de schrijver weergeven - kortom, deze aspecten van het procédé geven de auteur de mogelijkheid bepaalde effecten te bereiken, maar die effecten treden niet automatisch op.“

 

 

 1160258-3007bdba13cbe45401bc299d44609b46.jpg

Karel van het Reve (19 mei 1921 – 4 maart 1999)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Gijs IJlander (eig. Gijs Hoetjes) werd op 19 mei 1947 in Alkmaar geboren. Zie ook alle tags voor Gijs IJslander op dit blog.

 

Uit: Het veerhuis

 

„Pepping!

De deur klemt, maar is niet afgesloten. Ik werk mij de schemerige gang in en snuif een lichte pisgeur op.

Pepping! Volk!

In het trapgat hangt een verschoten veloursgordijn, er valt weinig licht naarbinnen. Ik zie dat de kelderdeur, onder de trap, op een kier staat. Klinkt er gerommel van beneden? Het blijft stil. Ik roep nog maar eens volk!

Boven zal hij ook niet zijn, de bovenverdieping heeft hij ‘afgedaan’ om op de stookkosten te besparen. Hij heeft het over ‘afdoen’, Pepping, ook de bestelwagen die naast het huis staat zou hij willen ‘afdoen’ alsof het een hoofddeksel was, maar hij heeft hem nog nodig voor het brood.

Pepping?

Ik schuifel door de gang, stoot met mijn knie de keukendeur open, zet de doos met broden op de tafel. Nu ga ik eerst zitten. De broden heb ik vanmorgen vroeg bij Blitterswijk gehaald, nog voordat de winkel openging; ik ben twaalf kilometer naar hier komen fietsen, met één hand aan het stuur, mijn andere hand aan de doos op de bagagedrager. Daarbij nog de wind. Er zit van alles scheef aan mij, daarom moet ik zitten, aan de tafel met het plastic zeil, waarop nog het ontbijtbord van Pepping staat en het melkglas waarin een vlokkige rand is achtergebleven. Hier zit ik dan, met pluizige jas en natte rug, het zweet breekt mij uit, het bloed bonkt aan mijn slapen. Ik zou best wel een kop koffie lusten. Waar blijft Pepping toch? Gisteravond nog gebeld. Groof! Ik denk al: ik hoor niks meer van Groof! Pepping met zijn hoge stem die in de hoorn stond te schreeuwen. Ja, ik heb nog kippies! Twintig broden voor

[p. 85]

kippie! We zien wel! Kippen genoeg en brood kan ik altijd gebruiken!

Ik doe wat oefeningen met mijn schouders, om ze weer recht te krijgen. Het stuur van mijn fiets trekt naar één kant, dat is ook niet goed.“

 

 

 1160258-b8939da3a22cd123ec80ce9a21ee7b9d.jpg

Gijs IJlander (Alkmaar, 19 mei 1947)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Jodi Lynn Picoult werd geboren op 18 mei 1966 in Nesconset op Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Jodi Picoult op dit blog.

 

Uit: Nineteen Minutes

 

„In nineteen minutes, you can mow the front lawn; color your hair; watch a third of a hockey game. In nineteen minutes, you can bake scones or get a tooth filled by a dentist; you can fold laundry for a family of five.

Nineteen minutes is how long it took the Tennessee Titans to sell out of tickets to the playoffs. It’s the amount of time it takes to listen to the Yes song Close to the Edge. It’s the length of a sitcom, minus the commercials. It’s the driving distance from the Vermont border to the town of Sterling, NH.

In nineteen minutes, you can order a pizza and get it delivered. You can read a story to a child or have your oil changed. You can walk two miles. You can sew a hem.

In nineteen minutes, you can stop the world; or you can just jump off it.

In nineteen minutes, you can get revenge.

· · · · · ·

As usual, Alex Cormier’s life was running late. It took thirty-two minutes to drive from her house in Sterling to the Superior Court in Grafton County, NH, and that was only if she speeded through Orford. She hurried downstairs in her stockings, carrying her heels and the files she’d brought home with her over the weekend. She twisted her thick copper hair into a knot and anchored it at the base of her neck with bobby pins, transforming herself into the person she needed to be before she left her house.“

 

 

 1160258-e8a403ec554685bb1602d881e3976542.jpg

Jodi Picoult (Nesconset, 19 mei 1966)

 

 

 

 

De Indiase dichter en schrijver Ruskin Bond werd geboren op 19 mei 1934 in Kasauli. Zie ook alle tags voor Ruskin Bond op dit blog.

 

 

Do you believe in ghosts


“Do you believe in ghosts?”
Asked the passenger
On platform number three.
‘I am a rational man,’ said I
‘I believe in what I can see –
Your hands, your feet, your beard!’
‘Then look again,’ said he,
And promptly disappeared!

 

 

 

My Dream

 

There is a knight in shining Armor, he picks me up and transports me to Mussorie.....Have landed under the Chestnut tree, where Mr. Bond is busy scribbling his thoughts. He is shocked to see me...Hey Gal what are you doing here?
Sir, I had a dream to meet you and here I am with a small request.
He asks me, What?
Sir will you take me through the mountains, the pools, the river, the nook & corner of Mussorie?
Will you let me put my arms in the crook of your arm?
Will you show me these places with your eyes?
Will you show me how to see the beauty in these simple things?
I want to learn to live with these simple things, I want to smile on the simplest things...
Sir, will you teach me????
I will also thank him for being with me through my sad days & bad days, will thank him for making me realise through his writings that life is all about loving, caring, finding joy in small things & living.. Its about meeting new people making memories with them, take them with you if they want to, if they don’t gift them some memories so that even if you are not around you are missed....its about letting go and moving forward in life.....

Am still waiting for his answer, but I don’t want this dream to end....

 

 

 1160258-7aa73b5af9a35f1438b03de89996e456.jpg

Ruskin Bond (Kasauli, 19 mei 1934)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e mei ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 11:12 Reageer op dit bericht

Lorraine Hansberry, Fritz Rudolf Fries, Rahel Varnhagen, Anna Jameson

De Amerikaanse schrijfster Lorraine Hansberry werd geborenop 19 mei 1930 in Chigago. Zie ook alle tags voor Lorraine Hansberry op dit blog.

 

Uit: A Raisin in the Sun

 

“Mama: You must not dislike people ’cause they well off, honey.

Beneatha: Why not? It makes just as much sense as disliking people ’cause they are poor, and lots of people do that.

Ruth: [a wisdom-of-the-ages manner. To Mama] Well, she’ll get over some of this –

Beneatha: Get over it? What are you talking about, Ruth? Listen,

I’m going to be a doctor. I’m not worried about who I’m going to marry yet – if I ever get married.

Mama and Ruth: If!

Mama: Now, Bennie –

Beneatha: Oh, I probably will … but first I’m going to be a doctor, and George, for one, still thinks that’s pretty funny. I couldn’t be bothered with that. I am going to be a doctor and everybody around here better understand that!

Mama: [kindly ] ’Course you going to be a doctor, honey, God willing.

Beneatha: [drily ] God hasn’t got a thing to do with it.

Mama: Beneatha – that just wasn’t necessary.

Beneatha: Well – neither is God. I get sick of hearing about God.

Mama: Beneatha!

Beneatha: I mean it! I’m just tired of hearing about God all the time. What has He got to do with anything? Does he pay tuition?

Mama: You ’bout to get your fresh little jaw slapped!

Ruth: That’s just what she needs, all right!

Beneatha: Why? Why can’t I say what I want to around here, like everybody else?”

 

 

1160253-19656a7ac6c3faa0f42a22eb4b9d42e4.jpg
Lorraine Hansberry (19 mei 1930 – 12 januari 1965)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en vertaler  Fritz Rudolf Fries werd geboren op 19 mei 1935 in Bilbao als zoon van een Duitse koopman. Zie ook alle tags voor Fritz Rudolf Fries op dit blog.

 

Uit: Der Weg nach Oobliadooh

 

„… hinter Schwaden von Tabakrauch und in den leisen Passagen in ihrer Musik beinahe zugedeckt von den unbekümmert geführten Gesprächen am Tisch, die Ostinato waren, durchaus anregend gedacht wie die ständige Begleitung auf dem Schlagzeug, unterbrochen oder gesteigert durch das Klirren eines zerbrochenen Glases, das Aufschlagen der Bestecke auf einem geleerten Teller und der unerwartet in die Höhe steigenden Spirale eines Lachens, das auch das der Sängerin sein konnte, die auch heute auf ihre Gardenie im Haar nicht verzichtet hatte und deren abgezehrter Körper unmöglich diese Stimme beherbergen konnte, die stammelte wie ein kleines Mädchen und dann wieder stöhnte wie eine auf den Wogen der Lust reitende Geliebte, und die ihre Kollegen animierte, aus ihren Trompeten und Saxophonen, Gitarren und Bässen die letzten Geständnisse herauszupressen, die sie der Sängerin und uns machen wollten, an diesem Abend und dann nie wieder.“

 

 

1160253-dda9b354babdcaf2f4691ce161366a7e.jpg 

Fritz Rudolf Fries (Bilbao, 19 mei 1935)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Rahel Varnhagen werd geboren op 19 mei 1771 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Rahel Varnhagen op dit blog.

 

Uit: Gedanken, Beobachtungen und Erinnerungen

 

„Viel sprechen würd' ich immer, weil ich viel denke. Hierüber mündlich: daß das nämlich ein Irrtum ist, zu glauben, daß die, welche viel denken, schweigen. Wer plappert, freilich, der hat keine Zeit zum Denken. Aber wer Ideen hat, muß sie mitteilen.

Ehrlich sein im Denken, dann ist man wahr. Und nur die Wahrheit ist Heil! Wer ohne sie ist, altert; die Runzeln allein machen nicht altern. Daher auch kommt es, daß ich die nicht altern sehe, die ich liebe.

Wenn jemand sagte: »Sie glauben wohl, es ist so etwas Leichtes, originell zu sein! Nein, man muß sich viel Mühe geben; und es kostet ein ganzes Leben voll Anstrengung«, so würde man ihn nur für verrückt halten und gar keine Frage mehr anstellen. Und doch wäre die Behauptung ganz wahr und dabei ganz simpel. Originell wäre gewiß jeder Mensch und müßte es sein, wenn die Menschen nicht beinahe immer ganz unverzehrte Sprüche in ihrem Kopf annähmen und auch so wieder hinausließen. Wer sich ehrlich fragt und sich aufrichtig antwortet, ist mit allem, was ihm im Leben vorkommt, immerfort beschäftigt und erfindet unablässig, es sei auch noch so oft und lange vor ihm erfunden worden.

Es gehört Ehrlichkeit zum Denken, und es gibt gewiß beinah so wenig absolute Stumpfköpfe als Genies... . Imbéciles [Schwachköpfe] wären gewiß immer originell; es gibt aber fast keinen reinen; sie haben meist noch Verstand genug, unehrlich zu sein.“

 

 

 1160253-687e1f18b4ae04c1e57b8390a35c3097.jpg

Rahel Varnhagen (19 mei 1771 – 7 maart 1833)

 

 

 

 

De Britse schrijfster Anna Jameson werd geboren op 19 mei 1797 in Dublin. Zie ook alle tags voor Anna Jameson op dit blog.

 

Uit: The Diary of an Ennuyée

 

„July 12.—"Quel est à Paris le suprême talent? celui d'amuser: et quel est le suprême bonheur? l'amusement."

Then le suprême bonheur may be found every evening from nine to ten, in a walk along the Boulevards, or a ramble through the Champs Elysées, and from ten to twelve in a salon at Tortoni's.

What an extraordinary scene was that I witnessed to-night! how truly French! Spite of myself and all my melancholy musings, and all my philosophic allowances for the difference of national character, I was irresistibly compelled to smile at some of the farcical groups we encountered. In the most crowded parts of the Champs Elysées this evening (Sunday), there sat an old lady with a wrinkled yellow face and sharp features, dressed in flounced gown of dirty white muslin, a pink sash and a Leghorn hat and feathers. In one hand she held a small tray for the contribution of amateurs, and in the other an Italian bravura, which she sung or rather screamed out with a thousand indescribable shruggings, contortions, and grimaces, and in a voice to which a cracked tea-kettle, or a "brazen candlestick turned," had seemed the music of the spheres. A little farther on we found two elderly gentlemen playing at see-saw; one an immense corpulent man of fifteen stone at least, the other a thin dwarfish animal with gray mustachios, who held before him what I thought was a child, but on approaching, it proved to be a large stone strapped before him, to render his weight a counterpoise to that of his huge companion. We[Pg 4] passed on, and returning about half an hour afterwards down the same walk, we found the same venerable pair pursuing their edifying amusement with as much enthusiasm as before.“

 

 

 1160253-bc519e1549cd7d318db4f9557c7959b8.jpg

Anna Jameson (17 mei 1797 – 17 maart 1860)

Geschreven door Romenu om 11:08 Reageer op dit bericht

Constantin Göttfert

De Oostenrijkse dichter en schrijver Constantin Göttfert werd op 19 mei 1979 in Wenen geboren. Zie ook mijn blog van 29 december 2010.

 

Uit: Im Hotelzimmer

“Auf dem Bett lagen ein Mann und eine Frau, beide völlig nackt. In einem Anflug von Zärtlichkeit hatte er eben ihren Kopf zu sich herangezogen, mit beiden Händen hielt er ihn jetzt, ihre spitzen Ohren zwischen Zeige- und Mittelfinger eingeklemmt, als das Telefon am Nachtkästchen kurz klingelte, nicht öfter als zwei oder dreimal, lang genug jedoch, um ihn aus seinem Tagtraum zu reißen.
  Es war ein grünes Tastentelefon. Wählen Sie 0 für den Zimmerservice stand dort in mehreren Sprachen. Es ängstigte ihn. Er wollte jetzt alles fallenlassen und aufstehen, den riesigen Zimmerschlüssel aus dem Aschenbecher nehmen, aber er hatte nicht die Kraft dazu.
  Die Balkontür war nur angelehnt, er hörte die Brandung und die Möwen, die über den nackten, roten Felsen gegen den Wind ankämpften, er hörte ihr Kreischen wie das von Kindern. Eine graue Wolkenschicht überdeckte das Dorf mit seinen unzähligen Giebeln und Kirchturmspitzen, hüllte es ein, verschlang es.
  Eine Hitze stieg in ihm hoch. Er musste sich darüber klar werden, wo er war. Der Kopf der jungen Frau lag in seinen Handschalen, immer noch waren ihre Augen geschlossen. Der Ausdruck in ihrem Gesicht erschien ihm jetzt vielmehr unverbindlich als liebevoll, ein Lächeln wie es Zimmermädchen hatten, die in Anwesenheit des Gastes die Decke glatt strichen. Sie schlief noch fest, er wollte sie nicht wecken.”

 

 

1305635-c2408aed556edc2b5841536019d1c27a.jpg
Constantin Göttfert (Wenen, 19 mei 1979)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Markus Breidenich, Yi Mun-yol, W.G. Sebald, François Nourissier, Gunnar Gunnarsson, Ernst Wiechert, Omar Khayyam

De Duitse dichter en schrijver Markus Breidenich werd geboren in Düren op 18 mei 1972. Zie ook alle tags voor Markus Breidenich op dit blog.

 

 

Poesie, seismisch

 

Sterntasten. Jede Form der Berührung. Drahtlos
ist der Anruf der Götter. Fragiles Gelände.
Klingeltonscherben. Im Mondscheintarif. Könnte sein:
Ein Handyschütteln. Das Rauschen eines Bauchs. SMS.
Oder auch: der Boden unter Füßen.
Auf Richterskalen, zwischen fünf und sechs. Morgens,
im Türrahmen eines Partykellers. Sicher.

 

 

 

Grauer Star

 

Die alten Lider. Im Scheinwerferlicht
noch einmal der große Wurf eines
Schattens. Für Augenblicke. Für jetzt

ist diese Landschaft von Höhen und
Tiefen ein immer noch schöner
Fleck auf der Retina. Etwas, das

dunkler wird. Trübe hinter den Linsen.
Aber nicht unterzukriegen ist. Ein
Mythos. Ein stilles, spätes Come back.

 

 

 

1159969-3f038307544c02cea1975192e90347dd.jpg 

Markus Breidenich (Düren, 18 mei 1972)

 

 

 

 

De Zuidkoreaanse schrijver Yi Mun-yol werd geboren op 18 mei 1948 in Yongyang. Zie ook alle tags voor Yi Mun-yol op dit blog.

 

Uit: L'île anonyme (Vertaald door Patrick Maurus)

 

„Au début du printemps de cette année-là, je venais tout juste de quitter l'école normale, et ma pre- mière affectation avait été une école primaire perdue dans un coin de province dont je n'ai pas particulièrement envie de dévoi- ler le nom. Le village en question était à soixante lis* de la bourgade où se trouvait la sous-préfecture, et, pour atteindre cette campagne, il fallait franchir deux cols escarpés au-delà desquels personne ne semblait vivre. En descendant le premier jour à l'arrêt du bus, sur la route en pente, je m'étais soudain sentie envahie par un terrible sentiment de solitude. Les hautes montagnes étaient comme les murs d'une prison où j'allais devoir passer le restant de mes jours, et le village au loin, malgré sa centaine de maisons, semblait une ruine déserte. Quant à l'école que je devais chercher, elle restait invisible, ensevelie dans l'ombre d'une montagne. 

Entre-temps, les deux ou trois personnes qui étaient descendues du bus avec moi avaient déjà disparu, j'ai fait quelques pas, pensant demander mon chemin à l'épicerie de l'endroit. Avais-je fait trois ou quatre pas? Le sentiment d'être transpercée par une lueur aiguë m'a immobilisée. J'ai regardé devant moi, il n'y avait qu'un type assis sur l'estrade de l'épicerie et qui me toisait d'un air distrait. Son pantalon usé et crasseux était fait d'une étoffe méconnaissable et en guise de veste il portait une parka militaire teinte en noir, aux manches élimées, aux boutonnières déchirées. J'ai examiné son visage, m'interrogeant sur la provenance de cette lueur perçante. Un visage émacié, mat, le nez assez haut, des pommettes... A cet instant précis, j'ai senti à nouveau la lueur transpercer ma peau. C'était bien son regard, l'instant d'après couvert d'un voile de folie.“ 

 

 

 1159969-219472086634ee259b5e3f2e0307316a.jpg

Yi Mun-yol (Yongyang, 18 mei 1948)

 

 

 

 

De Duitse schrijver W.G. Sebald werd geboren in Wertach (Allgäu) op 18 mei 1944. Zie ook alle tags voor W. G. Sebald op dit blog.

 

Uit: Austerlitz  (Vertaald door Anthea Bell).

 

„Although Austerlitz did not reappear in the Glove Market in Antwerp that June day in 1967 on which, in the end, I went out to Breendonk, our paths kept crossing, in a way that I still find hard to understand, on all my Belgian excursions of that time, none of them planned in advance. A few days after our first encounter in the Salle des pas perdus of the Centraal Station, I met him again in an industrial quarter on the southwestern outskirts of the city of Liege, which I had reached towards evening, coming on foot from St. Georges-sur-Meuse and Flemalle. The sun was just breaking once again through the inky blue wall of cloud heralding a storm, and the factory buildings and yards, the long rows of terraced housing for the laborers, the brick walls, the slate roofs, and the windowpanes shone as if a fire were glowing within them.

When the rain began lashing down on the streets I took refuge in a tiny bar called, as I remember, the Cafe des Esperances, where to my considerable surprise I found Austerlitz bent over his notes at one of the Formica tables. On this second meeting, as on all subsequent occasions, we simply went on with our conversation, wasting no time in commenting on the improbability of our meeting again in a place like this, which no sensible person would have sought out. From where we sat until late that evening in the Cafe des Esperances, you could look through a back window down into a valley, perhaps a place of water meadows in the past, where now the reflected light from the blast furnaces of a gigantic iron foundry glared against the dark sky, and I remember clearly how, as we both gazed intently at this spectacle, Austerlitz launched into a discourse of over two hours on the way in which, during the nineteenth century, the vision of model towns for workers entertained by philanthropic entrepreneurs had inadvertently changed into the practice of accommodating them in barracks just as our best-laid plans, said Austerlitz, as I still remember, always turn into the exact opposite when they are put into practice.“

 

 

 1159969-650bb5da47c36f6f56c21479176af8d4.jpg

W.G. Sebald (18 mei 1944 – 14 december 2001)

 

 



De Franse schrijver
François Nourissier werd geboren op 18 mei 1927 in Parijs. Zie ook alle tags voor François Nourissier op dit blog.

 

Uit: Lettre à mon chien

 

« Je me suis souvent demandé, au long des insomnies, quand j’écoute ta respiration, quand tu pèses de tout ton abandon sur ma jambe ou mon dos, ou lors de ces quelques nuits blanches passées à te veiller, je me suis demandé ce que signifient ces excès de ma tendresse pour toi, cette peur viscérale de te voir souffrir ou de te sentir menacée. « Fertiliser le cœur », c’est vite dit. Je tourne autour de cette espèce de maladie du sentiment sans parvenir à l’expliquer. Seules peuvent évoquer mon angoisse à ton endroit celles qu’il m’arriva de ressentir à imaginer mes enfants blessés, ou la maladie et la mort d’une femme aimée. J’insiste là-dessus : il s’agit de la même qualité de sentiment. Je n’établis pas une hiérarchie entre ce que les humains éveillent en moi de compassion ou de tendresse, et ce que j’essaie d’expliquer ici te concernant. Le ferais-je, je mentirais, puisque cette similitude des angoisses, cette ressemblance entre des amours réputés différents que je voudrais, les soulignant, les approfondissant, expliquer. Je n’y arriverai pas, je commence à le savoir. Au moins serais-je heureux si j’allégeais les scrupules de quelques-uns de ceux qui, comme moi, feignent de s’inquiéter de leur attachement à tes copains alors qu’il les émerveille. »

 

 

1159969-3c0519b9d8722dc070471ac61329b566.jpg 

François Nourissier (18 mei 1927 – 15 februari 2011)

 

 

 

 

De IJslandse dichter en schrijver Gunnar Gunnarsson werd geboren op 18 mei 1889 in  Fljótsdalur. Zie ook alle tags voor Gunnar Gunnarsson op dit blog.

 

Uit: Father And Son (Vertaald door Peter Foote)

 

“Snjolfur's wife worked at fish-drying for the factor in the summer months, but good drying-days could not be counted on and the money was not much. She lived just long enough to bring little Snjolfur into the world, and the last thing she did was to decide his name. From then on, father and son lived alone in the cabin.

Little Snjolfur had vague memories of times of desperate misery. He had to stay at home through days of unrelieved torment and agony. There had been no one to look after him while he was too small to go off in the boat with his father, and old Snjolfur was forced to tie the boy to the bed-post to keep him out of danger in his absence. Old Snjolfur could not sit at home all the time: he had to get something to put in the pot.

The boy had more vivid memories of happier times, smiling summer days on a sea glittering in the sunshine. He remembered sitting in the stern and watching his father pulling in the gleaming fish. But even those times were mingled with bitterness, for there were days when the sky wept and old Snjolfur rowed out alone.

But in time little Snjolfur grew big enough to go off with his father, whatever the weather. From then on they contentedly shared most days and every night: neither could be without the other for more than a minute. If one of them stirred in his sleep, the other was awake on the instant; and if one could not get to sleep, the other did not close his eyes either.

One might think that it was because they had a lot to talk about that they were so wrapped up in each other. But that was not so. They knew each other so well and their mutual confidence was so complete that words were unnecessary. For days on end no more than scattered phrases fell between them; they were as well content to be silent together as to be talking together. The one need only look at the other to make himself understood.“

 

 

 1159969-9e273a4d3ccc824db68834c2e9438390.jpg

Gunnar Gunnarsson (18 mei 1889 – 21 november 1975)



 


De Duitse dichter en schrijver
Ernst Wiechert werd geboren op 18 mei 1887 in Kleinort bij Sensburg in Oostpruisen.(Tegenwoordig Polen). Zie ook alle tags voor Ernst Wiechert op dit blog.

 

Uit: Der Knecht Gottes Andreas Nyland

 

„Ich war im Zorn von Gott gegangen. Schon im "Wald" hatte ich die Faust an seine Tür geschlagen, weil der Soldat, durch das Chaotische das wahre Antlitz der Welt erblickend, von ihr hatte sagen müssen. "Und siehe, es war nicht gut."
Ich ging durch die Zeit wie durch eine finstere Nacht. Die Gründe wankten, und unter den Sternen lag ein Licht wie über den Küsten von Patmos. Allerorten geschah die Geburt der Propheten, und aus Leidenschaft und Schmerz entstand der "Totenwolf". Nicht mehr schlug ich nur an Gottes Tür. Ich riß sie auf und stand vor seinem Thron, und ohne Demut sprach ich, hart und böse, als sitze ein schuldiger Mensch vor meiner Klage. Und hart und böse verließ ich sein Haus, um in die leere Welt zu gehen.
Sie war leer. So leer, daß ich vor ihr stand wie vor einem gläsernen Haus, durch das ich hindurchblicken konnte. Wand und Raum, und dahinter sah ich die Öde des Tages und die Dumpfheit der Nacht. Da ging ich an die Grenzen der Welt und setzte mich nieder, dem Leben den Rücken wendend, und begann zu bedenken, was mein Leben bisher erfüllt hatte: Menschen und Dinge, Amt und Tätigkeit, Religionen und Parteien. Und als ich das alles zwischen meinen Fingern hin und her wendete, als ich von allem den Staub wischte, mit dem der Lärm der Jahre und der Straßen es bedeckt hatte, da erschrak ich tief. Denn es zerbröckelte zwischen meinen Händen, was mir als ewig erschienen war: es verblaßte vor meinen Augen, was glänzend am Rand meiner Träume gestanden hatte.
Und was zurückblieb, aller Namen und Dogmen entkleidet, ein paar Menschen, Erkenntnisse und Bewußtheiten: es hob sich wie aus einem tiefen Wasser, anderen Zeiten und Welten angehörig.

 

 

 1159969-f626f9bbeadf3bb99d007c4a77d420d5.jpg

Ernst Wiechert (18 mei 1887 – 24 augustus 1950)

Portret door K. William Kapp

 

 

 

 

De Perzische dichter Omar Khayyám, of zoals zijn arabische naam luidt, al-Imâm Abu Hafs 'Omar ebn Ebrâhim al-Khayyâmi, werd geboren op 18 mei 1048 te Nishapur. Zie ook alle tags voor Omar Khayyám op dit blog.

 

Uit: De Rubáiyát (Omar Khayam)

 

 

IX
Uit de taveerne klonk een stem op straat:
‘o drinkens zot, die u te buiten gaat,
sta op en vul de schenkpint van den wijn,
voordat gevuld wordt van u zelf de maat.'

 

 

X
Hoe lang nog zal ik om mijn toekomst beven?
hoe lang om mijn geluk in zorgen zweven?
schenk in; ik weet niet eenmaal of ik thans
de ingehaalde lucht weer uit zal geven.


XI
De kan gevuld ... en vorst Mahmoed regeert,
de harpe klinkt ... en David psalmodeert,
wat was, wat zijn zal, wil er niet om geven,
geniet wat is; een dwaas die meer begeert.

 

 

 

Vertaald door J.H. Leopold.

 

 

1159969-b6ec9ac4e0c34f3f8eeea052750ffd8e.jpg 

Omar Khayyam (18 mei 1048 - 4 december 1131)

Illustratie uit De Rubáiyát

 



Zie voor nog meer schrijvers van de 18e mei ook
mijn blog van 18 mei 2011 deel 2.
Geschreven door Romenu om 18:59 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten