Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 1 november 2012 tot 2 november 2012

Allerzielen, Frances Bellerby, Désanne van Brederode, E. du Perron, Kees van den Heuvel, Odysseas Elytis

Bij Allerzielen



1267679-c0ab9caec3c4782602f39db51ef8cb5f.jpg
All Souls' Day door Jakub Schikaneder, 1888



All Souls' Day

Let's go our old way
by the stream, and kick the leaves
as we always did, to make
the rhythm of breaking waves.

This day draws no breath –
shows no colour anywhere
except for the leaves - in their death
brilliant as never before.

Yellow of Brimstone Butterfly,
brown of Oak Eggar Moth –
you'd say. And I'd be wondering why
a summer never seems lost

if two have been together
witnessing the variousness of light,
and the same two in lustreless November
enter the year's night…

The slow-worm stream - how still!
Above that spider's unguarded door,
look – dull pearls…Time's full,
brimming, can hold no more.

Next moment (we well know,
my darling, you and I)
what the small day cannot hold
must spill into eternity.

So perhaps we should move cat-soft
meanwhile, and leave everything unsaid,
until no shadow of risk can be left
of disturbing the scatheless dead.

Ah, but you were always leaf-light.
And you so seldom talk
as we go. But there at my side
through the bright leaves you walk.

And yet – touch my hand
that I may be quite without fear,
for it seems as if a mist descends,
and the leaves where you walk do not stir.



1267679-31e8c25997728b9a868d3404387f0ab3.jpg
Frances Bellerby (29 augustus 29 1899 – 1975)





De Nederlandse schrijfster
Désanne van Brederode werd op 2 november 1970 in Utrecht geboren. Zie ook alle tags voor Désanne van Brederode op dit blog.


Uit: Stille zaterdag


“Sara Mijland is dood. Geschept door een personenauto. De bestuurder overschreed de toegestane maximumsnelheid niet. Het betrof een oudere heer die zich altijd zo getrouw aan de verkeersregels hield dat hij zelf al een paar maal ternauwernood aan een ongeluk was ontkomen – maar dat begrepen krantenlezers en kijkers van het Journaal pas een paar dagen na Sara’s overlijden, toen een zoon en een zus van de geschokte dader namens hem hun verklaringen aan de pers aflegden, in het bijzijn van een woordvoerder van de politie, die nog eens bevestigde dat de heer G. nog nooit was beboet wegens wegmisbruik.

Sara Mijland overleed op zaterdagmiddag 3 april 2010, rond kwart over drie in de middag, midden op straat, op nog geen zeven meter afstand van het zebrapad waar ze geen gebruik van had gemaakt. Aanvankelijk werd aangenomen dat ze haast had. Haar echtgenoot betwijfelde dit. Sara had hun huis verlaten met de opmerking dat ze nog een boodschap moest doen, en hij had zich herinnerd dat ze eerder die dag, bij het inruimen van de ijskast, had gezegd dat ze het bestelde paasbrood nog bij de bakker moest ophalen; de winkel ging om vier uur dicht. ‘Toch is er geen brood bij haar gevonden,’ zei Johan Mijland, ‘en van het personeel heeft niemand haar gezien.’

Daarna had de camera een neutraler, kalmer beeld gezocht. In plaats van een net niet huilende man: een donkerblauw, met etnische motieven versierd, waarschijnlijk Marokkaans vaasje, op een lichtblauw geverfd dressoir. Er stonden al bijna uitgebloeide witte rozen in. Ze waren misschien nog door Sara zelf gekocht.”



1267679-e0b5afb1e1a44f72bd46cab453b1c3ac.jpg
Désanne van Brederode (Utrecht, 2 november 1970)





De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Charles Edgar (
Eddy) du Perron werd geboren op 2 november 1899 in Jatinegara (West Java). Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor E. du Perron op dit blog.


Uit: Het Land van Herkomst


« Met Wijdenes denk ik soms: ‘Waarom in godsnaam trakteer je mij op die faciele paradoxen, alsof ik je niet beter kende en alsof ik de bourgeois was die erdoor moet worden geteisterd?’ Door hem tegen te spreken op een koppig andere toon, door de boutadetoon te negéren, krijg ik hem dan meestal - al is het na enig herstemmen - op de toonhoogte van zijn geschreven woord. Het zou inderdaad jammer zijn als ik moest erkennen dat zijn brieven een levender aanwezigheid vertegenwoordigden dan hij zelf.

- Je snapt toch wel, zegt hij, dat ik de zwakke kanten van Nietzsche ook door heb. Zijn Eeuwige Terugkeer mag dan diep zijn, tenslotte beschouw ik het als kul, als teosofie. Zijn Uebermensch is misschien zijn allerzwakste kant, omdat hij hier een mythe heeft gekreëerd met het gezicht van iemand die een recept geeft; resultaat: der schöne Adolf, Uebermensch voor iedere ongelikte lummel die er nooit aan getwijfeld heeft dat in hemzelf dit wonderwezen stak. Vertel Jan Rap dat de zin van het leven losbarsten zal uit Janus Opperrap en je stuurt hem naar huis met het gevoel dat hij het altijd wel gedacht heeft. Maar ik begrijp niet dat ze niet aan hun eigen woede tegen Nietzsche kunnen merken dat hij dàt nu juist niet gezegd heeft.

Heverlé heeft de gewoonte naar stopwoorden te zoeken bij de mensen; soms vindt hij bijna onmerkbare, bewerend dat die de belangrijkste zijn; hij houdt vol dat ieder mens ze heeft. Bij Wijdenes is het dan: ‘Ik begrijp niet’, aan het begin van een zin geplaatst, en tekenend inderdaad. Haastig uitgesproken, met een iets hoger geluid.

- Ze hebhen geen woede, vervolgt hij, omdat ze hem niet kennen; ze hebben Zarathustra als een opera aangehoord en aan het drama van zijn brieven komt dit hele ras eigenlik niet toe. Voor een volk is een groot man trouwens altijd alleen de grote akteur. Als er één ding is dat in hem anders niet te miskennen valt, dan is het dat hij zelf het type is van de eersterangsmens »

.

1267679-528b47945e7ce8a334ab5335770b2543.jpg
E. du Perron (2 november 1899 – 14 mei 1940)

Cover biografie





De Nederlandse dichter en vertaler
Kees van den Heuvel werd geboren op 2 november 1960 in Mill. Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor Kees van den Heuvel op dit blog.



Bezwaarschrift

Geachte Heer, ik ben bepaald niet blij

Met wat als onrecht uitpakt naar mijn smaak

Omdat ik diep in de problemen raak

Dankzij Uw jongste ethische reveil


Ik die aan diefstal, af en toe een kraak

Verduistering en zakkenrollerij

En beun er soms met fraude nog wat bij

Niks groots, maar toch een leuke eenmanszaak


Dat zijn van nu af illegale dingen

Zo komt die Mozes mij vandaag vertellen

Vanwege nieuwe regels van de kerk


En daardoor zit ik eensklaps zonder werk

Gelieve mij dus schadeloos te stellen

Ik denk aan jaarlijks dertig zilverlingen




Liefdesnachten

Ik zie mijn Grote Liefde in mijn dromen

Hij leidt me door een kleurrijk sprookjesbos

En voert me van pagode naar moskee


We spelen lachend diefje met verlos

En duiken naar de bodem van de zee

Of rijden paard op gouden zomerstranden


We vliegen van New York naar Saint Tropez

We dolen uren door vergeten landen

En varen stoer op wilde waterstromen


Mijn slaap staat steeds weer bol van levenslust

Maar ’s ochtens ben ik altijd uitgeblust




1267679-f80061efb1708b34645e196dc1120739.jpg
Kees van den Heuvel (2 november 1960 – 11 januari 2010)





De Griekse dichter
Odysseas Elytis (pseudoniem voor Odysseas Alepoudhelis) werd op 2 november 1911 te Iraklion op Kreta geboren. Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor Odysseas Elytis op dit blog.



The Sleep Of The Brave


They will smell of incense, and their faces are burnt by their crossing through the Great Dark Places.


There where they were suddenly flung by the Immovable


Face-down, on ground whose smallest anemone would suffice to turn the air of Hades bitter


(One arm outstretched, as though straining to be grasped by the future, the other arm under the desolate head, turned on its side,


As though to see for the last time, in the eyes of a disembowelled horse, the heap of smoking ruins)—


There time released them. One wing, the redder of the two, covered the world, while the other, delicate, already moved through space,


No wrinkle or pang of conscience, but at a great depth


The old immemorial blood that began painfully to etch, in the sky’s blackness,


A new sun, not yet ripe,


That couldn’t manage to dislodge the hoarfrost of lambs from live clover, but, before even casting a ray, could divine the oracles of Erebus...


And from the beginning, Valleys, Mountains, Trees, Rivers,


A creation made of vindicated feelings now shone, identical and reversed, there for them to cross now, with the Executioner inside them put to death,


Villagers of the limitless blue:


Neither twelve o’clock striking in the depths nor the voice of the pole falling from the heights retracted their footsteps.


They read the world greedily with eyes now open forever, there where they were suddenly flung by the Immovable,


Face-down, and where the voltures fell upon them violently to enjoy the clay of their guts and their blood.




Vertaald door Edmund Keeley en Philip Sherrard




1267679-d451b6a1badcdd9835b0946a99657a99.jpg
Odysseas Elytis (2 november 1911 – 18 maart 1996)




Zie voor de schrijvers van de 2e november ook
mijn blog van 2 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:40 Reageer op dit bericht

Allerheiligen, Gaston Burssens, Job Degenaar, Stefaan van Laere, Rudy Kousbroek

Bij Allerheiligen

 

 

 1267065-e004da25e52de2304524ec88402778bd.jpg

Allerheiligen, Frau Angelico, 15e eeuw, National Gallery, Londen

 

 


Allerheiligen

 

De rosse blaren van de najaarsbomen

beleggen ’t macadam met gouden zomen.

Er dwaalt een blijde stemming in de stad

van wemelende mensen, weeldezat.

De zon met gouden draden, fijn als rag

spint haar kleed voor allerheiligendag.

Ach kind er hangt

een waas van weemoed over!

zie jij ’t dan niet?

De glans van zon en lover

is niet zo helder als je meisjeslach;

‘t is immers morgen allerzielendag!

Voel jij niet dat in elke vreugde trilt

het leed om ‘t niet bezit van wat je wilt?

Het leed om ’t niet-bezit van je verlangen,

Zo dat de zon half

in de mist blijft hangen.

 

 

 1267065-c8cd11ffce9f799733a4e074c852860c.jpg

Gaston Burssens (18 februari 1896 – 29 januari 1965)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Job Degenaar werd geboren in Dubbeldam op 1 november 1952.Zie ook alle tags voor Job Degenaar op dit blog.

 

 

De vrouw die in mij woont


De vrouw die in mij woont
kijkt uit het raam van een stil huis
en laaft zich aan de fado
de weemoed van de cello
het vuur van de gitaar
de waaierende zang


minstens één vergeefse liefde
kent ze, een val die haar deed
wankelen en misschien
een vijand in haar vlees

mooier is ze dan haar leven
zachter haar strelen dan haar handen
dieper haar kussen dan haar mond

De vrouw die in mij woont
werd onvermijdelijk poëzie

 

 

 

Wat avond met een haven doet

 

Gewichtloos glinsterwater

de havenlichten wiegen

vissersboten liggen

in blauw verankerd

 

Een man, roerloze reiger

zit in brons gegoten

in z’n hand een schepnet

waaruit geolied daglicht lekt

 

hij verroert, slaat toe

een plons, maar niets

dan zijn silhouet met net

en het fronsen van de rivier

 

Zo leeg is het nu geworden

dat iemand sterren strooit

en het intiem rumoer me wenkt

dat uit verre bars bij vlagen aanwaait

 

 

 

 1267065-6edf3e243524f0fd3d489b8d11ac9e56.jpg

Job Degenaar (Dubbeldam, 1 november 1952)

 

 

 

 

De Belgische dichter en schrijver Stefaan van Laere werd geboren op 1 november 1963 in Wetteren. Zie ook mijn blog van 1 november 2010 en eveneens alle tags voor Stefaan van Laere op dit blog.

 

 

Terug thuis

 

Puur als een broze tango zonder muziek in de ochtendsneeuw,

zo kon ik in de klaarte van je groene ogen verhalen lezen.

Verhalen die ik mee had geschreven, je co-auteur.

Soms een dartele liefdesgod, soms nu al een ouwe zeur.

Hoe roze toch die karteling van haar plooien

het vuur van de tatoeage op haar lies glimt je toe

je bent nu voor eeuwig deelgenoot van haar geheim

en wil niets meer dan in haar schoot gaan rusten.

en met dit gedicht heb je, inderdaad, de kloof gedicht

plots draagt ze enkel nog haar lach.

Kom nader nu, krolt ze. Sust ze. Kust ze.

Echt waar. Miauw. Het mag.

 

 

 

 

Fata morgana

 

Streelzuchtig, vaak te luchtig

met de weeë smaak van zurige zomers

en het gemaaide hooi op de oppers,

een machtig staketsel.

Voor hun lusten geen beletsel.

Verhuld door zwierige bruidsluiers

zingt ze voor hem, Grace Jones à la Piazzolla

Hij denkt ongeduldig al aan de kruiers

en ziet zich pronken in La Boca.

Na het dansen genietend van het panorama.

Ze weten nu nog niet dat ze nooit

een echte twee-eenheid zullen zijn.

Geen nood, dat ontdekken ze wel

op elkaar aangewezen in de milonga.

Hun huwelijk verdort tot een fata morgana.

 

 

 

 1267065-2e7a01d1e372cefcbd878a2e5f97e845.jpg

Stefaan van Laere (Wetteren, 1 november 1963)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en essayist Rudy Kousbroek werd op 1 november 1929 in Pematang Siantar in Indonesië geboren. Zie ook mijn blog van 1 november 2010 en eveneens alle tags voor Rudy Kousbroek op dit blog.

 

Uit: Tempat Soetji of de Geheime Tuin

 

„Alles was min of meer zoals in de beschrijving: de omlijsting van donkere bomen, het uitzicht op iets in het licht; wat de aandacht trok was alleen niet het huis - dat was een overgroeide ruïne - maar iets heel anders: een grote stenen vijver, een badplaats, een zwembad. En toch was het 't zelfde, een ‘tempat soetji’, een heilige plek. Iedereen stond doodstil, je hoorde alleen de vogels. Aan één kant, aan de donkere kant, was een stenen trap, groen van algen en mos, maar het water was zwart en helder, je zag er de wolken in voorbijdrijven; er groeiden lotussen in en soms zag je iets bewegen, een vis. - Hoe komen die daar, mandoer? Door de lucht, gebracht door de vogels, sinjo.

Een huis, een vijver, een zwembad - iedereen die uit Indië komt heeft wel een herinnering aan zo'n magische plek, een geheime tuin, soms letterlijk, zoals in deze passage van Maria Dermoût uit het verhaal ‘De kwade slang’ in De sirenen (1963): ‘Op de suikerplantage diep in het binnenland van Java stond nog altijd het oude huis in de oude tuin, “het grote huis” zoals het genoemd werd. Iedere familie die er woonde, de een na de nader, had aan het huis laten verbouwen, of bijbouwen. Ook de tuin was veranderd: een gemetselde vijver voor lotusbloemen was erbij gekomen, een orchideenhuisje, een logeerpaviljoen, de paden waren verlegd tussen bloemperken en bloeiende struiken. Er was op het laatst niet veel over van het oude, behalve sommige bomen, de twee waringins links en rechts van het huis, de oprijlaan van de kenaribomen. En dan nog een grote stenen tuinvaas op een voetstuk, in het midden van de moestuin op de plaats van de vroegere rozentuin. Maar links van het huis, achter de hertenkamp, in het stuk van de tuin dat glooiend naar de rivier toeliep, was niets veranderd. De tuin was daar niet meer aangelegd met grasvelden en paden en perken, er stonden alleen kokospalmen in rijen naast elkaar, als in een boomgaard. En in plaats van de tuinmuur was er een meer dan manshoge doornen bamboehaag.“

 

 

 1267065-e73f284dfadeb55b8f31246955db2a14.jpg

Rudy Kousbroek (1 november 1929 - 4 april 2010)


 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e november ook mijn blog van 1 november 2011 deel 1 en eveneens  deel 2.
Geschreven door Romenu om 17:56 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten