Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 17 oktober 2012 tot 18 oktober 2012

In Memoriam Inge Lievaart

In Memoriam Inge Lievaart

 

 

De Nederlandse dichteres Inge Lievaart is maandag op 95-jarige leeftijd overleden in haar woonplaats Scheveningen. Ze was bekend van haar religieuze en mystieke gedichten. Inge Lievaart werd geboren op 14 april 1917 in Oosterend. Ze was, vanwege de vaak mystieke en religieuze boodschap van haar gedichten, vooral bekend in protestants-christelijke kringen. Zie ook alle tags voor Inge Lievaart op dit blog.

 

 

 

Wat steen was

 

Is er een diepere dood: mensen gaan dicht

voor elkaar kunnen geen kier meer open

harten zijn dicht voor God steen, in zichzelf besloten.

 

Is er nog leven dat breekt wel een

hamer zo hard een beitel zo scherp iemand die

iets er op weet?

 

Luister, een woord wekt het  oor

Luister, wat steen was beweegt

Hij die aan ons zich

verloor open tot op het eind breekt

als de Levende door roepende tot men Hem kent.  

 

 

 

 1258404-054010f4cdd487cb9b1f0c1fcfec27a8.jpg

Inge Lievaart (14 april 1917 – 15 oktober 2012)

Geschreven door Romenu om 18:24 Reageer op dit bericht

Heinrich von Kleist, Rick Moody, Raymond Brulez, Kees Fens, Jan Erik Vold

De Duitse dichter en schrijver Heinrich von Kleist werd geboren op 18 oktober 1777 in Frankfurt an der Oder. Zie ook mijn blog van 18 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Heinrich von Kleist op dit blog.


Uit: Michael Kohlhaas


“Er ritt einst, mit einer Koppel junger Pferde, wohlgenährt alle und glänzend, ins Ausland, und überschlug eben, wie er den Gewinst, den er auf den Märkten damit zu machen hoffte, anlegen wolle: teils, nach Art guter Wirte, auf neuen Gewinst, teils aber auch auf den Genuß der Gegenwart: als er an die Elbe kam, und bei einer stattlichen Ritterburg, auf sächsischem Gebiete, einen Schlagbaum traf, den er sonst auf diesem Wege nicht gefunden hatte. Er hielt, in einem Augenblick, da eben der Regen heftig stürmte, mit den Pferden still, und rief den Schlagwärter, der auch bald darauf, mit einem grämlichen Gesicht, aus dem Fenster sah. Der Roßhändler sagte, daß er ihm öffnen solle. Was gibts hier Neues? fragte er, da der Zöllner, nach einer geraumen Zeit, aus dem Hause trat. Landesherrliches Privilegium, antwortete dieser, indem er aufschloß: dem Junker Wenzel von Tronka verliehen. – So, sagte Kohlhaas. Wenzel heißt der Junker? und sah sich das Schloß an, das mit glänzenden Zinnen über das Feld blickte. Ist der alte Herr tot? – Am Schlagfluß gestorben, erwiderte der Zöllner, indem er den Baum in die Höhe ließ. – Hm! Schade! versetzte Kohlhaas. Ein würdiger alter Herr, der seine Freude am Verkehr der Menschen hatte, Handel und Wandel, wo er nur vermochte, forthalf, und einen Steindamm einst bauen ließ, weil mir eine Stute, draußen, wo der Weg ins Dorf geht, das Bein gebrochen. Nun! Was bin ich schuldig? – fragte er; und holte die Groschen, die der Zollwärter verlangte, mühselig unter dem im Winde flatternden Mantel hervor. »Ja, Alter«, setzte er noch hinzu, da dieser: hurtig! hurtig! murmelte, und über die Witterung fluchte: »wenn der Baum im Walde stehen geblieben wäre, wärs besser gewesen, für mich und Euch«; und damit gab er ihm das Geld und wollte reiten. Er war aber noch kaum unter den Schlagbaum gekommen, als eine neue Stimme schon: halt dort, der Roßkamm! hinter ihm vom Turm erscholl, und er den Burgvogt ein Fenster zuwerfen und zu ihm herabeilen sah. Nun, was gibts Neues? fragte Kohlhaas bei sich selbst, und hielt mit den Pferden an. Der Burgvogt, indem er sich noch eine Weste über seinen weitläufigen Leib zuknüpfte, kam, und fragte, schief gegen die Witterung gestellt, nach dem Paßschein. – Kohlhaas fragte: der Paßschein? Er sagte ein wenig betreten, daß er, soviel er wisse, keinen habe; daß man ihm aber nur beschreiben möchte, was dies für ein Ding des Herrn sei: so werde er vielleicht zufälligerweise damit versehen sein.”


1258430-d05a9d5d046f79a09d6f1d06881d20c5.jpg
Heinrich von Kleist (18 oktober 1777 - 21 november 1811)

Cover




De Amerikaanse schrijver
Rick Moody werd geboren op 18 oktober 1961 in New York. Zie ook mijn blog van 18 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Rick Moody op mijn blog.


Uit: The Diviners


“Never be alone in a room with a man who is too thin. Never walk near an idling automobile if it has tinted windows. Next she would speak of the constellations, how the constellations were catalogued during the Roman Empire. She knows about the Roman Empire from her father and his father, and she knows about it from the priests in the schoolyard of Dyker Heights, where she lived as a girl. She also once watched a miniseries on the subject of the Roman Empire. The emperors poisoned one another.The emperors knew a lot about poisons. She lifted and carried children, kissed them on their dirty necks. It is not right that Emilia from the ravioli store should even consider saying anything about the colitis, the gas, the headaches, the corns, the scabs, the breath, or the hair that is falling out. Or the blindness, or the incipient deafness, or the fact that Rosa is too skinny. Her dresses hang off her, like sheets draped over furniture in shuttered houses.

The cat is disturbed by a migrating foot from his spot in a spiral of bedclothes at the end of the bed. The cat resembles the black-and-whites of civic policing, but she does not like the name her daughter has given him and will not utter it.The animal hops gamely to the floor, waits. Will Rosa feed him? Now Rosa Elisabetta smooths her threadbare nightgown over her legs, pulls an old pink sweater from a squeaky dresser drawer just opposing, and wraps it around herself.Winches herself up on swollen knees and hips. This is her submission to the order of aging and infirmity. She knows what is to come now, how long it will take. She passes across the hardwood floor with its inlays of cherry and mahogany, into the sitting room, careful to avoid stacks of reading material beside the chair, some large stacks, in front of the French doors leading out to the garden. She flips on the television on the way past, 6:21AM. A twenty-four-inch monitor that she bought used from a newspaper advertisement.”


1258430-68fb236dc235588a2650a55c098e775e.jpg

Rick Moody (New York, 18 oktober 1961)





De Belgische schrijver
Raymond Brulez werd geboren te Blankenberge op 18 oktober 1895. Zie ook mijn blog van 18 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Raymond Brulez op dit blog.


Uit: Ultima Thule


„Mevrouw Buloz stelde mij een betrekking voor bij haar vriend meneer Goffaux, die de mooie villa ‘Ultima Thule’ op den dijk bewoonde. Ik zou er, na schooltijd, dagelijks anderhalf uur correspondentie doen en de boeken van den zakenman in orde houden. Mijn moeder aarzelde vooraleer dit voorstel te aanvaarden. Zij oordeelde inderdaad dat de arbeid slechts ‘adelt’ zoo hij, aan de hand en binnen de perken van een geregistreerd universiteitsdiploma verricht wordt. Maar ik aanvaardde volgaarne een betrekking die mij wat onafhankelijke inkomsten zou verzekeren.

‘Je moet niet langs den dijk, maar langs de Graaf Janstraat binnengaan...’ raadde moeder mij aan. ‘Ultima Thule’ had landinwaarts een tweede ingang, waarop ‘Pour le Service’ geschilderd stond. Moeder hoopte dat mijn betrekking aldus zou kunnen ongeweten blijven en ik dus in de volledige beteekenis van het woord een ‘geheimschrijver’ zou zijn. Derwijze moesten mijn komen en gaan voor den hotelier Verriest die op den dijk nevens de villa ‘Ultima Thule’ woonde en terecht doorging voor de ‘Gazet van Borgen’, verdoken blijven.

Deze voorzichtige taktiek werd echter verijdeld door de beleefdheid van Goffaux, die niet wilde gedoogen dat zijn ‘sekretaris’ langs de deur binnenkwam, waar de melkvrouw, de slagersjongen en de bakker hun boodschappen afgaven. Trouwens na afloop van mijn dagtaak, had hij de gewoonte, terwijl hij mij op de trappen van het villaterras uitgeleide deed, mij nog een half uurtje bezig te houden met praatjes over economische, politieke en artistieke gebeurtenissen van den dag. En daar wij, aldus in de avondzon als twee bronzen standbeelden te pronken stonden, was Verriest al dadelijk te weten gekomen ‘dat Julien Martijn schrijfwerk deed...’

Meneer Goffaux geloofde niet dat het Oostenrijksch-Servisch geschil tot internationale verwikkelingen aanleiding kon geven. ‘Het feit dat heetgebakerde Hongaarsche tziganen en Servische zwijnkooplieden onderling hun ruzie uitvochten, hoefden zich fatsoenlijke Staten als Engeland, Duitschland en Frankrijk niet aan te trekken. En moesten ook in déze landen de heeren van den Generalen Staf op een avontuurtje belust blijken, dan zou een telefoontje tusschen de bestuurders van de “Deutsche Bank” en het “Crédit Lyonnais” volstaan om alle snoode plannen dadelijk stop te zetten.’ Want Goffaux had een onbegrensd vertrouwen in de politieke vredelievende macht der internationale financie...“



1258430-534b8a5aa45474065e401cf4a05c8844.jpg

Raymond Brulez (18 oktober 1895 – 17 augustus 1972)





De Nederlandse literatuurcriticus, essayist en letterkundige
Kees Fens werd geboren in Amsterdam op 18 oktober 1929. Zie ook mijn blog van 18 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Kees Fens op dit

blog.


Uit: Puriteinen en piraten, filosofen en sluipmoordenaars. Over het proza van Vestdijk


“
Vestdijks jongste roman, De held van Temesa, eindigt in een gruwelijke moordscène. In het heiligdom van Temesa's held, Odysseus' gezel Polites, wordt de nieuwe held van Temesa, de vuistvechter Euthymos, afgeslacht door de Polites-priester Plexippos samen met zijn dochter Mekionike. Kort tevoren had Euthymos de held Polites, die jaarlijks een veertienjarig meisje als slachtoffer eiste, verdreven. Zo wordt het althans in Temesa geloofd. In werkelijkheid heeft Polites nooit meisjes van Temesa overmeesterd, hij is zelfs nooit uit de onderwereld in het heiligdom gekomen. De werkelijke aanrander en moordenaar van de meisjes is de Polites-priester geweest. Euthymos, als eerste wakende tijdens de rituele uren het heiligdom binnengedrongen, greep in, toen Plexippos in verdoving voor de zoveelste keer tot verkrachting en moord wilde overgaan. Euthymos vertelt dat in vertrouwen aan Plexippos met de opmerking dat hij, Plexippos, altijd de held van Temesa is geweest. Als prijs voor zijn zwijgen bedingt Euthymos Plexippos' dochter. Plexippos stemt toe, na als plaats van ontmoeting tussen de twee het heiligdom van Polites geëist te hebben. Plexippos dwingt Euthymos dus in de rol van Polites, zijn dochter is het slachtoffer. Zelf speelt hij echter de rol die Euthymos eens zichzelf had toebedacht: hij redt zijn dochter en vermoordt de nieuwe Polites, Euthymos. In zijn dochter wint hij dan zijn vrouw Orseïs, eerste slachtoffer van Plexippos aan Polites, terug.

Men kan de moord een gevolg van Euthymos' chantagepoging noemen. Met die verklaring kan echter niet volstaan worden. Plexippos' zwaarste ogenblik moet het geweest zijn, toen hij van Euthymos vernam, dat hij de held van Temesa was. Wat betekende dat? Hij had zich altijd een dienaar van Polites geweten, een trouw dienaar, wie de dienst van de held voor alles ging. Hij is evenwel zelf vele malen, de eerste keer bij de dood van zijn vrouw Orseïs, Polites geweest. Er heeft, buiten zijn wil om, want hij beging zijn rituele moorden in verdoving, een gelijkwording aan Polites plaats gehad. De dienaar werd de trouw gediende held. Leerling en meester vergroeiden tot een eenheid. Plexippos' wereld moet ingestort zijn, hij verloor niet zijn geloof, hij verloor zijn dienst, die hij ongewild en onbewust ver te buiten was gegaan. Polites zelf viel niet te doden. Slachtoffer, plaatsvervangend offer, werd Euthymos. In hem vermoordt hij Polites, in hem ook de Polites in zichzelf”

.

1258430-fcc96b3263e3d2e44c13968f3bef3d72.jpg
Kees Fens (18 oktober 1929 - 14 juni 2008)





De Noorse dichter, vertaler en musicus
Jan Erik Vold werd geboren op 18 oktober 1939 in Oslo. Zie ook mijn blog van 18 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Jan Erik Vold op dit blog.


Uit: Twelve Meditations



the world

turns a blank page. Golden leaves

in

the parks, a fresh dash

down the

gravel walk – out of breath

you stop

behind the next corner, to watch

the policeman

rush

in the

wrong direction.



graffiti

on concrete

walls, their screams

seem merely silly. Despite

all the catchy

letters. God is an arrow

we aim

at the sun. Crush

me! says

the sun, like a

window plane. Then the shadow

devours the train.



1258431-f1f00e067aa57ad0b1a8e222f31e8f66.jpg
Jan Erik Vold (Oslo, 18 oktober 1939)




Zie voor nog meer schrijvers van de 18e oktober ook
mijn blog van 18 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Booker Prize voor Hilary Mantel

Booker Prize voor Hilary Mantel

 

De Britse schrijfster Hilary Mantel heeft dinsdag voor de tweede keer de literaire Booker Prize gewonnen. Zij krijgt de prijs voor Bring Up the Bodies. Hilary Mary Mantel werd op 6 juli 1952 als Hilary Mary Thompson in Glossop, Derbyshire, geboren. Zie ook alle tags voor Hilary Mantel op dit blog.

 

Uit: Bring Up the Bodies

 

“His children are falling from the sky. He watches from horse-back, acres of England stretching behind him; they drop, gilt-winged, each with a blood-filled gaze. Grace Cromwell hovers in thin air. She is silent when she takes her prey, silent as she glides to his fist. But the sounds she makes then, the rustle of feathers and the creak, the sigh and riffle of pinion, the small cluck-cluck from her throat, these are sounds of recognition, intimate, daughterly, almost disapproving. Her breast is gore-streaked and flesh clings to her claws.

Later, Henry will say, 'Your girls flew well today'. The hawk Anne Cromwell bounces on the glove of Rafe Sadler, who rides by the king in easy conversation. They are tired; the sun is declining, and they ride back to Wolf Hall with the reins slack on the necks of their mounts. Tomorrow his wife and two sisters will go out. These dead women, their bones long sunk in London clay, are now transmigrated. Weightless, they glide on the upper currents of the air. They pity no one. They answer to no one.

Their lives are simple. When they look down they see nothing but their prey, and the borrowed plumes of the hunters: they see a flittering, flinching universe, a universe filled with their dinner. All summer has been like this, a riot of dismemberment, fur and feather flying; the beating off and the whipping in of hounds, coddling of tired horses, the nursing, by the gentlemen, of contusions, sprains and blisters. And for a few days at least, the sun has shone on Henry. Sometime before noon, clouds scudded in from the west and rain fell in big scented drops; but the sun re-emerged with a scorching heat, and now the sky is so clear you can see into Heaven and spy on what the saints are doing.”

 

 

 1257355-7fbcd28ff7e4ae0f8ab6794987950020.jpg

Hilary Mantel (Glossop, 6 juli 1952)

Geschreven door Romenu om 09:24 Reageer op dit bericht

Simon Vestdijk, Miguel Delibes, Georg Büchner, Arthur Miller, Nel Noordzij

De Nederlandse schrijver Simon Vestdijk werd geboren in Harlingen op 17 oktober 1898. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Simon Vestdijk op dit blog.

 

Uit: De kellner en de levenden

 

‘Gezichtsbedrog,’ glimlachte de tandarts, ‘een knappe truc. De moderne techniek staat voor niets. Later stonden ze weer op de gewone plaats, herinnert u zich maar... Misschien heeft u aan de Openbaring gedacht; maar daarin staat wèl geschreven, dat er geen nacht meer zal zijn, maar niets over de tijd. Ik ben natuurlijk geen autoriteit, al beschouw ik mezelf als tamelijk bijbelvast... Dominee, kunt u ons ook zeggen of er in de Openbaring iets over de tijd staat: dat die er niet meer zijn zal, of stilgezet is, of iets van dien aard?’

‘Maar wat ik zeggen wou; dat-er-geen-tijd-meer-zal-zijn, - waar staat dat beschreven, meneer Veenstra?’

‘In de Bijbel toch zeker?’

 ‘Mij niets van bekend. We zouden dit aan onze dominee moeten vragen, het is niet mijn bedoeling om eh... Hm... U doelt waarschijnlijk op Mattheüs 24, maar daarin staat niets over de tijd; wel over de voleinding der wereld, en oorlogen, en verduistering der zon, en de sterren die van de hemel zullen vallen, en een bazuin met groot geluid, en natuurlijk de komst van Christus...’

 ‘En hebben we die sterren soms niet gezien? In die grote zaal met al die boeken?’

 ‘Gezichtsbedrog,’ glimlachte de tandarts, ‘een knappe truc. De moderne techniek staat voor niets. Later stonden ze weer op de gewone plaats, herinnert u zich maar... Misschien heeft u aan de Openbaring gedacht; maar daarin staat wèl geschreven, dat er geen nacht meer zal zijn, maar niets over de tijd. Ik ben natuurlijk geen autoriteit, al beschouw ik mezelf als tamelijk bijbelvast... Dominee, kunt u ons ook zeggen of er in de Openbaring iets over de tijd staat: dat die er niet meer zijn zal, of stilgezet is, of iets van dien aard?’

Met inspanning van al zijn krachten richtte dominee Van der Woght zich op uit de dodelijke vermoeidheid, die hem nog steeds gekluisterd hield. Werktuiglijk glimlachte hij zijn mooie oude-mannenglimlach, en wijd sperden zijn fletsblauwe ogen zich open, als om te zien, te weten, zich te herinneren wat hij vroeger geweten had. Voor ieder was het duidelijk, dat op dit moment de Openbaring voor hem een boek was met evenveel zegelen gesloten als het boek, waarvan in de Openbaring wordt gerept”.

 

 

 

Simon Vestdijk (17 oktober 1898 – 23 maart 1971)




De Spaanse schrijver
Miguel Delibes werd op 17 oktober 1920 in Valladolid geboren. Zie
ookmijn blog van 17 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Miguel Delibes op dit blog.


Uit: Les Rats (Vertaald door
Rudy Chaulet)


“Peu après le lever du jour, le Nini apparut à l’entrée de la grotte et contempla la nuée de corbeaux réunis en conseil. Les trois peupliers écimés de la rive, couverts de ces gros volatiles, ressemblaient à trois parapluies fermés, la pointe dirigée vers le ciel. Les terres basses de don Antero, le Puissant, tiraient sur le noir dans le lointain, comme un immense champ de cendres.
     La chienne se blottit contre les jambes de l’enfant et il lui caressa l’échine à rebrousse-poil de son pied nu et crasseux, sans la regarder, puis il bâilla, s’étira et leva les yeux vers le ciel lointain et satiné :
     « Le temps est à la gelée, Fa. Dimanche, on ira chasser les rats », dit-il.
     La chienne agita nerveusement sa queue tronquée et fixa sur l’enfant ses prunelles vivaces et jaunâtres. Les paupières de la chienne étaient gonflées et dépourvues de poils ; les chiens de son espèce arrivaient rarement à l’âge adulte les yeux intacts ; ils les perdaient souvent aux broussailles des ruisseaux, criblés par les herses, la renouée et le chiendent.
     Le père Ratier s’agita à l’intérieur, dans la paille, et la chienne, en l’entendant, aboya deux fois ; alors, la bande de corbeaux s’éleva péniblement au-dessus du sol d’un vol paisible et profond, rythmé par un brouhaha de croassements sinistres. Seule une corneille resta immobile sur les mottes sombres et l’enfant, en l’apercevant, courut vers elle en zigzaguant dans les sillons lourds d’humidité, évitant la chienne qui le poursuivait et aboyait à côté de lui. Lorsqu’il ouvrit le piège pour libérer le cadavre de l’oiseau, le Nini observa l’épi d’avoine intact, il le broya alors entre ses petits doigts nerveux et les grains s’éparpillèrent sur le sol.
     Élevant la voix par-dessus les croassements des corbeaux qui battaient lourdement des ailes, très haut, au-dessus de lui, il dit :
     « Il n’a pas réussi à y goûter, Fa ; il n’en a même pas mangé un grain. »




Miguel Delibes (Valladolid, 17 oktober 1920)





De Duitse schrijver
Georg Büchner werd geboren op 17 oktober 1813 in Goddelau. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Georg Büchner op dit blog.


Uit: Dantons Tod


„(Camille Desmoulins und Philippeau treten ein.)

Hérault. Philippeau, welch trübe Augen! Hast du dir ein Loch in die rote Mütze gerissen? Hat der heilige Jakob ein böses Gesicht gemacht? Hat es während des Guillotinierens geregnet? Oder hast du einen schlechten Platz bekommen und nichts sehen können?

Camille. Du parodierst den Sokrates. Weißt du auch, was der Göttliche den Alcibiades fragte, als er ihn eines Tages finster und niedergeschlagen fand: »Hast du deinen Schild auf dem Schlachtfeld verloren? Bist du im Wettlauf oder im Schwertkampf besiegt worden? Hat ein andrer besser gesungen oder besser die Zither geschlagen?« Welche klassischen Republikaner! Nimm einmal unsere Guillotinenromantik dagegen!

Philippeau. Heute sind wieder zwanzig Opfer gefallen. Wir waren im Irrtum, man hat die Hebertisten nur aufs Schafott geschickt, weil sie nicht systematisch genug verfuhren, vielleicht auch, weil die Dezemvirn sich verloren glaubten, wenn es nur eine Woche Männer gegeben hätte, die man mehr fürchtete als sie.

Hérault. Sie möchten uns zu Antediluvianern machen. St. Just säh' es nicht ungern, wenn wir wieder auf allen vieren kröchen, damit uns der Advokat von Arras nach der Mechanik des Genfer Uhrmachers Fallhütchen, Schulbänke und einen Herrgott erfände.

Philippeau. Sie würden sich nicht scheuen, zu dem Behuf an Marats Rechnung noch einige Nullen zu hängen. Wie lange sollen wir noch schmutzig und blutig sein wie neugeborne Kinder, Särge zur Wiege haben und mit Köpfen spielen? Wir müssen vorwärts: der Gnadenausschuß muß durchgesetzt, die ausgestoßnen Deputierten müssen wieder aufgenommen werden!

Hérault. Die Revolution ist in das Stadium der Reorganisation gelangt. – Die Revolution muß aufhören, und die Republik muß anfangen. – In unsern Staatsgrundsätzen muß das Recht an die Stelle der Pflicht, das Wohlbefinden an die der Tugend und die Notwehr an die der Strafe treten. Jeder muß sich geltend machen und seine Natur durchsetzen können. Er mag nun vernünftig oder unvernünftig, gebildet oder ungebildet, gut oder böse sein, das geht den Staat nichts an. Wir alle sind Narren, es hat keiner das Recht, einem andern seine eigentümliche Narrheit aufzudrängen. – Jeder muß in seiner Art genießen können, jedoch so, daß keiner auf Unkosten eines andern genießen oder ihn in seinem eigentümlichen Genuß stören darf.”



Georg Büchner (17 oktober 1813 - 19 februari 1837)

Scene uit een opvoering van Dantons Tod in Wiehl, 2009




De Amerikaanse toneelschrijver
Arthur Miller werd geboren in New York op 17 oktober 1915. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Arthur Miller op dit blog.


Uit:
Timebends: A Life


“Already in the sixties I was surprised by the common tendency to think of the late forties and early fifties as some sort of renaissance in the New York theatre. If that was so, I was unaware of it. I thought the theatre a temple being rotted out with commercialized junk, where mostly by accident an occasional good piece of work appeared, usually under some disguise of popular cultural coloration such as a movie star in a leading role.

That said, it now needs correction; it was also a time when the audience was basically the same for musicals and light entertainment as for the ambitious stuff and had not yet been atomized, as it would be by the mid-fifties, into young and old, hip and square, or even political left and middle and right. So the playwright’s challenge was to please not a small sensitized supporting clique but an audience representing, more or less, all of America. With ticket prices within reason, this meant that an author was writing for his peers, and if such was really not the case statistically, it was sufficiently so to support an illusion that had a basis in reality. After all, it was not thought particularly daring to present T.S. Eliot’s The Cocktail Party on Broadway, or Laurence Olivier in a Greek tragedy, or Giraudoux’s The Madwomen of Chaillot, or any number of other ambitious works. To be sure, such shows had much shorter lives than the trash, but that was to be expected, for most people would much rather laugh than cry, rather watch an actor being hit on the head by a pig bladder than by some painful truth.

The net of it all was that serious writers could reasonably assume they were addressing the whole American mix, and so their plays, whether successfully or not, stretched toward a wholeness of experience that would not require specialists or a coterie to be understood. As alienated a spirit as he was, O’Neill tried for the big audience, and Clifford Odets no less so, along with every other writer longing to prophesy to America, from Whitman and Melville to Dreiser and Hemingway and so on.”




Arthur Miller (17 oktober 1915 – 10 februari 2005)





De Nederlandse schrijfster en dichteres
Nel Noordzij (Eig. Pieternella Margaretha Breevoort-Noordzij) werd geboren in Rotterdam op 17 oktober 1923. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Nel Noordzij op dit blog.


Uit:
Nel Noordzij en het desillusionerende proza (Bespreking door Marianne Vogel)


„Dat Nel Noordzij met haar roman de regels voor een fatsoenlijke beschrijving van de werkelijkheid en tevens die voor een fatsoenlijke beschrijving van de vrouw overtrad, doordat ze beschrijft hoe Renée naar de w.c. gaat, overgeeft, haar onthaarde oksels bekijkt, slechts zelden een ‘aardige’ opmerking tegen iemand maakt en als arts een tot het lichamelijke gereduceerd beeld van haar medemensen heeft, demonstreren de recensies over haar roman. Er wordt weliswaar beweerd dat de kritiek ‘over het algemeen positief [reageerde], omdat iedereen doorzag dat Renée's moedwillige cynisme de keerzijde vormde van een grote kwetsbaarheid.’ Maar alleen al de recensies van de belangrijkste critici geven een tegenstrijdiger beeld. Waar Jan Greshoff en H.A. Gomperts de modieuze, ja pubertaire woordenschat en het overdreven realisme bekritiseren, wijst Pierre Dubois deze bezwaren in twee recensies af en benadrukt de functionaliteit van de stijl van Noordzij, die zijns inziens niet overdreven is, maar juist de eerlijkheid en geloofwaardigheid van de roman ten goede komt. Waar Gomperts de roman alleen als glad cliché beschrijft, prijst Greshoff de overtuigingskracht en buitengewone helderheid van het boek, en besluit zijn recensie met de woorden: als Noordzij zich ‘losmaakt van de gril van de dag, wordt zij een van de allerbelangrijkste schrijvers van ons land. En misschien is zij dat al, in weerwil van haar kinderachtig te koop lopen met de verboden woorden uit de dictionnaire onzer schooljaren.’

Een dergelijk lovend oordeel komt echter maar een keer voor, en ongeveer twee derde van de recensies over Het kan me niet schelen is ronduit afkeurend. De argumenten die daarbij opduiken zijn in twee categorien te verdelen. De ene soort valt onder dezelfde kritiek die ook op het desillusionerend proza van de mannen gegeven werd: saai, naar, pijnlijk, moreel verwerpelijk, getuigt van een monomaan interesse voor bepaalde lichamelijke functies, maakt bezorgd over het effect op jeugdige lezers etc. etc. Dergelijke bezwaren wekken geen verbazing; pas de volgende generatie zou aan het eind van de jaren vijftig enthousiast zijn over deze nihilistisch-onverbloemde literatuur."



Nel Noordzij (17 oktober 1923 – 7 september 2003)

Cover



Zie voor nog meer schrijvers van de 17e oktober ook
mijn blog van 17 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten