Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 24 oktober 2012 tot 25 oktober 2012

Willem Wilmink, Anne Tyler, Daniel Mark Epstein

De Nederlandse dichter, schrijver en zanger Willem Andries Wilmink werd geboren in Enschede op 25 oktober 1936. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Willem Wilmink op dit blog.

 

 

Op doorreis door Vlaanderen

 

Ach mijn vrouw wil naar Zuid-Frankrijk
voor vakantie en vertier.
Daarom rijdt ze nu door Vlaanderen
en ik ben haar passagier.
Meid, waarom zo ver gereden,
waarom blijven we niet hier,
waarom blijven we niet in Vlaanderen
met zijn duizend soorten bier?

Hier zijn middeleeuwse steden,
majesteitelijk en fier,
hier schiep Breughel zijn taferelen
van het landvolk aan de zwier,
hier schiep Rubens vrouwenbillen
die getuigen van plezier,
in het landschap van Stan Ockers
en van Peerke Pollentier.

Weet je soms nog witter bloemen
dan de hagelwitte vlier,
zijn er ergens hogere bomen
dan de Vlaamse populier?
Smalle huizen op de velden:
ieder huis de pionier
van een nooit voltooide hoofdstraat
in een nooit gebouwd kwartier.

Vlaanderen, Vlaanderen door welk noodlot,
door welk wonderlijk bestier
word je steeds voorbij gereden,
worden al je mooie steden,
Brugge, Antwerp, Gent en Lier,
tot op heden steeds gemeden,
waarom blijft er niemand hier?

 

 

 

Moeders handen

 

Je hebt het brood gesmeerd,
onze kleren gekeerd,
ons het pannetje toegeschoven
en de sokken gestopt
en ons ondergestopt...
allemaal met je handen.

Hebt de melk afgedekt
en ons toffees verstrekt
en kranten de wijk rondgedragen,
hebt geschild en versteld
en de hemden geteld...
allemaal met je handen.

Hebt ons menigmaal
ook het warme onthaal
van een oplawaai gegeven.
Hebt ons grootgebracht,
we waren met acht,
zes zijn nog in leven...
allemaal met je handen.

Heet waren ze en koud,
nu zijn ze oud.
En met al onze schade en schande
zijn we huiswaarts gegaan
en we schikken weer aan
en dan strelen we je handen.

 

 

[naar de Duitse dichter
Kurt Tucholsky, 1890-1935]

 

 

 

1262835-07b70cca349058e78bbaaac09f8deb66.jpg
Willem Wilmink (25 oktober 1936 – 2 augustus 2003)

Portret door Mia van Jeveren, 2004

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Anne Tyler werd geboren op 25 oktober 1941 in Minneapolis, Minnesota. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Anne Tyler op dit blog.

 

Uit: The Accidental Tourist

 

“I have so many personal associations with this book that I’m not even sure how to write about it – as a book, I mean. It’s really what brought my first boyfriend and me together … 5 million years ago. I still have the copy he gave to me in that long-ago summer with a note from him in the front. He was older than I was – not by much – 6 or 7 years – but I was 20 years old, so that’s a HUGE age difference. Now it wouldn’t be anything. Hell, 20 years is no longer a big age difference – but back then it was. I was in college, he was in law school, totally different times in our lives. We had known each other for years – I had met him when I was 16. See? I have to talk about all of this before I talk about the book itself. To me, he was a glamorous older guy – my good friend – but not someone I would have thought of romantically. Mainly I felt he was out of my league. You know, I was 20 years old. A late bloomer. A virgin. I had had a boyfriend in college, sort of – but nothing serious or lasting. The guy who would be my first serious boyfriend seemed way more grown-up than me, and always was dating some hot intimidating WOMAN, so I never “crushed” on him because – what would the point of THAT be? But we were good friends, and one summer we started hanging out a lot. Having a blast. (He was such a fun person.) He happened to be reading The Accidental Tourist at the time. I was working 2 or 3 jobs, and he would show up at my place of work, just to say Hi. He would bring me ice coffee. We spent entire days at the beach. We had adventures in a small outboard motor, tooling around Newport, pulling up to docks alongside gigantic YACHTS – and going into whatever bar was there and having a Bloody Mary. I had a cocktail dress in my bag, so we would stroll up the dock, in our flip-flops and shorts, towards some glamorous restaurant, slip into the bathrooms, change into our dress-up duds, and meet at the bar. Then we would go back to the restrooms, change back into our flip-flops and shorts and go back into our outboard motor, and put-put over to the NEXT bar to do it again.”

 

 

1262835-9152a47727164931aa35f1ea348a75d3.jpg
Anne Tyler (Minneapolis, 25 oktober 1941)

 

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en biograaf Daniel Mark Epstein werd geboren op 25 October 1948 in Washington, D.C. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Daniel Mark Epstein op dit blog.

 

 

The Clockmaker

 

Time should be heard as well as seen,

Says the clockmaker, carving a cuckoo bird.

My wife gives the sick child his medicine.

Who said children should be seen, not heard?

 

I work all night until my sight is blurred,

At this abandoned craft that now is mine

For all the comfort folly can afford.

Time should be heard as well as seen.

 

I can’t imagine what life might have been

Without the babies crying, had I preferred

The cloister or the study at nineteen,

Thinks the clockmaker carving a cuckoo bird

 

In hours stolen from sleep, pleasure deferred

For the sake of this obsession, a daft machine

That never can refund the cost incurred.

My wife gives the sick child his medicine

 

Praying he’ll sleep soundly and be fine

Tonight or tomorrow night, someday. The third

Time he cried out wrecked my whole design.

Who said children should be seen, not heard?

 

I dreamed he lay so peaceful that the Lord

Himself believed the stillness was divine

And would not wake him, although my absurd

Clocks froze and went silent for a sign:

 

Time should be heard.

 

 

 1262835-0c14b10c0080657c4f72e221b92826f9.jpg

Daniel Mark Epstein (Washington, 25 oktober 1948)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e oktober ook mijn blog van 25 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:46 Reageer op dit bericht

August Graf von Platen, Onno Kosters, Ernest Claes

De Duitse dichter Karl August Georg Maximilian Graf von Platen-Hallermünde werd geboren op 24 oktober 1796 in Ansbach. Zie ook mijn blog van 24 oktober 2010 en eveneens alle tags voor August Graf von Platen op dit blog.

 

 

Das Sonett an Goethe

 

Dich selbst, Gewalt’ger, den ich noch vor Jahren

Mein tiefes Wesen witzig sah verneinen,

Dich selbst nun zähl ich heute zu den Meinen,

Zu denen, welche meine Gunst erfahren.

 

Denn wer durchdrungen ist vom innig Wahren,

Dem muß die Form sich unbewußt vereinen,

Und was dem Stümper mag gefährlich scheinen,

Das muß den Meister göttlich offenbaren.

 

Wem Kraft und Fülle tief im Busen keimen,

Das Wort beherrscht er mit gerechtem Stolze,

Bewegt sich leicht, wenn auch in schweren Reimen.

 

Er schneidet sich des Liedes flücht’ge Bolze

Gewandt und sicher, ohne je zu leimen,

Und was er fertigt, ist aus ganzem Holze.

 

 

 

Der Pilgrim vor St. Just

 

Nacht ist’s und Stürme sausen für und für,

Hispanische Mönche, schließt mir auf die Tür!

 

Laßt hier mich ruhn, bis Glockenton mich weckt,

Der zum Gebet euch in die Kirche schreckt!

 

Bereitet mir was euer Haus vermag,

Ein Ordenskleid und einen Sarkophag!

 

Gönnt mir die kleine Zelle, weiht mich ein,

Mehr als die Hälfte dieser Welt war mein.

 

Das Haupt, das nun der Schere sich bequemt,

Mit mancher Krone ward’s bediademt.

 

Die Schulter, die der Kutte nun sich bückt,

Hat kaiserlicher Hermelin geschmückt.

 

Nun bin ich vor dem Tod den Toten gleich,

Und fall in Trümmer, wie das alte Reich.

 

 

 

Der Strom, der neben mir verrauschte, wo ist er nun...

 

Der Strom, der neben mir verrauschte, wo ist er nun?
Der Vogel, dessen Lied ich lauschte, wo ist er nun?
Wo ist die Rose, die die Freundin am Herzen trug,
Und jener Kuß, der mich berauschte, wo ist er nun?
Und jener Mensch, der ich gewesen, und den ich längst
Mit einem andern Ich vertauschte, wo ist er nun?

 

 

 

 

 1262231-fefe906cca37de3054a6986a2e683b31.jpg

August Graf von Platen (24 oktober 1796 - 5 december 1835)

Portret door Moritz Rugendas 

 

 

 

De Nederlandse dichter Onno Kosters werd geboren op 24 oktober 1962 in Baarn. Zie ook mijn blog van 24 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Onno Kosters op dit blog.

 

Uit: Citybook Graz

 

 

‘Alte Galerie, Schloss Eggenberg’

 

In het museum rond de binnenplaats

Brueghel de Oudere, ‘Triomf van de dood’.

Ik neem stiekem een foto

om thuis nader te bestuderen, wie weet

is mijn vader dit jaar

 

een van de overwinnaars.

 

 

 

 

Hier is de grote verdwijntruc

 

Hier is de grote verdwijntruc:
kijk naar de vrouw in de kluis,
de deur staat nog aan
en kijk naar de man met die deur
in zijn hand,

die hij sluit.
Zie zijn vuist, proef de rook, ruik het kruit.

Speel mee zonder spoor van begrip of van greep
op de machinerie.
Houdini de Tweede op de rand van zijn bed,
hoofd in handen - niet zijn eigen.
(Hoofd. Handen.)

Een man met een cape en een staf
doet of het niets is.

En zij, zij is weg. Opgegaan. Kijk,
kijk zijn vuist,
die hij opent:
in het holst van zijn hand jouw oog.

 

 

 

1262231-85548ae3809002f3652d87cb9bdbd6ce.jpg 

Onno Kosters (Baarn, 24 oktober 1962)

 

 

 

 

De Vlaamse auteur Ernest Claes werd geboren op 24 oktober 1885 te Zichem. Zie ook mijn blog van 24 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Ernest Claes op dit blog.

 

Uit: De Witte

 

„Over 't geheel een pootige rakker, waar een struische kerel zou uitgroeien. Hij hiet eigenlijk ‘Lewie’, niet ‘Witte’; die naam kwam maar van zijn haar. ‘Louis’, op zijn Fransch, noemde hem alleen de maseur, vroeger in de nonnekensschool, en op zijn schrijfboeken schreef hij plechtig ‘Ludovicus’. De pastoor in de catechismusles zei ‘Wittekop, Vlaskop’, maar dat vond hij alleszins nog voornamer dan Rosse te heeten, lijk Dries van de Knots.

De Witte was de jongste, negen jaar, Heinke de oudste, en Nis tusschen de twee. Wat hij zich uit zijn prille jeugd nog het best herinnerde was, dat hij in dien tijd een fluitjesbroek droeg waarvan hij soms den achterlap vergat vast te knoopen, dat hij veel met een vuilen neus liep dien moeder dan met heur blauwen voorschoot afveegde, en als vader het deed met zijn zakdoek, of zoo maar met zijn bloote hand, dan neep hij zoo hard dat de Witte er telkens van huilde. Hij hakkelde in dien tijd ook, en nu nog zegt Nis soms om hem te treiteren ‘onze Wi-wi-witte’. Het huilen was ook een van zijn voornaamste eigenschappen geweest, en wanneer men hem voor iets noodig had riep men even gemakkelijk: ‘Woar es onze bleiter?’ als ‘Woar es onze Witte?’

Wat hem uit zijn allereerste jaren nog scherp in 't geheugen bleef was zijn schrik van de hel en de duivels. Dat kwam omdat Heinke, alleen maar om de Witte bang te maken, hem zoo'n schromelijke dingen vertelde van ‘Menneke-Pek’ die 's nachts de buiken van de menschen kwam opensnijden, daarin dan een haak sloeg, en hen zoo dwars door den grond mee naar de hel trok. De Witte was er zoo benauwd van geworden dat hij 's nachts soms angstig wakker werd en aan zijn buik voelde of misschien de duivel met hem nog niet

bezig was. En acht dagen lang had hij geslapen met een koord om zijn arm, die hij aan een der beddestijlen had vastgemaakt, om Satan te beletten hem mee te sleuren. Tot op een nacht Nis, die toen bij hem sliep, in het touwtje was verward geraakt en niet meer wilde dat de Witte er nog mee in 't bed kwam. Behalve de Witte zelf heeft nooit iemand geweten waarvoor die koord eigenlijk dienen moest.“

 

 

1262231-a23ceadfbfd6d7909645a65780f1fd69.jpg 

Ernest Claes (24 oktober 1885 - 2 september 1968)

Eric Clerckx in de film ‘De Witte van Sichem’ van Robbe de Hert uit 1980

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e oktober ook mijn blog van 24 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:17 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten