Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 13 september 2012 tot 14 september 2012

Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Faverey op dit blog.

 

 

 

Aan zijn zeer netelige draad

 

Aan zijn zeer netelige draad
daalt neer in de afgrond

een kleine soevereine spin en schuift
mijn lichaam terzijde. Het is een spin,

die zijn landing opschort tot ik mij
uit zijn kloof heb verwijderd. Zodra hij

de bodem heeft bereikt, is dat het teken
dat de rivier zijn bron heeft bestormd.



 

 

 

Zodra de steen er ligt herneemt

 

Zodra de steen er ligt herneemt
zijn lot haar loop. De steen weet niet
van opgeven: hij herhaalt zich;

zijn blinde hoort hem. Deze weet
vooreerst nog niet wat te doen met wat

hem vreemd is. Hij legt beide handen
op de toetsen, hij herhaalt wat hem
is geleerd. Hij brengt wijzigingen aan;
hij herneemt zich, raakt ontroerd.


 

 

 

Chrysanten

 

De chrysanten,
die in de vaas op de tafel
bij het raam staan: dat

zijn niet de chrysanten
die bij het raam
op de tafel
in de vaas staan

De wind die je zo hindert
en je haar door de war maakt,

dat is de wind die je haar verwart;
het is de wind waardoor je niet
meer gehinderd wilt worden
als je haar in de war is.

 

 

 

 

 1236378-1102efa469983959b622cae722ce3096.jpg

Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

Hans Faverey, C. Buddingh' en Remco Campert

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Theodor Storm werd geboren in Husum op 14 september 1817. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Theodor Storm op dit blog.

 

Uit: Die Regentrude

 

„Einen so heißen Sommer, wie nun vor hundert Jahren, hat es seitdem nicht wieder gegeben. Kein Grün fast war zu sehen; zahmes und wildes Getier lag verschmachtet auf den Feldern.

Es war an einem Vormittag. Die Dorfstraßen standen leer; wer nur konnte, war ins Innerste der Häuser geflüchtet; selbst die Dorfkläffer hatten sich verkrochen. nur der dicke Wiesenbauer stand breitspurig in der Torfahrt seines stattlichen Hauses und rauchte im Schweiße seines Angesichts aus seinem großen Meerschaumkopfe. Dabei schaute er schmunzelnd einem mächtigen Fuder Heu entgegen, das eben von seinen Knechten in die Diele gefahren wurde. – Er hatte vor Jahren eine bedeutende Fläche sumpfigen Wiesenlandes um einen geringen Preis erworben, und die letzten dürren Jahre, welche auf den Feldern seiner Nachbarn das Gras versengten, hatten ihm die Scheuern mit duftendem Heu und den Kasten mit blanken Krontalern gefüllt.

So stand er auch jetzt und rechnete, was bei den immer steigenden Preisen der Überschuß der Ernte für ihn einbringen könne. »Sie kriegen alles nichts«, murmelte er, indem er die Augen mit der Hand beschattete und zwischen den Nachbarsgehöften hindurch in die flimmernde Ferne schaute; »es gibt gar keinen Regen mehr in der Welt.« Dann ging er an den Wagen, der eben abgeladen wurde; er zupfte eine Handvoll Heu heraus, führte es an seine breite Nase und lächelte so verschmitzt, als wenn er aus dem kräftigen Duft noch einige Krontaler mehr herausriechen könne.

In demselben Augenblicke war eine etwa fünfzigjährige Frau ins Haus getreten. Sie sah blaß und leidend aus, und bei dem schwarzseidenen Tuche, das sie um den Hals gesteckt trug, trat der bekümmerte Ausdruck ihres Gesichtes nur noch mehr hervor. »Guten Tag, Nachbar«, sagte sie, indem sie dem Wiesenbauer die Hand reichte, »ist das eine Glut; die Haare brennen einem auf dem Kopfe!«

»Laß brennen, Mutter Stine, laß brennen«, erwiderte er, »seht nur das Fuder Heu an! Mir kann's nicht zu schlimm werden!«

»Ja, ja, Wiesenbauer, Ihr könnt schon lachen; aber was soll aus uns andern werden, wenn das so fortgeht!«

Der Bauer drückte mit dem Daumen die Asche in seinen Pfeifenkopf und stieß ein paar mächtige Dampfwolken in die Luft. »Seht Ihr«, sagte er, »das kommt von der Überklugheit. Ich hab's ihm immer gesagt; aber Euer Seliger hat's allweg besser verstehen wollen. Warum mußte er all sein Tiefland vertauschen! Nun sitzt Ihr da mit den hohen Feldern, wo Eure Saat verdorrt und Euer Vieh verschmachtet.«

 

 

1236378-ff1f29e421bb58b53c8c7f7a32c27ac5.jpg
Theodor Storm (14 september 1817 - 4 juli 1888)

 

 

 


De Surinaamse schrijver
Leo Henri Ferrier werd geboren in Paramaribo op 14 september 1940. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Leo Ferrier op dit blog.

 

Uit: Hoogtij overzee ( Notities van een vriend)

 

„Ik kan er niet meer tegen. Dit is al de achtste inbraak! Alle koperen antiek gestolen, die ik van mijn grootvader gekregen heb. Hij is vijfentachtig. De afgelopen vijf weken was er iedere keer een deur of raam geforceerd. Nu hebben ze weer hun slag geslagen. En dan te weten dat alle kamers apart op slot zijn! Al dat gezeur met die sleutels. Ook iets om een zenuwinzinking van te krijgen. Ze zijn gewoon door zo'n spleet boven een deur weet je, wel van twintig centimeter muskietengaas gekropen.

De rest van alle ellende. Ik kán het niet! Ik kan niet schrijven. Nergens deug ik voor. De hele werkkast ligt nu vol met tiksels voor drie nieuwe boeken. Ik heb nog nooit zoveel geschreven. Toch zou ik die hele rotzooi de rivier in willen smijten. Ik kan er niet eens één, laat staan drie behoorlijke boeken van maken. Bijna twee jaar terug in Suriname. Niemand! Niets!! Geen vrienden. Steeds erger ervaar ik mijn alleen zijn als een hinderlijke eenzaamheid, die ik niet langer wens te aanvaarden. Waarom heb ik niemand? Gewoon een ander, die voor mij een ‘iemand’ is. Maar ja, je weet wel hoe het met dit soort verlangens gaat.

Ik ontmoet straks inderdaad een vriend om mee te leven. Gaat eindelijk schitterend met hem, juicht een ieder die het hopelijk echt met me meent. Maar jawel hoor, na drie maanden of zo lig ik dan met een maagzweer of longkanker in het ziekenhuis. En, afgelopen natuurlijk. Ik zal dan ook nog zo stom zijn het optimaal te gaan aanvaarden, zoals ik dat met alles doe. Altijd maar stilblijven. Nooit eens klagen, verdomme! Ik walg van mezelf. Flinkdoenerij allemaal! Ondertussen heb ik hier twee jaar van dat schijtsalaris al maar een bankschuld zitten afbetalen. Nu moet ik ze gewoon smeken voor een goed instrument. Niet eens een beetje geld voor een leuk hemd of een hippe broek. (De buit van de eerste diefstal bestond uit alle en dan ook alle mooie overhemden en zelfs mijn ondergoed.) Anderen rijden met gemak in auto's. Ik kan niet eens een tweedehands fiets kopen!“

 

 

 1236378-559bb8899f4706a28aff084e86bf5c0c.jpg

Leo Ferrier (14 september 1940 - 30 juli 2006)

 

 

 

 

 

De Surinaamse dichter, schrijver, journalist en muziekpedagoog Corly Verlooghen werd geboren op 14 september 1932 in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Corly Verlooghen op dit blog.

 

 

Prikkeldraad

 

Ik verlang van bloedswege

bij je te horen uiteindelijk

en niets meer dan in

de broeikas der eerlijkste

emotie het feestlicht

op duizend kilowatt

te draaien

 

maar om jou heen hebben

de goden hun prikkeldraad

gespannen op alle hoeken

het sein op rood gezet.

 

 

 

Hier hoor ik thuis

 

Hier hoor ik thuis

en is mijn adem één

met het parfum der zonnebloemen

hier spiegelt in de stroom

der mijmering de boom

der glimlach bronzen dromen

van een ontloken mulattin

 

ik noem haar Surinette zo creools

als de tamtam-cadans waarop

onder de maanverlichte palmen

haar warme heupen gaan

 

hier hoor ik thuis

in de placenta van West-Indië

voedt zich het nieuw Guyanakind

de schoonste vrouw van Suriname

heeft eens oprecht bemind daarom

hier hoor ik thuis...

 

 

 

 1236378-c71a2c9d1480eb94564e8bbd4adf3b70.jpg

Corly Verlooghen (Paramaribo, 14 september 1932)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e september ook mijn blog van 14 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 19:39 Reageer op dit bericht

Tõnu Õnnepalu, Janusz Glowacki, Julian Tuwim, Nicolaas Beets, Roald Dahl

De Estische dichter, schrijver en vertaler Tõnu Õnnepalu werd geboren op 13 september 1962 in Tallin. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Tõnu Õnnepalu op dit blog.

 

Uit: Das Boskop-Land (Vertaald door Horst Bernhardt)

 

„Neulich träumte ich, ich sei wieder in Feldafing am Starnberger See. Ich gehe die Himmelsleiter – so heißt der Weg tatsächlich – hinauf zur Villa Waldberta. Schneebedeckte Berggipfel strahlen von Ferne in einem mystischen gelben Licht. Und ich weiß, dass ich in Indien bin. Ich bin nie in Indien gewesen und werde vielleicht auch nie dorthin kommen. Ich habe Filme gesehen und Bücher darüber gelesen, aber ich weiß, dass das nicht viel nützt.

Im 13. Jahrhundert lebte in Deutschland der Franziskanermönch Bartholomäus Anglicus, Verfasser der Enzyklopädie Liber de proprietatibus rerum, in der er das damals gerade christianisierte Estland beschreibt. Bartholomäus war nie dort gewesen, er schrieb über ein Land, das er nur vom Hörensagen kannte. „Vironia“, so berichtet er über den nördlichen Teil von Estland, „ist eine kleine Provinz, von Dänemark gen Osten gelegen. Die Bewohner des Landes waren früher wilde, rohe und primitive Barbaren. Jetzt aber sind sie den dänischen Königen und Gesetzen unterworfen. Dieses Land ist von den Nowgorodern und den Russen durch einen gewaltigen Fluss mit Namen Narwa getrennt.“

Jetzt, kurz vor dem EU-Beitritt, kommen viele Journalisten und Fernsehteams aus dem „alten Europa“ nach Estland, die, ähnlich wie seinerzeit Bartholomäus Anglicus, einen knappen, griffigen Überblick über eine relativ unbekannte Gegend geben wollen. Viel weiter als er scheinen sie es dabei nicht zu bringen. Alle wollen unbedingt einen Blick auf den „gewaltigen“ Fluss Narwa (und die dazugehörige Festung) werfen, die künftige Grenze der Europäischen Union. Und Estland ist immer noch eine abgelegene „wilde“ Provinz (wenn auch inzwischen „Königen und Gesetzen unterworfen“) irgendwo im Osten, hinter der Russland beginnt. Grenzland. Und damit ist eigentlich schon alles gesagt.”

 

 

 1235773-8c50fbd8cecf610091a50f5444763f16.jpg

Tõnu Õnnepalu (Tallin, 13 september 1962)

 

 

 

 

De Poolse schrijver Janusz Glowacki werd geboren op 13 september 1938 in Poznań. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Janusz Glowacki op dit blog.

 

Uit: Good night, Jerzy (Vertaald door David Frick)

 

“Perhaps,” sighed Roger, pouring us some more Chilean black wine.  “Perhaps.  But what do you really want to say about him that’s new?”
We were sitting in comfortable cane armchairs.  It was October, in other words, what they call Indian Summer here.  Fog was rising from over the Hudson, the ships had already sailed away, and the lights of New Jersey had become less distinct.  Roger had put on a little weight lately, but for seventy he looked great.  His watery round eyes were attentive, and his lips were in constant motion.  He would eat napkins, theater tickets, and parking stubs.  There was often quite a lot of trouble on account of this.
“Because we all know he told lies,” Raul added.  “And it is also obvious that he left almost no literary legacy.”
A fat black tomcat jumped up on Raul’s lap.  It nudged him in the stomach, demanding to be petted.  And Raul devoted himself completely to the cat, which was in ecstasy, stiffened, raised its tail, and stuck its rear in the air.  And when Raul obediently began to scratch it in the vicinity of the tail, it began to whine, more like a dog than a cat.
“He was definitely intelligent, in fact, very much so,” said Roger, affectionately watching the cat’s contortions.  “Perhaps even intelligent enough to suspect that the majority of what he wrote was worthless, and that it would fall apart like a house of cards with the slightest breeze.”  He leaned toward Raul and blew on the cat’s rear.  “And that is why he needed some sort of big final spectacle.  Do you remember, Raul?  Jerzy often said suicide is the best method for prolonging your life.”
For a moment we all watched what was going on with the black cat.  The other three cats were watching him too.  They were no longer indifferent; they were starting to stretch and stiffen in their armchairs.
“If that’s so,” I asked, “then why did all of you fall on your knees before him?  You wrote that Jerzy was a cross between Beckett and Dostoyevsky, Genet and Kafka.”

 

 

 1235773-841477f9ba29df6318c50a45076e6e8f.jpg

Janusz Glowacki (Poznań, 13 september 1938)

 

 

 

 

De Poolse dichter Julian Tuwim werd geboren in Łódź op 13 september 1894. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Julian Tuwim op dit blog.

 

 

The Common Man

 

When plastered billboards scream with slogans
'fight for your country, go to battle'
When media's print assults your senses,
'Support our leaders' shrieks and rattles...
And fools who don't know any better
Believe the old, eternal lie
That we must march and shoot and kill
Murder, and burn, and bomb, and grill...

When press begins the battle-cry
That nation needs to unify
And for your country you must die...
Dear brainwashed friend, my neighbor dear
Brother from this, or other nation
Know that the cries of anger, fear,
Are nothing but manipulation
by fat-cats, kings who covet riches,
And feed off your sweat and blood - the leeches!
When call to arms engulfs the land
It means that somewhere oil was found,
Shooting 'blackgold' from underground!
It means they found a sneaky way
To make more money, grab more gold
But this is not what you are told!

Don't spill your blood for bucks or oil
Break, burn your rifle, shout: 'NO DEAL!'
Let the rich scoundrels, kings, and bankers
Send their own children to get killed!
May your loud voice be amplified
By roar of other common men
The battle-weary of all nations:
WE WON'T BE CONNED TO WAR AGAIN!

 

 

 

 1235773-bbfb33fec16bb1f8198490221da4ad9f.jpg

Julian Tuwim (13 september 1894 – 27 december 1953)

 

 



De Nederlandse dichter, predikant en hoogleraarr Nicolaas Beets werd geboren op 13 september 1814 in Haarlem. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Nicolaas Beets op dit blog.

 

 

Najaarslied

 

Ik ken geen schoner kleuren
Dan die van 't Hollands bos
In bruine najaarsdos;
Ik ken geen zoeter geuren,
Dan die uit droge mos,
Uit geelrode eikenbladeren
En varenkruid dat bloeit,
Mij op het koeltje naderen,
Dat met mijn lokken stoeit.

Ik ken geen schoner zangen
Dan vink en lijster slaakt,
Bij 't morgenlicht ontwaakt,
Eer hen de strikken vangen,
Door al wat zingt gewraakt:
De wildzang uit de twijgen
Met vochtig rag omstrikt,
Dat, als de dampen stijgen,
Met parels blijft bestikt.

Ik ken geen schoner luchten
Dan waar de herfst mee praalt,
Als 't zonlicht nederdaalt
En dorpen en gehuchten
In goud en kleuren maalt.
Dan rijzen blanke rotsen
En donkre bergen op,
Begroeid met ruige bossen,
Verguld aan rand en top.

Dan spelen alle verven
Dooreen met stille pracht,
Tot dat ze, schoon en zacht,
Versmelten en versterven,
En zeggen: ‘Het wordt nacht!
Weer is een dag vervlogen;
Welhaast een jaargetij:
Een jaar gaat voor uwe ogen,
Gelijk een damp voorbij.’

 

 

 

 1235773-3be38a08525170ba622743918539876a.jpg

Nicolaas Beets (13 september 1814 – 13 maart 1903)

 

 

 


De Britse schrijver
Roald Dahl werd geboren op 13 september 1916 in Llandalf, Zuid-Wales. Zie
ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Roald Dahl op dit blog.

 

Uit: The Magic Finger

„And when she turned around to write something on the blackboard, we saw that she had grown a tail as well! It was a huge bushy tail!

I cannot begin to tell you what happened after that, but if any of you are wondering whether Mrs. Winter is quite all right again now, the answer is No. And she never will be.

The Magic Finger is something I have been able to do all my life.

I can’t tell you just how I do it, because I don’t even know myself.

But it always happens when I get cross, when I see red …

Then I get very, very hot all over …

Then the tip of the forefinger of my right hand begins to tingle most terribly …

And suddenly a sort of flash comes out of me, a quick white flash, like something electric.

It jumps out and touches the person who has made me cross …

And after that the Magic Finger is upon him or her, and things begin to happen ….“

 

 

 

1235773-ede1b1bf7fb3f4d93a05e535c1b965b7.jpg 

Roald Dahl (13 september 1916 – 23 november 1990)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e september ook mijn blog van 13 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 20:13 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten