Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 17 juni 2012 tot 18 juni 2012

Richard Powers, Raymond Radiguet, Geoffrey Hill, Bert Schierbeek, Aster Berkhof, Karin Fellner, Mirjam Pressler

De Amerikaanse schrijver Richard Powers werd geboren op 18 juni 1957 in Evanston, Illinois. Zie ook alle tags voor Richard Powers op dit blog.

 

Uit: The Time of Our Singing

 

„In some empty hall, my brother is still singing. His voice hasn't dampened yet. Not altogether. The rooms where he sang still hold an impression, their walls dimpled with his sound, awaiting some future phonograph capable of replaying them.
My brother Jonah stands fixed, leaning against a piano. He's just twenty. The sixties have only begun. The country still dozes in its last pretended innocence. No one has heard of Jonah Strom but our family, what's left of it. We've come to Durham, North Carolina, the old music building at Duke. He has made it to the finals of a national vocal competition he'll later deny ever having entered. Jonah stands alone, just right of center stage. My brother towers in place, listing a little, backing up into the crook of the grand piano, his only safety. He curls forward, the scroll on a reticent cello. Left hand steadies him against the piano edge, while right hand cups in front of him, holding some letter, now oddly lost. He grins at the odds against being here, breathes in, and sings.
One moment, the Erl-King is hunched on my brother's shoulder, whispering a blessed death. In the next, a trapdoor opens up in the air and my brother is elsewhere, teasing out Dowland of all things, a bit of ravishing sass for this stunned lieder crowd, who can't grasp the web that slips over them:

Time stands still with gazing on her face,
Stand still and gaze for minutes, hours, and years to her give place.
All other things shall change, but she remains the same,
Till heavens changed have their course and time hath lost his name.

Two stanzas, and his tune is done. Silence hangs over the hall. It drifts above the seats like a balloon across the horizon. For two downbeats, even breathing is a crime. Then there's no surviving this surprise except by applauding it away. The noisy gratitude of hands starts time up again, sending the dart to its target and my brother on to the things that will finish him.“

 

 

 1181037-4d0f6e9a198ede17ebe07999989ada63.jpg

Richard Powers (Evanston, 18 juni 1957)

 

 

 

 

De Franse schrijver Raymond Radiguet werd geboren op 18 juni 1903 in Saint-Maur-des-Fossés. Zie ook alle tags voor Raymond Radiguet op dit blog.

 

Uit: Den Teufel im Leib (Vertaald door Hinrich Schmidt-Henkel)

 

“Ich werde mir viele Vorwürfe einhandeln. Aber was kann ich dafür? Ist es meine Schuld, dass ich ein paar Monate vor Kriegsbeginn zwölf wurde? Die Verwirrungen, die diese außergewöhnliche Zeit für mich mit sich brachte, waren ganz sicher andere, als man sie in diesem Alter sonst erlebt; doch da trotz allem Anschein nichts stark genug ist, einen reifer werden zu lassen, als man ist, musste ich als Kind ein Abenteuer bestehen, das auch einem erwachsenen Mann zu schaffen gemacht hätte.

Ich bin nicht der Einzige. Meine Altersgenossen werden an diese Zeit ganz andere Erinnerungen haben als die Älteren.

 

 1181037-eaf589cb572738e2f6870126fec9109f.jpg

Scene uit de film 'Le diable au corps' met Micheline Presle en Gérard Philipe, 1947

 

 

Überhaupt, wer mich verurteilt, der soll sich erst mal vor Augen führen, was der Krieg für viele Jungen

meines Alters bedeutete: vier Jahre lang große Ferien. Wir wohnten in F… an der Marne.

Meine Eltern waren Gegner der gemeinsamen Erziehung von Jungen und Mädchen.* Doch dadurch wurde die Sinnlichkeit, mit der wir geboren werden und die noch gar nicht wusste, wohin, eher verstärkt als abgeschwächt.

Ich war nie ein Träumer. Was anderen, Leichtgläubigeren, wie Traum vorkommt, das war für mich ebenso wirklich wie für eine Katze ein Käse unter einer Glasglocke. Dennoch gibt es die Glasglocke.

Geht die Käseglocke entzwei, kann die Katze sich freuen, auch wenn ihre Besitzer die Glocke zerbrochen haben und sich daran die Hände zerschneiden.”

 

 

 1181037-ee960f15f5f87138822c0bdb845cb26a.jpg

Raymond Radiguet (18 juni 1903 – 12 december 1923)

Rond 1919

 

 

 

 

De Engelse dichter Geoffrey Hill werd geboren op 18 juni 1932 in Bromsgrove, Worcestershire. Zie ook alle tags voor Geoffrey Hill op dit blog.

.

 

Ovid in the Third Reich

 

non peccat, quaecumque potest peccasse negare,
solaque famosam culpa professa facit.

Amores, III, xiv

I love my work and my children. God
Is distant, difficult. Things happen.
Too near the ancient troughs of blood
Innocence is no earthly weapon.

I have learned one thing: not to look down
So much upon the damned. They, in their sphere,
Harmonize strangely with the divine
Love. I, in mine, celebrate the love-choir.

 

 

 

Picture of a Nativity

 

Sea-preserved, heaped with sea-spoils,
Ribs, keels, coral sores,
Detached faces, ephemeral oils,
Discharged on the world’s outer shores,

A dumb child-king
Arrives at his right place; rests,
Undisturbed, among slack serpents; beasts
With claws flesh-buttered. In the gathering

Of bestial and common hardship
Artistic men appear to worship
And fall down; to recognize
Familiar tokens; believe their own eyes.

Above the marvel, each rigid head,
Angels, their unnatural wings displayed,
Freeze into an attitude
Recalling the dead.

 

 

 1181037-5fb687d0ce77000e7cd0edc380a6747c.jpg

Geoffrey Hill (Bromsgrove, 18 juni 1932)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Bert Schierbeek (1918-1996) werd geboren op 18 juni 1918 in Glanerbrug in Twente. Zie ook alle tags voor Bert Schierbeek op dit blog.

.

 

Molen te Sellingen

 

de standaardmolen in Sellingen

daar staat hij
al jaren te
wachten op
wind
tussen de boeren
hun huizen en koeien
in de wei
staat hij recht
zijn wieken stijf
en zwart
als hijzelf
de molen
wachtend op wind
op een heuveltje

(wij noemen hem standaardmolen
op zijn driepoot heel alleen
wachtend op wind)

 

 

 

Stilte

 

wat me
bezighoudt
soms
is de angstwekkende
stilte
in het woord
zo luid
meestal
zo angst en
aanjagend
het geluid
van de stilte



 

 

 1181037-27fb94a913e7ae84a53f9fa19ee0cdc1.jpg

Bert Schierbeek (18 juni 1918- 9 juni 1996)





De Vlaamse schrijver
Aster Berkhof (eig. Louis van den Bergh werd geboren in Rijkevorsel op 18 juni 1920. Zie ook alle tags voor Aster Berkhof op dit blog.

 

Uit: Veel geluk professor

 

„Het eerste kwartier was een genot, vooral toen hij het stadje helemaal achter zich had, en niets meer zag dan dennen en sneeuw. Het bos had iets plechtigs over zich, iets dat aan een kathedraal herinnerde, en de wind, die er doorheen voer, en de sneeuwpakken, die ritselend en verstuivend omlaag kwamen, en de eekhoorntjes, die snel als schichten van de ene boom in de andere schoten en soms meters ver op hun pluimstaart bleven zweven, het was alles zo schoon, zo indrukwekkend en zo stil, dat Pierre er niets van gewaarwerd dat hij bij iedere stap tot aan zijn enkels in de sneeuw zakte, en almaar door kijkend en bewonderend voortploederde, met zijn valies in de ene en een paar opgevouwen kranten in de andere hand.

Hij dacht terug aan Dr. Schlesinger, en hij glimlachte. Vandaag voor de eerste maal voelde hij eens geen afkeer en misprijzen voor de oude brombeer, die al dertig jaar in de rectorstoel van de Weense universiteit zetelde en zijn jonge docenten het leven zo moeilijk en zo saai mogelijk maakte. Vandaag voor de eerste maal vond hij dat hij eigenlijk ongelijk had gehad de arme man zo lang en zo diep te verachten. De man kon er tenslotte ook niet aan doen dat hij een slechte maag had en alle twee, drie uren het zuur kreeg. En hij kon er evenmin aan doen dat zijn huishoudster soms vergat maagzout en water gereed te zetten, en dat de ongelukkige die hem op zulke momenten iets kwam vragen, dan schrikwekkende en goddeloze verwensingen naar het hoofd gegooid kreeg.

Neen, neen, de oude Schlesinger mocht er zijn. Hij was wel koppig overtuigd dat buiten Plato alle filosofen sufferds waren, en dat de dichter van Dertienlinden zo groot was als die van Hermann en Dorothea, maar in feite was hij nog de slechtste niet. En op zijn volgende verjaardag zou hij hem, in plaats van het gebruikelijke boek, eens een fles deugdelijke schnaps als geschenk geven. De man had er recht op, na zoveel jaren van trouwe plichtsbetrachting en noeste arbeid.“

 

 

 1181037-ef855d1e19b9f3a44ff25ba60eb33edf.jpg

Aster Berkhof (Rijkevorsel, 18 juni 1920)

 

 

 

 

De Duitse dichteres Karin Fellner werd geboren 1970 in München, waar zij nog steeds woont. Zie ook alle tags voor Karin Fellner op dit blog..

 

Uit: hangab zur Kehle

 

 

statt stau wünschst du dir beim abwasch
aura zu hören aus
dem stimmkoffer und dass jemand
spräche vom reizenden scheitern
an unübersetzbaren welten:
flackernde laubgehäuse
eine schwimmschule wolken
blankenese! oder
lausbubenlüftchen dies
pyjamahafte flattern

 

 

 1181037-b0444624eb9d917c485d7fd6500fcd3e.jpg

Karin Fellner (München, 18. Juni 1970)

 

 



De Duitse schrijfster en vertaalster
Mirjam Pressler werd geboren op 18 juni 1940 in Darmstadt. Zie ook alle tags voor Mirjam Pressler op dit blog.

 

Uit: Ein Buch für Hanna

 

“An einem Morgen brach Hanna zusammen, sie blieb einfach auf dem Boden liegen und weinte und konnte nicht mehr aufhören zu weinen. Mira schüttelte sie, aber sie schaffte es nicht einmal, den Kopf zu heben. Die anderen gingen hinunter, um sich ihre Ration des schrecklichen Kaffees zu holen, doch Hanna blieb liegen. Da holte Mira aus ihrem Rucksack einen verschrumpelten Apfel und drückte ihn Hanna in die Hand. „Hier, der ist noch von Rosch Haschana. Ich habe ihn für eine besondere Gelegenheit aufgehoben.“ Sie lächelte.

„Ehrlich gesagt, ich habe gar nicht mehr gewusst, dass er noch da ist, ich habe ihn vorhin erst

entdeckt, sonst hätte ich ihn doch längst gegessen.“

Hanna war so erstaunt, dass sie aufhörte zu weinen. Sie biss in den Apfel, biss hinein und kaute so lange, bis sich das Fruchtfleisch in ihrem Mund aufgelöst hatte und nur noch eine süße, sämige Flüssigkeit übrig blieb, die sie dankbar schluckte. Für einen Moment war es, als säßen sie in Dänemark, in der Küche des Lindenhofs, und Bente hätte ihnen etwas zu essen hingestellt. Mira lächelte sie an, und Hanna verstand, dass Mira ihr ein Spiel anbot: Sie sollten so tun, als ob. Hanna war bereit, dieses Spiel mitzuspielen, Mira sollte sich nicht umsonst bemüht haben. Sie hielt der Freundin den Apfel mit der Aufforderung hin, auch einen Bissen zu nehmen, und fragte: „Wieso hat man euch eigentlich erwischt, nur euch?“ Zugleich wunderte sie sich, warum sie diese Frage erst jetzt stellte.”

 

 

 1181037-9c3ecbd7a3095ab621d966c2d8dc0898.jpg

Mirjam Pressler (Darmstadt, 18 juni 1940)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juni ook mijn blog van 18 juni 2011.
Geschreven door Romenu om 18:57 Reageer op dit bericht

Dolce far niente 12 (Bij Vaderdag)


Dolce far niente 12 (Bij Vaderdag)

 

 

 

 

 1179929-0d936f9bace964dab24c3aff80d23de2.jpg

Kijken hoe vader werkt, Albert Neuhuys (10 juni 1844 –  6 februari 1914)

 

 

 

 

My Father

 

The memory of my father is wrapped up in
white paper, like sandwiches taken for a day at work.

Just as a magician takes towers and rabbits
out of his hat, he drew love from his small body,

and the rivers of his hands
overflowed with good deeds.

 

 

 

 1179929-0de7ab273aa516c63a5abfa039b04c76.jpg

Yehuda Amichai (3 mei 1924 – 22 September 2000)

 

 

 

 

Do not go gentle into that good night

 

Do not go gentle into that good night,

Old age should burn and rave at close of day;

Rage, rage against the dying of the light.

 

Though wise men at their end know dark is right,

Because their words had forked no lightning they

Do not go gentle into that good night.

 

Good men, the last wave by, crying how bright

Their frail deeds might have danced in a green bay,

Rage, rage against the dying of the light.

 

Wild men who caught and sang the sun in flight,

And learn, too late, they grieved it on its way,

Do not go gentle into that good night.

 

Grave men, near death, who see with blinding sight

Blind eyes could blaze like meteors and be gay,

Rage, rage against the dying of the light.

 

And you, my father, there on the sad height,

Curse, bless, me now with your fierce tears, I pray.

Do not go gentle into that good night.

Rage, rage against the dying of the light.

 

 

 

1179929-67e8aa13883345d65f495cc4acb2139f.jpg
Dylan Thomas (27 oktober 1914 – 9 november 1953)

 

 

 

 

Vom Vater...

 

Vom Vater hab`ich die Statur,
des Lebens erstes Führen,
vom Mütterchen die Frohnatur
und Lust zu fabulieren.

 

Urahnherr war der Schönsten hold,
das spukt so hin und wieder;
Urahnfrau liebte Schmuck und Gold,
das zuckt wohl durch die Glieder.

 

Sind nun die Elemente nicht
aus dem Komplex zu trennen,
was ist denn an dem ganzen Wicht
Original zu nennen?

 

 

 

 1179929-c2fd4007c30a1a8918d3e2237fe0b59e.jpg

Johann Wolfgang von Goethe (28 augustus 1749 – 22 maart 1832)

 

 



Het geschenk van mijn vader

 

Wij zaten samen, zwijgend, bij het vuur;
mijn lieve vader
en ik.
Bij elk klokgetik
kwam zijn stervensuur
nader en nader.

Hij was rustig en goed;
lijk de moeder
die haar kindje heeft gedekt tot de kin,
en die heengaat op lichte voet,
stil en verblijd.
Zo wist hij zijn denken en daden bedolven
onder Gods warme barmhartigheid.

Hij stond langzaam uit zijn zetel op,
recht en sterk lijk hij had geleefd.
Zijn fijne hand
heeft gebeefd
op mijn hand:
een nevel over ontwakend land.

Hij heeft zijn laatste daad gedaan:
hij gaf me zijn uurwerk,
eenvoudig, zonder één woord,
en monklend is hij te rust gegaan.

Maar, toen ik hem zacht naar het bed geleidde,
wist ik
hoe een Engel, zingend, aanschreed achter ons beide.
Want moedig had mijn vader,
in mijn handen
afstand van daad en tijd gedaan.
Trots en wenend ben ik van hem heengegaan.

 

 

 

 1179929-7c25d581a1e95e61f9e0deaf29d5a491.jpg

Marnix Gijsen (20 oktober 1899 – 29 september 1984)
Geschreven door Romenu om 10:09 Reageer op dit bericht

James Weldon Johnson

De Amerikaanse dichter, schrijver en diplomaat James Weldon Johnson werd geboren op 17 juni 1871 in Jacksonville, Florida Vooral door zijn moeder werd Johnson aangemoedigd om de Engelse literatuur en de Europese muzikale traditie te bestuderen. Hij studeerde aan Atlanta University met de bedoeling dat het onderwijs dat hij daar kreeg zou worden gebruikt om de belangen van de zwarte mensen te bevorderen. Na zijn afstuderen kreeg hij een baan als schoolhoofd in Jacksonville. In 1900 schreef hij het ​​nummer "Til Ev'ry Voice and Sing" ter gelegenheid van de verjaardag van Lincoln. Het lied dat immens populair werd in de zwarte gemeenschap werd bekend als de “Negro National Anthem." Johnson verhuisde naar New York in 1901 om samen te werken met zijn broer Rosamond, een componist, en kreeg een beetje succes als songwriter voor Broadway, maar koos er in 1906 uiteindelijk voor om Amerikaanse consul in Venezuela te worden. In dienst van het corps diplomatique publiceerde Johnson gedichten in Century Magazine en in The Independent. In 1912, publiceerde Johnson onder een pseudoniem “The Autobiography of an Ex-Colored Man”, het verhaal van een muzikant die zijn zwarte roots verwerpt voor een leven van materieel comfort in de witte wereld. De roman onderzoekt de kwestie van raciale identiteit in de twintigste eeuw, een gemeenschappelijk thema bij de schrijvers van de Harlem Renaissance.

 

 

Brothers

 

See! There he stands; not brave, but with an air
Of sullen stupor. Mark him well! Is he
Not more like brute than man? Look in his eye!
No light is there; none, save the glint that shines
In the now glaring, and now shifting orbs
Of some wild animal caught in the hunter's trap.

How came this beast in human shape and form?
Speak, man! - We call you man because you wear
His shape-How are you thus? Are you not from
That docile, child-like, tender-hearted race
Which we have known three centuries? Not from
That more than faithful race which through three wars
Fed our dear wives and nursed our helpless babes
Without a single breach of trust? Speak out!
I am, and am not.

Then who, why are you?


I am a thing not new, I am as old
As human nature. I am that which lurks,
Ready to spring whenever a bar is loosed;
The ancient trait which fights incessantly
Against restraint, balks at the upward climb;
The weight forever seeking to obey
The law of downward pull; and I am more:
The bitter fruit am I of planted seed;
The resultant, the inevitable end
Of evil forces and the powers of wrong.

Lessons in degradation, taught and learned,
The memories of cruel sights and deeds,
The pent-up bitterness, the unspent hate
Filtered through fifteen generations have
Sprung up and found in me sporadic life.
In me the muttered curse of dying men,
On me the stain of conquered women, and
Consuming me the fearful fires of lust,
Lit long ago, by other hands than mine.
In me the down-crushed spirit, the hurled-back prayers
Of wretches now long dead, - their dire bequests, -
In me the echo of the stifled cry
Of children for their bartered mothers' breasts.

I claim no race, no race claims me; I am
No more than human dregs; degenerate;
The monstrous offspring of the monster, Sin;
I am-just what I am . . . . The race that fed
Your wives and nursed your babes would do the same
To-day, but I -
Enough, the brute must die!
Quick! Chain him to that oak! It will resist
The fire much longer than this slender pine.
Now bring the fuel! Pile it 'round him! Wait!
Pile not so fast or high! or we shall lose
The agony and terror in his face.
And now the torch! Good fuel that! the flames
Already leap head-high. Ha! hear that shriek!
And there's another! Wilder than the first.
Fetch water! Water! Pour a little on
The fire, lest it should burn too fast. Hold so!
Now let it slowly blaze again. See there!
He squirms! He groans! His eyes bulge wildly out,
Searching around in vain appeal for help!
Another shriek, the last! Watch how the flesh
Grows crisp and hangs till, turned to ash, it sifts
Down through the coils of chain that hold erect
The ghastly frame against the bark-scorched tree.

Stop! to each man no more than one man's share.
You take that bone, and you this tooth; the chain -
Let us divide its links; this skull, of course,
In fair division, to the leader comes.

And now his fiendish crime has been avenged;
Let us back to our wives and children. - Say,
What did he mean by those last muttered words,
'Brothers in spirit, brothers in deed are we'?

 

 

 

 1338229-024fa2aa77df6be8e175735898b43577.jpg

James Weldon Johnson (17 juni 1871 – 26 juni 1938)

Portret door Laura Wheeler Waring, 1943

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten