Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 18 januari 2013 tot 19 januari 2013

Julian Barnes, Edgar Allen Poe, Edwidge Danticat, Gustav Meyrink, Eugénio de Andrade

De Engelse schrijver Julian Barnes werd geboren op 19 januari 1946 in Leicester. Zie ook alle tags voor Julian Barnes op dit blog.

 

Uit: Alsof het voorbij is (Vertaald door Ronald Vlek)

 

“We waren met zijn drieën, en nu was hij er als vierde bij gekomen. We hadden niet verwacht ons vaste aantal ooit nog uit te breiden: kliek- en paarvorming hadden al lang geleden plaatsgevonden, en wij begonnen onze ontsnapping van school naar leven al voor ons te zien. Hij heette Adrian Finn, een lange, verlegen jongen die in het begin zijn ogen neergeslagen en zijn ideeën voor zich hield. De eerste dagen namen we weinig notitie van hem: onze school kende geen welkomstceremonieel, laat staan het andere uiterste: de ontgroening. We registreerden slechts zijn aanwezigheid en wachtten af.
De leraren waren meer in hem geïnteresseerd dan wij. Ze moesten zijn intelligentie en werkhouding peilen, uitvinden hoe hij hiervoor les had gehad, en of hij mogelijk ‘studiebeurswaardig’ zou blijken. Op de derde ochtend van dat najaarstrimester hadden we geschiedenis van Ouwe Joe Hunt, droogkomisch innemend in zijn driedelig pak, een leraar wiens systeem van orde berustte op het in stand houden van voldoende maar niet buitensporige landerigheid.
‘Jullie weten nog dat ik jullie gevraagd heb alvast iets te lezen over het koningschap van Hendrik VIII.’ Colin, Alex en ik loerden even naar elkaar, in de hoop dat de vraag niet, zoals de uitgeworpen kunstvlieg van een hengelaar, op een van onze hoofden zou neerdalen. ‘Wie zou die periode eens willen karakteriseren?’ Hij trok zijn eigen conclusies uit onze afgewende blikken. ‘Marshall misschien. Hoe zou jij het koningschap van Hendrik viii willen omschrijven?’
Onze opluchting was groter dan onze nieuwsgierigheid, want Marshall was een voorzichtig stuk onbenul dat de inventiviteit van de ware onwetendheid miste. Hij zocht eerst naar mogelijk verborgen haken en ogen in de vraagstelling voordat hij ten slotte ergens een antwoord wist op te diepen.”

 

 

 1319638-09e8f20215c75e4c9eb0b643f174653c.jpg

Julian Barnes (Leicester, 19 januari 1946)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Edgar Allen Poe werd geboren op 19 januari 1809 in Boston. Zie ook alle tags voor Edgar Allen Poe op dit blog

 

 

The City In the Sea

 

Lo! Death has reared himself a throne

In a strange city lying alone

Far down within the dim West,

Where the good and the bad and the worst and the best

Have gone to their eternal rest.

There shrines and palaces and towers

(Time-eaten towers that tremble not!)

Resemble nothing that is ours.

Around, by lifting winds forgot,

Resignedly beneath the sky

The melancholy waters lie.

 

No rays from the holy heaven come down

On the long night-time of that town;

But light from out the lurid sea

Streams up the turrets silently-

Gleams up the pinnacles far and free-

Up domes- up spires- up kingly halls-

Up fanes- up Babylon-like walls-

Up shadowy long-forgotten bowers

Of sculptured ivy and stone flowers-

Up many and many a marvellous shrine

Whose wreathed friezes intertwine

The viol, the violet, and the vine.

Resignedly beneath the sky

The melancholy waters lie.

So blend the turrets and shadows there

That all seem pendulous in air,

While from a proud tower in the town

Death looks gigantically down.

 

There open fanes and gaping graves

Yawn level with the luminous waves;

But not the riches there that lie

In each idol's diamond eye-

Not the gaily-jewelled dead

Tempt the waters from their bed;

For no ripples curl, alas!

Along that wilderness of glass-

No swellings tell that winds may be

Upon some far-off happier sea-

No heavings hint that winds have been

On seas less hideously serene.

 

But lo, a stir is in the air!

The wave- there is a movement there!

As if the towers had thrust aside,

In slightly sinking, the dull tide-

As if their tops had feebly given

A void within the filmy Heaven.

The waves have now a redder glow-

The hours are breathing faint and low-

And when, amid no earthly moans,

Down, down that town shall settle hence,

Hell, rising from a thousand thrones,

Shall do it reverence.

 

 

 

 1319638-d0807fc259239cf33e28e4103c21633e.jpg

Edgar Allen Poe (19 januari 1809 – 7 oktober 1849)

Daguerreotypes van Edgar Allan Poe door Michael Deas

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Edwidge Danticat werd geboren in Port-au-Prince op Haïti op 19 januari 1969. Zie ook alle tags voor Edwidge Danticat op dit blog.

 

Uit: Create Dangerously

 

“According to our principles I should have committed suicide in that situation,” Drouin reportedly declared in a final statement at his secret military trial. “Chandler and Guerdès [two other Jeune Haiti members] were wounded . . . the first one asked . . . his best friend to finish him off; the second committed suicide after destroying a case of ammunition and all the documents. That did not affect me. I reacted only after the disappearance of Marcel Numa, who had been sent to look for food and for some means of escape by sea. We were very close and our parents were friends.”

After months of attempting to capture the men of Jeune Haiti and after imprisoning and murdering hundreds of their relatives, Papa Doc Duvalier wanted to make a spectacle of Numa and Drouin’s deaths.

So on November 12, 1964, two pine poles are erected outside the national cemetery. A captive audience is gathered.

Radio, print, and television journalists are summoned. Numa and Drouin are dressed in what on old black-and-white film seem to be the clothes in which they’d been captured — khakis for Drouin and a modest white shirt and denim-looking pants for Numa. They are both marched from the edge of the crowd towards the poles. Their hands are tied behind their backs by two of Duvalier’s private henchmen, Tonton Macoutes in dark glasses and civilian dress. The Tonton Macoutes then tie the ropes around the men’s biceps to bind them to the poles and keep them upright.

 

 

 1319638-e3b8c9ba348e07f7a2759bb7ceabe44b.jpg

Edwidge Danticat (Port-au-Prince, 19 januari 1969)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Gustav Meyrink werd op 19 januari 1868 te Wenen geboren. Zie ook alle tags voor Gustav Meyrink op dit blog.

 

Uit: Das dicke Wasser

 

“Im Ruderklub »Clia« herrschte brausender Jubel. Rudi, genannt der Sulzfisch, der zweite »Bug«, hatte sich überreden lassen und sein Mitwirken zugesagt. – Nun war der »Achter« komplett. – Gott sei Dank. –

Und Pepi Staudacher, der berühmte Steuermann, hielt eine schwungvolle Rede über das Geheimnis des englischen Schlages und toastierte auf den blauen Donaustrand und den alten Stephansdom (duliö, duliö). Dann schritt er feierlich von einem Ruderer zum andern, jedem das Trainingsehrenwort – vorerst das kleine – abzunehmen.

Was da alles verboten wurde, es war zum Staunen! Staudacher, für den als Steuermann all dies keinerlei Geltung hatte, wußte es auswendig: »Erstens nicht rauchen, zweitens nicht trinken, drittens keinen Kaffee, viertens keinen Pfeffer, fünftens kein Salz, sechstens – – siebtens – – – achtens – – –, und vor allem keine Liebe, – hören Sie, – keine Liebe! – weder praktische noch theoretische –!«

Die anwesenden Klubjungfrauen sanken um einen halben Kopf zusammen, weil sie die Beine ausstrecken mußten, um ihren Freundinnen vis-a-vis bedeutungsvolle Fußtritte unter dem Tisch zu versetzen.

Der schöne Rudi schwellte die Heldenbrust und stieß drei schwere Seufzer aus, die anderen schrien wild nach Bier, der kommenden schrecklichen Tage gedenkend. –

»Eine Stunde noch, meine Herren, heute ausnahmsweise, dann ins Bett, und von morgen an schläft die Mannschaft im Bootshause.«

»Mhm«, brummte bestätigend der Schlagmann, trank aus und ging. »Ja, ja, der nimmt's ernst«, sagten alle bewundernd. –

Spät in der Nacht traf ihn die heimkehrende Mannschaft zwar Arm in Arm mit einer auffallend gekleideten Dame in der Bretzelgasse, aber es konnte ja gerade so gut seine Schwester sein. – Wer kann denn in der Dunkelheit eine anständige Dame von einer Infektioneuse unterscheiden!

Der »Achter« kam dahergesaust, die Rollsitze schnarchten, die schweren Ruderschläge dröhnten über das grüne, klare Wasser.

»Jetzt kommt der Endspurt, da schauen S', da schauen S'!«

 

 

 1319638-e594d91dde66f9e1c668aaeb5ba9a012.jpg

Gustav Meyrink (19 januari 1868 – 4 december 1932)

 

 

 

 

 

De Portugese dichter Eugénio de Andrade (eig. José Fontinhas) werd geboren op 19 januari 1923 in Póvoa de Atalaia. Zie ook alle tags voor Eugénio de Andrade op dit blog.

 

 

URGENTLY

 

It’s urgent — love.
It’s urgent — a boat upon the sea.

It’s urgent to destroy certain words,
hate, solitude, and cruelty,
some moanings,
many swords.

It’s urgent to invent a joyfulness,
multiply kisses and cornfields,
discover roses and rivers
and glistening mornings — it’s urgent.

Silence and an impure light fall upon
our shoulders till they ache.
It’s urgent — love, it’s urgent
to endure.

 

 

Vertaald door Alexis Levitin

 

 

 

The Children

 

Children grow in secret. They hide themselves in the depths and darker reaches of the house to become wild cats, white birches.

One day when you’re only half-watching the herd as it straggles back in with the afternoon dust, one child, the prettiest of them all, comes close and rises up on tiptoe to whisper I love you, I’ll be waiting for you in the hay.

Shaking some, you go to find your shotgun; you spend what’s left of the day firing at rooks and jackdaws, uncountable at this hour, and crows.

 

 

Vertaald door Atsuro Riley

 

 

 1319638-5d01190378b78db02d39a4b24617d58c.jpg

Eugénio de Andrade (19 januari 1923 – 13 juni 2005)



Zie voor nog meer schrijvers van de 19e januari ook
mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 15:24 Reageer op dit bericht

Patricia Highsmith, Marie Koenen, Thomas Gsella, Paul-Eerik Rummo

De Amerikaanse schrijfster Patricia Highsmith werd geboren als Mary Patricia Plangman in Fort Worth (Texas) op 19 januari 1921. Zie ook alle tags voor Patricia Highsmith op dit blog.

 

Uit: The Talented Mr. Ripley

 

“Tom saw the man make a gesture of postponement to the barman, and come around the bar towards him. Here it was! Tom stared at him, paralysed. They couldn't give you more than ten years, Tom thought. Maybe fifteen, but with good conduct--In the instant the man's lips parted to speak, Tom had a pang of desperate, agonized regret.

'Pardon me, are you Tom Ripley?'

'Yes.'

'My name is Herbert Greenleaf. Richard Greenleaf's father.' The expression on his face was more confusing to Tom than if he had focused a gun on him. The face was friendly, smiling and hopeful. 'You're a friend of Richard's, aren't you?'

 

 1319632-c218ebd8dab5e32f720a296b8d7ed29a.jpg

Scene uit de gelijknamige film met Matt Damon, Jude Law en Gwyneth Paltrow, 1999

 

 

It made a faint connection in his brain. Dickie Greenleaf. A tall blond fellow. He had quite a bit of money, Tom remembered. 'Oh, Dickie Greenleaf. Yes.'

'At any rate, you know Charles and Marta Schriever. They're the ones who told me about you, that you might--uh--Do you think we could sit down at a table?'

'Yes,' Tom said agreeably, and picked up his drink. He followed the man towards an empty table at the back of the little room. Reprieved, he thought. Free! Nobody was going to arrest him. This was about something else. No matter what it was, it wasn't grand larceny or tampering with the mails or whatever they called it. Maybe Richard was in some kind of jam. Maybe Mr Greenleaf wanted help, or advice. Tom knew just what to say to a father like Mr Greenleaf.”

 

 

 1319632-ab1cc353c0c5bd4decc123185c4abf07.jpg

Patricia Highsmith (19 januari 1921 - 4 februari 1995)

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marie Koenen werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 19 januari 1879. Zie ook alle tags voor Marie Koenen op dit blog.

 

Uit: De zusters

 

„HET avondrood gloorde door de boomgaardhagen en tusschen de kromme stammen der zomersche appelaars. Telkens als Anne-Marie weer een arm vol waschgoed van de lijnen tusschen boom en boom had bijeengegaard en er mee neerboog over den korf, scheen de gloed neer te vloeien van haar handen over het stralend blanke linnen. Maar ze verlustigde zich alleen in den geur van gras en zon, die haar droge wasch had doortrokken, en berekende, hoe er nog precies tijd genoeg zou zijn om ze vóór het avondeten op te rekken en in te sprenkelen... als Lucia tenminste eindelijk zou thuiskomen.

De gedachte aan haar zusters lang uitblijven ontstemde haar en gemelijk bezon ze, dat die boodschap naar den winkel eigenlijk heelemaal onnoodig was geweest, zooals gister en eergister en verleden week ook al. ‘Vier keer loopen in plaats van alles ineens? Er steekt wat achter!’

Met dat plotse inzicht sprong de bangheid, die sedert hun moeders dood, altijd onbestemd en steeds weer weggeduwd, in haar geleefd had, kwaadwillig op en beet zich grimmig vast in haar binnenste.

‘'t Eind is natuurlijk, dat ik hier voor alles alleen blijf zitten.’

Kwam het, omdat ze tegelijk die voetstappen hoorde op het heggepad, dat tusschen hun boomgaard en dien van Gosewijn Donkers, uit de korenvelden leidde naar den grintweg langs hun huisje en Donkers hoeve?

Stemmen ook, die van een man en een meisje... den lach van Lucia. Daar was 't! Wie ging naast haar op het smalle wegje? Anne-Marie sloop achter den naasten boom en gluurde met half dichtgenepen oogen tegen den lichtwemel in. Maar meer dan de stappen en stemmen, het ritselen langs de hegbladertjes en de voorbijglijdende schaduwen kon ze niet onderscheiden.

‘Toch is 't Gosewijn!’ beet de angst feller en dieper. En met een ruwen ruk nam ze de volgetaste mand tegen haar heup om naar voren te haasten. Maar toen ze haar last neerdofte op de ronde keien van den spronk, waar de avondschemer zich reeds duisterder samentrok onder het laag en zwaar overhangend stroodak, bedwong ze zich toch.”

 

 

 1319632-68080b79126c807f1bc36ad952197096.jpg

Marie Koenen (19 januari 1879 - 11 juli 1959)

Boekomslag

 

 

 

 

De Duitse dichter en satiricus Thomas Gsella werd geboren op 19 januari 1958 in Essen. Zie ook alle tags voor Thomas Gsella op dit blog.

 

 

Berlin

 

Sie sagen ick und mir statt mich

Und wichsen ihre Glatzen.

Sie flezen sich in Kiez und Strich

Auf siffigen Matratzen.

Sie können nichts und wissen nichts

Und sind zu dumm zum Siezen.

Sie hoffen nichts und missen nichts

und schimmeln in den Kiezen

Und sind, dem Herrgott sei's

geklagt,

zu blöd zum Brötchenholen.

Wer Hauptstadt der Versager sagt,

der meint Berlin (bei Polen).

 

 

 

London

 

Ein dichter Nebel steigt und fällt

als Tropfen aus den Wolken.

Dann hängen Fäden auf die Welt:

Der Himmel wird gemolken.

Es regnet, später nieselt es,

Dann fällt es wie ein Schleier.

Dann nebelt es und kieselt es

Kirschgroße Hageleier.

Kurz steht ein Sonnenschein bevor,

Dann geht's auf London nieder.

Ein neuer Nebel steigt empor.

Anschließend regnet's wieder.

 

 

 

 1319632-5db2f712f1c32b39827ae822be47fca7.jpg

Thomas Gsella (Essen,19 januari 1958)

 

 

 

 

 

De Estlandse dichter, schrijver en politicus Paul-Eerik Rummo werd geboren op 19 januari 1942 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Paul-Eerik Rummo op dit blog.

 

Uit: Windship with Oars of Light

 

Now grant me God the strength to run through the rains of chance,
and to recognise necessity among the many
who by force fake her face

suffering nests in the memory
not even a dog can chew through the chain of heredity
but it’s quite a different matter to run right here through the rains of chance
but it’s quite a different matter to run right here through the rains of chance
necessity, give me your hand

necessity, here is my hand
I gave you the other one already to be born
Necessity, give me your hand

 

 

 

 

POURQUOI JE NE M’ENFUIS PAS À L’ÉTRANGER
 

 1.

Aimer (je veux dire par là : savoir
        être faible et complètement complètement
                indifférent, quoi qu’il arrive),
aimer, donc, et écrire des poèmes,
        on peut en définitive le faire partout, et en définitive
                on n’en vit nulle part.
 

2.

On ne peut pas toujours être faible
        et se laisser traîner par l’animal poétique qui vit en nous
                lui aussi parfois
se repose longuement, et l’amour souvent nous glisse entre les doigts
les circonstances où nous nous retrouvons exigent alors ruse, courage
                et cruauté, ennuyeuse ruse, ennuyeux courage —
        et c’est peut-être ainsi partout ailleurs, qui sait ?

 

 

Vertaald door Antoine Chalvin et Tõnu Õnnepalu

 

 

 

1319632-c7eca5a0b5454515b61e4655fba825b8.jpg
Paul-Eerik Rummo (Tallinn, 19 januari 1942)

Geschreven door Romenu om 15:18 Reageer op dit bericht

Sascha Kokot, Peter Stamm, Rubén Darío, Franz Blei, Paul Léautaud, Jon Stallworthy

De Duitse dichter en schrijver Sascha Kokot werd geboren op 18 januari 1982 in Osterburg. Zie ook alle tags voor Sascha Kokot op dit blog.

 

Uit: Vom Osttor


Am Morgen wenn die Hände noch streiken
den Katzen das Fell bis über die Pfoten reicht
sammelt sich Windbruch auf dem Steinboden
und es wartet dazwischen die schwarze Kohle
der alte Heizer kehrt seine Wörter zusammen
bevor er beginnt in regelmäßigen Zügen zu schippen
so verbringt er die Tage im Moderlicht unserer Keller
wärmt uns die Wohnungen und bleibt
im Treppenhaus grußlos zurück
uns Kindern sagt man dem Vater fehle die Zunge.


-


Was ist das, was vom Tag bleibt,
ein Land weniger, die Straßen gerade,
die Leitungen noch immer in der Wand,
nur bleibt der Stuhl am Ende leer,
die Nachbarn entdecken die Stadt ist ausgeräumt,
die Schienen rotten unter der Asphaltdecke,
das Ministerium sperrt die Schlösser auf,
entweicht aus den Aktengruben in den Kamin,
Generationen später schneit es als Asche herab,
ab und an wird eine Notiz oder ein Name zusammengefügt,
die Einwohner dieses Landes sind schwer beschäftigt
mit dem Verwachsen.

 

 

 

 1318961-cbcd44616dfc105e2b6adb9d85375483.jpg

Sascha Kokot (Osterburg, 18 januari 1982)

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver Peter Stamm werd geboren op 18 januari 1963 in Weinfelden. Zie ook alle tags voor Peter Stamm op dit blog.

 

Uit: Seerücken

 

„Der Bus wand sich eine enge Straße hoch durch eine terrassierte Landschaft. Er war spärlich besetzt,

und an der Endstation stiegen außer mir nur noch ein paar Schüler aus, die sich sofort zwischen den Häusern verloren. Ich hatte nur das Nötigste an Kleidern eingepackt, aber mit den vielen Büchern und dem Laptop war der Rucksack wohl an die zwanzig Kilo schwer. Was haben Sie denn dabei?, fragte der Busfahrer, der mir beim Ausladen half. Papier, sagte ich, und er musterte mich misstrauisch.

Vor der Post standen ein paar Wegweiser, die in unterschiedliche Richtungen zeigten. Ich folgte einem Sträßchen und später einem Pfad, der quer durch eine steile Wiese führte und dann in eine schmale, bewaldete Schlucht hinunter. Am Waldrand wuchsen Lärchen und vereinzelte Eschen, im Inneren Rottannen.

Überall lagen umgestürzte Bäume, vertrocknete Tannengerippe, unter denen noch letzte Reste Schnee zu sehen waren. Der Boden war nass, und meine Füße sanken tief ein in der schwarzen Erde. Immer wieder verklebten mir unsichtbare Spinnweben Gesicht und Hände. Spuren von anderen Wanderern fand ich nicht, vermutlich war ich der erste in diesem Jahr.

Nach einer Weile fiel mir auf, dass ich schon länger keine Wegmarke mehr gesehen hatte, kurz darauf

verlor sich der Pfad zwischen den Bäumen. Ich hatte keine Lust umzukehren und ging den Abhang hinunter, der zunehmend steiler wurde. An manchen Stellen musste ich mich an Wurzeln oder Ästen festhalten, einmal glitt ich aus, rutschte ein paar Meter weit und zerriss mir die Hose. Das Rauschen des Baches unter mir wurde immer lauter, und als ich ihn schließlich erreichte, fand ich auch den Weg wieder.

Es war ein reißender Bergbach mit grauem Wasser. Er floss in einem breiten Bett aus hellen Felsen und Geröll das wie eine offene Wunde wirkte in der dunklen Waldlandschaft. Ich kam jetzt leichter voran und erreichte nach ungefähr einer halben Stunde einen kleinen Holzsteg. Die Pfeiler waren unterspült, und ein Baum, der mit dem Wurzelballen umgekippt war, lag quer über der Brücke. Er hatte das Geländer abgerissen, und einige der Bodenplanken waren unter seinem Gewicht zerborsten. Vorsichtig kletterte ich hinüber. Auf der anderen Seite der Schlucht stieg der Weg steil an, und ich schwitzte, obwohl es kühl war im Wald.”

 

 

 1318961-bf236cf854ca4c637323c1909ae53815.jpg

Peter Stamm (Weinfelden, 18 januari 1963)

 

 

 

 

De Nicaraguaanse schrijver Rubén Darío werd geboren in Metapa, tegenwoordig Ciudad Darío, op 18 januari 1867. Zie ook alle tags voor Rubén Darío op dit blog.

 

 

Primaveral

Now is come the month of roses!
To the woods my verse has flown
Gathering fragrance and honey
From the blossoms newly blown.
Beloved, come to the forest,
The woodland shall be our shrine
Scented with the holy perfume
Of the laurel and the vine.
From tree-top to tree-top flitting
The birds greet you with sweet lay,
Finding joyance in your beauty
Fairer than the birth of day;
And the haughty oaks and hemlocks
Bend their leafy branches green
Forming rustling, regal arches
For the passage of a queen.
All is perfume, song and radiance;
Flowers open and birds sing:
O Beloved, 'tis the season
Of the Spring!

Flowing from a haunted cavern
Is a crystal fountain where
Naiads nude and flower-breasted
Bathe and play and freight the air
With the joyance of their laughter
And the gladness of the wave
When they stoop over the fountain
And their tresses'gin to lave.
And they know the hymns of Eros
That in lovely Grecian tongue
Pan one day made in the forest
In the glorious age of song.
Sweetest, of that glorious hymnal
I shall choose the fairest phrase
To enrich with ancient music
The full cadence of my lays.
Sweet as sweetest Grecian honey
Will my song be when I sing,
O Beloved, in the season
Of the Spring!

 

 

 1318961-da8827559b1070f80752f58dc277e5be.jpg

Rubén Darío (18 januari 1867 - 6 februari 1916)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver, vertaler en uitgever Franz Blei werd geboren op 18 januari 1871 in Wenen. Zie ook alle tags voor Franz Blei op dit blog.

 

Uit: Das große Bestiarium der modernen Literatur

 

“ALTENBERG oder auch den Peter nannte man aus unbekannten Gründen die seltsame Laune Gottes, der hier  ein "Wesen schuf, das nur aus einem einzigen Organe bestand: aus einem Auge, dem der Fliegen gleich in tausend  Fazetten zerlegt und die sichtbare Welt in kleinsten Bildern  von großer Schärfe etwas übersichtig auffangend. Einem  solchen seltsamen Wesen war von Natur aus nur eine kurze  Lebensdauer bestimmt. Aber gegen die Natur und die Absicht Gottes bildete dieses stolz gewordene Auge so etwas  wie einen Leib aus. Der war nun etwas schwächlich geraten, wie nicht anders zu erwarten, und das Auge Peter  hatte mit ihm seine argen Molesten, die schließlich auch  dem Auge nicht gut bekamen. Das Auge Peter hatte sich mit der Erzeugung seiner Verdauungs- und sonstigen Organe  übernommen, und es sah am Ende nichts mehr als den  prekären eigenen Mageninhalt : es spiegelte keine umgebende Welt mehr, sondern nur die Farben seiner Exkremente.

 

ANDRIAN. Dies ist ein im Jesuitenkonvikt Kalksburg gebräuchlicher Name für eine Jugendsünde, deren man sich  nur mehr bei Eintritt ins Greisenalter erinnert. In der Zwischenzeit spricht man nicht davon.

 

DER BAHR HOFMANN sieht bloß so aus. Wirklich ist er ein jüdischer Hirtenknabe des alten Bundes, der auf den Fluren von Zion die Schalmei bläst, wobei ihm der zweite Wiener Stadtbezirk, die Leopoldstadt, entzückt zuhört.”

 

 

 1318961-ee6efefcc756c754967b26d1e60f02c4.jpg

Franz Blei (18 januari 1871 – 10 juli 1942)
Cover


 

De Franse schrijver Paul Léautaud werd geboren op 18 januari 1872 in Parijs. Zie ook alle tags voor Paul Léautaud op dit blog.

 

Uit: Journal littéraire

 

“09.03.1907

Revenu avec Morisse. Il me raconte que Huysmans est toujours de plus en plus mal. Il le sait, paraît-il, il s'est préparé, et souhaite, comme il dit « que le vendredi saint un bon larron vienne le chercher ». Morisse est d'avis qu'il ne dépassera pas Pâques. Malheureux homme, malheureuse vie, qui vous glisse ainsi du corps, si traîtreuse­ment. Ce va faire une place à l' Académie Goncourt. Qui sera élu ? M. Céard, probablement. Huysmans maintenait l'équi­libre entre les deux partis bien tranchés de l'Académie, les trop artistes d'un côté, les socialistes et humanitaires de l'autre. Maintenant, un des deux partis sera prépondérant, décidera de tout, orientera l'Académie dans un sens unique, et il est à craindre que ce soit celui de la littérature sociale. »

 

 

 1318961-63587462a2ef0d471abfad0dc52c1aaa.jpg

Paul Léautaud (18 januari 1872 – 22 februari 1956)

 

 

 


De Engelse dichter en letterkundige
Jon Stallworthy werd geboren op 18 januari 1935 in Londen. Zie ook alle tags voor Jon Stallworthy op dit blog.

 

 

Two Hands

My father in his study sits up late,
a pencil nodding stiffly in the hand
that thirteen times between breakfast and
supper led a ascalpel an intricate
dance. The phone has sobbed itself to sleep
but he has articles to read. I curse
tonight, at the other end of the house,
this other hand whose indecisions keep
me cursing nightly; fingers with some style
on paper, elsewhere none. Who would have thought
hands so alike - spade palms, blunt fingers short
in the joint- would have no more in common? All
today, remembering the one, I have watched
the other save no one, serve no one, dance
with this pencil. Hand, you may have your chance
to stitch a life for finger that have stitched
new life for many. Down the Lancet margin
thsi hand moves rapidly as mine moves slow.
A spasm shakes the phone at his elbow.
The pencil drops: he will be out again.

 

 

 1318961-9aa17a1fda6772eb5dee327f95d0de4d.jpg

Jon Stallworthy (Londen, 18 januari 1935)

 

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 17e januari ook mijn blog van 17 januari 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:13 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten