Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 9 juni 2012 tot 10 juni 2012

Jacques Perk, Louis Couperus, Saul Bellow, Mensje van Keulen, Jan Brokken

De Nederlandse dichter Jacques Fabrice Herman Perk werd geboren in Dordrecht op 10 juni 1859. Zie ook mijn blog van 10 juni 2011.

 

 

Twee rozeblaadjes

 

Zie, hoe de beek langs enge boorden schiet,
En 't rozeblaadje met zich mede-draagt,
Dat vrolijk langs de harde oever vliet,
En draait en wendt, naar 't aan zijn hart behaagt.

Dat andre zoekt de grauwe rots, waar niet
Die domme beek zijn vrije wil belaagt;
En toen 't uit vrije keus te bersten stiet,
Had het zich toch tot volgen niet verlaagd:

Tot iets wordt door zijn aard bestemd, wat leeft;
Dat iets verrichten kán het, want het moet,
En 't voelt zich vrij in 't slaaf-zijn van een wet:

Slaaf, wie zich tegen wat hij moet, verzet,
Maar vrij de wil, van wie al willend doet
De wil van wat geluk en vrede geeft!

 

 

 

 

Dorpsvesper

 

Heen is de dag - de nacht nog niet geboren
En langs de bergen wademt avond-dauw
De vogel laat een laatst geneurie horen
In roerloze aandacht luistert de landouw

De zwerver daalt, in zielsgepeins verloren
In 't dal, en naar 't gehucht van wit en grauw
Daar klinken vrome tonen uit de toren -
De star der liefde flinkert zilver-blauw

Het kerkje bracht, wie danken wilden, samen
En wierook en gezang golft uit de poort
En op het dankgebed zegt alles "amen" -

De zwerver schrijdt, in zoet gepeins, weer voort;
Waar zoveel eensgezinden samenkwamen,
Daar sterft de haat, en wordt geen klacht gehoord

 

 

 

Avond

 

Wanneer in ademloze schemerschijn
De vleermuis zwijgend wiekt in lage kringen,
En de aarde staart naar de eerste tintelingen
Der zilvren spangen van het nachtgordijn;

Als dan door 't loof der luistrende jasmijn
De luwtjes geur'ge wiegeliedren zingen,
En sluimer daalt op brede duivezwingen...
Dan is het zalig, om alleen te zijn.

Dan is het zalig, 't lachend oog te luiken,
Waar fulpen rust op neerzijgt, die verkwikt,
En leeft van 't zoete liefdedromen sluiken.

O, driewerf zalig, wie het werd beschikt,
Om in de zee der sluimring neer te duiken
Als daar een lief gelaat hem tegenblikt!

 



 

 1175659-914c901c200253b3971d5949fff50c97.jpg

Jacques Perk (10 juni 1859 - 1 november 1881)

Portret door Herman van der Voort in de Betouw. 1870

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Louis Couperus werd op 10 juni 1863 geboren in Den Haag. Zie ook alle tags voor Louis Couperus op dit blog.

 

Uit: Iskander. De roman van Alexander den Groote

 

“De nazomerzon brandde neêr over het Kamp van Kyros, de wijde vlakte in Cilicië, waar, volgens de overlevering, een eeuw her de jonge Kyros had gekampeerd. De stralende hemel scheen onverzoenbaar van gloed, dadelijk al, in de eerste ure des dags. De achterhoede van het Macedonische leger bewoog over de zanden heen als een slang, fabelmonster, met dof glanzende schubben van ijzer en brons, die waren de schilden, met de kam der oppiekende lansen, die schenen de steile rugharen van den voort schuivenden draak, terwijl de vooraf gaande ruiterij er de duizendvoudige kop van scheen.

De soldaten, ijzeren helmkap achter op de ongeschoren, gegroefde, gebruinde aangezichten, marcheerden reeds twee uren lang, van voor de zon was achter de Cilicische bergen gerezen in een wijd luchtmeer van ròze dauw, dien, neêr droppende, de dorre weg met het drooge zand dadelijk dronken. De stoere soldaten - velen hunner hadden onder Filippos gestreden - rumoerden luidruchtig: luid stemmengedruisch drong de zwijgende, wijde vlakte door, geleidelijk langs den telkens draaienden weg, die telkens verloren in, zich ook telkens weêr hief ùit het zand. Nu blies er geen wind en in rust lagen de wijde zanden geeffend. Geen boom wees de rotsen uit.

De soldaten wisten, dat Alexandros Tarsos bereikt had. Daar wachtte hij hen. Zij kwamen van Cappadocië, waar Abistamenes, die er hen had gehouden ter overheersching van het gewest, hen niet meer van noode had. Nu gingen zij den Koning en het groot avontuur te gemoet: de verovering van het geheimzinnige Oosten, sedert, den Granikos overgestoken, Klein-Azië veroverd was. En zij waren vroolijk, zorgelooze gelukzoekers gelijk. Zij dachten niet aan wat zij verlaten hadden, Macedonië, de Grieksche gronden, hunne vrije kinderen, vrouwen en luttele bezittingen. Gewend aan den krijg, dragend hunne litteekenen als ordeteekenen, wachtte hen ginds de oorlog en de Fortuin: zij, die nooit week van de zijde van Alexandros.”

 

 

 1175659-2ae7920f1eb34e86895595272910878c.jpg

Louis Couperus (10 juni 1863 – 16 juli 1923)

 

 

 

 

 

De joods-Amerikaanse schrijver Saul Bellow werd geboren op 10 juni 1915 te Lachine, een voorstad van Montreal. Zie ook alle tags voor Saul Bellow op dit blog.

 

Uit: Herzog

 

„When some new thought gripped his heart he went to the kitchen, his headquarters, to write it down. The white paint was scaling from the brick walls and Herzog sometimes wiped mouse droppings from the table with his sleeve, calmly wondering why field mice should have such a passion for wax and paraffin. They made holes in paraffin-sealed preserves; they gnawed birthday candles down to the wicks. A rat chewed into a package of bread, leaving the shape of its body in the layers of slices. Herzog ate the other half of the loaf spread with jam. He could share with rats too.

All the while, one corner of his mind remained open to the external world. He heard the crows in the morning. Their harsh call was delicious. He heard the thrushes at dusk. At night there was a barn owl. When he walked in the garden, excited by a mental letter, he saw roses winding about the rain spout; or mulberries – birds gorging in the mulberry tree. The days were hot, the evenings flushed and dusty. He looked keenly at everything but he felt half blind.

His friend, his former friend, Valentine, and his wife, his ex-wife Madeleine, had spread the rumor that his sanity had collapsed. Was it true?

He was taking a turn around the empty house and saw the shadow of his face in a gray, webby window. He looked weirdly tranquil. A radiant line went from mid-forehead over his straight nose and full, silent lips.

--------------------------------------
Late in spring Herzog had been overcome by the need to explain, to have it out, to justify, to put in perspective, to clarify, to make amends.

At that time he had been giving adult-education lectures in a New York night school. He was clear enough in April but by the end of May he began to ramble. It became apparent to his students that they would never learn much about The Roots of Romanticism but that they would see and hear odd things. One after another, the academic formalities dropped away. Professor Herzog had the unconscious frankness of a man deeply preoccupied. And toward the end of the term there were long pauses in his lectures.“

 

 1175659-49be56248da63064f1d4a8ede54f2338.jpg

Saul Bellow (10 juni 1915 - 5 april 2005)

 In 1990

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Mensje van Keulen werd op 10 juni 1946 geboren in Den Haag. Zie ook alle tags voor Mensje van Keulen op dit blog.

 

Uit: Langs deze mij onsympathieke weg...

 

„Het is een hele tijd geleden dat ik er achter kwam dat er verschil is in de manier waarop de Berlagebrug van hout, steen en ijzer is en de manier waarop diezelfde brug mooi is. Iets minder lang geleden is het sinds ik begreep dat ik sommige mensen die in andere opzichten dan ik in een koe een ‘heerlijk’ dier zien, smerige vleeseters vind.

Zo is de tijd die er voorbij is gegaan nog korter sinds ik vernam dat het schoonste gedicht van de ongezonde dichter Graftdijk door ene Luijters/Schippers/Mechanicus werd geschreven. Bewonderde ik in dat gedicht de dubbele bodem en de grappigheid van sommige wendingen, het bleef een zwakke vlam in een oeuvre van eindeloze duisternis. Toen bleek dat het niet van de poëet Graftdijk was maar dat het kwam uit de koker van het genre dichters dat me de laatste jaren soms met hun pen vermochten te ontroeren of verbazen door helder inzicht, kon ik er even vrede mee hebben.

Maar het genre Graftdijkdichters waarover ik de laatste jaren toenemende zorgelijke gedachten heb, die kunstenaars zijn niet eens flauwe prozaschrijvers wat ze zouden zijn als ze hun gedichtvormige uitwerpselen nog enige grap, lichtvoetigheid of zelfs maar een banale betekenis mee hadden gegeven (o wat zou zo'n vergissing een welkome verlichting in mijn sombere gedachten zijn) nee, niets van dit al: deze poëten zijn even hol als pretentieus, even veeleisend als veelhijsend. Hun emoties zijn even onecht als nageaapt, hun zieleleven is zo verpauperd, hun dichterlijke vonk brandt op zo'n laag pitje, hun alerte oogopslag is zo verlebberd, dat geen mens zich aan hun werk kan verkwikken, troosten, of zelfs maar in de trein op weg naar zijn naargeestige werkkring kan laten afleiden. Zo erg is het, zo ver zijn deze dichters door hun onuitroeibare jeugdzonde uitgehold dat ze niet meer kunnen ophouden. En zulk een dichter verlekkert zich erin om Van het Reve wanneer hij een minder aangenaam werk - gedichten dus - laat verschijnen, iemand te noemen die niets nieuws te melden heeft, praalt, hopeloos gearriveerd is en ‘dat het misschien praktischer is hem niet meer als schrijver te beschouwen maar als iemand die schrijft en er af en toe flink “naast” schrijft’.

 


1175659-0cd5243ddd108104aca874d2c3ee7df9.jpg
Mensje van Keulen (Den Haag, 10 juni 1946)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Jan Brokken werd geboren op 10 juni 1949 in Leiden. Zie ook alle tags voor Jan Brokken op dit blog.

 

Uit: De Regenvogel

 

“ De eerste man uit Libreville die ik leerde kennen heeft nooit bestaan. Hij heette Joseph Timar. Hij was jong en fatsoenlijk. Te fatsoenlijk voor een stadje aan de rand van het oerwoud.

Timar arriveerde aan het begin van de crisisjaren in Afrika. Het schip dat hem in drie weken tot op een halve graad van de evenaar had gebracht, bleef mijlenver uit de kust liggen; een motorvlet zette hem

aan wal.

Vanaf zee gezien was Libreville in die vroege jaren dertig weinig meer dan een vlek tussen dampend groen. Een paar huizen, een paar overheidsgebouwen, een zeeboulevard van rode sintels met aan

weerszijden palmen, om de honderd meter een factorij en, recht in de wind, een markt voor inboorlingen. Direct achter dat plukje beschaving rees de dofgroene muur op die je direct al de indruk gaf dat het oerwoud een onneembare vesting was.

Niemand wachtte Timar op, niemand controleerde zijn bagage. Hij liep de betonnen steiger af en hield een vrachtwagen aan die hem regelrecht naar Central reed, het enige hotel van de stad. Het telde

vijf kamers die het grootste deel van het jaar leegstonden. Wanneer de houthakkers uit de binnenlanden voor zaken in het kustplaatsje moesten wezen, aten en dronken ze in Central, maar tegen bedtijd staken ze de straat over, waggelden op goed geluk een hut binnen, stopten de man die daar woonde een tientje toe, joegen hem weg en kropen op de mat naast zijn vrouw. Alleen nieuwkomers logeerden in Central, tot ze de gewoonte van de houthakkers hadden overgenomen.

Timar kwam uit La Rochelle. Met zijn drieëntwintig jaren geloofde hij wat talloze jonge Europeanen voor hem geloofd hadden: dat hij het met de kaken op elkaar wel zou rooien in de wildernis. Hij vreesde de ziektes van het oerwoud niet en hoopte er op een fatsoenlijke manier grof geld te verdienen. Dat fatsoenlijke zat er bij hem ingebakken; hij was door zijn moeder en zijn oudere zuster opgevoed en die hadden hem zo verschrikkelijk fatsoenlijk gemaakt dat hij eraan ten onder zou gaan.

Een van zijn ooms, een politicus, een senator, had hem een baan bij een koloniale firma bezorgd. Timar zou de leiding krijgen over een factorij op een honderd kilometer van de kust.“

 

 

 1175659-e3d4205b448dac5cbb4ec2cdec83566f.jpg

Jan Brokken (Leiden, 10 juni 1949)



Zie voor nog meer schrijvers van de 10e juni ook
mijn vorige blog van vandaag
.

Geschreven door Romenu om 19:00 Reageer op dit bericht

Maarten Doorman, Xander Michiel Beute, Mirko Bonné, Curzio Malaparte, Charles Webb, Bertha von Suttner, Willy Roggeman

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus en filosoof Maarten Doorman werd geboren op 9 juni 1957 in Medina Sidonia (Spanje). Zie ook alle tags voor Maarten Doorman op dit blog.

 

 

Blindganger

Een goudvis in de zandbak zwemt
in de vijver bakt een jongen taart
het water schrikt niet van de vorm
het zand in golfjes ligt bedaard

Er zijn twaalf auto's gepasseerd
en een als voorbijganger verklede wandelaar
het geeft niet van die jongen: hij heeft
nog drie levens en het er zelf naar gemaakt

Wel heeft hij redelijk zacht haar en een vliegtuig
nog niet geheel in elkaar, het is op de wielen
en het verven na klaar, het moet ervan komen

dat het zweeft, hij weet hoe het vliegt
en dat van de vorm het water niet schrikt.
Misschien als er een scooter langskwam.

 

 

 

La gare

 

       De avond ruikt licht naar gist, dan naar jou.
Een lokomotief glijdt aan het station voorbij

zonder trein. Er is geen verband.

De hoogspanningsdraden tikken tegen de kou

van de mist. Vanwaar opeens jouw hand

als een dief door mijn haar - alsof

een vrouw niet gewoon kan zijn.

 

       En bij elkaar

waren we de omgegooide stoelen

van een plotseling verlaten tafel

in ons slordig onverwacht

in een kamer liggen

waar dingen met omhaal niets meer bedoelen,

nooit iets meer leven zou.

 

      De liniaal van het spoor ligt langs de nacht,

de herfst rook gister even naar jou.

 

 

 1174746-9dd1df88a8069f18049b3e3b8e2fab7c.jpg

Maarten Doorman (Medina Sidonia, 9 juni 1957)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Xander Michiel Beute werd geboren op 9 juni 1975 te Gouda. Zie ook alle tags voor Xander Michiel Beute op dit blog.

 

Uit: Travolta

 

“Johan leeft bijna dertig jaar. Hij heeft weinig vriendinnen van vlees en bloed tot zich genomen. Maria in de brugklas. Dansen op feestjes in garages. ‘Slijpen’ noemden ze het. Zes jaar later, Laura. Vier maanden lang op dinsdag- en donderdagmiddag vrijen in het bed van haar ouders. Dansen deden ze niet. Tenslotte besloot Laura haar dinsdag- en donderdagmiddagen met een ander te slijten. En dat was dat. Johan gooide zijn postzegelverzameling in de prullenbak. De modelvliegtuigen verdwenen van de plank boven zijn bed. De posters van Madonna, Genesis en Toto gingen van de muren. Een nieuwe vriendin kreeg hij er niet mee.

Hij werd student en zoende soms op feestjes. Twee keer ging een dronken meisje mee naar zijn kamer. Het bleef bij die twee.

In zijn eentje ging het hem stukken beter af in de liefde. Binnen met de deur op slot waren er mooie vrouwen genoeg om mee te dansen. Een koptelefoon om zijn huisgenoten geen last te bezorgen. Ogen dicht en ze was in zijn armen.

Hij maakte dat ze korte rokjes droeg. De bovenste knoopjes van haar blouse los. Hoerig bijna. Haar lichaam kostte geen moeite. Hij voelde het binnen minuten onder zijn vingers, likte het voordat het afbedacht was. Kuste de binnenkant van haar dijen terwijl ze nog geen borsten had. Neukte haar en plakte intussen nog haastig een moedervlek op haar onderbuik. Maakte op het nippertje haar tepels dikker. Hij kwam in haar klaar.

Het gezicht was een probleem. Het veranderde steeds. Tenslotte knipte hij er eentje uit de Viva. Een gezicht ingelijst door lichtbruine haren tot op haar schouders, lichtblauwe ogen, een smalle neus, een klein kuiltje in haar kin... Eveline. Eeuwig glimlachend. Zijn vrouw.”

 

 

 1174746-ad1080e17ca2339212b93f028985e3ab.jpg

Xander Michiel Beute (Gouda, 9 juni 1975)

Gouda

 

 

 


De Duitse dichter, schrijver en vertaler Mirko Bonné werd op 9 Juni 1965 in Tegernsee / Oberbayern. Zie ook alle tags voor Mirko Bonné op dit blog.

 

 

Das schwarze Heft

Was notierte ich da über Katzen,
zweihundertzehn Katzen im Keller
der Eremitage? Und die Bankbrücke
über die Mojka mit den vier Greifen?
Sie verdoppeln das Kleingeld derer,
die hinübergehen wie zum Tod
zu den Trolleybussen
mit dem schiefen
Stromabnehmer. Da schliefen
an beschlagene Scheiben gelehnt
Russinnen wie sie in dem roten Mantel:
An der Fontanka stehend sah sie hinaus
auf den Fluss, als ich nervös rauchte
am Balkon der Majakowski-Bibliothek.
Wie aus dem Nichts nach der Lesung
stand sie vor mir und fragte auf Deutsch:
Warum hast du kein Gedicht vorgetragen?
Von der Newa kommen Militärwagen,
die im Geniesel den Schlossplatz
vorm Winterpalast überfluten
binnen Minuten,
im Regen der Lautsprecher
an einem verwaisten Kassenhaus
plärrt und keiner hört, obwohl
die Frauenstimme schön klingt,
sie hustet. Klebstoff und Kleister,
ausgekochtes Leder und die süße
Erde, in die nach Brandbomben
geschmolzener Zucker lief,
aßen die Leute, verhungert,
erfroren, elfhunderttausend,
als meine Großeltern jung vermählt
hinter verrußten Scheiben durchs Getto
zur arisierten Gentleman-Gummifabrik
von Lodz Tram fuhren. Blockade.
Leningrad. Die Krähen
über der Auferstehungskirche.
Da waren Leonardo, Watteau, Friedrich,
Fragonard und Runge, vor Mausfraß
bewahrt von den zweihundertzehn
Katzen im Keller der Eremitage,
und da war Gauߒ Sternwarte
beim Anflug auf Pulkowo.
Kasaner Kathedrale,
der Duft und die Leere,
verlassene Tragflächenfähre.
Sommergarten und Winterkanal.
Das Haus für Graf Orlow in Rufweite
Katharinas – Favorit, sagte die Dame
mit dem Pullunder voller Geranien
und fragte: Was kritzeln Sie da
eigentlich in das schwarze Heft?

 

 

 

 1174746-82ec225496d708d873300e8e95f86f8a.jpg

Mirko Bonné (Tegernsee, 9 juni 1965)

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver van Duitse afkomst Curzio Malaparte (pseudoniem van Kurt Erich Suckert) werd geboren in Prato Toscane, 9 juni 1898. Zie ook alle tags voor Curzio Malaparte op dit blog.

 

Uit: Die Haut (La Pelle, vertaald door Hellmut Ludwig)

 

“Als es mir endlich gelang, den Nagel zu entfernen und den Schuh anzuziehen, war die Kompanie, deren Führung ich übernehmen sollte, schon seit einer Weile im Hof der Kaserne angetreten. Die Kaserne war ein altes Kloster in der Gegend der Torretta, jenseits der Mergellina, im Laufe der Jahrhunderte und durch die Bombardements arg baufällig geworden. Der Hof in Form eines Kreuzganges war auf drei Seiten von einem Portikus mit mageren Säulen aus grauem Tuff umgeben, auf der vierten Seite von einer hohen gelben Mauer, bedeckt von Moderflecken und großen Marmortafeln, auf denen unter großen schwarzen Kreuzen lange Kolonnen von Namen eingemeißelt waren. Das Kloster war während einer früheren Cholera-Epidemie Lazarett gewesen, und dies waren die Namen der an der Cholera Gestorbenen. An der Mauer stand in großen schwarzen Buchstaben geschrieben: Requiescant in pace. Oberst Palese wollte mich persönlich meinen Soldaten vorstellen, in einer jener traulichen Zeremonien, an denen alte Militärs so sehr hängen. Er war ein großer, hagerer Mann mit schlohweißen Haaren. Er drückte mir schweigend die Hand und seufzte wehmütig lächelnd. Die Soldaten - sie waren fast alle sehr jung und hatten sich gegen die Alliierten in Afrika und Sizilien gut geschlagen, und aus diesem Grunde hatten die Alliierten sie dazu ausgewählt, die Keimzelle des italienischen Befreiungskorps zu stellen - standen im Hofe angetreten, dort vor uns, und blickten auf mich. Sie trugen gleichfalls Uniformen, die man den vor El Alamein und Tobruk gefallenen englischen Soldaten abgenommen hatte, ihre Schuhe waren Schuhe von Toten. Ihre Gesichter waren bleich und abgezehrt, die Augen weiß und ohne Bewegung, aus einer weichen, trüben Materie gebildet. Sie blickten starr auf mich, ohne, schien es mir, mit den Wimpern zu zucken. Oberst Palese gab ein Zeichen mit dem Kopf, und der Feldwebel brüllte: »Kompanie, stillgestanden!« Der Blick der Soldaten ruhte schwer auf mir, mit der schmerzlichen Intensität des Blicks einer toten Katze. Ihre Gliedmaßen wurden regungslos, sie erstarrten im Stillgestanden. Die Hände, die die Gewehre preßten, waren weiß und blutleer: Die schlaffe Haut der Fingerspitzen hing herab wie das Leder eines zu weiten Handschuhs.

 

 

 1174746-f56fbf12802789fcb26e2092a14bc46e.jpg

Curzio Malaparte (9 juni 1898 – 19 juli 1957)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Charles Webb werd geboren op 9 juni 1939 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Charles Webb op dit blog.

 

Uit: The Graduate

 

„Benjamin nodded.

"Aren't you just thrilled to death?"

He walked on through the room, nodding at several more guests, and into the dining room where there was a tray of bottles on the dining-room table and a bucket of ice and some glasses. He selected one of the largest and poured it full of bourbon. Then he took several swallows, closed his eyes a moment and took several more. He refilled the glass to the top and turned around to see his mother standing in front of him.

"What's that," she said, frowning at the glass in his hand.

"This?"

"Yes."

"I don't know," he said. "Maybe it's a drink."

His mother turned her frown up to his face. "Ben, what's the trouble," she said.

"The trouble is I'm trying to get out of this house!"

"But what's on your mind."

"Different things, Mother."

"Well, can't you worry about them another time?"

"No."

Mrs. Braddock reached for his drink. "Here," she said, taking it. "Come out to the kitchen for a minute."

Benjamin shook his head but followed her through the swinging door and into the kitchen. Mrs. Braddock walked to the sink and poured out most of the drink, then filled the glass with water. "Can't you tell me what you're worried about?" she said, drying off the glass with a dish towel beside the sink.

"Mother, I'm worried about different things. I'm a little worried about my future."

 

 

 

 1174746-41dd3b8263e472c711eb12d9fbb2ec07.jpg

Charles Webb (San Francisco, 9 juni 1939)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijfster en pacifiste Bertha Sophie Felicitas Barones von Suttner werd geboren op 9 juni 1843 in Praag. Zie ook alle tags voor Bertha von Suttner op dit blog.

 

Uit: Memoiren

 

„Bei dem Bilde meines Vormundes muß ich noch etwas verweilen. Meine ganze Kindheit und erste Jugend hat es freundlich durchleuchtet. Friedrich Landgraf zu Fürstenberg war meines verstorbenen Vaters Kamerad und Freund gewesen, und seine übernommene Aufgabe als Vormund und Beschützer und sorgender Freund des vaterlosen Kindes hat er bis zu seinem Tode treu erfüllt. Ich betete ihn einfach an, betrachtete ihn als ein höheres Wesen, dem ich unbedingten Gehorsam, Verehrung und Liebe schuldete und auch gerne zollte. Er war ein älterer Herr, über fünfzig, als ich zur Welt kam, und wie Kinder in der Alterschätzung schon sind, mir schien er uralt, aber urlieb. So lächelnd, so heiter, so Grandseigneur, so unbeschreiblich gütig. Diese mitgebrachten Zuckerbäckerwaren, diese reichen Weihnachtsgeschenke, diese Sorge um meine Erziehung, meine Gesundheit, meine Zukunft!

Grandseigneur: das war er ja tatsächlich. Mitglied des stolzesten österreichischen Hochadels, Feldzeugmeister, zuletzt Kapitän der Arcièrengarde, eine der ersten Stellungen bei Hofe. Fehlte bei keinem großen Hoffest und brachte mir von jedem Kaiserdiner so schöne Bonbons mit. Seine hohe Stellung flößte mir mehr Stolz als Respekt ein. Für mich war er der »Fritzerl«, dem ich du sagte, dem ich, solange ich klein war, auf die Knie stieg und den Schnurrbart zupfte.

Er starb unverheiratet. Sein Leben war so regelmäßig eingeteilt, es verlief so ohne Sorgen, ohne Leidenschaften, zwischen Dienst und Geselligkeit, daß nie der Wunsch aufkam, es zu verändern. In Wien bewohnte er eine schöne Garçonwohnung in der Inneren Stadt; in Mähren besaß er eine Herrschaft, wo er öfters ein paar Sommerwochen zubrachte, um nachzusehen, was seine Beamten treiben; doch zog er es vor, statt bei sich in dem einsamen Schloß zu wohnen, als Gast bei seiner alten Mutter und bei seinen verschiedenen Schwestern die Sommermonate zuzubringen. Reisen unternahm er niemals. Hinter den österreichischen Grenzpfählen hörte die Welt für ihn auf.“

 

 

1174746-fbf78d879a5faf46f362bba557f4f89f.jpg
Bertha von Suttner (9 juni 1843 - 21 juni 1914)


 

 


De Vlaamse dichter en schrijver
Willy Roggeman werd geboren in Ninove op 9 juni 1934. Zie ook alle tags voor Willy Roggeman op dit blog.

 

 

Epures (2)

 

Tijdscalpels snijden het ptolemeïsch vel

zijn tumors herinnering en illusie.

Klokarmen spreiden tot wonden voor en na.

 

Het zomers lichaam op de dobbelsteen: rug-

vuur. Huiden op het oog, pantsers op het hart,

leven naar de fictie van het centrum toe.

 

 

 1174746-251930e5abc59c697b25ba46641ebe3a.jpg

Willy Roggeman (Ninove, 9 juni 1934)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e juni ook mijn blog van 9 juni 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:42 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten