Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 16 juni 2012 tot 17 juni 2012

Dolce far niente 12 (Bij Vaderdag)


Dolce far niente 12 (Bij Vaderdag)

 

 

 

 

 1179929-0d936f9bace964dab24c3aff80d23de2.jpg

Kijken hoe vader werkt, Albert Neuhuys (10 juni 1844 –  6 februari 1914)

 

 

 

 

My Father

 

The memory of my father is wrapped up in
white paper, like sandwiches taken for a day at work.

Just as a magician takes towers and rabbits
out of his hat, he drew love from his small body,

and the rivers of his hands
overflowed with good deeds.

 

 

 

 1179929-0de7ab273aa516c63a5abfa039b04c76.jpg

Yehuda Amichai (3 mei 1924 – 22 September 2000)

 

 

 

 

Do not go gentle into that good night

 

Do not go gentle into that good night,

Old age should burn and rave at close of day;

Rage, rage against the dying of the light.

 

Though wise men at their end know dark is right,

Because their words had forked no lightning they

Do not go gentle into that good night.

 

Good men, the last wave by, crying how bright

Their frail deeds might have danced in a green bay,

Rage, rage against the dying of the light.

 

Wild men who caught and sang the sun in flight,

And learn, too late, they grieved it on its way,

Do not go gentle into that good night.

 

Grave men, near death, who see with blinding sight

Blind eyes could blaze like meteors and be gay,

Rage, rage against the dying of the light.

 

And you, my father, there on the sad height,

Curse, bless, me now with your fierce tears, I pray.

Do not go gentle into that good night.

Rage, rage against the dying of the light.

 

 

 

1179929-67e8aa13883345d65f495cc4acb2139f.jpg
Dylan Thomas (27 oktober 1914 – 9 november 1953)

 

 

 

 

Vom Vater...

 

Vom Vater hab`ich die Statur,
des Lebens erstes Führen,
vom Mütterchen die Frohnatur
und Lust zu fabulieren.

 

Urahnherr war der Schönsten hold,
das spukt so hin und wieder;
Urahnfrau liebte Schmuck und Gold,
das zuckt wohl durch die Glieder.

 

Sind nun die Elemente nicht
aus dem Komplex zu trennen,
was ist denn an dem ganzen Wicht
Original zu nennen?

 

 

 

 1179929-c2fd4007c30a1a8918d3e2237fe0b59e.jpg

Johann Wolfgang von Goethe (28 augustus 1749 – 22 maart 1832)

 

 



Het geschenk van mijn vader

 

Wij zaten samen, zwijgend, bij het vuur;
mijn lieve vader
en ik.
Bij elk klokgetik
kwam zijn stervensuur
nader en nader.

Hij was rustig en goed;
lijk de moeder
die haar kindje heeft gedekt tot de kin,
en die heengaat op lichte voet,
stil en verblijd.
Zo wist hij zijn denken en daden bedolven
onder Gods warme barmhartigheid.

Hij stond langzaam uit zijn zetel op,
recht en sterk lijk hij had geleefd.
Zijn fijne hand
heeft gebeefd
op mijn hand:
een nevel over ontwakend land.

Hij heeft zijn laatste daad gedaan:
hij gaf me zijn uurwerk,
eenvoudig, zonder één woord,
en monklend is hij te rust gegaan.

Maar, toen ik hem zacht naar het bed geleidde,
wist ik
hoe een Engel, zingend, aanschreed achter ons beide.
Want moedig had mijn vader,
in mijn handen
afstand van daad en tijd gedaan.
Trots en wenend ben ik van hem heengegaan.

 

 

 

 1179929-7c25d581a1e95e61f9e0deaf29d5a491.jpg

Marnix Gijsen (20 oktober 1899 – 29 september 1984)
Geschreven door Romenu om 10:09 Reageer op dit bericht

James Weldon Johnson

De Amerikaanse dichter, schrijver en diplomaat James Weldon Johnson werd geboren op 17 juni 1871 in Jacksonville, Florida Vooral door zijn moeder werd Johnson aangemoedigd om de Engelse literatuur en de Europese muzikale traditie te bestuderen. Hij studeerde aan Atlanta University met de bedoeling dat het onderwijs dat hij daar kreeg zou worden gebruikt om de belangen van de zwarte mensen te bevorderen. Na zijn afstuderen kreeg hij een baan als schoolhoofd in Jacksonville. In 1900 schreef hij het ​​nummer "Til Ev'ry Voice and Sing" ter gelegenheid van de verjaardag van Lincoln. Het lied dat immens populair werd in de zwarte gemeenschap werd bekend als de “Negro National Anthem." Johnson verhuisde naar New York in 1901 om samen te werken met zijn broer Rosamond, een componist, en kreeg een beetje succes als songwriter voor Broadway, maar koos er in 1906 uiteindelijk voor om Amerikaanse consul in Venezuela te worden. In dienst van het corps diplomatique publiceerde Johnson gedichten in Century Magazine en in The Independent. In 1912, publiceerde Johnson onder een pseudoniem “The Autobiography of an Ex-Colored Man”, het verhaal van een muzikant die zijn zwarte roots verwerpt voor een leven van materieel comfort in de witte wereld. De roman onderzoekt de kwestie van raciale identiteit in de twintigste eeuw, een gemeenschappelijk thema bij de schrijvers van de Harlem Renaissance.

 

 

Brothers

 

See! There he stands; not brave, but with an air
Of sullen stupor. Mark him well! Is he
Not more like brute than man? Look in his eye!
No light is there; none, save the glint that shines
In the now glaring, and now shifting orbs
Of some wild animal caught in the hunter's trap.

How came this beast in human shape and form?
Speak, man! - We call you man because you wear
His shape-How are you thus? Are you not from
That docile, child-like, tender-hearted race
Which we have known three centuries? Not from
That more than faithful race which through three wars
Fed our dear wives and nursed our helpless babes
Without a single breach of trust? Speak out!
I am, and am not.

Then who, why are you?


I am a thing not new, I am as old
As human nature. I am that which lurks,
Ready to spring whenever a bar is loosed;
The ancient trait which fights incessantly
Against restraint, balks at the upward climb;
The weight forever seeking to obey
The law of downward pull; and I am more:
The bitter fruit am I of planted seed;
The resultant, the inevitable end
Of evil forces and the powers of wrong.

Lessons in degradation, taught and learned,
The memories of cruel sights and deeds,
The pent-up bitterness, the unspent hate
Filtered through fifteen generations have
Sprung up and found in me sporadic life.
In me the muttered curse of dying men,
On me the stain of conquered women, and
Consuming me the fearful fires of lust,
Lit long ago, by other hands than mine.
In me the down-crushed spirit, the hurled-back prayers
Of wretches now long dead, - their dire bequests, -
In me the echo of the stifled cry
Of children for their bartered mothers' breasts.

I claim no race, no race claims me; I am
No more than human dregs; degenerate;
The monstrous offspring of the monster, Sin;
I am-just what I am . . . . The race that fed
Your wives and nursed your babes would do the same
To-day, but I -
Enough, the brute must die!
Quick! Chain him to that oak! It will resist
The fire much longer than this slender pine.
Now bring the fuel! Pile it 'round him! Wait!
Pile not so fast or high! or we shall lose
The agony and terror in his face.
And now the torch! Good fuel that! the flames
Already leap head-high. Ha! hear that shriek!
And there's another! Wilder than the first.
Fetch water! Water! Pour a little on
The fire, lest it should burn too fast. Hold so!
Now let it slowly blaze again. See there!
He squirms! He groans! His eyes bulge wildly out,
Searching around in vain appeal for help!
Another shriek, the last! Watch how the flesh
Grows crisp and hangs till, turned to ash, it sifts
Down through the coils of chain that hold erect
The ghastly frame against the bark-scorched tree.

Stop! to each man no more than one man's share.
You take that bone, and you this tooth; the chain -
Let us divide its links; this skull, of course,
In fair division, to the leader comes.

And now his fiendish crime has been avenged;
Let us back to our wives and children. - Say,
What did he mean by those last muttered words,
'Brothers in spirit, brothers in deed are we'?

 

 

 

 1338229-024fa2aa77df6be8e175735898b43577.jpg

James Weldon Johnson (17 juni 1871 – 26 juni 1938)

Portret door Laura Wheeler Waring, 1943

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

August Willemsen, Casper Fioole, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, -minu

De Nederlandse schrijver essayist en vertaler August Willemsen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1936. Zie ook alle tags voor August Willemsen op dit blog.

 

Uit: Braziliaanse brieven

 

„Vrijdag 20 juli vroeg terug naar São Paulo. Op de bank: geen geld. De HBU zal nu reclameren en het geld naar de HBU in Rio sturen. São Paulo was, na twee dagen provinciestad, een verademing. Dat cosmopoliete. In de lift van het hotel trof ik een receptionist en een hotelgast. Receptionist, tegen mij: ‘Hier is een landgenoot van u’. Ik kijk naar de man. Zuidamerikaanser kon het niet: klein, donkerharig, besnord, vermetele strohoed. Hij zegt: ‘Ik ben Argentijn.’ Ik zeg: ‘Ik ben Hollander.’ ‘O,’ zegt de receptionist, ‘ik dacht dat u Paraguayo was.’ Het maakt allemaal niets uit. De hotelbaas is Galiciër, de receptionisten zijn Brazilianen, de kokkin spreekt Spaans en de wasvrouw Italiaans, verhaspeld met Spaanse en Portugese woorden. En iedereen verstaat iedereen. Op grond van uiterlijk wordt geen enkele (althans zelden de juiste) conclusie getrokken met betrekking tot herkomst.

Laatste avond in São Paulo. Ik loop, enigszins in gedachten met gebogen hoofd, over de São João, en zie opeens vonken en brandende dingen vlak voor mijn voeten neervallen. Ik kijk omhoog: uitslaande brand in een wolkenkrabber. Toen zag ik dat er wel al politiewagens waren, maar blijkbaar had men het niet nodig gevonden het trottoir af te zetten. Ik maakte dat ik naar de overkant kwam. Brand op de zesde verdieping, vooral gevoed door gordijnen en luxaflex zonneschermen voor de open ramen. Het vuur klom razend snel hoger. Bij elke nieuwe verdieping die werd bereikt steeg gejuich en applaus uit de menigte op. De brandweer had het vuur gauw geblust, het zat voornamelijk aan de voorkant. Maar zeven verdiepingen waren toch geblakerd. En de mensen maar juichen, als betrof het een voetbalwedstrijd.

Later op de avond nam ik nog even afscheid van ‘mijn’ Portugees, een kroegbaas op de hoek. Vreemd dat een Portugees in Brazilië, voor mij, toch weer iets ‘eigens’ heeft (Europa?).“

 

 

 1179558-8987f4a7e5dd3382a04e39f2675b00e7.jpg

August Willemsen (16 juni 1936 – 29 november 2007)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Casper Fioole werd geboren op 16 juni 1975. Zie ook alle tags voor Casper Fioole op dit blog.

 

 

Stilte staat

 

Stilte staat
als een muur in ons bed.

Vol groot gelijk bid ik
dat jij dit zwijgen
pijnlijker vindt dan ik.
Dat je het haat.
Dat het je misselijk maakt.
En vooral,
dat je sorry zeggen gaat,
en tegen me aan komt liggen.
Nu.
Op dit moment.
Alsjeblieft.

Eén seconde eerder dan ik.

 

 

 

“Paar pondjes minder. Minder slordig.”

 

In dit lijflijk geheugen,
waar elk jaar
zijn sporen slingeren liet
stapel op stapel op plaatsen
laag op laag op plekken
hoe slordig jaren zijn,
zet ik het mes

 

 

 1179558-d006671af613dd42ce6f20eca5817518.jpg

 Casper Fioole (16 juni 1975)

 

 

 


De Amerikaanse dichteres en schrijfster
Joyce Carol Oates werd geboren in Lockport, New York, op 16 juni 1939.
Zie ook alle tags voor Joyce Carol Oates op dit blog.

 

Uit: A Widow's Story

 

“February 15, 2008. Returning to our car that has been haphazardly parked—by me—on a narrow side street near the Princeton Medical Center—I see, thrust beneath a windshield wiper, what appears to be a sheet of stiff paper. At once my heart clenches in dismay, guilty ap­prehension—a ticket? A parking ticket? At such a time? Earlier that afternoon I'd parked here on my way—hurried, harried—a jangle of admonitions running through my head like shrieking cicadas—if you'd happened to see me you might have thought pityingly That woman is in a desperate hurry—as if that will do any good—to visit my husband in the Telemetry Unit of the medical center where he'd been admitted several days previously for pneumonia; now I need to return home for a few hours preparatory to returning to the medical center in the early eve­ning—anxious, dry-mouthed and head-aching yet in an aroused state that might be called hopeful—for since his admission into the medical center Ray has been steadily improving, he has looked and felt better, and his oxygen intake, measured by numerals that fluctuate with liter­ally each breath—90, 87, 91, 85, 89, 92—is steadily gaining, arrangements are being made for his discharge into a rehab clinic close by the medical center—(hopeful is our solace in the face of mortality); and now, in the late afternoon of another of these interminable and exhausting hospital-days—can it be that our car has been ticketed?—in my distraction I'd parked illegally?—the time limit for parking on this street is only two hours, I've been in the medical center for longer than two hours, and see with embarrassment that our 2007 Honda Accord—eerily glaring-white in February dusk like some strange phosphorescent creature in the depths of the sea—is inexpertly, still more inelegantly parked, at a slant to the curb, left rear tire over the white line in the street by several inches, front bumper nearly touching the SUV in the space ahead. But now—if this is a parking ticket—at once the thought comes to me I won't tell Ray, I will pay the fine in secret.”

 

 

 1179558-175874780f44bb75aa9a905462565b2e.jpg

Joyce Carol Oates (Lockport, 16 juni 1939)

 

 

 


De Canadese dichter, artiest en musicus
Derek Raymond Joseph Audette werd geboren op 16 juni 1971 in Hull, Quebec.
Zie ook alle tags voor Derek R. Audette op dit blog.

 

A Song for the Worms

 

Longer still they tear at my fetid heart
with minds that suffer like a dew draped leaf,
and through grand halls lined with bitter demur
my ersatz body is slowly produced.
In this garden of ubiquitous pain
they bear witness to this decrepit act.
I am no longer a child of the earth,
but a beast of famine who hungers not.

A vile and loathsome sow I have become,
a hellish fiend drenched in disquietude.
I have become a grim, pernicious blight,
an icon of well deserved abhorrence.
Yet upon my head sits a shining crown,
for now am I also, desolation.

 

 

 

1179558-6cc164508c9fd6e447872d66f99eb853.jpg 

Derek R. Audette (Hull, 16 juni 1971)

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver en columnsit -minu (eig. Hans-Peter Hammel) werd geboren op 16 juni 1947 in Basel. Zie ook alle tags voor -minu op dit blog.

 

Uit: Von einem Hügelbrand und dem geretteten Elefanten

”Es schneite. Dies Ende Mai. Und in Italien.
Ich war eben am Wäscheaufhängen. Das heisst, ich stand etwas ratlos vor den Gästeleintüchern, die plötzlich in einem eierfruchtartigen Lila im Sturmwind flatterten. LILA?
Da erst entdeckte ich das pechschwarze Hemd, das mir der Mann, der in Orbetello stets im Schatten des Bäckergässchen hockt, angedreht hatte. Ich meine, er heisst Bubu oder so. Jedenfalls hockt er, seit Orbetello ein Städtchen ist, in diesem windigen Gässchen. Bubu hat stets allerlei lustige Dinge vor sich ausgebreitet. Etwa hölzerne Elefanten.
Aber auch chinesische Feuerzeuge. Und dann Colliers aus diversen Funkelsteinen, von denen er behauptet, sie seien aus Afrika, aus dem Land seiner Vorfahren. Aber natürlich sind sie vom Obi-Bastelmarkt. Ich erkenne sie sofort wieder.
Denn Hannchen, mein Patenkind, bastelte mir immer auf Weihnachten Kleiderbügel mit diesem Funkelsteinzeug, weil das gute Mädchen schon bald einmal geschnallt hatte, dass sein Patenonkel total, ABER TOTAL auf den Glamour dieser Kleiderbügelwelt abfährt.
Wir driften ab. Das Thema war, dass Bubu mich jeden Tag löchert, ich solle bei ihm einen hölzernen Elefanten kaufen, weil man so etwas immer gebrauchen könne. Bubus Angebot ist allerdings eines der wenigen, wo ich mit frohem Herzen NEIN sagen kann.
Bubu hört mein NEIN nicht gerne. Er fragt mich weinerlich, ob ich ein Problem mit seiner Hautfarbe hätte ... Ob ich einer Rechtsgruppierung angehören würde ... Kurz: Bubu redet Scheiss.
DICKEN SCHEISS. Und seine Hautfarbe lässt mich so kalt wie sein elefantöses Angebot.
NA JA: DIESES THEATER HATTE ICH JA SCHON.”

 

 

1179558-497dc1820a0edc36de2ecaa845a713be.jpg
-minu (Basel, 16 juni 1947)




Zie voor nog meer schrijvers van de 16e juni ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 16:14 Reageer op dit bericht

Theo Thijssen, Ferdinand Laholli, Elfriede Gerstl, Giovanni Boccaccio, Frans Roumen

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Theo Thijssen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1879. Zie ook alle tags voor Theo Thijssen op dit blog.

 

Uit: Kees de jongen

 

„Tante stond op en ging voorzichtig de alkoofdeur dichtdoen. Toen kwam ze naar Kees kijken, maar die hield zich dadelijk weer slapend.

"De arme schapen," fluisterde tante, "hoe laat is het gebeurd?"

"Weet 't niet," zei oom, heel moeilijk sprekend, net of-ie telkens benauwd werd, "... hij is niet meer bij kennis gekomen na vanmiddag... aldoor zo stil blijven liggen... we hebben er maar bij gezeten, vader ook... zo oud als-ie is... de godganse nacht... en tegen de ochtend werd-ie zo erg stil... gingen we twijfelen... zeg ik tegen haar: zie dat je nou wat slapen gaat nog... zulke onzin praat je dan hè... tegen je eigen gedachten in... ben ik nog naar die dokter gevlogen... heb daar staan te schellen... hij zou komen... hij moet nóg komen... och hij wist het gisteren al... kom ik terug... 't leek of ze gék was... die juffrouw van boven was er gelukkig... de ouwe man wist geen raad ook... Och god Jeanne, 't is ook zo erg, 't is ook zo erg...

En hij huilde nu, z'n stem was helemaal geen mannenstem meer...

Kees ging ineens recht overeind in het bed zitten. Ze schrokken allebei.

"U liegt het toch! U líegt het!" riep-ie, het enige wat-ie zeggen kón.

Oom stond op en ging de keuken in, alsof-ie wegvluchtte. Tante kwam naar Kees toe, zwijgend, en duwde hem zachtjes neer en dekte hem toe.

"D'r is niks van waar!" schreeuwde Kees; hij duwde z'n hoofd in het kussen, om niet te laten zien hoe erg hij huilde.

"Nee d'r is ook niks van waar, Kees," suste tante, "blijf jij nog maar slapen, toe blijf nog maar slapen tot ik jullie roep, dan is het tijd genoeg nog. Denk om Truus."

Kees gaf geen antwoord. Huilend zocht hij naar een uitweg, naar een middel om aan de waarheid te ontkomen, om zichzelf te bewijzen dat ze zich allemaal vergisten...

Maar hij vond niets. En hij moest zich machteloos overgeven aan de waarheid: dat het toch gebeurd was, toch gebeurd... "

 

 1179550-abd0301aa347d13e4a920f957b7a272c.jpg

Theo Thijssen (16 juni 1879 - 23 december 1943)

 

 

 

 

De Albanese dichter en vertaler Ferdinand Laholli werd geboren op 16 juni 1960 in Gradishta. Zie ook alle tags voor Ferdinand Laholli op dit blog.

 

 

PENITENTIAL

 

I banged
my head
to quiet me
and now
it aches
from endurance.

 

 

 

THE WORKERS' PARTY OF ALBANIA

 

The killer
comes for our dreams,
amnesiac
because he doesn't like
corpses.

 

 

 

Vertaald door Zana Banci en Anthony Weird

 

 

 

1179550-b3ff5e1a2ed44279c335d30b793409b9.jpg
Ferdinand Laholli (Gradishta, 16 juni 1960)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Elfriede Gerstl werd geboren op 16 juni 1932 in Wenen. Zie ook alle tags voor Elfriede Gerstl op dit blog.

 

 

Mein Prater

 

die liliputbahn ist ein schwan auf schienen, die schwäne spucken hier frösche

aus und im kreis durch die luft fliegen ist noch keine mutprobe, da gibts

noch mehr.

2 x fürchten kaufen und rein in die geisterbahn. sich im spiegelkabinett

[und seinen ebenbildern] verirren – schlicht und grad nicht mehr rausfinden.

und immerzu fliegen im sitzen und liegen. mit all dem gekreisch der

fliegenden in den ohren vertickert der sonntag.

bitte nur die kleinen blechautos fahren müssen dürfen, nicht wahr, und

viel viel zuschauen.

später mit meiner tochter als schulkind so mit 6, 7 – der micky maus,

musste ich donald der tolpatsch sein und mir die schrecklich schöne

praterwelt erklären lassen.

und was wollte sie? na was schon: grade einmal schwan im bach fahren

und mit autodromwagerln, die immerzu zusammenstossen, und zur erholung

in die liliputbahn, die durch ein miniwäldchen bimmelt, hinein in eine beinaheruhe

– nach all dem gewusel, getrampel und geschrei ein tröpfchen stille.

 

 

 1179550-c658f08e4a7b1ad51082c9dfc3ac4715.jpg

Elfriede Gerstl (16 juni 1932 – 9 april 2009)

Hier met Elfriede Jelinek (links)

 

 

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Giovanni Boccaccio werd geboren in Florence of Certaldoi in juni of juli 1313. Zie ook alle tags voor Boccacio op dit blog.

 

Uit: Das Dekameron (Vertaald door Karl Witte)

 

„Um so überschwenglichere Gnade haben wir aber in ihm zu erkennen, wenn wir, deren sterbliches Auge auf keine Weise in das Geheimnis des göttlichen Willens eindringen kann, durch falschen Wahn betrogen, einen zu unserem Fürsprecher vor der Majestät Gottes erwählen, den er von seinem Angesicht verbannt hat, und wenn er, vor dem nichts verborgen ist, dessen ungeachtet mehr auf die reine Gesinnung des Bittenden als auf dessen Unwissenheit oder auf des Angerufenen Verdammung sieht und das Gebet ebenso erhört, als ob der vermeintliche Fürsprecher die Seligkeit, ihn zu schauen, genösse. Daß es sich so verhält, wird aus der Geschichte offenbar werden, die ich euch erzählen will. Offenbar nach menschlichem Dafürhalten, sage ich, da Gottes Ratschlüsse uns verborgen bleiben.

Es wird nämlich berichtet, daß Musciatto Franzesi, als er von einem reichen und angesehenen Kaufherrn zum Edelmanne geworden war und nun mit dem Bruder des Königs von Frankreich, dem vom Papst Bonifaz herbeigerufenen und unterstützten Karl ohne Land, nach Toskana ziehen sollte, sich entschloß, seine Geschäfte, welche, wie es bei Kaufleuten der Fall zu sein pflegt, äußerst verwickelt waren, mehreren Bevollmächtigten zu übertragen. Für alles fand er Rat, nur blieb ungewiß, wo er jemanden auftreiben wollte, der geschickt wäre, jene Schulden einzutreiben, die er bei einigen Burgundern ausstehen hatte. Der Grund seines Bedenkens lag darin, daß ihm wohlbekannt war, was für ein wortbrüchiges, händelsüchtiges und abscheuliches Volk die Burgunder sind und daß er sich auf niemand besinnen konnte, der abgefeimt genug gewesen wäre, um ihrer Bösartigkeit mit Erfolg Widerpart zu leisten. Als er in solchem Zweifel lange hin und her überlegt hatte, fiel ihm ein gewisser Ciapperello von Prato ein, der sein Haus in Paris oft zu besuchen pflegte.“

 

 

 1179550-9e4ce29eb3d7102fac2f14a4087b83b9.jpg

Giovanni Boccaccio ( juni of juli 1313 - 21 december 1375)

 

 

 

 

En als toegift bij een andere verjaardag:

 

 

Kiss Krisstal

Er was een stilte die zich niet liet dwingen,
een angst, onhoudbaar diep en koud als staal.
Zij speelden mij een morgen voor, een maal
van ijzing en een stoelendans die dringen

naar macht en aanzien werd. Herinneringen
van duizend malen kregen hier verhaal.
Absurd theater in een achterzaal
scheen plotseling fataal. Tot hun zingen

herkenning werd, ik lachte om hun grappen,
bevrijd en in hun midden opgenomen.
Het oude huis dat mij een warmte bood,

waarin ik trillende naar lucht moest happen,
was hier onzinnig aan zijn eind gekomen.
Is het nou afgelopen met de dood?

 

 

 

Frans Roumen, Uit: Elk woord van mij is zonde,

Uitgeverij Berend Immink, Nijmegen 1984)

 

 

 

 1179550-008962744b98c94fbdbb9bf5f95088f1.jpg

Frans Roumen (Wessem, 16 juni 1957)

Poptempel Doornroosje, Nijmegen

 

 

 

Zie ook alle tags voor Frans Roumen op dit blog.

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e juni ook mijn blog van 16 juni 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

 

Geschreven door Romenu om 16:07 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten