Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 26 oktober 2012 tot 27 oktober 2012

Dylan Thomas, Sylvia Plath, Albrecht Rodenbach

De Engelse dichter Dylan Thomas werd geboren op 27 oktober 1914 in Swansea in Wales. Zie ook mijn blog van 27 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Dylan Thomas op dit blog.

 

 

All All And All The Dry Worlds Lever

 

I

All all and all the dry worlds lever,
Stage of the ice, the solid ocean,
All from the oil, the pound of lava.
City of spring, the governed flower,
Turns in the earth that turns the ashen
Towns around on a wheel of fire.

How now my flesh, my naked fellow,
Dug of the sea, the glanded morrow,
Worm in the scalp, the staked and fallow.
All all and all, the corpse's lover,
Skinny as sin, the foaming marrow,
All of the flesh, the dry worlds lever.


II

Fear not the waking world, my mortal,
Fear not the flat, synthetic blood,
Nor the heart in the ribbing metal.
Fear not the tread, the seeded milling,
The trigger and scythe, the bridal blade,
Nor the flint in the lover's mauling.

Man of my flesh, the jawbone riven,
Know now the flesh's lock and vice,
And the cage for the scythe-eyed raver.
Know, O my bone, the jointed lever,
Fear not the screws that turn the voice,
And the face to the driven lover.


III

All all and all the dry worlds couple,
Ghost with her ghost, contagious man
With the womb of his shapeless people.
All that shapes from the caul and suckle,
Stroke of mechanical flesh on mine,
Square in these worlds the mortal circle.

Flower, flower the people's fusion,
O light in zenith, the coupled bud,
And the flame in the flesh's vision.
Out of the sea, the drive of oil,
Socket and grave, the brassy blood,
Flower, flower, all all and all.

 

 

 

I Dreamed My Genesis

I dreamed my genesis in sweat of sleep, breaking
Through the rotating shell, strong
As motor muscle on the drill, driving
Through vision and the girdered nerve.

From limbs that had the measure of the worm, shuffled
Off from the creasing flesh, filed
Through all the irons in the grass, metal
Of suns in the man-melting night.

Heir to the scalding veins that hold love's drop, costly
A creature in my bones I
Rounded my globe of heritage, journey
In bottom gear through night-geared man.

I dreamed my genesis and died again, shrapnel
Rammed in the marching heart, hole
In the stitched wound and clotted wind, muzzled
Death on the mouth that ate the gas.

Sharp in my second death I marked the hills, harvest
Of hemlock and the blades, rust
My blood upon the tempered dead, forcing
My second struggling from the grass.

And power was contagious in my birth, second
Rise of the skeleton and
Rerobing of the naked ghost. Manhood
Spat up from the resuffered pain.

I dreamed my genesis in sweat of death, fallen
Twice in the feeding sea, grown
Stale of Adam's brine until, vision
Of new man strength, I seek the sun.

 

 

1263889-0ae8be99633e8ffaaa101a60dcd544ba.jpg 

Dylan Thomas (27 oktober 1914 – 9 november 1953)

Dylan Thomas Cwmdonkin Drive, portret door Peter Ross

 

 

 

  

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Sylvia Plath werd geboren op 27 oktober 1932 in Jamaica Plain, een buitenwijk van Boston. Zie ook mijn blog van 27 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Sylvia Plath op dit blog.

 

 

Poppies In July

 

Little poppies, little hell flames,
Do you do no harm?

You flicker.  I cannot touch you.
I put my hands among the flames.  Nothing burns

And it exhausts me to watch you
Flickering like that, wrinkly and clear red, like the skin of a mouth.

A mouth just bloodied.
Little bloody skirts!

There are fumes I cannot touch.
Where are your opiates, your nauseous capsules?

If I could bleed, or sleep! -
If my mouth could marry a hurt like that!

Or your liquors seep to me, in this glass capsule,
Dulling and stilling.

But colorless.  Colorless.

 

 

 

Whitsun

 

This is not what I meant:
Stucco arches, the banked rocks sunning in rows,
Bald eyes or petrified eggs,
Grownups coffined in stockings and jackets,
Lard-pale, sipping the thin
Air like a medicine.

The stopped horse on his chromium pole
Stares through us; his hooves chew the breeze.
Your shirt of crisp linen
Bloats like a spinnaker. Hat brims
Deflect the watery dazzle; the people idle
As if in hospital.

I can smell the salt, all right.
At our feet, the weed-mustachioed sea
Exhibits its glaucous silks,
Bowing and truckling like an old-school oriental.
You're no happier than I about it.
A policeman points out a vacant cliff

Green as a pool table, where cabbage butterflies
Peel off to sea as gulls do,
And we picnic in the death-stench of a hawthorn.
The waves pulse like hearts.
Beached under the spumy blooms, we lie
Sea-sick and fever-dry.

 

 

 

Waking In Winter

 

I can taste the tin of the sky —- the real tin thing.
Winter dawn is the color of metal,
The trees stiffen into place like burnt nerves.
All night I have dreamed of destruction, annihilations —-
An assembly-line of cut throats, and you and I
Inching off in the gray Chevrolet, drinking the green
Poison of stilled lawns, the little clapboard gravestones,
Noiseless, on rubber wheels, on the way to the sea resort.

How the balconies echoed! How the sun lit up
The skulls, the unbuckled bones facing the view!
Space! Space! The bed linen was giving out entirely.
Cot legs melted in terrible attitudes, and the nurses —-
Each nurse patched her soul to a wound and disappeared.
The deathly guests had not been satisfied
With the rooms, or the smiles, or the beautiful rubber plants,
Or the sea, Hushing their peeled sense like Old Mother Morphia.

 

 

 1263889-6f1a41da29839163cb397b3f7c8a6f97.jpg

Sylvia Plath (27 oktober 1932 – 11 februari 1963)

Hier met zoontje Nicholas

 

 

De Belgische dichter en schrijver Albrecht Rodenbach werd geboren te Roeselare op 27 oktober 1856. Zie ook mijn blog van 27 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Albrecht Rodenbach op dit blog.

 

 

DE ZWANE

 

Des hemels spiegel, mild en fris,
de lucht in 't ronde lavend,
daar ligt de vijver maagdelik schoon
in stille zomeravond.

En kalm in hare avondlust,
bij 't zoet gesching der mane,
ligt langzaam drijvend op het meer
de dromerige zwane.

De dichterlike vogel mint
het maagdelike water,
en baadt wellustig, spiegelt, drinkt,
aanhoort het lief geklater.

En onbewust bemint hem 't meer
en streelt zijn blanke veder,
en klatert zacht en spiegelt hem
zo teer zijn beeldnis weder.

Doch weiger en bescheiden in
bewondering verslonden,
nooit heeft des vogels reine min
die maagdelikheid geschonden.

 

 

 

 1263889-12176d37ffd10feb1b40236f59792223.jpg

Albrecht Rodenbach (27 oktober 1856 – 23 juni 1880)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e oktober ook mijn blog van 27 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:56 Reageer op dit bericht

Jamie McKendrick

De Engelse dichter en vertaler Jamie McKendrick werd geboren op 27 oktober 1955 in Liverpool. Zie ook alle tags voor Jamie McKendrick op dit blog.

 

 

Nostalgia

 

I woke drenched in sweat and homesick
for nowhere I could think of, a feeling
scuffed and quaint as farthings or furlongs.

Then I remembered the room of the sirocco
in a Sicilian palace made of pink volcanic sugar.
There was a scent of waxed oak and pistachios.

Two maids were making up our nuptial bed,
smoothing the white linen with their dark hands.
You'd never have finished finding fault with their work

if I hadn't intervened, so that you turned on me
saying
Their family were turnip doctors
at the time o the Bourbons
~ an old enmity then,

and more imperious even than pleasure.
How to get out of that windowless room,
with not one of its walls adjoining the air

was all I could think of, from that point on.
Your voice pursued me down the marbile stairway:
Don’t think you'll ever find a home again!

 

 

 

Heimwee

 

Ik ontwaakte badend in het zweet en vol heimwee
naar ik wist niet waar, een gevoel
afgetrapt en oubollig als duiten of ellen.

Toen herinnerde ik mij de kamer van de sirocco
in een Siciliaans paleis gemaakt van roze vulkanische suiker.
Er hing een geur van boenwas en pistache.

Twee meisjes maakten ons huwelijksbed op,
streken het witte linnen glad met hun donkere handen.
Jij zou zijn blijven vitten op hun werk

als ik niet tussenbeide was gekomen, zodat je je tegen mij keerde
en zei
Hun voorouders waren knollendokters
ten tijde van de Bourbons
- een oude vijandschap dus,

en dwingender nog dan genot.
Hoe uit die raamloze kamer te komen,
waarvan geen enkele muur aan de buitenlucht grensde

was het enige waaraan ik nog denken kon.
Je stem achtervolgde mij langs de marmeren trap omlaag:
Denk maar niet dat jij ooit nog een thuis zult vinden!

 

 

Vertaald door Ko Kooman

 

 

 

 1378109-22417d8e1ea1a2fdb3b80d0322aab3a0.jpg

Jamie McKendrick (Liverpool, 27 oktober 1955)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jan Wolkers, Marja Pruis

De Nederlandse dichter, schrijver en beeldend kunstenaar Jan Wolkers werd geboren in Oegstgeest op 26 oktober 1925. Zie ook mijn blog van 26 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Jan Wolkers op dit blog.

 

Uit: Turks fruit

 

“Ik ging naar buiten en liep in het gangetje bijna tegen Olga aan die voor haar moeder uit liep. Ze keek me niet aan en wilde zo langs me lopen naar het damestoilet. Ineens sloeg mijn vuist naar voren. Precies op haar oog. Ze week achteruit tegen de muur en bleef zo staan met gebogen hoofd alsof ze niet onder razernij wilde verbergen dat zij de schuld was van alles. (...)Thuis dook ik verdoofd van ellende op mijn bed en ik wist zelf niet of ik nou geslapen had of half bewusteloos was geweest toen ze me midden in de nacht belde. Ze zei, dat ik zeker wel begreep dat ze niet meer thuis zou komen. Dat ze er verschrikkelijk uitzag met dat blauwe oog en dat dat nu al het tweede was binnen een paar maanden (…). Ik voelde mij ineens ijskoud worden. Ik zei haar dat ze gerust in dat hotel van waaruit ze belde kon blijven slapen met die klootzak. Dat ze daar dat oog niet als vrijbrief voor hoefde aan te voeren. En dat ik haar veel geluk wenste met die getrouwde vent, want dat ik de moet in zijn vinger had gezien waar die lafbek zijn trouwring had gezeten.

(…)

 

 

1263052-641a9bbc357bebab85d9b0ecc96546b2.jpg
Scene uit de film met Rutger Hauer en Monique van de Ven,
 (Paul Verhoeven, 1973)



“Ze had daar een oudere vriendin gehad. De vrouw van een collega van haar man. Die was in het begin heel normaal geweest. Ze las wel eens wat theosofische boeken, maar daar sprak ze nooit over. Maar toen ging ze ineens als de mannen op pad waren briefjes bij de vrouwen onder de deur door schuiven waarop ze geschreven had ‘Bedwing uw begeerten! Streef naar bewuste Eenheid met het Al! De hartstocht verstoort de Harmonie in het Heelal! Liefde is de verenigende Kracht van de Grote Heelalse Magneet!’ en meer van zulk soort flauwekul.”

(…)

 

"Zei ze op een keer dat ze in Mexico een beeldje uit een opgraving voor me had gekocht. Van terra cotta. Een vrijend stel, met de aarde er nog aan. Ze had het ergens in een hotel in San Diego laten liggen. Maar later werd ze soms net een dreinend kind. Dan moest ik een paar keer op een middag aan haar voortanden voelen omdat ze dacht dat ze los gingen zitten. Midden onder het bezoekuur wilde ze me dan wegsturen om een zak turks fruit voor haar te halen omdat dat het enige was wat ze nog durfde te snoepen met die loszittende voortanden. Of ze wilde dat ik haar de hele middag hielp bij het in elkaar zetten van een legpuzzel van een even uitbundig herfstlandschap als waarvan ze me een kaart had gestuurd uit Californië".

 

 

 1263052-2b6e63eda67c7e5d530071667ab4ef1e.jpg

Jan Wolkers (26 oktober 1925 – 19 oktober 2007)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Marja Pruis werd geboren in Amsterdam op 26 oktober 1959. Zie ook alle tags voor Marja Pruis op dit blog.

 

Uit: Kus me, straf me

 

“Wat je meestal leest is dit: de kinderen ruimen de nalatenschap van hun ouders op en stuiten op een verborgen verleden. Een pakketje onbekende foto’s, een brief met een vreemd handschrift en een bijgesloten hangertje, een boek met een intieme opdracht. Jarenlang diep weggestopt achter de breiboeken, knopendozen en garantiebewijzen, en nu knipperend tegen het daglicht blootgelegd.
Waaruit dan opeens zou blijken dat moeder ooit, toen vader op zakenreis was, en de kinderen op vakantiekamp, de deur open heeft gedaan voor een baardige fotograaf, aan wie ze na enig aarzelen de mooiste bruggen in de omgeving liet zien. Voor ze het wist lag ze zelf gewillig te poseren in het hoog opgeschoten gras. Het zilveren kruisje om haar nek blonk in haar schuchtere decolleté. ’s Avonds hakte ze met meticuleuze precisie de worteltjes voor de groentesoep, terwijl Baardmans achter haar stond, met in zijn ene hand een biertje en in zijn andere haar linkerheup.
Later op die avond liggen ze samen in het ligbad, door vader nog eigenhandig en zeer solide geplaatst onder het schuine dakraam. Buiten heerst de stille duisternis, een verre uil roept. Hij wast haar haren, terwijl zij hem op droevige toon duidelijk probeert te maken dat er geen toekomst is voor hen beiden.
Hij begrijpt het niet, stopt met haar hoofd te masseren. Ze pakt zijn hand, maar hij trekt die terug.
‘Er zijn mensen die hier hun hele leven naar zoeken,’ zegt hij. ‘Anderen denken dat het niet bestaat. En jij wilt het opgeven.’ ‘
Dat is het niet,’ zegt zij, mijn lieve moedertje. ‘Ik heb al een leven. Ik heb een man. Kinderen. Het is niet eerlijk. Niet voor hen, en niet voor jou.’

 

 

1263052-b17e2bf7570f9f55d3e42f03272c083a.jpg 

Marja Pruis (Amsterdam, 26 oktober 1959)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e oktober zie ook mijn blog van 26 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 08:51 Reageer op dit bericht

Maartje Wortel

De Nederlandse schrijfster Maartje Wortel werd geboren in Eemnes op 26 oktober 1982. Ze volgde de opleiding Beeld & Taal aan de Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam en publiceerde korte verhalen in de literaire tijdschriften Passionate Magazine, De Brakke Hond en De Gids. Maartje Wortel debuteerde in 2009 met de verhalenbundel, Dit is jouw huis, bij De Bezige Bij. In 2011 verscheen haar eerste roman Half Mens, waarvoor zij genomineerd is voor de BNG Nieuwe Literatuurprijs.

 

Uit: Reus

 

“Buiten was het nul graden Celsius. Het voelde veel kouder aan maar misschien kwam dat omdat ik moe was. Ik sliep al langer dan een jaar niet goed meer. Alsof de slaap mij liet liggen. En dat deed hij ook. Er waren dagen dat ik me daar zorgen over maakte, omdat ik wist dat een mens net als zonder eten en drinken, niet zonder slaap kan leven. Maar ik leefde nog en verder ging alles goed als je het leven goed zou willen noemen en dat zou ik willen doen.
Ik gaapte en voelde de kou mijn lichaam binnendringen als een onverwachte bezoeker. Bijna alsof iemand mij even aanraakte van binnen. Stiekem.
Om de vijf seconden keek ik naar de klok die oversprong om de temperatuur aan te geven. De tijd ging door maar het bleef nul graden. Ik zat op een bankje in een bushokje te wachten op buslijn 45.
Vroeger werd ik ’koning 45’genoemd omdat ik altijd meisjes versierde in de bus. Dat was heel makkelijk om te doen omdat niemand er rekening mee hield. Ik heb de tel niet bijgehouden maar het waren er veel. Veel meisjes. Allemaal net zo onbelangrijk. Het is erg om te zeggen misschien, maar ook dat was onbelangrijk voor me. Ik glimlachte om mijn jongensjaren alsof ik niet kon geloven dat ik met mezelf te maken had, maar terugdacht aan een oude vriend die mij een goede tijd had bezorgd.
Toen kwam er een man aanlopen. De man liep zelfverzekerd, alsof hij ertoe deed. In een rechte lijn kwam hij op mij af en bleef voor mijn voeten staan.
‘Dit is eigenlijk mijn huis,’zei hij tegen mij.
Ik keek naar hem. Hij zag er niet uit als een zwerver. In ieder geval niet meer of minder dan jij of ik. Hij droeg sportschoenen van Nike.”

 

 

1359527-f386d01c2ba13655fb42886c64cc1299.jpg 

Maartje Wortel (Eemnes, 26 oktober 1982)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten